Lezen

Nostalgie

Nostalgie. Het overvalt me, vaker dan verwacht.Melancholie. Van 't zelfde.   Het zijn dan ook zulke mooie woorden (proef ze maar eens, laat ze maar eens rondrollen in je mond), die een zo mogelijk nog mooiere betekenis omhullen. Er ligt een wereld in ze, een net niet helemaal vergeten wereld. En onschuld, puurheid, kinderlijk geluk; dat hoor ik er ook in. Het zijn souvenirs, zoals magneten uit verre oorden op de frigo.   Ik koester herinneringen. Ik verzamel ze. De herinnering als bevestiging van wat ik voel. Het probleem is dat ik daardoor soms vergeet het heden te koesteren. Dat is natuurlijk veel moeilijker. Doe dat maar eens, het heden omarmen. Carpe diem? Goh, moeilijk, maar het lukt gelukkig wel. Ik kan alleen beter dingen omarmen die voorbij zijn. Heel vroeger, toen ik nog kind was, plukte ik met gemak de dag. En recenter gelukkig ook, zondag nog bijvoorbeeld besefte ik dat het goed zat, de dag, en ik was 'm dus goed aan het plukken. Ik dacht niet: amai, hier ga ik achteraf nog aan terugdenken in een nostalgische bui. Al wil ik nu stiekem dat het opnieuw zondag is.   Zo is ook in de liefde nostalgie een noodzakelijke kwaal. Die eerste keren zijn dus wel zo goed als allemaal op! Gewoon voorbij, om nooit meer terug te komen. Dat is natuurlijk tegelijkertijd ook de pijnlijke schoonheid, daarom zijn het eerste keren. Maar toch, ik zou de minister van agitatie, opwinding en opperste ontroering niet zijn om me dat niet aan te trekken. Ik kan daar niet zomaar mijn schouders voor ophalen. Ik moet daar eventjes een beetje intriest gelukkig om zijn. Ik kan dat ja, intriest gelukkig zijn. (Ik moet daar alleen nog een mooi neologisme voor verzinnen.)   Dit alles tot groot jolijt van de crisismanager. Niet dus, die man heeft daar zelf geen last van. Houdt zelfs niet bepaald van herinneringen. "Wat voorbij is, is voorbij", zegt hij dan heel mannelijk en kordaat. Inwendig roep ik dan hoe dat nu in godsnaam mogelijk is. Uitwendig roep ik dat dan eigenlijk ook. Tegelijkertijd denk ik ook dat het zalig moet zijn om het heden zo bij de ballen te grijpen. Is het heden dan echt groter dan het verleden? Soms is het verleden een obstakel, een hindernis die genomen moet worden. Dan kan je elkaars heden elkaars verleden laten omarmen. Bedekken met de mantel der liefde, zeg maar.   Toen mijn crisismanager nog gewoon mijn kersvers vriendje was, verzuchtte ik dat al wel eens. Of ik benoemde het altijd: ons eerste dit, ons eerste dat. Zodoende besefte ik wel dat het heden zo slecht nog niet is, ook al verzamelde ik al die eerste keren quasi krampachtig, om ze nadien uit te stallen in een stoffig achterkamertje in mijn hoofd. Maar natuurlijk, eerst is er nu en dat is eigenlijk nog wel een hele tijd.  Misschien worden we ook nog gewoon elkaars later. Maar zoals het vaak gaat, wordt ook nu toen. Raakt ook nu verstrikt en verborgen in de vergetelheid en bleekt het zelfs af tot een verleden.   Trouwens, in een verliefde opwelling schreef ik toen een gedicht over die acrobatische tweespalt tussen heden en verleden. Dat doe ik wel eens, zo een poging tot probeerpoëzie, maar godzijdank meestal niet in een verliefde opwelling. Wie gelukkig is, hoort niet te dichten, althans volgens mijn radicale bescheiden mening. Hoe ongelukkiger de dichter, hoe mooier het gedicht. Daar schrijf ik later nog wel eens over. Of ook niet.   En foert!   Voorlopig is er echt wel ruimschoots voldoende nu om van te genieten. Ik ga dat alleszins keihard proberen.

