Lezen

Exit Machina

Hey, hopelijk heb je vandaag een betere dag. Ik ga straks zwemmen. Fingers crossed dat het niet te druk is. Groetjes Sammy Het was niet druk, dat was fijn. Misschien moeten we volgende keer samen gaan zwemmen - vraagteken - knipoog Heb ik iets fout gedaan of gezegd - vraagteken – grt - S Gemiste videochatoproep WAAROM NEGEER JE ME - vraagteken - vraagteken – uitroepteken – vraagteken Gemiste oproep Vraagteken Droevige emoticon Fijn weekend - kus   Ik ween nogal vaak op openbare plekken. Geen idee waarom. Geen idee waarom ik apathisch voor me uit blijf staren wanneer het noodlot Jack en Rose treft (hoewel ik erbij blijf dat Rose Jacks hand wel zeer gemakkelijk loslaat) maar dat ik om een of andere vreemde reden mijn tranen niet kan bedwingen wanneer ik me in de openbare ruimte bevind. Als ik op een publiekelijke plek vertoef en er loopt iets mis, iets kleins, iets groots, iets van middelbare grootte, het zoveelste iets, kortom iets dat niet mis had moeten lopen, dan klem ik telkens mijn tanden zo stevig mogelijk op elkaar in de hoop mijn opkomende woedetranen toch nog tegen te houden. Uiteraard lukt zoiets niet om zeer gefundeerde fysiologische redenen en zet de eerste traan al gauw zonder gêne zijn lange nederdaling in. Onder het motto ‘eentje is geentje’ volgt er een ontketening van losgerukte tranen.   Tranen die ik had moeten laten toen Rose ervoor koos om Jack niet op haar plankje te laten drijven, maar haar onmogelijke Titanicromance 3 uur en 15 minuten lang gretig met de rest van de wereld wil delen. Tranen die ik had moeten laten toen X!nk het Junior Eurovisiesongfestival niet won hoewel ik ervan overtuigd was dat de vriendschapsband het ultieme winnaarsnummer was. Tranen die ik had moeten laten toen ik thuiskwam van zeeklassen en niet meer omver werd gesprongen door mijn kwijlende vierpotige huisgenoot. Tranen die ik had moeten laten toen mijn ouders aankondigden dat ze gingen scheiden. Tranen die ik had moeten laten toen mijn leerkracht Lichamelijke opvoeding mij buisde omdat ik niet over de plint kon springen, wat meteen mijn allereerste onvoldoende was. Tranen die ik had moeten laten toen ik eindelijk over diezelfde plint kon springen, maar dat er ondertussen verwacht werd dat de leerlingen met een hazesprong over een plint konden springen, dus opnieuw gebuisd was. Tranen die ik had moeten laten toen ik ontdekte dat mijn biologische moeder mij helemaal niet wou en me heeft afgestaan. Tranen die ik had moeten laten toen ik niet goed genoeg was. Niet goed genoeg als dochter, als lief, als vriendin, als kandidaat voor het nieuwe seizoen van de Mol (fuck you Woestijnvis), als student, als sollicitant, als burger, als eender welke rol.   Toch wordt die onuitputtelijke zoutlozing telkens gestopt door een redder in nood. Een persoonlijke deus ex machina. Een mannelijke deus ex machina. Een mannelijke deus ex machina van middelbare leeftijd die me wil troosten met een ongemakkelijk schouderklopje nadat hij zijn zakken tevergeefs heeft afgetast, zoekend naar een onvindbare zakdoek. Een deus ex machina die vaak iets wil gaan drinken… om me te troosten. Vervolgens zijn gsm kwijt speelt waardoor ik hem niet moet troosten maar moet bellen. Een deus ex machina die zich niet langer aan zijn rol wil houden en een grotere rol opeist.   Ik ween nogal vaak op openbare plekken, ik weet nog steeds niet waarom, maar alstublieft lieve mannelijke medegebruikers van de openbare ruimte: negeer mijn tranen. Loop mij en mijn overstroomde zoutwaterkanalen voorbij. Stop met mijn deus ex machina te spelen, anders blijft mijn leven een persoonlijke tragedie on repeat. Ik dank u!

