Lezen

Vrijheidsbeeld

De stad gloeit. Een broeierige hitte ademt door hoeken en kieren. De straten en parken smeken om natte verlossing, maar de wolken negeren deze klaagzang met groot succes. Doorheen die straten wandelt zij. Haar gele zomerjurk golft rond haar heupen, samen met een onbezorgd glimlachje om haar lippen. Ze is onderweg naar hem, waarover ze al zoveel weet. Bijvoorbeeld dat hij ervan houdt als ze geheel toevallig haar bh vergeet aan te trekken. Bij de eerste aanraking van haar losse borsten kan hij zichzelf onmogelijk bedwingen. Deze avond is een experiment. Ze stapt de bus op. Haar jurk valt tegen haar blote billen. Zouden ze het voelen, die mannen in haar buurt, dat wat ze tussen haar benen verbergt op dit eigenste moment zomaar open en bloot voor het grijpen ligt? Zouden ze zoiets kunnen ruiken? Haar blik moet iets verraden. Ze slaat haar ogen opzij. Geen rare blikken of natglanzende ogen in haar buurt. Haar hartslag piekt. Als er nu één zuchtje wind zo meteen ondeugend genoeg is, kan ze dan instaan voor de gevolgen? De bus stopt en net voor ze opnieuw de stad inwandelt, trekt ze nonchalant haar jurk goed. De deur van de inkomhal kraakt. Ze loopt naar de intercom. Ze belt aan.‘Hallo?’. Gekraak.‘Ik ben het’. Gezoem. Ze stapt de lift in. In de spiegel kijkt ze zichzelf nog eens in de ogen, met een overtuigende goedkeuring voor haar experiment. Vierde verdieping. Deur op een kier. Ze stapt binnen en duwt zacht de deur van de woonkamer open. Daar vindt ze hem, terwijl hij net twee kopjes dampende thee klaarzet op het salontafeltje.‘Ik had alvast thee gezet, hopelijk goed voor jou?’ vraag hij.Ze knikt. Zelfs op de heetste dag van het jaar wil ze het ritueel niet opgeven.Hij loopt ongegeneerd rond in zijn slip waarin zich al een volle vorm aftekent. Hij verwelkomt haar met een kus vol op de mond. Hij streelt haar hals en dwaalt af naar de schouders. Ze merkt zijn ontgoocheling als hij het bh-bandje ontdekt. ‘Maar wel een mooie kleur’, fluistert hij. Hun ritueel voltrekt zich zoals het hoort. Op de sofa praten ze over de afgelopen week, onderbroken door een langgerekte kus. Ze nestelt zich dichter en streelt zijn buik. Haar vingers spelen met de rand van zijn slip. Ook hij laat ondertussen zacht zijn hand onder haar jurk glijden, via haar dij omhoog. Zijn vingers reiken uit. Hij stopt en kijkt verrast in haar ogen.‘Ben jij zo naar hier gekomen?’ vraagt hij met een stem vol ongeloof. ‘Je durft jezelf alvast veel vrijheid toe-eigenen.’ ‘Exact, mijn vrijheid’. Ze duwt wat harder op het woord ‘mijn’. ‘En jij durft anders ook wel. Alsof je zomaar in die vrijheid mag graaien’. Op haar woorden trekt hij zijn hand terug.‘Ik ben je vriend.’ ‘Dat ben je inderdaad.’‘Dus’, zegt hij. Er valt een knetterende stilte. ‘Kies je vrijheid of…?’ Zijn hand verdwijnt opnieuw onder de jurk. Ze siddert even wanneer zijn vingers doorheen haar zachte dons glijden. Hij cirkelt langzaam en met net genoeg druk over het plekje schaamhaar dat ze steevast laat staan. Haar laatste fysieke grens. ‘Vrijheid om te verkennen?’ fluistert ze. Bij deze woorden glijdt zijn vinger naar binnen. Beiden worden ze gestaag plakkerig van de warmte en geilheid.  Ze verstrengelen. Haar handen omklemmen zijn zachte billen, af en toe plant ze haar nagels in zijn vlees. Ze slaakt een zachte zucht. Hij fluistert: ‘Dit is wel je eigen schuld’. ‘Dan neem ik graag de schuld op mij.’ Met haar antwoord verstrengelen ze dieper. Naakt liggen ze te soezen op de sofa, haar lijf om het zijne gekruld. Na een tijdje dringt het echte leven opnieuw binnen. De roes versplintert en ze gaat langzaam rechtop zitten. Ze neemt de kop koude thee in haar handen, en drinkt terwijl ze uit het raam kijkt. Ergens in de verte hoort ze donder.‘Tijd om naar huis te gaan’, beslist ze. Ze staat op uit de sofa en vist haar slipje uit de handtas.Hij barst in lachen uit. ‘Meen je dat, waarom nam je dat in godsnaam mee? Wat moet ik nog geloven van je vrijheidsstrijd?’Er valt een blos op haar wangen: ‘Na het vrijen voel ik me altijd gelouterd. Dan wil ik alles verbergen. Dit jou en mij.’Na een laatste kus stapt ze de lift in. De wind staat strak door de straten. Het onweer hangt nu bijna boven haar. De rok van haar jurk bolt op.

