Lezen

Temidden van opgravingen

Pit De droge wind stuift het dunne zand tussen de poten van de kamelen en mensen houden hun camera’s zo veel mogelijk naar de grond gericht om de lens te behoeden voor krassende korrels, of gebruiken een beschermkapje als ze een foto willen maken. Een vrouw kijkt door een kodakcamera terwijl het zand tegen haar op waait en tussen de knoppen van het toestel blijft zitten. Ze maakt een foto van iets en wil het rolletje doorspoelen, maar dat gaat niet; het mechanisme zit vast. Ze duwt hard tegen het wieltje tot ze iets hoort kraken. De foto is afgedrukt op het negatief, maar het is de laatste foto die ze met het rolletje en met de camera kan maken, tenzij ze de volgende foto over de laatste heen afdrukt.Er is de vrouw met een borstel die een opgraving doet. Boven haar staat de olijfboom waar alleen nog maar pitten aan hangen. Ze zit op haar knieën in een rechthoekige kuil. Een tseetseevlieg stuurt gif haar aderen in. Ze borstelt zand en gruis van een dijbeen af. Rondom haar liggen spullen: een rode schep en een gele emmer, allebei van plastic. Haar handen zijn vies. Ze stelt zich voor dat het haar eigen dijbeen is dat ze schoonmaakt en hoe het zou zijn als ze archeoloog van haar eigen lichaam was. Ze graaft zich niet de wereld in. Ze graaft de wereld. De vrouw is archeoloog, maar in haar hoofd is ze bezig met het schrijven van een sollicitatiebrief om astronaut te worden. Ze telde van kindsbeen af ook al vaak van 10 naar 1 en ook dan was iedereen verdwenen. DijbeenDe vrouw zakt van vermoeidheid voorover met haar borsten op het dijbeen van een dode dinosaurus. Wie zal het steengruis van háár dijbeen vegen, denkt ze. De klemtonen liggen mooi verdeeld over haar gedachte. Soms, als zij haar ogen sluit, dan ziet ze de myriaden draden, zwarte kronkels die door elkaar lopen. Ze weet niet waar het vandaan komt en niet waarom ze er bang voor is. Ze weet ook niet zeker of ze het wel echt ziet. Misschien is er eerst het gevoel en maakt iets in haar brein er vervolgens een beeld bij. Soms denkt ze dat het de dood is die in haar begraven ligt en die zo nu en dan naar buiten sijpelt. De dood als het gekras van een pen om te testen of de pen het wel doet.Niets van al wat in ons zit kleurt altijd binnen de lijntjes. Misschien zijn het gewoon de zwarte krullen voor haar ogen, de kronkels van haar hersenen die zich door haar hoofdhuid hebben geprikt. Maar toch herinnert ze zich hoe ze zich als kind, destijds met minder haar, bang had gevoeld voor hetzelfde, al was de angst toen dieper, grondiger. Nu analyseert ze alles tot ze zich verveelt of tot de ene gedachte tot een andere leidt die niets meer met het voorval te maken heeft.De vrouw met de borsten en de borstel in de kuil ontwaakt met een gebroken dijbeen. Ze blijft nog even liggen op de premoderne tijd. Wat Rilke zei is waar. Je zit in je werk als een pit in zijn vrucht. Dit is dood, denkt ze. Dood, dood, dood.   Einde De vrouw gaat even zitten onder de olijfboom en masseert haar hoofd met een massagespin. Omdat de dinosaurus een bijzondere vondst was, zijn er nu meer mensen met borstels en kwasten bezig bij de olijfboom. Er is ook iemand die een nieuwe greppel maakt, een paar meter naast de oude. Het gaat niet heel snel, want er is maar één schep. Bovendien zullen er nog veel meer van zulke putten bij komen. Een man probeert tevergeefs om over het gat te springen. Hij valt met zijn rug op een stukje wervelkolom of spaakbeen en zijn bloed stroomt eruit. Zij is die man, denkt ze. Het wordt een spel wie als eerste over de sleuf kan springen.De vrouw anticipeert alvast op haar sollicitatie, bedenkt zich dat ze een brief ontvangt dat ze niet is aangenomen als astronaut, omdat ze een eigen vervoersmiddel ontbeert, maar dat ze haar wel willen hebben voor in het observatiecentrum. Ze mag informatie bestuderen die satellieten verzamelen om zo natuurrampen op Aarde te voorspellen. In het koepelvormige gebouw wordt ze verwelkomd door haar begeleider. Er zijn nergens computers of telescopen. Al op de eerste dag voorspelt ze het einde van de wereld, met meteorietinslagen en aardbevingen. Ze maakt er grote gebaren bij, alsof ze iets in zichzelf heeft opengetrokken en iets anders in haar is neergestort. Complex   De vrouw met de krullen ligt onder het zand. De andere leden van de groep graven haar in. Je kunt alleen haar hoofd nog zien uitsteken. Ze imiteert een dinosaurus en duwt haar lichaam naar