Lezen

de eenzaamheid van de lach

toen wij nog vuile woorden borrelden onder elkaar, we giechelend ‘tetten’ proesten en 'piemel' riepen in de meest onmogelijke situaties, archiveerde onze vader – zo beeld ik mij dat in – nauwgezet en doodserieus grinnikend, de beste grappen uit de dagelijkse scheurkalender.als een boekhouder plakte hij ze vervolgens in een geruit schriftje en sorteerde ze per thema, kopieerde desnoods met zijn vulpen wanneer het item onder meerdere rubrieken thuishoorde. voor later, zo moet hij gedacht hebben, als die jongens van mij eindelijk een gevoel voor...toen het allicht sneller dan hij wilde later werden hij ons trots, maar schoorvoetend en behoedzaamzijn collectie presenteerde, zochten we in zijn 'dictionaire van de dagelijkse geestigheden' driftignaar het hoofdstuk ‘schunnige schunnigheden’. misschien is het pas echt later, zo moet hij gehoopt hebben,bij het opruimen van zijn zolder, dat wij, wat meer vertrouwd met orde en  classificatiewetten, voorzichtig door de bundel zullen bladeren, misschien weemoedig bij het voor de geest halen hoe hij, onze vader, nadacht of een weerspreuk grappig genoeg kon zijn. Maar nee, hoewel weemoed in ieder van ons verscholen zit, hoop ik niet dat...nee, hoop ik vooral dat míjn zoontje, tegen díe tijdop zijn beurt net als ik een alchimist zal zijn, dat hij net als zijn vader niets liever zal doen dan van hout en papier vuur te maken. zal hij luidop als een gekke uitvinder lachen en brullen, scheten laten bij de stoof, waarin mijn vaders dictionair, hahahaaaa, net goed,brandt alsof het feest is in de diepste krochten van de hel?en zal dat branden van mijn vaders aux serieuxde ultieme mop zijn? ik vrees dat ik het niet weet.het speelt zich voorlopig alleen maar in mijn hoofd af.en dan kan het vele kanten op, zo heb ik daarstraks,  na bedtijd, een beetje triest in de vlammen gekeken, terwijl de boontjes van vanmiddag stilletjes hun werk deden in mijn buik. misschien plakt hij lievervoetbalstickers in boeken, verzamelt hij alle mogelijkekleuren knikkers bij spelletjes die hij steeds lijkt te winnen.

Hans Van Ham
28 1

Schrijfdag 2017

Met een Sinterklaasgevoel in mijn buik stap ik vanuit de prille lentezon het Felixpakhuis binnen. Mijn bril, die ik normaal enkel opzet om auto te rijden, stevig op mijn neus om maar niets te missen. Ik bekijk het plafond van de lichtstraat en in mijn verbeelding zie ik mannen in wit linnen broeken en ontbloot bovenlijf zakken graan met een gerafeld koord naar boven trekken. Ik houd mijn ogen op de korte zwarte richel waar een andere arbeider de vracht komt aannemen. ‘Stop, pas op’ roept een fotograaf die bijna met zijn lens tegen mijn hoofd botst. Vroeger kon je nog hopen dat zijn filmrolletje op was. In dit digitale tijdperk vrees ik dat mijn dromerig geklungel netjes vereeuwigd werd. Met rode kaken voeg ik me snel tussen de rij wachtende mensen aan het onthaal. Twee mannen naast me discussiëren heftig over het al dan aanwezig zijn van literaire waarde in een gekende bestseller. Ze overtreffen elkaar met citaten uit Proust en Madame de Bovary. Ik kijk er naar en ik geniet. De eerste workshop start met een kennismakingsronde. Ik luister met vlinders in de buik naar de verhalen van gelijkgestemde zielen. De oefening om zelf enige zinnen op papier te zetten valt tegen. Ik mis de rust van mijn keukentafel om mijn creativiteit te laten vloeien. De lunch is heerlijk.  Met de tips uit de workshop van Kristien in gedachten formuleer ik het nu even anders: ik zet mijn tanden in een stuk bruin brood bedekt met een vers afgesneden stuk zachtroze achterham. Met de punt van mijn tong haal ik de klodder mosterd uit mijn mondhoek. Een beker aspergeroomsoep verwarmt mijn handen terwijl ik aanschuif voor de schalen gevuld met sla, tomaten en gebakken boterhammen met kaas. We mogen het de lezer niet te moeilijk maken. In deze nieuwe tijd moet alles direct duidelijk zijn. Ik vraag me af of we hiermee de kracht van de lezer niet onderschatten. Zoveel mensen, zoveel smaken. De rest van het buffet gaat aan mij voorbij helemaal in beslag genomen door de verhalen van al die interessante schrijvers om me heen. ‘Honderden mensen die met schrijven bezig zijn,’ zegt een bezorgde vrouw naast me die verwachtingsvol de uren aftelt tot haar pitch met een uitgever. ‘Als die allemaal een boek gaan uitgeven..’ ‘Honderden mensen die ook graag duizend boeken lezen in hun leven!’ antwoord ik haar. Ze glimlacht naar me: ‘dat is waar..’ Wie bepaalt wat goed is in dit vak? Is het de docent die vol lof is over de klaterende volzinnen van die ene student of de lezer in de groep die smalend stelt dat  ‘een mooie winterdag niet uit elkaar kan scheuren door een ongeval’. Ik praat met de schrijfster die me haar tekst toelicht. Voor haar scheurde die knal haar leven letterlijk uit elkaar. Ik zie het in haar ogen als ze haar herinnering met me deelt. Ze dacht dat hij dood was. Hoe krijg je dat op papier.. Aan het einde van de dag steek ik mijn bril weer in mijn zak en stap de kaai op de echte wereld tegemoet. Ik heb nog een lange weg te gaan maar ik geniet met volle teugen van iedere kleine stap.

