Lezen

Over tijd

We hebben een serieuze haat-liefde-verhouding, tijd en ik. Altijd al gehad. 't Is een knipperlichtrelatie. Soms is het aan, soms uit. Soms zien we mekaar graag, op veel momenten kunnen we mekaar niet uitstaan. Enfin, ik moet hier voor mezelf spreken. In plaats van de tijd kan ik eigenlijk weinig zeggen. Ik ga er gemakkelijkheidshalve van uit dat wat voor mij geldt, ook voor tijd geldt. Freud zou er wel een term voor hebben. Maar dus: tijd. We kunnen niet zonder mekaar. Maar soms wil ik er gewoon liever van af zijn. Wilde ik dat hij niet bestond. Of dat hij gewoon eens wat vaker stilstond.Zo vaak gaat hij te vlug. Soms te traag. Het hangt van het moment af. Maar ook van de leeftijd. Waar tijd vroeger snel vooruit ging, lijkt hij nu uren te duren. Of dagen. Of eeuwen zelfs.  't Is iets complex, tijd en ik. Ik heb 'm lang proberen vast te pakken en te plooien naar mijn zin. Efficiënt in te vullen. Goed te plannen. Als ik dan dit doe en daarna dat, dan heb ik dàn en dàn tijd voor dat.  Zoiets ongeveer.  Ik probeerde zoveel mogelijk uit de dag halen. Waardoor ik het Moment aan me liet voorbij gaan. Dingen niet zag. Niet hoorde. Er niet voor open stond. Ah nee. Het moest efficiënt zijn. Gepland. Iets dat ertussen fietste, reed in de weg.  't Is nog steeds moeilijk, hoor, tijd niet-effeciënt gebruiken. Eens luieren. De tijd uit het oog verliezen. Een dag naar zee, zomaar, doelloos rondkuieren en van terrasje naar terrasje gaan zonder doel: nog steeds lastig. Ik wil een doel. Zodat ik tijd maximaal kan doen renderen. Ik sleur 'm mee, die tijd. Van stoel naar stoel. Kijkend op m'n horloge. Onrustige wiebelend. Wachtend op de volgende deadline. Niet gemakkelijk. Maar 'k leer bij. Twee terrasjes, zonder doel of deadline...'t lukt al beter. Drie is nog moeilijk. En waar het vroeger leek alsof de tijd stil bleef staan, flitst hij nu steeds vaker voorbij. 's Nachts bijvoorbeeld. Ik kan me niet herinneren dat de nachten in mijn kindertijd zo kort waren. Ze leken lichtjaren te duren. 't Zijn trouwens niet enkel de nachten die voorbijrazen. Ook de dagen en de weken gaan sneller. Veel sneller. Een keer knipperen met je ogen en ze zijn weg. 't Is vreemd. En 't wordt alleen maar erger. Echt. Ik las eens hoe dat kwam, in dit artikel. Of hoe dat zou kunnen komen. Er zijn veel mogelijke verklaringen. Eentje ervan is dat we, naarmate we ouder worden, steeds meer vastgeraken in een routine. Er zijn niet (meer) zoveel nieuwe dingen te ontdekken. We kennen onze wereld wel, min of meer. En wanneer er weinig nieuwe input is, is er ook minder te processen.  Voor kinderen is veel nieuw. Moet er veel verwerkt worden. En daardoor lijkt het alsof de tijd voor hen veel trager voorij gaat. Of zoiets. Wat snel ging, duurt nu te lang. Een internetverbinding hebben van 4G, da's nu snel - of is het intussen overal 5? 