Lezen

Paringsdans - Huid, vlo en een vleugje fluo-roze

Het hemd dat Paco onder zijn gesloten colbertjasje droeg was van tafzijde. Menig man zou hem verwijfd hebben gevonden, alleen al omwille van zijn voorkeur voor deze stof. Hij hield van zijde op zijn blote huid en ze bleek ook nog eens bijzonder uitnodigend te zijn voor vrouwelijk schoon om zich er tegenaan te vleien. Van zodra het ijs enigszins gebroken was. Tot dan waren de accidentele aanrakingen en de zichzelf uitnodigende opmerkingen ‘Goh, wat een speciale stof. Mag ik eens voelen?’, voldoende om het kledingstuk aan te raken en ondertussen ook een stukje van zijn lijf. Twee vingers gleden met een geveinsde traagheid tussen de dichtgeknoopte knoopjes ter hoogte van zijn hart en met duim en wijsvinger voelden ze zachtjes aan de stof alsof dat het belangrijkste was.   Paco genoot van de vrouwelijke verleidingsfinesses, maar wist het hoofd, en ook meer koel te houden als het hem niet uitkwam. Waar en wanneer een zekere kilte zich over hem overviel kon niemand inschatten. Het was maar een enkele keer. Omdat hij bijna altijd een bijzonder aangename collega was - ja, ook ten aanzien van de mannelijke - nam niemand hem dat kwalijk. Hij had ook recht op zijn persoonlijke bubbel, waarin hij zich kon terugtrekken om te bekomen van het leven dat hij leidde en het leven dat hem deed lijden. Dat zich dat soms in alle openheid afspeelde, zagen anderen niet als een zwakte, eerder als iets dat ook hen wel eens overkwam, maar waarvoor ze niet publiekelijk durfden uitkomen.   Paco stond sterk in zijn schoenen, was een echte leidersfiguur en mogelijkerwijs zat zijn afkomst daar voor iets tussen. Hij droeg zijn hemd met verve. Een analytisch denkende man op zoek naar een partner had nog in de stofkeuze kunnen meegaan, ware het niet dat de kleur zeer uitgesproken was. Door de eigenschap van tafzijde om meerdere kleurschakeringen te hebben van zodra er een plooi in de stof valt, was het moeilijk te bepalen om welke kleur het nu precies ging. Bij elkaar zittende dames aan een tafeltje keken hem onderzoekend aan, overlegden en kwamen met de volgende nieuwsamengestelde kleur: huid, vlo met een vleugje fluoroze.   Het overleg had even geduurd, maar de consensus werd gedegen onderbouwd. De kleur huid of huidkleurig mag dan in onze westerse wereld veel gebruikt zijn in de mode, ze verwijst onlosmakelijk naar een blanke huidkleur. Paco had met zijn Porto Ricaanse roots een iets donkerdere huid. Ik weet niet of de dames gekozen hadden voor deze kleur omdat ze niets liever wilden dan over zijn huid strelen, dan wel dat ze daarmee wilden verwijzen naar zijn gave huid. De kleine afwijking in huidkleur werd gecompenseerd met de kleur vlo. Wilden de dames maar wat graag deze vlo in hun pels hebben? Ergens tussen bruin, roze en grijs in, maar met iets meer fluoroze. Deze man spatte echt wel van de dansvloer. Hij wist niet alleen passievol aandacht te geven, door zijn intense overgave kreeg hij alleen maar blikken naar zich toe gericht. Hij vroeg geen aandacht, hij kreeg ze gewoon en dat was niet door dat spikkeltje fluoroze in zijn gekleurde hemd. Die fluo zat ‘m in zijn hart en straalde tot ver buiten zijn huid.

