Lezen

Persephone

De ontmoeting   De liefde is een bijna onvindbare plaats. Ze ketent je vast aan een ijzeren kabel in de leegte van de tijd. Waar je zwierde als de aardbol aan de sterkste ketting in een ruimte van zwaartekracht en onuitputtelijke schoonheid. Het stond in de Griekse sterren geschreven:dat twee liefdes zich zouden vermenigvuldigen in de eenzaamheid van de ruimte die tussen hen in zat.Zij was godin van de gewassen en zijn zoveelste minnares.Hij een oppergod die heerste vanaf de berg Olympus.Samen brachten zijn een perfecte uitkomst op aarde: Persephone.   De ontvoering   Bloedlijnen vermenigvuldigen zich tot een eindeloze zee van intriges en chaos.De eenzaamheid knaagde aan de god van de onderwereld, Hades.Hij zonk dieper weg in zijn hebzucht en zijn trots, maar verloor de lust van macht.Hij wou vrouwenvlees tussen zijn handen.De warmte van hun bloed.Hun huid kneden en hun lippen voelen tussen zijn tanden. Dus zat hij daar in zijn schimmenrijk onderhuids te rotten.Maar heel hoog hoorde hij gezang. Zijn nichtje danste op goudgele zonnestralen.Hij werd verliefd op haar fluwelen stem en wachten op dit moment al zo lang.Toen ze een pioenroos plukte liet hij de aarde openscheuren en trok haar mee.Daar maakte hij haar tot zijn vrouw die niets kon zeggen.Vooral geen nee.Want zij was de onschuld die bemind werd door de keizer van de hel.    De schoonheid van de gruwwel    Demeter huilde tranen van kristal. Hades tranen van ijzer.Zij droomde van het weerzien van haar dochter.Hij van het vrouwenvlees.Liefde is een vindbare plaats, maar het houd je vast en verzwelgt je.Het stond overal geschreven dat hij de drager zou zijn van haar onuitputtelijke schoonheid.Dat zij zich zouden vermenigvuldigen als priemgetallen, omdat er teveel plaats tussen hen in zat.Zij was de godin geworden van het dodenrijk, en hij haar man.   De vogelkooi   Haar moeder smeekte en bad. De flora stierf, de fauna leed.Haar vader ging praten. En Hades gaf de voorwaarde, dat als ze de granaatappel die hij als geschenk gaf niet zou eten, dat ze nooit terug zou keren boven aarde en bij hem zou blijven in het paleis met zuilen van Basalt, bedienden als halfmenselijke reptielen en een leger van ratten soldaten. En dus at ze als een beest snel de hele vrucht en zijn sappige vruchtenvlees. Maar het was een list.De vrucht was betoverd.Nu zat ze vast als een naiëve vogel in een vogelkooi.Want nu was ze door Hades veroverd.   De gevangenschap van terugkeren   Wanneer de pioenrozen weer groeiden, de aarde weer kneedbaar was en wanneer je terug onder de hemel kon slapen van de hitte was de tijd van de lente aangebroken.Het was nu tijd voor moeder en dochter, want die hadden elkaar al lang niet meer gezien of gesproken.De lente en zomermaanden waren voor hen, maar wanneer de bladeren verkleuren en neerdaalden op de donkerkleurige aarde van ijzer moest ze terug.En elke keer wanneer Demeter huilde, regende het op aarde harder.En soms tussen het geruis van de kletterende regen hoorde je haar wenen.

