Lezen

Knie

  In gedachten zink ik weg tussen een toast advocado met omelet/spek en rucola. Ik besluit m'n gedachten vorm te geven en stap een eetzaak bij me in de buurt binnen.   Een jong, vriendelijk meisje is snel bij me om m'n bestelling op te nemen. 'Doe mij maar zo'n bruine toast met rucola en spek/omelet', zeg ik tegen haar.   Lang wachten zal het niet worden, denk ik als ik even om me heen kijk. In afwachting van m'n toast neem ik even een vleugje krant erbij. Ik lees dat een Feyenoord supporter een crowdfunding heeft georganiseerd zodat de club een speler zou kunnen aankopen, maar volgens de regels mag je geen spelers aankopen met het geld van een crowdfunding. Regels, die zijn toch nergens makkelijker te omzeilen dan in het voetbal, toch? De man heeft 51.000€ ingezameld en de speler in kwestie moet 4miljoentjes kosten. Een voetbalspeler kost nu eenmaal het veelvoud van een huis. Ik weet ook niet wie die regel heeft bedacht. De voorzitters van de clubs beschikken ook niet altijd over de meest ethische normen en waarden. Maar goed, de man van de crowdfunding krijgt doodsbedreigingen van medesupporters die hem betichten van oplichting. In hun gedachten ligt de man met hun geld tussen blootwuivende palmbomen, omringd door alles wat z'n gulzige mond begeerd. 'Blootwuivende palmbomen', niet eens een bestaand begrip, maar de mens struikelt wel eens over zijn woorden als hij het gevoel krijgt dat er geld uit z'n zakken wordt geklopt.    Wat verder lees ik dat Johnny Depp z'n ex-vrouw heeft verkracht met een lege fles drank onder invloed van cocaïne en wijn. Goed om weten dat Johnny dusdanig ver van zichzelf verwijderd was om dergelijke daden te realiseren. Of wil z'n ex een miljoentje meer uit Johnny's krent nijpen met haar verhaal? Wie zal het zeggen. De media doet haar job, de rest lijkt bijzaak. Nu ik meester van al deze info ben, lijkt verlichting van geest me weer wat dichterbij.   Ondertussen stapt het jonge, vriendelijke meisje op me af met m'n toast. De krant leg ik wijselijk aan de kant zodat ik zeker niet op het idee kom om Johnny's gedrag te kopiëren met m'n toast, maar het meisje mag gerust zijn, ik heet niet Johnny, maar Seppe.   Terwijl ik geniet van m'n toast, stapt er een relatief kleine man binnen. Uiterst verzorgd, afgeborsteld tot in de puntjes. De veters van z'n schoenen zijn symetrisch geknoopt en z'n haar heeft veel weg van een perfect opzetstukje dat hij iedere avond ostentatief op z'n nachtkastje legt. Prominent begint hij te vertellen tegen de man achter de toog hoeveel last hij heeft van z'n knie. Over ontstekingsremmers die hij moet nemen, tot de last die z'n knie hem bezorgd tijdens het verorberen van een 4-gangenmenu. Even zie ik zelfs z'n hoofd in een knie veranderen, maar dat is pure schijn, m'n fantasie wordt meester over me.    In spirituele/oosterse denkwijzen gaat men vaak op zoek naar onderliggende oorzaken van bepaalde symptomen/ziektes. Ik las er al wat over en vond er wat waarheid in terug voor mezelf. Right, die vind je ook in horoscopen. Knieletsel zou staan voor 'koppige trots, arrogantie en onbuigzaamheid. Hard en onverzettelijk. Niet willen toegeven.' Ik heb zelf ook last van m'n knie en heb wel eens schuldig gepleit aan koppige trots en niet willen toegeven. Op de andere peilers scoor ik dan weer wat lager. Ik mag niet oordelen, maar als ik naar de de man z'n haar kijk en me bedenk hoe hij het s'avonds op z'n nachtkastje legt terwijl z'n vrouw zucht, schiet 'ombuigzaamheid' me door het hoofd. Nadat hij z'n verhaal tegen 3 mensen achter de toog heeft gedaan en 1 dame voor de toog, stapt hij naar buiten met z'n broodje préparé. In m'n ooghoek zie ik een ombuigzame trek rond zijn mond. Of slaat m'n fantasie weer op hol?   T'is vrijdag en de zon schijnt, da's ook al iets.

