Lezen

VERLOREN

Anna en Ronny zitten op de bank te praten over koetjes en kalfjes. Maggy (komt aanwandelen.) Hey! Anna, Ronny, leuk om jullie te ontmoeten. Hoe gaat het ermee? anna Alles kan beter! ( Lacht kort.) Hoe is het met jou? maggy Ca va. ronny Dat klinkt niet echt vrolijk. maggy Geeft niet. Niets speciaals. ( Begint te huilen) ANNA Wat, niets speciaals? RONNY Je bent duidelijk over je toeren Maggy. Ronny staat recht en legt zijn arm rond de schouder van Maggy. Zachtjes dwingt hij Maggy om naast Anna te gaan zitten. Hijzelf gaat naast Maggy zitten. ANNA Maar meisje toch, je bent onder vrienden... kom lucht je hart... Anna reikt een pakje papieren zakdoekjes aan. Neem je tijd, we zijn er voor jou. MAGGY ( Antwoordt huilend.) Je, je zou me... toch niet geloven.   neemt het pakje papieren zakdoekjes aan. Ze sukkelt om het pakje te openen, neemt er meerdere uit en laat de rest van het pakje vallen. Ronny raapt het pakje op en steekt het in zijn jas zak. ANNA Kom, kom zo erg kan het niet zijn... Maggy (reageert woedend) Je weet er niets van! Jij hebt gemakkelijk praten...ik beleef het alle dagen! RONNY Nee, we zijn helemaal niet boos op jou Maggy. We zijn wel bezorgd. Toe, wat kunnen we voor je doen? Maggy houdt op met snikken en kijkt Anna en Ronny om beurten vorsend aan.   Willen jullie mij écht helpen? Dan moeten jullie mee. Ja...mee...naar mijn huis. Je, jullie...moeten het zelf zien. Dan...kan je beslissen... ANNA Wat zien? Ronny schudt zijn hoofd en helpt Maggy overeind.   Niet praten, maar doen! Kom Maggy. Anna? We brengen jou naar huis. Dan kunnen we het zelf zien. Maggy glimlacht en knikt. Anna en Ronny nemen Maggy tussen hen beiden. Arm in arm wandelen weg. over naar Maggy's huis - Anna,Ronny en maggy staan aan de voordeur. MAGGY Opent de deur met trillende vingers. Doe je jas dicht en kom binnen. Ronny en Anna kijken elkaar verbaasd aan. Maggy draait haar hoofd naar Ronny en Anna. Ja, ik weet het...het klinkt idioot. Eén voor een schuifelen ze naar binnen. ANNA Brrrrr, dat is hier koud! MAGGY (zucht) Ja, meestal... RONNY Heb je problemen met de verwarming? MAGGY Nee... Ik geef jullie iets warm om te drinken. Koffie of thee... iets anders? RONNY Koffie is prima. Maggy kijkt Anna aan. ANNA (Knikt bibberend.) MAGGY Ga zitten alsjeblieft, het wordt een lang verhaal...ik maak meteen koffie. Op de sofa liggen een aantal dekens, gebruik ze gerust. Ronny en Anna haasten zich naar de sofa. Er liggen 6 dekens en een zestal wollen handschoenen in verschillende maten. Haastig wikkelen Ronny en Anna zich in de dekens en speuren in de hoop handschoenen, op zoek naar de juiste maat. Maggy komt aangelopen met grote koppen, lepeltjes en een grote doos met koekjes. Ze glimlacht. MAGGY De koffie staat op. Neem gerust veel koekjes...dat helpt om je innerlijke kachel op gang te brengen. ANNA Heb je het niet koud Maggy? MAGGY Natuurlijk, maar ik ben het gewoon. Ik wilde eerst de koffie voor jullie klaarzetten, gelukkig werkt de electriciteit... mijn skipak en handschoenen liggen klaar om aan te trekken. Maggy gaat de kamer uit. ANNA Dit is toch al te gek? RONNY Gek of niet, dit is abnormaal. Ik zie geen air conditioning. Hoe komt het dan dat het hier zo koud is? Ik denk dat dit al een stuk van het probleem is. ANNA Ik vind het beangstigend... RONNY Eens kijken of haar radiatoren het wel doen. Ronny staat op en voelt aan de radiator. (Uit een kreet.)   