Lezen

I'm your M.A.N.

In mijn tienerjaren in de sixties ben ik aan het zwart-wit TV scherm gekluisterd voor de serie ‘The man from U.N.C.L.E.’ De Koude Oorlog tussen de V.S. en de Sovjetunie woedt in alle hevigheid. Misdadigers uit beide staten krijgen een tweede kans en worden agenten van geheime organisaties. Napoleon Solo, een professioneel inbreker wordt agent bij de CIA. Gaby Teller, de dochter van een Nazi-wetenschapper, die op het einde van de Tweede Wereldoorlog met de Amerikanen collaboreerde, helpt Solo om via Oost-Berlijn Illya Kuryakin te doen ontsnappen, een agent van de Sovjet-Russische staatsveiligheidsdienst KGB (Komitet Gosoedarstvennoj Bezopasnosti). Uiteindelijk vormen Solo, Teller en Kuryakiin  de kern van een nieuw internationaal netwerk van agenten die in alle landen operatief zijn. Het United Network Command for Law and Enforcement (U.N.C.L.E.) is een geheime organisatie waarvan voortaan ieder rechtgeaard persoon deel kan uitmaken. Via gecodeerde advertenties in TV magazines en jeugdkranten worden leden gerekruteerd.Ik weet dat veel van mijn vrienden en familieleden de serie volgen maar ben er van overtuigd dat geen van hen de onopvallende berichten hebben opgemerkt. In het grootste geheim heb ik mijn kandidatuur ingestuurd naar een postbusadres in Douglas op het eiland Man.  Twee maanden later krijg ik een briefomslag waarop duidelijk: ‘Personal & Confidential’ staat vermeld.  Gelukkig denkt mijn moeder dat het een grapje is van een van mijn vrienden en overhandigt mij de enveloppe zonder vragen te stellen. Trots lees ik op een bijgaand schrijven: vanaf vandaag ben jij een Man van U.N.C.L.E, één van de vele geheime agenten die garant staan voor het bestrijden van het onrecht in de wereld.  Er zit ook een pasje in waarop mijn foto staat en een stamnummer. Fier als een pauw, berg ik het document op in mijn nieuwe portefeuille, die ik kreeg samen met mijn  eerste identiteitskaart.      

