Lezen

Meer magie, minder Tinder

Overweldigend en pijnlijk. Tegelijk het schoonste wat er is. Je kan er van leven. ’s Nachts houdt ze u wakker en overdag doet ze u dromen. Kippenvel en zweetdruppels. Helder denken wordt plots een opgave, toch kan je heel de wereld aan. Oké, genoeg clichés ertegenaan gegooid. Je voelt hem zeker al aankomen. Ik kroop even in mijn pen over de liefde. Zoals inspiratie voor een blogpost je te binnen schiet, zo overvalt de liefde je ook. Op eender welk moment van de dag, zomaar. Of je daar nu zin in hebt of niet. Of je daar nu tijd voor hebt of niet. Of je daar nu klaar voor bent of niet. Daar is ze dan . Zo gaat dat althans bij mij altijd. En daarin blijk ik verschrikkelijk ouderwets. Op liefdesvlak voel ik me paard en kar op het autosalon. Traag, saai en volledig achterhaald. Blijkbaar moet alles – zo ook de liefde – altijd maar sneller gaan. Anno 2020 hebben we nu eenmaal geen tijd en nog minder geduld. Exit eindeloos wachten op de ware. Entrance datingapps. Veel sneller dus, die apps, en naar ’t schijnt ook effectiever. Je boetseert de liefde namelijk gewoon helemaal zelf. Hoe ver de liefde woont, hoe oud de liefde is, hoe knap de liefde eruit ziet. Vink maar aan en stel maar in. Ben ik de enige voor wie dat een aartsmoeilijke opdracht lijkt? Ik bedoel, keuzes zijn de duivel. Ik doe er een kwartier over om te bedenken wat ik tussen mijn boterhammen wil en van examens met meerkeuzevragen krijg ik koude rillingen. Laat mij toch niet zelf bepalen op wie ik verliefd zou willen worden. Hoe kan ik nu inschatten in welke straal de liefde zich moet bevinden? Misschien is mijn ware Jacob wel een ware Juan of een ware Jean. En hoe weet je op voorhand of je de liefde sympathiek gaat vinden? Of grappig? Sorry, maar als de liefde mij niet kan doen lachen, kan het mij nog bitter weinig schelen of zijn haar goed ligt en wat zijn hobby’s zijn. En misschien heb je een hekel aan voetbal, maar wilt dat dan zeggen dat je elke voetballer meteen in de vuilnisbak moet swipen? En dan heb ik het nog niet over de vuile algoritmes die mijn zoektocht ongetwijfeld willen doen mislukken.  Oké, met een app zoals Tinder komt je  minder voor verrassingen te staan. Maar laat ook net dat mijn probleem zijn. Ik houd wel van verrassingen. Het beste aan de liefde is de onvoorspelbaarheid. Als een cadeautje met vijftien lagen inpakpapier dat je laag per laag uitpakt. Een adventskalender waar je elke dag een ander snoepje uit mag nemen. Ik wil de liefde ontdekken, niet kiezen. En heel eerlijk: ik wil aan mijn kinderen een tof verhaal vertellen als zij vragen hoe mama en papa elkaar hebben leren kennen. "Goh, wel, we pasten in elkaars instellingen, vonden elkaar wel knap en toen waren we een match", hoort niet thuis in die categorie. Liefde op de eerste swipe is dus niets voor mij. En ook al doet de samenleving soms alsof single zijn een ziekte is, ik kan u verzekeren dat ik zo gezond als een visje ben. Wie van al die andere visjes in de zee de mijne wordt, zal ik dan ooit wel zien. Je mag mij van de oude stempel, naïef en dromerig noemen. Ik zou het zelfs een compliment vinden. Als ik over de liefde al niet meer kinderlijk mag fantaseren, waarover dan nog wel. Doe mij maar vonken, vlinders, toevalligheden, spanning, blikken, spontaniteit.  Meer magie, minder Tinder. 