Attendant Moon
0 0

Bloemenhof

Twee keer raden: ik heb het moeilijk. Ik weet niet of ik het ooit niet meer moeilijk ga hebben. Ik ben gewoon zo iemand die over alles veel te veel nadenkt en niet kan loslaten. Misschien betert dat wel als ik eindelijk mezelf kan aanvaarden zoals ik ben, maar dat lukt me niet.   Het is moeilijk om je in te beelden hoe het is om jezelf echt niet graag te hebben, als je dat zelf niet zo voelt. Ik weet wel hoe het is. Ik kan niets, ben nergens goed in en kan me nooit eens bewijzen. Dat klinkt allemaal overdreven (en is het ook een beetje), maar ik heb niets dat ik een talent zou noemen. Ik ben in geen enkele sport goed, ik kan geen muziekinstrument bespelen, ik ben niet grappig, ik heb weinig uitgesproken meningen, ik ben naïef, ik ben egoïstisch, ik kan niet tegen mijn verlies, ik ben niets. Ik ben niets waard, en toch zijn er mensen die dat precies niet zien. Mensen die me toch nog graag hebben, of "fier" op me zijn. Ik snap niet dat Nick mij graag kan zien. Nick, die superslim is, die zowat alle muziekinstrumenten kan bespelen, die iedereen graag heeft, die grappig is, die in alle sporten beter is dan ik, die gelukkig is, die alles is wat ik ooit zal willen. Wat doet hij met iemand als ik die de hele tijd zaagt en ongelukkig is. Hoe houdt hij dat vol? En vooral, hoe lang houdt hij dat nog vol?   Hoe lang nog tot ik aanvaard dat ik niets ben, en hij alles is, maar dat hij me toch graag ziet? Hoe lang nog tot ik stop met twijfelen aan mezelf? Hoe lang nog tot ik iets vind waar ik beter in ben dan anderen? Hoe lang nog tot ik Nick trots kan maken dat ik zijn vriendin ben? Hoe lang nog tot ik stop met afzien? Hoe lang nog tot 'ik' stop? Ik kan mezelf en anderen enkel ongelukkig maken op lange termijn. Nick gaat niet bij mij blijven, en ik ga mezelf verliezen. Ik ga het leven verliezen. Toch wil ik dat niet, geloof me of niet. Ik wil leven, ik wil genieten, ik wil normaal zijn. Maar ik ben niet gemaakt om gelukkig te zijn. Zelfs de man van mijn leven kan dat gevoel niet altijd wegduwen. Ik heb hem nodig om het genoeg weg te duwen, zodat ik kan twijfelen of het misschien toch ooit nog betert. Want vanaf dat die zekerheid er is, ben ik niets meer waard, en dat wil ik niet.   Papa, kom me helpen. Vertel me dat jij je ook zo voelde, en dat het uiteindelijk allemaal niet waar bleek. Dat jij echt gelukkig bent geweest. Dat ik dat ook kan zijn. Geef me kracht om Nick graag genoeg te kunnen zien, zodat hij het weet en ik mezelf er niet in verlies. Geef me kracht om mezelf ook graag genoeg te zien, zodat ik weet dat ik goed genoeg ben. Want ik weet zelf niet hoe het moet.