Sepschrift
6 1

onderhuids 3

Ik ben bang van lege kamers. Als ik er een zie, dan sluit ik me erin op. En dan wacht ik af.Ik las overlaatst een boek. Het ging over een generaal die een gevangen monnik martelde, om iets te weten te komen. Maar wat de generaal ook deed, de monnik gaf niet toe. Eenzaamheid. Stak een oog uit. Keek hem aan zonder iets te zeggen. Liet hem verhongeren. Maar hoe dan ook, hij geraakte niet bij hem binnen.  Uiteindelijk bedacht hij zich. De enige waar de monnik voor zou zwichten, was de generaal zelf. Toen stak hij zichzelf neer. Leegbloedend keek hij naar de monnik, maar die gaf geen kik. De mannen van de generaal begroeven hen toen samen op een heuvel. Niets willen is alles hebben, alles willen is niets hebben. Dat leerde ik eruit. Een ander verhaal ging over een man die een vrouw wou helpen die in panne was. Hij parkeerde zijn auto achter de hare. Ze stapte uit en zei dat ze op glasscherven was gereden.Terwijl ze beide wachtten op de takeldienst zeiden ze geen woord. Uiteindelijk gingen ze beiden hun eigen weg zonder ooit contact te hebben gemaakt. Daarna las ik een ander verhaal. Een dokter holde een leven lang achter het geluk aan.Aan het eind besefte ze dat ze altijd al gelukkig was. En ze stierf, ondanks alle spijt, tevreden. De dagen daarna las ik een verhaal over een schrijver. Gewoon een schrijver.Het laatste boek dat ik las ging over een man dat mee in de put sprong. Hij was, denk ik, bang om alleen te zijn.  Ik ben ook bang om alleen te zijn. Hoewel ik me vaak alleen voel, als het raam van een warm gezin. Zo lijkt de wereld door me heen te staren. Ik ben hier noch daar, ik kijk nog beleef. Maar ik zou zeker, heel zeker in de put springen om bij het meisje te kunnen zijn.

Stelselmatig
10 0
Tip

Kamer met uitzicht

De ryokan-eigenares in Aska laat ons de kamer zien. ‘Keurig,’ zeg ik. De acht tatami mat kamer is klein, maar ziet er netjes uit. De prijs is heel schappelijk. ‘Prima voor een nacht,’ zeg ik. ‘Ik zal zo de bedden voor jullie opmaken,’ zegt de eigenares. ‘De toiletten en het gemeenschappelijk bad zijn aan het einde van de gang. Ik laat het jullie even zien.’ We sloffen achter haar aan. ‘Jullie zijn vast moe van de reis.’ We knikken. ‘Het valt gelukkig mee. We komen niet van ver,’ zegt A. We lopen langs een andere kamer. ‘Als jullie willen, kunnen jullie ook deze kamer nemen.’ De eigenares schuift de deur open. Ze stapt naar binnen. Het is een ruime 12 tatami kamer. Met een alkloof van berkenhout. Aan de muur hangt een roltekening. Bergen in de mist. ‘Deze kamer heeft een mooi uitzicht.’ Als we de andere kant opkijken, slaken we een kreet van bewondering. Door het raam, rolt de natuur zich, in de late namiddag zon, in prachtige pastelkleuren voor ons uit. We zien trapvormige rijstvelden. We zien bergen. Het uitzicht is een plaatje. ‘De kamer kost wel meer,’ zegt de hoteleigenares alsof ze een kunsthandelaar is die een schilderij verkoopt. Ze noemt het dubbele bedrag van de kleine kamer. ‘Maar dan heb je wel een prachtig uitzicht!’ ‘Welke kamer zullen we nemen?’ vraagt A. Meer voor de vorm. Want een blik van mij en hij weet genoeg.  ‘Zullen we deze kamer nemen? Het uitzicht is prachtig.’ ‘Ok. We nemen deze kamer.’ De eigenares knikt tevreden. Als de bedden zijn opgemaakt, trekken we onze yukuta aan en gaan in bad.  Hoe groot is onze teleurstelling als we terugkomen in onze kamer. De dure roltekening is opgerold. De avond is gevallen. Buiten is het pikdonker.        

