Lezen

Stomdronken tromgeroffel en meer alledaagse strijkers

Strijkers in de poetshulpwinkel verheffen het dagelijks leven tot kunst. Er ritselt iets door de blaren van de overheidsambtenaar. Zal het vanavond gebeuren? “De vervolmaking van de wereld?” vraagt iemand nog. Maar het is al veel te laat. Er ritselt iets door de blaren van de overheidsambtenaar. In elke koffiefilter groeit nu een boompje. Een druivelaar scheert rakelings mijn kamervenster. In de stad hangt nog steeds die vervelende geur waarvan van niemand ooit de oorsprong heeft gekend. Vandaag staat het minder dan ooit in de sterren geschreven. Maar een houtwurm woekert in mijn dagelijkse krant. Enkelingen storten zich al ter aarde vanop zekere hoogte. Hun beenafstand meer bepaald. Maar goed, ik heb ze nooit anders gekend, de voortrekkers. Ze sleuren ons mee aan hun touw van eetbare zijde. Hoe meer volgers op het Facebookschip, hoe meer drenkelingen. In de klas durft een dapper maar overijverig jongetje een vraag te opperen. “Meester, wat gebeurt hier?” een schriel vingertje daadkrachtig het grote niets op zijn overgrote atlas aanwijzend. “Daar trekken we op excursie, mijn kind.” Hij kijkt nog even in het rond om meer vragen de wortel uit te knippen. Bartje zwaait trots met het schaartje in zijn handen. “Weet U meer, meester?” “Natuurlijk, daar zijn meesters voor, kinderen bij te leren.” “Kan ik dan mijn vrijheid terugwinnen?” vraagt kleine Bart. “Dan zal je door het venster moeten, vrees ik.” Bartje keek bevreesd naar de gekscherende druivelaar. Het leek alsof hij daadkrachtig een schriel vingertje naar hem uitstrekte. En Bartje trok de wereld in. Er was niets te groot voor kleine Bart. Alles leek wel op maat gemaakt door een goddelijke schepper. Aan zijn hand vond hij het dappere jongetje. “Mag ik mee naar de vervolmaking van de wereld?” “Laat mijn hand niet los tot ik het zeg.” antwoordde Bartje vastberaden zoals iedereen hem kende. Toen kwamen ze bij een enorm verkeerslicht. “Het …” Het dappere jongetje liet los. “Het is groen.” wou kleine Bart nog zeggen. Maar spreken kon hij niet meer. Overal waar hij kon zien was er bewustzijn.   Het dappere jongetje was verloren. Strijkers in de poetshulpwinkel verheffen het dagelijks leven tot kunst. Maar dat vond hij niet al te serieus. Hij keek op. “Mama, ik wil wijsgeer worden.”

Robijn Bodijn
26 0

Natascha en de pingpongspruiten (4)

  Rood, oranje, groen. Van Het Zand tot in Loppem zijn deze kleuren enkel nog ‘s zomers te bewonderen in perken en voortuintjes. Alle stoplichten op deze route zijn verdwenen, de kruispunten vervangen door ronde punten. De twee tunnels zijn gebleven, de verkeersrazernij evenzeer.   Heel even leek het een succes te worden, zelfsturende auto’s die volautomatisch reden en tegelijk, in lange slierten een veilige afstand hielden als gezinnen in een laan met Vlaams villa's.   Ikzelf heb mij nooit een dergelijke noch een degelijke auto aangeschaft. De nood aan eender welk summum van spitsvondigheid ontging mij zoals een aalput gespaard blijft van orkanen. Een rijbewijs had ik en heb ik nog altijd, maar ik huurde slechts sporadisch auto’s in landen met uitgestrekte toendra’s en steppes van verlatenheid of bij tijd en stond, telkens als het me weer eens te veel werd, kocht ik een wrak, vroeg een transit nummerplaat naar Mongolië aan en vertrok, met twee broden, vijf gedroogde vissen.   De zelfsturende automobielen (van het merk Waymo) staan nu in de musea der techniek, of zijn op schrootbedrijven samengeperst tot kubussen van onmacht. Vele ex-eigenaars van deze karretjes, de nerds van het eerste uur, zijn nog altijd in therapie. Deze vierwielers zaten vol met sensoren en camera’s, zelfs warmtegevoelige camera’s die het verschil zagen tussen een grote kei en een egel. Natuurlijk werden ze nooit geprogrammeerd om egels bewust plat te rijden en enkel grote keien te ontwijken, maar de overigen (have-nots, skinheads in kimono's, johnnies met getunede kia’s en andere spitsbroeders) kregen het al snel door, hoe de sensoren werkten en hoe ze die believers, de haves die niet meer op de weg hoefden te letten, voor de gek konden houden.   Je zag het regelmatig gebeuren. In zo’n Waymo zat dan zo iemand die ‘mee was met de technologie’. Hij zat er geconcentreerd op een schermpje te kijken, was al met zijn dagelijkse werk begonnen, dronk intussen wat koffie, at frieten met mayonaise of poetste zijn hagelwitte tanden. Een moderne vrijheidsstrijder,  stak hem wild voorbij en remde dan bruusk voor zo'n googlekarretje, waarna het abrupt stopte, gelijk een rolstoel die een stok in de achterwielen gestoken kreeg. De koffie of de mayonaise kwam op een toetsenbord terecht, de tandenborstel in een keel en de nerd kreeg door de overweldigende onmacht een psychotische aanval. Je zag zo'n Waymo dan vastgenageld staan aan het wegdek, terwijl de passagier (een bestuurder kon men het niet meer noemen) keelde achter een kunststofruit. De stemherkenning geraakte geen wijs uit het geroep en de passagier begon van woede op de ramen te bonken, terwijl de koffie, mayonaise, soms een goedkope champagne, langzaam overal binnendrong, via de randen van de toetsen f, u, c en k, tot diep in de circuits van al die elektronica.       pagina vier van 'Natascha en de pingpongspruiten' (deel 1 van mijn e-boekje 'Ricky Minnaerts Somertijd')

