Lezen

Begijnen 2.17

Het is zo ver! Eindelijk weet ik  wat ik wil worden: begijn. Hoe ik tot dat besef ben gekomen? Wel, ik zat met een vriendin met een kledingstandje op een tweedehands verkoop. We verveelden ons stierlijk, want zoals dat regelmatig gaat op zo’n evenementen, waren er meer verkopers dan kopers. Gelukkig had mijn vriendin, die van het spirituele type is, de ‘Hapyness’ meegebracht. Dit magazine belooft je de weg naar balans en innerlijk rust in je leven te vinden.  We bladerden  door de pagina’s innerlijke balans en kwamen zo voorbij een artikel over vrouwen en vriendschap. Zo zouden vrouwen al eeuwen, al dan niet gedwongen, de neiging hebben om ‘clubjes’ te vormen. Het rode avondlicht, boekenclubs,  naailessen, Pussy Riot,  The Spice Girls: allemaal verdoken of minder verdoken vormen van feministische bendevorming. Zo ook: de begijnen. Begijnen duiken voor het eerst op rond de middeleeuwen. Het waren alleenstaande vrouwen die binnen de Rooms-Katholieke Kerk deel uitmaakten van een soort van vrije lekengemeenschap. Het verschil tussen begijnen en de beter bekende nonnen, is dat begijnen geen eeuwige geloften aflegden. De enige gelofte die ze aflegden was die van kuisheid. Ook anders is dat begijnen hun geld en onroerende bezittingen mochten behouden.‘Dat is het!’ porde ik mijn vriendin aan.‘Ga jij een gelofte van kuisheid afleggen?’ vroeg ze met opgetrokken wenkbrauwen.‘Kuisheid da’s een ruim begrip,’ antwoordde ik kordaat.Verder in het artikel lazen we dat de laatste begijn ter wereld zou zijn overleden in Kortrijk in 2013.‘Een uitgestorven ras!’ kirde ik opgetogen tegen mij vriendin. ‘Als we snel zijn, dan kunnen we de eerste zijn in een nieuwe generatie van begijnen.’Mijn vriendin gniffelde en schudde met haar hoofd. Later die avond zat ik er toch nog verder over na te denken. Hoe kon het zijn dat in deze tijd waar in de media steeds vaker wordt verteld over het stijgend aantal alleenstaanden, een groepering als de begijnen was uitgestorven?  Was het enkel dat Rooms-Katholieke dat vrouwen tegenhield?  Konden we dat niet gewoon een beetje naar de achtergrond duwen, zodat ook dames met andere geloofsovertuiging zich konden aansluiten? Misschien kon ik wel een nieuw soort van begijnenbeweging stichten? Ik ben ook alleenstaand, verdien ook mijn eigen geld en toch voel ik nu ook niet meteen een roeping om bij een kloosterorde in te treden.  Het lijkt me best gezellig om met een bende dames samen te hokken. Ik zag mezelf ineens al lopen langs de kleine gezellige huisjes die je in een begijnhof vaak ziet. Ik zou stoppen met werken en enkel nog groenten kweken in mijn tuin. De rest van de dag zou ik schrijven en lezen. Wat een geweldig leven! Ik nam mijn computer en zocht op google naar meer info over begijnen om nog meer te weten te komen over mijn nieuwe groep toekomstige vriendinnen. Aan mijn enthousiasme kwam echter abrupt een einde. Mijn oog viel namelijk op de foto’s van deze vrije vrouwengemeenschap. Zwarte gewaden en witte kappen alom. Ze zagen eruit als karakterloze pinguïns. Dit kon niet waar zijn. Ik sloeg mijn laptop teleurgesteld dicht en aaide snel liefkozend met mijn hand over mijn designer outfit. My precious, dacht ik. Geen enkele zelfstandige vrouw zou haar lievelingsoutfit willen missen. Dat en slechts dat, besloot ik, was dus de hele reden van het uitsterven van begijnen.

