Lezen

Zevenduizend vierhonderd en vijfentwintig kilometer weg van mij

De verstoorde azure waterrimpels, vervormd door de bonte boot, lijken weer hun natuurlijk ritme te vinden. Een groene lijn oerwoud snijdt de rivier af van de bewolkte lucht. Het zonlicht doet de huid en haren van de somber gestemde mensen stralen. Zelfs in het paradijs kent men afscheid. Drie mensen buigen zich over de rand van de boot. De oranje man verlost de inhoud van een doorzichtig, plastic tasje in het water onder hun. Op eenzelfde manier dat de lucht bevlekt is met witte wolken, krijgt de azure rivier asgrauwe vlekken. Rode bloemen vervoegen de aswolken, zachtjes bedeeld door een wit-blauwe jongedame. Het water ontfermt zich vanaf nu over de stoffelijke resten van mijn nani. Mijn ogen staren naar het tafereel voor mij, bevroren in de momentopname dat aan mij bezorgd was via het technologisch communicatiewonder van de 21e eeuw dat wij WhatsApp gedoopt hebben. Deze beelden, van as dat zich vermengt met water, zijn de laatste beelden die ik van mijn nani zal hebben. Ze zijn gekaderd door een ander, met een nauwkeurig oog voor wat op dat moment het belangrijkste was, en de nagelatenen in hun recht, verdriet en liefde laat. Ik vertrouw het oordeel van het oog. Ik veracht het beperkend, rechthoekig kader van mijn smartphone. Ik staar wat te lang naar de platte prent voor mij – mijn gedachten dwalend naar de azure rivier zevenduizend vierhonderd en vijfentwintig kilometer weg van mij – en het scherm verandert van een gedimde foto naar een reflectie van mezelf. De rode, droge, jeukende ogen die me aanstaren vanuit de weerspiegeling irriteren me mateloos. Mijn vinger swipet een paar keer over het ontgrendelingsscherm, en dan nog eens over de foto in het fotoalbum. Ik staar naar dezelfde oranje man, omringd door twee wit-blauwe vrouwen. Alledrie werpen ze een glimlach richting de fotograaf. Mijn ogen jeuken nog intenser, en een diep knagend besef kruipt dichter en dichter bij mijn hart. Geen enkele vorm van langeafstandscommunicatie – foto, tekst of video – kan de emotionele catharsis van afscheid schenken. Niet op eenzelfde wijze dat de nabijheid van een persoon die in hetzelfde schuitje als jij zit je kan schenken.

Eden Oscar
0 0

Brievenpost van Dinges | Aan dhr. Ruben Van Gucht

Geachte heer Van GuchtBeste Ruben Ik botste vorige week toevallig op uw nieuwe vriendin. Afijn, niet letterlijk, want het was een foto in de krant en u stond er zelf ook bij. Maar wat blijkt nu? In het meest recente bericht over u in de online dagbladpers – het vergt een dagelijkse opvolging – blijkt dat u op vakantie bent met een vorige vriendin. Begrijpen wie begrijpen kan. Een week daarvoor las ik nog een artikel dat betrekking had op uw persoon en uw vroegere vriendinnen. Het ging over het aantal bedpartners dat u op uw conto mag schrijven. Eerst waren het er 68, maar u verbeterde het zelf naar 69. Kijk, iedereen doet wat hij wil Ruben, laat daar geen misverstand over verstaan, maar als dit niet om te stoefen is, dan ben ik Harry Potter. Al zal u zich daar ook mee vereenzelvigen, met het toverstokske dat u denkt te hebben. Om te zorgen dat de rekening klopt, dat u niemand vergeet bij het tellen van uw bedpartners, duidt u het aan bij de desbetreffende persoon op uw telefoon. Wat een werk. Het lijkt me een soort van dubbele boekhouding te zijn. Ik vind het persoonlijk een rare sport, om dat allemaal bij te houden. Alhoewel, Marcel van de Boks houdt in de Kiezel ook bij wat de anderen drinken als we ‘pot’ leggen. Als er dan iemand zware bieren drinkt, weet hij dat en dan eist hij op het einde van de avond een stuk van de pot terug. Het is echt een gierige pin. Een gloeiige koe, zou ons vader vroeger hebben gezegd. Nog een trend waarbij u aan het stuur zit, net als bij heel wat andere BV's, is het kwijtraken van het rijbewijs. Wat is dat toch? Uzelf, Matthias S., Tom W., Adriaan VdH. en Tanja D. om er maar een paar te noemen. Het is ondertussen een lange lijst. Zelfs realityster Fabrizio Tzinaridis staat op het lijstje. Pas op, ik weet niet wie dat is (en ik weet ook niet wat een realityster is), maar hij was dus ook zijn rijbewijs kwijt.  Er zijn nog van die dinges. Zoals het live-gesprek met uzelf waarbij op de achtergrond plots een stel vrouwenbenen in beeld verscheen. Ook hebt u een tijdje geleden ruzie gehad met Jacques Vermeire, dat zelfs tot een rechtszaak leidde. Het houdt gewoon niet op.  Mijn geheel gratis advies? Zorg dat u terug een gewone BV wordt. Of nog beter: een BB. Een brave burger. Misschien kan ik het als volgt samenvatten. Blijf bij de sport. Blijf bij het wielrennen of bij het veldrijden. Maar rij u niet keer op keer vast. Ondertussen verblijf ik Met de meeste hoogachting   Désiré Dinges