Bernd Vanderbilt
0 0

Natascha en de pingpongspruiten (3)

  Het is immer gissen en vergissen, maar mij verbergen voor de mensheid was me nooit gelukt. Overal waren er tekenen van de soort die zich over de ganse aardbol had verspreid.   Ook de kast waarin ik als kind kroop was door mensenhanden vervaardigd. Het was overal en altijd echt onmogelijk ze te ontlopen, die wezens met hun ‘beschaving’'. Nadat dat woord mij eenmaal aangeleerd was, zou ik er telkens kippenvel bij kregen als ik het hoorde, niet alleen omdat het zo breed was en ik het niet ingevuld kreeg, maar ook ook omdat het meer en meer een nare bijklank kreeg.   Een kleerkast was het geweest en ook een kleerkast van een man die de boom had omgelegd of misschien waren er meerdere nodig geweest. De timmerman, die was minder struis van postuur geweest en de chauffeur van de vrachtwagen een nog kleinere man omdat hij langs vele treden uit zijn cabine moest kruipen. Eerst trok hij zijn stofjas recht, het blauw van duiven glad en terwijl hij naar het achterberd van zijn Magirus liep, had hij een paar keer in zijn handen gewreven, alsof hij zo wat naarstigheid zou loskrijgen in armen en vingers. Hoe de kast op die zolder geraakt is weet ik niet, wel dat nu de lucht boven de bus volledig toetrok. Het werd grijs met grauwe vlekken.   Eenmaal het Psychiatrisch Ziekenhuis Onze-Lieve-Vrouw voorbij, was hij er blijven liggen, de hand van de monteur op de bil marsepein. De matte kleur van haar lippen was nog niet veranderd en toen we het donkere gat van de brug onder de spoorweg naderden, duwde ze de hand weg. Dat ze dan toch geen koppeltje waren, me dunkte, want hij trok een gezicht als dat van een zwerver die een ondankbare straathond had gestreeld.   Het was een donkere tunnel. De lichten die bij nacht van deze tunnel een gele koker maakten, sprongen niet aan bij duisternis na zonsopgang en ik had die ene kerel niet zien opstappen, die met zijn nerveuze blik. Toen we de tunnel weer uitreden, naderde hij, zette een sportzak neer.  Echt vreselijk dicht kwam hij niet, greep in de bocht de grijze buis vast waarop een blauwe drukknop met de letters ‘stop’ gemonteerd was. Hij stond daar als een kermisconducteur op een draaimolen en zijn ogen schoten van links naar rechts als bij een toeschouwer van een pingpongwedstrijd. Het leek hem blijkbaar niet te deren dat de balwisseling eeuwig zou blijven duren, terwijl er aan alle kanten niet veel meer te zien was dan geparkeerde auto’s, regendruppels op de ramen en binnenin de bus hoofden van wegkijkende wezens. In zijn sportzak staken meerdere brillen. Een duik-, een 3D-bril, één met positieve dioptrie en een vergrootglas voor het bekijken van fotonegatieven. Over de kleur van de pingpongballen moest ik nog nadenken.     derde bladzijde van 'Natascha en de pingpongspruiten' (deel 1 van mijn e-boekje 'Ricky Minnaerts Somertijd')

Bernd Vanderbilt
0 0

Natascha en de pingpongspruiten (2)