boven, maar het lukt niet. Ook haar armen zitten vast onder een dikke laag woestijnzand. Ze ligt te diep en dat voelt als een dwangbuis. Haar mond en tong zijn droog. Ze maakt een geluid en het klinkt verrassend dierlijk. Als ze haar willen uitgraven, merken ze dat de rode schep kwijt is. Iemand besluit de schedel van de dinosaurus te gebruiken. Iemand anders gaat vragen of ze een nieuwe schep mogen. Ze krijgen een graafmachine. Terwijl de vrouw wordt uitgegraven, kijkt ze naar de zon. Ze knijpt haar ogen tot eclipsen, probeert overal een lijn omheen te zien, maar alles gaat in elkaar over. In het observatiecentrum voorspelt de vrouw een paar lawines en een hoge golf. De hoge golf is geen ramp, zegt haar begeleider, Het vormt geen gevaar voor de plaatselijke bevolking, Je bent zelf geen ramp, riposteert ze mokkend. Ze zou aan zijn tong willen trekken zodat hij alleen nog niet-talige geluiden kan maken. Hij is vast jaloers omdat ze het einde van de wereld had voorspeld en hij niet. Zou er een natuurramp kunnen ontstaan in dit koepelvormige complex? Een ruzie die groter is dan zijzelf zijn?Tijdens de pauze gaan ze in een kring zitten op de binnenplaats, onder de dennenboom. Ze voeren een functioneringsgesprek. Er valt een dennenappel uit de boom. Een vrouw schrikt en rent weg, waardoor ze de cirkel verbreekt en iedereen maar wat gaat lopen en gaat voorspellen. Er worden stormen voorspeld, vulkaanuitbarstingen en aardbevingen. Iedereen praat door elkaar en iemand van buiten het instituut zou er geen logica in kunnen vinden.Wiel De vrouw wordt uitgegraven door de dinosaurus en ze houdt haar ogen dicht voor het felle licht van de zon. Ze denkt na over het nadenken zelf. Ze ziet het gekras, de warrige draden, en het beeld is realistischer dan haar droom, maar minder echt dan hetgeen ze om haar heen ziet. Als het werkelijk de dood is die doorsijpelt naar haar zintuigen, en het ziet eruit als iets dat in de war is, is de dood dan iets dat niet klopt en de draden met elkaar verbindt tot een Gordiaanse knoop?Het wiel in haar hoofd draait op zijn schaduwzijde, dus vindt ze het wiel opnieuw uit. Dat doet ze door haar gedachte af te breken. Haar gedachten zijn kronkels, omwegen. Als ze moedwillig kortsluiting maakt, breekt ze het oude wiel in twee. Misschien bestaat het leven uit het maken van kortsluitingen, het nemen van paden die korter lijken, totdat je per ongeluk toch een omweg neemt. De levensomweg, denkt ze. Lang nadenken kan ze niet, diep wel.Als dit een strand is, is het wel een heel groot strand zonder schelpen. Je kunt heel ver kijken, maar dan zie je alleen nog maar de overkant van het strand. Aan de horizon zou het begin van het water kunnen zijn. Ze gooit nog een schep zand in haar emmer. Ze gaat liggen op haar buik en kijkt naar een ontbloot stukje van de schedel en de lege oogkas in het midden. Zou er as in het oog van dit beest zijn gevallen nadat de meteoriet was ingeslagen en zou hij dan gehuild moeten hebben? Of zou hij zijn ogen dichtgeknepen hebben en werd hij toen opgegeten door een grotere? Ze breekt het wiel in twee.DonkerDe dinosaurus is in zijn geheel uitgegraven en wordt in grote lakens naar het museum gebracht. Daar gaat haar werk verder. Ze moet een reconstructie maken van hoe de buitenkant, de vacht, er uit moet hebben gezien. Dit vreemde lichaam, denkt ze, is nu het lichaam van haar denken. Het is dierlijk, symmetrisch, in tegenstelling tot haar eigen lichaam, dat zoals bij alle mensen fundamenteel asymmetrisch is. Eén oog kijkt naar buiten, één oog kijkt naar binnen. Eén oog kijkt naar haar handschoen, berekent hoe dik de vacht, hoe lang de staart moet zijn geweest. Eén oog is al lang afgedwaald en is geïsoleerd van de rest van de wereld, bevindt zich in het instituut voor satellietobservatie, ziet de meteorietinslag, hoe de schubben van zijn lijf rechtop gingen staan, hoe het schrok van de klap en op de vlucht ging. ‘Incubatie, excavatie’, mijmert ze hardop. ‘Inhalatie, escalatie’, echoot een andere vrouw met handschoenen naast haar.Het doet pijn op haar rug. Zou het - Haar gedachte wordt afgebroken door een nieuwe, sterkere pijnscheut. Een man komt de vrouwen wat te drinken brengen. Het is de beloning voor hun werk. Ze drinkt een slok van een glas donkere limonade en voelt zich een beetje beneveld worden. Ze loopt een stuk, waarbij het net lijkt alsof ze een kruiwagen vol met water of een andere vloeistof vervoert. Dan breekt het wiel.