Jolien Van de Velde
337 1

Corona Chronicles: dag 3

(Op rafelkath.wordpress.com hou ik een logboek bij over de toestand in Spanje en meerbepaald Valencia. Hieronder vind je de post van 15 maart.) Sinds vandaag patrouilleren de politie en de guardia civil door de straten om te controleren of de mensen die op straat zijn daar ook echt een reden voor hebben. En hoewel we nog maar drie dagen ver zijn, begint het tot ons door te dringen hoe hard dit nog gaat worden. Vooral voor kinderen en ouders is het allesbehalve eenvoudig de hele dag op elkaars lip te zitten. Hoe groter je huis, hoe eenvoudiger. Maar de meeste Valencianen wonen op een appartement. Gelukkig komen er via de telefoon, de computer, of gewoon via het open raam prachtige demonstraties van samenhorigheid, positivisme en creativiteit ons afgesloten wereldje binnen. Nee, het is niet eenvoudig opgesloten te zitten. Maar de meeste huizen en appartementen hebben een balkon of een terras, en die worden nu ten volle benut. Mensen spreken af om op bepaalde tijdstippen vanaf het balkon te applaudisseren voor de gezondheidswerkers, samen vanop een veilige afstand een biertje te drinken, of samen muziek te maken. Ondertussen horen we zeggen dat het geen kwestie gaat zijn van weken, maar van maanden. Ik neem mijn agenda erbij en staar naar de afgelopen week. Donderdag is alles beginnen kantelen. Ik blader naar april en zie alle plannen die geschrapt zullen moeten worden. Er staan zaken tussen waar ik al een half jaar naar uitkeek. Maar zo is het leven: je weet het nooit. Al wat nu telt, is dat we hier goed doorheen komen. Dat, als we ziek worden (en volgens sommigen zal dat vrijwel onvermijdelijk zijn), we er niet teveel van zullen afzien, en dat we thuis kunnen blijven. 7988 besmettingen, waarvan 409 in de Comunidad Valenciana. Deze laatste paragraaf had qua inhoud eigenlijk onder de tweede paragraaf moeten komen. Maar ik heb ze bijgehouden om ermee te kunnen afsluiten: Rond zes uur in de namiddag installeerde onze overbuur zijn keyboard op het terras, en gaf hij voor de buren een mini-concert, samen met zijn buitengewoon getalenteerde dochtertje van zes, dat viool speelde. Aangezien hij ook de muziekleraar van mijn dochter is, was het alleshalve vreemd dat hij haar toeriep: “Wil je meespelen?” Dus ging dochterlief haar blokfluit halen en zo werd het duo een trio. Toen ze Beethovens vredeslied speelden, brak de zon door.