Liessah
12 0

Lois Lane met een wit giletke

Later, als ik groot ben dan… word ik bakker, leerkracht, Lois Lane. Of misschien word ik wel gewoon de liefste mama van een nest kinderen – net zoals de mijne. Dat laatste weet ik zo goed niet meer. Het hoeft alleszins niet nu. Maar al die andere dingen. Why not?    Ik herinner het me nog, de tijd van het onbezorgd dromen over later. Hoe fantastisch alles eruit zou zien als ik op een dag groot zou zijn. Wat ik zou doen, eten, zeggen, kopen. En wat ik zo zonder meer zou schrappen. Gedaan met elke dag mijn bed opdekken. Nooit meer strijden met die biefstuk op mijn bord. Weg met lastige oefeningen op de vierkantswortel. En vooral, adieu prikkelende souspull met dat wit giletke erbij. Ach, wat voor zorgen had ik toen.     Nu ik dan eindelijk groot ben –of toch groter. Nu wil ik al te vaak terug naar die tijd van toen. Vroeger.Toen stempelen met aardappelen een ernstige aangelegenheid was. Toen mijn to do-list bestond uit bellen blazen en bloemenkransen maken. Toen de pot pudding uitlikken nog een voorrecht was. En toen zaterdag gelijkstond met langer opblijven – met op topdagen een zakske chips erbij. Alles was zo simpel. Alles was kinderspel met een snuifje liefde.   Zo loop ik verloren tussen vroeger en later. Op zoek naar verbinding met het hier en nu. Wie ben ik? Waar ben ik? Waarom? Met wie? Ik, vroeger nog de primus van de klas, ik weet het soms zo goed niet meer.   De tijd van verstoppertje spelen is voorbij, maar we spelen het nog vaak. Ik speel verstoppertje met mezelf, met jou. Jij speelt mee met mij. We verstoppen wie we zijn en wat we willen. We zoeken wel, maar vinden niet. Maar dat spreken we nooit hardop uit. We schreeuwen veel liever dat we zijn wie we zijn. Dat doet toch iedereen? We schermen met het woord authentiek. Ook ik noem mijn schrijfsels puur. Maar, zijn ze ook zo puur als die dromen van toen? Terug naar toen, maar dan nu – het vroegere later.   Bakker zijn, dat lijkt me fijn. Of beter, bakkersvrouw. ‘s Ochtends werken, verwarmd door een zoet aroma. Onder de mensen komen. Er voor mensen zijn. Alle soorten, alle vormen. Nu eens lachend, dan bezorgd. Opgewekt of uitgeblust. Monter en half slapend. Veel zien en horen. Veel weten, maar slechts spreken als het broodnodig is. Jammer alleen dat mijn tong rare kronkels maakt zodra er een suikerkorrel op belandt – een akkefietje en cours de route. Zonder dat had ik nu mijn bakkersmuts op.   Leerkracht dan? Leren, blijven leren, aanleren. Vormen, omvormen. Tof! Maar… wordt het té belerend, té strak, té voorgevormd, dan dreig ik af te haken. Ja, ook dat is bij mij onderweg veranderd. Waar ik me vroeger nog als een vis in het water voelde binnen strakke collegemuren, ondersteun ik nu vooral de creativiteit die vrijkomt binnen laissez faire-structuren. Niet dat colleges alle creativiteit ontmoedigen. En ok, elk gemis aan discpline is wellicht ook niet wenselijk. Wellicht, want wie ben ik om opvoedkundige raad te spuien. Ik mag me gelukkig beperken tot mijn rol als trotse suikertante. Alleszins, als leerkracht zou ik dus nog niet meteen mijn plekje kennen. Maar dat weerhoudt me natuurlijk niet om mijn bescheiden kennen en kunnen te delen. Dat doe ik met plezier. En eerlijk, ik doe het niet voor niets. Wat ik geef, ontvang ik dubbel terug. Zo blijft mijn voorraad inspirerende prikkels en mijn collectie ervaringen altijd aangevuld.   Daarin zit het voor mij. In die prikkels en die ervaringen. In het delen en het in contact treden met. Met wie ook, waar ook, waarom ook. Ja, zelfs zonder een duidelijke waarom. In het ont-moeten en het ont-dekken, met nadruk op het niets moet-gehalte. Nieuwsgierig en gedreven zoals Lois Lane. Zou haar job dan die van mijn droom benaderen?   Aan mij om het uit te zoeken. Op mijn pure wijze: verscheurd tussen mijn perfectionistische natuur en mijn drang naar ruimte, vrijheid, flexibiliteit. Zo stap ik voorzichtig voort. Als een Lois Lane met mijn wit giletke. Voorzichtig ja, zo ben ik. Maar daardoor marcheer ik niet minder voluit. Misschien val ik, misschien niet. Ik ga en probeer. Vol vertrouwen op mijn talenten. Talenten die ik investeer. Ik maak mijn dromen waar. Ik leef.

Aline
0 0

zeester

En hij kleedde mij uit tot Ik niet meer was dan een junk Voor eeuwig verslaafd aan het genotVan seks op het ritme van Daft PunkWat waren ze plots toch ver De beloftes die ik hem maakteIk lag op zijn matras als een zeesterDie een arm kwijtraakteIk kon niet meer bewegenKreeg niets meer gezegdIk heb mij daar dan, weinig verlegenEn zeer onelegant, bij neergelegd   Hallo. Ik ben Lieselot en ik begin mijn teksten altijd met ‘hallo’.Ik gebruik ook nooit moeilijke woorden.Dan zeg ik dat ‘dat mijn stijl is’ .En zo laat ik in het middenOf ik die woorden zelfs ken   Hallo, ik ben nog altijd Lieselot en ik ga zo meteen een tekst brengen die gericht is aan iemand die niet mijn lief is – en ik heb er een – iemand die biologisch gezien perfect mijn vader kan zijn en waarvan ik sinds kort hoop dat hij dat in de verste verte niet is.  Ik heb al zoveel geschrevenEn niks pas bij elkaarHet lijkt wat op mijn levenOp de knopen in mijn haar   Ik weet niet of ge het zietMaar: ik ben ‘t kwijtWat gij ziet zie ik nietEn, de laatste tijd   Ben ik vergeten hoe ik moet lopenHoe ik moet pratenAdemen en hopen   Wat ik was, wie ik benWat ik worden wilWaar ik van houd, wie ik kenMan. Da’s hier stil   Ik was toch van het geschreeuwDat ik zelfstandig wasNu het zielig welopverschot van de leeuwDat laatste, meest breekbare ras   Het lijkt alsof ik nog snelDrieeëntwintig jaren zonder stukkenMoest vullen met relEn kei veel ongelukken   Sadistisch van genotenEn nu soms nogAlsof ik hou van verklotenEn geil word van bedrog   Toeval is wat ik vraagAls alternatief voor de rampDie zegt dat ik gewoon graagAlles kapot stamp   Neem me meeStop me onder je jasBreek me in tweeZodat ik in je binnenzak pas   Draag me als een kind En draag me danAlsof elk zuchtje windMe breken kan   Pak mij vast zo ruw Tot witte plekken na het loslatenMe vertellen dat uwHanden daar zaten Kwil da ge me dingen leertFysica, chemie, veel seks en wat taalEn dat ge me zuigend markeertOngeacht hoe fucking puberaal Zorg dat ik alle hoeken vanUw kamer zo hard voeldeDat ik geen idee heb wat een manOoit met een cirkel bedoelde Dat elk risico dat bestaatOp besmetting door contactVerdubbeld wordt in ‘t kwadraatWegens allesbehalve mis – paktOntleed me als een dierZoals vroeger in de klasMaar dan voor het plezierIn 't midden van uw matras Geef mij overal rustBehalve in bedLaat mij daar gekustEn tegen de muur gezet   En kleed mij nietTot op de huidMaar nog net ietsVerder uit. Mijn hoofd is de chaos van een tijd geledenJarenlang geordend, en plots: tevreden. En dan gij. Gij schudt alles door elkaar. Godverdomse klootzak, schud nog eens? Ja, DAAR.