Antoine
0 0

Het nieuwe roken

“Naar wat smaakt dat nu?”, vroeg de man. Wijzend naar het toestel waarmee de andere man op het caféterras aan het roken was. Het was zo een e-sigaret. Ingewijden in het nieuwe roken zeggen er ook wel een ‘vaper’ tegen. “Deze smaakt naar koffie. Maar soms rook ik met cappuccinosmaak”, antwoordde de man terwijl hij een wolk uitblies waar een opstijgend vliegtuig niet voor moet onderdoen. Ik moest met mijn handen zwaaien om de damp weg te krijgen, zodat ik mijn vrouw terug naast me zag zitten. “Tja, dat zet de deur natuurlijk open voor andere smaken”, zei ik tegen haar. “Persoonlijk zou ik dan kiezen voor witloof met hesp en kaassaus of aspergesoep.” Het zal er wellicht nog ooit van komen. “Vroeger heb ik gewone sigaretten gerookt”, ging de conversatie tussen de twee verder. “Maar mijn vrouw en ik wilden er vanaf. Helemaal stoppen ging niet. Ik kan het trekken niet laten”, lachte hij.  Die laatste zin had ik eigenlijk niet willen horen, maar het blijft op de één of andere manier een raar zicht. Roken met zo een toestel. Mijn theorie hierover? Dat komt omdat we nog geen acteurs in films of series zien met het apparaat. De gewone sigaret of sigaar was alomtegenwoordig in de bioscoop.  Dat je in cafés en restaurants niet meer mag roken is vanzelfsprekend een zegen. Geen stinkende kleren meer. Geen volle asbakken op de toog. Zo moest ik ooit iets bestellen in een café waar de muziek nogal luid stond. Het was me niet opgevallen dat ik boven een volle asbak aan het roepen was. Door mijn geroep en geblaas kreeg de cafébaas een volle lading sigarettenas in zijn gezicht. Achteraf kon hij er mee lachen. Al heb ik bij mijn bestelling toch die ene zin toegevoegd. “En pak zelf ook iets.”     