Ministerie van Hysterie
4 0

De meetbaarheid van alles

We denken van alles dat het meetbaar is, of maakbaar. Ja, zelfs ons geluk is meetbaar en maakbaar. Er bestaan wiskundige formules om uit te rekenen hoe we het best gelukkig kunnen zijn. Er bestaat zoiets surreëels als een geluksindex. Er bestaan zelfhulpboeken om te timmeren aan de weg naar het geluk. Het lijkt wel alsof geluk een commercieel product is. Véronique Mommaerts zei het net nog tegen Mie in Tabula Rasa: "Je moet de architect zijn van je eigen geluk". Dat is misschien niet de beste referentie gezien de plottwist van gisterenavond, maar bon. Ik begrijp het ook wel ergens, hoor.   Alleen, ik geloof daar niet zo erg in. Soms ben je gelukkig, en liever vaak dan soms, en soms ben je 't niet. Het is pas door af en toe niet gelukkig te zijn, dat je de waarde van het geluk beter kan inschatten. Meten zeg maar, als je dat liever wil. Dat is zoals met dat gedicht van Herman De Coninck, over de gek uit het grapje die zichzelf met een hamer op het hoofd slaat. "Omdat het zo prettig is als ik ermee ophou."   Natuurlijk, soms is het geluk gelukkig uitzonderlijk nauwkeurig meetbaar. Pakweg 4,2 kg en 53 cm bijvoorbeeld, ik zeg nu zomaar iets. Of een opgeschoten kereltje van bijna 6 dat met 5 glitterstiften en 36 stickers totaal belangeloos een mooie tekening voor je maakt. Of 8 partjes overheerlijke pizza. Of 5 ontroerende verzen uit dat ene gedicht van die ene bijzondere man.   Jammer genoeg laat bepaald verdriet (vul het zelf maar in, het lijkt me redelijk universeel te zijn) zich toch ook op een bepaalde manier meten. De zoveelste traan en de zoveelste slapeloze nacht. Het zoveelste niet-verstuurde bericht of niet-uitgesproken woord. De zoveelste pint en sigaret. De zoveelste keer repeat van telkens hetzelfde verdrietlied. Het aantal dagen te tellen vanaf de afwezigheid en afstand, het aantal dagen dat onvermijdelijk nog moet komen waardoor die twee a's alleen maar lijken toe te nemen.   De leegte zelf, die laat zich dan weer niet meten. De leegte is onmeetbaar want simpelweg onmetelijk. Sommige dingen laat je dan ook beter ongewogen. Omdat ze te gewichtig zijn, en te bewogen. Soms laat je ook beter dingen onuitgesproken. Trouwens, bestaat dat dan eigenlijk, de maakbare en meetbare relatie? Tel je de gelukzalige momenten, weeg je die af tegenover de moeilijke? Is liefde echt een werkwoord, als in het cliché? Of is het iets dat volledig vanzelf gaat, als in de film - en dus ook als in het cliché. Zolang er liefde is, is er hoop. Dat zou nog een mooie zijn voor de Bond Zonder Naam, als die al niet bestaat. Lukt het met deze blog niet, dan heb ik gelukkig nog een carrière in het verschiet bij de Bond.   Tabula rasa: kan dat überhaupt? Opnieuw beginnen, als nieuw. Als twee niet meer zo heel maakbare mensjes die niet hoeven te meten hoe graag ze elkaar wel niet zien. Die niet hoeven te meten wat vroeger was en wat nu is. Mijn crisismanager en ik denken er over na. Wij kunnen goed nadenken, soms te goed. Gelukkig komt alles altijd goed, ooit. Dat zijn dan weer wijze woorden van mijn oudere zus, die nochtans ook een erg hoog BZN-gehalte hebben.   Ach, 't is moeilijk niet te vervallen in clichés als het gaat over De Liefde, niet waar? Begin  ze maar te tellen!

