Lezen

Sorane 01/09 De huurmoordenares

Een nieuw padSorane staart verbijsterd naar het notaboek staart. Meer dan een minuut zit ze daar verstijfd te kijken. Dan valt haar blik op de papieren en leest die de volgende dagen meerdere malen opnieuw. Ze komt ze tot het besef komt dat de schuldigen nog steeds niet geboet hebben. Als het gerecht de schuldige niet straft, dan moet het haar taak zijn om de moordenares van haar ouders haar verdiende loon te geven. Sorane is in tweestrijd, want er is ook de moord op haar pleegouders. ‘Mijn ouders komen op de eerste plaats. Het spijt me, Runa. Ik hou van jullie allebei, maar ik wil dat de schuldigen aan de moord op mijn ouders boeten voor hun daden. Die Teira Monnaan heeft een veel te lichte straf gekregen. Haar dood door mijn hand staat zo goed als vast, maar eerst zal ze mij haar opdrachtgever moeten verraden.’Even kijkt ze op de klok.‘Het is al te laat. Maar morgen boek ik een reis naar Trafar,’ denkt ze.Als ze in haar bed licht kan ze maar moeilijk slapen. De volgende morgen staat een beetje moe op, maar haar besluit heeft ze al genomen. Ze heeft nog een iets meer dan drie weken verlof, voor ze zich weer moet melden. Dus is er nog tijd om naar Trafar te vliegen en terug te keren. Maar ze heeft nog iets belooft aan Gerin, die ze pas kent, die afspraak wil ze nakomen.‘Ik moet toch nog een paar dingen in Mogwan in orde brengen, Straks nog even naar de bank en daarna een ticket bestellen.’ denkt ze.Maar als ze in de namiddag in de bank aankomt, merkt ze niet dat Zuyana en ook haar zus Reysa in de rij wachtenden staan. Beiden zijn verbaasd als ze Sorane zien binnen komen. Ze stapt echter naar een bureau van een bediende die haar lijkt te kennen. Hij staat dadelijk op als hij haar ziet. Ze begroeten elkaar glimlachend. Dan leidt haar door de doorgang naar achter waar belangrijke zaken behandeld worden.‘Ze komt hier zeker haar bloedgeld op de bank zetten,’ fluistert Reysa.‘Bloedgeld? Wat bedoel je’ vraagt Zuyana, terwijl ze naar de bediende staart die Sorane doorlaat.Weer merkt ze die vreemde blik van respect in zijn ogen op‘Die vrouw, dat was mijn stiefzuster. Zij verdiend haar geld met het doden van mensen.’‘Ach zo. Daarom bloedgeld.’‘Juist. Maar ze is mijn zus niet meer.’Zuyana weet niet goed wat te denken. Het lijkt wel of Reysa haar zus Sorane haat. Toch is ze wel even benieuwd waarom Sorane hier in de bank dat bloedgeld beheert. Dat kan ze toch ook in de hoofdstad. En dan die vreemde blikken van verschillende dorpsbewoners. ‘Dat is toch wel vreemd,’ fluistert ze iets te luid.‘Wat is vreemd, Reysa?’‘Je zus. Waarom beheert ze hier haar geld?’‘Ze doet maar, Reysa. Misschien omdat ze niet mogen weten hoeveel bloedgeld ze in werkelijkheid verdient.’‘Dat kan het verklaren. Maar toch?’‘Laat ons erover zwijgen. Je kent haar niet, dus je weet ook niet wat voor een serpent Sorane is.’Zuyana knikt even, terwijl ze Reysa volgt als die een plaats naar voor opschuift.‘Reysa, wil jij even mijn plaats vrijhouden? Ik moet naar de wc.’Sorane’s stiefzus knikt even.‘Maar niet te lang wegblijven, want er zijn nog maar drie mensen voor ons.’Zuyana knikt en haast zich weg. In de gang die naar de wc leidt is ze uit het zicht en ze haast zich naar en klein kantoortje toe, waar iemand zit die ze kent uit haar jeugd.Verbaasd kijkt de jongeman naar zijn vroegere jeugdliefde.‘Wat doe jij hier, Zuyana?’‘Mag ik iets vragen, Damon.’‘Dat mag altijd.’‘Die roodharige vrouw, wie is dat? Ik ken haar ergens van.’‘O, dat is Sorane Cobanon. Zij regelt hier meestal geldzaken voor steundoeleinden.’‘Steundoeleinden?’‘Mevrouw Cobanon steunt met haar geld vele projecten, zonder die steun zou dit dorp geen groeiende kleine stad zijn. Het spijt maar meer mag ik echter niet zeggen.’‘Dat is een streep door mijn rekening, Damon, Ik dacht dat ze een misdadiger was.’‘Die roodharige, een misdadiger. Je maakt grapjes, Zuyana. Ze is een weldoenster. Als zij er niet geweest was, dan was nog steeds arm dorp, waar vele zonder werk zouden zitten.’Even staart Zuyana de man verbaasd aan. Ze weet niet wat te denken. Weldoenster? Wat bedoelt deze man daarmee? Maar dan valt haar iets te binnen. Gerin heeft het soms over het feit dat hij een zekere Sorane dankbaar is voor haar steun aan enkele projecten op zijn werk.‘Ik zie je nog wel, Damon…’Dan maakt ze zich snel uit de voeten en haast zich naar de rij wachtenden.Ze beseft nu pas wat Sorane doet. Sorane is die geheimzinnig vrouw, die Gerin altijd bewondert, want zij financiert zijn onderzoek en ook anderen. Zelfs vele anderen. Als Reysa dat zou weten, misschien zou ze Sorane dan wel willen zien.‘Spijtig dat ik beloofd heb om niets te zeggen. En ik wil haar niet kwaad maken.’Dan merkt ze Reysa op. Snel kijkt ze even om zich heen. Ze zucht opgelucht als ze Sorane nergens opmerkt. De zus van Sorane loopt juist naar het loket toe.Intussen heeft Sorane haar zaken afgehandeld en haast zich naar buiten langs de zijuitgang.Zonder dat ze Reysa en Zuyana opgemerkt heeft, haast ze zich naar een reisbureau en boekt haar vlucht naar Trafar. Die avond zit ze alleen naar de tv te kijken, maar is niets belangrijks op het nieuws en de film interesseert haar ook niet zo veel, dus leest ze het notieboek nog eens na. Als ze de volgende morgen opstaat volgt een lange dag, want Sorane is ongeduldig voor vanavond als ze bij haar twee op bezoek gaat. In de dag heeft haar reis naar Trafar geboekt nog een paar dingen geregeld. Ook heeft ze een geschenkje gekocht voor Zuyana.Stipt om zeven uur belt ze aan bij het Café. Een verbaasde Zuyana doet open en staart de roodharige aan.‘Hallo, Zuyana. Een gelukkige achtentwintigste verjaardag.’Even weet Zuyana niet wat te zeggen. ‘Kom binnen, Sorane.’‘Dank je, Zuyana. Je man wilde verrassen en nodigde me uit om met jullie je verjaardag te vieren.’‘Heeft Gerin je uitgenodigd, dat is weleens iets anders dan zijn gewoon geschenk.’‘Je bent ver van je vrienden in je thuisstad, Zuyana. Omdat je hier bijna niemand zal hij mij wel uitgenodigd hebben, denk ik.’ ‘Dat is zeer attent van hem, maar ik ken hier wel al een paar mensen, zoals je zus, die intussen een goede vriendin geworden is. Maar op mijn verjaardag blijf ik liever alleen bij hem om hem samen te vieren.’‘O, dat wist ik niet.’‘Dat is niets, Sorane. Maar je kan wel blijven. Misschien zorg je voor een kleine verandering in onze gewoonten.’Sorane glimlacht. ‘Als jullie altijd alleen zijn om jullie verjaardagen te vieren, dan is er wel iets verandert,’ glimlacht de roodharige en geeft haar het geschenk.‘Ik zal het open maken als Gerin aankomt, want hij is vandaag veel later dan anders om een presentatie te geven van zijn onderzoek.’‘Wat onderzoek hij?’‘Dat is geheim.’ zegt hij altijd.‘Laat ons snel iets eten, Sorane. Daarna kunnen we gezellig gaan praten, want ik ben benieuwd naar jou famillie.’Sorane knikt en neemt plaats aan de tafel, maar gaat de jonge vrouw helpen met het klaarmaken van het eten. Ze praten lachen en vertellen elkaar geheimpjes. Een tijdje later belanden ze in de salon en Zuyana schenk een lekker wijntje in. ‘Gerin heeft me deze keer wel verrast met jou uit te nodigen, Sorane.’‘Het is al ongeveer elf uur. Je man zal zo wel gaan komen.’‘Mag ik je iets vragen?’‘Doe maar, Zuyana.’‘Ben jij die geheimzinnige geldschietster, waar Gerin het altijd over heeft.’Sorane kijkt de vrouw verbaasd aan. Even speelt ze met de gedachte om nee te zeggen.‘Nee, ik wil geen leugens uit mijn duim gaan zuigen,’ denkt ze.‘Hoe ben je dat te weten gekomen?’‘Ik zag je vandaag in de bank. Maar je werd achteraan binnengelaten als een belangrijke klant.’Even zegt Sorane niets.‘Dit is alleen tussen jullie twee en mij, Zuyana. Dat moet je me beloven. Ik wil niet dat Reysa en Jenan mij uit dankbaarheid vergeven. ‘In orde, het zal iets tussen ons blijven, Sorane. Maar is het niet beter om hen hier ook bij te betrekken.’‘Misschien wel, maar ik kan het niet. Nog niet. Ik ben van plan om te stoppen, maar ik wacht op het geschikte ogenblik.’Zuyana knikt begrijpend.‘Er is nog iets dat je niet weet, Zuyana. Zowel Jenan als Reysa wonen zonder dat ze het weten, in een villa die mijn eigendom is.’‘Wat?’‘Jenan zal kwaad zijn als hij het te weten komt, maar ik denk dat hij wel zal bijdraaien. Maar hoe Reysa zal reageren weet ik niet. Vermoedelijk zal ze in de villa niet meer willen verblijven. Misschien verlaat ze deze streek wel.’