Lezen

De lenteplooi

De lente brengt de wereld naar buiten. We groeten de bloesems, in sommige tuinen neem je al barbecuegeuren waar, de terrastafels en –stoelen worden uit de kelder van het café gehaald en de wielertoeristen fietsen hun winterbenen los. Na hun lentetocht zetten ze zich aan een fris gepoetst terrastafeltje. Daar zaten wij ook. Van de rust genietend, mijn krant lezend en me afvragend of het warm genoeg was om mijn vest uit te doen. Het wielerpeleton naast ons evalueerde de gepresteerde kilometers. Het waren noorderburen zo bleek. Een van de renners was in een vrolijke bui en klikte en tapte met zijn fietsschoenen op de terrastegels alsof het tapdans schoenen waren. Hij had er plezier in. Ik had al een paar keer boven mijn krant zijn richting uitgekeken, maar toen in het café de klassieker 'Heb je even voor mij?' weerklonk, en de waard de radio nog wat luider zette, ging hij helemaal los. Hij kon amper op zijn stoel blijven zitten. Tap klik tap klik tap tap klikkerdeklik tap. Zijn wielerkompaan naast hem zette het op een fluiten en een derde wielrenner maakte aanstalten om het refrein volmondig mee te zingen. Maar vooraleer hij luidkeels 'Heb je … ' zou uitstoten, bedacht hij zich en zette zijn bierglas aan de toch al openstaande mond. Mijn verontruste blik had misschien geholpen. "Denk aan iets anders", zei mijn vrouw. Dat ging niet meer. In mijn hoofd zag ik de wielrenner zoals Gene Kelly in de gietende regen 'Singing in the rain' zingen en ondertussen tapdansen. Met een fietspomp in de hand in plaats van een paraplu. Het volgende liedje was een traag nummer. Het tapdansen stopte. De wielertoerist riep de waard. "Wat hebben jullie van de tap?", vroeg hij met een Nederlandse tongval. Ik glimlachte en dat bracht mijn gezicht alsnog in een lenteplooi.

Rudi Lavreysen
9 0

Mooie herinneringen

Mooie herinneringen zijn eigenlijk de herinneringen die je terug doen denken aan de kleine dingen. Die brengen een glimlach op je gezicht. Als de lente begon en de zonnestralen aan kracht wonnen, begon mijn maatje weer een beetje zichzelf te worden. Voor iemand die heel veel buiten werkte, was hij een zeldzame koukleum. Op zo’n dag kreeg ik dan een appje, “heerlijk op een muurtje met mijn rug in de zon, lekker een sigaretje roken”. Daar kon hij enorm van genieten. En ik van zijn berichtje. Of de dagen dat we aan het eind van de dag een mand met eten in de boot zetten en nog even een uurtje gingen vissen. Zomaar, een klein stukje varen vanuit ons haventje. Gewoon zitten, luisteren naar de natuur en kijken naar de zon die onderging. We hebben zelfs een keer gebarbecued op de boot op de avond dat Nederland een hele belangrijke voetbalwedstrijd moest spelen. We leken wel alleen op de wereld. Het water was helemaal van ons. Geen idee trouwens wat de uitslag van de wedstrijd was, dat was helemaal niet belangrijk. Ik merk dat deze kleine herinneringen zitten in de dingen die ik dagelijks tegenkom. Het maakt dat ik dan ook dagelijks terugdenk en glimlach. Een romanticus zou het een zoete pijn noemen. Die wordt afgewisseld met het scherpe weten van het gemis. Misschien komt het ooit tot een balans. Nu nog niet, dat is nog te vroeg. Mensen hebben het vaak over ‘de mooiste dag van hun leven’. Ik zou het niet weten. Mijn maatje ook niet, dat weet ik zeker. We hadden het er wel eens over. Maar er waren zo veel mooie dagen. Zo veel mooie herinneringen. En die waren helemaal niet groots en meeslepend. Het zijn de herinneringen van twee mensen die gewoon heel veel van elkaar hielden en graag bij elkaar waren. Oh, en natuurlijk, we waren het niet altijd eens. Er waren zeker dingen en onenigheden. Tenslotte waren we twee heel verschillende mensen. Maar dat lijkt nu allemaal zo onbelangrijk. Want Alfred Tennyson had gelijk toen hij zei; “it is better to have loved and lost than never to have loved at all.” Hoe schrijnend het ook is “to have lost”.      