't Gaat zo vlug. 15 Jaar geleden was inbellen via Caen in Frankrijk de snelste manier om te kunnen surfen op het (nog net iets minder uitgebreide) WWW. Het geluidje hangt nog steeds in m'n hoofd. Het duurde soms minuten eer je verbonden was. Maar dàn ging het snel. Een pagina laadde in op een halve minuut. Warp-speed. Toen toch. Als een pagina nu langer dan 10 seconden nodig heeft om in te laden, ben ik al weg. Of heb ik al zeven keer op refresh gedrukt. Terwijl ik ongeduldig tokkel op m'n toetsenbord. Ik ken eigenlijk geen enkele website meer die moet laden. Tenzij er iets mis is.De vooruitgang. 't Is niet enkel de perceptie die de tijd vooruit stuwt. Een voorbeeld? Die laatste dagen zwangerschap - overtijd en ongeduldig. Die dagen duurden, eerlijk waar, langer dan de 40+ weken die eraan vooraf gegaan waren. Elk uur kroop voorbij. Om gek van te worden. 't Waren geen aardse dagen van 24 uur, maar 't leek er eerder eentje op Venus. Daar duurt een dag 116 dagen. Het lijkt iets slechts, dat tijd soms langer duurt dan vroeger. Maar soms is dat gewoon leuk ook. Om langer naar iets te kunnen uitkijken. Of toch dat idee te hebben. Om te slow-cooken of te slow-brewen (koffie dan, he). 't Moet allemaal zo snel niet gaan. Om te moeten wachten op iets. Om te moeten sparen voor iets. 't Is een trend, he. Ik snap 'm wel.Combineer die twee. Dan wordt het pas écht leuk: Rijden tussen het jachtige verkeer op de drukke E17 en intussen dit streamen door de luidsprekers van je autoradio. De wereld ziet er in één keer helemaal anders uit. Mindfuck. En vooral fun. Hilarisch vind ik het. Probeer het zelf maar eens. Je zit gegarandeerd glimlachend achter je stuur. Soms staat hij ook nog wel eens stil, hoor, de tijd. En ik ook.  Toen ik telefoon kreeg dat kleuterlief, in haar eerste schooljaartje, met haar hoofd tegen de muur gevallen was tijdens de speeltijd en de juf zei dat de wonde best genaaid moest worden. De rit naar school duurde ook echt een eeuwigheid. Wanneer je slecht nieuws krijgt. Of net heel fijn. Wanneer je iets fouts hebt gedaan. Of betrapt wordt. Ook dan matrixt de tijd. 't Is een supercool effect. Je hebt er geen grip op. Het gebeurt gewoon ineens. Stop. Freeze. En niet zelden gaat hij nadien ook supertraag weer verder. Da's tijd. Ongrijpbaar. Oncontroleerbaar. Weg voor je het weet. Voorbij en vergeten. Tenzij in herinneringen. Daar is tijdreizen mogelijk. Niet altijd realiteit. Maar zoals ze je ze ervaren hebt, die momenten. Netjes opgeslagen en bereikbaar - enfin, soms. Soms poppen ze op, die herinneringen, onverwacht en ongepast. Soms kan je ze even niet vinden. Tot iemand je erop wijst. Of je iets ruikt, ziet of hoort. Flashback naar 31 jaar geleden, naar die keer dat ik met m'n voetje tussen de spaken van het achterwiel zat. 18 jaar geleden, naar een mondeling examen dat ik nailde. 7 jaar geleden: dat ene geprek met m'n grootmoeder over een trouwkleed. Of naar het avondeten van gisteren. 'k Moet eens even nadenken...wat aten we nu weer?  