‘Dat zou erg zijn.’‘Ik verdien veel geld met elke huurmoord, meisje. Maar al van na de eerste opdrachten wilde ik dat geld niet. Dus ik hielt wat ik nodig had om te leven en het noodzakelijk te kopen om het beroep uit te oefenen. Met de rest richtte ik in dit dorp, dat mij opgevangen had een fonds op om de mensen hier een beter leven te bezorgen.’‘Dat is je gelukt. Want als ik mijn man mag geloven is deze streek helemaal opgebloeid op een paar jaar tijd.’Plots horen ze een wagen stoppen en even later komt Gerin binnen.‘Ik zie dat je op mijn uitnodiging ingegaan bent, mevrouw Cobanon.’Sorane knikt.‘Zeg maar Sorane, Gerin.’‘Ik mag Sorane wel, lieveling. Dank je om haar uit te nodigen.’Even kijkt Gerin naar zijn vrouw en glimlacht dan even.‘Je hebt toch niet te veel geplant vandaag, lieve man van me.’‘Niet echt. Maar jullie kunnen je beiden beter gaan klaarmaken. Ik heb een etentje besteld bij de concurrentie.’‘Wauw. Die zullen wel even verbaasd geweest zijn.’‘Dat is juist, Zuyana. Maar ik heb eens met de eigenaars overlegd en we besloten om van nu af samen te werken.’‘Wat? Is dat waar, Gerin?’Haar man knikt en kijkt Sorane aan.‘U komt toch ook, Sorane.’‘Als jullie beiden mij uitnodigen kan ik het niet afslaan,’ zegt Sorane en neemt haar jas van de kapstok.In de vroege morgen komt Sorane terug in haar villa en kleed zich uit. Even later staat ze onder het lauwe water te genieten. Een paar dagen later stapt ze aan boord van een passagiersschip. Na een reis van tien dagen bereikt ze de planeet Trafar IV. Een dag moet ze hier blijven, want pas morgen moet ze zich aan boord van een ander schip begeven met bestemming Oran II. Zodra ze haar eerste stappen op deze planeet gezet heeft, beseft ze dat ze op het punt staat om een andere samenleving te betreden. De amazone. Het is wel vreemd als de mannen niet naar haar kijken, zoals op Enuron. Gelukkig schijnt de zon, alleen is het hier veel warmer dan op Enuron. Ongeveer vierendertig graden in de schaduw. Trafar is een planeet waar vele rassen samenleven om handel te drijven tussen verschillende sterrenrijken. Hierdoor valt ze niet zoveel op, met haar Enuroonse kledij. Tijdens de dag praat ze met verschillende voorbijgangers en bezoekers van kleine open lucht bars. Het zijn meestal vrouwen, want mannen mogen haar niet aanspreken, zonder dat ze hen uitnodigt. Zo komt ze enkele belangrijke dingen te weten over deze samenleving van vrouwen. De volgende dag vertrekt haar schip precies op tijd. Maar Sorane komt alleen om iets te gaan eten uit haar woonruimte. Gedurende de uren aan boord bestudeert ze de papieren uit het pakje van Runa. Ze wil zoveel mogelijke gegevens in zich opnemen. Plots voelt ze dat het schip afremt en beseft dat ze haar doel bereikt heeft. Toch duurt het nog vier uur voor Sorane haar eerste stappen op de bodem van Oran II doet.Ze moet naar het dorp Nikan in de bergen. Daar leeft de famillie Monnaan. Volgens de teksten moet die agente daar ergens zijn.‘Hopelijk zijn ze niet verhuisd,’ denkt ze.De volgende dag huurt Sorane een wagen en verlaat een half uurtje later de stad. Voor het huis van de famillie stapt ze uit en stapt om zich heen kijkend naar de voordeur toe. Als een oudere man de deur opent, kijkt ze haar verwachtend aan.‘Ben ik bij de famillie Monnaan?’‘Jazeker, Ona.’‘Ik ben op zoek naar uw dochter Teira.’Eerst keek de man haar vriendelijk aan, maar nu verandert zijn stemming. Hij roept zijn vrouw, die naar de deur toekomt. ‘Wie ben jij? Mijn dochter hebben we het huis uitgezet. Ze werd betaald om te moorden, maar werd betrapt.’‘Mijn naam is Sorane Cobanon. Weet...’‘Haar eigen partner moest haar neerschieten, toen ze er vanonder wilde muizen. Spijtig genoeg overleefde ze haar wonden.’Even slikt Sorane, want in de stem van de vrouw ligt heel veel woede.‘Ze moet diep teleurgesteld zijn in haar dochter,’ denkt ze en kijkt de man even aan.Maar die laat het woord aan zijn vrouw over, maar Sorane kan in zijn blik zien dat hij de gevoelens van zijn vrouw deelt.‘Weet u waar ze nu is?’ ‘Nee. En dat kan ons niet schelen ook.’Even kijkt Sorane de man en de vrouw aan.‘Het spijt me, dat ik jullie lastig val, maar ik moet Teira spreken.’‘Ben jij een agente?’ vraagt de man, terwijl zijn zich naar binnen haast.‘Nee, dat niet. Maar ik wil een paar dingen opklaren.’‘Wat is erop te klaren, Ona Cobanon. Onze dochter is schuldig, dat is bewezen.’‘Mijn stiefvader heeft een paar opzoekingen gedaan, Mijnheer Monnaan. In zijn noties zijn een paar dingen onduidelijk. Die dingen kan Teira misschien invullen.’‘Het spijt me dat we u niet kunnen helpen. Misschien Riso, onze zoon, want bij hem heeft die moordenares een tijdje gewoond.’Sorane kijkt de man vragend aan.‘Het spijt me, dat ik me liet gaan, Ona Cobanon.,’ zegt de vrouw die weer naast haar man komt staan.Voor haar man nog iets kan zeggen, zegt de moeder van Teira, terwijl ze naar het oosten wijst:‘Riso woont iets buiten Nikan, Ona. Hij heeft haar geholpen, omdat hij het als zijn plicht beschouwde, al verdient ze het niet.’Sorane kijkt even in die richting.‘Dank u, allebei. Hopelijk vind ik wat ik zoek.’‘Ik hoop het ook, dame.’Sorane stapt naar haar wagen en stapt snel in. Dan rijdt ze weg. Op de voetpadden ziet Sorane hier en daar enkele mensen wandelen. Aan de rand van het dorp stopt ze de wagen nabij twee wandelende mensen en vraagt:‘Weet u soms waar Riso Monnaan woont?’‘Niet echt, Ona. Maar ik denk dat ik hem een paar keer gezien heb, toen hij een rolstoel, waarin een vrouw zat, over de zandweg duwde.’‘Waar was dat?’ ‘Op de weg aan de achterzijde van het derde huis in de richting van het volgende dorp Geonro.’‘Dank u,’ zegt Sorane en rijdt verder.De volgende straat slaat ze af en draait een paar minuten later af, aan het huis op die weg. Langzaam stapt ze uit en kijkt even om zich heen. Op dat moment gaat de deur van het huis dat een tiental meter van haar af staat, op. Een man van ongeveer veertig jaar verschijnt in de deuropening.‘Wie ben u?’ vraagt hij.‘Mijn naam is Sorane Cobanon. Ik ben op zoek naar Teira Monnaan.’‘Mijn zus is hier al lang niet meer, Ona. Ze heeft hier gewoond, tot haar toestand verergerde. Teira bevind zich vermoedelijk in de stad Helinsen.’‘Kent u haar adres?’‘Niet echt. Het opvanghuis waar ik haar naar toe bracht, heeft een paar maanden laten weten dat ze haar naar een andere inrichting gebracht hebben, om haar een betere verzorging te kunnen verlenen.’‘Kent u het adres niet?’‘Nee, Ona. Dat niet.’Sorane kijkt hem even verbaasd aan. Van hun ouders weet ze dat deze man zijn zus alle hulpverleende die hij kon opbrengen en nooit geloofd heeft in haar schuld. Ze knikt echter.‘Dat moet ik haar in Helinsen gaan zoeken.’‘Het spijt me dat ik u niet kan helpen, Ona Cobanon. Maar ik hoop dat u haar vind.’Sorane loopt in gedachten naar haar wagen en stapt om zich heen kijkend in.‘Ze is hier, daar ben ik zeker van. Als het toch niet zo zijn, dan zou hij zeker weten waar ze is,’ denkt ze.Even later rijdt ze achteruit en keert terug naar het dorp. Daar parkeer ze haar wagen op de parking van een hotel en neemt er een kamer. Die avond verlaat ze rond acht uur het dorp en loopt langs de weg achter de losstaande huizen tot bij het huis van de broer van Teira. Zonder dat ze opgemerkt wordt sluipt ze naderbij en kijkt door het venster van de woonkamer. Ze glimlacht als ze de gehandicapte vrouw in een zetel ziet zitten. Teira zit met haar broer te praten. Langs de achterdeur geraakt ze onopgemerkt binnen. Langzaam vordert ze geruisloos in de richting van de woonkamer.‘Je weet toch wie die Sorane Cobanon vermoedelijk is, Riso.’‘Dat zou kunnen, zus. Ze lijkt wel veel op die huurmoordenares die in een paar keer in het nieuws geweest is. Maar of zij deze vrouw is. Dat denk ik niet. Waarom zou zij hier zijn?’‘Je weet toch wat er gebeurd is ongeveer achttien jaar geleden.’‘Hoe zou ik dat kunnen vergeten, zus. Door die vervloekte collega van jou werd je meer dood dan levend naar het ziekenhuis gebracht. Die knalde zo maar drie kogels doorheen je borst.’Even ziet dat Teira haar ogen sluit en even in elkaar lijkt te zakken.‘Dat ben ik niet vergeten, broer. Maar waarom zou iemand mij daarom nu nog opzoeken.’