Annick G
8 1

Carnaval

Vandaag schrijf ik eens omdat ik er echt van kan genieten, en niet omdat het een soort van therapie moet zijn. Alles gaat goed voor zover het goed kan gaan. Er is nog steeds geen duidelijkheid maar ik geniet van zijn aandacht. Ik geniet van het leven als ik bij hem ben. Dat is toch al iets nee? Ik genoot lang niet zo veel voor hij er was, dus ik bekijk het positief. Nu enkel nog leren om alleen te zijn en daarvan te kunnen genieten. Och, alles op z'n tijd.   Ik zou graag met iemand praten nu. Gewoon iemand die mij nog niet beu gehoord is en omgekeerd. Ik zou graag nu iemand bij me hebben waarbij ik even mocht wenen, niet omdat het moest, maar omdat het mocht. Iemand waar ik me zo gelukkig bij voelde dat ik mijn tranen even niet kon bedwingen. Iemand zoals mijn papa. Ik weet niet of ik al eerder over hem gepraat heb. Heb ook geen zin om nu al mijn teksten nog eens te gaan lezen, dus laten we er van uitgaan dat dit de eerste keer is. Wel, mijn papa (ja, ik zeg papa niet vader omdat dat zo onpersoonlijk klinkt) overleed 7 en een half jaar geleden aan een hartstilstand. Ik was nog maar 9 jaar, misschien daarmee dat ik hem nog steeds gewoon papa noem. Hij heeft in mijn hele leven nooit iets mis gedaan. En ik hoor je al denken dat ik een overledene niet moet ophemelen, wel, dat zou je dus niet denken als je hem gekend had. Maar ik zal mijn best doen om hem niet te veel te idealiseren, goed? Op mijn 16e verjaardag kreeg ik van mijn mama (och ja zelfs tegen haar kan ik nog niet moeder zeggen) een map vol gedichten die mijn papa ooit geschreven had. Ik kan je eerlijk zeggen, daar was ik even niet goed van. Hoe geweldig hij ook was en hoe geweldig iedereen hem ook vond, ook voor hem viel het leven niet altijd mee. Had ik hem maar kunnen duidelijk maken hoe veel hij voor me betekende. Had ik maar beseft hoe veel hij voor me betekende. Ik hoop dat hij het weet. Ik hoop zo hard dat hij weet hoe graag ik hem zag en nog steeds zie. Ik heb al eerder gezegd dat ik mezelf niet bepaald goedgelovig vind, ook niet bijgelovig, maar neem het aan als een overlevingsmechanisme. Hij moet daar nog ergens zijn om over me te waken en te zien hoe hard ik mijn best doe om hem trots te maken.    Blijkbaar kan ik toch niet schrijven zonder dat het therapie voor me is. Dat is dan het doel, voor mij dan toch. Geen geld verdienen of medelijden opwekken, gewoon even mijn hart kunnen luchten bij mezelf en bij mensen die misschien graag teksten lezen van een zielige 17-jarige, die stiekem toch wat medelijden met zichzelf heeft.  