  Ik leek wel de enige, toen ik er stond aan het busperron bij Het Zand, daar bij die schouwburg met zijn moeilijke vormen, de enige met arendslaarzen en een ondoordringbare waxjas, de enige die een bestemming had maar het reisdoel niet kende. De anderen wisten wat hen te doen stond. Het was zeven uur drieëntwintig en bij velen kon ik zien waar ze heen gingen. Ze droegen een embleem of een plastic zak, waarop het stond : New Holland, de Aldi van Zedelgem en zij die een zak bij zich hadden die volledig wit was, werkten er in het slachthuis. Niemand zag de weggewassen bloedspatten.   Wat er die dag ging gebeuren, wist ik niet, toch niet wat mezelf betrof. De anderen gingen zonder twijfel sleutelen en monteren, karkassen scheiden en stukken wegsnijden of een boodschappenlijstje overlopen en hun kop in een diepvries steken. De Buschauffeur kwam aangereden en ik kon het zien aan zijn dode blik. Voor hem lag de route en de eindbestemming zo vast als een betonmixer vol vergeten moortel.   Om zeker te zijn stak ik mijn hand in mijn broekzak, om te controleren of het plooimes er nog in zat, om te voelen of de flacon met universeel gif niet was gaan lekken. De bus opende zich en ik kon gerustgesteld opstappen. Ik bleef rechtstaan op vijf ellen van de dubbele middendeur waarop blauwe zelfklevers prijkten met de afbeeldingen van een kinderwagen en een rolstoel.   Franky kreeg gelijk. Toen we het Vrij Technische Instituut voorbijreden en de chauffeur in die scherpe bocht een slok nam van zijn bekertje koffie, begon het pas echt goed te regenen. Mijn arendslaarzen bewogen niet. Ik was op een zucht van haar blijven staan. Zij zat op het zitje vlak boven de achterwielen. Dat was en is altijd een dubbel zitje bij dit type van autobussen en zij zit altijd op diezelfde plaats, niet aan het raam maar aan de kant van de gang met de staanplaatsen.   Elke dag scheiden slechts wat plaatstaal, mousse en de laag kunstleder van het zitframe haar kont van de groeven van de banden. Ja, ook de stof van haar broek,  een slipje en die dag ook een inlegkruisje, een ingedutte kramp. Ze had baarmoederjeuk, voelde het, dat een moederwens was blijven haperen in haar blinde darm. Kinderen had ze nog niet. Anders droeg ze geen oorbellen als een Indische pauw, best lang en van kleuren te opvallend voor ieder trekgraag kind. Natascha kon het zeker niet zijn, want haar lippen leken als van marsepein en haar vingernagels hadden de kleur van schreeuwerige anjers.   Een paar wielomwentelingen verder was ik het helemaal zeker. Natascha is anders, bevond zich niet op deze bus en er zat bovendien een man naast die vrouw met die mond van marsepein. Hij had handen groot als wafelijzers, echte pikdorspoten, waarmee hij bij New Holland de moeren aanspant die alle elementaire delen met elkaar verbinden. In zijn vrije tijd is hij keeper. Het bedrijf heeft een eigen ploeg en het is zijn taak om het doel leeg te houden.   Elke werkdag zitten ze op deze bus. Deze man naast deze vrouw en de vakbond heeft ervoor gezorgd dat hij glijdende werkuren heeft, dat hij ze kan aanpassen aan de werkuren van zijn geoorbelde partner. Zij werkt in de Aldi van Zedelgem, want haar huid is bleek en wordt dag in dag uit gespaard van zonlicht.   Het is met de palm van één van deze grote handen (de linker want hij zat rechts van haar) dat hij haar twee klopjes op de rechterdij gaf. Het waren niet de tikjes die een man geeft op de bil van zijn vrouw in een Grieks haventje, als teken dat ze dit tafeltje in het zoveelste restaurant zullen verlaten omdat ze ook daar de nodige romatiek niet konden vinden en het er niet langer zullen trekken. Neen. De tikjes die deze monteur op de dij van zijn winkelbediende gaf, waren er van moed en hoop.   Elke avond ligt deze man naast zijn vrouw in hetzelfde bed, hij links en zij eerst met haar hoofd op zijn rechter schouder. Beiden draaien zich na zowat een kwartier. Zij wendt haar blik naar de blanke muur en sluit de ogen, terwijl ze voelt hoe de onzekerheid, hoe de malchance in haar woedt. Hij draait zich ook naar rechts, een kwartdraai, waardoor hij als een pollepel tegen een soeplepel komt te liggen. Hij legt zijn linker hand op haar malse carrosserie en fluistert dat het de volgende keer wel zal lukken. Het woord ‘eisprong’ gebruikt hij niet, maar het is slechts een kwestie van wachten. Hun geduld zal met geluk beloond worden.       pagina nummer twee van 'Natascha en de pingpongspruiten' (deel 1 van mijn e-boekje 'Ricky Minnaerts Somertijd')