Margaretha Juta
74 3

Jobstudenten aan de macht

De airconditioning blaast op 12. De muziek dreunt 28. Welkom op Camping Summer Bash Supermarkt! “This ain't nothin' but a summer jam. We're gonna party as much as we can”De overheid kondigde gisterenavond een hitteplan af. Als een brave burger met burgerzin winkel ik in de voormiddag en schuil voor de rest van de dag, thuis met de rolluiken dicht. Eindelijk, ik heb de zelfscankassa bereikt. Ik wil hier weg! Mijn maag krimpt voor de zoveelste keer in elkaar. Waarom staat die airco zo koud? En de muziek zo luid? Ik word oud.Ik scan haastig mijn laatste boodschappen: nog één krop botersla en vier tomaten. ‘Hallo mevrouwtje! Even controle van uw boodschappen!’ , een zestienjarige in een donkerblauw t-shirt met op zijn rug in witte letters “Jobstudent”, spreekt me iets te vlot aan.Ah, zo wordt hier de rangorde bepaald. Ik kijk terug de supermarkt in: vandaag zijn er alleen maar donkerblauwe t-shirten aan het werk. ‘Moet dat echt? Ik heb net alles in mijn rugzak gestoken. Alleen nog deze tomaten…’‘Ja, sorry mevrouwtje, ik doe ook maar mijn werk’, zegt hij met kalme stem en laadt mijn rugzak terug uit. Hmmm… De sfeer tussen ons zakt tot onder het vriespunt. Als hij hier de regels maakt… Wat een sfeerspons! ‘Ben jij dan ook verantwoordelijk voor de airco en de muziek? Moet ik voor mijn bezorgdheden daarover bij jou zijn?’ , antwoord ik bits. Hij reageert extreem ontspannen: ‘Nee mevrouwtje, daarvoor moet je bij Jeffrey zijn. Hij zorgt voor de coole sfeer en de heerlijke beats. Zal ik hem voor u oproepen? Hij is vanachter de camion aan het lossen’ en tikt op zijn zwarte walkie-talkie-headset. Lap! Hier weet ik geen repliek op. Dju! Ik weet niet wat zeggen. Op mijn plaats gezet door een zestienjarige jobstudent. Ik prop verongelijkt mijn boodschappen in mijn rugzak en zwier hem op mijn rug. Ik marcheer met mijn neus in de lucht naar buiten en scoot weg, als een hippe vogel op mijn elektrische step. ‘Zucht! De jeugd… Sinds wanneer hebben die het hier voor het zeggen…’

Evelien Meulders
44 1

Voorwaardelijk

"Maar ge zegt het toch!", riep ik naar de beeldbuis. Mijn huisgenoten keken zelfs niet meer op. Ze herkennen die specifieke toon als ik mijn stem verhef naar iemand op tv. Bovendien zagen ze me al wijzend aan het tv-toestel zitten. Ook dat scheelt in de perceptie. Het roepen gebeurt als iemand het antwoord op een eenvoudige vraag niet kent. Of een politicus met enerzijds, anderzijds en tenslotte niets. Of - zoals in dit geval - iemand die alweer dezelfde zin uitspreekt. Een zin waar ik me al enige tijd aan erger. Een bijzin van slechts drie woorden: 'Ik zou zeggen'.  Ze gaan telkens een zin vooraf waarin ze het gegeven dat ze 'zouden zeggen' daadwerkelijk uitspreken. Laat me de man op tv citeren. U kent hem ongetwijfeld. Het is een Nederlandse hoofdpersoon uit een realityreeks (nou ja) waarin een koppel (nou ja) een kasteel koopt of pretendeert geen cent te hebben, terwijl ze voor hetzelfde programma vet betaald worden. Nou ja. U kan zich het beeld en de stem ongetwijfeld voor de geest halen. "Ik zou zeggen lieve mensen, laten we er een feestje van maken." Beste vriend, je zegt het toch. Dus die 'ik zou zeggen' is volkomen overbodig. 'Ik zou' is voorwaardelijke wijs, maar als je het uitspreekt is het niet meer 'voor waar', maar 'waar'. U moet er eens op letten. 'Ik zou zeggen' is alomtegenwoordig. Zeker bij het gesproken woord. Op tv, bij feestjes, in toespraken. Telkens als tussenzin. Beeld je in wat een tijd we (zouden) kunnen besparen. De receptie kan sneller starten. Het programma is sneller afgelopen. Ik zou zeggen: doen! "Ge kunt ook niet kijken", zei een stemmetje in mijn hoofd. Het laat regelmatig van zich horen. "Of schrijf het van u af." "Daar zegt ge zoiets", zei ik. Zo gezegd, zo gedaan.