Layla Clarke
0 0

Tijd voor iets nieuws

Het is eens tijd voor iets nieuws, denkt ge in uzelf. Ge hebt de laatste tijd nogal wat zitten lezen en peinzen, en door al dat gelees en dat gepeins hebt ge zin gekregen zelf ook eens iets neer te zetten op papier. Toegegeven, het is niet de eerste keer dat die gedachte in u is opgekomen, maar nu gaat ge het anders aanpakken… Ten eerste hebt ge beslist weg te doen met het schoon nederlands, en en passant met nog een hoop andere conventies, gelijk het hoofdlettergebruik voor eigennamen en wat nog allemaal. En al snel valt er u iets op, wanneer ge beslist hebt om het anders aan te pakken: het strubbelt niet meer tegen, integendeel de woorden vloeien uit uw vingers en staan daar zwart op wit op het digitale blad gelijk ze daarnet nog in uw hoofd zaten. Maar ze staan daar niet alleen in het zwart en in het wit, nee, er is nog wat rood mee gemoeid ook. Rood: want uw tekstverwerker is meer een tekst-tégenwerker in uw geval, en hij onderlijnt braafjes al uw naar-zijn-mening fout geschreven woorden in het rood. Tiens, denkt ge, weg ermee! want elke zichzelf respecterende kunstenaar weet toch van de dichterlijke vrijheid die heilig is. Als schrijver moogt ge al eens een woord verkeerd schrijven, vindt ge, want als de schrijvers het al niet meer mogen, wie dan wel? Maar ge vraagt uzelf meteen daarbij af of ge uzelf tot de zichzelf respecterende schrijvers durft te rekenen, aangezien ge nog nooit een echt werk van substantiële waarde hebt voortgebracht. En om toch een antwoord te krijgen op uw prangende vraag wendt ge u tot uw vrouw leonie, die niet alleen een scherpe blik heeft en een eerlijke mening, maar ook nog eens toevallig naast u in de zetel zit en dus praktisch gezien de meest geschikte persoon is om uw vraag snel te beantwoorden. Leonie, vraagt ge haar, wat denkt gij daar zoal van? En ze zegt dat ze, om die vraag deftig te kunnen beantwoorden, eerst eens wil lezen wat ge allemaal opschrijft, waarmede ze nogmaals het bewijs levert over een eerlijke mening te beschikken. Ge glimlacht tevreden, omdat ge beseft hoe graag ge haar ziet, en ge geeft haar het computerke waarop ge uw verhaal aan het neertypen zijt. In stilte laat ge haar lezen. Het is plezant om bezig te zien hoe ze daar naast u in de zetel zit te lezen, met haar vrolijk dotje en haar schoon blauwe ogen die een beetje blinken in het licht van uw computerschermke. Ge ziet hoe haar ogen haastig over en weer gaan, zo van links naar rechts van boven naar onder, en met dat ge haar zo observeert zegt ze ineens: stop nu eens efkens met verder te schrijven, want zo kan ik niet lezen! En ge fronst uw wenkbrauwen ostentatief en kijkt mee op het scherm. Zowaar ziet ge het nu ook: de woorden verschijnen als vanzelf op het lege blad, terwijl al lang niemand meer typt. En ge zegt tot haar: maar wacht eens efkens, laat mij ook eens kijken?, want ge zijt toch benieuwd hoe zo’n dialoog er dan uitziet, zo zonder conventies en wat nog allemaal. En leonie geeft u uw computerke terug en ze denkt verder na over uw vraag, terwijl gij uw dialogen leest en in uw bescheiden baard krabt. Uiteindelijk zal ze de stilte verbreken, maar het eerste dat ze zal zeggen tegen u, na al haar gedenk, is een vraag en geen antwoord, zoals ge wel had verwacht. Waarom schrijft ge daar eigenlijk dat ik uw vrouw ben? vraagt ze. Wij zijn toch niet getrouwd? En ge zegt: jamaar, al wat in de boeken staat is toch niet waar, of wel soms? En daarbij, dat is toch al lang niet meer in de mode, trouwen! Op dat punt moet ze u wel gelijk geven, en ze lacht en zegt dat ze het wel plezierig vindt om ook eens een rol te krijgen in uw nieuw boek. En nu lacht ge zelf ook: mijn nieuw boek? Maar nee, verduidelijkt ge, ik schrijf gewoon mijn gedachten neer in een nieuwe vorm! Ge beslist om dat woord ‘vorm’ in cursief te zetten om speciaal te doen. Om van een boek te kunnen spreken moet er toch minstens een plot zijn, of niet soms, vraagt ge verder, en personages en conflict en wat nog meer? Ze knikt van ja, dat is waar… zoals in dat één boek waarover ge onlangs sprak, met die broers karenina en hun ambetante vader! En ge vergeeft haar dat ze niet alles kan weten, want al bij al zit ze toch behoorlijk dicht in de buurt van de waarheid met haar opmerking. Ge peinst na, diep na, over uw eigen schrijfsels in de nieuwe vorm en over de eigenschappen van de moderne roman, en leonie merkt op dat ge in diepe overpeinzingen zit en ze zegt tegen u: waarom kunt ge het zelf niet gaan opzoeken, dat conflict en die personages, en als het echt moet nog een plot? Opnieuw krabt ge in uw baard en buiten laten de kale takken van de bomen met veel plezier de eerste lentezon door, en in de verte ligt het dorp waar de mensen misschien al zonder jas op het terras van café de vierarmen zitten om hun eerste pint te ledigen. En daarmee ge geeft uw vrouw een kus en gaat ge naar buiten, op zoek naar uw personages en misschien een beetje conflict. Want tenslotte hebt ge toch daarnet in uzelf gedacht dat het eens tijd was voor iets nieuws?

