Lezen

De boekenverkoper

Ik heb een vaste boekenverkoper op de zondagsmarkt. Natuurlijk is hij ook een boekenkoper. Omdat ik zelf een boekenkoper ben, is dat praktisch. Wacht, ik leg het u uit. Hij verkoopt boeken, maar hij koopt ze ook, op allerhande boeken- en tweedehandsmarkten. Als hij daar iets ziet waar zijn klanten naar op zoek zijn, schaft hij het aan. Dat bespaart ons, boekenkopers, een hoop tijd. "Jij bent toch die Carmiggeltman", zegt hij me tijdens de eerste markt van het jaar. "Klopt. Heb je nog iets?" Meteen heb ik spijt van mijn vraag. We hebben thuis afgesproken dat ik wat minder doe met boeken, wegens plaatsgebrek. Maar het is een beetje als roken. Op de duur doe je het stiekem. Zeker bij de uitgave van Carmiggelt die mijn vaste boekenverkoper me laat zien. "Je zocht toch nog iets?", vraagt hij. "Ja, je mag van dinges altijd iets mag meebrengen", antwoord ik. Met de beste wil van de wereld kan ik niet op de naam van de Japans-Engelse auteur komen. "Die Nobelprijswinnaar", vervolg ik. "Ja, daar zijn er veel van", lacht hij. "Je weet wel, het boek met de butler en zijn vader, op het Engels platteland, tijdens de Tweede Wereldoorlog." "Inderdaad", zegt hij. "Het is verfilmd, met Anthony Hopkins. The remains of the day." Mezelf vervloekend dat ik niet op de naam van de schrijver kom, begeef ik me terug huiswaarts. Plots schiet het me te binnen. “ISHIGURO”, roep ik luid. Als in een kramp. Ik schrik er zelf van. Net als de verkoper van tweedehands gereedschap, waar ik langs sta. Hij denkt wellicht dat ik een klap van de hamer heb gekregen, die voor hem ligt. Ik besluit snel om te zwaaien, alsof ik mijn vriend Ishiguro in de verte zie. Maar ik denk niet dat ik ermee weg kom.  