‘Als ik dat wist, dan…’Sorane heeft intussen haar wapen getrokken en een geluidsdemper erop gevezen. Op dit moment stapt ze de kamer en zegt:‘Weet geen van jullie beiden waarom? Je zus, de moordenares van mijn ouders zou dat toch moeten weten.’Teira kijkt verschrikt op en staart naar Sorane. Haar broer wil recht springen, maar kijkt recht in het dreigend gaatje van de loop van Sorane’s pistool.‘Je ouders??? Ben jij de dochter van Elian en Gono. Sorane.’‘Jij hebt het recht niet om hun naam uit te spreken. Jij hebt hun verraden.’‘Nee, Sorane. Dat deed ik niet,’ fluistert Teira, met steeds vastere stem.Sorane richt haar wapen op Teira, terwijl ze recht in haar ogen kijkt. Tot haar verbazing blijft de gehandicapte vrouw haar met vaste blik aankijken. ‘Ik heb je ouders niet gedood, Sorane. Ze werden mijn vrienden in de korte tijd dat ik hen kende.’‘Je moet niet liegen, nu je de dood in de ogen kijkt, Teira Monnaan. De bewijzen waren voldoende, dat wees het onderzoek uit.’‘Dat weet ik, Sorane. Daarom werd ik na mijn genezing, toen ik na tien jaar uit de gevangenis kwam, ook verstoten door onze famillie. Alleen mijn broer hier bleef in mijn onschuld geloven en nam mij op in zijn huis en zijn famillie. Als ik nog kon lopen, dan zou ik mijn onschuld kunnen bewijzen, maar het kan niet.’Sorane aarzelt. Een schot en het is voorbij. Maar ze lijkt niet te liegen. De roodharige kijkt in de ogen van de gewezen agente en beseft dat ze het niet kan. Voor het eerst kan ze een schuldige niet doden, of gelooft ze haar. Ergens meent ze een stem te horen fluisteren.‘Deze vrouw spreekt de waarheid, Sorane.’ Even schrikt ze, want ze heeft de stem gehoord, maar wie zei dat. Waren het haar eigen gedachten of iets anders. Want wat die stem beweert, denk ze zelf ook.Sorane kijkt nog steeds in de ogen van de vroegere agente alsof ze niet kan wegkijken. Even zakt haar wapen naar beneden, in een reflex richt ze het dadelijk weer omhoog. Even buigt haar vinger nauwer om de trekker. Maar ze kan het niet, niet meer nu ze ervan overtuigd is dat deze vrouw niet liegt.Langzaam laat ze haar wapen zakken tot het naar de grond wijst. Riso denkt zijn kans te zien en wil op de roodharige af duiken, maar op dat moment hoort hij haar zeggen.‘Je broer is de enige niet meer die je gelooft, Teira. Jij bent geen genadeloze moordenares, dat weet ik nu zeker. Ik kwam om je te doden, maar je heb geen schuld aan de dood van mijn ouders. Jij zou nooit iemand kunnen doden, zoals ik dat kan.’Riso kijkt Sorane verbaasd aan.‘Dus ben je toch die moordenares die dood voor geld.’‘Ja, mijnheer Monnaan. Die ben ik.’‘Niet zo afwijzend, broer. Sorane is niet zo genadeloos als ze zelf denkt. Volgens de berichten dood ze alleen mensen die misdaden op hun geweten hebben.’‘Dat klopt, maar toch dood ik hen zonder dat ze zich kunnen verdedigen.’‘Ik denk dat zij beter kan gaan, zus. Ze hoort hier niet.’‘Laat haar blijven, Riso. Sorane, hier is de dochter van mijn omgekomen vrienden. Ik wil met haar praten.’Even kijkt Riso zijn zus verbaasd aan.‘Je doet maar, zus. Ik wacht buiten wel.’Meer dan drie uur zitten beide vrouwen te praten over het verleden en het heden. Als ze afscheid van Teira, zegt ze:‘Ik zal de gegevens van Jov en Runa nog eens goed doornemen. Misschien vind ik daar aanwijzingen naar de echte dader, want ik wil de opdrachtgever van jou vroegere Kapitein, Teira.’‘Wees voorzichtig, Sorane.’‘Als je ooit eens op Enuron zou zijn, zoek mij dan op is het dorp Mogwan. Daar besteed ik mijn geld aan nuttige zakken, die de bevolking daar ten goede komen. Misschien kunnen ze daar helpen, zodat ooit je wel weer kan lopen.’‘Zie je wel dat je niet zo genadeloos bent dan je denkt, Sorane.’‘Ik denk dat diegenen die ik gedood heb, daar anders over denken.’‘Misschien, maar zij kunnen niet meer spreken.’Dan valt haar blik op een foto, die op de kast staat.‘Is dat je man, Teira?’De vrouw kijkt even naar de foto en knikt met een droevige blik.’‘Zijn liefde was niet groot genoeg om mij te geloven, Sorane. Hij is intussen hertrouwd, geloof ik. En mijn dochter die daar naast hem staat, die wil niets met mij te maken hebben.’‘Het spijt me, Teira. Ik vrees dat ik je daarmee niet veel kan helpen.’‘Misschien willen ze, als je de echte daders en opdrachtgevers moest vinden, weer met mij praten.’‘Ik hoop het ook, Teira.’‘En je ouders?’‘Die wil ik zelf niet meer zien, Sorane. Ze hebben me verstoten.’‘Teira, vergeef hen alstublieft. De bewijzen waren zo overweldigend, dat ik ervan overtuigd was dat jij de schuldige moest zijn.’Even glimlacht Teira.‘Ik weet niet of ik het kan, Sorane. Maar ik zal je raad opvolgen en het proberen. Misschien kan ik daarna vergeten en weer in het echte leven stappen, in plaats van hier in deze stoel mijn dagen te slijten.’‘Doe dat, Teira en je zal zien dat het leven mooi kan zijn, ook al zit je in een rolstoel.’‘Dank je, Sorane.’Sorane glimlacht even en steekt nog even haar hand op. Dan opent ze de deur en loopt de gang in. Daar hoort ze stemmen. Als ze buiten komt merkt ze een oudere vrouw en een drieëntwintigjarige op. Ze lijken veel op elkaar.‘Vermoedelijk moeder en dochter,’ denkt ze, terwijl ze even naar Riso kijkt.‘Het spijt me van mijn woorden daarstraks, Ona Cobanon.‘Noem mij maar Sorane, zoals vrienden doen, Riso. Ik heb besloten Teira te helpen. Zijn dat je vrouw en dochter.’‘Ja, dit is Damin, mijn vrouw en dat is onze dochter Heneva. U had het daar straks wel even mis. Met u erbij zijn we zijn nu met vier, die ervan overtuigd zijn dat mijn zus onschuldig is.’‘Voor een huurmoordenares ben je wel zeer mooi en aantrekkelijk, Ona Cobanon.’De roodharige glimlacht even en kijkt even naar Heneva, die haar vreemde blikken toewerpt.‘Jij ook, meid. I…Ik.’‘Vergeef mijn dochter, Sorane, ze valt echter op vrouwen. Ik denk dat ze hoopt dat jij ook…,’ glimlacht Demin, die de aarzeling van Sorane dadelijk opmerkte.‘Dat is pech hebben, Heneva. Ik val echter meer op mannen.’‘Spijtig, dame.’Sorane knikt even naar de jonge vrouw, dan wendt ze zich naar haar vader en moeder.‘Ik ga op onderzoek uit, want ik wil de moordenaar indien mogelijk nog steeds vinden. Je zuster heeft genoeg geleden het wordt tijd dat haar onschuld bewezen wordt.’Riso knikt. ‘Dat is juist. Maar als de echte dader erachter komt, dan kan dat weleens gevaarlijk worden.’‘Je hebt gelijk, Riso. Daarom wil ik dat jullie eens een vakantie nemen.’‘Wil je werkelijk dat we ons uit de voeten maken?’‘In zekere zin. Ik ben gevaar gewoon en het is mijn beroep zoals je weet. Ik wil Teira en jullie veilig weten. Ik kan jullie een vakantie in het groeiend dorp Mogwan aanbieden. De inwoners zullen jullie helpen en in het ziekenhuis kunnen ze je zus eens onderzoeken. Met de technieken die ze daar hebben kunnen ze Teira misschien helpen om een meer mobiel leven te leiden.’‘We zullen erover denken, Sorane.’Terwijl Sorane te voet naar het dorp weerkeert, bespreekt het gezin van Riso het voorstel van Sorane met Teira. Die wil eerst niet maar besluit dan toch maar te gaan. Alleen is Enuron geen amazonewereld maar een wereld waar de mannen de baas zijn.Intussen loopt Sorane door de straten, terwijl ze met haar gedachten bij de aantekeningen van Jov zijn. Plots kijkt ze om zich heen en beseft dat ze in de buurt terecht gekomen is, waar de ouders van Teira en Riso wonen. Ze glimlacht even en verandert van richting. Even later belt ze opnieuw aan bij de deur van de famillie.Deze maal opent de vader van Teira de deur en kijkt haar wrevelig aan.‘Mijnheer Monnaan, ik moet iets bekennen.’‘Bekennen, Hera?’‘Ja, ik zocht je dochter, Teira. Niet alleen om haar te spreken…’‘Dat kan ons niet schelen, vrouw. We weten intussen wie je bent. Sorane Nador, een verachtelijke huurmoordenares.’‘Ik mag dan een huurmoordenares zijn. Maar jullie beiden zijn nog veel erger, want jullie hebben eigen dochter veroordeeld. Dat is iets dat ze niet verdiend.’‘Als je Teira bedoeld en ik denk het wel. Die is onze dochter niet meer.’‘Monnaan. Weet je waarom ik hier ben?’‘Nog eens, dat gaat ons…’‘Ik kwam om jullie dochter te doden voor de moord op mijn ouders ongeveer achttien jaar geleden.’‘Dus jij bent die kleine meid waar ze het in het nieuws over hadden. En heb je die moordenares, haar verdiende straf gegeven.’