Vic de Bourg
6 0

de kunst van de liefde aflevering 1

TEASER FADE IN: ENT. KLASLOKAAL – DAG- VERLEDEN  ELAINE zit in de klas. De leerkracht deelt blaadjes uit. LEERKRACHT Dit zijn de contactgegevens van jullie pennenvriend in Frankrijk. Als je vanmiddag thuiskomt stuur je meteen een mailtje. Dit doe je elke dag tot het einde van de maand. (in Frans) Iedereen begrepen? De bel gaat. De kinderen lopen uit het klaslokaal. ENT. HUIS JONGE ELAINE – DAG Elaine zit aan de computer. JONGE ELAINE Mama, kan je me helpen? LUNA komt er bij staan. JONGE ELAINE (V.O.) “(in Frans) Dag Simon, Mijn naam is Elaine. Ik ben 11 jaar oud. Ik woon in Rubia. Dat is een koninkrijk tussen Nederland, Frankrijk, Luxemburg en Duitsland. Ons symbool is de Fenix. Ik stak een tekening ervan in de bijlage. We wonen dicht bij de koninklijke familie” FADE-OUT: EINDE TEASER SCENE 1 FADE IN: EXT. HUIS OUDERS LUNA – NACHT- VERLEDEN Een taxi staat voor het huis. Luna’s vader RICHARD doet de deur open. RICHARD Luna? LUNA Pap. KRISTINA (O.S.) Wie staat er aan de deur, Richard? De mama van Luna KRISTINA komt erbij staan en kijkt Luna hooghartig aan. LUNA Mam. KRISTINA Sorry, we praten niet met vreemdelingen. Kristina wil de deur dichtdoen. RICHARD Kristina! Het is onze dochter. KRISTINA Jòuw dochter rende weg van huis en liet 4 jaar niets meer van zich horen. Luna heeft tranen in haar ogen. LUNA Het spijt me echt mama. Ik weet dat wat ik gedaan heb verkeerd is maar ik wil opnieuw beginnen. Ik wist niet waar ik anders naartoe kon. RICHARD Je kan in je oude kamer slapen. KRISTINA Dat kan ze niet. We gebruiken het nu als bergruimte. RICHARD Er staat niet zoveel in. Het kan gemakkelijk ergens anders geplaatst worden. KRISTINA Dan moet jij dat maar doen. Kristina loopt naar binnen. LUNA Dank je papa, we staan voor eeuwig bij je in het krijt. RICHARD We? Luna loopt naar de auto en haalt er haar slapende zoontje, JONATHAN uit. De vader betaald de taxichauffeur. Ze gaan naar binnen. INT. HUIS OUDERS LUNA - NIGHT Luna legt haar kindje op de zitbank. Haar mouw kruipt omhoog en blauwe plekken worden zichtbaar. Ze doet haar mouw vlug naar beneden. RICHARD Wie is dat? LUNA Dit is Jonathan. Ik kreeg hem 2 jaar geleden. Hij is zeer levensluchtig maar valt als een blok in slaap in de auto. RICHARD jij was vroeger ook zo. Kristina komt terug in de kamer. Ze neemt Jonathan van de bank in haar armen. KRISTINA je kamer is klaar. RICHARD ik dacht dat ik dat moest doen? KRISTINA ik kan mijn kleinkind toch niet op de zetel laten slapen? Kristina neemt Jonathan mee naar de slaapkamer. KRISTINA Kom kleintje, ik ben je Oma.   FADE-OUT: EINDE SCENE 1 SCENE 2 FADE IN: EXT. BEGRAAFPLAATS - DAG Het grafzerk van Richard en Kristina komt in beeld. Elaine legt bloemen bij het graf en gaat dan naast Luna staan die in een rolwagen zit. Ze doen allebei een gebed en Elaine duwt Luna naar de uitgang. LUNA bedankt om me naar hier te begeleiden. ELAINE Ik had het je toch beloofd, mama. Bovendien is het al een eeuw geleden dat ik het graf van Oma en Opa heb bezocht. Ze hebben zoveel voor ons gedaan, hen een keer bloemetjes brengen is het minste dat ik voor hen kan doen. En ik had nu toch een uurtje vrij. LUNA Waaraan heb ik zo’n goede dochter verdiend? Maar ik wil niet dat ik je teveel vermoei met mijn grillen. Je doet al 2, soms 3 jobs dat ik niet nog eens je vrije tijd moet afnemen. Elaine gaat op haar hurken zitten op ooghoogte van Luna. ELAINE Mama, dat doe je toch niet! Je weet dat je me nooit tot last kan zijn. Elaine gaat rechtop staan en duwt Luna verder. LUNA Waar werk je nu eigenlijk ’s nachts en ’s morgens? ELAINE Ah, ik wil je eigenlijk daarvoor nog bedanken. Dankzij jou goede connecties heb ik een goed betaalde schoonmaak job in het paleis kunnen veroveren. INT. APPARTEMENTSGEBOUW LIFT- DAG Ze komen aan in het appartementsgebouw en nemen de lift naar boven. LUNA Een schoonmaak job in het paleis? Is dat niet te lastig? Het paleis is gigantisch! INT. APPARTEMENT ELAINE/LUNA- DAG Ze gaan het appartement binnen. Ze begroeten Jules die het ontbijt heeft klaargezet. Elaine brengt haar mama naar de ontbijttafel en gaat ernaast zitten. ELAINE Mama, ik moet niet het hele kasteel schoonmaken. We krijgen elk onze vleugel. Bovendien is de job een verademing naast mijn ander werk. Er is niemand die me op mijn vingers kijkt of aan mijn oren zaagt. LUNA En heb je de koninklijke familie al ontmoet? ELAINE Ik betwijfel of iemand met een royaal leven voor 8u uit zijn bed komt. Bovendien kom ik als ‘groentje’ niet eens in de buurt van de vertrekken van de hoogheden. Ik mag er niet op hopen dat ik er de prins op het witte paard zal tegenkomen. FADE-OUT: EINDE SCENE 2 SCENE 3 FADE IN: ENT. AANKOMSTHAL LUCHTHAVEN - DAG TRISTAN komt aan in de inkomhal van de luchthaven. Hij doet zijn zonnebril af, kijkt opzij en glimlacht. ENT. VIPRUIMTE LUCHTHAVEN- DAG Rond een kamer staan fans met spanborden. De bodyguards houden hen op afstand. Tristan wordt er doorgelaten. De prins, DOMINIC zit in een zeteltje iets te drinken. Ze omhelzen elkaar. TRISTAN