Lot
6 0

Vermist: één paar Espardrilles

Hallo, ik ben Lieselot en al mijn teksten gaan over mijn lief. Al mijn teksten gaan trouwens over een ander lief. Of een niet-lief waarvan ik graag wou dat het mijn wel-lief was. Of andersom.   Ik heb ook een tekst waarin ik zeg dat ik eens graag een jood omver zou willen stampen. Gewoon voor de lol.   Maar dat is de uitzondering tussen mijn teksten. Vandaag schrijf ik over Bram. Bram is mijn nieuw lief. Nu ja, ‘nieuw’: ik heb hem intussen al wel gebruikt. Maar als hij een schoolboek zou geweest zijn, zou ik hem gegarandeerd nog kunnen verkopen als ‘amper gebruikt, niet in gemarkeerd’. Wel in geschreven. Mijn handtekening staat op zijn bovenbeen getatoeëerd. Kwou met zijn paraf mijn BFF choqueren Maar haar reactie verwachtte ik niet “Allez, Lieselot wie laat nu een penis tatoeëren” Vlak naast haar rechtertiet En inderdaad, een B met erdoor Een soort langwerpige krul Is perfect te verwarren voor Twee ballen en een lul   Kijk, ik kan ‘t best schrijven Over seks, rampen Hoe ik zonder te overdrijven Alles kapot kan stampen Maar vandaag ben ik minder grofgebekt En nog op zoek naar mijn draai “Hallo ik ben Lieselot en mijn nieuw lief is perfect” Klinkt toch extreem saai? Maar goed: het is niet anders. Daar zat ik dan weer Daar zat ik dan, zat En om vijf uur zorgde de zon elke keer Voor een zielig zwart gat Te dronken voor mijn bed En ook te boos op het licht ‘K doe de gordijnen toe met Mijn hoofd en ogen dicht   Het helpt geen kloten De gordijnen hebben me niet gered Alle bars zijn gesloten De wereld ligt in bed   Mijn iTunes shuffle’de Beyonce All the single ladies   Ik had het plots door Alle single ladies zitten op Tinder En scheren hun poes voor De eerlijke vinder   ‘K heb toen ge-sms’t naar naar Een kerel die jaren niks tegen me had gezegd Dat zegt mogelijk heel veel over waar Ik mijn lat intussen had gelegd   ‘K had mijn tong zo’n vijf jaar Geleden in zijn mond gestoken Hij opteerde voor een ander exemplaar En is vervolgens ondergedoken Na verloop van smsende tijd verplichte ik hem tot een afspraak De date waarop ik hem een verwijt Over zijn lelijke Espadrilles maak De date waarop ik kei Ongeïnteresseerd leek waarop ik hoopte dat hij mij als ik opstond achterna keek Kwam thuis en ‘k zette 99 Luftballons op terwijl Ik graag met hem wou trouwen Kvroeg me al zingend af in welke stijl Hij een huis zou willen bouwen ‘K was heel even aan ’t hopen Dat er echt vlinders begonnen te leven Maar eens naar ‘t wc gelopen Moest ik toch gewoon overgeven`     Twee maand na die dag Was de seks zich aant opbouwen Tot er een doosje tussen mijn tieten lag Lotje, wilt ge met mij trouwen Mijn poes, voorheen kletsnat Kreeg geen tijd om op te drogen Het vocht dat eerst beneden zat Kwam plots uit mijn ogen Of dat romantisch was daar Ik nog niet helemaal uit Ik op bed, verloofd, helfgaar Hij met een semi stijve fluit Khad in mijn leven al vaak spijt Van de keuze voor een antwoord Soms lijk ik slim, van tijd tot tijd Pleeg ik sociale zelfmoord Ik reageer op iedereen die ooit Een verjaardagswens voor me had Niet met dank, maar met een verstrooid Ah, voor u ook proficiat Maar op zijn vraag- Vond ik mijn antwoord gewoon: ‘goe’ Ik zei simpelweg ja, Is ‘t oké als ik kleren aandoe En even naar buiten ga?                                                       

Lot
0 0

Stel, een stel (het is maar een stelling)