arnomaetens
0 0

Geestverruiming

In de jaren zestig was het heel gangbaar om je geest te verruimen met drugs. Zover wil ik niet gaan en dat hoeft ook niet, want ik heb de korte verhalen van Gogol, Black Box van Amos Oz en Zwarte schapen van Heinrich Böll. Is er een betere middel om in het brein van een ander te duiken dan een boek of kortverhaal? Volgens Peter Mendelsund geeft het lezen een verbeelding in het geestesoog van de lezer. Ik heb net drie boeken gelezen over hoe een lezer leest en kan dit aanraden voor korteverhalenschrijvers. Hoe kun je schrijven zonder te weten hoe gelezen wordt? Simpel, je kunt jezelf als maatstaf nemen al vanaf je het eerste verhaal las. Het besef dat je uit letters beelden kunt oproepen, een wereld, gevoelens: bestaat er iets beters om je geest te verruimen? Hoe verruim je de geest van een ander met een kort verhaal? Gaat dat anders dan bij een boek? Als ik het literair tijdschrift Naakte Lunch aan een onderzoek onderwerp, dan valt me op dat de combinatie van foto’s en afbeeldingen een soort verband – zo je wilt kruisbestuiving – met de verhalen aangaan. De sfeer van het ene vloeit over in het andere en mijn geestesoog voelt zich na de indrukken gevoed. Zoals een banaan mij goed doet, doet lezen en het zien van bepaalde beelden mijn geest goed. In feite is er stofwisseling, maar dan op het niveau van de betekenis. Een van de dingen die plaatsvindt als ik lees is dat ik synchroniseer met een ander. Zijn denkbeelden toets ik aan de mijne. Ik vergelijk en positioneer mezelf. Een ander is genieten van het verhaal en het vergrote begrip dat ik ontvang. Misschien is het gewoon een patroonherkenning voor gevorderden, zoals het plaatsen van het juiste blokje in de juiste gleuf door een peuter. We weten inmiddels van breinonderzoek dat puzzelneuronen aan het werk zijn als we Shakespeare lezen. En puzzelen is een plezierige breinworkout. Een verhaal dat niet verrassend is, is vermoeiend. De aandacht verslapt. Het is met onze aandacht dat we lezen, naast ons innerlijk gehoor op klank, we maken een representatie van hetgeen we lezen, krijgen er gevoelens bij, associaties, vergelijken het met ideeën over de werkelijkheid, matchen het met eerdere herinneringen, waarderen het, plaatsen het, verbeelden het. We storen ons aan een woord. We leren een andere taal of manier van denken. We worden overspoeld. We lachen. We hebben een gevoel van verbinding of juist afkeer. In een kort verhaal is het beeld kort maar krachtig. Vaak draait een kort verhaal om een essentie, een destillaat. In een kort verhaal kun je intenser zijn dan je kunt volhouden in een boek. Dat ik probeer te begrijpen, betekent vrijwel altijd dat ik mijn morele uitgangspunten vergelijk met de waarheid van het verhaal. Zoals een nieuw kledingstuk blijdschap geeft, pas ik het nieuwe verhaal in mijn zienswijze in, of het beeld, of de nieuwe smaak van taal. Opdracht: Olijven moet je leren lezen, over het lezen van gedichten van Ellen Deckwitz Wat we zien als we lezen, over beeldvorming wanneer we lezen van Peter Mendelsund Hoe lees ik?, hoe uitgevers lezen van Lidewijde Paris