Ans DB
50 0

Kabouters

Speciaal geschreven voor een lief, klein meisje dat gepest wordt.   Er was eens een klein meisje dat in een groot bos woonde samen met haar mama en papa. Dat kleine meisje had iets speciaals, ze had een wipneusje. Maar heel weinig meisjes hebben zo een neus, echt heel bijzonder. 's Avonds voor het slapengaan kwam haar mama altijd een verhaaltje voorlezen, zij vertelde vaak over de kabouters die 's nachts van haar neusje kwamen glijden met hun ski's, zodat ze ver konden springen. Het meisje was trots op haar neusje! Want bij wie kwamen er nu kabouter 's nachts? Bij niemand, behalve bij haar!   Het meisje had mooie krulletjes en die krulletjes die sprongen altijd vrolijk op en neer bij het spelen. En spelen deed ze graag met haar vriendinnetjes op school! En 's nachts? 's Nachts kwamen nog steeds die kabouters van haar wipneusje glijden, keer op keer. Ze probeerde zelf eens wakker te blijven om de kabouters te leren kennen maar zo slim waren die kabouters wel, die kwamen alleen als ze heel erg diep sliep.   Op een dag was ze weer aan het spelen met haar vriendinnetjes met de poppen, tot dat er een jongetje zomaar hun pop afnam! Wel dat was zeer brutaal van dat jongetje en het meisje zei hem dat ook "Dat mag je niet doen dat is onze pop." De jongen zei "Ik pak die pop af wanneer ik wil!". Het meisje vond dit niet leuk, ze waren net zo fijn aan het spelen! "Dat mag je niet doen! Dat is erg stom van jou!" De jongen werd nog brutaler en zei "Jij bent ook stom met je rare neus!" Omdat het meisje trots was op haar neus zei ze fier "'s Nachts komen de kaboutertjes daarop skiën, bij jou komen er geen kabouters omdat je maar een gewone neus hebt." "Kabouters bestaan helemaal niet!" riep de jongen en liep weg, met hun pop. Het meisje schrok best wel, haar mama zei dat kabouters wel bestaan. Wie had nu gelijk?   Mama kwam haar 's avonds halen en het meisje was een beetje droef. Ze zei tegen mama "Bestaan kabouters echt?" "Ja natuurlijk waarom denk je dat?" "Omdat een jongen zei dat dit niet waar was" "Waarom zei hij dat?" vroeg mama. Het meisje zei "Daarom". Want ze wou mama niet vertellen wat die jongen over haar neus had gezegd, dat die stom is. "Nou", zei mama, "het jongetje is vast jaloers dat jij kabouters op bezoek krijgt"   De volgende dag was het meisje weer aan het spelen met de kindjes van haar klas. Ze hadden een zandkasteel gemaakt en speelden dat ze prinsessen waren. Weer kwam dat jongetje, hij wou graag meespelen en dan zou hij koning zijn. Het jongetje zei tegen het meisje "Jij mag niet meedoen want jij bent maar een stomme prinses die gelooft in kabouters, met je rare neus". Het meisje was verdrietig, haar mama vond haar toch mooi? Waarom hij dan niet? Wat was er mis met haar? Ze voelde zich ook zo lekker niet. Ze ging naar haar juf want ze had nu wat buikpijn. Mama kwam haar halen, het meisje was blij, want thuis vonden ze haar neus zelfs heel mooi! Maar toch voelde ze zich verdrietig want ze speelde ook zo graag prinses met haar vriendinnen. De dag daarna zouden ze met de hele klas naar de kinderboerderij gaan, daar had het meisje zo naar uit gekeken! Zelf had ze een pony thuis staan maar een koe en een ezel had ze van zo heel dichtbij nog nooit gezien. Het was zo spannend! Er gingen zelf mama's mee maar haar mama kon vandaag niet mee. Maar dat gaf niet, mama was vorige keer mee naar de speeltuin geweest met de klas. Ze zag dat de mama van het jongetje wel mee was. Die mama was heel lief voor alle kindjes en het jongetje was vandaag niet stout. Het meisje dacht "Misschien heeft zijn mama verteld dat er wel kabouters bestaan en is hij nu blij."   