Marthe Van Loy
56 0

Tweeëntwintigtwijfels

Zo'n maand vooraleer ik een 3 achter de 2 zet en mijn kaarsjes nu officieel niet meer op één taart zullen passen, bedenk ik mij dat mijn 22e levensjaar er niet zomaar eentje uit de zovelen was. Meer nog, vanaf nu zijn 1, 12, 18 en 20 jaar volledig overroepen mijlpalen. Want nooit had ik echt het gevoel dat ik op een kantelpunt in mijn leven stond,ook al deed iedereen een beetje alsof dat wel zo was. (Lees: "Nu begint het hè!")  Lariekoek en apekool. 22 zijn, dat is pas een scharniermoment in uw bestaan.(Bijna) afstuderen en denken: wat nu?!Ineens staan er dan keuzes en verantwoordelijkheden voor uw deur, die plots ook effectief iets te betekenen hebben. Ge kunt u voorstellen hoe ik, die de keuze van een middelbare studierichting al heftig vond, me voelde toen ik moest beslissen wat ik met mijn leven zou aanvangen nu ik een echtentechtig diploma had.  ​Overal en altijd fluisterden de tweeëntwintigtwijfels in mijn oren:  Nu al werken? Zou ge niets bijstuderen? Het is nu de moment hè. Een educatieve master of een postgraduaat of een half jaar hier of een ma-na-ma daar. Of ga toch maar zo snel mogelijk werken. Uiteindelijk, het leven is duur en dan kan je goed beginnen sparen. En ervaring opdoen, want ze vragen overal ervaring.Hoewel, ge moet ook nog zo’n eeuwigheid werken, zou ge niet eerst een grote reis maken? Vrijwilligerswerk in ver heel ver van hier? Een sabbatjaar? Allez, het is maar een suggestie hè. Ge zijt nog jong, ge moet nog zoveel van de wereld zien.Natuurlijk, een sabbatjaar gaat zichzelf niet betalen. Misschien toch eerst een job zoeken?Ge kunt dan wel niet meer op kot gaan hè. Het schoon leven is afgelopen dan.Gaat ge terug thuis wonen? Want ja, dat gaat aanpassen zijn hoor. Ge gaat veel vrijheid moeten opgeven, denk eraan. En gaat ge werk vinden in de buurt? Want pendelen naar de Kempen is pendelen naar het hol van Pluto, ho ho. Denk er dan maar niet aan om 's avonds nog iets leuks te doen. Ge kunt uw eigen stekje zoeken, in een centrumstad of zo.Seg en nog geen lief gevonden? Want alleen is wel maar alleen, hè. En de huurprijzen zijn niet min, dus kosten delen zou wel ideaal zijn. Cohousing is een idee, ah maar uw vriendinnen studeren nog zeker? Als ge nu kiest voor dit, kunt ge wel niet meer terug naar dat. Bla bla geld, bla bla werk, bla bla studeren, bla bla ge zijt nog zo jong.  Zo tetterden de tweeëntwintigtwijfels maandenlang de oren van mijn hoofd.Ge maakt een keuze, ge denkt: is dit de juiste? Ge kijkt eens rond naar leeftijdsgenoten en wordt knettergek. Want 22-jarige X is bezig aan zijn tweede master, 22-jarige Y met het uitgeven van zijn tweede loon. Terwijl 22-jarige A van plan is zijn vriendin ten huwelijk te vragen, baalt 22-jarige B van de vijfde mislukte Tinderdate. En 22-jarige P heeft net een bouwgrond gekocht, waarnaast 22-jarige Q incheckt bij Hotel Mama. Soit. Geen identiteitscrisis zo groot als die van een tweeëntwintigjarige. Maar tegelijkertijd ook niets zo spannend als niet weten wie ge binnen vijf maanden bent.De nieuwsgierigheid naar wat er op me af gaat komen, wordt stilaan groter dan de angst over wat ik misschien allemaal aan me voorbij laat gaan. Op het nippertje heb ik de tweeëntwintigtwijfels dus mooi de mond gesnoerd. Laat de drieëntwintigdruk maar komen. 