Dat is lang geleden! Kwam je niet een dag na mij terug thuis? DOMINIC Dat is zo naar de pers gecommuniceerd zodat ze me niet zouden opwachten. Blijkbaar heeft iemand ons plannetje gelekt. De prins kijkt alsof hij het verschrikkelijk vindt. TRISTAN Kom, kom, uwe hoogheid nu je terug bent zal je hier moeten aan wennen. DOMINIC Om eerlijk te zijn had ik helemaal nog geen zin om terug te komen. TRISTAN Ik ken dat gevoel. DOMINIC Waarom ben je dan teruggekomen? Niemand dwingt jou om een koninkrijk te leiden. TRISTAN Nana fluisterde me dat een zekere prins me wel eens nodig zou kunnen hebben bij zijn terugkeer. DOMINIC Dat is heel nobel van je. TRISTAN En mijn geld was op. DOMINIC Daarom dat je voor de positie van mijn kamerheer hebt gesolliciteerd. TRISTAN Prins- Assistent DOMINIC Ik dacht dat broers elkaar onvoorwaardelijk helpen. TRISTAN Broers in hart, maar niet met dezelfde status en financiën. DOMINIC Ik ben zeker dat Nana, je zo veel bonussen heeft, dat je na 1 maand al op pensioen kan. TRISTAN Ik weet het, maar geef toe, wie is er beter voor de job dan ik? Wie kent als geen ander jou en de Beau Monde het best? DOMINIC Als je er op staat. Begin dan maar door mijn afleiding te zijn. TRISTAN Afleiding? Tristan gaat verkleed als prins, met een zonnebril en hoed op door de mensenmassa. De prins komt later uit de kamer en volgt hen zonder de aandacht te trekken van anderen. FADE-OUT: EINDE SCENE 3 SCENE 4 FADE IN: INT. BEDIENDEVERTREKKEN PALEIS - NACHT Elaine doet haar werkkledij aan. MIRANDA de huishoudster geeft haar instructies. ELAINE Goede morgen! MIRANDA Anne is ziek, dus jij neemt haar vertrekken over. Ik ben in de buurt als je vragen hebt. FADE IN: INT. PORTRETTENHAL PALEIS- NACHT Elaine kuist de vertrekken. Ze heeft muziek in haar oren en neuriet mee. Ze staat af en toe stil bij de schilderijen die ze tegenkomt. ELAINE Jij kijkt nogal zuur zeg! De schilder deed anders een magnifieke job om je op doek te krijgen. FADE IN: INT. KUNSTWERKENHAL ‘DE LEEUW’ PALEIS – NACHT Elaine heeft veel bewondering voor de kunstwerken die in de hal staan/hangen. Ze blijft stilstaan bij een schilderij van een man met een brandende fakkel en vrouwengezicht. ELAINE “Elaine van (in Pools) De Leeuw” FADE IN: INT. SALON NAAST SLAAPKAMER NANA – NACHT Dominic stap de kamer binnen, NANA zit in de zetel met een kopje thee. NANA Goede morgen kleinzoon! Kan je niet slapen? DOMINIC Eindelijk heb ik rust en toch kan ik niet slapen. Het zal wel de jetlag zijn. Waarom ben jij zo vroeg op? NANA Op mijn leeftijd heb je niet veel slaap meer nodig. Zin in een kopje thee, of iets straffers? DOMINIC Nee dank je, ik denk dat ik maar weer naar mijn slaapkamer ga om nog een paar uurtjes rust te vinden voor ik weer uit de veren moet. NANA Veel succes! FADE IN: INT. GANG NAAST SALON – NACHT Dominic komt de hang op, waar hij Elaine ziet, die aan het kuisen en zingen is. Zij heeft hem niet gezien. De prins kijkt naar haar. DOMINIC (tegen zichzelf) Alsof ik met die herrie zou kunnen slapen! Elaine klimt op een ladder om het plafond te kuisen. Ze valt bijna naar beneden. De prins houdt haar tegen door een hand op haar kont te leggen. ELAINE Bedankt. Elaine kijkt achter zich en ziet dat het een man is. ELAINE Zou je nu mijn kont willen loslaten? Dominic neemt meteen zijn hand weg. DOMINIC Ik wou je alleen maar helpen. ELAINE Dank je, maar nu kan je verder gaan met je job, zodat ik kan verder gaan met de mijne. DOMINIC Dat gaat moeilijk als je zoveel herrie maakt. ELAINE Excuseer? Wie denk je wel dat je bent? (tegen zichzelf) Eerst zijn hand op mijn kont leggen en nu mijn zangkunst beledigen. De huishoudster, Miranda komt poolshoogte nemen. MIRANDA Lukt het een beetje Elaine? ELAINE Het ging prima, tot meneer hier me stoorde. DOMINIC je viel bijna van de ladder, ik heb je gered. ELAINE Dat heeft je nog niet het recht om je hand op mijn kont te leggen of mijn zangstem te beledigen. De huishoudster schrikt als ze ziet dat Dominic voor hen staat. MIRANDA Uwe hoogheid! (al ratelend)  Neemt u ons niet kwalijk. Elaine is nog niet zo lang in dienst. Ze kuist meestal niet zo dicht bij de koninklijke suites. Als u haar wilt ontslaan DOMINIC (CONT’D) Dat is niet nodig, zolang ze maar haar excuses aanbiedt. Nana komt uit de aangrenzende kamer. De huishoudster krijgt bijna een hartaanval en wuift zichzelf koelte toe. MIRANDA Uwe hoogheid!? Onze oprechte excuses om u te storen. NANA Niemand heeft me gestoord, mevrouw Miranda, ik kwam net de kamer uit. Wie moet zijn excuses aan wie aanbieden? MIRANDA Elaine was onbeleefd tegen de prins, uwe hoogheid. NANA Je naam is ook Elaine? Wat een toeval. Elaine kijkt naar de grond en bloost. ELAINE Ik ben naar u vernoemd uwe hoogheid. (tegen Dominic, bozer) Mijn excuses voor mijn gedrag uwe hoogheid. DOMINIC Het is al goed. NANA En nu bied jij je excuses aan ‘RuRu’ DOMINIC (zeer gegeneerd) Nana!? NANA Je hand op een vrouw haar derrière plaatsen en haar zangkunst beledigen, is niet netjes Dominic, zo heb ik je niet opgevoed. DOMINIC Mijn excuses, juffrouw Elaine. NANA Dat lijkt