Ministerie van Hysterie
12 0

Instagramintolerantie

Ik ben fan van Dirk De Wachter. Ken je 'm? Hij wordt ook wel de Nick Cave van de psychiatrie genoemd, en met zo'n bijnaam zit je bij mij al bij voorbaat gebeiteld. De man werpt een heerlijk nuchtere blik op de vaak oppervlakkige maatschappij waarin we allen maar wat aanmodderen. In plaats van krampachtig te willen tonen hoe geweldig je leven is zegt hij dat het vandaag een kunst is om een klein beetje ongelukkig te kunnen zijn. In alle bescheidenheid durf ik me, met vallen en opstaan, een beginnend kunstenares van het kleine ongeluk te noemen.   Ik worstel zelf wel eens met de druk die al dan niet bewust wordt opgelegd door een medium als pakweg Instagram, vraag maar aan mijn crisismanager. Laatst filmde hij me stiekem terwijl ik aan het fulmineren was over de goedkope emoties die sommigen tentoonspreiden via belachelijke foto's. Behoorlijk confronterend achteraf, tevens hysterisch en hilarisch. Maar ik dwaal af.   Het leven is nu eenmaal noodlottig, wisselvallig en banaal. Laat dat nu net de voornaamste boodschap van dit ministerie zijn! We leiden immers geen Instagramleven. Allez, ik toch niet.   Ik word 's morgens niet wakker met een geplamuurd gezicht en geföhnd haar (#wokeuplikethis #maakdatdekatwijs). Ik post geen foto's van mijn eten dat blijkbaar glutenvrij, veganistisch, paleo en pascalenaessensachtig zou moeten zijn. Mijn bikinifoto's hou ik liever voor mezelf, tot grote spijt van enkele van mijn lezers. En ik hoef ook niet in de winter geconfronteerd te worden met foto's die melding maken van het 'bikiniproofen' van je lijf voor een zomer die nooit lijkt te komen. Wat ik 's morgens aantrek, moet je maar bewonderen als je me tegenkomt in levenden lijve, want die #ootd is -laat ons gewoon eerlijk zijn, het blijft tussen ons- ronduit belachelijk. Het kan heus niet waar zijn dat je alleen maar smoorverliefd bent op je vent en niet laat zien dat je hem soms een dreun op z'n smoel wil verkopen. Kan en passant iemand me ook uitleggen hoe je als werkende moeder met kroost een pinterestvriendelijk huis kan hebben, modelkinderen en een Gisele Bündchenlijf? En het lijkt me bovendien weinig realistisch om de hashtag wanderlust te gebruiken als je een all-in hebt geboekt naar Ibiza.    "Zo gaat het in het echt toch niet?", bries ik meestal na het zien van dergelijk huichelachtig beeldmateriaal. Ik onderdruk de neiging om foto's te trekken van het wekelijkse pak friet, de eeuwige berg strijk, de broek die 'opeens' niet goed meer past, de zoveelste zucht van de crisismanager op mijn klaagzang, onze stinkbek en warkop 's morgens en onze uitgeteldheid 's avonds, gehuld in joggingpak en al. Deze lijst is niet exhaustief. Meer voorbeelden? Contacteer me gerust via een privébericht. Ik moet hier natuurlijk ook niet a-l-l-e-s prijsgeven.   [Voor de duidelijkheid en voor mijn geestelijke gezondheid: ik ben voor onbepaalde duur niet meer terug te vinden op Instagram.]   Want, weet je, er zijn nu eenmaal van die dagen dat je melancholisch bent, dat je sip bent maar niet weet waarom, dat je prikkelbaar bent en er rotslecht uitziet (puisten op mijn dertigste - komáán), dat je platzak bent en lusteloos, rusteloos, moedeloos. Maar hé, wat maakt het uit? Het echte geluk zit 'm namelijk in de kleine dingen en in de verbondenheid met anderen. Ik citeer graag De Wachter die op zijn beurt Leonard Cohen citeert: "There's a crack in everything, that's how the light gets in."   Laat ons die barsten wat meer koesteren en rustig zoeken naar manieren om gewoon tevreden te zijn met het, tja, gewone.   En anders? Allemaal in therapie bij Dirk De Wachter!