Dit ga je niet geloven! De radiatoren staan op maximum. Ik kon er mijn hand niet op houden. Maggy komt binnen in skipak en houdt een thermos vast. RONNY Maggy, je radiator staat gloeiend heet ! MAGGY Ja... verbazend hé? ANNA Maggy... wat is er in hemelsnaam aan de hand? Maggy en Ronny gaan zitten. Maggy schenkt de koffie uit de thermos in de koppen. MAGGY Ach, ik ben de suiker en melk vergeten. (sloft de kamer uit) RONNY Wat het ook is...ze blijft er kalm bij. ANNA Ik niet! Nog even en ik loop terug naar buiten. Op dat moment komt Maggy terug de kamer in met de suiker en melk. Maggy zet zich rustig op de andere fauteil. MAGGY Wie wil er suiker en melk? Laat de koffie niet koud worden. Het gaat héél snel. Automatisch gehoorzamen Ronny en Anna: zonder melk of suiker nemen ze voorzichtig een slokje. Als je suiker neemt duurt het iets langer voor het koud wordt. Maggy neemt 5 klontjes suiker, roert heel kort in de kop en drinkt gulzig. Anna en Ronny haasten zich om één klontje suiker in hun kop te doen en kijken gebiologeerd toe hoe Maggy de rest van haar kop opdrinkt. ANNA Maggy...hoe...hoe MAGGY Kijkt naar de klok (22u) in de kamer. Momentje, neem jullie koppen vast. Wil je? Anna en Ronny aarzelen. Op dat moment valt uit het niets  een heleboel kleine voorwerpen op de tafel. Een gedeelte valt in Anna en Ronny hun kop. De kop van Ronny valt om. Anna (gilt.) MAGGY Dat was het voor vandaag. Zitten er waardevolle stukken bij? Anna en Ronny kijken Maggy stomverbaasd aan. Maggy raapt alle voorwerpen op en zet Ronny zijn kop recht. Een paar oorbellen...knoppen, een vals gebit en een heleboel koperen centjes. Ik ga even een schotelvod halen. Anna klamt Ronny doodsbang vast. Ronny schrikt van Anna's reactie. neemt haar in de armen. (onzeker) Kalm...kalm...Shuuuuuut  streelt Anna's haar als een automaat. Maggy komt met de schotelvod in haar skihandschoenen in de kamer en ruimt de gemorste koffie op. Met een grote zucht gaat ze zitten. Soms flikkeren de lichten of hoor je muziek. Oude liedjes op een antieke grammofoon...denk ik...of gefluister. Als ik in mijn bed lig hoor ik soms iemand stampvoetend rondlopen... ANNA Wat is het! MAGGY Ik vroeg het aan een priester...hij is hier geweest...'demon of een ontevreden geest', zei hij. 'Ik geloof niet in geesten,' antwoorde ik. 'Kan je me helpen,' vroeg ik toen. De priester stak me een bijbel toe en verliet het huis zonder woorden. RONNY (fluistert) Ik ken iemand met paranormale gaven... MAGGY (huilt stilletjes) Ik weet het niet meer. Ik wil alles proberen...heb zelfs de Bijbel helemaal uitgelezen...niets helpt ANNA Misschien die persoon met paranormale gaven...hoop ik...voor jou. We willen je helpen... Op dat moment (24u)horen ze een grote bonk.  Anna vlucht in paniek naar buiten. Einde scéne II       Volgende dag? De paragnost. - huis van maggy in de late namiddag 16u) scene III Eddy, met hoed, houdt een grote boodschappentas vast en belt aan. Maggy doet open. EDDY Dag Maggy, ik ben Eddy...paragnost. MAGGY Kom binnen, let niet op de rommel...ik ben gewoon...alles zo moe. EDDY Legt een hand op Maggy's schouder. Mag ik? MAGGY (in skipak en nerveus) Ja...natuurlijk, ja kom binnen, alsjeblieft!   Eddy  stapt de hal/kamer in. Kijkt in de boodschappentas en haalt er een dikke wollen sjaal en dikke handschoenen uit. Kalm doet hij zijn jas open, wikkelt de sjaal kruiselings over zijn borst, knoopt zijn jas toe en doet vervolgens de handschoenen aan. Maggy volgt zwijgend al zijn bewegingen. Dan kijkt hij zorgvuldig om zich heen.   