Rudi Lavreysen
0 0

Paringsdans - Huid, vlo en een vleugje fluo-roze

Het hemd dat Paco onder zijn gesloten colbertjasje droeg was van tafzijde. Menig man zou hem verwijfd hebben gevonden, alleen al omwille van zijn voorkeur voor deze stof. Hij hield van zijde op zijn blote huid en ze bleek ook nog eens bijzonder uitnodigend te zijn voor vrouwelijk schoon om zich er tegenaan te vleien. Van zodra het ijs enigszins gebroken was. Tot dan waren de accidentele aanrakingen en de zichzelf uitnodigende opmerkingen ‘Goh, wat een speciale stof. Mag ik eens voelen?’, voldoende om het kledingstuk aan te raken en ondertussen ook een stukje van zijn lijf. Twee vingers gleden met een geveinsde traagheid tussen de dichtgeknoopte knoopjes ter hoogte van zijn hart en met duim en wijsvinger voelden ze zachtjes aan de stof alsof dat het belangrijkste was.   Paco genoot van de vrouwelijke verleidingsfinesses, maar wist het hoofd, en ook meer koel te houden als het hem niet uitkwam. Waar en wanneer een zekere kilte zich over hem overviel kon niemand inschatten. Het was maar een enkele keer. Omdat hij bijna altijd een bijzonder aangename collega was - ja, ook ten aanzien van de mannelijke - nam niemand hem dat kwalijk. Hij had ook recht op zijn persoonlijke bubbel, waarin hij zich kon terugtrekken om te bekomen van het leven dat hij leidde en het leven dat hem deed lijden. Dat zich dat soms in alle openheid afspeelde, zagen anderen niet als een zwakte, eerder als iets dat ook hen wel eens overkwam, maar waarvoor ze niet publiekelijk durfden uitkomen.   Paco stond sterk in zijn schoenen, was een echte leidersfiguur en mogelijkerwijs zat zijn afkomst daar voor iets tussen. Hij droeg zijn hemd met verve. Een analytisch denkende man op zoek naar een partner had nog in de stofkeuze kunnen meegaan, ware het niet dat de kleur zeer uitgesproken was. Door de eigenschap van tafzijde om meerdere kleurschakeringen te hebben van zodra er een plooi in de stof valt, was het moeilijk te bepalen om welke kleur het nu precies ging. Bij elkaar zittende dames aan een tafeltje keken hem onderzoekend aan, overlegden en kwamen met de volgende nieuwsamengestelde kleur: huid, vlo met een vleugje fluoroze.   Het overleg had even geduurd, maar de consensus werd gedegen onderbouwd. De kleur huid of huidkleurig mag dan in onze westerse wereld veel gebruikt zijn in de mode, ze verwijst onlosmakelijk naar een blanke huidkleur. Paco had met zijn Porto Ricaanse roots een iets donkerdere huid. Ik weet niet of de dames gekozen hadden voor deze kleur omdat ze niets liever wilden dan over zijn huid strelen, dan wel dat ze daarmee wilden verwijzen naar zijn gave huid. De kleine afwijking in huidkleur werd gecompenseerd met de kleur vlo. Wilden de dames maar wat graag deze vlo in hun pels hebben? Ergens tussen bruin, roze en grijs in, maar met iets meer fluoroze. Deze man spatte echt wel van de dansvloer. Hij wist niet alleen passievol aandacht te geven, door zijn intense overgave kreeg hij alleen maar blikken naar zich toe gericht. Hij vroeg geen aandacht, hij kreeg ze gewoon en dat was niet door dat spikkeltje fluoroze in zijn gekleurde hemd. Die fluo zat ‘m in zijn hart en straalde tot ver buiten zijn huid.