Layla Clarke
0 0

Influencer

Dromen kunnen wel degelijk werkelijkheid worden, jongens en meisjes. Nationale monumenten staan in lichterlaaie, onze planeet wil ons van haar rug flikkeren, James Cooke is nog altijd niet verscheurd door een roedel uitgehongerde wolven, maar mij gaat het meer dan ooit voor de wind. Ik heb het natuurlijk over mijn 146-koppig leger Instagram-followers, een aantal dat exponentieel is gestegen vergeleken met de 125 die ik er had voor ik columns begon te promoten op dit sociaal medium. Ik moet nog maar een foto van m’n armhaar posten en het ding gaat viraler dan verkoudheden bij jonge ouders. Als nieuwbakken influencer weet ik dan ook als de beste hoe mijn publiek te bespelen voor eigen gewin. Zo vroeg ik mijn volgelingen twee weken geleden naar onderwerpen om over te schrijven, zodat ik ook dat zware denkwerk niet meer zelf hoef te doen. De reacties waren overweldigend, waardoor dit stukje tekst hieronder zichzelf praktisch heeft geschreven. Bij deze een column voor, door en als het van mij afhing ook hartverwarmend diep ín jullie, liefste followers. Op naar nummer 147!   Het zal je niet verbazen dat mijn leven als Insta-sensatie alleen maar voordelen heeft. Zo kan ik het mij ondertussen veroorloven om maar halftijds in loondienst te werken en dat zorgt voor een mooi levensevenwicht. De helft van de week ontdek ik elke middag meer van de prachtige omgeving rond Brussel-Zuid. Deze kant van de hoofdstad is dan misschien niet zo mainstream als pakweg Centraal, toch is de Zuidcoté een aanrader voor wie altijd al eens heeft willen rondlopen op een set van The Walking Dead met meer zombies, ziektes en honger. Mijn inspirerende reisblogpost getiteld ‘De 6 Verborgen Plekjes Rond Station Brussel-Zuid Die Niet Naar Urine Ruiken’ volgt snel. De nadelen van deze omgeving en de job zijn dat ik ondertussen elke zin afsluit met quoi, dat ik sneller reageer op mijn Brusselse roepnaam fils de pute, dan op Hans en dat ik ’s avonds een tussentaal spreek à la ‘putaaain chouke, waarom zijn mijn carotten zo dik gecoupeerd, ’t is comme tu t’en foukes… quoi.’   De rest van mijn dagen slijt ik thuis terwijl ik wat copy of columns tik en wekelijks, zolang de echte, getalenteerde Herman Brusselmans niet dood is, zonder succes bij Humo solliciteer. De voordelen van die halve week thuiswerken zijn dat je je eigen baas bent en dus niemands kont moet afvegen of likken, je nooit nog in je bedrijfsrestaurant op vrijdag visdag ter ere van Jezus een bord rioolfilet achterover moet kokhalzen, en dat je zo veel dwergenporno kan kijken als je wil. Het nadeel is dat je zo veel dwergenporno kan kijken als je wil. Geloof me, om mij tegenwoordig nog opgewonden te krijgen moeten er minstens een hermafrodiete neushoorn met vijf vagina’s en drie penissen aan te pas komen, een 63-jarige bibliothecaresse in een Daenerys Targaryen-pak, een portie ribbekes karamel-pikant van Jan De Volksschilder in Keerbergen, en een pizzabezorger met Dries Van Langenhove-tattoo – z’n anus als de mond van Dries. Helaas zijn die filmpjes enorm zeldzaam, wat mijn productiviteit dan wel weer ten goede komt.   Een paar dagen geleden stond ik zoals gewoonlijk in de Bergstraat van Heist te flyeren in mijn zoektocht naar de illustere vierde lezer van m’n blog. Komt er daar zo’n oude racistische dorpsgenoot – pleonasme, excuses – op mij afgestapt en hij roept: ‘hey linkse rat, zou je dat bestofte holbaardje van je mammie op je gezicht niet eens afscheren? Dat zorgt ervoor dat je er nog harder uitziet als een vieze, linkse rat.’ Nu geef ik toe dat ik niet over straat paradeer in Schild en Vrienden T-shirts met de Vlaamse leeuw-vlag rond m’n schouders gedrapeerd, maar ik dacht toch dat m’n blond haar en blauwe ogen me bij de rechtse Heistenaars – pleonasme, sorry – het voordeel van de twijfel zouden geven. De man in kwestie zag er klaar uit om mij met opengesperde mond op een borduur te zetten, maar gelukkig ligt er in de Bergstraat enkel asfalt en een slecht gelegde kasseiboord. Nog een meevaller was dat er op dat moment drie gekleurde kindjes langs fietsten. Bij het aanzien daarvan kreeg de Heistse führer me daar zo’n woedeaanval dat zijn Jupilerpet van z’n hoofd vloog en zijn stromende okselvijvers de afkondiging van het rampenplan triggerden. Of hij de kindjes uiteindelijk heeft kunnen vangen met dat net dat hij bijhad, weet ik niet. Ik weet alleen dat ik snel mijn matten heb gerold en naar huis ben gegaan met een handvol hansverhaegen.com-flyers, maar zonder vierde lezer.   Onderweg mocht ik nog een hindernissenparcours afleggen tussen borden met affiches die slecht werkende tandpasta leken te promoten. Bij nadere inspectie ontdekte ik dat het verkiezingsborden waren, vol zeepsmikkels van verschillende komaf en overtuiging, maar met dezelfde machtshonger in de fake lachende ogen. Én dezelfde vastberadenheid zich belachelijk te maken voor een paar stemmen extra. Ik durf ervoor te wedden dat er op dit moment ergens een VLD’er flippo’s van zichzelf aan het drukken is, een SP.A’er zichzelf laat filmen terwijl hij staat te swishen in een bejaardentehuis en een CD&V’er een ludiek rapnummer over z’n programmapunten zit te schrijven. En ’t is niet omdat mijn eigen rapcarrière sneller gestorven is dan de gemiddelde babyolifant in Planckendael, dat ik mijn diensten niet kan aanbieden als ghostwriter. Uiteraard tegen betaling, want als ik mijn ziel verkoop, wil ik daar op z’n minst grof geld voor in de plaats. Voor een euro of vierduizend extra, zet ik er zelfs een story voor op the Gram. Ik ben dan misschien wel een sell-out maar als er één ding is dat niet goedkoop is, dan is het mijn 146 volgers droog in hun welgevormde achterste nemen met je partijpropaganda. Respect heet dat en ik ben er zeker van dat dat een van de hoofdredenen is waarom ik in geen tijd zo’n uniek succesverhaal ben geworden op Instagram.