Gitane
0 0

My ass

Ik ben geen fan van openbare toiletten. Wie wel, eigenlijk? Iedereen probeert ze toch te vermijden. Ze zijn er enkel in geval van de Allerhoogste Nood. Want meestal niet zo fris. Niet proper. Om het schoon te zeggen. Ook de toiletten in tankstations waren te mijden. Ik vond ze vreselijk. Dronk uren op voorhand geen water meer wanneer ik een lange (bwah) rit moest maken. Stel je voor dat ik zo dringend moest dat stoppen in een tankstationtoilet de enige optie was. En het is niet zo dat ik smetvrees heb. Hoewel. Misschien een beetje. Maar geef toe, zo'n toiletten zijn vaak echt niet schoon en/of in goede staat. Da's deuren met de ellenboog openen, zo weinig mogelijk aanraken (ZEKER geen wc-onderdelen, ieuw. Ik trek door door met m'n voet op die drukknop te duwen. Niet vragen. Dat lukt. Meestal) en - na zeer uitvoerig en met zeep handenwassen - toch nog even desinfecteren met dat flesje alcoholoplossing uit m'n handtas. De laatste jaren waait er gelukkig een frisse wind door de toiletten in tankstations. Door ze te laten uitbaten door gespecialiseerde bedrijven, wordt snel-snel plassen nu bijna een wellnesservaring: propere wc's en vloeren, kleurige muren en een leuk muziekje. Ok, je moet er dan wel €0,50 voor betalen, maar die kan je recupereren in de vorm van een kortingsbonnetje. En dat kan dan weer ingewisseld worden bij de aankoop van een Lavazza-koffietje. Ja, ze gaan erop vooruit die stations en hun toiletten. Nu, het blijven natuurlijk publieke plekken. En wc-hokjes. Hoe leuk ze ook aangekleed zijn. Er komt veel volk samen. Mensenlevens die elkaar kruisen. En passant. Vluchtig. Niks anders te delen met elkaar dan een warme toiletbril en -papier. Enkel het doel voor ogen: verlossing. Maar soms loopt het toch anders. Blijft er toch iets hangen van zo'n snelle pipi-stop. En dan heb ik het niet over die halve rol papier onder je schoen. Dit gebeurde vorige week. 't Was een schoon toilet. Mooi ook wel. Met twee hokjes. Eentje was bezet. Ik koos dan maar het andere. 'k moest echt dringend. 't Zou stom zijn om te staan wachten tot dat ene hokje weer vrij was. Mensen zouden toch maar raar staan kijken. Misschien moet ik me daar minder van aantrekken. Anyway. 't Waren zo van die 'open' hokjes. Apart maar toghether: open van boven en beneden. Geluiden voor iedereen toegankelijk. Ik deed wat bijna iedereen in zo'n hokje doet: zo stil mogelijk plassen. Zwevend. Want smetvrees. Ook in een schoon toilet, ja. Je weet het nooit. 't Gaat trager zo zwevend fluisterplassen en ik pikte het gesprek op uit het hokje naast het mijne. Blijkbaar zaten er twee mensen in. En moeder en dochter, zo meende ik te kunnen afleiden. Of zoon. Want ik hoorde enkel de moeder praten. Bevelend. Kort. Instructietaal voor kinderen. Met véél herhaling. 'Ga zitten''. 'Plas door!'. 'Ben je klaar? Nu al? Dat kan nog niet!'. 'Plas helemaal uit. Nog, ja. Komaan. ' 'Ben je klaar? Zeker? Blijf toch nog maar even zitten.' 'Neem voldoende wc-papier. Niet zoals de vorige keer. Nee. Meer.' Zoiets was het. Ongeveer. Ik was intussen ook mijn eigen business aan het minden.Jeezes, mevrouw. Komaan. Geef dat kind even rust. Als je zo op zijn/haar kap zit, gaat dat écht niet lukken. Of sneller gaan. Of helemaal uitgeplast raken. Het verbaasde me dat dat kind geen weerwoord bood. Mocht ik onze kleuter zo afjagen en pushen, 't zou nogal een feest worden in dat hokje. En dat bedoel ik ironisch, he. Voor de zekerheid voeg ik dat er toch even aan toe. Nog net op tijd kon ik mezelf inhouden. Wilde mijn ongenoegen laten blijken. Door diep te zuchten of 'Komaan' ofzo te zeggen. Met m'n ogen had ik al een aantal keren gedraaid. Maar dat zagen ze natuurlijk niet. Ik was klaar. Zij ook. Iets sneller dan ik. Want toen ik met mijn voet doorgetrokken had en met mijn elleboog de deur opengekregen, zag ik hen nog net wegwandelen. Een mama en haar dochter, inderdaad. Maar de dochter was geen kleuter. 't Was een meisje met een zware meervoudige handicap. Ze leek me vooraan in de twintig. En had heel duidelijk de hulp nodig van haar mama. Om te stappen ook. Verdomme. Terwijl ik daar gezellig in mijn hokje stond te oordelen, was die moeder naast me gewoon aan het doen wat ze waarschijnlijk dag in, dag uit doet: voor haar dochter zorgen. Met veel geduld. En liefde. Bezorgd. Omdat ze misschien ziek kon worden wanneer ze niet uitplaste. Een blaasontsteking kon krijgen ofzo. Misschien erger. Iets wat ze konden missen. Iets wat veel impact zou kunnen hebben op haar, op hun leven. Fijn, zo. Dat had ik weer eens netjes gedaan. Ik mag trots zijn op mezelf. Zonder vooroordelen, my ass. Me gaan excuseren zou raar zijn geweest. Mijn oordeel bleef immers onzichtbaar voor hen. Maar maakte het niet minder aanwezig. Toch niet voor mij. Nu ik erover nadenk. Misschien was mijn oordeel niet zo onzichtbaar voor die mama als ik wel denk. Misschien voelde ze het wel. Ik kan me dat voorstellen. Dat je al zo vaak opmerkingen hebt gekregen, dat je al zo vaak de blikken hebt gevoeld, het gefluister wanneer je passeert, dat je er een zesde zintuig voor ontwikkelde. En een manier om ermee om te gaan. Om het te relativeren. Te negeren misschien. Te vergeven. Maar niet te vergeten. Kleine messteekjes in je hart. Al je hele mama-leven lang. 't Is gemakkelijk voor mij. Om het van me af te schrijven en te denken dat mijn www-excuses genoeg zijn om de pijn te verzachten. Ik kan het me niet voorstellen wat het is. Hoe het voelt. Ik probeer het. Ik wil me tóch excuseren.  Niet enkel voor dat ene wc-moment. Ook voor alle andere keren ogengedraai, gezucht en steelse blikken. Waarvan ik hoop dat dat er écht niet zoveel zijn. 'k Ga erop letten. Meer nog dan ik dacht dat ik al deed.