Hoelang is dit al aan de gang? MAGGY Drie maand...denk ik, het lijken wel jaren. EDDY Je woont hier al lang? MAGGY Sinds mijn jeugd. Dit is het huis van mijn ouders...ze zijn alletwee dood... EDDY Op hetzelfde moment? MAGGY Nee, eerst stierf moeder... en een jaar later vader. EDDY Het spijt me, dat moet erg moeilijk voor je zijn geweest... MAGGY (Maggy knikt.) Héél moeilijk...ik rouwde nog voor moeder...en toen vader. ( snikt.) De bel gaat.  opent de deur. Anna en Ronny stappen zwijgzaam de kamer in. EDDY Zet de boodschappentas op een zetel. Hier zijn de helpers. MAGGY Helpers? Wat kunnen zij doen? EDDY Dat zal je wel merken. RONNY Eerlijk gezegd, ik weet niet hoe we kunnen helpen? EDDY Alles op zijn tijd... (Kijkt Maggy doordringend aan.) Hoe zijn je ouders gestorven? MAGGY (handenwringend) Moeder stierf aan kanker, vader van verdriet. Hij wou niet meer leven... EDDY Is er iets bijzonder gebeurd bij de dood van je moeder? MAGGY Nee...of ja toch...vader wilde de huwelijksring van moeder om ze samen te laten smelten tot één ring.Zo was moeder nog altijd bij hem, zei hij. Maar moeder haar trouwring zat niet meer aan haar vinger. EDDY Werd er iemand verdacht? MAGGY (terug handenwringend) Het kan iedereen zijn geweest: verplegend personeel, een andere patiënt, bezoekers...de kuisvrouw... EDDY Kijkt op de kamerhorloge. We hebben nog een uur de tijd. ANNA Voor wat? EDDY (geheimzinnig) Om de waarheid te kennen. RONNY Welke waarheid? EDDY DAT...moeten we nog ontdekken. Maggy leg je op de salontafel, alsjeblieft. MAGGY Op de salontafel? Voor wat? EDDY Het spijt me Maggy, het MOET. MAGGY (aarzelend) Ik weet niet wat de bedoeling is... EDDY GA OP DE SALONTAFEL LIGGEN! MAGGY Gehoorzaamt. neemt drie kussens en legt één kussen onder haar rug,  het ander onder haar hoofd en het laatste onder haar knieën. (vriendelijk) Lig je goed? MAGGY Ja...het gaat. EDDY (keert zich naar Ronny en Anna) Anna, jij neemt Maggy's hoofd vast en Ronny de voeten. Gewoon vasthouden. Anna en Ronny nemen Maggy voorzichtig vast. Stapt naar de boodschappentas, haalt er 4 dikke kaarsen uit. Zet de twee kaarsen aan weerszijde van Maggy's romp. Anna, Ronny, wat er ook gebeurd, zorg ervoor dat de kaarsen niet uitgaan. Buigt zich voorover naar Maggy. Maggy, wees niet bang, ik ja gewoon je armen strelen en vragen stellen waarop je eerlijk antwoord. Kan ik daar op rekenen? MAGGY (Met trillende stem)) Eerlijk antwoorden? G... g...goed, ja. EDDY Maggy ben je nog steeds verdrietig? MAGGY Ja. EDDY Heb je het nog steeds moeilijk? MAGGY Ja. EDDY Heb je een schuldgevoel? MAGGY J...ja. EDDY Waarvoor voel je je schuldig. MAGGY (schudt haar hoofd traag van links naar rechts). EDDY Antwoord! MAGGY Dat ik vader niet kon helpen! EDDY Lieg je? Drukt haar armen naar beneden. MAGGY (beweegt schokkend) EDDY Anna, Ronny, zorg ervoor dat ze niet kan ontsnappen. Ze MOET op de tafel blijven liggen. ANNA Is dit wel nodig? EDDY Ja! RONNY Ik voel de spanning in haar benen, het wordt moeilijk om haar voeten in bedwang tehouden. EDDY Indien nodig gebruik al je kracht! Maggy antwoordt, nu! MAGGY (grommend) Jaaaaaa! EDDY Heb je de ring? MAGGY Nee! EDDY Heb je de ring genomen? MAGGY (kalm) Ja. EDDY Waren het mooie ringen. MAGGY Ja. EDDY Beschrijf ze. MAGGY Hoogwaardig goud met 2 briljanten er in. Tussen de 2 stenen een gegraveerde knoop ten teken van hun verbondenheid. EDDY Ze zijn dus kostbaar? MAGGY (zucht) Jaaaaaaa. EDDY Heb je schulden? MAGGY (grauwt) Nee! EDDY Heb je de ringen in je bezit? MAGGY (worstelt hevig) RONNY Verdomme, Eddy! Ik kan haar voeten nauwelijks houden! ANNA Ik ook! Zonder kussen had ze nu een hersenschudding! EDDY ( woedend) Antwoord! Ik beveel je om te antwoorden!HEB JE DE RINGEN! MAGGY Ja, verdomme! Jaaaaa! EDDY Waar zijn ze? MAGGY (klein en huilerig)) Ik weet het niet... EDDY Je weet het niet? MAGGY (zeurig) Neeeeeje. ANNA Ik heb