Rudi Lavreysen
0 0

Spinnen

Ik vertel mensen vaak hoe gelukkig ik ben, hoe goed alles gaat met Nick. Ik zeg hen dan dat hij echt goed bij me past en me gelukkig maakt. Dat tegen anderen kunnen zeggen geeft me ook een goed gevoel. Maar ik stel mezelf steeds vaker de vraag of dat wel echt zo is. Maakt hij me echt gelukkig?    Ik merk dat hij me goed begint door te hebben. Hij ziet het aan me als ik met iets zit en hij ziet het aan me als hij me blij maakt. Gisteren zat ik met iets en ik wou wel dat hij het wist maar ik wou het hem niet vertellen, dus ik verstopte het. Hij merkte toch op dat er iets was en ik vertelde dus wat er op mijn hart lag. De reden waarom ik het niet wou vertellen was omdat ik niet wou zagen of onzeker wou overkomen want ik weet dat hij daar moeilijk mee om kan. Gisteren reageerde hij echt rustig op wat ik hem zei en stelde me gerust. Het verbaasde me dat hij zo goed met mijn onzekerheid omkon, zo ineens. Maar dat ene gesprek nam natuurlijk niet al mijn zorgen weg.    Ik word zo onzeker als ik bij hem ben en ik kan me niet herinneren dat vroeger bij een ander lief gevoeld te hebben. Ik weet niet wat ik moet zeggen of hoe ik hem moet bezighouden. En ik wil hem zo graag zeggen dat ik hem doodgraag zie maar ik ben bang dat hij het niet terug zal zeggen. Ik weet dat hij z'n best doet en niet kan weten wat er allemaal in me omgaat dus ik probeer niet te veel te verwachten maar los daarvan voelt het ergens niet juist. Ik stuur hem nog steeds niet uit mezelf en wacht altijd tot hij stuurt. Ik zeg vreemde dingen als er stiltes vallen die ik wil opvullen, maar als het niet ongemakkelijk was dan zou dat toch niet nodig zijn? Ik durf mezelf niet te zijn. Is dat normaal? Kan dat ooit nog veranderen? Ik hoop het, maar dan zal ik meer moeten zeggen wat ik voel en dan zal hij dat moeten aanvaarden. En dat is de reden waarom ik hem nooit durf zeggen wat ik voel, dat ik bang ben dat hij daarvan gaat weglopen en het niet gaat aankunnen. Maar ik weet niet of ik dit nog lang aankan. 