‘Nee, ze is al genoeg gestraft. En dat terwijl ze onschuldig is. Daarvan ben ik nu volledig van overtuigd.‘Onschuldig,’ stamelt de man ontsteld en moet zich aan de deur vasthouden, zo slap voelt hij zich plots.‘Nu heb ik een nieuw doel, de ware schuldige opsporen, die dan zal boeten ofwel door het gerecht ofwel door mijn hand,’ hoort hij de roodharige als van ver zeggen.De man staart haar verbaasd aan en stamelt:‘Is dat echt waar?’‘Zo zeker als ik hier sta, mijnheer Monnaan. Ga naar jullie dochter en zoon toe en praat met hen. Als Teira jullie vergeeft, dan kan je hen vergezellen,’ zegt Sorane.‘Vergezellen? Wat bedoel je?’‘Je zoon en zijn gezin en Teira gaan naar Enuron. Daar zal jullie dochter geholpen worden om weer de vrouw te worden die ze ooit was,’ hoort hij de stem van de roodharige nog.Maar dan keert zij zich om. Dan stapt ze naar het voetpad toe en haast zich in de richting van het centrum van de stad. Verstijfd kijkt de man haar na. Als zijn vrouw komt kijken, schrikt ze van haar man, die zo bleek ziet. Angstig vraagt ze:‘Schat, wat is er? Je ziet zo bleek.’‘We hebben ons vergist, mama. Onze dochter is onschuldig, waren de woorden van die roodharige vrouw. En ik geloof haar.’Even is het stil. Ceri, de moeder van Teira wordt bleek en stamelt dan: ‘I..iik h..oop dat Teira ons vergeeft, Lodin.’‘Dat hoop ik ook, want we hebben haar beiden veroordeeld, zonder naar haar te luisteren.’‘Dan moeten we zo snel mogelijk naar haar en Riso toe. Ik wil hen eindelijk weleens terugzien.’Lodin knikt.‘Ik hoop dat ze ons willen ontvangen, schat.’‘Moeten we haar vroegere man, Kieve, niet op de hoogte brengen?’‘Ik weet het niet, Ceri. Hij is hertrouwd. Als ze hem niet meer wil zien dan…’‘Liese, haar dochter zal ze toch wel willen zien, denk ik. Het is al verschillende jaren geleden.’Even denkt Lodin na, dan knikt hij.‘Ik zal naar hen toegaan. Wil jij een paar dingen in pakken? Zodra ik terugkom gaan we op weg.’‘Hopelijk komt het nog goed tussen beiden.’‘Dat denk ik niet, schat. Je weet dat, Kieve vier jaar een diepe depressie had. Tot hij Worena ontmoette. De laatste maal dat ik hen zag waren ze gelukkig. Liese heeft zijn nieuwe groenhuidige vrouw aanvaardt als haar vriendin, die haar raad geeft. Maar ik vind dat we hen hier moeten in betrekken.’Ceri knikt, terwijl ze steun zoekend naar binnen wankelt. Want het heeft even hard getroffen als haar man. Met trillende handen neemt activeert ze de telefoon en krijgt Kieve aan de lijn.‘Kan je met je gezin naar ons komen? We hebben iets zeer belangrijks te bespreken. Als het kan dadelijk.’Als haar man de salon in komt, kijkt ze hem aan.‘Kieve kan niet weg op het moment. Pas volgende week kan hij zich een dag vrijmaken. We hebben afgesproken dat hij volgende dinsdag. Onze kleindochter en Worena komen ook mee.’‘Wat gaan we hen zeggen? Misschien willen zij Teira niet zien. Je weet dat Liese de laatste maal dat ze hier was, woedend naar haar kamer rende.’‘Ja, dat weet ik. Ze haat haar moeder om wat we dachten dat ze gedaan heeft. We moeten haar en Kieve overtuigen om met Teira te praten. We moeten onze fouten durven bekennen. Ook Liese.’‘Ik hoop dat ze instemmen, Lodin. Want ik weet niet wat we moeten doen als ze niet willen.’‘Maar ik kan niet wachten, Ceri. Ik wil weten of ze ons wil vergeven.’Even kijkt haar man haar aan.‘Dat wil ik ook, maar ik vrees dat haar dat zeer moeilijk zal vallen. We hebben beiden harde woorden gezegd. Als onze zoon er niet geweest was, dan had ze zichzelf misschien om het leven gebracht.’Ceri schrikt van zijn woorden, want ze ziet het gezicht van haar dochter opnieuw voor haar ogen. Nooit heeft ze die blik vergeten. Er stond wanhoop en diepe teleurstelling in die blik vol, tranen. Maar nog iets anders. Ze beseft dat haar man gelijk heeft. Toen ze met een ruk haar rolstoel omdraaide en naar de straat toe rolde, moet haar besluit vast gestaan hebben. Dadelijk dringt het tot haar door, dat Teira toen besloot om er een eind aan te maken. Als Riso zijn zus niet zo hevig verdedigd had, dan hadden ze haar de dood ingejaagd.‘Moge de verhevene mij vergeven,’ fluistert ze.‘Misschien vergeeft de verhevene je wel, Ceri. Maar onze dochter zal dat niet zo snel doen.’‘Dat besef ik ook, Lodin. Maar ik wil haar zien.’‘Dan gaan we morgenvroeg op weg. En keren we ten laatste volgende maandag terug.’Intussen is Sorane een paar straten verder en verdwijnt door de deur van het hotel. Op haar kamer leest ze opnieuw de papieren door en ontdekt verbanden, die zelfs voor Jov verborgen waren, omdat hij ervan uitging dat de bewijzen echt waren.‘Ik wil toch eens weten waarom die agent Evo eraan moest. En waarom schoot die om Teira te doden? Wist zij teveel van hem?’ denkt ze.Met een zo goed als perfect namaak politiepasje stapt ze het politiebureau binnen en begeeft zich naar het kantoor van de Kapitein. ‘Mijn naam is Sorane Cobanon, Kapitein. Ik werd met een oude zaak over een roofoverval met moord als resultaat, belast. Agent Varon heeft daar, volgens het dossier ooit met zijn collega Monnaan aan gewerkt.’‘Het spijt me, agent Cobanon. Agent Varon is dood. Ik moest hem doden toen hij zijn partner, die ik achtervolgde, gewoon drie kogels door haar borst joeg. Waarom hij dat deed weet niemand? Mogelijk weet agente Monnaan waarom hij haar wilde doden.’‘Leeft ze dan nog, Kapitein.’Ja, ze overleefde haar wonden, maar is gedeeltelijk verlamd en slaat soms wartaal uit.’‘Weet u waar ik haar kan vinden?’‘Zeker, ze leeft in een dorp bij haar broer heb ik gehoord, nadat die moordenares haar veel te korte straf heeft uitgezeten, vermoedelijk omdat ze verlamd is. Ik heb het adres hier ergens. Als u wil kan ik het je laten bezorgen.’‘Als dat zou kunnen, want misschien herinnert ze zich nog een paar dingen over het dossier.’De Kapitein knikt.‘Geef je verblijfplaats aan de balie af. Dan zal ik het zo snel mogelijk laten weten. Maar vergeet niet dat Ona Monnaan een corrupte agente was. Door haar schuld zijn twee goede agenten vermoord.’Even kijkt Sorane de kapitein nadenkend aan en knikt dan.‘Zal ik doen. Bedank voor uw hulp, Kapitein,’ zegt Sorane en geeft de kapitein een hand.De vrouw merkt het niet, maar Sorane heeft een kleine microfoon ontvanger op aan de binnenzijde van de mouw van het uniform gekleefd.‘Jij bent van mij, Kapitein,’ denkt ze opgelucht en verlaat het kantoor.De vrouw achter haar kijkt haar spottend aan.‘Je kan goed liegen agente Cobanon, gelukkig maar dat ik mijn mensen Teira laat observeren. Jij was al bij haar en bij haar ouders. Alleen zou ik weleens willen weten wat jij hier in werkelijkheid te zoeken hebt.’Sorane laat haar adres achter en steekt even later de straat over. Hoe het komt weet ze niet, maar ze vertrouwt die kapitein niet. Haar ogen kijken haar onrustig aan, dat is meestal een teken men iets wil verbergen. Juist als ze iets wil bestellen, ziet ze de kapitein uit het politiebureau komen en naar de autoparking van het politie lopen. Snel staat ze op en haast zich naar buiten. Een paar minuten later volgt ze met haar wagen door het drukke verkeer de wagen van de kapitein. Tot haar verbazing rijdt de agente een oprit op van een zeer rijk uitziende villa. Volgens haar boordcomputer is dit een villa van een fractie barones. Zij en haar famillie heersen over een van de grootste en machtigste fracties van de planeet.‘Wat heeft die hier te zoeken. Zo te zien kennen ze haar zeer goed.’‘Sorane schakelt haar armband in en hoort wat er in de buurt van de kapitein gezegd wordt.’‘Heeft iemand van u Sorane Nador ontboden. Zij loopt hier onder de naam Sorane Cobanon haar neus in verschillende zaken te steken.’‘Nee, Kapitein Vorent. Dat niet. Heeft u haar gezien?’‘Ze is zelfs op mijn kantoor geweest met vragen over Teira Monnaan. Alleen weet ze niet dat ik de verblijfplaats van mijn vroegere luitenant laat observeren. Zo wist ik dat zij daar al geweest was en dat terwijl ze aan mij het adres vroeg.’‘Dat is vreemd, maar misschien wilde ze alleen maar zien of u het ook wist.’‘Dat kan, Hera. Maar dat denk ik niet. Ze heeft lang gepraat, maar we weten niet waarover.’Even is het stil.‘We zullen haar even aan de tand laten voelen. Wij hebben haar niet geroepen, dus ik wil weten wie wel.’‘En als ze niet geroepen is, wat dan.’‘Zelfde resultaat, Kapitein. Wie haar neus in onze zaken wil steken, wordt uitgeschakeld.’