er meer op. Ik stel voor dat we deze hardwerkende mensen hun job laten doen. Goedendag Miranda, Elaine. FADE-OUT: EINDE SCENE 4 SCENE 5 FADE IN: INT. SLAAPKAMER DOMINIC – OCHTEND Tristan doet de gordijnen open in de kamer van de prins. Dominic bedekt zijn ogen met zijn handen. TRISTAN Goede morgen, schone slaper! DOMINIC Hoe laat is het? TRISTAN Het is zeven uur. DOMINIC Zeven uur!? Wie staat nu in vredesnaam op zo’n uur op? TRISTAN Een prins met een dagschema. DOMINIC ik had gehoopt dat moeder me wat voor de 1ste weken zou sparen! TRISTAN Dat doet ze ook, er staan enkel deze morgen een vergadering en deze namiddag een bedrijfsbezoek op. DOMINIC Wanneer begint die vergadering? TRISTAN Negen uur stipt. DOMINIC Dan kan ik nog wat blijven liggen. Ik kan de slaap gebruiken. TRISTAN Slechte nachtrust gehad? DOMINIC Je zou voor minder; als Nana je opnieuw ‘Ruru’ noemt. Tristan schiet in de lach. DOMINIC Zal ik je vanaf nu ook terug ‘Popo’ noemen? TRISTAN Liever niet, wat is er gebeurd? DOMINIC Een dienstertje viel bijna van de ladder en ik heb haar gered. TRISTAN Dat klink heldhaftig, niet echt een reden om je ‘Ruru’ te noemen. DOMINIC ik hield mijn hand per ongeluk op een nogal ongelukkige plaats en ze werd kwaad. Nana vond dat ik mijn excuses moest aanbieden. TRISTAN Dat meisje klinkt als een vurig ding. DOMINIC Toen ze wist dat ik de prins was, stond ze er toch nogal schaapachtig bij. Maar ik hoop ze niet nog eens tegen te komen. Het is heel langgeleden dat ik nog eens een uitbrander gehad heb. TRISTAN Van Nana of van een jonge vrouw? DOMINIC Beide. TRISTAN Dan zou ik nu opstaan, Nick, tenzij je nog een preek wil. DOMINIC Ga jij me nu de les spellen, ‘Popo’? Dominic gooit een kussen naar Tristan. Tristan vangt het kussen op en legt het weg. TRISTAN Ik zou niet durven. Je moeder daarentegen (pauze) ze wacht op je bij het ontbijt. De prins strompelt uit bed. DOMINIC Waarom heb je dat niet eerst gezegd!? TRISTAN Ik zei toch dat ze een schema had opgesteld? Zal ik je helpen? FADE IN: INT. EETZAAL – OCHTEND De eetzaal is leeg wanneer Dominic en Tristan binnenkomen. DOMINIC Ze is er niet. Heb je tegen me gelogen, Tristan? Tristan vraagt het aan een bediende. TRISTAN Ze is al op haar afspraak. DOMINIC Kon je me niet wat meer opjagen? TRISTAN Bang voor een 2de uitbrander? DOMINIC de koningin geeft geen uitbranders, ze pakt het veel subtieler aan. TRISTAN Dan zou ik maar braaf ontbijten en je klaarmaken voor de vergadering. FADE IN: INT. BEDIENDEVERTREKKEN PALEIS – OCHTEND Elaine zet al het kuisgrief weg en doet haar werkkledij af. Een bediende komt aangelopen. BEDIENDE Elaine? Je zou nog even naar de keuken moeten gaan. FADE IN: INT. KEUKEN PALEIS – OCHTEND Elaine vraagt aan de koks waarom ze daar moet zijn. Zij wijzen naar een ontbijt dat voor haar klaarstaat. Er ligt een kaartje bij. NANA (V.O.) “Beste Elaine, ik bied namens mijn kleinzoon nog eens mijn excuses aan. Ik hoop dat je dit ontbijtje aanvaart als zoenoffer. Voel je niet gegeneerd! Elaine’s moeten voor elkaar zorgen.” Elaine neemt het ontbijt mee naar buiten. FADE-OUT: EINDE SCENE 5 SCENE 6 FADE IN: MONTAGE- TUSSEN BEDRIJF WAAR ELAINE WERKT EN ACTIVITEITEN DOMINIC A)           WINKELSTRAAT -- Elaine koopt koffie en ontbijt voor collega’s.   B)           BUREEL BEDRIJF ELAINE — Elaine zet de koppen koffie en ontbijtzakjes op de juiste bureau.   C)           BUREAU ELAINE – Elaine gaat aan haar bureau zitten en krijgt mappen om te verwerken. Ze werkt en werkt,… er komen steeds meer mappen bij.   D)           VERGADERRUIMTE PALEIS – Dominic zit aan het hoofd van de tafel te luisteren naar de ministers.   E)           EETZAAL PALEIS – CECILIA zit al in de eetzaal. Tristan komt als eerste binnen en kust de wang van zijn moeder en fluistert iets in haar oor. Dominic komt binnen en begroet zijn moeder terughoudend. CECILIA Ik ben blij dat je me kan vergezellen voor de lunch. Dominic kijkt naar Tristan van ‘zie je wel dat ze subtiele uitbranders geeft’. CECILIA Hoe was de vergadering? F)            BUREAU ELAINE – Elaine neemt haar boterhamdoos om te eten maar zodra ze een wortel in haar mond steekt wordt ze gevraagd om een dossier af te werken. Ze legt haar boterhamdoos opzij en gaat weer aan het werk.   G)           PRODUCTIERUIMTE BEDRIJF ELAINE – Dominic, Tristan en de pers krijgen door de DIRECTEUR een rondleiding door het bedrijf. EINDE MONTAGE FADE IN: INT- BUREAU ELAINE- DAG Elaine krijgt telefoon van JULES, de oppas van Luna ELAINE (in telefoon) Geen paniek Jules, ik zal vragen of ik vroeger kan stoppen met werken. Elaine dient een afwezigheidsblaadje in bij de verantwoordelijken DANA en BAVO. Ze wil net eten. Ze komen bij haar bank staan. BAVO Elaine (pauze) ik zie dat je wat vroeger wil vertrekken. Ik vrees dat, dat niet zal gaan. Er is nog zóveel werk. ELAINE Ik zal morgen vroeger komen om het af te werken. DANA Misschien kan je tijd winnen door pas te eten als al je werk af is. ELAINE Ik hou het in mijn achterhoofd. Elaine stopt met eten. ELAINE En kan ik dan wat vroeger weg? BAVO Dat mag je (pauze)… Bavo komt zeer dicht bij Elaine en duwt zijn lichaam tegen het hare, de andere verantwoordelijke staat er om te lachen. BAVO …als je vanavond bij mij komt om alles af te werken. Elaine begint meteen terug te typen. ELAINE Dat zal niet nodig zijn. Ik ben bijna klaar met het ‘Buyssendossier’. Dana buigt zich voorover om te kijken en stoot expres een beker koffie om, op de werkmap. DANA Oeps, wat ben ik toch onhandig! ik vrees dat je toch terug zal moeten komen. ELAINE Is niet nodig, ik zal wel blijven tot het einde van de werkdag. Bavo legt zijn hand op haar dij en komt weer dichter bij. BAVO Elaine, Elaine, Elaine,… Dominic neemt Bavo’s arm in een houdgreep en duwt hem naar achteren. Tristan en de directeur staan achter hem. BAVO Auw! Wat doe je!? Iedereen schrikt als ze zien dat de man die zijn arm vasthoudt de prins is. Dana’s gezicht wordt bleek. DANA Uwe hoogheid. Dominic negeert haar en richt zich tot Elaine. DOMINIC Elaine, je hebt me nooit verteld dat je hier werkt. Dominic laat Bavo’s arm los en richt zich tot de directeur. DOMINIC Wist u dat Elaine ook in het paleis werkt? Het is bewonderingswaardig. (naar Elaine) Elaine, wil je ons vergezellen op de rondleiding? Dan kan je me vertellen wat je hier zoal doet. DANA Meneer de directeur, Elaine heeft nog veel werk en ze heeft al gevraagd om vroeger weg te mogen vandaag. Ik kan misschien meegaan. DOMINIC (CONT’D) Ik zal zorgen dat Elaine morgenochtend niet hoeft te werken in het paleis zodat ze hier haar werk kan inhalen, als dat voor u goed is meneer de directeur? DIRECTEUR Zeker, uwe hoogheid. FADE-OUT: EINDE SCENE 6 SCENE 7 FADE IN: INT- PALEIS, BUREAU CECILIA – DAG Cecilia zit in haar bureau, ze is aan het videobellen. NATHAN, een bediende, komt binnen met mappen. Cecilia onderbreekt haar gesprek. CECILIA Nathan, hoe verlopen de voorbereiding van het ‘welkomfeest’? NATHAN Goed, uwe hoogheid. CECILIA Wil je nog de zusjes Vandenabele uitnodigen? Ze zijn allebei al verloofd maar hebben goede connecties. Nathan noteert het. CECILIA Bedankt. FADE IN: MONTAGE- RONDLEIDING DOMINIC DOOR DIRECTEUR EN ELAINE A)           BUREAUS – Dominic vraagt iets aan Elaine en ze kijkt eerst angstig naar haar directeur maar weet dan veel te zeggen over de job.   B)           TEKENATELIER – Elaine en de directeur geven uitleg.   C)           VERGADERRUIMTE – Er wordt een presentatie gegeven.   EINDE MONTAGE FADE IN: INT- INKOMHAL BEDRIJF- DAG Tristan staat met Elaine te praten terwijl Dominic de directeur even apart neemt. Na hun gesprek vertrekken Tristan en Dominic. De directeur richt zich tot Elaine. DIRECTEUR Elaine, je kan nu gaan en morgen mag je, de bureau in het lokaal naast mij innemen. ELAINE Waarom meneer de directeur? Heb ik iets verkeerds gedaan? DIRECTEUR Integendeel Elaine; met zo’n rijke kennis over ons bedrijf heb ik je tot mijn persoonlijke assistent gepromoveerd. ELAINE Dank u wel! FADE IN: EXT- PLEIN VOOR HET BEDRIJF- DAG Elaine loopt naar buiten om op de bus te wachten. De auto van Dominic rijdt voorbij en stopt. Tristan vraagt of ze een lift naar huis nodig heeft. Elaine stapt in. Dominic zit naast haar. FADE IN: INT- AUTO- DAG ELAINE Bedankt om me een lift te geven. DOMINIC Het was zijn idee. TRISTAN Waar naartoe?, Juffrouw Elaine. ELAINE Holstraat 1, meneer. TRISTAN Komt in orde! En zeg maar Tristan. DOMINIC Jij bent toch een vreemde vrouw Elaine. ELAINE Hoezo? DOMINIC Deze morgen zette je me meteen op mijn plaats omdat ik ‘per ongelijk’ je (slik) derriére aanraakte maar daarstraks toen je collega je betastte zei je niets. ELAINE Nogmaals het spijt me, ik weet niet wat er mij deze morgen bezielde. Ik ben normaal niet zo vrijpostig tegen mijn meerdere. Ik kan het me niet permitteren om mijn job kwijt te raken. DOMINIC Heb je zo hard het geld nodig, dat je je laat pesten door die 2 slijmballen? Elaine draait zich gefrustreerd naar Dominic toe. ELAINE We leven niet allemaal in een paleis met gouden lepels, uwe hoogheid. DOMINIC (op luchtige toon) We eten niet met gouden lepels in het paleis en dat kan jij weten. De auto stopt voor haar appartement. ELAINE Bedankt om me een lift naar huis te geven, Tristan, (koel) uwe hoogheid. Elaine stapt uit de auto, maar laat haar tasje achter. DOMINIC (aan Tristan) Wat heb ik nu weer verkeerd gezegd? (al morrend tegen zichzelf) zeg maar Tristan… Tristan kijkt in de achteruitkijkspiegel en glimlacht. Hij ziet dat Elaine haar tasje vergeten is. TRISTAN Volgens mij is Elaine haar tasje vergeten.   FADE IN: INT- APPARTEMENT ELAINE/LUNA- DAG Elaine komt binnen in het appartement. Ze laat de deur open als ze ziet dat haar mama uit bed is en rent naar haar toe om haar te helpen. ELAINE Mama! Wat doe je uit bed? Je moet wachten tot ik er ben om je te helpen. LUNA Het is goed, liefje. Ik wou gewoon een glas water nemen. Elaine helpt haar mama tot in de zetel en gaat dan om een glas water. Haar mama krijgt een epileptische aanval. Elaine laat het glas vallen en wil haar mama opvangen.  Een mannenhand verschijnt die Elaine helpt.     EINDE AFLEVERING 1          