Rudi Lavreysen
9 0

Verloren

Dezer dagen hangen in Brussel Centrum halfgrote affiches, op alle hoeken en de meeste palen, soms met foto’s, soms alleen met tekst, in kleur of zwart wit zoals een goedkope print en waarop mensen hun wanhoop uiten omdat ze iets of iemand verloren hebben.             Of is het verloren zijn?              Snoopy, Punch, Lady en Mirza. Allemaal in de Schildknaapstraat. Verderop, bijna aan het Muntplein, Tijger, Spoetnik, Garfield en Catherine. Een hond, een kat, een viervoeter, een vrouw? Er worden beloningen uitgeschreven maar nergens vermelden de wanhopigen wat die beloning nu juist inhoudt. Het kan 50 euro zijn, dat is een beetje zoals de lotto winnen in een doorsnee gezin dat regelmatig een euro of twee inzet. Voor dezelfde moeite krijg je een doos pralines ‘Made in China’ of een fles goedkope wijn. Erger zijn de schouderklopjes, de ingeoefende tranen en de dank-je-wel-merci-beaucoup beloningen. Daar kan ik écht niet van leven.             Toch blijf ik het vreemd vinden dat mensen Brussel bekladden met zoveel vragen. Aan het Sint-Katelijneplein had ik er ook een tiental opgemerkt toen we afgelopen vrijdag in Restaurant de la Bourse, bij Adil en Sofiane, mosselen zijn gaan eten die er niet waren. Een huisdier, ik kan het nog begrijpen, maar een halsketting? Een portefeuille? Een boek? Een Delhaize boodschappentas? Of zoals vandaag nog: een zetel, een computer, een staanlamp en een paraplu – hartje zomer nota bene!             Het meest vreemde vind ik de hartrubriek in mijn stad van verloren voorwerpen. Een hart, zoals in: ik heb mijn hart aan haar verloren. Maar ook de tijd zoals in: ik verlies mijn tijd. Zichzelf: ik heb mezelf in deze relatie verloren. Het weekend zoals in: ik heb dit weekend niets gedaan, het is een verloren weekend geweest. Een ontmoeting zoals in: wat een tijdverspilling deze date. Een ziel zoals in: ik heb mijn ziel aan de duivel verloren. Een oog zoals in: ik ben hem uit het oog verloren. Een job zoals in: ik ben ontslagen, ik heb mijn werk verloren. Een moeder zoals in: ik heb mijn moeder tien jaar geleden verloren. Punten zoals in: ik heb flink wat punten verloren door mijn onoplettendheid in de klas. Geld zoals in: ik ben in deze weddenschap heel wat geld verloren. Maagdelijkheid zoals in: gisteren heb ik voor de eerste keer seks gehad en het was met die knappe buurjongen maar ik ben zijn naam vergeten. Bij hem heb ik mijn maagdelijkheid verloren. Het hang er allemaal en nog veel meer.             Waar hebben sommige mensen toch het hoofd? Zelfs het hoofd wordt verloren, zoals in: ik wist het niet meer, ik was compleet het hoofd verloren. Lopen die mensen dan verder in het leven zonder een hoofd op hun lichaam? Ik zie ze toch niet, tenzij ze natuurlijk binnenblijven en aan auto-bodyshaming doen.             Als we altijd alles voortdurend verliezen, wat hebben we dan nog over? Waarom dragen we niet meer zorg voor onszelf, waarom letten we niet beter op wat van ons is? Betekent het dat we alles altijd en overal bij anderen verliezen en domweg vergeten weer mee te nemen? Neem nu het meisje dat haar maagdelijkheid is verloren. Gaat ze de volgende dag terug om haar maagdelijkheid weer op te halen? Je ziet dat maagdelijkheid een illusie is, toch?             Gelukkig kan je in de meeste gevallen dat wat verloren is, weer terugvinden. Meestal in een andere vorm, zoals een andere job. Het blijft een job maar het is eens iets anders. Ook een hart kan je terugvinden door iemand anders te ontmoeten. Geld maakt schommelbewegingen en een overleden moeder komt nooit meer terug. Verloren jaren is pure nostalgie, heimwee naar je échte leven. De verloren jeugd behelst een volledige generatie die er wat fluïde en vervelend bijloopt. Saaie mensen, ik zeg het je!             De vergetelheid siert de mens. Vergetelheid vervolledigt de mens. Wat verloren is, is verloren. Wat weg is komt nimmer weer. Berusting heelt. Het is allemaal hernieuwen en herbronnen. Het is eens iets anders uitproberen. Het is leren leven met verlies, ook al is het maar maagdelijkheid.              Veel meer valt er niet over te filosoferen. Ik weet niet hoelang de affiches zullen blijven hangen, ze blijven maar komen en komen. Wat zeker is, is dat je het werkwoord kan vervoegen én met hebben én met zijn. Laten we ook taal koesteren.

Erwin Abbeloos
9 0