Andrea Derese
92 0

Luister eens naar deze oude knar

Herfstbladeren vallen niet, ze wiegen de zomer in slaap. Als ge zo oud zijt als ik kijkt ge nu eenmaal anders naar het leven. Ik heb dan ook tijd om over die dingen na te denken. Ik ga nergens naartoe, alleen mijn gedachten hebben de luxe af te dwalen. Ze komen en gaan zoals de reigers. Ge moet weten dat het hier serieus veranderd is sinds Jan en alleman het domein mag betreden. Het was ineens gedaan met de rust. En oké, kabaal en geschreeuw vervliegt. Ge geraakt er met de tijd aan gewend. Maar waarom vinden jullie, mensen, het nodig om hartjes en namen in mijn huid te kerven? Dat ge dat op een muur doet kan ik nog begrijpen. Een muur leeft niet. Maar op een boom! Los van het feit dat het pijn doet, is het ook levensgevaarlijk. En ge moet daar niet mee lachen. Als gij in mij snijdt en de verkeerde bacterie nestelt zich in de sleuf, dan wordt die snede een gaatje. Dat gat wordt groter en voor ge het weet … Enfin, ge zult het niet weten want tegen dan ligt gij al lang onder de grond. Zelfs uw kleinkinderen zullen het nooit weten. Maar voor ge het weet ben ik dus helemaal uitgehold vanbinnen. Dan is het wachten op een rukwind die mij uit mijn lijden zal verlossen. Gij snijdt toch ook geen levende dieren? Mocht ge mij meer als dier beschouwen, ge zoudt tenminste moeite doen om rekening te houden met mijn gevoelens. Niet dat ge boomknuffelaar moet worden, laat dat duidelijk zijn, maar wij bomen doen meer dan bladeren van ons afschudden en nieuwe scheuten krijgen. Wist ge bijvoorbeeld dat wij kunnen communiceren met insecten? Als ik last heb van een ambetante parasiet, laat ik van mij ruiken. Dan trek ik insecten aan die dol zijn op die parasiet. En als de wind mijn geur meevoert, worden mijn familieleden verwittigd van het naderende onheil. En dan zwijg ik nog over onze wortels die ingenieus met elkaar verbonden zijn. Wij zorgen voor en spreken met elkaar, beste mens. Gij kunt dat alleen niet horen. En als ik even mag terugkomen op de vergelijking met dieren: het onderscheid tussen fauna en flora is ook maar uitgevonden door een mens hé. Het is máár een categorisering. Uiteindelijk leven we allemaal. Ook wij eten, drinken, communiceren, planten ons voort – wat ik trouwens geheel terzijde etymologisch een mooie uitdrukking vind – en passen ons aan de seizoenen aan. Maar omdat wij bijvoorbeeld op een andere manier eten en drinken, zijn we voor u geen dieren. Gij kunt ook onze emoties niet lezen. We staan erbij zoals een lantaarnpaal, is het niet? We lijken onverschillig neer te kijken op ons lot. Misschien is dat wel de reden waarom gij niet naar ons omkijkt. Soit, ik ben er nog. En ik zal hier nog wel een tijdje blijven staan, in het Rivierenhof. En al die tijd heb ik een prachtig zicht op Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. Ik wuif geregeld naar haar. En als de wind goed staat, hoor ik haar stem die na al die jaren nog even helder klinkt. Toch iets waar jullie mensen goed in zijn.