‘Toch is er iets vreemds, Hera. Hoe heette die vrouwelijke agente, die we lieten doden, ook al weer. Ik denk dat ik het juist heb, Hera. Haar naam Elian Cobanon. Een toeval als dat bestaat niet, denk ik. Dan is ze hier om wat ongeveer achttien jaar geleden gebeurd is. Ze mag zeker niet ontdekken dat wij de opdracht gegeven hebben.’Even denkt Eravna na.‘Dat kan niet anders. Die twee onderkruipers hadden een dochtertje. Hoe die heette weet ik niet, maar ze verdween samen met een koppel dat op haar paste. Als ik het juist heb, moet de dochter van dat koppel van achttien jaar geleden, nu ongeveer 23 jaar oud zijn.’‘Verdomme, die kleine moet Sorane zijn. Ze wil weten wie haar ouders gedood hebben.’Even staart Eravna Kapitein Vorent aan.‘Waarom gaat ze niet achter die luitenante die veroordeeld werd aan?’‘Dat heeft ze, maar ze liet haar in leven. Verdomme, ze weet het. Dat kan niet anders. Er moet daar iets gebeurd zijn, waardoor ze weet Teira Monnaan onschuldig is.De stilte die er dan optreedt, wordt door de stem van Eravna onderbroken, als ze zegt:‘Je vermoeden moet juist zijn, Kapitein. We moeten haar voor zijn.’De kapitein knikt even en reikt een papier aan.‘Hier, Hera. Op dit adres verblijft ze.’Eravna glimlacht als ze het adres leest.‘Kapitein. Uw beloning zal op het einde van de week overgemaakt worden.’‘Dank u, Hera Eravna. Ik ben uw trouwe dienares.’‘Ga nu. Mijn mensen zullen zich om Ona Cobanon bekommeren. Ze weet het nog niet, maar ze is al dood.’Een paar minuten later rijdt de Kapitein weer weg. Twee wagens volgen haar.‘Die zullen wel even zoet zijn, denk ik. Ze weet het nog niet, maar die Hera Eravna heeft haar eigen doodvonnis uitgesproken. Maar deze maal wil ik dat ze weet wie haar haar levenslicht uitblaast,’ glimlacht Sorane met flitsende ogen, die aan de zijkant van de toegang de wagen van de kapitein nakijkt.Onopgemerkt door de bewakers sluipt de roodharige door de tuinen van het landgoed en nadert steeds dichter het huis. Twee mannen merken haar plots op en proberen hun wapen te trekken. Nog voor ze het uit de holster getrokken hebben, zakken ze in elkaar met een gaatje tussen hun ogen. Snel trekt ze hun lichamen tussen de bomen. Dan kijkt ze even spiedend om zich heen, maar ziet niemand. Een paar minuten later dringt ze het grootste huis binnen. Niemand merkt haar op, al is het soms op het nippertje. Zo bereikt ze de garage en knielt even later naast een wagen. Uit haar zak, die ze aan haar linkerzijde heeft hangen, neemt ze een compacte bom en klikt ze vast naast het wiel. Dan haast ze zich naar de volgende en plaatst de volgende bom. Zo gaat ze elke wagen af die er staat en heeft dan nog zes bommen over. Op dat moment laat haar geluk haar in de steek. Drie gewapende mannen verspreiden zich door de kelder en openen het vuur. Sorane kan echter wegduiken en schiet terug. De schoten lokken echter anderen. Sorane trekt zich terug zover ze kan tot tegen de muur. ‘Ik haal het niet meer. Ik kan me beter uit de voeten maken,’ denkt ze als er het alarm weerklinkt.Op dat moment schuift een bijna onzichtbare deur open en drie mannen stappen zwaargewapend naar buiten. Sorane beseft nog meer dat ze in de problemen zit, maar ze geeft het niet op. Op de vloer liggend schiet ze een klein projectiel onder enkele wagens door, naar een paar voorwerpen toe. Als die geraakt worden, vallen ze met veel lawaai om. De aandacht van de drie en enkele is nu op die geluiden gericht.Ze zien echter niets meer bewegen. Dus sluipen ze op hun hoede in die richting, terwijl ze zich verspreiden. Sorane fluistert een verwensing, als ze de deur weer ziet dichtschuiven. Langs daar kan ze dus niet weg. Even kijkt ze aandachtig naar de enige uitgang die ze nog heeft en dat is de weg die ze gekomen is. Maar dat is aan de andere zijde van de garage. Heel haar plan is volledig in duigen gevallen, beseft ze. Alleen hier levend wegraken telt nog. Ze krijgt een idee. De bommen. Maar ze moeten wel dicht genoeg zijn. Kalm wacht ze af en steekt kleine doekjes in haar oren. Intussen loert ze onder wagen door naar de benen van de mannen. In haar rechterhand houdt ze een afstandsbediening. ‘Nu,’ denkt ze plots en drukt de knop in.Een seconde later ontploffen de bommen onder wagens. Verschillende mannen zijn op slag dood, als een wagen in hun nabijheid opgeblazen wordt. Anderen zijn gewond en nog anderen wankelen opzij, niet goed wetend wat er gebeurd is. Sorane haast zich gebukt langs de muur naar de uitgang. Enkelen merken haar echter op in de stof en rookwolk, maar ze reageren te laat. De roodharige kan hen geen kans geven en vuurt dadelijk.‘Zeer goed, Sorane,’ hoort ze plots zeggen.Even kijkt ze angstig om zich heen, maar ziet niemand. Ergens beseft ze dat ze weer een of andere stem hoort. Ze is toch niet gek aan het worden.‘Zeg nog eens iets, stem,’ fluistert ze, maar de stem antwoordt niet.Ze trekt dan maar haar schouders op.‘Ook goed. Zwijg dan maar,’ glimlacht ze en zet zich opnieuw in beweging.Maar als ze de trap oprent is het gevaar nog niet geweken. Er dagen anderen op. In een nis verbergt ze zich, terwijl enkelen haar voorbij lopen. Op haar hoede haast ze zich verder en bereikt de gelijkvloers. Ze ziet niemand en rent door de gang. Maar achter haar gaat een deur open.‘Halt, wie ben jij?’ roept een stem. Dadelijk werpt ze zich opzij en schiet tweemaal in de richting van de stem. Maar iets later schieten de kogels haar voorbij. Eentje raakt haar been, ze voelt de schok, maar heeft niet de tijd om ernaar te kijken. Uit haar tas neemt ze een granaat en activeert die. Een seconde later rolt die naar de plaats toe vanwaar ze schieten. ‘Pas op,’ roept iemand. Maar het is te laat de granaat ontploft een meter of twee van hen vandaan. Op hetzelfde moment veert Sorane op en rent naar de uitgang. Maar buiten zien ze haar rennen en zenden haar kogels achterna. Sorane zigzagt naar de bomen toe. Ze merkt niet dat enkele kogels haar raken, maar op iets onzichtbaars afketsen. Juist voor ze de bomen bereikt, voelt ze een slag in haar rechterzijde en stort neer. Kreunend richt ze zich op en tast naar de wonde. Haar hand is dadelijk vol bloed. Dan hoort ze stemmen naderen en richt zich op. Door de bladeren ziet ze twee mannen dichterbij sluipen.‘Pas op, Ervon. Ze moet hier ergens liggen,’ zegt een van hen, maar dat zij dan ook zijn laatste woorden.Beiden storten zwaargewond neer. Sorane wankelt verder en bereikt even later de plaats langs waar ze op het terrein geraakt is. Tien minuten later laat ze zich in haar wagen zakken, terwijl ze kreunt van de pijn in haar zijde. Als ze de deur achter zich sluit, neemt ze snel haar verbandtas en spuit even later een genezende vloeistof over de wonde langs de voorkant. Aan de achterkant heeft ze iets meer moeite, maar het lukt haar. Hierdoor houdt het bloeden op. Dan schrikt ze echter. Weer hoort ze die vreemde stem, waarvan al besefte dat de stem in haar hoofd huis:‘Het spijt me, Hera. Mijn energievoorraad is nog niet peil.’‘Wie ben je?’ vraagt ze nu, maar krijgt geen antwoordt.Enkele gewapende mannen verschijnen aan de toegangspoort van het domein, een vijftigtal meter van haar vandaan. Ze kijken om zich heen, maar zien haar niet. Snel laat ze zich opzij vallen zodat ze niet te zien is.Maar enkelen van hen komen in haar richting, terwijl anderen naar de andere zijde lopen. Een paar meter voorbij de wagen van Sorane blijven ze staan.‘Bloedsporen. Ze moet hier ergens zijn,’ zegt een van de vier mannen.‘Misschien in een van deze twee wagens,’ fluistert een andere.Sorane drukt snel op de startknop en hoort de motor aanslaan. Voor de mannen reageren, richt ze zich op en grijpt het stuur, terwijl ze op het gaspedaal duwt. Met piepende banden schiet de wagen vooruit.Achter haar weerklinken schoten en de verschillende kogels boren zich in de achterzijde van de wagen. Ook van de anderen zijde schieten ze, maar te laat. Sorane raast hen voorbij en draait de straat tegenover de poort in. Toch hoort ze nog enkele kogels inslaan. Enkelen springen in hun wagen, maar Sorane is een paar straten verder uitgestapt, terwijl de wagen in een steegje achterlaat. Als ze meer dan een uur later de wagen vinden, beginnen ze de omgeving te doorzoeken. Maar al snel geven er het op en keren terug, om verslag uit te brengen.