Marthe Van Loy
15 0

Het antwoord

We fietsen langs de zaak waar we met ons ma ooit naartoe gingen voor een koffie na de middag. Niet ver van het appartement waar ze woonde. Voor het pand staan twee achtergelaten terraspanelen. Ze vormen samen een hoek en staan er ietwat verloren. Ze lijken de herinnering te bewaren van het café dat al jaren leeg staat. We zijn op weg naar het woonzorgcentrum. Het is opnieuw mooi weer, dus het coronabezoek kan buiten doorgaan. Ze zit al klaar aan haar zijde van de nadarhekken, die met slingers mooi versierd zijn. We zwaaien van ver. Ook staan er plastic windmolens, zoals op het strand. Ze doen goed hun best, alsof ze willen zeggen: zelfs dit waait wel over. Ik zet mijn linkervoet op de onderste richel van de nadar, anderhalve meter tegenover haar. “We staan hier precies alsof we naar de koers aan het kijken zijn,” zeg ik luid. In een glimp zie ik ons allemaal met een koerspetje op het hoofd. Ik heb er eentje van Roger De Vlaeminck. Vraag me niet waarom. De koers brengt verhalen mee. “Weet ge nog dat vroeger zich wel eens een coureur in de garage kwam omkleden,” zeg ik. “Bij de kermiskoers.” De renners kregen dan een stoel en een teil water om zich te wassen na de wedstrijd. Een basseng, zei grootvader. Niemand had een mobilhome om naar de kermiskoers te trekken. Terug thuis, in de keuken, valt mijn oog op de kaart die we in het begin van de lockdown van haar kregen. We hadden er ook eentje gestuurd. Ze schrijft niet meer zoveel, je ziet het aan haar geschrift. Het is een geruststellende kaart met slechts drie zinnen: “Ik krijg mijn tijd wel om. Het is hier goed. We hebben niets tekort.” Moeders weten meestal, ook ongevraagd, het antwoord.

Rudi Lavreysen
8 0

Tessa

Met een zucht opende Tessa de deur van haar kraaknette rijwoning en liep de gang in.      Zij hing haar jas aan de kapstok en wierp ondertussen een vluchtige blik in de spiegel van de pas aangekochte en veel te dure halkast.  Alweer liet zij zich overhalen door Pieter, ging het door haar heen. Pieter met de slechte smaak, behalve wat vrouwen betreft, ook die van anderen.Wat zij in de spiegel zag verwonderde haar niet.  Hoewel zij een beeldmooie vrouw was, reflecteerde haar spiegelbeeld iets anders.  Haar gezicht leek wel in een grimas verwrongen.  Ze kon de boosheid van haar gelaat aflezen en het leek wel alsof dat allesoverheersende gevoel van woede aantekeningen achtergelaten had.  Dat was wat Tessa zag. Dat was hoe Tessa zich voelde. Nochtans, dat was niet hoe anderen haar doorgaans zagen. Die zagen enkel haar altijd perfecte kapsel, de blonde lange haren, stralend van gezondheid.  Haren die duidelijk door de duurste shampoo verwend worden. Tessa was niet meer van de jongste maar zij was één van die weinige vrouwen die op die leeftijd nog met zulke lange haren weg konden komen. Zij ging de deur nooit uit zonder perfect aangebrachte make-up en zij slaagde erin die zo aan te brengen dat je gewoon niet doorhad dat zij überhaupt make-up droeg. Lichtjes aangezette ogen, die de blauwe kijkers nog meer lieten oplichten. De lippen gestift met de juiste kleur,  ze had er lang genoeg over gedaan om de kleur te ontdekken die haar lippen de volheid gaf die mannen zo aantrekkelijk vonden.  Rouge mortel van Dior.  En Tessa?  Zij was gewoon Rouge mortel ! Finishing touch:  blush op de wangen.  Dit gaf haar net dat beetje extra, om de look àf te maken. Maar op dit ogenblik zag Tessa dit alles niet.  Zij las niks dan woede in de spiegel.  En zij zag en voelde vooral haar Dior-lippen nog na-trillen.Wat een eikel ! Hoe kon hij ! En hoe kon zij in godsnaam voor hem gevallen zijn?  Wat had ze nu gedacht ? Dat hij voor haar zijn ideale gezinnetje zou opgeven? Hadden ze haar niet gewaarschuwd?  Ga nooit voor je baas !  Not done ! Ja, ze had waarschuwingen genoeg gekregen. Lessen ‘goede raad’ voor beginners.  Maar als de passie onder je huid zit,  probeer dan maar eens om met beide voeten op de grond te blijven.  Sinds zij en haar baas ‘iets’ hadden, leek passie wel onzichtbaar getatoeëerd over haar hele lichaam. Tessa schopte haar schoenen uit.  Daar zie, een cadeau van hem.  Rode hoogvliegers, gekregen van een laagvlieger.  Ze glimlachte terwijl ze de zin uitsprak, haar baas… een laagvlieger. Het deed haar deugd op die manier over hem te denken.  Maar het maakte haar niet minder boos.  De mooie rode schoenen moesten het ontgelden. Ze schopte ze nog verder de gang in.  Ooit was zij er stapelgek op.  Zij had ze zien schitteren in de etalage van 1 van Knokke’s hipste winkels. Het prijskaartje loog er niet om en deed de winkel alle eer aan. Voor haar baas was de prijs peanuts en een week later stond een flashy tasje te schitteren op haar bureau.  Het tasje ademde Tessa.. Cadeau van de baas…. rode sexy schoentjes voor Tessa.  