Hans Verhaegen
22 0

Sokkels

We openen onze ogen, trillend en loom het lichaam verzwaard van de nacht. De pupil die te snel verkleind na wijdopen dromen. Het gewoel van de slaap loopt over in het gewoel van het leven, het gevoel van het leven, het gewoel van gevoel. Als een naaldenprik in ons zijn, is ons zijn. Prik, het licht in de ooglens. Prik, de eerste spier die samentrekt. Prik, de gedachte aan wat moet en wat mag. Prik, de volle blaas die smeekt. Prik, die eerste gedachte. Het is de vraag die sloom ligt te hunkeren op het achterste van onze tong, onze keel dichtknijpt en de lucht ontneemt of de mond openspert en inhaleert. We lachen onze tanden bloot om al wat we niet weten, een grimas en een schreeuw, want de grens is klein tussen plezier en pijn. Goedemorgen.  We duwen ons recht uit de warmte van de slaap en plaatsen ons voor de twee sokkels van iedere dag. Kiezen we voor het hoofd, of voor het hart. Hoofd, of hart. Niemand kan beslissen met zijn hoofd op de foute plek en het is snel grijpen naar dat wat klopt. Maar de bloederige pomp verdwijnt soms onder vingerafdrukken, uitgeput na al die jaren van ritme houden, ritme houden, ritme houden. Hoofd of hart. En ergens daartussenin zit het lichaam. Het wakende leven is vaak onbewuster dan het slapende, en zonder stil te staan grijpen we het eerste het beste. Als een stel sleutels dat op de kast ligt te wachten op vertrek, oeps, bijna vertrokken zonder. En wat ben je in het leven zonder sleutels, de mens heeft een akelige gewoonten van sloten. Zoals alles is het een kwestie van gewoonte, en na een tijd is het snel gekozen voor datgene dat niet onder het stof is verdwenen.    Hij grijpt het hoofd, plaatst het recht op de ruggengraat en vertrekt.    Zij twijfelt, voelt, en neemt voorzichtig het hart.    Hij doet wat moet, praktisch en volgens de regels van de logica. In deze maatschappij moet je je hoofd gebruiken. De grijze massa is ons besturingssysteem, met de radars van de logica afgestemd op de sensaties. Een consequente consistentie, een consistente consequentie - als het ongestoord doet wat hoort. Verstand komt voor op alles, zonder hersenen die de juiste prikkels geven zouden de spieren onze ruggengraat niet recht houden, zouden onze voeten geen stap vooruit zetten. En vooruit is de richting, beweging is de sleutel. Mensen hebben de akelige gewoonte overal sloten op te plaatsen, het is het verstand dat de sleutels aanreikt. Gezond verstand ordent de wereld - als het ongestoord doet wat hoort. What you see is what you get, eerst zien en dan geloven want de perceptie toont de waarheid en ons verstand is de sleutelbos. Weggegrist van de sokkel maar uiterst efficiënt. Dat laagje stof op het hart is niet relevant, het heeft geen nut maar schaadt ook niet. Hij functioneert. Logisch. Druk op start en ga rechtdoor. Registreer en analyseer volgens de logische redenatie van de probleemoplossende functies. Dorst: drinken. Volle blaas: plassen. Honger: eten. Interacties: reageer, consequent en volgens aangeleerde algoritmes - het doen en laten van de maatschappij. Ook wel zoiets als normen en waarden. Dat is het leven, dat is het zijn. Het zijne.  