Jelsi
0 0

Een Vekeman bij de koffie

Een felle junizon ontzegt mij het zicht doorheen het treinraampje waardoor ik naar buiten kijk. Meter per meter krimpt de afstand tussen mij en de twintigste Grote Boekenverkoop van de Gentse bib, terwijl mijn verwachtingen genadeloos groeien. Totdat ze zo hoog zijn als de dikke gevels van de Leopoldkazerne waar ik dadelijk naar binnen zal stappen.   Angstzweet, dat moet het parelvormige vocht zijn dat het stukje voorhoofd onder mijn haarlijn heeft bezet. Een klein leger boekenzoekers bevolkt de nauwe, lange gang van de voormalige legerkazerne. En jawel, ze zijn onstuimig enthousiast en ontembaar ongeduldig. Ze bewaken een schijnbaar oneindige rij tafels, met daarop kartonnen dozen die boeken in zich dragen. Ik zie enkel mensenruggen, terwijl ik zó graag die van de boeken wil zien.   ‘Fictie’, dat lees ik in zwarte stiftletters op de deurstijl die ik binnenglip. Ademhaling! Ik weet: hier vind ik literair geluk, maar velen spelen verstoppertje. Tijd heb ik nodig, en ruimte om de bladzijden te besnuffelen. En dat is precies wat ik doe. Met een slakkengangetje, dat wel. Mijn handen kruipen doorheen de dozen, langs de covers, maar ik laat geen slijm achter. Ik beweeg nieuwsgierig van boekenhoek naar boekenhoek. Moderne tijdschriften en nostalgische encyclopedieën. Engels-, Frans- en Duitstalige romans. Nederlandstalige fictie.   Cd’s, dvd’s en luisterboeken laat ik links liggen. Dat moet wel, want ze zijn een rivier geworden onder een brug van mensen wiens handen tot op hun bodems graaien. Zij nemen hun taak serieus, gaan door tot hun veldslag gewonnen is. Zijn ze op zoek naar dat ene lied dat hun verloren liefde zal overtuigen weer bij hen te komen? Ik vraag het mij af.   Groter kon het verschil met de jeugdafdeling niet zijn. Vriendinnen die rustig boeken uitkiezen voor hun kinders, vaders die zélf dolgelukkig nostalgisch worden van dat ene exemplaar van Tijl Uilenspiegel en moeders die na een toegewijde zoektocht danig bevrijding vinden in een kwartiertje neerploffen in de speelhoek. In de lange gang lijkt de strijd inmiddels gestreden, er zijn kijkgaten ontstaan in de mensenmuur.   ‘Wat had u graag gedronken?’ Voor mij een eerlijke koffie met veel Vekeman. En stilte. De diehards zoeken lustig voort, maar in het knusse salon voor het kleine podium vormt zich een benieuwd publiek. Ik kwam tenslotte niet enkel voor boeken, ik kwam voor het literaire kruit van auteur/cowboy Christophe Vekeman. Zijn gedichten komen galopperend voorbij, bevlogen en ritmisch. Aartsmoeilijk is het, om hierbij de aandacht te laten verslappen. ‘We wachtten, we keken, we kenden geen spijt. We werden, we bleven, we zijn voor altijd.’ Hij schiet met scherp, maar vuurt humoristische en liefdevolle kogels af.   Uiteindelijk vond ik enkele mooie boeken, van jongelui als Paul Baeten Gronda en Vitalski, oude heerschappen als Gerard Walschap en koks die al lang niet meer in de keuken staan. Op de trein naar huis vormen mijn mondhoeken voorzichtig een glimlach. Zinnen zinderen na, terwijl mijn ogen de voorbij flitsende bomen in de schemering proberen vast te houden.