Liesbeth
40 1

De Liefde van de Man

Het struint door de dichte mist, blind als een mol. Maar ons heb helder zicht. Ons hoor het riet knikken. Ons voel zijn zuigende stappen in het veen. Ons ruik de stront tussen zijn billen.  Het zet nog een paar stappen. Ons voel het veen veren boven ons hoofd. Laat het verder lopen Aar. Laat het zich veilig voelen. Denken dat alles anders in het moeras net zo blind is als hij. Het kent ons niet. Oh nee, ons kent het nog niet. Het had in zijn hut moeten blijven.  Kom maar bij Aar.   Veen splijt en duwt ons omhoog. Het is niet ver gekomen nog, het gaat in domme rondjes. Zoekt het iets? Het deert niet. Óns zal het vinden. Ons zet een stap in zijn richting. Hard genoeg om ons te horen. Het lijkt het niet te merken. Ons zet nog een stap. Nu schiet het hoofd op van het lange lijf. ‘Is daar iemand? Wat..’ Het blijft staan en tuurt de mist in. Meestal rennen ze nu. Ons ren naar hem toe. Nu schrikt het pas. Het rent weg van ons, zwaaiend met zijn armen. Ons lach een schelle lach, maar de nevel maakt het dof. Met een blaas van ons lippen wijkt de mist.  Het kijkt om en ziet ons.  Ons lach een schelle lach. En pak hem.   Het hoest en maakt stikgeluiden. Ons rol met ons ogen. In het veen houd je je adem in je lijf. Het is zo dom als ons dacht. We storten langs het plafond ons huis in. Ons land plat op de voeten, maar het valt met een plof op de grond. Het ziet paars en ademt niet. Ons stamp een voet op zijn borst. Het buigt krom en hoest stukken grond op. Ons knik. Ons kan beginnen.   Ketel bruist en bubbelt, zoals ons graag zie. Ketel hangt midden in het huis. Hij is het centrum van ons kunst. Ons kreeg hem ooit van ons meesteres. Nee Aar, niet kreeg. Nam. De brouw zwelt al veel wenden. Zij is ook nog daar ergens, meesteres. Ons haal ons neus op en spuug in ketel.  Kook! Rijp! Til ons hoog! Ons roer en neem een lepel van de brouw. Ons loop naar de kooi. Het staat te wankelen op zijn benen. Het wrijft veen van zijn hoofd. Zijn ogen vallen op ons. ‘Ik heb u gevonden… Ik kan het niet geloven.’ Het heeft óns gevonden? Het is te hard gevallen zeker. Ons moet beter opletten volgende keer. ‘Aar? De veenvrouw?’ Ons stop. Het kent ons? Bij naam? ‘Ik.. Ik ben hier voor u!’ Ons denk na. Het deert niet. De wortels van de kooi wijken voor ons. Ons loop naar binnen. Lang is deze. Ons kom tot zijn hart. Maar niets is te groot voor Aar. Ons leg een hand op zijn arm. Het siddert voordat het lam wordt. Ons trek het op zijn knieën en wroet zijn mond open. De brouw glijdt naar binnen. Het biedt geen verzet. Ons laat de grip op zijn keel los om te zien wat het doet. Het drinkt gulzig terwijl het ons aan blijft kijken. Ons staar terug. Wat een vreemde. Ons laat hem. Terwijl ons eten maak en onder een berenhuid kruip klinkt gekerm uit de kooi. Goed. Zo moet het. Ons val in slaap bij dovende vlammen.   ‘Aar? Aar? Waar bent u?’ Ons krabbel terug naar wakker. Hoe lang heb ons geslapen? Te kort voel ons. ‘Aar?’ Het heeft ons wakker gemaakt. Tijd voor snijden. Ons kom bij de kooi, waar het op de knieën zit, zijn handen in elkaar gevouwen. ‘Oh dank u, dank u! Ik was zo alleen.’ Het aarzelt. Zijn voorhoofd druipt zweet van de brouw. ‘Gelooft u me niet? Ik ben hier voor u. Doe met me wat u wilt. Mijn wens is verhoord.’ Ons loop de kooi binnen en leg een hand op zijn arm. ‘Dat is niet nodig, echt.’ Ons doe het toch. Het wordt lam maar ziet en voelt alles. Ons pak zijn bovenste ooglid en snijd het met een nagel los van zijn hoofd. Het stukje vel met een rijtje haren bungelt voor zijn hoofd tussen ons vingers. Ons laat ons grip op hem los. Het ademt scherp in. Bloed stroomt in zijn oog dat nog half dicht kan. Het wrijft bloed weg maar het blijft komen. Het blijft wrijven. Maar het geeft geen kreet. Het slaat zijn ogen neer voor ons en buigt naar voren, als een reu zonder zaadballen. Ons loop weg.   Het vel verdwijnt in ketel. De drank rekt en vouwt zich. Een bel knapt content. Meer is nodig, dat is zeker. Maar het past. Het is wat miste. Een sliert brouw komt uit ketel en geeft het vel terug aan ons. Ons pak het en eet het. Ons proef wat het is dat past. Een onbekende smaak. Zoet, maar anders. Ons loop weer naar de kooi om het eens goed te bekijken. Zodra het ons ziet scharrelt het op de knieën. De kooi is vol schaduw. Ons maak vuur met een vingerknip. Dan maken ze hun monden heel wijd altijd. Ook deze. ‘Mag ik u iets vragen?’ Ons hef ons hand. Het sluit zijn mond en knikt zijn hoofd naar voren. Ons kijk ernaar. Het heeft zijn kleren uitgedaan. Door de hitte van de brouw denk ons. Het is groot, niet alleen lang. Onder het vuil glimt een huid licht als volle maan, en het heeft haren de kleur van stro. Ons breng ons hand omhoog. Het gaat staan. Tussen zijn benen hangt een lange pisser met grote ballen. Het verbergt zich niet zoals de anderen. ‘Kan ik iets voor u doen? Ik ben sterk en kan hard werken.’ Het buigt zijn hoofd wanneer ons naast hem kom staan. Ons pak zijn oor en trek het los van zijn hoofd. Het doet niets. Ons blijf een poosje staan, maar het blijft mak. Terwijl ons wegloop drukt het zijn hand tegen zijn oor.   Strohaar maakt zich nuttig later. Het maakt de vloer effen. Als ons slaap stookt het het vuur op. Het kan koud zijn in het veen. Het biedt me zijn vlees gewillig. Stukken die niet belangrijk zijn voor hem. Een lip. Een teen. Een oog. Als ketel de geest ervan heeft genomen, maakt het zijn eigen vlees klaar in een smakelijk maal. Ons smul ervan. Ons bood het hem aan maar hij wilde niet. Ons heb hem gedwongen. Het werd ziek. Nu eet het wortels. Er is een andere bij gekomen. Het liep in een groep van vijf. Deze gilden wel toen ze ons zagen. Ons koos er één omdat het ons aan Strohaar deed denken. Het zit in de kooi. Strohaar niet, Strohaar ontwijkt het. Wanneer het denkt dat ons het niet kan horen, praat het tegen Strohaar. ‘Broeder ik smeek je, help me hier uit te komen. We moeten haar doden. Er blijft niets van je over!’ Maar Strohaar ruimt en veegt en geeft en slaat er geen acht op. Wanneer ons zijn eerste ooglid los heb gemaakt, schreeuwt en vloekt het, en spuugt naar ons. De kooi knijpt het tot het stil is maar nog ademt. Strohaar ziet ons met het vel met de kleine haren. Het wendt zijn gezicht af maar ons zie zijn oog nat worden. Ketel neemt het vlees. De brouw golft en pakt de geest er uit. Het spuugt het vel uit. Het blijft plakken aan het veendak boven ons. Geen Strohaar, maar goed genoeg.    Ons neem vooral vlees van Geen Strohaar. Voor het slapen laat ons het voor ons dansen. Het doet Strohaar geen genoegen, maar hij kijkt. Hij doet alles voor Aar. Ons geef hem mos om op te liggen, en brouw om sterk te blijven. Als ons ons haren plat strijk maakt hij een groot oog en lacht met zijn blote tanden. Soms wordt zijn pisser groot. Het voelt dan warmer in het veen. Ons ben klaar om een poot te nemen van Geen Strohaar. Het zit weggedoken in een hoek. Ons open de kooi en loop ernaartoe. Het glipt langs ons voor ons het kan pakken. Rustig loop ons erachteraan. Ons hoor een gil en een bons. Strohaar houdt een stuk hout vast en Geen Strohaar ligt op de grond. Ons pak het bij de nek. Dood. Dood heb ons er niets aan. Ons word boos. Óns bepaal over de dood. Alléén Aar! Ons loop naar Strohaar, die het hout laat vallen. ‘Sorry,’ zegt hij. Ons hand schiet naar zijn arm maar stopt er vlak voor. Moet ons dit wel doen? Hij kijkt naar ons. ‘Ik hou van u.’ Ons hand sluit zich om zijn arm. Hij wordt lam. Met meer zorg dan ons dacht in ons te hebben, snijd ons zijn ene poot van zijn lijf, en daarna de andere. Ons geef hem brouw zodat hij niet dood gaat. Ketel neemt de poten gretig. De brouw verkleurt naar rode klei. Het is niet lang meer voor het ons hoog zal tillen. Laag bij de grond stooft Strohaar het vlees van één poot en pekelt het ander. Van het bot maakt hij soep. Ons smul ervan.   Strohaar kruipt naar ons toe. Hij hangt tegen ons been zoals hij doet. ‘Mag ik?’ Hij knikt naar ons schoot. Ons open ons benen. Ons zie alleen zijn haar terwijl hij van ons smul. Erna klimt hij op ons. Hij trekt aan zijn pisser en duwt zijn tanden tegen ons mond. Zacht aait hij ons haar. Dat heeft hij niet eerder gedaan. Ons ben verbaasd eerst. Hij haalt zijn tanden weg en hijgt: ‘Ik hou van je. Ik blijf voor altijd bij je.’ En dan weet ons het. Ons ken dit. Veel wenden geleden, van vóór ketel. Ons haat dit. Ons pak zijn pisser en ballen en trek ze van zijn lijf. Strohaar schreeuwt van schrik. Hij vouwt zijn handen en doet van sorry sorry sorry. Ons vertrek naar boven het veen. Bij nieuwe maan kom ons terug met acht hoofden van de hutten dichtbij. Ons gooi ze op de grond voor Strohaar. Hij heeft er geen oog voor. Hij smeekt ons om weer van hem te houden. Hij kruipt steeds achter ons aan en blijft om ons roepen. Ons kook van binnen, zoals ketel. Ergens weet ons dat Strohaar anders is. Zoet. Maar het is te laat. Ons heb besloten. De kooi pakt Strohaars armen en trekt hem omhoog. Ons kom voor hem staan, ons ben even lang als hem nu. Strohaar kijkt ons aan, water loopt uit zijn oog. ‘M..m..misschien wilt u nu stoppen.’ Óns bepaal! Ons snijd zijn tong los.   Ons heb er een met lang haar gepakt om voor ons te koken en huis te houden. Het kermt de hele dag, vooral als het Strohaar ziet. Hij kan niets meer nu ons ook zijn armen heb genomen. Ons had gehoopt dat het ons zo kon behagen als Strohaar deed. Maar het is niet zoals hij. Ketel deert het niet. Ketel is content. Maar ketel wil nog één ding van Strohaar. Zodat de brouw ons hoog kan tillen. Het lijkt of ons benen in veen blijven hangen als ons naar Strohaar toe loop. Ons kniel bij Strohaar. Hij kijkt naar ons met zijn oog. Blauw als de hemel op een dag zonder mist. ‘Het is bijna over,’ zeg ons. Strohaar heft zijn hoofd. Ons leg ons voorhoofd tegen het zijne. En snijd zijn hart los.   Langhaar komt binnen met een stoof van hart. Het ruikt zoet, maar anders. Terwijl ons eet denk ons aan ketel, midden in ons huis. De brouw is klaar. Zoveel wenden werk ons al daarvoor. Maar al wat ons wil proeven is het zoete hart van Strohaar. Ons tuur in de stoof. Water loopt uit mijn ogen.