Mama vroeg haar of ze nog buikpijn had gehad. "Maar nee mama, het was zo leuk!" "Dat is fijn om te horen" zei mama en het meisje vertelde over de ezel die zo een hard geluid kon maken, dat heette balken wat ze een erg raar woord vond voor zoveel lawaai. En dat de koe een natte neus heeft, net zoals een hond wat wel grappig is want een koe dat is net een pony met vlekken en die hebben een droge neus! Die nacht droomde ze dat er ezels en koeien van haar neus kwamen skiën. Wel kleine ezeltjes en koetjes, want anders zou haar neus plat zijn!   De laatste dag school van de week, vrijdag, was er al. In de voormiddag moesten ze kleurtjes nemen en in groepjes tekeningen maken over de kinderboerderij. En ze mochten er zelf al woordjes bijschrijven! De juf schreef ze op het bord en zij mochten ze dan natekenen. Het was erg leuk! Ze had de mooiste kleurpotloden genomen en was vol ijver begonnen met tekenen.Ineens verscheen het jongetje naast haar. Hij zei heel gemeen "Mijn mama vindt ook dat jij een stomme neus hebt en stomme kinderen mogen de mooiste kleurpotloden niet hebben." En hij nam haar potloden af. Het meisje begon te huilen. Ze snapte er niets van! "Geef mijn potloden terug! Ik zeg het tegen de juf!" Het jongetje zei gemeen "Als jij het verteld krijg je straf". "Waarom dan?" vroeg ze snikkend. "Omdat je een leugenaar bent en stom bent en lelijk". Het meisje was zo verdrietig... Ze kreeg ook weer veel buikpijn en even later kwam mama haar weer ophalen. Gelukkig was haar buikpijn bijna over toen ze thuis kwam. Ze zou dan wel in haar eentje kleuren.   's Nachts werd er ineens op haar voorhoofd getikt. Ze openende haar ogen. "Dag meisje met het wipneusje" zei de kabouter, die piepklein op haar neus stond en met zijn ski in haar voorhoofd had geprikt om haar wakker te krijgen. Het meisje schrok een beetje maar de kabouter was zo grappig! Hij had een dikke lange muts op en een wollen mantel en aan zijn rode neus hing een druppeltje water, dat uit zijn neus kwam. Hij haalde een zakdoek uit zijn broekzak, bijna zo groot als zichzelf, en snoot luidruchtig zijn neus. "Excuseer meisje, even mijn neus snuiten, het is hier ook zo koud!!" Het meisje giechelde "Het is hier helemaal niet koud!" "Jawel hoor, zie je de sneeuw niet? Zonder die sneeuw kunnen we niet van je neusje skiën." En inderdaad, er lag een klein laagje sneeuw op haar neus! Het meisje vroeg "Waarom maak je mij wakker? Jullie komen toch alleen als ik diep en diep slaap?" De kabouter zei "Normaal gezien wel maar je bent zo verdrietig en daar kunnen wij niet tegen. Kan je vertellen waarom je verdrietig bent?" Het meisje aarzelde want ze wou niet dat kabouter weg zou gaan als hij wist wat voor een stom en lelijk meisje ze wel niet was. De kabouter prikte haar weer en zei bazig "Komaan vertellen! Ik heb niet de hele nacht tijd want ik wil nog wat skiën. En wat je verteld, dat hou ik voor mezelf. Beloofd!" "Er is een jongetje op school" vertelde het meisje "van wie ik niet mag meespelen omdat hij mij lelijk en stom vindt. Hij zegt ook dat ik lieg omdat ik zeg dat kabouters bestaan." "Nou" zei de kabouter "het jongetje is mis hé. Want hier ben ik! Dus kabouters bestaan. Dus als hij zegt dat je stom en lelijk bent, heeft hij ook dat goed mis!" "Je mag niets zeggen tegen mijn mama of de juf! Want ik ben bang van het jongetje!" zei het meisje. "Okidoki" zei de kabouter "maar je moet me wel iets beloven" "Wat dan?" zei het meisje "Ik wil dat jij het je mama zelf vertelt. En je zegt ook wie dat jongetje is. Want jongetjes die niet in kabouters geloven, zijn niet blij. En als jij het je mama verteld, dan kan zij misschien helpen van dat jongetje een blij jongetje te maken". "En als dat niet helpt?" vraag het meisje "Dan slaag je hem zo hard op zijn neus dat hij zelf een wipneus krijgt, dan kunnen we ook bij hem eens gaan skiën"... THE END  