Layla Clarke
0 0

Misschien komen we nooit meer terug

“Nee, Jimmy... Dat is echt geen goed idee.”   Ik heb het nog al moeilijk met slechte ingevingen goed te keuren. Niet omdat ik het altijd beter weet... meestal wel. Maar er zijn meningen en visie’s die verschillend kunnen zijn. Ideeën zijn echter het tegenovergesteld, daar kan je beter niet met naar mij stappen. Toch al zeker niet de ideeën waar Jimmy Frey met rondliep toen ik zijn tourmanager was.   Begrijp me niet verkeerd maar de entourage waar deze cultrocker zich door liet omringen was verre van beperkt. Er werd iemand aangesteld voor de persoonlijke catering van hem, die tot in de puntjes voorbereid moest worden. Zo stond Jimmy er op dat zijn boterhammen met salami zonder boter gesmeerd moesten worden en dat het al zeker geen look mocht bevatten. Naast de catering supervisor waren er nog masseurs, die alles optimaal moesten voorbereiden om “the one and only” tot een hoogtepunt te brengen. Jimmy dulde absoluut geen pottenkijkers tijdens zijn prostaatmassage. Maar het werpte zeker zijn vruchten wel af toen hij verschillende podia betrad. Logistic officer had dan weer de taak om alles op tijd ter plaatste te krijgen... Niet alleen de Poolse background-danseressen uit Terneuzen, maar ook gans de entourage, “the one and only” himself, lichten, vuurwerk, een rookkanon. Special guests zoals een stel wilde olifanten, hamsters, nijlpaarden, een anaconda, drie giraffen, zijn parkiet Daisy. Zijn gouden microfoon en bijpassend ivoren statief. De fake zonnenbril van Gucci die hij in Egypte op het strand had gevonden tijdens de opnames van de videoclip “Nick, let me ride on your dick”. Een boek tarotkaarten. En natuurlijk de cowboyhoed die hij van een legende in Lichtaart had gekregen, Bobbejaan Schoepen. Zonder zijn gelukshoed ging Jimmy nergens heen, hij zette de hoed wel af als hij werd aangekondigd om te gaan optreden. Hij wou zich niet belachelijk maken op het podium. Er werd ook een mental coach aangesteld die Jimmy moest motiveren om weer eens een show neer te zetten die de mensen omver deed blazen. De mental coach deed eveneens dienst als personal supplier van speed zodat “the one and only” zich voor het bisnummer “Saragossa” nog even kon oppeppen. Hij had eens gehoord dat Lemmy van Mötorhead dat ook deed, en dan moest Jimmy dat ook maar doen. Hij was niet altijd even vindingrijk, maar zo zijn supersterren denk ik?   Dat kopieergedrag valt niet alleen bij rocksterren te bespeuren, maar ook bij schrijvers. Zo af en toe merk ik eens op dat er veel “wannabe haantjes de voorste” zijn, die vervolgens een gooi doen naar mijn plaatsje, nummero uno, in de lijst van Bekend Schrijvend Vlaanderen.   Biljetten van €500 werden trouwens uitgevonden door Jimmy Frey zelf, zo goed gingen de zaken dat de Europese Unie moest ingrijpen door het beschikbare gamma van 6 bankbiljetten uit te breiden naar 7.   Jimmy kwam na een drukke zondag, helemaal bezweet en koekescheef van de speed, naar mij gestapt. Na optredens in het rustoord “Sint-Jozef” te Haaltert, Café “De Vrede” in Denderleeuw waar er een heus verrassingsfeest werd voorzien voor de jarige voorzitter van de Oost Vlaamse duivenbond, Frans Hermans. En als aflsuiter zong Jimmy voor de derde keer “Saragossa” voor die bende janetten in Aalst die één keer op het jaar in het nieuws komen hoe ze zich anders ook zouden gedragen.   “The one and only” zag het groots... “Bartje!!! Ik wil meer!!! Meer speed!!! Meer van die Poolse trutten die tegen hun goesting staan te dansen!!! Meer giraffen, olifanten, nijlpaarden, hamsters, vuurwerk, lichten!!! Ik wil ook 2 anaconda’s ipv één, en ik wil een groter rookkanon!!!”   “Jim, rustig... ik ben van oordeel dat uw ideeën rotslecht zijn. Maar wat je hier allemaal opsomt kan nog wel eens een realistische uitdaging worden.”   