Hallo, ik ben Lieselot en ik begin al mijn teksten met hallo. Daarna vertel ik iets over een lief. Ik heb nog nooit een relatie gehad die - zoals het hoort - begon met een seksdate op Tinder, verder ging naar een date op een plaats waar seks geen legale optie was, evolueerde naar een nog meer seksloze date met de schoonouders en eindigde met twee kinderen en alimentatiegeld. Mijn nieuw lief leerde ik vijf jaar geleden kennen. Mijn zus stelde hem aan me voor met ‘Testelmans, dit is mijn zusje, daar blijft ge met uw poten vanaf’. Dat zei ze – zo bleek - omdat hij nooit ergens van af bleef.  Hij is met zijn poten van mij afgebleven en heeft dan zijn tong gebruikt. Vijf jaar geleden dacht ik dat hij mijn lief zou worden. Dat heb ik één week gedacht En daarna vijf jaar niet meer. Ik kon ook niet meer goed denken, want ik heb in die vijf jaar samengewoond met iemand die het huis vulde met cannabisrook. Verder heb ik hem ook gewoon niet meer gezien. Maar dat kan door de rook geweest zijn. Mijn ogen prikte op een gegeven moment te hard. Ik heb de cannabisjongen gedumpt. Ik wou zeggen ‘op straat gezet’, maar omdat het huis van hem was, wou hij liever binnen blijven.  Eens op straat, kwam ik de man van de tong tegen. Zijn tong was alleen. Dus we gingen op date. En toen op meerdere dates. "Ik heb gesolliciteerd voor een job in Spanje. Ik heb de job. Ik zou daar twee jaar mogen werken als animator. "  Zei de man van mijn dromen. Hallo, ik ben Lieselot en ik heb een tekst geschreven in die vijf dagen waarop ik dacht dat de liefde van mijn leven een seksloze LAT-relatie ging voorstellen.   Man. Wat wou ik Dat mijn hersenmassa niet bestond Dan maakte ik een valstrik Die ons voor altijd verbond   Dan stopte ik met de pil En beet ik op mijn lip Kortgerokt en verleidelijk stil Veel meer sluier dan tip   Van uw zorgeloos bestaan Waren de laatste uren geteld Ik liet u in de waan Tot aan het alimentatiegeld   Dan ontbrak ik alle hoeken Kzou gewoon, onbekwaam Vragen of ge mee wilt zoeken Naar een goede naam   Kzou hem 'Ongelukje' dopen Terwijl ik hem had gepland Samen met u kleertjes kopen U bellen om elke losse tand   Stel, stel, stel: gisterenavond Puur hypothetisch gesteld Dat de stem uit uw mond Minder rampen had verteld   Stel dat wij een akkoord konden bekomen Over elke dag op elkaars kap Stel, hypothetisch genomen Ik als uw overtreffende trap   Stel dat ge mij zou kunnen verdragen Elke ochtend in uw bed Stel dat ge u zonder zou afvragen Hoe het toch zou zijn mét   Stel dat de gedachte u zot Zou maken tot op een punt Dat ge tot door uw huid en op het bot Nooit meer zonder mij kunt   Stel dat ik in u al het leven Blies als een kind in een ballon Stel dat geen adem u kon geven Wat de mijne u geven kon   Stel dat ik het ritme in u wals Zoals iemand die hartfalen lijdt Met pleisters op uw borst en hals Aan mij verbonden zijt   Stel dat gij allergisch zou reageren Op elk ander lijf dan het mijn Stel dat ge het niet meer zou kunnen keren Van de jeuk, afkeer en de pijn   Stel dat ik als behandeling bestond Een wandelend doktersrecept En dat gij driemaal daags mijn mond Medisch gezien nodig hebt   Stel u voor Dat ik Bij u hoor  

Lot
0 0

Waarom Sinterklaas nooit bij S.K. Sint-Niklaas heeft gevoetbald?