Gitane
0 0

Bart zegt nee!

Inspiratie vinden is niet altijd zo evident als je pakweg Stacey zou heten. Al een geluk ben ik dus niet Stacey maar Bart Van de Peer. En heb ik dus altijd wel ergens een zwart gat dat gevuld kan worden met inspiratie. Het is verdorie een zware last hoor, liggen rondlopen en denken van “Over wat kan mijn volgend verhaal gaan?”   Het gaat in ieder geval deze keer niet over luchtige zaken als zelfmoord of Chinesen die een hold-up plegen op onze Belgische frituren, Jimmy Frey die onder invloed van speed Chokri omverblies op Pukkelpop, Geertrui van Greenpeace die mij de overbevissing aankaartte aan de Lidl in Zandhoven, ik die nostalgisch 2000 jaar oud ben en de toren van Pisa nog recht heb weten staan,...   “Omai Bartje? Over wat gaat uw tekst dan wel deze keer? Want van de titel -Bart zegt nee! - krijgen we geen hoogte.” Het draait om filosofie, de kunst van het verlangen omzetten in kennis en wijsheid. Althans zal dit zwaar en nog heter hangijzer veel vragen doen oproepen, en het gwn bij vragen laten want er zijn geen zinvolle antwoorden.     Ik liet mijn gedachten eerst struikelen om dan te vallen op iets wat een collega van mij zei “De kracht van de baarmoeder! De kracht van de baarmoeder zeg ik u!”... Helemaal over zijn toeren vroeg ik hem “Rustig Svennie, wat is hier allemaal aan de hand?” Ik ben het allemaal een beetje gewoon aan het worden dat een aanraking met het orakel, ik dus, voor rust en vrede kan zorgen. Zachtjes streelde Svennie mijn voorhuid euhm voorhoofd. De druppels zweet waar ze vroeger slaapmiddelen van produceerden doen nu meer hun werking als zijnde openbaring, en de kunst om uw problemen of zorgen aan te kaarten in de vorm van woorden ipv opgekropte frustratie die tot niets leiden... Of is het lijden?   Ik nam mijn nat washandje uit mijn schoofzak voor hem, samen met een banaan en een blikje cola. “Kom Svennie, zet u eens op de schoot van Bart de kuiper die mss nooit kuiper had moeten zijn. Waarom verkondig je die woorden waar de mensen op een koopzondag in Antwerpen massaal van gaan lopen, als ze zo iemand tegenkomen op de Meir?”   Svennie begon over het feit dat er hier in België, en wss nog in andere Westerse landen, moeders met een drugproblematiek kunnen opgevangen worden samen met hun kind in de psychiaterie. Moeder en kind krijgen onderdak en aangepaste hulp aangeboden. Nu idd, daar is niets mis met. Terecht dat deze mensen geholpen moeten worden. Maar ik stel mij een vraag waarom we het normaal vinden als moeders van die faciliteiten kunnen genieten en vaders met dezelfde problematiek dan weer niet? Niet dat een moeder aan “den bruine” een sociaal aanvaardbaar iemand is natuurlijk, maar dat is een vader aan “den bruine” nog minder. De publieke opinie die steeds gerecycleerd wordt leert mij dat er zich alleen maar vragen bij gesteld kunnen worden waar er simpelweg geen antwoorden voor zijn. Kan er mij iemand een vader aanduiden die samen met zijn zoon of dochter in de psychiaterie heeft gezeten toen hij een junkie pur sang was? Lijkt mij onbestaande. Het is normaal dat we denken... “Moeders hebben een intensere band met hun kind, ze dragen het al een ganse zwangerschap”... “Moeders en de baarmoeder? Dat is de natuur.” Of nog van dat gezaag dat alleen maar als geruis mijn oren bereikt.   Ik zal jullie is iets zeggen. En ik zeg nee! Nee, dat is niet normaal dat we zo denken. Het is niet zozeer een gegeven van de kracht van de baarmoeder die een rol speelt, maar wel die van gewoonte. Een vader met eenzelfde probleem wordt verstoten door een maatschappij waarin de grap uitdraait op “the war on drugs.” Gewoonte. Wij, de mensen die gelijkheid als een naïve weerspiegeling van onszelf willen doen uitschijnen om het verdomse zo hard te pamperen dat uw geweten er rein van wordt. Je kan beter uw tong zijn werk laten doen met mijn voorhoofd ipv die sussende woorden uzelf wijs te maken. Niemand is gelijk.   