Lezen

Sanguis

‘Honderdvijfentwintigduizend euro wil ik,’ zei een koelbloedige stem ‘niet minder’ Ik dacht na maar wist dat ik niet zomaar honderdvijfentwintigduizend euro kon weggeven en verkrijgen. ‘Als ik het geld niet deze week verkrijg, dan stopt het niet bij je vrouw. Dan maak ik je hele familie kapot tot jij als laatste overblijft, capiche?’ Hij zette mij verdomme onder druk. Mijn handen trilden terwijl ik de telefoon vasthield. Ik zei niets want woorden schoten tekort. Hoe moest ik aan zoveel geld geraken? ‘Begrepen’ antwoordde ik uiteindelijk zo rustig mogelijk. De stem had opgehangen, ik hoorde alleen nog maar de piepgeluiden van de telefoon. Het was inmiddels het einde van de week. Ik had mij al voorbereid om mijn vrouw nooit meer terug te zien. Ik zou nooit aan zoveel geld geraken, onmogelijk. Ik opende mijn laptop terwijl ik aan mijn bureau zat. Mijn hart begon sneller te kloppen toen ik zag dat ik een mail had ontvangen. Zou het van de gijzelaar zijn? Ik klikte de mail open. Er was geen onderwerp alleen een filmpje dat er als bijlage was bij toegevoegd. Ik opende het filmpje, het speelde meteen af. Ik zag mijn vrouw met een doek in haar mond gepropt. Een man met een bivakmuts kwam in beeld met een kettingzaag in zijn hand. Wou ik nog verder kijken? Ik moest wel, ik keek hoe mijn vrouw volledig was vastgebonden aan een stoel. De kettingzaag maakte een luid lawaai. Het bevond zich steeds dichter bij haar handen. Nee nee, dit moest een nachtmerrie geweest zijn. Het moest verdomme een slechte droom geweest zijn. De man met de bivakmuts hield nog steeds stevig de zaag vast, die zich enkele centimeters van mijn vrouw haar vingers bevond. Ketchup, dat was het. Het was ketchup. De saus dat men eet bij de frieten, toch? Nee nee, het was geen ketchup. Dat mag ik je verzekeren. Het bloed spatte uit de vinger. Ik wou niet meer verder kijken, toch was er iets in mij dat me dwong. Haar vinger was op de grond gevallen. De gijzelaar leek niet genoeg voldoening te hebben. Het welgekende geluid van de kettingzaag klonk weer. Vinger twee was aan de beurt. Ik zag hoe mijn vrouw probeerde te schreeuwen, alleen met weinig resultaat door het doek dat nog steeds in haar mond was gepropt. ‘Welke psychopaat doet zoiets?!’ had ik gedacht. Ik was machteloos. Ik kon enkel toekijken hoe de man steeds meer vingers van mijn vrouw afzaagde. Inmiddels was alles wazig voor mij. Ik had al dertien minuten gekeken hoe de gijzelnemer zorgvuldig ledematen van mijn vrouw afhakte. Er werd hard geklopt op mijn deur. Het geluid zoog me weer in de realiteit. Ik had geen energie om op te staan, ik kon het niet. Uiteindelijk hoorde ik een hard geluid alsof mijn huis werd binnengestormd. Ik draaide mij om, een man met een zwart uniform, een kogelvrije vest en een zwaar wapen in zijn hand stond in het deurgat. ‘U staat onder arrest, meneer’ had de man in het uniform gezegd.