Inge P.
8 1

over raadsels

Een vader en zijn zoon raken betrokken bij een zwaar auto-ongeval. De vader is op slag dood, de zoon kan nog net op tijd naar het ziekenhuis gebracht worden. Hij moet met spoed geopereerd worden. In de operatiekamer kijkt de chirurg naar de jongen en roept: ‘Stop! Ik kan deze jongen niet opereren, want dit is mijn zoon!’. Hoe kan dat? Een tijd geleden kreeg ik dit raadsel voorgeschoteld. Het duurde even voor ik de juiste oplossing vond. Ik schrok en ik schaamde me ook een beetje. Ook al duurde het niet heel lang alvorens ik het juiste antwoord vond, het duurde sowieso te lang. Ik had graag gewild dat het antwoord er spontaan kwam, zonder nadenken. Ik vond het wel een fijn raadsel om mijn dochters voor te leggen. Op een zaterdagochtend aan de keukentafel zag ik mijn kans: ‘Wie heeft er zin in een raadsel?’. Ze zitten nog in de leeftijdscategorie waarin er enthousiast ‘ja’ gescandeerd wordt bij dergelijke vragen. Ik besef dat ik binnenkort enkel rollende ogen zal zien, eventueel gepaard gaand met een schuddend hoofd of een ostentatieve zucht. In tussentijd geniet ik nog even van mijn voordelige positie. Nadat ik uitgelegd had dat die vader niet écht dood was (het was maar een verhaal) en dat die jongen niet echt zwaargewond was (heeft hij echt geen pijn? Nee, het is een verzonnen verhaal), kreeg ik het laconieke antwoord: de dokter is zijn mama. Zonder bedenktijd en met een vanzelfsprekende spontaniteit. Ze vonden het de naam raadsel niet waardig. Ik had blijkbaar te grote verwachtingen gecreëerd (note to self: wees bescheiden bij het creëren van verwachtingen). Dus het daaropvolgende uur mocht ik raadsels verzinnen (lees: googelen), raadsels met een meer geschikte moeilijkheidsgraad. Wat een meer geschikte moeilijkheidsgraad is? Wel, dit misschien: wat heeft zes benen, twee hoofden, vier oren, twee handen en loopt op vier voeten? Terwijl ze de meest uiteenlopende, onbestaande dieren bedachten (mama, bestaan een honden met vier oren?), baalde ik nog steeds van mijn eigen antwoord. Ik vond het pijnlijk dat mijn geïnternaliseerde beeld van een chirurg mannelijk is. Maar tegelijkertijd vond ik het bemoedigend dat mijn dochters zich spontaan een beeld vormden van een vrouwelijke chirurge. Mijn moeder-dochter bevindingen vond ik waardevol op zich, maar ze kunnen ook geëxtrapoleerd worden. Er werden verschillende onderzoeken uitgevoerd waarbij gevraagd werd aan kinderen om ‘een wetenschapper’ te tekenen. In de jaren ’60 tekende 1% van de kinderen vrouwelijke wetenschappers, maar nu is dat 28%. Dit is uiteraard een verbetering, maar het beeld komt nog altijd niet overeen met de realiteit. In realiteit zijn er immers veel meer vrouwelijke wetenschappers.Opvallend is ook dat kinderen van 5 jaar, jongens en meisjes, ongeveer evenveel mannelijke als vrouwelijke wetenschappers tekenen. Tegen de tijd dat ze zeven of acht zijn, worden er veel meer mannelijke dan vrouwelijke wetenschappers getekend. Wanneer ze veertien zijn, tekenen ze vier keer zo veel mannelijke als vrouwelijke wetenschappers. Terug naar de keukentafel: nadat ze een ganse dierentuin nieuwe dieren verzonnen hadden, kwamen we bij het juiste antwoord ‘een paard met een ruiter erop’. Ze vonden het een flauw antwoord. Ik kon hen alleen maar gelijk geven. Dan maar zelf raadsels verzinnen.   Dochter: wat is het lekkerste land? Moeder: hmm, Italië? Daar kan je lekker eten. Dochter: fout! Het juiste antwoord is United Cakedom!