Sinterklaas zat al de hele week op zijn troon in het Huis van de Sint. Al maar goed dat hij over een uitstekende gezondheid beschikte, zo niet zou hij het nooit zo’n lange tijd kunnen volhouden op dat koninklijk pluchen kussen. Het was woensdagnamiddag, dus was het extra druk in dat mooie huis in Sint-Niklaas. Vele kindjes vergezeld van hun ouders kwamen langs om de goedheiligman goeiedag te zeggen en hun verlanglijstje te presenteren.   Deze keer was het de beurt aan Lowie om op Sinterklaas’ schoot te komen zitten.‘En jongen, vertel eens, wat zou jij willen in jouw schoentje,’ vroeg de Sint aan de lang opgeschoten jongen.‘Een voetbal als dat kan,’ gaf de jonge snaak aarzelend antwoord.‘Maar natuurlijk kan dat, zo’n prachtige lederen bal met witte en zwarte vlakken. Daar zorg ik voor. Beloofd. Ben jij dan een echte voetballer?’ vroeg Sinterklaas geïnteresseerd.‘Ja, ik ben keeper bij de duiveltjes want ik ben de grootste van de ploeg,’ antwoordde Lowie fier en gevat.‘Weet je,’ zei de Sint, die alweer zin kreeg om te sporten na al dat lange zitten op zijn vergulden stoel, ‘dat ik bijna voor S.K. Sint-Niklaas heb mogen spelen?’‘Hoe kan dat nu? Je bent toch oud, eigenlijk stokoud, want je hebt een staf,’ merkte de grote kleine terecht op.‘Mil bombas y granadas,’ - Sinterklaas was een duidelijke fan van “el capitán Archibaldo Haddock” - ‘jij gelooft mij niet. En toch is het waar. Ik zal het je vertellen Lowie.’De oude maar nog kwieke (volgens eigen zeggen) man reikte uit naar het bijzettafeltje naast zijn troon waarop een glas stond om een slok whisky - naar het stichtende voorbeeld van zijn idool - achterover te slaan.‘Luister goed. Zes jaar geleden hoorde ik dat de plaatselijke voetbalclub in nauwe voetbalschoentjes zat. De ploeg was pas gepromoveerd naar tweede klasse, maar de spelers kregen méér doelpunten tegen als dat ze konden maken. SK Sint-Niklaas bengelde dus aan de staart. Ik ben dan eens gaan kijken naar een avondtraining net voordat ik met Zwarte Piet aan mijn dakenronde begon. Ik plantte mijn staf naast het veld en deed even mee met de jonge kerels die allemaal van zichzelf dachten dat ze Messi waren. Op een, twee, drie speelde ik de jeugd van het plein. Ik speelde een een-tweetje met mezelf en trapte een gat in het doelnet. De voorzitter van S.K. bood me dadelijk een contract aan tot het einde van het seizoen. Maar ja, dat kon ik niet doen want ik moest na 6 december met mijn Pieten weer terug naar Spanje vertrekken naar mijn haciënda in de buurt van Guadalcázar. Dat was het eerste en voornaamste probleem. Maar ik moest mij ook van bijna al mijn kleren ontdoen: ik moest mijn koormantel afleggen, mijn rode stola van mijn schouders nemen, mijn cingel moest van mijn middel, mijn albe moest ik uittrekken en tenslotte ook mijn tabbaard met al zijn knoopjes. Wat een gedoe. Mijn handschoenen mocht ik aanhouden indien het koud was. Maar mijn lange baard moest ik inkorten.’Sinterklaas leek nog altijd onder de indruk terwijl hij zijn verhaal deed.‘En dan moet je weten, sapperdepitjes,’ - de Sint vertelde verder en gebruikte een minder gedurfde krachtterm - ‘ik moest een gele shirt en sokken aantrekken en een blauwe korte broek. Dat zag ik helemaal niet zitten. Ik ben immers de hete zon van Spanje gewoon en hier in dit landje kleed ik mij altijd lekker dik aan.’Hij nam nog een teug van zijn whisky. Dat warmde hem wat op en hij vervolgde:‘Tenslotte het derde probleem: mijn leeftijd. Toen ik destijds verklapte dat ik enkele dagen later duizendzevenhonderdéénendertig jaar zou worden vielen de voorzitter en de clubdokter bijna flauw. Ze konden niet geloven dat ik zo balvaardig was op het plein en zo snel kon lopen en dribbelen. Begrepen zij dan niet dat ik elke nacht gezeten op mijn paard alle daken van Vlaanderen en omstreken bereed. Daartoe zou alleen toch maar een acrobaat en goed atleet in staat zijn. Of niet soms?’‘Ach beste Sint, nu zie je weer dat die grote mensen er allemaal niks van begrijpen. Wij twee, wij weten wel beter,’ kon het doelwachtertje haarfijn analyseren.‘SK speelt nu in tweede afdeling amateurs,’ voegde hij er triomfantelijk nog aan toe.‘Amateurs,’ brabbelde Sinterklaas wat binnensmonds en hij nam nog een teug.

Marc M. Aerts
0 1

Begin

Ge hebt net een paar weken geleden iemand leren kennen, en het is iemand die op alle juiste momenten op alle juiste knoppen duwt. Ze lacht met uw niet zo goede mopjes. Hij kijkt op een schuinse manier naar uw lippen wanneer je een verhaal vertelt. Ze legt 's avonds wanneer jullie in haar zetel liggen net de juiste plaat op. Hij die nooit lacht, glimt zijn tanden bloot met dat ene verhaal van je werk waarvan je weet dat het eigenlijk niet zo'n goed verhaal is. En dan is het moment daar. Ge zit samen aan tafel bij een of andere veel te hippe Italiaan die denkt dat spaghetti Bolognese tegenwoordig een combinatie van smaakvolle spheres en rookwerk moet zijn. En ge kijkt elkaar aan en ge beseft dat ge daar alletwee zo snel mogelijk weg wilt om gewoon samen alleen te zijn.   En ge vertrekt.En ge gaat samen wandelen langs de meest romantische plekken die uw stad u te bieden heeft. En die plekken doen er niet toe. Ge doet uw best om romantisch langs de noorderkaaien en de scheldebocht te waggelen, maar ge zou evengoed aan het containerpark van het kiel kunnen gaan zitten. Wat maakt het uit? Ge hebt elkaar!   En uiteindelijk belandt ge samen in bed. Alles klopt, heel dat nieuwe lichaam dat ge bij u hebt moet ge harder verkennen dan een pasgeborene op zoek naar de borst van zn moeder. Ge wilt gewoon elke hoek, elke bocht, elk haartje, elke bult, elk vlekje, alle zachte plekken, alle harde plekken, de krul van de mondhoek, de binnenkant van de dij, de grote teen, de oorlel, de wenkbrauw, de onderste rib, de welving van de kuit, de borsten (oh god, herejezus, de borsten) de lippen, de tong, het verdrinken in de kus, het verdrinken in de ogen, het gevoel van haar handen op uw borstkast, haar onwelriekende ochtendadem, haar alles. Zijn alles. Het is nieuw, het is spannend, het is alles wat ge op die moment wilt. Maar het mooiste moment is wanneer je op die wolk de dag erna wakker wordt en beseft dat je nog altijd op die wolk zit.Je wordt wakker op een ontieglijk vroeg uur, op een uur waar volwassen mensen zonder kinderen niet horen wakker te zijn. En het wordt zowat roos buiten en de zomer loopt z'n eigen ten einde. Maar daar ligt ze.Perfect te wezen in haar eigen wezen.Met haar mond halfopenTe kwijlen op uw kussenEn het is het mooiste dat ge ooit hebt gezien.Zij! Zij ligt in uw bed!En ze prevelt wat in haar slaap en ge vraagt u af wat, terwijl ge naar buiten kijkt en beseft dat het veel te licht is om straks nog met een fris gemoed naar uw werk te trekken, maar wat maakt het uit? Want zij ligt naast u?!?En zij ligt daarTe kwijlen op uw kussen.En ze draait zich om.En half haar gezicht staat vol met strepen van uw kopkussen   Slaapstrepen   Je hebt je plezier kris in mijn huid gekrastEn nu hou je slapend mijn blikken vastHoe je daar zoet zacht ligt In het eerste verlegen lichtJe lippen maken een puntkomma met je mondAls een gefluisterde zin waar nog een vervolg op komtVerken ik snoezend de kreuken in uw dijMijn vinger raakt nauwelijks de streep van je hals tot je zij   En ik bewonder   De hand-tekening van mijn kussenSpiraaltjes, strepen, lussenEen geometrische dansVan toevallige kans