Ministerie van Hysterie
16 0

Een pintje voor 't wachten

‘…en een pintje voor ’t wachten.’ Zo rondde de man voor me in de fleece met verfspatten van z’n in 1998 geschilderde kinderkamer zijn bestelling af. Net als deze man, die een kleintje met een boulet special bestelde, wat mij weinig leek voor iemand die ik zou verwarren met een Aziatische zwarte beer mocht het niet voor de lichtroze verfplekken op z’n rug zijn, vind ik het ook moeilijk om vijf minuten te wachten zonder blik mannelijkheid in m’n handen. Ze moesten me maar eens een mietje vinden. Daarom ga ik nooit naar de frituur zonder een pintje voor 't onderweg zijn, een pintje voor de weg van de parking tot de deur, een pintje voor ’t wachten tot ik kan bestellen en een pintje voor het achteruit parkeren op m’n oprit.   De middenstand laat hier serieus wat geld op tafel liggen. En daarin stellen de Halloween, Black Friday, WK, EK en BK vierende Rotary-leden me eerlijk gezegd teleur. Want waarom kan ik alleen pils slurpend aanschuiven op plaatsen waar patatten, curryworsten en – God mag weten welke vortzak die gepaneerde driehoeken vol ruksel bestelt – ragouzi’s in 50 liter vet liggen te pruttelen? Staan we op zondagochtend niet allemaal in de rij bij de bakker te denken ‘kon ik nu maar een halve liter in m’n keel gieten, ’t zou hier veel plezanter zijn?’ En waarom trekt de Primarkverkoopster een frons dieper dan haar decolleté als ik vraag of de Jupiler op een andere verdieping staat? Enkel in de Colruyt staat mijn fles wijn voor ’t wachten klaar als ik binnenkom, gechambreerd en al. Die Jef gaat nog rijk worden, let op m’n woorden.   De geverfde beer drinkt met gulzige slokken van z’n blikje. Je wil natuurlijk niet dat dat pintje voor ’t wachten nog halfvol is als je bestelling op de toog wordt gezet. Want wat is een pintje voor het wachten als je niet moet wachten? De mensen zouden kunnen denken dat je een ordinaire drankverslaving onderhoudt. Ondertussen bestel ik een maxi met stoofvlees, een berenpoot en een Bicky Cheese. ‘Ah en, twéé pintjes voor ’t wachten.’ De frituuruitbaatster glimlacht en kijkt net te lang in m’n ogen om te kunnen ontkennen dat ze wou dat elk plekje van haar lichaam vanavond op mijn menu stond. Beermans krimpt een centimeter of vijf en neemt nog een slok.   Welke politieker besliste er trouwens dat er alleen maar pintjes gedronken mogen worden tijdens het wachten? Kijk, ik masturbeer al eens graag als ik tien minuten tijd heb. Een kwartier als ’t wintert. Is een Kleenex – of een ongevulde ragouzi – voor het wachten teveel gevraagd? Ik zet mij hier wel achter het draaimolentje met Hallmarkkaartjes. En geef toe, dat groot onderhoud zou toch minder vervelend zijn met een 18-jarig Filipijns warmbloedje voor ’t wachten. Mét een lijn coke in de bilnaad? Wat denk je zelf, zit ik hier misschien in een Dacia-garage ofzo?   De beer slaat de laatste geut achterover en gooit z’n blikje in de vuilbak met het groene papier waarop ‘geen blikjes’ staat geschreven. Sorteren is, per slot van rekening, een wijvengedoe. Net als je oksels wassen, blijkbaar. Maar godverdomme, met die kinderkamer deed hij de Sixtijnse Kapel eruitzien als de paintballhangar na een teambuilding van de Vlaamse Parkinson Liga. Ik maak alfamangewijs m’n tweede pintje soldaat en kijk hoe Michelangelo afdruipt met z’n kleintje in z’n handen. Bij gebrek aan betere opties om de tijd te doden, begin ik door Instagram te scrollen. De uitbaatster en ik zwijgen, terwijl de seksuele spanning door de lucht knettert dat de lichten ervan flikkeren.