Nova
18 0

Het jaar van de verkleining

Dit was het jaar van de verkleining. Het eten van kleine kruimeltjes en lepeltjes gevuld met suiker. Ik werd kleiner met de dag. Elke nacht vanaf die maandag eind maart van dit jaar slonk ik en stond ik een aantal grammen lichter op. Ik had wel honger maar niet naar substantie. Ik hongerde naar antwoorden. En aanrakingen door een geliefde die ik had verloren aan zichzelf. De waanzin kan alleen bezit nemen wanneer je de deur openzet. De wonden uit mijn jeugd waren de open vensters. Ik had ze zelf opengezet; om te luchten. De sloten had ik weer vervangen door de sloten van toen hij nog hier woonde. Dezelfde deuren die ik had gesloten na het jaar dat ik groter werd.   Als de wolf met de biggetjes blies mijn hoofdpersoon eerst het strooien huisje omver. Het huisje van de verslaafde dat geen ramen noch deuren had. Daarna begon hij te knabbelen aan een ander huisje ergens op de scheidslijn tussen Wallonië en Vlaanderen. De gewezen juf had wel deuren en vensters en nodigde hem begeerlijk uit om binnen te treden. Ze hadden elkaar begeerd, zo vertelde ze mij toen ze aanklopte aan mijn sterke stenen huisje met deuren en vervangen sloten en ramen die open stonden maar alleen bij mooi weer. Ze klopte aan en ik herkende de klop. De klop van nieuws dat het leven doet wankelen. Ik deed aarzelend open en voordat ik de deur kon sluiten zette zij haar kleine vrouwtjes voet ertussen. No escape. Ik was gemangeld en werd gemarteld. Ze betoverde mijn dag naar nacht en wist me met haar weloverwogen woorden naar de afgrond te brengen. Ik kromp. Ik vroeg het hem. De man die ik liefhad of het waar was. Geen antwoord was de uitspraak. Ik slonk. Op zoek naar kracht om mijn huisje heel te houden bood ik mezelf aan en verving de nieuwe sloten met de oude van ons leven samen. Kom binnen. Kom drinken. Kom eten. Gebruik me. Het jaar dat ik dacht van kruimels te kunnen leven is bijna voorbij. Nog twee weken heb ik mijn kleine ik gegeven. Hem ook.  

Susanna
21 0

Running joke

Op zondag 8 oktober 2017 zou ik in Eindhoven mijn eerste marathon lopen. Tot ik twee weken ervoor geblesseerd raakte en er niks anders op zat dan mezelf hysterisch jankend, mankend, wandelend en daarna opnieuw lopend door een revalidatie van anderhalf jaar te sleuren. We spoelen twee jaar verder. Op zondag 13 oktober 2019 zou ik in Eindhoven mijn eerste marathon lopen. Tot ik twee weken ervoor geblesseerd raakte en … bon, je begrijpt het wel. Het is duidelijk dat ik goed op weg ben om de running joke van mijn omgeving te worden. Verhaegens zijn geen stappers. Wij lopen en we lopen verdomme hard. We gaan geen brood halen, wij lópen een brood halen. We crossen de zolen van onder onze schoenen om de trein niet te missen. En we spurten naar de wc. Want wandelen is tijdverlies en als er iets is wat Verhaegens haten, naast alcoholvrije dranken, dan is het tijdverlies. Voor tijdverlies heb ik gewoonweg geen tijd, zeg ik altijd. Je hebt m’n toestemming om dat op je bedrijfsmuur met inspirerende quotes te hangen. Tot zijn laatste werkdag liep mijn nonkel elke dag van Schriek naar z’n werk in Antwerpen en terug. Over de autostrade, want dat was de kortste weg en het is niet makkelijk om met een gevulde brooddoos, een banaan, een appel, een mandarijntje, een suikerwafel, een Double Lait-reep, een thermos koffie, een boek van Suske en Wiske, een gebruikte onderbroek van mijn tante en een volle gereedschapskist te lopen. Vergeet ook niet dat dat in de tijd was dat het gevaarlijk was op de snelweg omdat je nog niet tussen de stilstaande auto’s kon zigzaggen. Maar niemand van de familie doet het beter dan mijn overgrootvader Kamielius Senior (de Tweede). Die heeft het in 1894 klaargespeeld om in één dag 325 kilometer te lopen, tot in Parijs. Vava Kamiel, zoals wij hem noemden, was geselecteerd voor het WK 100 meter patattenpleklopen dat in de Franse hoofdstad doorging. Maar hij moest er wel eerst geraken en ons enige paard had op die dag de smerigste diarree in de lokale geschiedenis van smerige paardendiarreeën. Dus vond vava Kamiel er niks beters op dan met 6 hardgekookte eieren, een paar extra klompen en een gebruikte onderbroek van m’n overgrootmoeder in een op z’n rug gebonden jutezak naar Parijs te lopen. Ginder bakte hij er natuurlijk niks van omdat hij de volgende dag stijver was dan de steel van een schop. En dat was niet de enige tegenvaller, want toen hij drie dagen later thuiskwam kreeg hij te horen dat z’n paard dood was. Het beest was uit heimwee haar baasje gevolgd, maar had onderweg letterlijk de ingewanden uit haar lijf gescheten. De darmen lagen tot in Zemst. Dat allemaal om te zeggen dat in onze familie een serieuze loopgeschiedenis leeft en dat ik mezelf belachelijk maak als ik niet eens een simpele marathon kan uitlopen. Het is dus op zondag 11 oktober 2020 dat ik in Eindhoven mijn eerste marathon ga lopen. Hinkend, kruipend of meeliftend op de rug van een uit de kluiten gewassen Ruud, Sjoerd of Jaap. Het kan me niet schelen, maar finishen zal ik. En terwijl zal ik hier en daar een druppel op mijn hard werkend loperslijf voelen vallen, en ik zal heel goed beseffen dat dat niks heeft te maken met de Eindhovense herfst, maar dat het vava Kamiel is die in de hemel een traan wegpinkt, beseffende dat drie generaties later de loopnaam van de Verhaegens nog altijd in stand wordt gehouden.