Kathleen Verbiest
85 0

Het lukt niet

We mogen elkaar een tijdje niet zien. Bij wet verboden door de minister. Dat het zover ismoeten komen. Maar ik begrijp het wel. Alles voor de gezondheid. Een raampje zoals in degevangenis, dat zou nog wat zijn. Zij aan de ene kant, wij aan de andere. Met een telefoonom door te spreken. Het is ook een beetje als gevangen zitten. Ofwel moeten we doen zoals in het sprookje met Raponsje van de gebroeders Grimm. Danmoet ma een vlecht laten groeien, waaraan ik naar boven klim. Tot bij haar raam op deeerste verdieping van het woon- en zorgcentrum. Maar dat mag natuurlijk niet. En op enkele weken tijd een lange vlecht zoals Raponsje? We moeten eerlijk zijn, dat gaatniet lukken. Nee, het is niet gemakkelijk. Gelukkig stuurt de afdeling foto’s naar de families. Ze hebbentoch plezier, samen met de zorgverleners. We hebben ook beslist om voor haar raam te gaan zwaaien. Met een bordje waarop ‘allesgoed?’ staat. Of ‘heb je goed gegeten?’ Of ‘heb je Blokken gezien?’ Want dat mis ik ook. Om 18.30 uur op tv. Het is een traditie, dat we er samen naar kijken. Endat we het woord van de finale zoeken. Als ma het raadt, zeg ik altijd dat ik ze ga inschrijven. “Dat zal wel zijn”, lacht ze dan. En als ikhet woord vind, zegt ze dat ik moet meedoen. Het is fijn om vaak hetzelfde te horen. Woensdag keken we voor het laatst samen naar Blokken. Voorlopig natuurlijk, tot we weervrij zijn. Emily speelt de finale. Acht letters, zoals altijd. De tip is ‘Het lukt niet.’ Er staan vijfletters. De s, e, r, e en g. Emily vindt het niet. Wij ook niet. Het is vergeefs.  

Rudi Lavreysen
43 3

3 Luik: Poly-demie, Monopolie, I will dance I will sing

Poly-demie   Als tijd tijd weiger ik, en meer dan dat:   in ruimtes waar kubusvormige mensen verschijnen - want waarom zou je rond zijn als hoeken? - verdwijnt de strijd om méér ruimte. Mensen die elkaar aantasten en verruimen binnenin de straal van één meter. Ruim. Ze. Op. Maak een weg vrij voor de Anderen.   Recht voor je ligt de aansluiting, die je aan kan raken, zonder dat je daarmee nog zou terugkomen, en waarom zou je? Terugkomen. Als ik werk werkt het. Daarna niets meer dan, in de wetenschap dat dat genoeg is.   Fauna & flora die opduikt in felle kleuren.Bestaansrecht zei de flora zekerheden zei de fauna *pataboem* je bestaat en wees er maar zeker van dat je banaal vast ligt geketend aan een kenmerk. Zonder kern was er geen moraal, denkt men dan zodat alles nog eens wat moeilijke en langer en vreedzamer wordt. Je zou voor minder een mensenleven op het spel zetten.   Als tijd tijd doodt, weet dan, dat mensen, mensen. Zodat je voorbereid op die aankomende bergtop neergevlijd kan zitten turen tot je nieuwe identiteit realiteit is en daarmee indringer bent.   Ik wil ‘Les Disces du crépuscules’ ook wel eens horen zingen (of een oorlog starten?). Nee zo zou het er niet mooier uit zien, zonder mij.         Monopolie   Lijk op mij als ik naar je kijk als ik op je drijf als een land dat afbrokkelt niet omdat het smelt maar omdat het meetelt en daarom nergens nog op lijkt dan op degene die het bezet of verzet naar een dichtgemetselde globe waarop wij, afvalligen, ons compact vervoeren binnenin de vrouw en de vrouw zich besluiteloos laat meevoeren met de wil om wil, en waarmee we ons verdedigen als het buiten duidelijker is is zeer duidelijk en waanzinnig veilig.       I will dance I will sing   Ik wil je plaatsen beschrijven zoals ik ze beleefde maar dat gaat niet, omdat dat oud zou klinken en waarschijnlijk ook oud zou blijven.   Als jij blijft, verwijder ik wat mij verwijderen zal.   He’s gone and neglected. Ik werp je speels een blik over mijn schouder op je ouder wordend aanzicht toe;   niets is nog wat het lijkt help ik wil dit niet meer, tijd, die zich aanrijdt en vastzet op laagjes huid waarin klontertjes bloed aan blijven kleven en dit zonder waarschuwing: lichaamssappen die komen en gaan.   song.JPG