Liesbeth Swolfs
0 0

Met vier in het bedje

Ik weet niet of u ze al gehoord hebt, maar het begint op te vallen. Ik heb de indruk, al is het eigenlijk meer dan een indruk, dat de mensen meer en meer verkleinwoorden gebruiken. Als je erop begint te letten, is het echt opvallend. U moet bijvoorbeeld tijdens de vakantie eens naar het tv-programma “Met vier in bed” kijken. Hierin bezoeken uitbaters van B&B’s elkaars pension en ze geven dan hun mening over bijvoorbeeld de inrichting en de gastvrijheid. Het begint meestal met het springen op de matras om te zien of die wel hard genoeg is, waarna ze op zoek gaan naar een millimeter stof zodat ze daar later iets van kunnen zeggen. Maar we wijken af. Verkleinwoorden, daar hadden we het over. Nee, wacht. Eerst dit. Ik vraag me ook af waar ze die B&B’s toch blijven halen? Het programma loopt nu al enkele jaren en ze blijven maar komen. Goed nieuws voor het toerisme, maar te veel aanbod is toch niet opportuun voor de klandizie, wel?   Maar laat ons bij de zaak blijven. De verkleinwoorden. U moet er echt eens op letten. Ik heb me met een blocnote voor mijn tv gezet en ik ben beginnen te noteren. Ik som het even op: gerechtje, pareltje, activiteitje, koppeltje, eitje (maar die zijn meestal inderdaad wel klein), champignonnetje, huisje, badkamertje (dat was ook aan de kleine kant), nachtje. En toen ben in gestopt met noteren. Ze bleven maar komen, die verkleinwoorden. Je zou zeggen dat het een programma voor kleine mensen is. Trouwens, op het einde van de show moeten ze elkaar punten geven. En dat doen ze met bedjes, echt waar. Het hield niet op. In diezelfde uitzending heb ik een West-Vlaamse uitbater de namen van een ander koppel horen uitspreken als Karientje en Geertje. Ze waren nochtans best groot, die twee. Bovendien moest deze brave West-Vlaming het woord hygiëne uitspreken. Heen hemakkelijke opdracht voor hem.   Maar blij ben ik niet met deze evolutie. We moeten het toch allemaal niet kleiner maken, wel? Het is natuurlijk zo dat je niet verplicht bent om naar dat programmatje kijken. Je kan ook op een ander knopje drukken. Dat heb ik vervolgens ook gedaan. Ik heb maar op het uitknopje gedrukt. Ons tv’tje ging op zwart en ik heb een boekje genomen. Maar de lettertjes waren me echt te klein en toen heb ik mijn brilletje opgezet. En meteen kreeg ik een ideetje. Misschien is het wel goed voor een stukje in de krant.

Rudi Lavreysen
55 0

Dansen

Jarig zijn in de zomer. Op zich verschilt het niet veel van een verjaardag in de winter. Alleen ga je dan minder snel buiten zitten om te feesten. Op een vroege zomeravond heeft tante Frieda ons uitgenodigd voor haar verjaardagsfeest. Ze wordt 69 jaar. Vol ongeduld zit ze in haar tuin te wachten tot we opduiken. Ik heb mijn mopje thuis al voorbereid: “Dag Frieda, ge zit al op hete kolen zie ik.” We wisten immers dat ze voor een barbecue gezorgd had. Ondanks de getelefoneerde grap wordt er toch mee gelachen. Ze gaan van heel jong naar redelijk tot echt oud, de mensen rond de tafel. De kleinkinderen spelen het spek en de satés vliegensvlug naar binnen en wapenen zich meteen met een aantal waterpistolen. De oudere generatie moet er aan geloven. De barbecue wordt bijna geblust. Na enkele terechtwijzingen verhuizen de kinderen met hun wapens voldoende ver van de feesttafel.   Al snel komt die ene verjaardagszin op tafel liggen. “Och, een jaar is niks”, zegt de jarige. Er bestaat geen verjaardagsfeest waarbij die vijf woorden niet uitgesproken worden. Het hoort erbij zoals de cadeautjes en de barbecue in de zomer. Meestel gevolgd door “ja, zeg dat wel, het vliegt voorbij”. Deze keer volgt er een andere zin op. “Nee, twintig jaar is niks”. Het is nonkel Roger die het zegt. “Ik herinner me nog, toen wij klein waren”, gaat hij verder, “dat mensen van 80 jaar stokoud waren. Wij vonden die alleszins stokoud. Dat waren echt heel oude mensen. Nu ben ik zelf bijna zo oud. Het is niet te geloven”. Er is iets van natuurlijk. Je ziet jezelf nooit zo oud als je bent. In je hoofd zit nog die dertigjarige, die volop kan dansen. Zo is ook het bij nonkel Roger. Op zijn 75e heeft hij een hartaanval gehad. Hij is er goed doorgekomen, maar hij loopt er ontzettend verkrampt bij. Alsof hij tijdens die hartaanval alles wou vasthouden zoals het was. Niets willen loslaten. Zoals dat dansen, zijn passie bij uitstek. Ik heb hem altijd gezien met nette witte schoenen. Meteen klaar om een dansje te placeren. “Nee, dat dansen gaat nu niet meer”, zegt hij. “Ik ga nu wel elke week petanquen. Dat lukt nog. Daar laat ik de ballen maar wat dansen.” Het is wellicht de mooiste zin van het verjaardagsfeest. Maar dat zeg ik hem niet. Hij weet het trouwens zelf. Zijn verkrampte lach bewijst het.

Rudi Lavreysen
20 1

Samen op de trein

Er heerst examenstress in huis. Het begint al voor het krieken van de dag, met de  geur van koffie die door de kamers trekt. Het pepmiddel om meteen van start te gaan met de leerstof. Alles nog even goed nakijken, want je weet natuurlijk nooit. Als ze vertrekken wensen we ze tot drie maal toe succes. En als ze thuiskomen, moeten ze altijd diezelfde zin aanhoren. “En? Hoe is het geweest?” Het maakte me vroeger wel eens zenuwachtig, als ik die vraag kreeg, want je kon het minstens twee keer vertellen. Straks, bij de diploma-uitreiking, kijken we terug. Naar die vorig proclamatie. Dan gaat het van “Weet je nog? Toen hij van het middelbaar afzwaaide?”. Toen keken we ook terug, naar de lagere school. Het leek een geweldig grote stap, maar dat is het natuurlijk altijd. Maar ook op dat moment blikten we terug, naar de kleuterklas, toen ze voor het eerst mochten afzwaaien. Met een echt hoedje zelfs. Och, dat op een rijtje zetten, doe je natuurlijk automatisch. Net als in het leven zit je samen op die trein die maar voortdendert. Je stapt van de ene trein op de andere en telkens moet je dat bewijs laten zien. Die Go Pass. Het bewijs waarop geschreven staat waar ze naartoe willen. Er is een deuntje dat ik wel eens neurie, uit een plaat van Tom Waits. Misschien niet toevallig over een trein. "The downtown trains are full with all those Brooklyn girls. They try so hard to break out of their little worlds." Zo is het ook met de mannen. Ze willen zich natuurlijk losmaken, losbreken, zoals wij dat ook ooit deden. En weet je wat? Ze hebben hun bestemming op die Go Pass al ingevuld, maar ze laten het ons nog niet zien. Het is hun Letgo Pass.

Rudi Lavreysen
9 0

Eventjes terug in Afrika

In de trein observeer ik de mensen: een dame zit te lezen op haar e-reader, een jongen zit met koptelefoon naar buiten te kijken, een meneer leest de krant en heel veel reizigers zitten van alles te doen met hun smartphone. Iedere rit datzelfde liedje, ieder voor zich, serieuze gezichten, geen glimlach op hun gezicht, ook geen goedemorgen of zelfs geen sorry als je geduwd wordt. Allemaal op weg naar het werk of naar school, enfin, de meerderheid toch. Iedereen voor zich dus…   Vanavond moest ik voor de laatste keer deze week de trein nemen en voor het eerst heb ik ervan genoten.   Ik zette me neer op een plaats van vier. Meteen daarna plofte er een zwarte goed gevormde vrouw neer met haar zoontje van twee, ze gooide haar valies op het bagagerek en zette haar voet op de stoel naast mij. Dat jongetje begon meteen te lachen, heel mooi kindje trouwens. Plotseling nam de vrouw haar valies van het rek en deed haar valies open op het tafeltje.    Ze pakte al haar Afrikaanse kleren uit haar Afrikaanse valies, ze plooide de Afrikaanse kleren open en vervolgens terug dicht. De valies schoof een beetje van tafel en ik zette ze terug hoe het hoorde. De vrouw bedankte me en toen zag ik het moment om haar te vragen “where are you from” en hup onze babbel was begonnen.     Ze komt van Nigeria, heeft haar familie gezien, haar zus heeft die kleren gemaakt voor haar man en kinderen, ze is nu op weg naar Tienen en ze is hier al vijf jaar. Dit alles vertelde ze met een mooie, verlegen glimlach. Terwijl ik haar hielp met de overvolle valies terug te sluiten, vertelde ik snel iets over mezelf want de trein kwam aan in het station van Leuven. We hadden zeker nog veel meer gebabbeld en dan was het net geweest of we elkaar al jaren kenden.    Het komt erop neer dat de meeste Belgen in hun eentje in dit land leven. Tussen al die drukte vormen ze hun eigen leven en de rest kan hun niet schelen, lijkt het. Huisje, tuintje, kindjes en naar het werk gaan om dat allemaal te kunnen betalen. De Afrikanen zijn daarentegen veel opener en vriendelijker. Ze zien er veel gelukkiger uit dan wij hier ook al hebben ze al veel meer onplezierige dingen meegemaakt. Waarom zijn ze anders naar hier gekomen, denkt u?    Ik vind dat zonde… We zouden zo dankbaar moeten zijn dat we hier in ons landje echt alles hebben om gelukkig te zijn, maar daar staan we nooit bij stil omdat we er zogezegd geen tijd voor hebben.    Dus wanneer u de trein neemt, zeg dan eens goedemorgen of goedenavond, glimlach even als er naar u wordt gekeken, wees hoffelijk en u zal merken dat u daar zelf gelukkiger van zal worden. Uw gebaar zal steeds beantwoordt worden, wees daar maar zeker van.