Gilles Renard
11 0

Lotte

Lotte was liefde.Lotte was de eerste vrouw die ik heel mijn hart heb durven toevertrouwen.Lotte was de perfecte belichaming van mijn perfecte lichaam. Ik vond (en hoelang het ook geleden is, vind nog altijd) alles aan Lotte volmaakt. Van haar lichte flapoor dat je nooit zou zien als ze je er zelf niet op attent maakte naar haar perfecte zijdezachte benen naar haar waanzinnig verleidelijk deugdig ondeugende bruine reeënogen. Die ogen, man, die ogen, zo vol onschuld en tegelijkertijd vol schuldige belofte.Ik ben Lotte een paar jaar nadat het gedaan was per ongeluk tegen het perfecte lijf gelopen in een broodjeszaak. Letterlijk tegen het lijf. Ik liep de tent binnen, verzopen als een natte hond, het weinige haar dat ik nog op mn hoofd heb staan plakte als een zeemvel tegen mn schedel en ik wou gewoon een broodje kipcurry.   Bots.   Stond ik oog in oog met Lotte.Niets zo vreselijks als een ex tegen het lijf lopen wanneer je er bij loopt als een halfverdronken schipbreukeling op zoek naar zn volgende maaltijd.En ze was een en al charmeEn als ik al een schipbreukeling was, dan was ik gewoon in haar ogen aan het verdrinken.Het ging over koetjes en kalfjes en ik loeide vrolijk mee.Maar binnenin raasde er vanalles door mijn lijf.Gewoon.Die ogen terug van dichtbij zien.Die ogen waar ik bijna drie jaar lang in heb gekeken als ik mijn diepste zielenroerselen prijs gaf.Die ogen die ik moest vasthouden in mijn blik als wij samen in bed naar het hoogtepunt van ons wezen toe aan het werken waren.Die ogen die mij nakeken op weg naar een feestje en haar noopten tot de commentaar naar mijn vrienden toe: "eigenlijk heeft dieje gilles toch echt een poepeke om in te bijten."Die ogen die naar mij keken en mij waardeerden omdat en ondanks alles wat ik was en ben.Lotte, die reeënbruine ogen waarin ik verdronk, waarin ik kon staren als een hert in koplampen.Die ogen keken mij opeens aan in een broodjeszaak waar ik veel te veel heb betaald voor een ondermaats broodje kipcurry.Maar dit is praat na de vaak. Ik heb met Lotte de mooiste, meest waardevolle momenten van mijn leven gehad Lotte is de enige vrouw geweest waar ik comfortabel ruzie mee kon maken en zelfs dat nog onder voorbehoud.Ik kan geen ruzie maken met mijn lieven, dat komt door mijn ouders.Die zijn al bijna 40 jaar samen en hebben in heel hun relatie 1 keer ruzie gehad en ze weten al lang niet meer waarover.En dat is dus het voorbeeld waar ik op teer.En ge hoort langs alle kanten: ruzie maken is gezond, da's goed voor uw relatie en ik, ik kan dat niet.Ik heb altijd schrik dat als ik mij boos maak, ik haar kwijt ben.Dat ik haar wegjaag met het gif dat allemaal in mijn hoofd zit opgehoopt.Ik wil zoiets als mijn ouders. Twee neuzen die exact in dezelfde richting staan.Mijn neus staat ironisch genoeg schots en scheef tussen mijn twee oren geplamuurd. Ik heb dan ook geen enkel idee welke richting ik uit wil.Lottes neusje stond evenwel kaarsrecht. Zij wist wat ze wou, wanneer ze het wou, hoe ze het wou en had dat ook al minstens een maand op voorhand gepland.Ik weet als ik opsta niet in welk bed dat ik ga slapen, ik ben een sloddervossig warhoofd dat zich in zn eigen huis nog van deur durft te vergissen op zoek naar zn toilet.