Odile
3 0

Het fototoestel

Lode was een verwoed amateurfotograaf. De laatste tijd had hij problemen met zijn toestel. Tijd voor een nieuw, dacht hij. Op weg naar het shoppingcenter zag hij in een zijstraat een antiekwinkeltje waar in de etalage een aantal digitale fototoestellen te koop werden aangeboden. Hij vond dit nogal eigenaardig en stapte de winkel binnen. Te midden van allerlei snuisterijen verscheen de verkoper. Hij leek even oud als sommige van zijn antiquiteiten. Hij lachte vriendelijk naar Lode. “Wat kan ik voor je doen?” “Ik zoek een digitaal toestel, maar ik had het niet verwacht om moderne toestellen te vinden in een antiekwinkel.” Er verscheen een glinstering in de ogen van de uitbater. “Soms vind je het onverwachte op een plaats waar je het niet verwacht. Ik had je vandaag verwacht. Dat is mijn zesde zintuig.” Lode keek verwonderd en begon het allemaal wat bizar te vinden. Hij was echter zo gefascineerd door de oude man dat hij bleef. Hij nam een fototoestel, bekeek het vluchtig en vroeg naar de prijs. “Dat toestel past niet bij jou, maar ik heb er één dat uiterst geschikt is.” De verkoper toverde een apparaat vanuit de toonbank. Lode keek vol bewondering naar het toestel. Kon hij zich dit wel veroorloven? 75 euro wilde hij wel hieraan besteden, dacht hij. “Voor 75 euro is het de uwe,” zei de verkoper. Lode was verbaasd omdat dit de prijs was die hij in zijn hoofd had. Hij twijfelde toch nog. “Werkt het nog optimaal?” “Het is een bijzonder toestel. Niet iedereen kan en mag ermee fotograferen. Ik wist dat u vandaag zou komen en dat u 75 euro ervoor zou betalen.” Lode keek zeer wantrouwig en dacht de oude man ze niet meer op een rijtje had. Aan de andere kant was hij wel gefascineerd door de overtuigende stem van de verkoper. Hij wilde er toch het fijne van weten. “Hoe wist u dat ik vandaag zou komen en dat ik er 75 euro voor wou geven?” “Van een foto die ik vorige week genomen heb.” Dit kan niet meer, dacht Lode, die man is gek. De verkoper zag de blik in de ogen van Lode. Hij nam het fototoestel, zette de instellingsdatum op 1 februari 1996. “Het is vandaag 10 maart 2016,” zei Lode. Maar de oude man luisterde niet, gaf het toestel aan Lode en vroeg een foto van hem te nemen achter zijn toonbank. Lode legde aan en nam een foto. De verkoper duwde op de display en toonde de foto. Lode zag de man achter de toonbank, maar hij leek twintig jaar jonger. De dagkalender tegen de muur wees de datum aan: 1 februari 1996. Lode keek naar de dagkalender achter de verkoper. Het was 10 maart 2016. “Overtuigd van het toestel?” vroeg de oude man. “Ik heb verleden week op verschillende data foto’s genomen van mijn winkel. Enkel jij stond op 10 maart 2016 aan mijn toonbank.” “Het apparaat ziet niet enkel beelden uit het verleden, ook uit de toekomst,” stamelde Lode. “Ik heb destijds ook het fototoestel gekocht. De verkoper van toen beweerde dat het toestel zijn fotograaf kiest en niet andersom. Waarom? Dat weet niemand, maar jij komt vandaag in het bezit van dit wonderding.” Lode wist nog niet goed waarom, maar toch kocht hij het toestel. “Nog een laatste goede raad. Wees voorzichtig met de beelden uit de toekomst en gebruik het toestel niet voor je eigen voordeel,” zei de verkoper nog voor Lode de winkel verliet. In gedachten verzonken wandelde Lode terug naar huis. Wat kon hij allemaal met het toestel doen? De uitslag van de lotto bekijken, zodat hij eindelijk zijn fotostudio kon uitbouwen. Gewoon het toestel op een week later zetten en een foto nemen van de krant. Hij kon dan zo de winnende cijfers invullen. Maar dan herinnerde hij de raad van de oude man. Dit kon hij niet doen. Hij wilde het toestel eens testen. Hij veranderde de datum in 29 maart 2016. Hij focuste op de straat en drukte af. Toch wat bevend toetste hij het display aan. Een beeld van een begrafenisstoet verscheen. Nieuwsgierig zoomde hij in en zag zijn kinderen wenend achter de lijkwagen. Verschrikt duwde hij het beeld weg. Na enkele minuten wilde hij terugkijken, maar het beeld was verdwenen. Een beangstigd gevoel overviel hem. Lode kwam aan zijn huis. Hij opende de deur. Zijn kinderen en zijn vrouw waren nog niet thuis. Stilletjes ging hij in de zetel zitten. Met het toestel in zijn handen sloot hij zijn ogen. Even later vloog zijn vrouw binnen. Enthousiast gaf zij hem een kus. “Ik heb een verrassing voor jou. We gaan op reis.” Zijn vrouw toonde hem de vliegtickets. “We vertrekken binnen tien dagen. Op 22 maart 2016 moeten we om acht uur ‘s morgens op Zaventem inchecken.”