Lore Dewulf
70 0

over de bechdeltest

Dit weekend mochten de dochters naar een film kijken. Nu moet je weten dat ik geen al te grote fan ben van kinderfilms. Nooit geweest trouwens, zelfs niet toen ik zelf nog kind was. Ik vind ze over het algemeen luid en schreeuwerig. En bovendien zijn de meisjes in het verhaal vaak te roze en te hulpeloos. Maar daar had ik een oplossing voor gevonden: ze konden kijken naar Finding Nemo. Daar is immers geen opdeling tussen jongens en meisjes, vissen zijn vissen. Probleem opgelost. Tot ik ontdekte dat er ook mannelijke en vrouwelijke vissen waren. Het moet gezegd: het aantal roze vissen bleef wel tot een minimum beperkt. Maar de vrouwelijke vissen hebben een beperkte rol. Zo beperkt dat deze film niet slaagt voor de Bechdeltest. In deze test, ontwikkeld door Alison Bechdel in 1985, kan fictie getest worden op seksisme. Een film slaagt voor de test wanneer die voldoet aan drie criteria. Eén: er zijn twee of meer vrouwelijke personages met een naam. Twee: ze praten met elkaar. Drie: ze praten over iets anders dan de mannen in de film. Dit lijken simpele criteria om aan te voldoen, maar toch slaagt meer dan de helft van de films niet voor deze test. De test is uiteraard wat kort door de bocht: niet elke film die faalt voor de test, kunnen we seksistisch noemen. But that’s not the point, is it? Mijn dochters zien hoe vrouwen in veel films een bijrol krijgen. Het zijn eendimensionale personages die vaak enkel praten over baby’s en trouwen. Als ze al spreektijd krijgen. In het overgrote deel van de films (85%) staat het verhaal van de mannen centraal, zij zijn de hoofdpersonages. Mijn dochters zien dus dat de verhalen van meisjes en vrouwen minder belangrijk zijn dan de verhalen van de jongens en de mannen. Welke boodschap krijgen ze dus onderhuids mee: onze verhalen zijn het niet waard om verteld te worden? Ik heb een aantal jaren gedacht dat ik een pedagogisch schouderklopje verdiende door mijn dochters ver weg te houden van de stereotype prinsessenfilms. Films waarin prinsessen alleen maar bezig zijn met het kammen van hun lange blonde haren. Films waarin prinsessen dromen over prinsen waarmee ze kunnen trouwen. Ik schrok dan ook toen ik ontdekte dat Finding Nemo niet slaagt voor de Bechdeltest. Geen roze prinsessen is dus blijkbaar geen garantie om seksisme te vermijden. Nog een aantal jaren wachten, hoor ik je denken. Tot je de Lord of The Rings films kan kijken met de dames. Geen roze en hulpeloze vrouwen. Akkoord, maar ook helaas, ik moet je teleurstellen. De volledige trilogie - die nota bene 10 uur duurt - faalt voor de test. Weinig multi-dimensionale vrouwen daar in Middle Earth.   Moeder: Vanavond is het filmavond. Welke film zullen we kijken? Dochter: Een prinsessenfilm? Moeder: Goh, misschien moeten we een film kiezen zonder prinsessen? Dochter: Ok, dan wil ik kijken naar de Smurfenfilm!