Gilles Renard
36 0

En dan is het gedaan

Maar op een gegeven moment is het gedaan. Alles waar ge voor gevochten hebt, alles wat ge hebt proberen redden, ge hebt er alles voor gegeven, ge hebt er alles voor opgegeven, ge probeert, ge faalt, ge probeert opnieuw en het mag niet helpen.Maar wat wilt ge? Wat moet ik doen? Wat kan ik doen? Ik geef u ruimte maar ge wilt die niet overbruggen. Ik pak u dicht bij mij en dan wilt ge weg. Ik zie u graag, echt waar, vanuit de grond van mijn hart, van de zolen van mijn voeten tot het puntje van mijn kruin. Ik doe alles voor u, zeg mij gewoon wat!En het is niet genoeg, het is niet genoeg. De klik in haar hoofd staat op slot en met de beste wil ter wereld is daar niets aan te veranderen. Ge wilt haar de wereld geven, maar uw wereld wilt ze niet. Dan houdt het op. Dan is het gedaan.   En dat is vreselijk. Want daar moet "over gepraat worden"Laat ons wel wezen, ge voelt al weken hoe laat het is, en de gsm waar ge berichten mee stuurt voelt als een kapotte zandloper waarvan het zand u door de vingers glipt en het kapotte glas nog wat verse littekens in uw handpalmen kerft.   Maar ge wilt dat niet zien. Ge probeert wanhopig om die zandloper heel te houden, om dat zand in die gebroken scherven te duwen en de tijd te doen stilstaan in dat enig moment waarin ge elkaar nog graag ziet. Maar "daar moet over gepraat worden""Het gaat niet meer Gilles"   Het is elke keer weer zielleegdrenkend hartsverscheurend. Elke belofte die ge elkaar met uw verliefde kop hebt gedaan is opeens niets meer waard. Elke reis die ge nog samen zou doen, elk familielid dat ge nog zou ontmoeten, elke streling over haar been is plots niets meer waard, lege gebaren voor oningeloste wensen, centjes weggegooid in een atheistische fontein.En dan zit ge tegenover elkaar op neutraal terrein (want er zou maar eens iemand een scene moeten maken) een scene maken?Een scene maken?Ik wil godverdomme een podium bij de navo om mijn ongeluk uit te schreeuwen, ik wil dat polen wordt platgebombardeerd zodat er een platform is om mijn pijn te delen.   Ik ben net mijne wereld kwijt, doe niet onnozel, minimaliseer dit niet, zij was mijn enige kans op geluk en ze dacht dat toch bij iemand anders te vinden.En das vreselijkDas kut.En daar staat ge danEn ze spoelt heel die uitleg over u.Het ligt niet aan u, het ligt aan mij.Ja godverdomme het ligt aan u! Ik wou u ne rode loper geven die ik had gekleurd met mn eigen polsen! Ik wil niet dat ge ongelukkig zijt.Ge wilt niet dat ik ongelukkig ben?   Mens, ge hebt net gezegd dat ge met mij niet verder wilt, ik had onze kinderen al namen gegeven. Gij waart mijn reden om smorgens uit mijn bed te kruipen, gij waart mijn reden om mij door mijn werkdag te glimlachen omdat ik wist dat de eindmeet uw bed was. Gij waart mijn exclusief weekend aan het eind van een mediocre week.Natuurlijk ben ik ongelukkig, sorry, maar deze gemoedsrust kan ik u niet gunnen, ge wilt hier een propere breuk, ge wilt met propere handen aan een volgende tafel gaan zitten, maar ik ga godverdomme kakken op het tafelkleed.   Gun mij in godsnaam mijn ongeluk, gij waart mijn alles en nu zijt ge niets.

Gilles Renard
10 0

Waarom heeft Sinterklaas België nooit vertegenwoordigd op het Eurovisiesongfestival ?