Attendant Moon
0 0

Bloemenhof

Twee keer raden: ik heb het moeilijk. Ik weet niet of ik het ooit niet meer moeilijk ga hebben. Ik ben gewoon zo iemand die over alles veel te veel nadenkt en niet kan loslaten. Misschien betert dat wel als ik eindelijk mezelf kan aanvaarden zoals ik ben, maar dat lukt me niet.   Het is moeilijk om je in te beelden hoe het is om jezelf echt niet graag te hebben, als je dat zelf niet zo voelt. Ik weet wel hoe het is. Ik kan niets, ben nergens goed in en kan me nooit eens bewijzen. Dat klinkt allemaal overdreven (en is het ook een beetje), maar ik heb niets dat ik een talent zou noemen. Ik ben in geen enkele sport goed, ik kan geen muziekinstrument bespelen, ik ben niet grappig, ik heb weinig uitgesproken meningen, ik ben naïef, ik ben egoïstisch, ik kan niet tegen mijn verlies, ik ben niets. Ik ben niets waard, en toch zijn er mensen die dat precies niet zien. Mensen die me toch nog graag hebben, of "fier" op me zijn. Ik snap niet dat Nick mij graag kan zien. Nick, die superslim is, die zowat alle muziekinstrumenten kan bespelen, die iedereen graag heeft, die grappig is, die in alle sporten beter is dan ik, die gelukkig is, die alles is wat ik ooit zal willen. Wat doet hij met iemand als ik die de hele tijd zaagt en ongelukkig is. Hoe houdt hij dat vol? En vooral, hoe lang houdt hij dat nog vol?   Hoe lang nog tot ik aanvaard dat ik niets ben, en hij alles is, maar dat hij me toch graag ziet? Hoe lang nog tot ik stop met twijfelen aan mezelf? Hoe lang nog tot ik iets vind waar ik beter in ben dan anderen? Hoe lang nog tot ik Nick trots kan maken dat ik zijn vriendin ben? Hoe lang nog tot ik stop met afzien? Hoe lang nog tot 'ik' stop? Ik kan mezelf en anderen enkel ongelukkig maken op lange termijn. Nick gaat niet bij mij blijven, en ik ga mezelf verliezen. Ik ga het leven verliezen. Toch wil ik dat niet, geloof me of niet. Ik wil leven, ik wil genieten, ik wil normaal zijn. Maar ik ben niet gemaakt om gelukkig te zijn. Zelfs de man van mijn leven kan dat gevoel niet altijd wegduwen. Ik heb hem nodig om het genoeg weg te duwen, zodat ik kan twijfelen of het misschien toch ooit nog betert. Want vanaf dat die zekerheid er is, ben ik niets meer waard, en dat wil ik niet.   Papa, kom me helpen. Vertel me dat jij je ook zo voelde, en dat het uiteindelijk allemaal niet waar bleek. Dat jij echt gelukkig bent geweest. Dat ik dat ook kan zijn. Geef me kracht om Nick graag genoeg te kunnen zien, zodat hij het weet en ik mezelf er niet in verlies. Geef me kracht om mezelf ook graag genoeg te zien, zodat ik weet dat ik goed genoeg ben. Want ik weet zelf niet hoe het moet.