Antony Samson
0 0

HET JETLAGUURTJE

Met stomme verbazing hoorde ik Junker, die Eurojandoedel verkondigen dat men een enquête gehouden had bij de Europese burgers en dat men met de uitslag hiervan rekening zou houden. Ik voelde me echt opgelucht nu de Europese burger eindelijk gehoord zou worden. Waarover die peiling ging? Over dat jetlaguurtje tussen het zomer- en het winteruur. Waarschijnlijk hadden de Europarlementariërs hier zelf enorm veel last van en zaten ze bij elke verschuiving tussen die tijd, telkens een paar weken te slapen en te geeuwen. Op dat ritme versliepen ze de meest belangrijke zaken die op de agenda stonden. Nu ze de uitslag van het burgerresultaat weten, kunnen ze hier weer een paar jaartjes over palaveren, discussiëren, onderhandelen en ouwehoeren. Had Junker weer een paar glaasjes teveel op? Waarom nu ineens wel de opinie van de Europese burgers vragen? Zijn er geen belangrijker zaken waar die ivoren torenpolitici met hun riante salarissen en dito pensioenen zich mee moeten bezighouden? Waarom houden ze niet eens een peiling hoe de doorsnee burger denkt over die zwartemannekesexodus en hoe Europa die onmiddellijk zouden moeten stoppen? En hoe de Europese burger erover denkt dat die Europa parlementariërs hierover reeds meer dan tien jaar lullen, leuteren en discussiëren terwijl ondertussen half Afrika in de Middellandse zee verdrinkt. Waarom hebben wij geen duidelijke buitengrenzen? Wat hebben die lulhannesen tot hiertoe al bereikt?  Eén Europese munteenheid met een Verenigd Koninkrijkuitzonderingetje en open grenzen. Poorten die wagenwijd opengezet werden naar landen die nog helemaal niet op Europees niveau zaten. Onze volledige bouw- en transportsector naar de Filistijnen.  Mooi cadeautje voor het Oostblok. Jullie kunnen nu je huisje voor minder dan de helft investering door Poolse arbeiders laten renoveren,  je dak voor een derde van de prijs door Bulgaren laten isoleren, terwijl een Tsjechische vrouw je keuken zwabbert en dit zonder dienstencheques. De Europese autostrades  worden overbumperd door Oostblok- truckcowboys, die voor minder geld dubbel zo lang in de file willen staan. Vindt Europa het niet raar dat wij door een religieus verkleedvolkje overspoeld worden, dat hun Middeleeuwse gedachtegoed aan ons wil opdringen? Vroeg Europa onze mening over deze belangrijke zaken? Waarom nu ineens wel over zo’n jetlaguurtje? Krijgen die Europese hotemetoten ineens schrik dat de Europese burger stilaan doorheeft hoe ons belastinggeld verkwanseld wordt en hoe ze alleen maar aan zichzelf gedacht hebben, toen de prijzen uitgereikt werden? Misschien als ze straks alleen het zomer- of het winteruur doordrukken, ze eindelijk alert genoeg blijven om gewichtigere aangelegenheden aan te pakken. Willen ze niet, of durven ze niet? In Rome stortte het dak van een kerk in. Heeft men de pastoor, die er dagelijks staat te bidden en te mompelen, zijn doopceel al eens gelicht? Misschien zat hij ook met zijn tengels aan de misdienaartjes. Ik vind het best een heel goede oplossing, dat telkens er zo’n pastoor, priester, kardinaal of hoe dit langejurkenzootje ook mag heten, met zijn klauwen aan een kind komt, er ergens ten velde een kapel, kerk of klooster inzakt. Zuid Amerika zou dan ondertussen één grote kerkelijke ruïne zijn. Hoe kunnen zo’n pedo-geestelijken nog in een God of het hiernamaals geloven, hoe gelovig kunnen die nog zijn als ze met hun poten niet van de kinderen kunnen afblijven. Laat die homobrigade toch de hand aan elkaar slaan, laat ze met hun huishoudster trouwen, maar vooral gooi ze met hun kindergeknuffel toch met hun sjokkedijzen uit de katholieke kerk! De opperchef in het vaticaan veroordeelde het nog maar pas, maar alles bleef zoals het was. In Brussel zakte een deel van het dak van het justitiepaleis naar beneden. Teken aan de wand! Benieuwd wat daaronder allemaal aan de hand was?   Sim, 6 september Le Barcarès https://cornelissimone.blogspot.be  