Helemaal verstijfd begon Jimmy mij te kietelen, een beetje te plagen, ik schoot natuurlijk in de lach en kietelde hem terug. Toen het even bedaard was ging “the one and only” verder op zijn elan... “Ik zie het groots Bartje!!! Ik wil optreden op Pukkelpop!!!”   “Nee, Jimmy... Dat is echt geen goed idee.” Repliceerde ik met de nodige angst van deze zot onder speed... “Ik!!! The one and only!!! Zorg wel dat ge verdomse ne laptop hebt gekregen voor uwe nieuwjaar zo dat gij uw miezerige, belachelijke teksten kunt schrijven é snotneus!!! Hebde gij wel een besef dat er verdomse miljoenen jonge knapen zijn die maar al te graag uw plaatsje willen inpalmen als tourmanager van “Jimmy Frey, and the Kumbaya Journey”!!!”   ...     “Luistert Bartje, ik ben al heel tevreden van het geleverde werk van u, en ben u zeer dankbaar dat je bepaalde optredens hebt kunnen strikken zoals het 2de optreden in café “De Vrede” bijvoorbeeld. Maar als gij!!! Mij niet naar Pukkelpop kunt brengen dan stopt onze samenwerking hier!!! Gij met uw groot bakkes altijd, als ik uw teksten zo lees dan zijde verdomse God, krijgde alles voor elkaar!!! Brengt mij naar Pukkelpop of ik garandeer u dat je de laatste tekst hebt geschreven in uw leven!!! Belachelijk ventje!!!”   Jimmy Frey heeft zo zijn kantje als hij onder de stress en speed zit. We kwamen zo eens Chuck Norris tegen toen we in Amerika tourden als voorprogramma van The Prodigy. Chuck wou na het optreden even op de foto met “the one and only”... Wat niet naar de zin was van Jimmy omdat hij een oog heeft voor B-acteurs. Wat volgde was een ultimate stare down tussen deze 2 mannen. De stare down van Chuck Norris is berucht, ik was ervan op de hoogte... Ik fluisterde het nog snel in Jim zijn oor. Maar Jimmy glimlachte eens naar mij. Die glimlach werd alleen maar groter toen Chuck begon te huilen.   Met de gedachte die me nooit heeft los gelaten wist ik dus maar al te goed dat Jimmy het meende. Ik belde meteen naar Chokri, wist hem te overhalen dat een festival georganiseerd door een bruine toch ook wat meer kleur kon gebruiken, hij twijfelde niet en voegde “the one and only” aan de line-up van Pukkelpop toe.   Met een stoet papegaaien om ons heen, trokken we met een circus naar Kiewit. Eens aangekomen op de weide, viel het Jim een beetje tegen dat hij al om 13h moest spelen op de Main Stage. Maar hij was nuchter en dankbaar voor de kans die hij kreeg. We kozen voor dezelfde show die we altijd al hadden performed. Aan succes mag er niet te veel gesleuteld worden.   Na afloop van zijn optreden bleef Jimmy in zijn loge speed snuiven. Koning was hij, en terecht. Hij heeft “alternatief” Vlaanderen laten zien dat er wel degelijk plaats is voor cultrockers van eigen bodem op Pukkelpop.   Ik besloot om de festiviteiten eens onder ogen te komen. Wat maakt nu van een festival als Pukkelpop een statement van liefde, verbroedering, vrede, witte duiven, lelijke poezen, duurzaamheid en bewustheid?   Ik schrok mij een bult toen ik over de festivalweide trok... €15 voor een pintje, €30 voor een hamburger, €50 voor een stuk pizza, €80 voor een chokri-kebap. Tickets kosten blijkbaar maar liefst €7500 voor één dagje genieten van Pukkelpop, en zijn hemel die ze op aarde wisten te brengen. Om nog maar te zwijgen over al die jongeren die er op MD wat staan te knallen en politieke discussies niet uit de weg gaan als ze helemaal “Jimmy-scheef” zijn.   Blijkbaar staat er op het alternatieve gedachtengoed, waar er voor geld geen plaats is, ook een hypocriete prijs.   Ik had mij nu wel iets ander voorgesteld hoor Chokri.   Geef mij maar 4dagen...   Saragossa, Saragossa... Dat is de stad van mijn dromen! Saragossa, Saragossa... Waar nooit de winter zal komen! Je zult je hart verliezen in Saragossa! Voor ’t vrije leven kiezen in Saragossa! Ja, alle wegen leiden naar Saragossa! Misschien komen we nooit meer terug?!