Bernd Vanderbilt
0 0

S/M FANS. a

  Ik ken de T-shirtman al lang. We waren allebei veertien toen ik hem voor het eerst ontmoette. In die tijd had je Dylan-fans en Andy Warhol-fans. De Dylan-fans troepten samen in de jeugdclub waar de studenten van het college de hoofdmoot vormden. Ze hadden de jeugdwerking schitterend uitgebouwd, voortkomend uit een jeugdbeweging die nogal Vlaams-nationaal geïnspireerd was. De jeugdclub werd het nieuwe avontuur. Destijds werden de jeugdsubsidies naar aloude Vlaamse traditie geïnvesteerd in beton, maar niet in ons stadje. Daar ging de subsidie voornamelijk naar optredens, gesprekken en feestjes. In die kleine ruimte, waar veertig man al een vol huis betekende, zag ik artiesten die in grote steden in enorme zalen stonden: van Filip Van Luchene en de piepjonge Johan Verminnen tot Alfred den Ouden. Op die plek werden de intellectuelen van ons stadje gevormd. Daarnaast was er nog een andere club, waar de Andy Warhol-adepten zich verzamelden. En daar liep hij: in glitter, op hoge plateauschoenen en met een schare bewonderaars om zich heen. Het was liefde op het eerste gezicht. Maar ik verhuisde. We gingen elk onze eigen weg, elk onze eigen demonen bestrijden. Enkele jaren later zagen we elkaar terug op de trein. In die oertijd van de rock-'n-roll was hij tot de conclusie gekomen dat de Engelse teksten begrijpelijk gemaakt moesten worden. Hij had de teksten vertaald, massaal gekopieerd en verkocht tijdens optredens – met enorm succes. Ik vond het geniaal. Maar opnieuw gingen onze wegen uiteen; we zagen elkaar slechts sporadisch. De vertaalde teksten werden posters. Na een tijdje werd hij lid van de groepjes jongeren die over het Europese vasteland naar de grote optredens in de steden trokken, in het kielzog van een troep marktkramers. Ik ging mee naar David Bowie in Ahoy Rotterdam, naar Genesis in Göteborg… Jarenlang zag ik hem daarna niet meer. Op een zeker moment verruilde hij zijn zwerversbestaan voor een winkeltje. Dat werden er twee, drie, en uiteindelijk een keten van supermarkten. Soms nam hij me mee op restaurant en dan betaalde hij mijn drankjes. Op een dag stond hij voor de deur van de galerie van Theo. Theo was 25 jaar lang mede-eigenaar geweest van een hotel waar zowel gekroonde als ongekroonde hoofden logeerden. Op een gegeven moment was hij al die luxe beu en wilde hij een buurtgalerie runnen. Ik werd zijn hulpje. Theo was een zeer boeiend man, maar ook bijzonder koppig. Toen mijn vroegere vriend me vroeg of zijn huidige vriendje een kans kon krijgen in de galerie, wist ik dat er onweer op komst was. "Ik zal zien wat ik kan doen," mompelde ik. Theo kon mij die gunst niet weigeren, omdat ik hem al die tijd belangeloos had geholpen. Zwaar tegen zijn zin ging hij akkoord. "Laten we alles bespreken op restaurant," zei mijn vroegere vriend. "Ik wil je wel op enkele moeilijkheden wijzen," zei ik hem. "De vriend van de galeriehouder heeft de laatste tijd de neiging om straalbezopen op recepties te verschijnen; hij gaat zelfs geregeld op de vuist. Ze hebben zware ruzies. Bovendien is er een probleem met de verlichting; de kans bestaat dat de stroom uitvalt."Hij keek me wanhopig aan. Zijn vriendje zou niet tevreden zijn. "Heb je dan geen oplossing? Maar zeg er niets over tegen hem.""Voor het eerste probleem heb ik een ex-Belgisch kampioen gevechtssporten," zei ik. "Hij ziet er frêle uit en probeert ieder conflict eerst met woorden op te lossen, maar wanneer woorden tekortschieten, kan hij elk probleem aan. Wat het tweede punt betreft: huur een generator, die kan iedere stroompanne aan.""Je doet maar," zei hij, "na het evenement neem je contact op. Ik zal alle onkosten terugbetalen. En bovendien: als je goesting hebt, open ik een galerie in Gent. Een appartementje met uitzicht op het water en zestig duizend 'frankskes' in de maand... als je wilt?"Het evenement werd niet verstoord door het zatte vriendje, noch viel de stroom uit. Iedereen tevreden.Trrrrrrrring…….."Kan ik mijn vroegere vriend spreken?" "Die is er niet. Kan ik u helpen?""Euh… nee, wanneer is hij er wel?""Volgende week misschien. Kan ik echt niets doen?""Tja, tot volgende week dan."Mijn hersenen draaiden razendsnel. Was hij het vergeten? Was dit een van zijn spelletjes? Nog een week wachten… Ik had de helft van mijn leefgeld in de kosten gestoken, maar ik mocht niets aan zijn vriendje vertellen. Het bleek de grote verdwijntruc. Pas maanden later zag ik hem heel even, daarna jarenlang niet meer.Op een dag zag ik hem terug op een begrafenis. Hij had inmiddels de hele wereld afgereisd. Een paar weken later schreef ik hem een brief waarin ik hem vroeg op te houden iedereen te vertellen dat hij me ooit had geholpen. Ik vertelde hem dat ik nog steeds van een leefloon moest rondkomen en dat ik – midden in de zwaarste depressie van mijn leven – iedere euro goed kon gebruiken.Ik kreeg een BRIEF terug:PLEEG ZELFMOORD."Roddelen over jou, Verf? Tegen je collega-clochards? Zijn die dan geïnteresseerd? Zuip je leefloon op en zet dat maar op je site. Je bent altijd een gemene adder geweest. Ciao!"Nou moe! Wat zullen zijn fans dáár van denken?    © verf.Lambermontplaats A'pen 2004 FOTO GALLERY VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/  