Sim
0 0

van die gure, ongeschoren verhalen

Er zijn van die gure, ongeschoren verhalen, verhalen die beweren de waarheid te vertellen, verhalen die het beter weten dan U en ik. Ze nemen al te vaak geen blad voor de mond. Sommige verhalen zijn eerder verteld. Ze worden gehekeld door gure, ongeschoren dichters die van hun ergernis hun beroep hebben gemaakt. Ik zou uren naar hetzelfde woord kunnen luisteren. Voorspelbaarheid is een gift, geen gebrek. Dat het me niet kon verbazen, was mijn enige verwondering. Ik verveelde mezelf met drogredenen om niet gelukkig te zijn. Mensen trokken zich terug als badwater dat al veel te lang was blijven staan. Ik moest zelf maar achter de stop vissen. Er was iemand die me vertelde dat er ook goeie momenten waren, kleine dingen waar men zich aan kon vasthouden. Ik werd al snel doodjaloers. Ze raadde me aan naar de snoepwinkel te gaan. Thuis had ik nooit veel gehad. Ik weet nog hoe fier ik was toen de kapster mijn eerste haarlok certificeerde. Tegenwoordig hing het maar wat over mijn ogen in puur zelfbeklag. Gelukkig waren er fotoboeken om mijzelf te vertellen wat voor een braaf kind ik was.In de snoepwinkel keek ik eerst mijn ogen uit, inventariseerde het aanbod waar de kassierster bij stond. Toen heb ik toch maar betaald. Ik verbeeldde me graag hoe de juffrouw vroeg hoe het was. Ik had zelfs al een antwoord klaar. Dergelijke gesprekken met mezelf waren eerder regel dan uitzondering geworden. Dat was rond de tijd van mijn eerste gedicht. Ik wist eigenlijk niet of de kassierster het nu over het snoepgoed of mijn welzijnstoestand had. Terug thuis sloeg de band aan. Er weerklonk een ouderwets levenslied vanuit mijn nieuwerwetse radiospeler. Ik had het altijd al voor andermans jeugd gehad. De lessen wogen zwaar. Mijn boekentas hing bijna tot op mijn enkels. Ik had gehoopt dat wiskunde mij iets meer zekerheid geboden had. Toen al tekende ik mijn cirkels met een meetlat. Toen mij gevraagd werd naar het waarom, moest ik mij in alle bochten wringen. “De perfecte cirkel bestaat niet” was mijn halfslachtige antwoord. De kring rond mij was echter al verdwenen. Toen keerde ik mij af. Rond mijn lippen tekenden zich de eerste stoppels van de puberteit. Ik verheugde mij dat ik mij nog niet moest scheren om een man te zijn. Er groeide borsthaar over mijn hart, maar ook dit kon niet verbergen dat ik eenzaam was. Ik had de droom nog niet opgegeven omdat ik dacht dat het zo moest. Mijn ouders namen me mee op reis en ik dacht dat dit het enige was. Er zijn er die beweren dat iedereen naakt wordt geboren, dat geen vondeling ooit verloren was. Ze geven het kind een naam en kleden het in met wollige metaforen. Dat ieder verhaal het waard is verteld te worden, ook al verschil ik in niet meer dan een pennentrek van jou.Sommige dichters verlangen zo hard naar hun eigen jeugd dat het een perversie wordt. Ze spreken over baarmoeders en navelstrengen dat het een lieve lust is. Geen mens die nog weet hoe het voelt om nooit geboren te zijn. Ik ben te lang toeschouwer geweest. Toen ik het woord nam, was het laat. De meeste vaste klanten hadden hun stamkroeg al verlaten. Ook ik was al een brok ergernis geworden, iemand die zich graag in zijn zelfbeeld bevestigd zag. Dat gebeurt nu eenmaal als je zelf voortdurend op je uurwerk kijkt terwijl iemand je haar verhaal vertelt. Soms zou ik liever zingen, mijn stroeve gedachten verzacht door een striemende gitaar. Ik ging al te lang a capella door het leven. Terwijl ik er zelf maar wat bij stond, vroeg ik me voortdurend af: “Kijk ik graag in de spiegel of kijkt de spiegel graag naar mij?” “Wordt eigenliefde gebouwd uit de brokstukken van onzekerheid?” Ik verbeeldde me graag dat het café mijn badkamer was. Een spiegel bood geen antwoorden, zijn enige gift was voorspelbaarheid. Ik zou uren naar hetzelfde woord kunnen luisteren. Toch zag ik iedere morgen een andere zelf. Ik vroeg me af of die persoon aan de overkant van de gootsteen wel onder de noemer ‘Ruben’ viel. Ieder uur dag waren we samen. Soms poetsten we samen onze tanden, soms keken we per toeval in hetzelfde autoraam. Ik mistte mezelf als ik hem niet zag. Een beeldhouwer sprak mij aan. “Ik heb de perfecte metafoor voor jou gemaakt.” Ik zei dat ik de gietvorm wou. Zo is ieder verhaal het waard verteld te worden, ook al verschil ik in niet meer dan een pennentrek van jou.  

Robijn Bodijn
13 0

Visie en geen tunnelvisie meer voor Brussel.