Hans Verhaegen
183 0

Poepie

Ben ik depressief? Ik voel me bijna nooit meer echt goed, vrolijk. Ik zie in mijn studie niets anders dan depressie, ruminatie, antidepressiva, ... Misschien dat dat ervoor gezorgd heeft dat ik het gevoel krijg dat ik zelf depressief ben? Ik besef dat het misschien gewoon het herkennen van bepaalde symptomen is dat ervoor zorgt dat ik dat denk, maar misschien ben ik het wel echt?    Zelfs als ik bij Nick ben voel ik me vaak geremd of droevig. Ik wil hem ook niet altijd tonen dat ik me niet zo goed voel, dus verstop ik dat en dat maakt het nog erger. Ik geraak er niet meer uit, uit die negatieve cirkel. Weet je waar ik het meest naar verlang? Naar dicht tegen Nick aankruipen, en kusjes krijgen en me geliefd voelen. Ik zie hem ook vaak genoeg, maar ik voel me niet altijd geliefd. Nochtans doet hij niets anders dan vroeger. Ik denk dat ik er op dit moment gewoon wat meer nood aan heb dan anders. Ik focus me op die lieve woordjes en tedere kusjes. Ik tel ze als het ware, en als ik er te weinig tel, dan ben ik verdrietig. Dan voel ik me niet geliefd genoeg. Goh, wat ben ik stom.    Ik zou graag gewoon even geen lief hebben. Geen lief in mijn hoofd. Eigenlijk wil ik wel een lief, maar wil ik er niet voortdurend over zitten nadenken. Er gaan letterlijk (echt letterlijk!) geen 2 minuten voorbij dat ik niet aan hem denk. Ik voel me soms lichtjes obsessief worden. Ik weet zelfs niet of het nog lichtjes te noemen is. Ik voel me eigenlijk verschrikkelijk. Maar hoe zou ik me dan voelen als ik Nick niet meer had? Daar denk ik de laatste tijd vaak aan. Dat ik nu moet genieten, dat ik alles heb wat ik wil en nodig heb. En toch kan ik dat niet. Misschien ben ik gewoon zo, vatbaar voor depressie? Neurotisch?    Ik merk ook dat ik mezelf meer en meer begin te haten. Groot woord he? Haten. Makkelijker om over mezelf te zeggen dan over anderen, dat lijkt toch al minder overdreven. Ik wil zo graag gewoon eens genieten, ik wil zo graag iemand zijn die iedereen graag heeft. Ik wil niet te zwaar tillen aan kleine dingen. Ik wil stoppen met huilen. Ik wil stoppen met mezelf te haten. Maar hoe?    Ik heb hulp nodig en dat besef ik. Ik had een afspraak gemaakt met een psycholoog twee weken geleden want ik voelde dat ik het zelf niet kon oplossen. Ik ben nog nooit zo teleurgesteld geweest in een gesprek. Waarschijnlijk omdat ik er deze keer net heel veel nood aan had, maar wat voor een psycholoog was dat? Ik kwam daar buiten met gevoel dat ik raar was, dat ik een obsessief, verschrikkelijk iemand was. Ik zal het dan maar zelf moeten oplossen.   Ik zou zo graag weten hoe ik zelfzekerder kan worden, hoe ik mezelf graag kan leren zien. Want het is waar wat ze zeggen, je kan een ander pas echt graag zien als je jezelf graag ziet. Mijn relatie wordt afgeremd door mijn constante twijfel en angst. Ik wil all the way gaan, ik wil springen en zien waar ik uitkom. Maar dat durf ik nu nog niet.    Pff. 'T is zwaar. Te zwaar. 