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
21 0

Iedereen moet naar de dokter. a

    "Iedereen moet naar de dokter.""Wat?""Iedereen moet naar de dokter."Een ongemakkelijke stilte viel over de doorgaans zo rumoerige vergaderkamer boven de King Kong."Waarom dan?""Theo is bij de studentencontrole betrapt op syfilis. Uit voorzorg moet iedereen zich laten testen en krijgen we een les over geslachtsziekten."Enthousiast waren we niet, maar op de afgesproken dag waren we present. Solidariteit kent zijn prijs.En ja hoor: bingo. Acht van ons bleken besmet.Echt zwaar was het gelukkig niet; één stevige injectie en de ellende was voorbij. De vijand was vernietigd.Maar al die poespas eromheen... Wanneer houden we op geslachtsziekten als iets duivels te beschouwen? We werken ons te pletter met hoofd en hand, maar zodra het over seks gaat, lijken we wel aliens. We zijn vervreemd geraakt van ons eigen lichaam; het is een verboden zone geworden.De dokter die ons toen behandelde, zou later de drijvende kracht worden achter de wereldwijde strijd tegen aids. Ons geval had hem geïnspireerd         De dokter in dit verhaal is Peter Piot.Dit incident vond plaats in de jaren '70 in de kring rond het legendarische alternatieve kunstencentrum King Kong in de Leopoldstraat in Antwerpen. De tekst beschrijft een vormend moment in de carrière van Piot.Peter Piot werd later wereldberoemd als:Mede-ontdekker van het ebolavirus in 1976.Directeur van UNAIDS: Hij was van 1995 tot 2008 de drijvende kracht achter de wereldwijde coördinatie van de strijd tegen aids bij de Verenigde Naties.In zijn memoires en interviews refereert hij vaker aan zijn tijd in de Antwerpse underground, waar hij leerde dat de strijd tegen ziektes niet alleen een medische, maar vooral ook een sociale strijd tegen stigma en taboes is. _____________________________________________________________________________________ foto gallery VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ https://www.2dehands.be/q/verf+ed+bloemenkleuren/ ______________________________________________________________________________________ Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
13 0

De flikken. a

De flikken Voor de politiehervormingen toen zat de politieambtenaar tussen hamer en aanbeeld, tussen de veranderende samenleving en een overheid in hun Torens.Toen reageerden ze zo,de jaren 80tigDie keer op de Rozenveldplaats.Midden de nacht strompelde ik van het Astrid plein gekomen richting grote markt.Een laag bij de grondse auto reed langzaam naast mij.Uit het omlaagdraaide venster KlonkPASKE !!!Heel duidelijk wat voor iedere Belg betekende stil blijven staan paske afgeven en wachten tot de heren ambtenaren het raampje terug opendraaiden en dat in alle weersomstandigheden.Lang moest ik niet wachten.Een paar meter verder werd ik weer gesommeerd mijn paske te tonen.Na het vijfde spelletje gaf ik mijn paske af met de woorden"hou het ik kom het morgen wel halen".Ogenblikkelijk stormden te twee flikken het autootje uit en bevalen me mee te komen iets wat ik spijtig genoeg niet kon weigeren.In hun burootje moest ik me naakt uitkleden en moest ik wat van hun zever aanhoren.En toen mocht ik naar huis.Naar mijn bedstede.In Borgerhout.Ik kwam van de dageraadplaats richting Plantinlei ik was in een toen nogal modische broek gekleed gekleurd met dikke strepen.Een pyjamabroek.Zeiden mijn vrienden.Toen werd ik aangehouden twee straalbezopen flikken strompelden uit hun combi.Ze wilden mijn paske controleren.En ze vonden iets.Op hun computer stond aanhouden.K'moest mee.K'had mijn kijk en luistergeld niet betaald.K'mocht direct gaan. ************************************************************************************ foto gallery verf ed https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/   Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
18 0