Hans Verhaegen
17 0

Deze uitvinding socks

De (af)wasmachine, de televisie, internet, … Allemaal uitvindingen die de meesten van ons alleen maar zullen toejuichen. Maar zo af en toe kom je een uitvinding tegen, waarvan je je afvraagt: waarom in hemelsnaam?! De avocadosock is er wat mij betreft zo een. Nee, beste mensen, het is geen 1 aprilgrap. Hij bestaat echt. En nee, de sok is niet uitgevonden omdat de avocado het te koud zou hebben in ons frisse noordelijke klimaat. Het werkt zo: je doet een onrijpe avocado in de sok en binnen 24 uur zou hij dan perfect rijp moeten zijn om te eten. Iets met de warmte van de wol in combinatie met het natuurlijk wolvet (lanoline dus). Een schaap kan de was doen. Zoiets. Om maar even binnen het thema te blijven: ik werd van mijn sokken geblazen toen ik de prijs zag. Achttien euro! En dat niet voor een páár sokken, maar voor slechts één enkele sok! Noem me ouderwets – een ouwe sok als je wil – maar kun je niet gewoon een eetklare avocado kopen? In de supermarkt liggen die tegenwoordig toch allemaal mooi uitgedost met een stickertje ‘eetrijp’ erop? Achttien euro, zeg… Daar kun je toch al snel een stuk of twaalf avocado’s van kopen. Ik leef weliswaar op grote voet, maar dan wel alleen letterlijk. Dat doet me aan iets denken: stel je voor dat ik ’s morgens vroeg nog half slaapdronken per ongeluk met mijn maat 42 in de avocadosock stap? Tegen dat ik erachter ben gekomen, zit ik misschien ineens al met een maat 43. En dat dan aan één kant! Aan de andere kant: wat als ik geld in de magische sok zou steken? Zou tien euro na een dagje rijpen tot, pak ‘m beet, veertien euro? Kijk, dan wordt het pas een interessante uitvinding. Brengt het toch nog wat op, geld in een sok bewaren.       

Vera's Column
15 0