Layla Clarke
2 0

Kill them with kindness

Vorige week ging ik naar de winkel samen met mijn tante. De boodschappen nemen was heel snel gebeurd. Eenmaal aan de kassa stonden we nog even te wachten tot het aan ons was. Uiteindelijk doet de kassierster signaal. Het is aan ons. De sombere toon van de kassierster bracht mijn humeur plots in de war. Ik keek naar mijn tante. De kassierster was verschrikkelijk slechtgezind. Je kon de frustratie van alles zo op haar gezicht lezen. Dus ik heb twee opties. Oftewel ga ik mee in haar slecht humeur en verspil ik kostbare energie voor mezelf en ga ik hoogstwaarschijnlijk even slechtgezind naar buiten. Of we gaan de andere weg op. Ik observeer haar gedrag. Ik merk dat ze een slechte dag heeft. Zoals iedereen wel slechte dagen heeft. Maar op dat moment is het laatste dat je wilt dat mensen tegen jou beginnen te zagen of kwaad worden. Dus mijn tweede optie. "Mevrouw, vanwaar komt jouw bril?" Ze was verrast en keek ons plots aan. "Ja, je bril. Ik vind hem echt heel mooi. Waar heb je hem vandaan?" Ik ga je nu wel uitleggen dat het echt wel een heel mooie bril was. Het was oprecht als ik haar zei dat het mooi was. "Uhm, van Denderleeuw." zei ze bescheiden. "Wel, ik vind hem heel mooi. Het past heel goed bij jou en ik zou zelf ook nog zo'n bril willen kopen."Haar humeur was op een seconde gedraaid. Je zag hoe ze plots vriendelijker werd. Haar gedrag verranderde direct. "Kijk, dat is het merk van de bril!" zei ze trots leunend over de kar. Toen we gingen betalen was haar houding trots. "Bedankt. Tot ziens en nog een fijne dag" riep ze naar ons toe terwijl we vertrokken. Mijn tante kijkt mij aan. "What the hell, dude? Hoe doet gij dat?" zei ze verrast. "Jij maakt van haar slechte dag een al iets minder slechte dag" Ik kijk haar trots aan. Geloof mij. Neem de tweede optie om te reageren op zo'n dingen. Geef hun een compliment. Wees empathisch. Je krijgt positieve energie en de andere persoon ook. "A kind act, a compliment, even a hug can rescue a horrible day for someone into hope for a better one." 

Niña Chilena
0 0

Routinedans

Om de hoek draait ze en richt haar ijzeren gelaat op mij om dan met tjirpend geluid zich net op tijd voor mijn voeten te stoppen. Ik stap op en analyseer de plastieke doos voor me, negeer haar maar ze blijft mij aan staren. Uiteindelijk haal ik een munt boven, en ze spuugt een ticket naar me toe. Ik zet me op de al te kleine éénpersoonsstoelen omdat ik niet graag in contact treedt met de ander.   De plof waarmee ik in de zetel neerval brengt een hele stofwolk naar boven. Het stof probeert een vorm aan te nemen maar nog voor ze dat kan doen, vindt ze een weg naar mijn neus. Daar nestelt zij zich kort tot mijn lichaam reageert op deze ongewenste gast. Een zware brul en bries vullen de wagon en iedereen draait zich om. Sommige mompelen gezondheid in mijn richting maar dat negeer ik, zo zit mijn natuur in elkaar.   Een ambtenaar die schuintegenover me plaats had genomen, bleef me echter gedegouteerd aanstaren. Zijn blik doordrong me en deze keer kon ik het gelaat niet vermijden. Ik keek hem verward aan in de hoop het op die manier snel op te lossen maar deze man was klaarblijkelijk op zoek naar een confrontatie. Ik wende mijn ogen af richting het uitzicht buiten en toch bleef zijn blik in mijn rug branden.   Toen de tram aan de volgende halte stopte, boodt het mij de kans om dit contact te breken. Ik stapte af en zou dan gewoon de eerstvolgende tram nemen. Maar de ambetenaar stapte mee af. Mijn handen begonnen te trillen en ik voelde een ongekende woede in mijn diepste binnenste kolken. De man zette zich op het bankje net achter waar ik stond en ging verder met zijn gapen.   Woest om me heen schoppend tegen allerlei kasseien probeer ik mijn ongemak duidelijk te maken. Tot ik helemaal uitbarst. "Waarom achtervolg je mij" schreeuw ik hem toe. "Hiervoor kan ik je laten vervolgen weet je dat?" Mijn handen trillen nu terwijl iedereen op het peron me bekijkt alsof ik gek ben. De man zelf blijft mij ook aan staren en antwoord niet. Ik verkoop hem twee rake klappen zodat zijn neus nu stevig begint te bloeden.   En nog blijft zijn blik onveranderd op mij gefixeerd. Op beide knieën val ik naast hem neer: "Wat wil u van mij? Wat heb ik u te geven?" Dan voor het eerst, en tot mijn grote opluchting, opent hij zijn mond en spreekt: "U heeft niemand iets te geven. U leeft al heel u leven in armoede"