Désiré Dinges
11 1

En jij? Tussen 2026 en Allerheiligen?

De januarilucht is nog zoet van goede voornemens. Alsof de wereld nog even collectief haar zuchten inhoudt en nog champagne-zoete beloftes uitademt. Ik zie ze, voel ze bijna, die vluchtige verlangens naar heruitvinding. Papieren vliegtuigjes met zoetgevooisde woorden, intenties en blijdschap –  de met zorg geschreven nieuwjaarsbrieven. Helaas tonen de statistieken een andere werkelijkheid. Tegen de tijd dat de kerstboom aan de straatkant staat, keert het oude vertrouwde stilletjes terug. In de schemer van een woonkamer gloeit een sigaret weer op, en is het wijnglas alweer gevuld. De nieuwe sportschoenen zijn ondertussen stofvangers onder de bank, terwijl het ritueel van de chips zak en het flikkerende televisielicht zijn troostrijke, onverbiddelijke regelmaat hervat. Het is geen verraad. Het is de zachte, maar meedogenloze terugkeer van de gewoonte. De zwaartekracht van de gewoonte is genadeloos. Men zegt dat eenentwintig dagen nodig zijn. Eenentwintig dagen om het lichaam en de geest een nieuw pad in te prenten. Maar hoe vaak worden voornemens gebakken in de oven van emotionele overvloed, gevoed door schuimwijn en peerpressure? We gooien ze feestelijk in de  lucht als confetti: licht, vrolijk, en gedoemd om neer te dwarrelen. Levensveranderingen zijn geen confetti’s met een moment van vrolijkheid. Het is een langzaam, vaak ongemakkelijk verschuiven van het fundament van je bestaan. Het vraagt niet om bubbels, maar om harde discipline, de sleur van herhaling, het geduld van de lange adem. Daarom schrijf ik mijn brief nu pas. Nu de laatste slingers zijn opgeruimd en de stilte is teruggekeerd. Een stilte die gevuld is met het gestage getik van regen tegen het raam. Dit is het uur van de rauwe helderheid. Geen glitter, geen voornemens, alleen maar het naakte feit van de dag. En juist hier, in deze nuchtere leegte, kan het echte werk beginnen. Het is in deze zelfreflectie dat een andere, diepere vraag opwelt. Niet: wat wil ik veranderen? Maar: waarvoor ben ik dankbaar? Wat heb ik nog steeds lief? Omdat dit de grondtoon is die alle veranderingen mogelijk maakt. Een leven geleefd in overgave is geen leven van passiviteit, maar een leven dat vertrekt vanuit die kern van erkende rijkdom. Het is de liefde voor de gewone dagen, het vertrouwen in de zoektocht, de zuivere intentie om aanwezig te zijn – niet enkel op de feestdagen, maar vooral op druilerige dagen. Daar ligt de echte vernieuwing. Niet in het afweren van wat was, maar in het omhelzen van wat ís, met een hart dat vol zit van dankbaarheid. De enige echte basis voor grote veranderingen in het leven.        