de indruk dat ze in slaap valt? RONNY Eddy, wat denk jij? EDDY We kunnen haar best wat rust gunnen. Haar geest heeft zich opgesplitst. RONNY Wat bedoel je? ANNA Bedoel je dat ze een gespleten persoonlijkheid heeft? EDDY Inderdaad...het schuldig en niet schuldige gedeelte. Ze wordt verteert door schuldgevoelens en wil bekennen, maar de eggoïste in haar heeft de overhand. Ze is haar eigen klopgeest geworden. Ze straft zichzelf tot het nuchtere gedeelte wint.De poltergeistfenomenen zullen dan vanzelf weggaan. Maggy ontspant en ligt te slapen op de salontafel EDDY Anna, leg nog een deken over haar, maar eerst... Haalt een groot aantal Colson-bandjes uit zijn boodschappentas en knevelt Maggy haar voeten, handen, maar ook haar hoofd, romp en knieën door de bandjes aan elkaar te binden rond de salon tafel. Met een diepe plof gaat hij in de zetel zitten. Hij veegt het zweet van zijn gezicht. Verbouwereerd gaan Ronny en Anna naast Eddy zitten. Plots valt alle licht uit, ook de kaarsen. Einde scéne III Avond - Maggy's kamer in het donker - scéne IV We horen enkel het huilen van de wind buiten het huis en het kraken van hout. EDDY Strijkt een lucifer af en brengt de kaarsen terug tot leven. Maggy snurkt stilletjes. Dat had ik wel verwacht... ANNA En...wat nu? RONNY Niet teveel hoop ik, ik ben doodop! EDDY Profiteer ervan om te rusten, we zijn er nog niet. Eddy legt zijn hoed over zijn gezicht en valt prompt in slaap. RONNY Meent die dat nu? ANNA Ik weet niet wat jij gaat doen, maar in knap ook een uiltje. We zien de klok aan de muur 4 uur versneld vooruit lopen tot 22u. MAGGY (uit een langerekte spookachtige kreet) Aaaaaaai, nééééééééé Ze begint heftig te worstelen. EDDY Zorg ervoor dat de kaarsen niet uitgaan! Overstuur nemen Anna en Ronny terug hun oorspronkelijke positie in. ANNA Ze lijkt sterker dan ooit! RONNY Doe zoals ik!Ga erop zitten... ANNA Jij zit op haar voeten...wisselen? RONNY Euh nee, ik zou iets kunnen kwijtspelen... EDDY Focus mensen! (rustig) Maggy, denk je niet gelukkiger te voelen als je oucers terug samen zijn? MAGGY (met een grote zucht)) Jaaaaaaaaaaaaa. EDDY Verenig hun terug en je zult bevrijdt worden van jouw poltergeist. MAGGY J...ja, dat is het beste. EDDY (fluisterend) Geef ze terug. Bevrijdt jezelf. Maak iedereen gelukkig... MAGGY I...ik...ik kan nie...niet (huilt zachtjes) Ronny (kijkt Anna strak aan) Wat is dut nu weer voor flauwe kul! ANNA Shuuuuuut, ze is in trance! EDDY Gaan jullie nu alleibei zwijgen, ja? (ademt diep in en fluistert in haar oor) Maggy, waarom kan je de juwelen niet teruggeven? MAGGY I...ik ben ze verloren... (zucht melijwekkend) Ik probeer ze te vinden...niets. Ik voel me zo schuldig... EDDY Wie kan er nog interesse hebben in de ringen? MAGGY Kwwwwweeeeeeenniiiiiiiiit EDDY Heb je huisdieren? MAGGY N...nee. Enkel de ekster in de boom komst me af en toe bezoeken voor restjes. Ze zit met kuikens. EDDY Weet je op welke tak? MAGGY Jaaaaaaaaaaa. EDDY Dit is heel belangrijk! Kijk in het nest met je onstofelijk oog. MAGGY Aaaaaaach, drie kuikens EDDY Zie je niks blinken? MAGGY Neeeee....ja toch! EDDY De klok slaat bijna 10 uur 's avonds...neem vlug wat blinkt uit het nest met je onstoffelijke hand. Heb je het in je hand? De kaarsen flikkeren door een plotse wind. Zwaar gebonk klinkt op de trap naar beneden. Een ijskoude wind waait door het huis. EDDY (ROEPT BEZWEREND) Maggy! Laat ze los! Nu! Uit het niets verschijnen plots boven de salontafel allerlei,prullaria, met daartussen ....de ringen. Rinkelend vallen ze op de grond voor de voeten van Eddy. EDDY raapt ze snel op en zegent iedereen in de