PARANOIA. a

Stel je eens voor: het is een hete zomer en je zit op een leuk terrasje aan de straatkant van een portootje te genieten. Stel je voor dat er plotseling een GTI van de Rijkswacht voorbij raast. Stel je voor dat die auto met gierende banden keert en met een angstaanjagende snelheid op jouw tafeltje afstormt. Een beambte stapt uit en vraagt wat je daar doet. Terwijl je lijkbleek wegtrekt, antwoord dat je een portootje drinkt. De ambtenaar snauwt je vervolgens op autoritaire toon toe: "Paspoort!!!" Vriendelijkheid of beleefdheid? Dat staat niet in hun woordenboek. Op de chique terrassen doen ze dat misschien wel, maar daar worden ze niet naartoe gestuurd; daar zitten hun officieren. Die agenten weten het wel: voor ons volstaat een kortaf "Paske!" Zolang je aan je portootje lurkt, is er niets aan de hand. Porto is in dit land immers beschermd. Het zou pas erg zijn als je drankje plotseling tot 'verboden drug' werd uitgeroepen. Want roesverwekkende middelen verbieden ze maar al te graag: de anti-drugsmaffia — ironisch genoeg betaald door de drugsmaffia zelf. Stel je dus voor dat jouw glas porto opeens illegaal is. Wat volgt er dan?De ambtenaren zullen je niet inlichten; ze lichten jóú op en zichzelf in. Ze besnuffelen je glas alsof het puur vergif is. Ze slaan je op het terras van je stamkroeg openlijk in de boeien, als was je een zware crimineel. Ze kijken je aan alsof jij persoonlijk verantwoordelijk bent voor alle doden die door porto zijn gevallen. Ze slepen je mee naar het bureau en ondervragen je over je relatie, je ouders, je lief en je vrienden. Iedereen die je noemt, krijgt bezoek van een gerechtelijk ambtenaar. Ook bij jou thuis vallen ze binnen om je woning en de privacy van de bewoners vakkundig te slopen. Vinden ze je voorraad porto uit een goed jaar? Dan beschuldigen ze je direct van handel en lidmaatschap van een maffiaorganisatie. Ze nemen je huis en al je bezittingen in beslag. Dat mógen ze, omdat bepaalde politici hun dat recht hebben gegeven. Deze ambtenaren hebben zelf ook zonen en dochters, maar die krijgen niet met dit soort taferelen te maken. Hun salaris en positie stellen hen in staat hun kroost uit de klauwen van Justitie te houden. Wat er met 'het kleine grut' gebeurt, zal hen een worst wezen. Orde moet er zijn! ...................................................................................................................................................................................... foto gallery VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ *****************************************   ***************************************** Kunstwerk: "Altaar der Culturen"Rond 1995 heb ik dit werk gemaakt, dat ik "Altaar der Culturen" noem.Beschrijving en Symboliek:Links: Men ziet een televisie. Onze gemeenschappelijke identiteit valt van het scherm — gemaakt van silicium, glas en zand. De vroegere gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen, opgevolgd door radio en uiteindelijk tv, die een min of meer gedeelde boodschap uitdroegen. Tegenwoordig is die gemeenschappelijkheid er niet meer; de informatie is volledig versplinterd.Rechts: Er staat een gietijzeren kandelaar met daarin een mensenhoofd van papier, beplakt met stukken krantenpapier met de tekst "De encyclopedische mens".Gietijzer staat voor nationalisten.Kandelaar staat voor religie.In het midden: Hierin bevindt zich de hedendaagse mens, opgesloten: "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift: "Regeneratie Kosmetik".     http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e ____________________________________________ foto gallery VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed+bloemenkleuren/

