Lezen

Tip

Ik beken: ik heb een man

Ik moet iets bekennen. Ik heb een man. Zo. Het is eruit. Niet dat de politie mij zocht of dat er een persconferentie nodig was, maar toch. Ik heb een man. Een collega van mij keek mij deze week aan alsof ik net verteld had dat ik thuis een lama houd. "Maar Katrien," zei hij, "gij hebt geen man?" Hij klonk oprecht verbaasd. "Ge zijt mooi. Ge zijt slim. Ge zijt grappig. Ik versta dat niet." En toen hoorde ik mezelf antwoorden: "Maar ik héb een man." Het was vreemd. Alsof ik het voor de eerste keer luidop zei. Alsof ik mezelf betrapte. Ik heb een man. Niet: ik date iemand. Niet: er is iemand. Niet: ik ben iemand aan het leren kennen. Niet: het is ingewikkeld. Gewoon: ik heb een man. Dat klinkt volwassen. Dat klinkt alsof ik een gezamenlijke rekening heb, een vaste loodgieter en een mening over isolatiepremies. Dat klinkt als iemand die haar leven op orde heeft. Terwijl ik vorige week nog twintig minuten gezocht heb naar mijn bril terwijl die op mijn hoofd stond. Toch heb ik blijkbaar een man. Of een lief. Of een vriend. Of een partner. Al vind ik dat laatste een verschrikkelijk woord. Partner. Dat klinkt alsof wij samen een boekhoudkantoor hebben. Of een verzekeringsmakelaar zijn. "Mijn partner en ik." Dat zijn mensen die op zondag Nordic Walking doen. Wij discussiëren nog over wie het licht in de gang heeft laten branden. Lief vind ik dan weer iets voor mensen van zestien. Vriend wordt ingewikkeld zodra ge elkaar zonder kleren hebt gezien. En meneertje klinkt alsof ik hem op de rommelmarkt gekocht heb. Dus ik weet het eigenlijk niet. Ik weet alleen dat hij er is. En dat hij geweldig is. Zorgzaam. Grappig. Slim. Lief. Mooi. Een lot uit de tweedekansloterij. Een occasieke. Een onwaarschijnlijke herkansing van het leven. Zo eentje waarvan ge denkt: allee jong, was dat nog beschikbaar? Over hem heb ik geen klagen. Integendeel. Hij is een maatje waarmee ik oud wil worden. Echt oud. Met een rollator. Compressiekousen. Een pillendoos met vakjes voor elke dag van de week. En een verpleegster van het Wit-Gele Kruis die ons allebei tegelijk komt zeggen dat we meer water moeten drinken. Dat soort oud. En toch merk ik dat ik het moeilijk vind om te zeggen: dat is hem nu. Dat is mijn man. Niet omdat ik twijfel aan hem. Maar omdat ik blijkbaar nog altijd een beetje twijfel aan het geluk. Aan het blijven. Aan het idee dat iets goeds ook gewoon goed mag zijn. Ik voel mij soms als iemand die op bezoek is en voor alle zekerheid haar jas aanhoudt. "Want ik blijf niet lang." Terwijl ik ondertussen al lang binnen ben. Ik weet waar de koekjes staan. Ik weet hoe de koffiemachine werkt. Ik weet welke films hij al tien keer gezien heeft en toch opnieuw wil bekijken. Ik weet hoe hij kijkt als hij moe is. Ik weet hoe hij lacht. Ik weet hoe hij zwijgt. Maar ergens staat die jas nog altijd klaar. Misschien is dat wat er gebeurt als ge al eens serieus zeer hebt gehad. Ge leert dat liefde niet vanzelfsprekend is. Dat mensen vertrekken. Dat verhalen eindigen. Dat ge soms heel uw hart inzet en toch verliest. En dan wordt ge voorzichtig. Niet aan de buitenkant. Daar ziet niemand iets van. Maar vanbinnen begint ge nooduitgangen te tellen. Zoals iemand in het Sportpaleis die eerst kijkt waar hij buiten kan voor hij van het concert geniet. Niet omdat hij weg wil. Maar omdat hij gerust wil zijn dat het kan. En misschien is dat uiteindelijk wat ik nog aan het leren ben. Niet hoe ge iemand graag ziet. Dat kan ik al. Maar hoe ge uw jas uitdoet. Hoe ge ophoudt met denken aan vertrekken. Hoe ge durft geloven dat ge niet zomaar op bezoek zijt in iemands leven. Ik beken: ik heb een man. En stilaan denk ik dat het tijd is om mijn jas uit te doen. 