Moeders en vaders zijn niet gelijk. Het zou hetzelfde zijn als we de vraag zouden stellen wrm juist nu net negers slaven zijn geworden vroeger. Omdat ze zwart zien? Omdat het de natuur is? Of is een rassenkwestie waarin er ook geen gelijkheid is niet hetzelfde als de stelling dat moeders en vaders niet als gelijkwaardig bestempeld worden. Rascisten zien ook alleen maar wit zeker? En mensen die rechts haten zijn zelf geen haatdragende mensen zoals diegene waar ze niets van moeten weten.   “Gelijkheid!” roepen we alleen maar als het ons uitkomt. Het is de mop van lesbo’s die zich eigenlijk altijd maar bewust als man willen kleden met de stretch in hun oor van 6mm, skinny jeans, nike sloefkes, een t-shirt van Star Wars, en wax in hun haar. The devil in disguise, die vuile lesbo’s.   Het is een verdomd excuus geworden dat “gelijkheidgezever”... Van die allochtonen moskeekoorknapen die met hun tienen een BMW hebben gekocht, coke verdelen onder de rascistische witte man, alle soorten vlees naar binnen rammen, pinten zuipen, feesten in de la rocca, nog nooit van de Ramadan gehoord hebben,... Zullen zich ook alleen maar als gelijke willen doen uitroepen als ze zich zelf in de rol van geviseerde minderheid profileren. Een klucht.   Over het filosofisch kantje van deze tekst is het dus dat er zich geen zinvolle antwoorden kunnen plaatsvinden in de vraag waarom moeders anders behandeld worden als vaders wnr ze dezelfde problematiek ervaren. Mss ook even een leuk intermezzo, ik zag vandaag op het nieuws dat vrouwen van Saoedi-Arabië eindelijk kunnen beginnen met het behalen van een rijbewijs... Ik ben vooral nieuwsgierig naar waar ze uiteindelijk gaan rijden met den auto? Zou het iets veranderen aan het feit dat vrouwen daar geen kloten... haha vrouwen en kloten... hebben te zeggen? Blij worden ze daar met een pleister op een houten been. Komaan Ann Christy! Laat de boxen maar eens krijsen ginder achter! “Dat heet dan gelukkig zijn! Een autodeur die plots opengaat! Dat heet dan gelukkig zijn! Waardoor je weer hopen gaat! Dat maakt je blij, maakt je blij, maakt je blij!!!!”   Omdat ik, en dus niemand een zinvol antwoord klaar heeft. Wou ik alles betrekken in een heus absurd complot waarom die moeders dus van een zekere voorkeursbehandeling genieten. In één van de geheime afleveringen van FC De Kampioenen bleek dat Oscar en Pico tevens de vaders waren van Marckske, die op dat moment nog geen radio maakte trouwens... Details. Hij is nog steeds verslaafd aan heroïne, wat veel verklaard van de Willy Wartaal die deze nozem al jaren ligt te verkondigen. Oscar sloeg en misbruikte de moeder van Marckske niet alleen, Pico Coppens was er ook bij. Hopeloos na het jaren mishandelen van de moeder zonder naam werd ze zwanger. Tijdens een wilde nacht met deze 2legendes, werd er raak geschoten net toen Boston door de radio knalde met de hit “More than a feeling.” Een toevlucht in heroïne is de moeder fataal geworden, en met Marckske is het nooit goedgekomen. De producenten hebben destijds zo zwaar lobbywerk ineengestoken om er voor te zorgen dat het met de moeders zonder naam nooit meer zover zou komen. Het is toch verdacht dat Oscar van het toneel verdween? En dat Pico Coppens zich na zijn carrière bleef vol proppen met het extract van de papaver in een caravan? Verdacht toch dat deze vaders van Marckske geen passende hulp hebben gekregen? Zo absurd is mijn complot nog niet.   Het is allemaal de schuld van FC De Kampioenen!

Bart Van de Peer
2 0