Lore Dewulf
12 0

over dierenleed

Dieren staan in ons huis hoog aangeschreven. Ik denk dat het nipt zou worden, mochten we een democratische stemming ‘mens versus dier’ houden. Zeker twee stemmen voor de dieren, zeker één voor de mensen. Bij de vierde persoon twijfel ik over de voorkeur. Mezelf. We schrijven zondagochtend: dat staat gelijk aan schermtijd voor de dochters. Toen ik kind was, keken mijn broer en ik op zondagochtend naar Samson & Gert terwijl we pistolets aten. Dat was begin jaren ’90. Samson verdween in mijn leefwereld gestaag naar de achtergrond, maar in 2016 werd ‘samsonseks’ verkozen tot woord van het jaar. De term refereert volgens woordenboekuitgever Van Dale naar ouders die stiekem seks hebben terwijl hun kroost televisie kijkt. Naar mijn gevoel insinueert de term een te intense band tussen mens én dier. En geef toe, dat is wel het laatste waar je aan wil denken op een zondagmorgen (of gelijk welke andere ochtend). Voor de geïnteresseerden: een jaar vóór samsonseks, in 2015, was kraamkost het woord van het jaar. Dan denk ik: die chronologie kan beter. Wat was er eerst, samsonseks of kraamkost? Juist ja. Maar tijden veranderen. Samson krijgt geen schermtijd meer. Planet Earth is de waardige vervanger. De mix van verhalen over de meest excentrieke dieren, de soundtrack van Hans Zimmer en de stem van David Attenborough laten de emoties soms hoog oplopen. Als je zoals mijn dochters een groot dierenhart hebt, is het hartverscheurend om een roofdier te zien jagen op een prooi. Welk kamp moet je kiezen bij een achtervolging? Meestal is het belangrijkste criterium voor mijn dochters: welk dier is het schattigst? En met meest schattig bedoel ik het dier met de hoogste aaibaarheidsfactor. Het dier met de hoogste aaibaarheidsfactor krijgt alle krediet, het andere dier moet het zonder supporters stellen. Het ethische vraagstuk wordt pas moeilijker wanneer de twee dieren in kwestie vrij hoog staan op de aaibaarheidsladder. De dames vinden het hele roofdier-prooi verhaal moeilijk te vatten. Het is oneerlijk, vinden ze. Waarom moeten die dieren sterven? Ik hoor mezelf een halfslachtige (excuses voor het woordgebruik) uitleg geven: ‘zo zit de natuur nu eenmaal ineen’. Klopt, maar het is ook een dooddoener (nogmaals excuses). In mijn zoektocht naar een meer onderbouwd antwoord, kom ik terecht bij Darwin. Of beter: bij het boek van Johan Braeckman over Darwin. Tot pakweg 1850 is er een liefelijke visie op de natuur. De natuur wordt gezien als een vredige plaats, het is er romantisch, onschuldig, lieflijk en harmonieus. Hoe dat komt? Door de goedheid van God, uiteraard. Darwin komt echter met een andere hypothese. Hij stelt dat er in de natuur meer wordt gestorven dan geleefd. Dat we de natuur kunnen zien als een sterfhuis waarin elk dier slechts voedsel is voor een ander dier. Hij beschrijft de natuur als hard, bloederig en meedogenloos. Zo, dat is het soort onderbouwing die mijn dochters graag zullen horen. Het is ook Darwin die het heeft over ‘the survival of the fittest’. Dit is, in tegenstelling tot wat sommigen beweren, niet de sterkste, maar degene die zich het best kan aanpassen.   Dochter: als je een dier zou mogen zijn, welk dier zou je dan kiezen? Moeder: een leeuw. En jij? Dochter: een olifant of een muis. Moeder: kan je niet kiezen? Dochter: jawel, maar het hangt ervan af hoeveel honger ik heb.