Zij legt het hart in haar ribbenkas. Hij is reeds gaan lopen met haar verstand, maar de kamers van haar hart bevatten leven en plaats voor beiden. Haar maag knort, maar is reeds gevuld met gedachten aan hem. Haar dorst is niet meer te stillen met water alleen. De gevulde blaas wordt niet geregistreerd. In plek daarvan kijkt ze naar haar vingertoppen, en herinnert hoe de zachtheid van zijn huid aanvoelt, de hardheid van de onderliggende spieren. Haar longen vullen zich met zuurstof en de geur van zijn lichaam vult het hare. Lucht, het houdt het hart licht. Het leeft en doet leven, vult ons en omarmt ons. Overal in, op, onder, door, tussen. Het druipt uit onze poriën en vult de aarde met onszelf. Ze grijpt naar het ongrijpbare, en lacht voor het onvatbare. Het is het gebaar dat telt. Met haar ogen gesloten legt ze het hand op het hart, voelt hoe de kamers zich vullen met bloed en gevoel. Een gedachte fluistert zacht vanuit het hoofd dat hij beheerst. „Je zou moeten…” „Nee’, breekt ze de gedachte,’ Ik voel, en dat is meer dan genoeg.” En ze blijft zitten met haar hand op haar hart, de blik gericht op de lege sokkels voor haar. Ik voel. Ik voel. Ik voel. De kamers blijven zich vullen. Zijn lach. Hoe haar lach voelt bij zijn lach. Zijn ogen. Hoe haar blik voelt bij zijn blik. Zijn huid. Wat haar huid voelt bij zijn huid. Zijn warmte. Hoe haar warmte leeft bij zijn warmte. Zijn lucht. Hoe haar lucht verdwijnt bij zijn vertrek.    De sokkels beginnen te daveren. De rest van de kamer, van haar kamers, vervallen in stilte. De sokkels daveren, steeds harder en harder. De ene sokkel kantelt naar de andere. In de nanoseconde dat ze elkaar raken, versplintert alles. Scherven zweven in de lucht, en beginnen aan een neerwaartse beweging. Ze voelt duizenden spelden vallen in de doodse stilte. Haar hart verzakt. Hij staat voor de deur, met een zwaar hoofd en de sleutel in zijn hand, en hoort het oorverdovende lawaai. De straat davert, de stad davert, de wereld lijkt te imploderen. Geluid, registreren, analyseren, reageren. Spieren, benen, links, rechts, links, rechts, links, rechts, ademhaling versnellen om de kracht te compenseren, deur, openen, hand op klink, spieren gebruiken, klink naar beneden, deur openduwen, haar zien zitten met haar hand op haar hart, de splinters als een laag stof over de vloer, het bed, haar haar, haar hart. Registreren. Analyseren. Reageren. Reageren. Reageer dan. Haar huid, haar blik, haar hart. „Reageer”, zucht ze fluisterend. Hij kijkt en analyseert. Keert zich op zijn hielen en verdwijnt uit de kamer. Na enkele tellen komt hij terug met een stoffer in de ene hand, een vuilzak in de andere. Stilzwijgend maar doelgericht veegt hij de splinters bij elkaar. Beginnende in de linkerhoek, naar de deur toe werkend. Hij veegt de splinters van de vloer, het bed, plukt alle splinters zorgvuldig uit haar haar, veegt ze voorzichtig van haar schouders, haar armen, haar benen. Veegt ze van haar neus, lippen en oogleden. Elke splinter wordt weggehaald van het oppervlak. Hij neemt de zak, doet nog een snelle controle, en verlaat de kamer. „Reageer”, zucht ze fluisterend, met haar hand op haar hart. De splinters zijn weg. Alles is weg. Probleemoplossend denken. Dorst. Drinken. Hij verzamelt hout, nagels, een hamer. Geconcentreerd en praktisch timmert hij twee gloednieuwe sokkels in elkaar. Glazend. Zonder stof. Hij plaatst ze opnieuw in de kamer, naast het bed waar zij op zit, met haar hand op het hart. Op de plek waar haar blik naar gericht is. Moe, slapen. De splinters zijn weg, de sokkels hersteld. Probleem, oplossing. Hij neemt het hoofd van de ruggengraat, plaatst het op de sokkel, loopt om het bed heen, slaat het laken open, legt zich neer op zijn rug, ontspant de spieren en slaapt. Zij zit, met het hand op het hart. „Reageer”, fluistert ze. Hij slaapt. Zij zucht. Lucht. Ze neemt het hart van tussen haar ribben, plaatst het op de nieuwe sokkel. Een splinter blinkt. Haar huid zoekt zijn huid. Haar warmte zoekt zijn warmte. Haar lucht zoekt zijn lucht.  Het is het gebaar dat telt.

SanneNadineF
0 0