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
103 0

Het is al goed

“Ken je dat gevoel dat je halfnaakt op een springplank staat? Je blik strak op het water gericht. Je staat te hoog. Je mond is kurkdroog. Je weet dat het water ijskoud is, maar toch wil je erin, omdat je dan weet dat je voor even zweeft en voelt dat je leeft. Je sluit je ogen, je lichaam rilt. Dit is wat je echt wilt. In gedachten tel je tot drie. Een, twee, nee. Drie, twee, nee. En dan doe je het. Als een ingeving, alsof je geen andere keuze hebt. Je voelt hoe het water je omarmt. Je wordt volledig bedolven onder de zachte golven van het water. Je spartelt, zwemt, drijft en beweegt. Je leeft! Dat. Dat gevoel. Zo hoort het ook in de liefde. En dat wil ik voor eeuwig.”   Je bent opgetogen over mijn antwoord en wilt mij meteen ontmoeten. Je ogen glinsteren, ik bloos en we besluiten argeloos om samen de avond door te brengen. We drinken, proeven en lachen tot onze handen en monden ervan plakken en kleven. Ik ben aan het zweven. Deze keer niet aan de oppervlakte van het water. “Dus jij wilt mijn verhaal horen?” Je knikt. Ik slik. Het is niet mooi. “Ik had alles wat iedereen wilt: een job, vrienden, een lief, een rijk gevuld leven. Het was alsof de beste kunstenaar mijn wereld had vormgegeven. Alleen vond ik het kunstwerk lelijk. Het was niet mijn droom.   Die dag zochten we in de KwadrO de ideale ramen uit voor ons huis en ik voelde hoe al mijn lichaamsvochten leken op te drogen in mijn uitzichtloze, broze bestaan. Ik wist dat ik hem moest laten gaan. Mijn luchtpijp sloot zich af. ‘Ik krijg geen lucht’, zei ik eerst zacht waarna ik met alle macht naar zuurstof zocht en vocht om mijn longen mee te vullen. Ik riep, huilde, krijste en brulde en toen schoot ik in de lach. Maar alleen ik begreep de mop. Hoe kon het dat ik in een realiteit van ramen, deuren en iedere mogelijkheid niet kon ademen? Ik was hem kwijt. Ik had immers uitgesproken wat onmogelijk was en dat betekende ons einde. Een diepe kras op een smetteloze plaat. Het was onze doodlopende straat.”   Aan tafel valt een stilte. Maar jouw stilte is zoveel milder dan alle gedestilleerde, kille zinnen die hij niet langer aan mij wilde verspillen. Je knijpt in mijn hand en kijkt diep in mijn ogen. Jij staat aan mijn kant. Mijn lippen worden naar je toegezogen en jouw kus brengt mij rust. En voor het eerst vind ik alles goed. Ik moet niet meer. Zijn zwijgen en verwijten doen mij niet langer zeer. Ik heb niets meer te verliezen. Prima toch om een andere weg te kiezen. De wereld ligt aan mijn voeten. Het leven, een dessertenbuffet waarvan iedereen wilt proeven. En soms heb je nu eenmaal schimmels tussen je tenen of ben je allergisch voor zoetigheden. Je kunt niet altijd dansen op de maat van het leven. En dat is goed, want deze keer heb ik jou, en dat is genoeg.   Alleszins als ik je effectief had ontmoet. Als jij precies had gedaan zoals ik het in mijn hoofd had. Onze toekomst in het klad. Maar jij hebt ons klein geluk in de kiem gesmoord. Ik snap niet waarom jij niet antwoordt! Jij was mijn oplossing, mijn rots, mijn anker, mijn achterpoort.   Ik weet dat dit niet hoort, maar ik bekijk opnieuw je Tinderprofiel.   Cyriel. 25 jaar. Een foto van een jongen met een brede lach en warrig haar die mij met gelukzalige ogen aanstaart met daaronder zijn vraag:   Ben jij klaar voor de liefde?

Cécile De Somer
41 0

Natascha en de pingpongspruiten (1)