Ludo Herwijn
14 0

De saxofonist

De saxofonist.      Een dikke laag rook, aangezogen door het bruin berookt afzuigsysteem, kringelde langzaam boven de hoofden van de stamgasten en de leden van de band. Het was al in de vroege uurtjes, de laatste plakkers hingen aan de toog of zaten onderuitgezakt in de krakkemikkige stoelen van het alternatief café.  De muzikanten maakten aanstalten om op te breken. Hij had zoals gewoonlijk, teveel gedronken.      Waggelend was hij het podium opgestapt, had aarzelend het koperen instrument in zijn gekloven bouwvakkershanden genomen, zijn dikke lippen om het mondstuk gesloten. Zijn ruwe vingers met de zwarte randen onder zijn nagels, hadden de blinkende toetsen ingedrukt.  Zich concentrerend speelde hij met gesloten ogen. De muzikanten verstarden in hun bewegingen. Ze bleven, hun lichamen meedeinend met het ritme, intens luisteren. Héél stil was het. Dan leken ze te herleven, namen hun speeltuigen en vielen een voor een in. Dit was geen muziek meer, geen jammen, geen normaal samenspel, dit was sacraal. De laatste tonen stierven weg, geen mens bewoog. Dan veerde iedereen op en er volgde een enthousiaste en overdonderende ovatie.        Thuis gaat hij naar de kleine bergruimte achter het toilet, gooit de oude legerdeken van de zwarte kist, klikt de sloten open.  Het koper glanst in het rood van de fluweelbekleding. Hij kijkt naar zijn verweerde handen. Pijn doet het binnen in hem, ontzettend pijn.       Marie zijn overleden vrouw, mooi, sensueel en uitdagend, met deze handen, toen ze nog gaaf en lenig waren, heeft hij het onherroepelijke gedaan.    