kamer en zichzelf (Roept luid op gebiedende toon) Wat krom was, is nu recht. Wat verloren was, is teruggevonden. Verloren liefde, wees vervuld. Vul dit huis met liefde en vergeef de misstappen van een mens. Mens vergeef en vergeet. Alle kaarsen gaag uit en een doodse stilte valt over het hele huis, één voor één gaan alle lichten aan. ANNA Het is minder koud. RONNY Wijst naar Maggy die bewusteloos op de tafel ligt. Op haar hart rust een witte roos. EDDY glimlacht naar Ronny en Anna en steekt al zijn spullen terug in de BiG SHOPPER ZAK. Hij licht zijn hoed even op en stapt rustig naar buiten. Ik wens jullie nog een vredige dag.     EINDE  

Fanny Vercammen
0 0

Stil leven

De rolstoel lag er verlaten bij, op zijn kant in het gras, een meter of vijf van de drassige rivieroever, het linkerwiel doelloos ronddraaiend op het ritme van de afwisselend aantrekkende en weer wegvallende noordoostenwind. De aluminium spaken, waarin het waterige zonlicht glimmend weerkaatste, hadden in een voor het overige grauw en verlaten polderlandschap reeds van ver zijn aandacht getrokken, alsof ze hem wenkte en riep: ‘Vader, zoek niet verder, ik ben hier’. Als vanzelfsprekend had hij teruggewuifd, en pas toen hij besefte hoe nutteloos zijn gebaar wel was, had hij zijn armen besluiteloos langs zijn lichaam laten vallen en was hij met zijn magere vingers aarzelend over de toetsen van de GSM in zijn jaszak gegleden. Hij moest zijn vrouw verwittigen, een einde maken aan haar zinloze zoektocht daar aan de andere kant van het dorp waar het winterwater even traag en koud voorbijvliedde als hier. Alleen, hij wist niet wat hij moest zeggen: ‘Onze dochter is terecht’, of juist: ‘Onze dochter is verdwenen.’ Hij wilde haar geen valse hoop geven, maar evenmin kon hij er zich toe brengen haar haar laatste illusies te ontnemen. ‘Bovendien heb ik geen antwoord als ze een vraag stelt’, sprak hij hardop tegen zichzelf. ‘Hoe het is gebeurd en of ze nog een brief voor ons heeft achtergelaten. Misschien is ze zelfs niet dood, maar heeft ze zich op het laatste moment bedacht en ligt ze daar te wachten, onmachtig en verkleumd’. Bij die gedachte flakkerde plots de hoop in zijn eigen hart weer op en hij zette het op een lopen, onderwijl schreeuwend: ‘Ik kom kindje, ik kom’. Hij zou haar redden, daar was een vader tenslotte voor, om zijn kinderen te beschermen tegen het onheil in de wereld, tegen de monsters onder hun bed, tegen de uitzichtloosheid van het bestaan dat je elke dag overviel, wanneer je in je stoel werd vastgebonden om te voorkomen dat je voorover zou vallen. Nooit in zijn leven had hij harder gerend, maar dit keer zou hij beslist niet te laat komen. Niet zoals die middag toen je trots de duikplank afliep en zwaaide naar je ouders op de tribune en je onvervulde dromen voorgoed achterbleven op de betonnen bodem van het zwembad waar je je nek brak en je jeugd abrupt eindigde.   Buiten adem bereikte hij de plek waar ze haar karretje van het jaagpad had afgestuurd. De sporen in het slijk toonden hem hoe ze zich met de twee vingers van haar rechterhand die ze nog min of meer kon bewegen, centimeter voor centimeter had voortgetrokken in de richting van de waterkant, vluchtend voor verlamming en stilstand. Ontredderd liet hij zich zakken, terwijl de tranen opwelden en hij zich vastklampte aan het enige dat er van haar restte: de rolstoel met de blauwlederen zitting en de sticker van de zwemclub netjes op de rugleuning gekleefd. Ze had de dood gezocht in dit ijskoude water, en genadig snel was die op het appèl verschenen. Nu was ze op weg naar zee, ongetroost en alleen.