Wet OpDeWalle
34 1

Zelluf doen

Als kind al was ik van het kaliber “zelluf doen”. Als oudste van vier kinderen werd dat ook wel een beetje verwacht. Er waren in het drukke gezin altijd wel dingen die meer aandacht nodig hadden. Wat je zelf kon, dat moest je ook gewoon zelf doen. Dat zelfde gold voor klusjes in huis. Afdrogen moesten we bij toerbeurt, je kamer opruimen was iets wat heel normaal was. En regelmatig werden we om een boodschap gestuurd. Ook toen ik ouder werd, vond ik het lastig om hulp te vragen. Ik ging liever zelf op onderzoek uit en pas als ik er zelf echt niet uit kwam, dan ging ik eens aan de bel trekken. Maar dat was echt pas als ik vastliep en het niet meer zag. Nadat ik mijn maatje had leren kennen, bleef dit mijn manier van leven. Mijn maatje was nl. precies hetzelfde. Die vond het ook maar lastig om om hulp te vragen. Natuurlijk overlegden we samen, maar dat was toch anders. Hij was de handige van ons twee en ik was meer de administratieve. Dat vulde elkaar lekker aan. Dus wat we konden, deden we samen. Nu ik alleen ben achtergebleven, merk ik dat ik tegen hele basale dingen aan loop. Sommige dingen lukken best hoor, zo heb ik laatst helemaal zelf het water in de verwarmingsketel bijgevuld omdat ik ’s morgens onder de douche wilde stappen maar enkel koud water kreeg. Na een rondje schelden ben ik op onderzoek uitgegaan en heb het voor elkaar gekregen. Een kwartier later stond ik onder een warme douche. Apetrots op mezelf. Andere dingen lukken me helemaal niet zelf. En dat zijn helemaal geen praktische zaken. Natuurlijk, ik vraag advies over dingen waar ik geen verstand van heb, maar ik moet echt leren om ook om hulp te vragen als ik het een keer moeilijk heb. Als het alleen zijn even echt te veel wordt. Ik vind het moeilijk, ik wil mensen niet tot last zijn. Het is geen kwaad wil, ik moet het nog leren. Maar ik doe mijn best en ik denk dat het steeds beter gaat. Gelukkig zijn er ook lieve mensen die geduld met me hebben. Die ook snappen dat het niet allemaal vanzelf gaat. Dat ik wel wil, maar soms mezelf gewoon in de weg loop. Want tja, eigenwijs ben ik en zal ik, vrees ik, ook altijd wel blijven.

Machteld
14 0

Mysterie in de bibliotheek

Het mysterie in de bibliotheek Hanengekraai en hondengeblaf begeleiden directrice Adèle om zeven uur s ’morgens naar haar school. De weg is stoffig en droog. Ook het openen van de grote metalen schoolpoort produceert een gekrijs dat je dagelijks hoort. Elke ruimte in de school heeft een naam, die mooi boven de deur is aangebracht. Keuken, bureau directrice, klas 1, klas 2, klas 3, toilet en bibliotheek. Buiten klas 1, 2 en 3, zijn alle ruimten volgestouwd met allerhande pluralia. De keuken bezit naast kookpotten en pannen ook tuingerief, borstels, een stofzuiger en vuilbakken. Alle administratie van de school bevindt zich in het kantoor van de directrice. Haar bureautafel is bedekt met stapels papier, farden met gekleefde etiketten, geopende brieven en opgerolde plannen van de nieuwe te bouwen school. Vijf computers van de eerste en de tweede generatie liggen als een puzzel op elkaar gestapeld. In de hoek naast het venster staan twintig oude landkaarten opgerold op houten stokken. Bij het verlaten van het bureau van de directrice, kijken we omhoog en zien we aan onze rechterkant het opschrift bibliotheek boven de deur. Bevinden zich nog boeken in deze ruimte? Zo groot als een klaslokaal, met drie rijen rekken in het midden en tegen elke muur. Al het schoolmateriaal dat nergens anders terechtkan is hier op de rekken geplaatst. Speelgoed, telramen, leien, brooddozen, verfmateriaal, atlassen en twee boeken. Buiten de vijf atlassen en de twee boeken vind je geen ander boek in deze bibliotheek. Twee boeken met de ronkende titels: Musique de l’Afrique en Handboek Aardrijkskunde Belgisch Congo. De gemeente zal de school sluiten wegens een gebrek aan fondsen. Ze zal ze dan op haar beurt zijn gang laten gaan. De opschriften boven de deuren zijn gebleven en het bureau van de directrice is kaalgeplukt. Eenmaal per week, op zaterdag opent de directrice de bibliotheek voor de omwonenden in de wijk. De bewoners snuisteren dan in tussen het schoolmateriaal, de atlassen, het speelgoed en de oude VHS-banden. Een week kunnen ze dan genieten van hun leenproducten.De twee boeken ‘Musique de l’Afrique en Handboek Aardrijkskunde Belgisch Congo zijn nog nooit uitgeleend. Is deze bibliotheek de voorloper van de hedendaagse bibliotheek, zoals we ze nu kennen.Als ik binnenstap in de bibliotheek waar ik bijna wekelijks binnenspring, merk ik dat het oude, sacrale en rustige van de bibliotheek uit mijn studententijd verdwenen is. De bibliotheekgangers lezen de krant, terwijl ze even de knop van het koffieapparaat indrukken voor een machinale koffie met melk. Jonge moeders komen binnen en doen een praatje met een collega, alsof de schoolpoort zich tot in de bibliotheek heeft gewurmd. Kleuters en lage schoolkinderen rennen door de bibliotheek, ploffen neer in de diepe zitzakken, met de nieuwste commerciële bestseller voor kinderen, aangeprezen door de Sint en de Kerstman. Even dwalen mijn gedachten terug naar de school van directrice Adèle. Ik zie en hoor haar de schoolpoort openen, gekrijs, blaffende honden en hanengekraai. Ze stapt door de halfdonkere gang rechtdoor naar haar bureau. Al openend bemerkt ze dat haar bureau leeg is. Ze sluit teleurgesteld de deur en stapt dan naar de deur met opschrift ‘bibliotheek’. Lichtjes bevend opent ze deur. Haar blikken dwalen door de ruimte, tot ze verschrikt merkt dat haar twee boeken verdwenen zijn. Op dat moment kijk ik naar het boekenrek met de nieuwste titels in mijn bibliotheek, Musique de l’Afrique en Handboek Aardrijkskunde Belgisch Congo.