Dana's plakboek
0 0

Terwijl

een radiovereniging oproept vanavond een kaars te branden, zet religie voet aan wal en werpen bipolaire algemeen directeuren van ondernemingen, in de volksmond ceo's genoemd, munten op een groen laken om besluiteloosheid te doen keren, is er een in hoge mate stimulerende vrouwenstem aan de telefoon die informeert naar de stand van de erectie, stapt het merendeel van de reizigers uit, is er plaats voor nieuwe reizigers, waaronder zij, bescheiden lachend, met een beker koffe in de hand en wandelt haar man ondertussen met de hond. Terwijl de nieuwe reizigers met enige ophef telefoons uit de zakken en tassen halen, spuugt hij alvast zijn gal en zegt een ander, plusminus 27,5 jaar, dat-ie onderweg is en de schilders straks misschien wel koffe willen, vraagt zij zich wat Spinoza precies bedoelt als hij 'God', 'Rede' of 'Wijsheid' zegt, blijkt onder zijn alledaagse begrippen een inhoud schuil te gaan die zo revolutionair is dat je jaren nodig hebt om de explosieve kern bloot te leggen, zijn er akkers geploegd, draagt zij, die bescheiden lachende vrouw een ring met een kostbare steen en blijft het voor de tijd dat het duurt ongewis wat hiermee wordt uitgedrukt. Terwijl het mogelijk is een robuuste afvalverzamelaar te winnen met het oplossen van een puzzel, zet de man, die met de bescheiden lachende vrouw van zitplaats ruilde, zijn zonnebril op, maken de naar binnen gevouwen lippen en neergetrokken mondhoeken hem bitter, rijdt de trein over een spoorbrug boven een zesbaansweg waar tien jaar geleden een herdershond werd doodgereden. Terwijl in alle gemoede is afgevraagd of het wonen op een eiland voor de kust voor de lage en middeninkomens nog wel mogelijk is nu de huizenprijzen op die zandhopen tot grootstedelijke hoogte stijgen, hij in zijn burberry met verwijtende nonchalance door het middenpad loopt, trekt de lucht dicht, steekt er wind op en neemt het geloof in Sinterklaas en Zwarte Piet onder de volwassenen toe, schuift het einde van het jaar verticaal door de horizontale tijdlijn, valt het boek open op pagina zes en dertig: The hamster conceived this philosophy by observing that it did not commit suicide. 'I am perpetuating a concious state of being by eating and breathing and thinking and not slitting my wrists,' the hamster thought unexcitedly, 'therefore my philosophy – derived from my actions, wich are pre-philosophical, or something – is that I am a concious being and I want to live, that all concious beings not working towards or in the act of suicide also want to live, and that I should therefore behave in a way that allows the most organisms the best of life.