Lore Dewulf
10 0

over beroepen

‘Wat wil je later worden?’ Elk kind krijgt vroeg en laat die vraag. Eigenlijk kan je het vergelijken met een kinderloos jong koppel dat op elk familiefeest de vraag krijgt: ‘En? Wanneer beginnen jullie aan kindjes? Zijn jullie al aan het oefenen?’. Denk er gerust de vette knipoog bij van nonkel Erik naar de jonge vrouw. ‘Nee, we willen nog geen kinderen. Sinds de komst van anticonceptie baart oefening kunst, geen kinderen’. Nonkel Erik staart de jonge vrouw even aan, neemt een ferme slok van zijn porto en zet zijn missie verder. Het koppel hoort hem aan de volgende tafel aan een ander jong koppel vragen: ‘En? Wanneer beginnen jullie aan kindjes?’. De vrouw denkt: oefening baart niet altijd kunst. Soms kan oefening ontaarden in eindeloze herhaling. ‘Wat je later wil worden?’ In mijn eigen kindertijd waren de opties als meisje beperkt. Althans, dat dacht ik. Je kon kiezen uit een exhaustief lijstje: juf en verpleegster werden met goedkeurend geknik beantwoord. Zangeres of actrice waren ook toegestaan, maar gingen vaak gepaard met een meewarige blik van de volwassene. Er waren nog enkele mogelijkheden, zoals winkelier. Je kon onder andere kiezen voor slager, bakker of ijsjesverkoper. Ik koos – uiteraard – voor ijsjesverkoper. Ik zei er wel steevast bij dat ik alle ijsjes zelf zou opeten. Opnieuw meewarige blikken: als dochter van een zelfstandige moest ik toch beter weten. Nu moeten mijn dochters dezelfde vraag beantwoorden. De vriendenboekjes doen immers de ronde in de lagere scholen en naast lievelingskleur (ik heb er twee, mag dat?), lievelingseten (ijsjes. En nee, ik zit daar voor niets tussen. Ik ben uiteindelijk geen ijsjesverkoper geworden. Mijn businessplan werd nooit goedgekeurd.), en lievelingsdier (kleine katjes), moet je ook invullen wat je later wil worden. Ik had gedacht dat we een ruimere mogelijkheid aan opties zouden hebben, maar we vallen tot mijn spijt in herhaling, al is het maar deels: juf, actrice of dierenarts. Ik sprak met een vriendin over de beroepen in de vriendenboekjes. Zij had een oplossing. Ze had met haar kinderen een lijst gemaakt van zoveel mogelijke beroepen. Als ze ergens op bezoek gingen, als ze iets op tv zagen of als ze iets in een boek lazen: elk beroep dat op hun pad kwam, werd op de lijst gezet. De kinderen leerden dat je ook mode-ontwerper kon worden of diepzeeduiker. Ik maakte thuis nog geen lijst met mijn dochters, maar ik speelde wel het spel: ‘Noem met elke letter van het alfabet een beroep’. Geen zorgen, er bestaat een wikipediapagina met een alfabetische lijst met beroepen (‘quizmaster’ of ‘quarantaine-beambte’, ik geef het maar even mee).Ik haalde ook het boek ‘Heldinnen’ van Janny van der Molen in huis, een kinderboek waar het levensverhaal van 50 vrouwen in beschreven staat. Vrouwen met uiteenlopende beroepen: van zeilster Laura Dekker over Lady Gaga tot Malala Yousafzai. We lazen de verhalen en ik zag hun horizonten verbreden. ‘Maar ik zou graag dierenarts worden, maar ook natuurfotograaf’, zei de oudste. Ik zei haar dat ze niet moest kiezen tussen die twee. Veel vrouwen hebben verschillende carrières na elkaar. Verschillende onderzoekers wijzen erop dat meisjes vaak multipotentialiteit in zich hebben, maar dat ze al snel door hun omgeving in een bepaalde richting geduwd worden. Ze hebben de neiging om vroeg een keuze te maken en zich bij het kiezen sterker te conformeren aan de verwachtingen dan jongens. Ik vind het belangrijk om hen te leren dat deze keuze mag evolueren en zelfs mee mag bewegen gedurende hun leven. Het is dus niet nodig om nu ‘de enige juiste beslissing’ te nemen. Moeder: ok, wat vul ik in bij ‘wat wil je later worden’? Dochter: euh…even denken…igloloog! Moeder: ok, en wat doet een igloloog? Dochter (kijkt meewarig): weet je dat niet? Iglo’s onderzoeken natuurlijk!

Lore Dewulf
21 0