Etienne
0 0

Boemerang

Ik herinner mij de zonneslag in een grijze Peugeot zwaarbeladen als een muilezel de zomerexodus van mijn zolderkamertje vol frisse dromen in Belgika naar dat wit huis in Maghreb waar mama in de keuken khobz kneedde die ik met zus bracht naar de farran bij de plaatselijk bakker We aten in een salon met sederi en bontgekleurde kussens in harmonie met lage tafels waaronder onze voeten bengelden op handgeweven tapijten We sliepen op matrassen en dekens op de grond centrale verwarming hadden we niet Onze behoefte moesten we achterlaten op een hurktoilet en onze huid gingen we scrubben in de hamam tot alle dode schilfers en preutsheid eraf vielen   Jurkjes, broeken, T-shirts, ondergoed, kousen wasten we in grote zinken wasteilen met water uit de waterput en later uit de kraan handen en bruine zeep waren onze wasmachine de zonnestralen op het dakterras onze droogkast het uitzicht op dat terras was stoffig, maar daar smulden we met de vriendinnetjes uit de keukenkast gejatte amandelkoekjes terwijl we ons verstopten achter handdoeken en lakens Voor die weken van komen en gaan van familieleden en buren die spioneerden naar het reilen en zeilen in Belgika hadden we een codetaal ontwikkeld   Ik herinner mij de hopeloze worsteling de sociale controle door baba en kompanen vreemde roots, traditie, religie, zoveel haram en nee het zondebokgevoel woekerde tussen mijn vingers onrecht om rekensommen te moeten maken bij zuster Serafien terwijl Lieve, Sabine, Tiny en Katrien werden ingewijd in de geheimen van school-, vlinder- en rugslag  geen toneel-, piano-, of tekenles maar Arabische les geen Chirokamp maar opruimen, kuisen en mondje dicht geen hotdog maar scherp geurend schapenvlees geen glinsterende kerstballen, geen barbiepop met nieuwjaar geen zakgeld voor de cinema of geflirt in discotheken maar familiegeroddel tot in de late uurtjes geen strakke jeans of hippe minirok maar afdankertjes waarin ik me verborg als een grijze muis    Nu nog krijg ik rillingen in een speeltuin waar ik  de schoen van baba opnieuw voel schoppen op mijn kont en een rode voortand zie landen over de schommel  in de zandbak waar mijn zelfvertrouwen ligt begraven

Fatiha Berrazi
45 1

Nee.

Nee. Zo’n simpel woord dat ik soms zo moeilijk vind om te zeggen. Niet letterlijk natuurlijk, ik krijg het woord ‘nee’ heus mijn gebit wel over. “Wilt u aangeven hoe tevreden u bent met uw aankoop bij toiletartikelen.nl?” Nee. “Mamaaaaa, mag ik een snoepje/ tv kijken/ heel hard mijn broer op zijn hoofd slaan met een barbiepop?” Nee. “Mogen wij u benaderen voor telemarketing?” NEE. Het wordt ingewikkelder wanneer de vraag listig wordt verpakt en ook nog dient voor het algemeen nut. “Ach, wil jij héél even voor mij die notulen uittypen?” Als je nu nee zegt heb je ook niet ‘héél even’ iets voor de ander over. Het is ook vervelend weigeren als er alvast enorme dankbaarheid wordt uitgesproken voor je medewerking. “Ik zou je echt eeuwig dankbaar zijn als jij even die deur in de grondverf zet”. Nou lekker dan, ben je ook voor eeuwig verontwaardigd als ik weiger?  Je assertiviteit wordt pas echt op de proef gesteld wanneer gesuggereerd wordt dat je eigenlijk lastig bent als je nee zegt. “Het is voor jou echt een kleine moeite hoor en je doet er tante Marja een heel groot plezier mee.” Manipulatie is het. En ik ben er nog gevoelig voor ook. En als het je ondanks die opgeworpen belemmeringen dan toch gelukt is om bij je NEE te blijven, dan komt het aller ergste: de onvermijdelijke teleurstelling bij de ander. Teleurstelling in je antwoord of nog erger: in jou als mens. En daar word ik ongemakkelijk van. Ik kan dat ongemak niet verdragen en zeg dan maar “ik doe het wel” om er vanaf te zijn. Ja, hallo allemaal mijn naam is Marleen en ik ben een pleaser. Of dat was ik tenminste. Ik ben mijzelf nu dus hartstochtelijk aan het omscholen. Ik vind oprecht dat ik op mijn 41e de positie verworven heb (binnen mijn eigen hiërarchie klaarblijkelijk) dat ik dingen mag weigeren. Dingen die ik niet wil, waar ik niet in geloof of waar ik niet blij van word. Klinkt goed hè? Dat vond ik zelf ook. Maar goed, en dan? Hoe dan? Ik sloeg driftig aan het lezen en luisterde een paar super inspirerende podcasts. Ook minder inspirerende overigens, er zijn verbazend veel energieke twintigers met power podcasts over ‘het leven’ viel mij op. Ik vind het bewonderenswaardig dat je op die leeftijd al zo intens aan het leven bent geslagen dat je met je opgedane levenslessen de wereld denkt te kunnen verrijken. Maar dat terzijde. Ik had met al mijn research genoeg voer om serieus vooruitgang te boeken in mijn eigen emancipatie. Vol goede moed sloeg ik aan het nee zeggen. Helaas bleek mijn omgeving nogal gehecht te zijn aan mijn medewerking en niet zo gecharmeerd van mijn nee. Ongemakkelijk dus. Voor mij. Volgens een van mijn bronnen moest ik mijn schuld nemen en mijn ongemak daarover uithouden. Dus dat zit ik dan nu maar te doen, uit te houden dat een ander minder blij is met mijn progressie op het assertieve front. Daar pieker ik dan vervolgens wel over maar hee, ik heb in ieder geval “nee” gezegd. En daar zit ik dan voet bij stuk houdend trots op te zijn. De beste inspirator bleek onverwacht mijn zoon van 9 jaar. Hij is regelmatig verdrietig thuisgekomen, omdat een jongetje hem schoppend in een hoek van de speelplaats had gedreven. En nu nodigde datzelfde jongetje hem uit voor zijn feestje, met een alsjeblieft erbij. Ai. Dat werd een dingetje vermoedde ik en ik begon me direct zorgen te maken om dat jongetje dat zich straks afgewezen voelt en die moeder die mij dan stom vindt en ondertussen had ik al 16 verschillende verontschuldigingen bedacht voor de situatie. Mijn zoon niet, hij had dat eens even kort en krachtig gecheft. “Ik wil niet op jouw feestje komen” had hij gezegd “want jij bent niet mijn vriend”. En dat was dat. Voor het jongetje ook helemaal oké appte zijn moeder. En zo zie je maar weer. Je moet er maar niet te veel woorden aan vuil maken. Nee is nee. Punt.   Deze tekst is ook te lezen op https://www.werkgeluk.nl/nee/  

Marleenvandecamp
24 0