PP de Noorderman
0 0

PIS, PLAS, POEP EN KAKCONTRACT

Vorige weken ergens in de krant:   “Consternatie in Nederland nu aan het licht is gekomen dat een rusthuis van een concern dat er zeker twintig uitbaat bejaarde bewoners een “plascontract” laat tekenen. Daarin staat dat ze slechts drie keer per dag naar het toilet mogen. Gisteren maakte RTV Rijnmond bekend dat in rusthuis Grootenhoek in Hellevoetsluis, behorend tot de groep Careyn, de bewoners op vaste tijden om 11, 14 en 18 uur naar het toilet kunnen gaan. Buiten deze tijden om is dat niet mogelijk, of doet het personeel daar moeilijk over. Soms moeten bewoners wachten met toiletbezoek totdat het personeel klaar is met de koffiepauze.” Als U in Nederland woont, hebt U dan al samen met Uw uitvaartverzekering, een pamper rekening en een plascontract afgesloten? Als U zulke onzin van onze noorderburen leest, denkt U dan als tachtig jarige al eens twee keer na over dat euthanasiepilletje. Misschien hebt U al eens rondgekeken op welke spoorwegovergang U het best met Uw rolstoelwielen kan blijven steken voor er zo’n zelfmoordexpresstrein U uit Uw plaslijden komt verlossen. Stel je voor dat zo’n plascontract een Europese stelregel wordt! Willen wij, zelfs wanneer we gehandicapt en lichtjes dementerend zouden worden, dan nog wel op deze wijze oud worden, als anderen voor ons gaan beslissen wanneer we mogen pissen en kakken? Je moet maar toevallig in zo’n rusthuis met tweedehands verzorgers terechtkomen. Is dit misschien het begin van het opruimen van de steeds groter wordende bejaardenberg? Oké zulke maatregelen ontspruiten uit het brein van rusthuismanagers met een schrijnend personeelstekort. Ik kan me echter niet voorstellen dat zo’n rusthuisopperhoofd zijn eigen moeder of vader een halve dag met een ‘moeraspamper’ tussen zijn benen zou laten zitten! Dit idee is toch van de pot gerukt! Of juist niet, kak of gene kak, de pot op en wel op de uren die in het contract vastgelegd werden. Terwijl U drukt en tevergeefs wacht tot Meneer de Bruin zich meldt, vermindert U in één keer de werkdruk van het personeel. Als negentig jarige niet-Alzheimer rusthuisbewoonster, die echter niet meer zelfstandig uit haar bed of uit de rolstoel kan, heb je dan toch schijt aan zulke contracten! Je moet maar juist na de verversbeurt van 11 uur de drang voelen opkomen om een bruine trui te gaan breien. Moet je dan wanhopig je laxerende verteerde en gecomposteerde avondmaal zitten terugduwen totdat zo’n Nederlands rusthuis verzorgstertje haar koffiekoek met bakje troost doorgeslikt heeft? Kunt U zich voorstellen hoe het moet voelen als men U, tussen de vooropgestelde uren, met een sompige naar ammoniak geurende pamper in Uw rolstoel hijst en U de gangen richting refter door duwt? Kan U ook reeds voelen hoe U tevergeefs Uw bruintje tussen de contracturen zal proberen terug te duwen? Al staat de sluitspier nog zo strak, aan Uw kont kleeft strakjes kak. Leuk dat Uw lotgenoten, die met U samen aan de 12 u lunch zitten, U al op afstand  kunnen ruiken als U komt aanrijden. Leuk om als U met zijn allen de gehaktballen met puree tussen Uw tanden zit te vermalen, de stront langs Uw steunkousen naar beneden sijpelt. Het woordje smeerpijpen krijgt dan ineens de juiste betekenis, niet?  Toen pissen, plassen werd is het gezeik begonnen! Het Nederlandse plascontract plan lijkt wel een Big Brother bejaardenaflevering. Welke incontinente, gehandicapte, Alzheimer of Korzakov dementerende houdt het langst stand zonder tussentijds onderhoudsscenario? Wie het eerst een plas of een mosterd- bruinkleurige baggervijver onder zijn rolstoel krijgt, vliegt er onverbiddelijk uit. De winnaar wint een persoonlijke toiletverzorgster, inclusief een jaar gratis pampers en mag de WC eend voeren op elk gewenst uur van de dag. Het is onbegrijpelijk dat in een land waar, in het tijdperk van de centrale verwarming, waar kinderen nog nooit een schoorsteen gezien hebben, men zijn hoofd breekt over de Zwarte of de Schoorsteen Pieten en tegelijkertijd met zo’n bejaarden- zeikplan op de proppen komt.  Gehandicapte senioren, AOW’s  en licht dementerede noorderburen verenigt U en vraag massaal in België asiel aan een paar meer of minder zullen de zaak niet maken! Wij hebben hier nog verzorgsters die met plezier Uw pamper zullen verversen!    

Sim
227 0