Dries Verhaegen
10 1

Uiteindelijk

Rust. Ik wil even rust. Ik hoop dat schrijven me een beetje zal helpen. Met alles op een rijtje te zetten. Orde. Duidelijkheid. Geen chaos. De chaos zal verdwijnen als ik hem neerpen.  Het ging even beter. Ik voelde me wat stabieler, ik voelde me gelukkig. Ik heb alles wat ik wil, nog steeds. Het enige wat ik nog mis, is mezelf. Een zelf om op terug te vallen. Dat heb ik niet. Echt niet. Ik laat mezelf in de steek en hoe hard ik ook probeer, ik vind me niet meer terug. Ik vind die IK niet meer, waarvan ik weet dat die er zit. Er is enkel nog een WIJ die ik me eigen maak en van waaruit ik functioneer, maar ik voel dat IK dat niet ben. Ik heb me leeggegeven. Alles gedaan om mezelf te vinden, en die persoon graag te zien. Maar als ik mezelf dan eens tegenkwam, dan haatte ik dat. Ik haat de persoon die ik ben. Dat klinkt zielig maar stel het je eens voor. Zou jij een persoon graag kunnen zien die constante aandacht en controle nodig heeft, die niet meer functioneert als ze dat niet heeft en op jou rekent om haar staande te houden, en gelukkig. Niemand kan dat. Ik al zeker niet. Dus snap je nu ergens waarom ik niet snap dat Nick me wel nog graag ziet? HOE IN GODSNAAM?  Hij is de enige reden waarom ik blijf vechten. Geloof me, het voelt als een gevecht. Ik ben 20 jaar en ik ben moe. Kapot. Ik vecht om mezelf graag te leren zien en een gezonde relatie aan te kunnen gaan. Maar het is me nog steeds niet gelukt. Ik weet niet of het ooit gaat lukken. Wat ik wel weet, is dat als het niet lukt, dat ik ermee stop. Ik zie het niet zitten om een heel leven op deze rollercoaster te zitten doordat ik mijn geluk in andere mensen zoek. Andere mensen kunnen je niet altijd gelukkig maken, ze zullen je zeker ook eens teleurstellen. Daarom dat de meeste mensen bij zichzelf dat geluk vinden. Omdat ze geloven dat ze goed genoeg zijn en liefde van anderen zullen vinden en verdienen. Maar ik leef vanuit de andere, dus als die me verlaat, dan besta ik niet meer. Dan heb ik geen reden meer om te bestaan.  Ik zeg altijd tegen mezelf dat ik het positieve moet opschrijven zodat het daar zwart op wit staat en ik het wel moet zien en geloven. Mijn handen leiden me echter telkens naar het negatieve. Ik typ en de chaos stroomt eruit. Maak ik daarmee een fout? Waarschijnlijk. Maar als de chaos hier zou kunnen blijven, dan heeft het misschien wel geholpen. Ik laat hem hier. Ik laat hem achter en ik probeer rust te vinden in mezelf. Rust. Rust brengt verdriet naar boven. Ik voel het zitten, in mijn keel en achter mijn ogen. Het drukt. Wil het eruit of is het gewoon blij dat er even rust is?  Ik denk vaak dat ik mijn hoofd wel al doorheb. Dat ik snap hoe ik in elkaar zit en waar dat verdriet en die chaos vandaan komen. Maar uiteindelijk weet ik het eigenlijk niet. Want als ik het wist, zou ik het dan niet kunnen begrijpen en aanvaarden? Ik zoek er woorden voor, maar er zijn geen woorden voor. Misschien moet ik een andere taal zoeken maar ik weet niet welke. Ik wentel me in woorden maar die brengen me geen rust. Ik heb geen voeling met schilderen, beeldhouwen of iets van die soort. Ik heb nooit muziek leren spelen en denk dat ik eerst veel geduld zal moeten hebben eer ik daar een soort van taal in zou kunnen vinden. Ik zit vast. In een lichaam, met een persoon die me vreemd is. Die me telkens saboteert. Nee, ik dissocieer niet, maar ik doe zo hard mijn best om gelukkig te zijn en het lukt me maar niet. Er is iets in mij dat me niet toelaat om gelukkig te zijn. Een persoon die zoveel pijn heeft dat die wel gevoeld moet worden. Maar ik heb geen tijd en geen zin om die persoon te leren kennen en die de kans te geven om zijn plaats in te nemen. Want als ik dat doe, dan ga ik een heel zware periode tegemoet en Nick ook. En als er nu iets is dat ik niet durf, dan is het wel gewicht op Nick en onze relatie leggen. Maar zo kan het ook niet verder.  Wat moet ik doen?

Layla Clarke
10 1