Katrien Daniels
276 18

Racisten zijn ziek

Racisten zijn ziekRacisten praten zogezegdOver de anderenIn werkelijk praten ze overHunzelf.  Wat meer geestelijke gezondheidszorg kan misschien helpen. **************************** FOTO GALLERY verf ed https://www.2dehands.be/q/verf+ed+altaar+de+culturen/ Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen." Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen, ons collectief geheugen, is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig. http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
83 1

Mijn cultureel dictafoontje

Zo nu en dan, wanneer ik vroeg op ben, beluister ik oude opnames. Ik doe het omdat ik wéét dat ik verrast zal worden. De eerste dateert van 11/7/2016. Er staat als titel Viviane. Ik hoor mezelf (in mijn rol als begeleidster van bejaarden) Viviane uitdagen een gedicht voor te dragen. Ze verrast me! Haar tachtigjarige stem brengt iets in het Duits, met heel veel trots. Het korte gedicht klinkt zo mooi, ik kan het helaas niet vertalen maar dat is deel van de magie. Viviane spreekt de woorden uit met plezier. Ik heb er eveneens plezier in, tien jaar later. Een week later staat de titel Amichai. Mijn eigen stem: in een tovertuin!  Een nuchtere man in een tovertuin zat, de helft in het licht, de helft vergat. Ik lees het voor uit een bundel van de dichter uit Israël. Op het eind hoor ik Viviane zeggen 'ja, dat is ook mooi'. Dan gaan we naar 14/8 van hetzelfde jaar. Jazz, is de titel. Klanken op de piano en ik wacht. Geen idee waar ik was, wie aan de toetsen zit. Dan haar stem en ik weet meteen: Melanie. Die heerlijke Melanie waar ik tegenwoordig niets meer over hoor. Applaus, het publiek beloont haar nu al, het nummer moet nog op dreef komen. De eerste dag van december, de titel Dada. Deze opname daagt mij uit, ik weet niet waar ik was, ik hoor mensen zingen over Liesbeth, over erecties, over ongeremd, groeten uit, erectie. Op het einde wordt er gelachen. Dadaïsme? Op 7/1/2017 staat 'nieuwe opname' en ik hoor mezelf spreken. Dit zwembad is groot voor haar, water dat diep de angst veroorzaakt, ze vlucht in achteruit, ze zakt bij de rand van haar kunnen, ze neemt tijd uit haar pols...ach, wat een miskleun. Toen kon ik écht geen gedichten schrijven, wat deed ik in hemelsnaam? Was ik blind voor eigen mislukkingen? Diezelfde dag een tweede opname. Gedicht voor Astrid. Een tekst voor mijn overleden zus. Ik luister, zie me  wandelen met rozen naar het nummerveld. In hemden, in rokken, de gespen in broeken...is het niet vreemd te leven zonder zoeken? Ik stel vast dat ik schreef over mijn zus en dat ze daarmee niet dichterbij kwam. Ook nu niet. Het raakt me dat ik zo afstandelijk blijf in de tekst, misschien was ik bang om bij haar dood te komen. De vlammen in kaarsen, het vuur eruit, is het niet vreemd te leven zonder zoeken? Nu ik vroeg wakker ben, op 10/6/2026 besef ik dat ik nog niets anders heb gedaan, ik heb steeds geleefd om te zoeken. Vond ik haar, vond ik Astrid? Vond ik mijn andere zus? Vond ik mijn broer? Heb ik hen ooit ontmoet?  25/1/2017, de titel Summa. Enkele klanken die lijken op mensen die in een café op koffie wachten. Ik wis de ice coffee met hazelnoot. Lamento. Hier nu, langs het lange diepe water...het is zijn stem! Hij troost me. Elke keer troost hij me, en de vrouwenstem. Altijd maar je vogelkreet. 7u55: ik ga naar buiten en loop tot bij de wisteria, een meesje onder de blauweregen. Cultuur in eigen tuin, natuur met eigen ogen op te nemen.

Ingrid Strobbe
4 0