Karel Bedert
44 0

Gisteren in Friulië

Soms vergat hij dat hij sliep. Dat waren dan de goede momenten, wanneer ze naar hem lachte alsof ze werkelijk nog van hem hield en hij zich niet kon voorstellen dat het maar een droom was. Dan was hij weer bevlogen, idealistisch en vol zelfvertrouwen, voor even niet meer de man aan wie de mislukking kleefde als een teek aan een natgeregende hond, maar wel de geluksvogel van weleer aan wiens voeten de hem gunstig gezinde wereld een tijd lang gelegen had en die dankzij haar gedurende die gouden jaren met spreekwoordelijk gemak langs alle verraderlijke klippen van het leven gezeild was. Zo was het onder andere ook gisterenavond geweest, toen het, net nadat hij zijn hoofd op het zachte kussen te rusten had gelegd, een paar schamele minuten lang niet tot zijn onderbewustzijn was doorgedrongen, dat hij zich op zijn vroegere jongenskamer bevond, thuis bij zijn inmiddels bejaard geworden ouders, geheel alleen in het veel te smalle eenpersoonsbed, omringd door de tien of twaalf onuitgepakte kartonnen dozen die uitpuilden met de nutteloze restanten van zijn stukgelopen huwelijk. In plaats daarvan had hij, zachtjes snurkend, de periodes herbeleefd, waarop hij echt succes had gekend, benijd, bewonderd en geadoreerd was geweest en had hij opnieuw ervaren dat dat alles op de een of andere manier altijd in het niet was gevallen bij de oprecht gevoelde liefde die onveranderlijk uit haar hemelsblauwe ogen had gesproken wanneer hij ’s avonds laat thuiskwam en zij aan de keukentafel op hem wachtte om zijn verslag te aanhoren over de vele triomfen die hij die dag gevierd had. Met een glimlach had hij in zijn verbeelding teruggedacht aan hoe ze vervolgens de risotto bereidde waarvan hij zo hield en waarvan het subtiele aroma zelfs in zijn slaap het water in zijn mond deed lopen. Terwijl ze kookte, had hij zijn ogen nooit van haar kunnen afhouden, betoverd door de natuurlijke gratie waarmee ze als een geboren flamencodanseres het kastanjebruine haar achter haar oren streek en tussendoor voor hen beiden de Sauvignon Blanc uitschonk in de kristalglazen die ze kort na hun verloving samen hadden gekocht in een onooglijk dorpje in de Friulische Alpen waar ze zo hard hadden gelachen dat de echo verderop in het dal zowaar een kleine lawine had veroorzaakt. Bij die herinnering waren zijn spieren zich begonnen te ontspannen en was hij zich gaandeweg, hardop pratend in zijn slaap, gaan verliezen in de begoochelende toekomstplannen die ze, hoewel ze nooit bewaarheid waren geworden, samen bijeen hadden gefantaseerd, om tenslotte, onrustig woelend onder de dekens, vol verlangen uit te kijken naar dat ene moment waarop ze langzaam vooroverboog, fluisterde dat ze zielsveel van hem hield en hem hartstochtelijk op de lippen kuste. Tot hij huilend wakker was geschoten en had beseft, dat hij haar liefde en respect voor eeuwig kwijt was, terwijl hij vanuit zijn ooghoeken zijn bezorgde moeder stilletjes naar hem had zien staan kijken, met de klink van de slaapkamerdeur in haar gerimpelde hand, wetende dat ze hem nooit zou kunnen troosten.