Na de Mayeur/Peraita schandalen blijft de core business van de PS onveranderd : een ééntalige Franstalige Schepen voor Nederlandstalig Onderwijs in de persoon van Faouzia Hariche . Eigen volk eerst. Het klinkt als spierballentaal van het Vlaams Belang mais en français. Uiteindelijk draait het allemaal rond macht. In Brussel is het tijd voor verschuiving en herverdeling.   Ik werk als leerkracht NT2 voor de Franse Gemeenschap. Eerst heb ik moeten bewijzen dat ik de Franse taal machtig was : de Franse Gemeenschap stelde een examen Frans voor. Mijn directeur heeft dat toen tegen kunnen houden omdat ik mijn universitaire diploma’s in Parijs heb behaald. Iemand die rechten heeft gestudeerd in Parijs kan toch wel Frans, neen? Door de laatste hervormingen die de Franse Gemeenschap gehouden heeft, heb ik dan weer moeten bewijzen dat ik het Nederlands machtig was; met een Frans diploma op zak ben je Franstalig, toch? Politiek van andere tijden maar toch nog actueel.   Ik ben nu de trotse eigenaar van het hoogste NT2 certificaat. Als Nederlandstalig geboren zijnde kan dat tellen. Wat van mij als Brusselaar wordt verwacht, moet ook voor Brusselse ambtenaren, schepenen en burgemeesters gelden. Geen ééntaligheid. Geen “geen commentaar”. Geen “Je moet begrijpen dat…”. Brussel heeft nood aan ambtenaren die verbinden, die positieve signalen naar onze jongeren, jong volwassenen en volwassenen sturen, Brussel heeft nood aan gedreven en begeesterde mensen aan het stuur.   Taal is niet de eigendom van de NV-A of het Vlaams Belang. Taal is wat iedereen verbindt, cultiveert en ongelofelijke versies van onszelf maakt. Nederlandstalige Brusselaars doen dat, meer en meer Franstalige Brusselaars ook. Dat is wat Brussel van vandaag naar morgen maakt. En waar we morgen verbinden, kijken we vandaag met verbazing naar gisteren. Om te groeien, om van Brussel en het Gewest een volwaardig Gewest te maken met ambitieuze mensen. Maar evenzeer door de Disneyficatie van onze stad tegen te gaan en ook in te zetten op de rijkdom van het hele Gewest.   Faouzia Hariche heeft allicht andere competenties die de PS elders kan gebruiken. De heisa van de afgelopen dagen kan dat alleen maar beamen : the right woman/man on the right place. Laat ons ook geen heksenjacht openen op deze vrouw.   Laten we van de verkiezingen in oktober in Brussel geen communautaire taalkwestie van maken, laten we de schepen van Nederlandstalige Aangelegenheden op de vingers tikken en haar nalatigheid omtrent communicatie naar de Nederlandstalige Brusselaar of Vlaming die al eens in Brussel komt, proberen te herstellen. Laat haar 100 regels “Ik zal geen taalfouten meer in mijn communicatie naar de burger toelaten” schrijven. 500 regels desnoods. Laten we vooral graaicultuur, eigen-volk-eerst-cultuur, communitarisme en ééntaligheid voor Brussel voorgoed begraven. Laten we niet toegeven aan plat populisme en polarisatie. Maak als politieke partij duidelijk aan de Brusselaars welke voorakkoorden je sluit en met wie.   En tenslotte, een kiezersstrijd kan je ook voeren door niet met modder naar elkaar te gooien. Op 14 oktober komt de afrekening, de dag erna hebben de Brusselaars nood aan mensen met visie, mensen die gedurende hun hele mandaat Brussel leefbaar maken voor iedere burger; iets wat de afgelopen legislatuur toch wat op het appèl ontbrak. Visie en actie. En tweetaligheid. En euh… een nieuw logo misschien ook?