Prins Vogelvrij
0 0

Tussen poort en fontein

Sinds jaar en dag ben ik een verdwaald persoon, nergens helemaal thuis. Maar nu was ik echt verdwaald, in de buitenwijken van een stad waar ik nog maar net naartoe verhuisd ben. Met een leeg mobiel, geen steek voor me uit ziend en de vrieskou die eind november kent, onderweg naar mijn appartement. Mijn verkleumde handen rustend op het stuur van mijn fiets vraag ik de eerste de beste persoon om de richting. "Moet je nog zo ver? antwoord ze. 'Dan volg je best deze baan tot aan het water, daarna kan je de rivier volgen. Als ik je door al die zijstraatjes moet sturen, ga je de kortste keer toch verdwaald geraken.’ Ze staart me wat langer aan alsof ze blij is om op dit godvergeten uur nog iemand te kunnen helpen. Ik dank haar, schud haar hand en vertrek snel, want mijn appartement blijkt toch noch een eindje fietsen. De nieuwe stad had tot dan toe weinig indruk op me gemaakt. Ik woonde in een havengebied, dat volgebouwd was met industrie en veel te moderne gebouwen. Rookpluimen doemde op boven de metalen kranen die de horizon bewaakte. De buitenwijken waar ik nu door heen reed verbergde echter de geheimen van deze stad. Tussen herenhuizen door fietsend doemt een stadspoort zich in de verte voor mij op. "Wat doet die hier in een buitenwijk" bedenk ik mezelf. Hier kon evengoed het centrum van de stad rond gebouwd worden. Voor je de stadspoort echter kon bereiken moest je nog over een rondpunt vol kasseien. Waar de herenhuizen zich in alle richtingen rondom een voor deze stad groteske fontein hebben gebouwd. De fontein is een afbeelding van drie mannen in kostuumjas die haastig onderweg zijn. De ambitie van beide werken is me duidelijk, maar ze kwijnt weg in vergelijking met haar voorgangers in Parijs en Rome. Toch raakt haar ambitie me, ik spendeer een uur tussen fontein en stadspoort in, op zoek naar mijn verloren ambitie.  

Prins Vogelvrij
0 0

Tandpasta

De Smilodon bestaat al lang niet meer zegt ze. Bedenkelijk kijk ik naar het bakje met instrumenten op mijn buik dat telkens ik adem omhoog gaat. Net een doosje mikado, maar van een merk dat ik niet ken. Ik zeg niets terug, probeer de spiegel en het haakje stil te houden door niet meer in te ademen. Gelukkig was er toen geen chocolade gaat ze verder en haalt wat witte draad tussen de instrumenten vandaan, draait die rond haar wijsvingers. Doe je mond nu maar open lacht ze. Dan kan ik kijken of er op jouw sabeltanden suiker kleeft. De Stimorol bestaat wel zeg ik. Mijn favoriet is de max splash strawberry lime. Ik kan het zien zegt ze. Je hoektanden zijn cariës vrij. Zijn er nog andere dingen buiten kauwgom die je eet? Vlees, want dat vind ik lekker, en soms frietjes. Ook aardbeien, maar die hebben ze niet altijd in de winkel. En koekjes. Plus de spruitjes van mama. Die vind ik superlekker! Jij zou elke Smilodon hebben doen watertanden zegt ze en haalt het spiegeltje uit mijn mond. Zo’n gaaf gebit. Doe zo voort! Het mikado doosje mag van mijn buik. Er loopt wat water in een plastic bekertje. Ik spoel mijn mond, slik het door. Het smaakt een beetje naar ijzer.  Wat is een Smilodon vraag ik? Een tijger met grote hoektanden die verzot was op vlees. Maar de Sabeltandtijger bestaat al lang niet meer zegt ze. Poetste die ook zijn tanden vraag ik bedenkelijk? Misschien. In de prehistorie was er nog geen tandpasta zegt ze, maar een stoere tijger als jij mag gerust af en toe een koekje eten. Ik krijg tandpasta met rode lijntjes en een groene tandenborstel. Tot volgend jaar zegt ze. En goed blijven poetsen. In de auto vraag ik mama wat voor vlees we straks eten. Worst. Met spruitjes zegt ze.  

Sascha Beernaert
6 0