Rhea van der Vloet
18 0

oh, mijn Boeddha

0h, God, Boedha (Lange versie)   DE EERSTE DAG. Opgeschrikt door de gong. Me wassen, ik heb getranspireerd en stink. Tanden poetsen, sarongs en deken buiten hangen. Heimelijk mijn van thuis mee gebrachte drinkbus uitgooien, ik heb erin gepiest en dat is geen sinecure! Het toilet is een heel eind ver. Dit alles kan ik in deze tijdspanne niet klaarspelen. Stress? Beter organiseren. 's Avonds om 10 uur in ‘t bed, ‘s ochtens om vier uur eruit. Tel op hoeveel uren slaap! Ik ben onnoemelijk moe. De in de klamboe verzeilt muskiet, kan ik niet te pakken krijgen. Ik mag trouwens geen insecten doden. Vandaag ben ik de laatste die door Greta met haar ‘flashlicht’ naar de meditatiehall word gejaagd. Waar is die ook weer?       Op mijn kussens te paard, (lotuszit is voor mij onmogelijk), de benen zo goed mogelijk onder me gevouwen, luister ik naar de oppermonnik zijn monotoon onverstaanbare geprevel tot ik knikkebollend in een lichte sluimer verdwaal. Ik schrik wakker, ga rechtop zitten, luister aandachtiger en begin hem te verstaan. Het is niet ‘bed in bed’ uit, of ‘bread in bread’ uit, maar ‘breath in breath’ uit. Ik wil dat goed doen en tracht een lange yoga ademtocht door mijn bubbelgeplooide lichaam te laten golven. Gaandeweg leer ik mijn aandacht bij de ademhaling te houden. Door snel te ademen, wek ik energie, door langzaam te ademhalen, kalmeer ik. Wanneer ik mijn been onder me vandaan haal, gil ik het uit van de pijn, ik ben vergeten dat ik ooit een knie heb gebroken.     Wordt er Yoga gegeven! Ben ik even stijf. Ik ben niet de enige die bijna omver valt bij de evenwichtsoefeningen. Jaloers kijk ik naar de jonge grieten. De Ierse retraitant geeft les, haar slanke silhouet steekt scherp af tegen de dageraad en haar Thaise vissersbroek kleurt prachtig bij het T-shirt. Ze doet oefeningen voor op het kleine podium en zegt dat ze enorm ‘flexible’ is. Dit schiet in het verkeerde keelgat van de staf. Er moet zich achter de coulissen het een en ander hebben afgespeeld. ‘s Avonds wordt aangekondigd dat Mr. Schulz himself Yoga zal geven. De volgende dag geeft de Ierse toch les. Wel legt ze meer nadruk op de ademhaling. Dit is yoga voor ‘gevorderden’ ! Iederéén staat te wankelen. Doch na enkele dagen heb ik het onder de knie. Daarna krijgen we Thai-Chi van medewerkster Greta.     Ontbijt: In stilte, na een wedstrijd ‘om het zuurste gezicht’, wordt er ontbeten. Het lijkt wel alsof met het uitsluiten van het verbale, tegelijk de humor verbannen wordt. Links van de grote ruimte bevindt zich een tafel voor de mannen. Uiterst rechts, een voor de vrouwen. Rond de tafels staan camouflagegroen geschilderde stoelen uit ijzer. Het zijn legerstoelen. Ik herken ze aan de witte letters en cijfers. In het midden staan twee tafels met potten waarin ‘eten’. Een schraag waarachter het manvolk en een waarachter het vrouwelijk geslacht in de rij staat.     De refter is opgetrokken uit het geliefd materiaal van het Thaise volk:cement. Ook de banken er rond. We schuiven aan voor rijstsoep (kattenkots zou mijn partner zeggen) plus rauwe komkommer, blad van boerenkool, ander groen (konijneneten volgens de partner) en de eeuwige bananen. Soms stukken papaja. Dat alles komt in jouw éne bowl terecht. Een cursist leest een spreuk voor. Zin voor zin wordt door iedereen herhaald. Ik weiger. Ik bid niet met de katholieken, waarom zou ik dat bij de boeddhisten doen?

Rhea van der Vloet
10 0