Erwin Abbeloos
1 0

Sucadelapjes in de hemel

Elke keer verrast het me hoe helder kinderen kunnen denken. Op de grote vraagstukken van het leven geven ze met flair antwoord. Zoals een slager zijn plakje vlees vanonder de toonbank pakt, het op de weegschaal legt en als hij het zwaar genoeg vindt, zegt: ‘Een heerlijk stukje mals vlees. Maar een paar minuutjes bakken in de pan, hoor. Met een klontje boter. Dat is het lekkerst.’ Zoals dat stukje vlees ligt het antwoord klaar op de tong van een kind.   Op een dag bracht ik mijn kleindochter naar school. Ze reed voor me uit op haar fiets met zijwieltjes. Ik was met de benenwagen. Mijn wandelstok die mij behoedt voor het vallen, was thuis gebleven, als een jaloerse vriendin. Als ik op stap was met mijn ‘grote’ vriendin zoals ik mijn kleindochter noemde, voelde ik me tien jaar jonger. Dan liep mijn stokoude vriendin ons alleen maar voor de voeten.     Bij het kruispunt zei ik streng: Oppassen voor de auto’s! Mijn kleindochter volgde mijn aanwijzingen op als een soldaat de bevelen van zijn kolonel. Ze bleef stokstijf staan voor het rode licht. ‘Ja, oppassen voor de auto’s, anders ben ik dood,’ zei ze gelaten. ‘Aska weg, mama weg, papa weg, oom Michel weg, tante Veerle weg, opa weg, oma weg.’ Het was alsof ze allemaal langs marcheerden. De doden.     Toen sprong het licht op groen. We staken over en bereikten veilig de andere kant van de weg. Alsof we succesvol de styx waren overgevaren. Op school leverde ik haar keurig af in de klas. Als een pakketje. Zonder het kleinste deukje. De juf bedankte drie keer. Ik glom van trots.   In diep gepeins liep ik naar huis. Ik dacht na over wat mijn kleindochter had gezegd. Over hoe ze dood zou gaan. Wat bedoelde ze precies als ze zei dat iedereen weg was als ze dood was? Alsof ze kon toveren. Toen het rood op licht sprong, schoot ik wakker uit mijn gepeins. Ik wachtte geduldig tot het rode mannetje zou worden afgelost door het groene mannetje. Zijn dienst zat er bijna op. De hele dag wisselden de mannetjes elkaar af. Altijd op hetzelfde moment. Zonder klagen. Dankzij hun was de wereld een stukje veiliger.    Net als de op het eerste gezicht knullige mannetjes, begreep mijn dochter dat het leven geen spel was. Net zo min als de dood. Ze lieten niet met zich sollen. Voor haar leeftijd was mijn kleindochter heel volwassen. Het groene mannetje sprong op groen. Ineens begreep ik wat ze bedoelde.   Als je niet oplet in het verkeer en je gaat dood,  dan gaan de mensen die belangrijk voor je zijn ook dood. Want als je dood bent, kan je ze niet meer zien. Dus zijn ze ook dood. Eigenlijk was het heel simpel. Zelf had ik het niet bedacht.   Ik had niet meer lang te leven. Ook al paste ik heel goed op in het verkeer. ‘Opa is stokoud,’ zei mijn kleindochter zonder blikken of blozen. Alsof ik een stokbrood was die je na een dag in de oven doet. Zodat hij weer knapperig wordt. Straks, als ik in de oven ga, neem ik wel lekker iedereen met me mee, grinnikte ik tegen mezelf. Om in de woorden van mijn kleindochter te praten. Doodgaan leek me ineens een stuk gezelliger. Ik zag ons allemaal samen zitten, niet bij, maar in het haardvuur. Zelfs mijn grootste vijanden zouden met mij branden.   Ik naderde het winkelcentrum. De geur van de bakker kwam me tegemoet. Alsof de vrouw van de bakker me persoonlijk een warme hand gaf. ‘Oh ja, ik moet nog langs de slager,’ bedacht ik me ineens. Ik was het bijna vergeten! ‘Oma vroeg of ik twee sucadelapjes voor vanavond wilde halen,’ mompelde ik. Mijn geheugen werkte steeds slechter. Opa was niet alleen een stokbrood. Opa had ook de hersenen van een gatenkaas. Straks dronken ze opa’s wijn nog! Du pain, du vin, Boursin!   Ik liep snel naar de slager voordat ik het weer was vergeten. In de hele wereld bestond er niets lekkerder dan de sucadelapjes van oma. Hoe kon ik ze vergeten? Met aardappeltjes en rozemarijn in de oven. Ik watertandde. ‘Zouden ze in de hemel ook sucadelapjes in de oven hebben?’ Vast wel.                           

Margaretha Juta
0 0