Lezen

Moederhuid

Ik kijk naar mijn dochter in mijn schoot en besef dat ik veranderd ben. Daar waar mijn moederschap mijn therapeutisch werk doorkruist, ontstonden raakvlakken die ik niet kende voor ik moeder werd. Mijn lichaam is veranderd. Ik luister anders. Mijn nieuwe huid kent teer geworden plekken waar verhalen van cliënten in verzanden. Wanneer ik na mijn werk mijn dochter voed, ruik ik soms het zoute water doorheen mijn zoete melk. Ik hoor de kolkende twijfels van moeders aan de rand van de vloedlijn, daar waar ze hun kind over de grens van hun vaderland tillen. Ik voel dat ik niet weet hoe je opvoedt in ontworteling. Wanneer ik mijn dochter te slapen leg, verbeeld ik me hoe sprookjes klinken in een moedertaal die trauma’s in zich draagt, maar terzelfdertijd een thuis vertolkt. Ik voel dat ik niet weet hoe je slaapzacht zegt met een moederlijf dat bekend is met de angst om je kind te verliezen, in een bomaanslag, in de zwarte diepte van de Middellandse zee, aan de kogels van een gefortificeerd continent, aan een oneerlijk toekomstperspectief in een bang, vijandig gastland. Wanneer mijn dochter naar me lacht en mijn lichaam haar lach zonder aarzeling beantwoordt, proef ik de verdoving die volgt op geweld, de verdoving die moeders en kinderen in leven houdt als pijn ondraaglijk wordt. Ik voel dat ik niet weet hoe je blijft beloven dat het goed zal komen met een in het nauw gedreven hart. Ik wil mijn dochter een taal aanleren waarin ze plaats laat voor de stemmen die onze wereld probeert te dempen. Ik voel dat zij mij woorden geeft om in onrecht onbegrensde moederliefde te lezen, op mijn huid en eronder.

Caroline Spaas
2 1

ZOEKEND

Het moet hier toch ergens liggen? Verwoed graai ik verder tussen de eindeloze berg spullen op mijn bureau. De stapel schets- en notitieboekjes schuif ik op de grond: zorgen voor later. ‘Rommel’ zou mijn vriend zeggen. ‘Gecontroleerde chaos’ zeg ik. Ik ben precies altijd iets kwijt, alsof ik immer op zoek ben. Eeuwig zoekend, mezelf verliezend in de zoektocht. Ik vloek binnensmonds en loop mokkend terug de woonkamer binnen. Hij zit al klaar in de zetel, jas en schoenen aan. Hij straalt een rust uit die me enerveert. Wellicht omdat het een rust is die ik niet ken en misschien nooit zal kennen. Een rust waar ik jaloers op ben. Ik haat vertrekken. Omdat je nooit echt weet waar je gaat aankomen. Hij lacht breed als hij de donderwolk op mijn gezicht ziet. “Maar liefje, je had hier toch zin in? Het komt wel goed.” Het. Komt. Wel. Goed… Er zijn wellicht geen vier woorden die ik meer afschuw dan deze. Wat is HET? Wat is GOED? Niemand die het weet. En toch zegt iedereen het. Hij kijkt me vragend aan “Immer zo spraakzaam, nu zo stil?”. Ik knijp mijn ogen tot kleine spleetjes. Als ik zou kunnen, had ik gegromd. Ik heb altijd veel woorden in mij, maar het lukt soms niet om ze uit te spreken. Dan blijven ze in mijn hoofd tollen tot ze tegen elkaar botsen en in stof lijken op te gaan. Of net groter en groter worden. Plots zie ik iets blinken in de winterzon. Het boek! Dat moest en zou ik meenemen. Ik heb het al zo vaak gelezen, maar het vertelt telkens een ander verhaal. Zijn laatste cadeau aan mijn zussen en mezelf. Ik draai de flap open en laat mijn vingers zachtjes langs het handgeschreven tekstje glijden.  ‘Voor de Heilige Drievuldigheid.’

LiBre (Wabliefjes)
0 0

Manchego

Mijn vrouw heeft een geit geadopteerd - een mank weesgeitje, met drie poten en een aangenaaide sik, hoor ik u denken. Neen. De geit in kwestie is perfect gelukkig en gezond. Mijn vrouw liet zich overhalen tot het adopteren van de geit, door er in ruil drie kilogram Manchegokaas van te krijgen. Of beter gezegd: kaas gemaakt van de melk van de geadopteerde geit. Ik denk niet dat die geit – in hoogst eigen persoon - drie kilogram Manchego aan mijn echtgenote komt overhandigen. Nu, men weet maar nooit. Ik denk dat mijn vrouw een fout begaat. Over enkele maanden zal ze zich, bij elke hap Manchego, afvragen of de kaas wel echt van haar geit komt en niet uit een of andere Spaanse supermarkt, slordig omwikkeld in artisanaal bruin papier. Of erger, dat ze niet de kaas van haar geit aan het verorberen is, maar de kaas van een geit geadopteerd door een bejaard koppel uit Okselaar, terwijl haar kaas ergens in een koelkast in Beieren onaangeroerd blijft, omdat ze daar naar cheddar van een Engels geadopteerd rund zaten uit te kijken. Ook vrees ik de dag waarop we mensen met een adoptiekind ontmoeten, en dat ik het dan niet kan laten om te melden dat mijn vrouw een geit geadopteerd heeft, voor de Manchego, en dat die lieve mensen dan stiekem jaloers zijn, omdat een goed geweten wel lekker is, maar niet zo smaakt bij een plak chorizoworst. Toen onze dochter het nieuws over de geadopteerde geit vernam, wilde ze weten wat adopteren betekende. Ik zei dat het een omslachtige manier was om een hoop kaas te kopen. Onze dochter nam vrede met die uitleg en mijn vrouw gaf geen krimp. Wel wist ze nog te melden dat ze ook een bijenkorf geadopteerd had. Hiervoor wordt ze beloond met vijf kilogram honing. Waar eindigt dit, lieve mensen? Met de adoptie van een verwilderde hond en de belofte er rabiës van te krijgen? Ik houd u maar niet op de hoogte.

Levi Heusdens
23 0