Machteld
12 0
Tip

Het klimaat

‘Waarom heb jij zo’n grote borsten en ik zo’n kleine?’ Dat is een vraag die ik aan elk lid van mijn vierentwintigborstig volleybalteam kan stellen onder de douche. Maar dit keer wordt ze aan mij gesteld. Laat ons even vergeten dat ze uit de mond rolt van mijn vijfjarige zoon. Hij kaapt een primeur weg met deze opmerking, waardoor ik even met mijn glimlachende mond vol tanden sta. Waarom mijn borsten groter zijn dan de zijne? Het hangt er maar van af waarmee je vergelijkt. Uiteraard vergelijk ik ook. Vooral met elk lid van mijn volleybalteam, waar even veel vel als verhalen worden blootgelegd onder de douche – love you ladies. Maar ook met saunagangers die, eenmaal boven de veertig, zelfs geen moeite meer doen om het gevecht met de zwaartekracht te verstoppen. Schoon vind ik dat. Ik ga niet ontkennen dat ik mij soms schaam over mijn borstgrootte (kleinte is nu eenmaal geen woord). Vooral vroeger, in mijn puberjaren. Eerst die pijnlijke schijfjes die je probeert te verstoppen onder een t-shirt, zoals een kleuter onder een deken – voor mensen zonder kinderen: dat is geen succes. Te klein voor een deftige mousse bh, te klein voor geen deftige mousse bh. Dan heb ik het helaas over de huidige stand van zaken, en niet meer over die schijfjes. Als mijn kinderen de klimaatopwarming waren, vertegenwoordigen mijn borsten de gletsjers die langzaam inzakten. ‘Ach’, troost mijn vriend mij, ‘ze zijn klein maar stevig.’ Dan heeft hij het helaas over mijn borsten voor het moederschap, en niet meer over de huidige stand van zaken. Want met twee borstgevoede kinderen gaf ik, naast mijn slaap, ook mijn stevigheid op. Als mijn kinderen de klimaatopwarming waren, vertegenwoordigen mijn borsten de gletsjers die langzaam inzakten. En mijn tepels de bomen die tevergeefs recht probeerden te blijven op iets wat vroeger voelde als vaste bodem. Hoe deprimerend. Al hangt het er maar van af waarmee je vergelijkt. Het klimaat is zoveel deprimerender. ‘Ach’, troost ik mezelf, ‘ze zijn klein en niet meer stevig maar toch de perfecte cadeautjes van moeder natuur.’ Want hoe dankbaar ben ik voor die drie volle jaren dat ik mijn zonen mocht voeden. Dat ik ze zo dicht bij mijn hart mocht dragen. Ze mocht sussen met de twee betrouwbaarste bomen die mijn gletsjers rijk waren. Klein maar groots. Hoe bijzonder. Die momenten nemen ze mij nooit meer af, in tegenstelling tot mijn stevigheid. Die vloeide weg tot een stevige basis voor mijn kinderen. En dat is een wonder. Het hangt er maar van af waarmee je vergelijkt.

Rien Mertens
114 5

Wat echt belangrijk is..

Op vrijdag doe ik de wekelijkse boodschappen. Dat doe ik al zo lang als ik me kan herinneren. Eerst samen met mijn maatje. Later ging ik direct na mijn werk naar de supermarkt zodat het weekend kon beginnen als ik thuis was. Dan stond er een glaasje klaar als ik binnen kwam. Dat glaasje is nog steeds de start van het weekend, ook al moet ik het nu zelf inschenken. Stef volgt altijd met interesse de tassen die uit de auto komen. Er is ook altijd een tas voor hem bij, tenslotte eet hij een blik sperziebonen per dag. Ik vraag me nog altijd af wat de kassières denken als ik 7 blikken boontjes in mijn karretje heb staan. En eerlijk is eerlijk, meestal breng ik wel iets extra’s voor Stef mee. In de meeste supermarkten koop je 3 bakjes met worst of kaas voor 5 euro. En een bakje leverworst kan altijd wel mee. Natuurlijk, het is slecht, hij wordt er dik van en eigenlijk moet ik hem alleen hondensnoepjes geven maar ach, ik doe het ook een beetje voor mezelf. Ik kan er stiekem van genieten dat hij het zo lekker vindt. Laatst was het mooi weer op vrijdag. Dus, boodschappen opgeruimd, glaasje ingeschonken en even in de zon. Lekker. Gewoon even zitten voor het weer tijd was om te eten. Stef had gevolgd wat ik had gekocht en had gezien dat het bakje met plakjes worst op het aanrecht was blijven staan. In zijn ogen een goed ding. Dat ik het vervolgens daar liet staan was natuurlijk minder, misschien een vergissing? Hij probeerde me er in ieder geval wel attent op te maken. Strategisch geposteerd halverwege mij en de leverworst, stond hij me aan te kijken. Als hij mijn blik ving, draaide hij zijn kop richting aanrecht. Alsof hij wilde zeggen, hé, je bent echt iets vergeten. Het werd een spelletje, ik keek weg, dan naar Stef en dan richting de keuken. Arme hond, om hem zo te plagen. Nu is het wel zo dat hij moet weten dat hij niet de baas is, al zou hij dat graag willen, maar dat ik bepaal wanneer hij wat krijgt. Dus ik liet me niet dwingen en bleef lekker genieten van de warmte van de zon. ’s Avonds heeft hij zijn deel van de leverworst toch wel gekregen. In opperste aanbidding stond hij naast mijn stoel. Natuurlijk moet ik wel reëel blijven, die aanbidding gold deze keer echt niet mij.            

Machteld
15 1