Bart Van de Peer
0 0

Vroeger? Toen ging ik op pensioen.

What’s the story, morning glory?   Verdomse wat heb ik met dat veel afgevraagd... Er zullen veel verklaringen zijn wat de betekenis nu juist is van het geweldige nummer van Oasis. Volgens sommigen, verwijst de titel naar een ochtenderectie. Er kunnen natuurlijk ook andere interpretaties gevormd worden zoals een verslaafde die zijn coke aan het versnijden is op een spiegel. Maar dat vind ik niet echt gepast omdat ik als één van de weinigen hipsters beschouwd kan worden die nog nooit een lijntje naar binnen heeft gesnoven. Maar! Over ochtenderecties kan ik zeker meespreken! Niets zo leuk dan smorgens wakker te worden met een beenharde pekker, om hem vervolgens bloedserieus te vragen “What’s the story, morning glory?”   Ik geniet er van, echt waar. En ondanks dat ik de grap zelf ben, en ironie zo wat een oplossing biedt voor alles... Ben ik mij er nog wel bewust van dat er tijden zijn geweest dat hij niet altijd Piet Paraat heeft gestaan. Het zou trouwens nog een leuke zomerhit kunnen worden. “Piet Paraat, Piet Paraat. Schip ahoy, hoy, hoy... Dat is jouw kameraad... Schip ahoy, hoy, hoy. Met zijn pik de Harde Schuit vaart hij alle dagen uit. Piet Paraat, Piet Paraat, Piet Paraat!!!”   Dat ik net nu als hobbygoeroe beschouwd kan worden valt mij bijzonder zwaar, want ik had er in mijn meest depressieve periode wel iets met kunnen doen om antwoorden te vinden in de spiritualiteit, in plaats van drank en medicatie. Verdorie wat heb ik het toch goed kunnen begaaien, snap niet dat mijn zelfbeeld zo laag was, en nog steeds een beetje is. Dat ik zelf dat niet als iets kon beschouwen wat ik echt goed kon. Begaaien, weglopen van alles, me even verstoppen voor die boomerang, mezelf sussen dat het gwn wel zou goedkomen zonder iets te ondernemen. Good old days. Sarcasme en ironie vieren hoogdagen op azerty, tenminste als je werelds beste schrijver aanklikt.   Maar als er morgen iets mis is met uw vriend “de vleestoeter”, dan maak je u wel zorgen. Niets zou nog een taboe mogen zijn, en zo dus ook niet mijn trouwe metgezel die al gedurende 28jaar tussen mijn gespierde benen hangt te bengelen.   Vroeger toen ik nog voetbalde hier bij de lokale voetbalclub K. Oelegem S.K. kon ik mezelf omschrijven als een karaktervoetballertje. Toen de prijzen tenminste verdeeld werden bij de duiveltjes en de preminiemen. Ik moest het niet hebben van versnufde dribbels, in tegendeel. Een goede pass geven, duels winnen tegen een andere snotter, eens diep gestuurd worden, achter de bal lopen als een volharde spartaan, ... Ik deed het graag, heel graag. Maar mijn eeuwige vijand genaamd “Tijd” zat lustig elk week-end mee te kijken. Genietend wnr zijn tijd zou komen om eens goed te lachen met Bartje. Jaren vlogen voorbij, en zowat iedereen om mij heen ging mee behalve ik.   Typisch.   Blijkbaar had  “Tijd” een pact gesloten met “Moeder Natuur” om mij als allerlaatste in het rijtje te houden om een scheut te geven. Het schaamhaar dat ik nu scheer van mijn pik, kwam er toen maar niet. Tot groot jolijt van mijn ploegmakkers waar “Tijd” en “Moeder Natuur” het niet zo op gemunt hadden. Ik zag ze wel wansmakelijk naar me kijken toen ik na de training of wedstrijd onder de douche ging. De momenten waar ik nu zo zeker van ben, wel die waren er toen helemaal niet, en ik zag ook niet echt licht aan het einde van de schacht, euhm tunnel. Dus ik kapte met voetballen.   Alles bleef natuurlijk aanmodderen bij mij, verdorie toch. Waren de jongentjes van toen ook al geen echte mannen die met hun “zatte 5 pinten verhalen”, brommertjes die racemotors waren, het versieren van meisjes op boerenfuiven, ... Konden uitpakken? Ik kon er natuurlijk niet van meespreken. Hoogdagen waren het voor “Tijd”, toen hij met “Moeder Natuur” een zoveelste vervolg aan het compileren was van “ Wat nu, Bartje?”   Het werd afgezaagd. “Moeder Natuur” verliet uiteindelijk het toneel om dan later nog eens lekker “hallo” te komen zeggen in mijn leven.   Bij mij kost alles tijd, en ik heb verdomse “Tijd” zelf eens goed te kakken gezet toen er na 28jaar de “vind ik leuk meter” verbonden werd aan mijn zelfbeeld.   Ik heb eigenlijk al een soort van leven geleid of gelijd gehad. Ik was na een bepaalde tijd verward door mijn biologische klok die nog op winteruur stond, waarvoor dank meneer “Tijd”. Ik leefde het leven van een gepensioneerde zageman vol zelfbeklag, medelijden, aandachtsperikelen, signalen die nooit zijn aangekomen, boodschappen waar niemand wijzer van werd. Ik was zelfs zo gepensioneerd dat ik geen aandacht had voor mijn floeper, helemaal slap door de medicatie en een libido waar Moeder Theressa zelfs niet geil van wordt. Ik deed met mijn leven eigenlijk ook echt niets want ik was gepensioneerd, ik verdiende rust. Althans dat maakte ik mezelf wijs. Ik rookte, dat deed ik wel goed. Ik was een gedreven roker. Daar werd ik wakker voor. Ik vulde mijn dagen wel met te gaan werken. En dat was dan meer dan genoeg. Ik was gepensioneerd, ik bedoel echt zooo gepensioneerd. Men kan toch niet veel meer verwachten van mij? Zo lui van lui te zijn, dat is verdorie iets vermoeiend.   Alsof het hier allemaal maar om tijd blijkt te gaan, besloot ik om mijn pensioen op te zeggen. Het was de spirituele ik, en nog een tal van debiele verzonnen karakters die me wakker hebben geschud. Maar een vos die zich verschuilt in een beer verliest zijn streken natuurlijk niet helemaal.   Ik heb het verdomse nog altijd moeilijk om op “Tijd” op te staan.   Van een einde is er nog geen sprake.       Nee.

Bart Van de Peer
0 0