Karel Bedert
28 0

Deometrie

‘God is een zeshoek, denk ik’. Met die woorden was hij deze ochtend op een bijna verontschuldigende toon zijn betoog begonnen en zoals verwacht had de zaal onmiddellijk op zijn kop gestaan: de kardinalen hadden ‘heiligschennis’ geschreeuwd en haastig een kruis geslagen, terwijl hun orthodoxe tegenhangers verschrikt hetzelfde deden, maar dan in tegengestelde richting. Boeddhisten schoten in een meditatieve lotus-kramp, Hindoe’s protesteerden luidkeels vanop de eerste rij door de heilige lettergreep Om te zoemen en de leden van de Joodse delegatie grepen in paniek naar hun tsietsieten. En aan de overzijde van het gangpad waren sjiieten en soennieten het voor één keer roerend met elkaar eens waardoor allerhande bloeddorstige fatwa’s hem krijsend om de oren vlogen. Alleen de atheïsten achteraan konden hun plezier niet op toen ze het pandemonium overschouwden dat zijn bewering teweeg had gebracht, hoewel ook zij onder elkaar meewarig hun ogen ten hemel sloegen over zoveel naïviteit. Onverstoorbaar had hij echter doorgewerkt, regelmatig naar Jezus, Mohammed en Lao-tze verwezen, en er Aristoteles, Al-Chwarizmi en Descartes bijgehaald om de woorden van de profeten mathematisch te onderbouwen. Zijn bewijsvoering had uren aangesleept en de grond rondom hem lag allengs bezaaid met de vele schoenen, keppels en rozenkransen die hem naar het hoofd waren geslingerd. Slechts heel langzaam was de heksenketel tot bedaren gebracht en het contrast met de doodse stilte die aan het einde van de dag over de aula neerdaalde, kon dan ook niet groter zijn. Je kon een speld horen vallen toen hij zijn handen aan zijn stofjas afwreef en zijn voordracht besloot met de woorden ‘Quod erat demonstrandum’. Grijnzend had hij vervolgens naar de aanwezigen gekeken die als van de geometrische hand Gods geslagen naar de eindeloze reeks ingewikkelde wiskundige berekeningen en figuren staarden, die hij met zijn krijtjes op de manshoge schoolborden had gekalkt. De ongelovigen was het lachen vergaan, zelfs al verborgen de christenen hun asgrauwe gezichten van schaamte in hun handen en biggelden er dikke tranen van berouw over de wangen van de moslims. Brahmanen, shinto-priesters, Zevendedagsadventisten: allen zaten ze wezenloos voor zich uit te kijken tot tenslotte een verdwaalde Anglicaan verslagen zijn hand opstak en vroeg: ‘Wilt u daarmee zeggen, dat we allemaal fout zaten?’ ‘Daar lijkt het toch op’, luidde zijn droge antwoord. ‘Maar wat moet er dan van ons worden?’, riep een Mormoonse schriftgeleerde wanhopig. Schouderophalend suggereerde hij: ‘Misschien kan ik u een A4-tje meegeven met daarop wat simpele formules om uw tijd mee te vullen?’ Tevreden zocht hij zijn spullen bij elkaar: vrede leek dan toch mogelijk op aarde. Maar net toen hij de verlichten naar huis wilde sturen om de blijde boodschap te gaan verkondigen, nam de zwijgzame Satanist het woord: ‘Meneer’, zei hij, ‘u heeft me overtuigd: God is inderdaad een rode zeshoek’. Het was een meesterzet, want al snel rolden de religieuze leiders, ook tot hun eigen blijdschap, weer vechtend over straat. De zeshoek kon namelijk niet anders dan blauw zijn. Of beter nog: van klei! Dan konden ze Hem tenminste kneden naar hun eigen opvattingen.

Karel Bedert
28 0