Heidi Schoefs
4 1

De buitenbeller

Tijdens het wandelen kom je wonderbaarlijke mensen tegen. Kijk, daar staat een echte buitenbeller. Op het terras van een taverne met een telefoon aan zijn oor. Het is behoorlijk koud, maar toch heeft hij enkel een trui aan. Tja, als je gebeld wordt, heb je geen tijd om snel een jas aan te trekken. Een echte buitenbeller rept zich meteen naar buiten. Hij neemt binnen zijn telefoon op en zegt tegen de persoon aan de andere kant van de lijn iets in de zin van 'Wacht, ik ga naar buiten'. Eenmaal buitengekomen deelt hij eerst zijn locatie met de persoon die hem gebeld heeft. Het is geen nieuw fenomeen, maar je ziet ze minder vaak, de buitenbellers. Dat heeft met de draadloze oortjes te maken. Dan valt het niet zo op en lijkt het alsof ze tegen zichzelf praten. Een buitenbeller kan ook een buitenroker zijn. Dan profiteren ze van het buitenbellen om meteen te gaan buitenroken. Andersom zal het ook wel eens gebeuren, maar toch beduidend minder.  Ik ken deze buitenbeller. Hij zwaait uitbundig. Misschien zegt hij tegen zijn gesprekspartner dat hij naar mij zwaait, want die kan natuurlijk niet zien dat de buitenbeller aan het zwaaien is. Maar zo duurt het gesprek wat langer en kan hij bij het terug binnenkomen tegen zijn tafelgenoten 'sorry, dat was dinges' zeggen en zo een gesprek over dinges op gang brengen. Het lijkt een tegengesteld gegeven, maar buitenbellen kan een meerwaarde voor het sociale gebeuren zijn. Nu steekt hij zijn duim naar mij omhoog. Dat weiger ik pertinent. Gewoon terugzwaaien is genoeg. Destijds waren er alleen binnenbellers. Je zag pas buitenbellers toen de eerste generatie draagbare telefoons eraan kwamen. Die kon je in het begin alleen thuis gebruiken, op het terras. Soms lijkt het alleen maar zo, dat de tijden veranderen.

Rudi Lavreysen
17 0

Wat ik niet begrijp

'De mens, ge kunt gij daar niet aan uit.' Dat dacht ik op het vliegtuig toen we van Lissabon terugkwamen. Gerard Walschap komt niet vaak in mijn hoofd spoken, maar deze prachtige zin van hem was hier toch van toepassing. Laat me beginnen met het gegeven dat we op Portela Airport serieus hadden moeten wachten wegens een vertraging. Zitten, zitten, zitten. Zo lang dat je spijt begon te krijgen dat je geen koersbroek droeg. Met een zeemvel om je achterste te beschermen.  De eetwinkeltjes waren bijna uitverkocht en de rij bij de hamburgerzaak was zo lang dat je het einde niet zag. Mobiele telefoons werden aan de laadpalen massaal opgeladen en ik zag zelfs enkele koppeltjes ruzie krijgen.  Maar eindelijk verscheen het verlossende bericht op het bord met het nummer van de gate. Allen daarheen. Op het vliegtuig zat ik gescheiden van mijn familie. Ik zat naast een koppel. Zij hadden nog geen ruzie gehad. Het vliegtuig was nog aan het taxiën toen de vrouw naast me haar rugzak opende. Ze haalde er een grote bak met - denk ik – quinoa uit. Het deksel ging eraf en de geur van het goedje verspreidde zich over de aanpalende rijen. Ik moet hierbij aanvullen dat ik een vorm van misofonie heb. Het geluid van etende mensen of krakende chipszakjes jagen me behoorlijk op de kast. Daarom had ik bij het instappen al oortjes ingedaan. Want op de een of andere manier beginnen mensen altijd te eten als ze net in het vliegtuig of in de trein zitten.  Maar waarom was die grote bak quinoa niet verorberd tijdens het wachten op Portala Airport? Er was toch tijd genoeg. Dat is wat ik niet begrijp.  Daarom dacht ik aan die zin van Walschap. ‘De mens, ge kunt gij daar niet aan uit.’ Alsmaar minder.