Sinterklaas zat op zijn troon in het Huis van de Sint. Er waren al veel jongens en meisjes de revue gepasseerd. De goedheiligman werd een beetje moe en hij leek een beetje afwezig.De revue, dacht hij, ja de revue, daar had ik ook graag in meegespeeld toen ik nog jong was vele eeuwen geleden. Zijn blik werd zelfs een beetje vochtig.   Casper was aan de beurt en hij ging op de schoot van de Sint zitten. Hij was duidelijk niet verlegen. Eerst trok hij voorzichtig aan de baard van de oude man en dan trachtte hij ook diens mijter van het eerbiedige hoofd te plukken. Sinterklaas moest fluks reageren opdat de kwajongen niet meer onheil zou aanrichten. Hij wilde het over een andere boeg gooien en vroeg:‘Jongeman, hou jij van liedjes?’‘Natuurlijk Sinterklaas,’ zei Casper, ‘ik hou van Sinterklaasliedjes’ - zo jong, die sloeber, en al zo kunnen mouwvegen - ‘en van mooie Nederlandstalige muziek, want dat versta ik tenminste’.‘Je bent een slimme jongen,’ moest de Sint toegeven, ‘maar ik verwed er mijn eerste communiezieltje op dat je nog nooit van Bob Benny hebt gehoord’.‘Nee, die ken ik niet, is dat misschien een goochelaar of een rijke aannemer,’ vroeg het broekventje zich af.Sinterklaas moest lachen en hij begon er weer zin in te krijgen na drie uur onafgebroken kinderen op de schoot.‘Nee, Bob Benny was geen goochelaar, maar hij zat wel in de showbizz, begrijp je me jongetje?’‘Helemaal,’ zei het pientere jochie.‘Bob Benny is hier in deze stad, Sint-Niklaas, geboren en hij had een wondermooie stem. Hij werd een bekende zanger en hij heeft tweemaal meegedaan met het Eurovisiesongfestival. Later heeft hij zijn kost verdiend door op te treden op grote cruiseschepen. En ik weet nog, toen ik mijn duizendzevenhonderdste verjaardag vierde - dat is ondertussen 37 jaar geleden - toen werd ik door mijn Pieten getrakteerd met een optreden van deze Vlaamse zanger. Het gebeurde wel niet op een hypermodern cruiseschip maar op mijn eigenste gezellige stoomboot. Je weet wel, die altijd uit Spanje aankomt.’‘Dat is die boot waarop je paard zo huppelt en waar de wimpels heen en weer waaien,’ zei het wijsneusje.‘Je kent mijn liedjes wel erg goed,’ zei de Sint vrolijk en hij begon er nog meer zin in te krijgen.‘Hoe heet jij trouwens brave jongen?’ vroeg hij nog.‘Casper’.‘Hola, Casper, zoals het spook. Dan moet jij wel een deugniet zijn. Dat vind ik wel leuk want ik was dat ook, een ondeugende niet-deug, maar dan wel duizendzevenhonderddertig jaar geleden.’Sinterklaas vond het heerlijk om oude herinneringen op te halen en hij wist van geen ophouden.‘37 jaar geleden heb ik aan Bob verteld dat ik ook graag had meegedaan met het festival en dat het mij bijna gelukt was. Maar het liedje dat de BRT in 1967 voor mij had uitgezocht bleek niet geschikt. Ik moest zingen: “Oho, ik heb zorgen”, en dat wilde ik niet. Ik wilde niet dat de kindjes zouden denken dat ik zorgen had, begrijp je. En “oho” dat zegt alleen maar mijn collega de Kerstman. Ze hebben dan maar een andere zanger met een even fluwelen stem als ik naar Wenen gestuurd om de eer van uw land te verdedigen. Hij deed het trouwens niet slecht, die Louis. Hij zingt nu met zijn diepe baritonstem mee in het engelenkoor hierboven. Daar heeft de Kerstman voor gezorgd. Trouwens, er gingen stemmen op dat ik, Sinterklaas, toch moeilijk België kon vertegenwoordigen op het festival. Maar dat was natuurlijk bullshit - euh, excuseer, stieren.., euh, laat maar - want Monaco en Luxemburg hebben zelden iemand uitgestuurd afkomstig uit hun eigen land. Ook had ik problemen kunnen krijgen omdat ik een koortje van Zwarte Pieten had voorzien. Ik zag het al voor me en ik kon mij de aankondiging voorstellen “Hier is Sinterklaas en de roetmoppen”. Ja, kan ik het helpen dat die zwartjes zo goed kunnen zingen en zo een mooie “grain” in hun stem hebben dankzij al die schoorsteenroetpartikeltjes’.‘Ik begrijp het volkomen,’ knikte wijze Casper, ‘misschien kan ik binnen een jaar of dertien het eens proberen. Dan ben ik er twintig en jij - als ik goed tellen kan - duizendzevenhonderdvijftig.’‘Jij bent een echt rekenwonder Casper’ zei de oude man met de witte baard, ‘jij gaat het nog ver brengen. Ik duim nu al voor jou’.‘Vuistje,’ zei de jongen en Sinterklaas bracht zijn gebalde en witgehandschoende vuist Caspers richting uit.‘In 2030 wint België eindelijk nog eens het Eurovisiesongfestival,’ wist de Sint te profetieën en hij lachte in zijn ondertussen weer ontspannen vuist.Leuke jongen, dacht hij, die Casper. Ik noteer nu al het jaar 2030 in mijn grote Sinterklaas-moet-ik-onthouden-boek.Zou hij dan nog in mij geloven, mijmerde hij …   ‘Ik ben Annelies. Ik ben vijf jaar en ik ben heel braaf geweest’ zei de volgende kleuter.Sinterklaas voelde zich weer helemaal in zijn sas.‘Jij wil zeker meedoen in een musical. Is het niet lieve kind?’

Marc M. Aerts
0 1

De aanloop

Eind november, begin december. We zitten in volle aanloopperiode. Eerst de aanloop naar het sinterklaasfeest en daarna de aanloop naar Kerstmis. Waarna we in het nieuwe jaar springen. Het is niet voor niets een vermoeiende periode, met al die aanlopen. Zelfs de kinderen worden er moe van. Tijdens het wandelen zagen we een papa zijn dochtertje troosten. Tranen met tuiten en eindeloos snikken. De mamma stond even verder te wachten. Het was de dag dat Sinterklaas naar het stadscentrum kwam. Het zijn voor die kinderen ook best moeilijke dagen. Al die lijstjes, al dat geknip, al die verwachtingen. Maar het lukte de papa om dochterlief te troosten, waarna ze gedrieën hand in hand verder stapten. Bij toeval belandden we samen in hetzelfde koffiehuisje. Van verdriet was helemaal geen sprake meer. Het kan bij kinderen ook zomaar verdwijnen. Wonderlijk toch. Helemaal in orde was het toen de sint met zijn gevolg door de straat kwam gereden. De zwarte pieten, maar ook heel wat kijk- en kooplustigen. Het blijft een curieus gegeven, dat sinterklaasfeest. Want toen een zwarte piet door het raam zwaaide, zetten zelfs de grote mensen hun tas koffie neer. Allemaal vrolijk zwaaiend. Even later kwam ook het allang niet meer verdrietige meisje terug naar binnen. Geen handvol, maar twee handen vol letterkoekjes.     Niet lang daarna wandelden we huiswaarts en kwamen we een groter gezin tegen. Met twee kinderen voorop die vrolijk lachten, want de jongste van de bende, even achterop met de ouders, had al een cadeau. Het was zo een toeter die bij het WK voetbal in Zuid-Afrika opgang maakte. Een vuvuzela. Met een geluid dat je je ergste vijand niet toewenst. De papa hield zijn handen al voor zijn oren. Ik dacht nog, die hebben duidelijk een kat in een zak gekocht. En dat met Sinterklaas.   

Rudi Lavreysen
21 0