Layla Clarke
0 0

Influencer

Dromen kunnen wel degelijk werkelijkheid worden, jongens en meisjes. Nationale monumenten staan in lichterlaaie, onze planeet wil ons van haar rug flikkeren, James Cooke is nog altijd niet verscheurd door een roedel uitgehongerde wolven, maar mij gaat het meer dan ooit voor de wind. Ik heb het natuurlijk over mijn 146-koppig leger Instagram-followers, een aantal dat exponentieel is gestegen vergeleken met de 125 die ik er had voor ik columns begon te promoten op dit sociaal medium. Ik moet nog maar een foto van m’n armhaar posten en het ding gaat viraler dan verkoudheden bij jonge ouders. Als nieuwbakken influencer weet ik dan ook als de beste hoe mijn publiek te bespelen voor eigen gewin. Zo vroeg ik mijn volgelingen twee weken geleden naar onderwerpen om over te schrijven, zodat ik ook dat zware denkwerk niet meer zelf hoef te doen. De reacties waren overweldigend, waardoor dit stukje tekst hieronder zichzelf praktisch heeft geschreven. Bij deze een column voor, door en als het van mij afhing ook hartverwarmend diep ín jullie, liefste followers. Op naar nummer 147!   Het zal je niet verbazen dat mijn leven als Insta-sensatie alleen maar voordelen heeft. Zo kan ik het mij ondertussen veroorloven om maar halftijds in loondienst te werken en dat zorgt voor een mooi levensevenwicht. De helft van de week ontdek ik elke middag meer van de prachtige omgeving rond Brussel-Zuid. Deze kant van de hoofdstad is dan misschien niet zo mainstream als pakweg Centraal, toch is de Zuidcoté een aanrader voor wie altijd al eens heeft willen rondlopen op een set van The Walking Dead met meer zombies, ziektes en honger. Mijn inspirerende reisblogpost getiteld ‘De 6 Verborgen Plekjes Rond Station Brussel-Zuid Die Niet Naar Urine Ruiken’ volgt snel. De nadelen van deze omgeving en de job zijn dat ik ondertussen elke zin afsluit met quoi, dat ik sneller reageer op mijn Brusselse roepnaam fils de pute, dan op Hans en dat ik ’s avonds een tussentaal spreek à la ‘putaaain chouke, waarom zijn mijn carotten zo dik gecoupeerd, ’t is comme tu t’en foukes… quoi.’   De rest van mijn dagen slijt ik thuis terwijl ik wat copy of columns tik en wekelijks, zolang de echte, getalenteerde Herman Brusselmans niet dood is, zonder succes bij Humo solliciteer. De voordelen van die halve week thuiswerken zijn dat je je eigen baas bent en dus niemands kont moet afvegen of likken, je nooit nog in je bedrijfsrestaurant op vrijdag visdag ter ere van Jezus een bord rioolfilet achterover moet kokhalzen, en dat je zo veel dwergenporno kan kijken als je wil. Het nadeel is dat je zo veel dwergenporno kan kijken als je wil. Geloof me, om mij tegenwoordig nog opgewonden te krijgen moeten er minstens een hermafrodiete neushoorn met vijf vagina’s en drie penissen aan te pas komen, een 63-jarige bibliothecaresse in een Daenerys Targaryen-pak, een portie ribbekes karamel-pikant van Jan De Volksschilder in Keerbergen, en een pizzabezorger met Dries Van Langenhove-tattoo – z’n anus als de mond van Dries. Helaas zijn die filmpjes enorm zeldzaam, wat mijn productiviteit dan wel weer ten goede komt.   Een paar dagen geleden stond ik zoals gewoonlijk in de Bergstraat van Heist te flyeren in mijn zoektocht naar de illustere vierde lezer van m’n blog. Komt er daar zo’n oude racistische dorpsgenoot – pleonasme, excuses – op mij afgestapt en hij roept: ‘hey linkse rat, zou je dat bestofte holbaardje van je mammie op je gezicht niet eens afscheren? Dat zorgt ervoor dat je er nog harder uitziet als een vieze, linkse rat.’ Nu geef ik toe dat ik niet over straat paradeer in Schild en Vrienden T-shirts met de Vlaamse leeuw-vlag rond m’n schouders gedrapeerd, maar ik dacht toch dat m’n blond haar en blauwe ogen me bij de rechtse Heistenaars – pleonasme, sorry – het voordeel van de twijfel zouden geven. De man in kwestie zag er klaar uit om mij met opengesperde mond op een borduur te zetten, maar gelukkig ligt er in de Bergstraat enkel asfalt en een slecht gelegde kasseiboord. Nog een meevaller was dat er op dat moment drie gekleurde kindjes langs fietsten. Bij het aanzien daarvan kreeg de Heistse führer me daar zo’n woedeaanval dat zijn Jupilerpet van z’n hoofd vloog en zijn stromende okselvijvers de afkondiging van het rampenplan triggerden. Of hij de kindjes uiteindelijk heeft kunnen vangen met dat net dat hij bijhad, weet ik niet. Ik weet alleen dat ik snel mijn matten heb gerold en naar huis ben gegaan met een handvol hansverhaegen.com-flyers, maar zonder vierde lezer.   Onderweg mocht ik nog een hindernissenparcours afleggen tussen borden met affiches die slecht werkende tandpasta leken te promoten. Bij nadere inspectie ontdekte ik dat het verkiezingsborden waren, vol zeepsmikkels van verschillende komaf en overtuiging, maar met dezelfde machtshonger in de fake lachende ogen. Én dezelfde vastberadenheid zich belachelijk te maken voor een paar stemmen extra. Ik durf ervoor te wedden dat er op dit moment ergens een VLD’er flippo’s van zichzelf aan het drukken is, een SP.A’er zichzelf laat filmen terwijl hij staat te swishen in een bejaardentehuis en een CD&V’er een ludiek rapnummer over z’n programmapunten zit te schrijven. En ’t is niet omdat mijn eigen rapcarrière sneller gestorven is dan de gemiddelde babyolifant in Planckendael, dat ik mijn diensten niet kan aanbieden als ghostwriter. Uiteraard tegen betaling, want als ik mijn ziel verkoop, wil ik daar op z’n minst grof geld voor in de plaats. Voor een euro of vierduizend extra, zet ik er zelfs een story voor op the Gram. Ik ben dan misschien wel een sell-out maar als er één ding is dat niet goedkoop is, dan is het mijn 146 volgers droog in hun welgevormde achterste nemen met je partijpropaganda. Respect heet dat en ik ben er zeker van dat dat een van de hoofdredenen is waarom ik in geen tijd zo’n uniek succesverhaal ben geworden op Instagram.

Hans Verhaegen
22 0