Rudi Lavreysen
6 0

Een dankjewel

Een dankwoord Het leven zit vol onzin, tot het plots heel concreet wordt. Tot het gaat over geld dat niet van ons is, en over veiligheid die wél van ons is. En dan staat daar één man. Bart De Wever. Van hem krijg ik de laatste dagen een brok in mijn keel. Oprechte dankbaarheid. Ik hoop dat half België hetzelfde voelt. De held van Europa? Hij stond daar, eenzaam als een standbeeld op een verlaten plein, terwijl een heel koor van hyena's om hem heen cirkelde. Hun ogen glinsterden van het Russische goud dat wij 'in bewaring' houden. Alsof het een pot jam is die zomaar open kan. Hij vocht voor een vredestroef. Met niets anders dan zijn overtuiging en een lijf dat vastbesloten was door te zetten. Urenlang. Tot zijn gezicht de kleur aannam van krijt. Je zou voor minder. Maar hij bezweek niet. En in dat niet-bezwijken werd hij iets wat ik dacht dat uitgestorven was: een wandelend, ademend bewijs van ruggengraat. Een koppig soort gezond verstand dat weigerde mee te gaan in de waanzin van de dag. Want serieus: wat was het alternatief? Dachten de anderen werkelijk dat we onze eigen veiligheid konden wegschenken? Om dan te wachten tot de poppenkast van Poetin, Xi en Kim Jong-un een triomftocht door onze straten zouden houden? Slaat de kortzichtigheid soms op hol? Beseft niemand meer wat dat manneke in het Kremlin allemaal in zijn mars heeft? De gedachte alleen al doet me huiveren. Rillingen die niet die van de kou zijn, maar van een nakend onheil dat je voelt eer je het ziet. Voor dit moment, nu, even, is er lucht. Een broze, tijdelijke rust. Laten we ervan genieten…. En laten we, bij alle hemellichamen, hopen dat in 2026 het gezond verstand de laatste lach heeft. Het zou een mirakel zijn. Maar soms, heel soms, gebeuren er mirakels.

Heidi Schoefs
4 0

Den tweede tijm

“Ge kijkt precies zoveel naar uzelf”, zei onze jongste. Het was zo. Hij hield me een spiegel voor. Ik zag mijn spiegelbeeld in het grote raam. Een aangename nazomerdag zorgde voor een mooie weerspiegeling in het glas op het terras. We zaten bij familie. “Ja, het is zo”, zei ik. “Maar het is geen kwestie van ijdelheid. Zeker niet. Ik verbaas me nog elke dag over mijn grijze haren.” Die grijze haren staan ‘op’ mijn hoofd, maar ze zitten niet ‘in’ mijn hoofd. Wat beliegt een mens zichzelf toch. Natuurlijk heb ik een grijze leeftijd. Natuurlijk ben ik over de helft. Nog niet in de verlengingen, maar toch minstens in ‘den tweede tijm’, zoals men vroeger de tweede helft van het voetbal noemde.  Diezelfde avond ging het grijze avontuur verder. We zaten ergens anders, maar het was precies het thema van de dag. Iemand zei dat er een modeshow was geweest met enkel grijze mannen. Geen saaie mannen, maar mannen met een natuurlijk grijs kapsel. Iemand anders zei dat grijsheid voor wijsheid staat en toen was het hek helemaal van de dam. Een discussie tussen de grijzen en de zwarten.  Toen vertelde ik het verhaal van ‘Kojak’. Kennen jullie die serie uit de jaren ’70 nog? De acteur had altijd een lekstok in zijn mond. Enkel om te spreken ging die lolly even uit zijn mond. “Iedereen keek naar zijn lekstok”, zei ik. “Het was zijn middel om met roken te stoppen, maar door die lolly waren de mensen ook minder gefocust op zijn kaal hoofd.”  Toen begon iemand anders over ‘Columbo’, die andere detective uit de jaren ’70. En daarna had iemand het over ‘The Streets of San Francisco’.  Het bewijst alleen maar dat we ouder worden. We zitten in ‘den tweede tijm’, maar we kunnen nog altijd winnen.

Rudi Lavreysen
9 0