  Soms gaat het erg langzaam, soms pijnlijk snel of misschien is het een spel. In elk geval moest ik mezelf blinddoeken, zo stond in de e-mail. Op maandag, om 10 uur moest ik er zijn. Neen, ze had het veel preciezer omschreven : ik moest plaatsnemen op het blauwe bankje en mezelf een doek rond het hoofd en voor de ogen snoeren, in de bushalte 'Kroonhoek' van buslijn 79.   Via de website vrijwilligerswerk.be was ik met haar in contact gekomen. ‘Lieve groetjes van Natascha’, zo had ze het bericht beëindigd. Afzender :  natascha.salomon@hotmail.com en gans onderaan, waar ze met haar voornaam geëindigd had, stond nog : Coördinator Natuurpunt Zedelgem, maar verder geen telefoonnummer, straat, noch huisnummer.   De e-mail had ik op vrijdag gekregen en tijdens het weekeinde had ik me goed voorbereid. Ik stak enkele keien in mijn arendslaarzen (van het merk Aigle), vulde het bad met dertig centimeter koud water en liet mijn olijfgroene botten er voorzichtig in zakken. Enkele minuten heb ik gewacht en dan gecontroleerd of ze nog volledig waterdicht waren.   In de kast hing nog de waxjas, die ik vroeger droeg, toen ik nog echt van honden hield. Een nieuw laagje wax kon de jas wel gebruiken. Ik bracht wat parafinne aan op de taaie stof en de oude kreuken. Zo werd dat ding weer degelijk waterdicht. Verder kon ik niet veel doen. Ik wist immers niet welke taak Natascha voor mij in petto had. Ik wist alleen, van een weerman die ik met de jaren Franky ben gaan noemen, dat het haast zeker ging regenen op maandag, hoogst waarschijnlijk één ganse dag lang.   Waarom ik mezelf moest blinddoeken, was mij een raadsel, net zoals ik me nooit een bevredigende voorstelling heb kunnen maken van de oneindigheid van het heelal. Was ze te lelijk om aan te zien? Zou ze me naar een geheime plek brengen? Naar de broedplaats van de laatste kermisgans zou het allicht niet zijn, want het was november, bijna wapenstilstand en voor zover ik weet zijn er geen vogels die nog broeden in november. Turkse tortels die misschien wel nog, of parkieten op een verwarmde zolder.   Ik ging ervan uit dat ze niet aartslelijk was. Ze was en is immers een natuurmens, krijgt snel rode wangen als ze door beukenbossen gaat wandelen. Fijne vingers heeft ze waarmee ze de kleinste nootjes kan openpeuteren. Op haar frisse tochten draagt ze een haarband van zacht beige fleece, die haar lange kastanjebruine lokken samenhoudt en ze is regelmatig gids, spreekt nooit met een scherpe stem om geen dieren weg te jagen, heeft ogen die mooi en goed genoeg zijn om de meest prachtige bosflora te spotten en als ze zich dan hurkt, dan spant haar bruine ribbelbroek zich telkens strak rond haar kontje, terwijl ze met die fijne vingertoppen van haar voorzichtig de stippen op het dak van een giftige paddenstoel telt.   Zo’ n onvolledige en uiterst naïve voorstelling had ik me van haar gemaakt. Verder was ik niet geraakt.       bladzijde één van 'Natascha en de pingpongspruiten'  (deel 1 van mijn e-boekje met de titel 'Ricky Minnaerts Somertijd')

Bernd Vanderbilt
0 0

Het logboek van Joeri Primakov, kosmonaut aan boord van het ruimtestation MIR (deel 6)

Dinsdag, 6 maart 2012   Ik ben tot het besluit gekomen om vanvond in die mini-capsule te kruipen, en het hier af te bollen. Deze drastische houding is het resultaat van de vele onaangenaamheden, waar ik de voorbije dagen mee te kampen had, en die me bijna mijn geestelijke gezond-heid hebben gekost.   Ziehier een kort overzicht ;   Het composttoilet (met afbeelding van Poetin) heeft zich, op werkelijk wonderbaarlijke wijze, van de andere badkamer-items losgerukt, en is (na een spectaculaire koerswijzi-ging!) tegen het raam van het ruimtestation gevlogen. Het is overbodig te vermelden dat de esthetische kwaliteiten van wat ik nu waarneem, lang niet kunnen tippen aan die van onze adembenemende aardbol. Uiteraard hebben alle raampjes meteen de volle laag gekregen én zijn er natuurlijk geen ruitenwissers, waardoor ik hier praktisch volledig in het donker(bruin) zit. Dit is duidelijk één van die zeldzame momenten, waarbij men zichzelf chronische constipatie-problemen toewenst, hetgeen niet evident is met die teringtabletten!   Daarnaast blijkt er, na intensief zoekwerk met het KGB-zaklampje, enkel nog Russische bloedworst met zuurkool in de provisiekast te liggen ... Een héél flauw grapje van kosmonaut Flimout wellicht, die ik als mens steeds minder begin te appreciëren. Positief is wel dat zijn (uitgebreide) collectie mini-flesjes met sterke drank hier nog staat; ongetwijfeld een vergetelheid, want die Belgen zijn net zo gierig als de Hollanders!   Alsof dat nog niet volstond, vond Proxirus het schijnbaar ook nodig om me per sms op de hoogte te stellen van het feit dat ik volgende maand geen telefoonnummer meer zal hebben, omdat mijn Pay in Space-kaart niet tijdig herladen werd! Het hoeft geen betoog, dat mijn mobieltje nu ook naar de asteroïdengordel op weg is.   Gezien het communicatie-toestel de laatste zes dagen geen enkel teken van leven gegeven heeft, de MIR door talloze vervaarlijke projectielen omsingeld wordt, en mijn laatste cola-blikje net gevuld is, lijkt een evacuatie me dan ook onafwendbaar. Ik besef maar al te goed, dat ik daardoor nooit meer voet zal kunnen zetten op mijn geboorte-grond, want die mini-capsule is wel zo handig ingesteld dat het zichzelf vermietigt bij een eventuele terugkeer naar aarde.    Ik mis Mariska en mijn moeder. De gedachte hen nooit meer te zien, omsluiert mijn hart met grote treurnis.   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut  

Vince
0 0