Inge Lanneau
0 0

Oorlog en vergetelheid

‘Toen die vliegende bom op het stadion viel, zaten wij aan tafel te eten,’ zegt ze. ‘In de keuken stond de soep nog op de stoof. Van de slag viel de deur zo hevig dicht dat we die niet meer open kregen, en vloog het raam van de keuken aan diggelen. De scherven zijn toen allemaal in de soep beland.’   Ook al heb ik net tien keer nagekeken of de opname wel aan het lopen is, toch schrijf ik deze zinnen nog eens op in mijn notitieboekje. Gewoonweg om te voorkomen dat ze verloren gaan.   De dame die voor me zit, is de zoveelste persoon die ik interview. Ik kan de tel niet meer bijhouden. En toch raak ik dit niet beu. In mijn achterzak wacht nog een lijstje met namen van mensen wiens oorlogsherinneringen ik absoluut moet bewaren.   Waarom? Niet omdat ik mijn eigen Oorlog en terpentijn wil schrijven. Of toch nu nog niet. Ook niet omdat ik historicus ben of wil worden. Wel heb ik thuis een diploma liggen waarop staat dat ik leerkracht geschiedenis ben. Dat wil zeggen dat ik ooit les zal geven aan leerlingen voor wie de Tweede Wereldoorlog een stuk dood verleden is, oud en ongrijpbaar.   Zo lang zal het immers niet meer duren voor de laatste personen die de Tweede Wereldoorlog bewust hebben meegemaakt, ons voorgoed verlaten. Dan zal  die oorlog één van die vele namen in de geschiedenisboeken zijn, even ver van ons verwijderd als de Tachtigjarige Oorlog, de Guldensporenslag of de nederlaag van de driehonderd Spartanen bij Thermopylae. Namen waarbij we meteen wapengekletter horen en beelden voor ons zien van gruwel en bloedvergieten, maar zelden van doodgewone mensen als jij en ik. Mensen wiens vroegste jeugdherinnering de aanblik van een bommenwerper door het verluchtingsraampje van het toilet is, bijvoorbeeld. Mensen die in de kleuterschool in Duitsland leerden hoe ze de Hitlergroet moesten brengen, terwijl de crucifix aan de muur vervangen werd door een portret van de Führer. Mensen die als kind op het stort tussen de as van kachels moesten graven naar kooltjes die nog bruikbaar waren, mensen die tientallen kilo’s tarwe of wortelen in hun rok naar huis smokkelden, mensen die rantsoenbonnen gingen stelen en zich dan angstvallig moesten verschuilen voor de Duitsers, gras etend en uit de beek drinkend.   ‘We moeten weten waar we vandaan komen,’ zegt mijn opa altijd als het over het nut van geschiedenis gaat. Hij ging als kleuter te voet naar school door de velden, terwijl de vliegende bommen overscheerden. Door hem ken ik dus nog een aantal tastbare verhalen over die vijf jaar vol verschrikking. Voor mijn kinderen zal dat al minder vanzelfsprekend zijn. Zoals een Afrikaans spreekwoord zegt: ‘Wanneer een oud persoon sterft, gaat een bibliotheek in vlammen op.’ Om te voorkomen dat er voor de volgende generaties enkel verroeste tanks en documentaires in zwart-wit aan de oorlog herinneren, zoek ik nu die mensen met hun gonzende verhalen op. Voor zij die vergeten zijn. En voor ook wij die vergeten zijn.

Felix Sandon
0 0

WANNEER GAAN 'DE GELOVEN' ER EINDELIJK AAN GELOVEN?

Elke week lezen wij in de kranten of horen wij op het journaal wel items waar  spontaan onze broek van afzakt. Als ouders, voor het beginnen van het is eender wettelijke Belgische vakantie, hun schoolgaande kinderen enkele dagen vroeger thuishouden, omdat dan de vliegtuigreizen nog betaalbaar zijn en omdat het dan een goedkoper vakantiebudget betekent, juist dan wil de Minister van Onderwijs dit absenteïsme bestraffen. Als het Islamitische Offerfeest juist voor de eerste wettelijke schooldag in september valt, dan gaan sommige scholen de aanvang van het schooljaar enkele dagen later laten starten!! Begrijpen wie begrijpen kan. Duidelijk twee maten en twee gewichten! Als er in Londen een volledige woontoren afbrandt, is er in einde en verre, zelfs geen eerste minister te bespeuren om met de slachtoffers te praten. Als er een Brit aan een moskee een aantal islamieten omver tracht te kegelen, dan staat daar ’s anderdaags kroonprins Charles op de drempel om met de plaatselijke imam te overleggen. Dit zijn zo van die ‘desintegratiepamperregeltjes’ die de autochtone Europeanen in de gordijnen jagen.   Deze week blies Islamitische Staat hun eigen werelderfgoed, hun toren van Pisa, de scheve moskee van Mosoel op. Het was duidelijk een explosie die van onderaan kwam en geen bombardement, waarvan ze beweren dat de US of de coalitie ze uitgevoerd zouden hebben. Is dit misschien een voorbode van een aantal in de toekomst, IS aanslagen op Roomse kerken? Ach IS strijdertjes, maak geen onschuldige slachtoffers! Ergens in Midden Europa ligt het rijkste ministaatje ter wereld. Daar zit zo’n Rooms Christelijke kliek in een basiliek, volgens de islam ‘ongelovige’ pedofielen, homofielen en seksloze mannen bij mekaar… Oei, oei, Ik werd duidelijk slecht begrepen, want ik las juist deze ochtend in de krant dat een groep terreurbomgordeldragertjes de Grote Moskee in Mekka wilden opblazen. Jezus..ik bedoelde bij MEKAAR en niet MEKKA!Vindt jullie grote baas het nog steeds oké, dat jullie elkaar nu beginnen uit te moorden? Nergens horen wij of ze zelf nog in de moskee van Mosoel aanwezig waren. Het gaat daarboven in de Allah- hemel uitzonderlijk druk worden. Ik kan best begrijpen, dat de 72 maagden, bij het horen dat er weer zo’n 150 à 200 uit elkaar gereten martelaren, naar boven komen zweven om hun orgasmen op te eisen, acute of chronische hoofdpijn of zelfs migraine gaan voorwenden. Of spreekt men al van maagden als het om acht- en negenjarige kinderen gaat?  Zat daar een paar eeuwen geleden toch niet zo’n pedofiele moslim, met een negenjarig kindbruidje in de woestijn de ware islam te prediken? Moesten daarom de vrouwen volledig gesluierd rondlopen omdat hij het aanzicht van een echte vrouw niet kon verdragen?   Wanneer gaan ‘de geloven’ er nu eindelijk eens aan geloven?   Nog nooit werden er zoveel oorlogen gevoerd, waren er nooit meer religieuze vluchtelingen en werden er mensen vermoord, als in de naam van één of ander geloof! Vanaf het moment dat de mensen op aarde kwamen en ze hun één hersencel probeerden te gebruiken, moesten zij in iets bovennatuurlijks kunnen geloven. Zij konden zich niet inbeelden, dat er niets meer na dit leven kwam. Dat zij gelijk waren aan de olifanten, tijgers, koeien, varkens, vogels, muggen en vliegen. Dat, gedaan ook daadwerkelijk gedaan was. Dus als er ergens een schizofrene stemmen horende jandoedel, in een barre zandvlakte wat stond te oreren, zagen ze er onmiddellijk het teken van de hemelgoden in. Al diegenen die daar macht en geld inzagen, applaudisseerden op de achtergrond mee en zochten stante pede naar een welwillende uitgever om een paar  horrorsprookjesboeken uit te geven, die als leidraad door het godvrezend volkje  moesten gelezen worden.  Wie er nadien op het idee gekomen was, dat Roomse Katholieke mannen niet meer mochten neuken, is een raadsel. Welke gezonde man doet vrijwillig afstand van het plezier dat God aan hen geschonken heeft..’gaat en vermenigvuldig U’… Als dan zo’n religieuze kerel, zonder ooit gepijpt te zijn geworden, na jaren van devote onthouding, uiteindelijk de pijp uitgaat met zijn eerste en waarschijnlijk ook zijn laatste orgasme, denk hij dan niet; “Hoc notum nisi me!”  Had ik dat maar geweten! De Joodse, moslim, gereformeerde en evangelische antiseks verenigingsregeltjes, die zeggen dat er voor het huwelijk niet aan elkaar gefrunnikt mag worden, zijn toch werkelijk om te lachen. Eens deze godsvruchtige jongeren het boterbriefje kunnen klasseren, gaan ze als konijnen te keer en proberen op zo’n kort mogelijke tijd zoveel mogelijk toekomstige geïndoctrineerde kindjes op de wereld te zetten, die er dan weer voor moeten zorgen dat hun godvrezende clubregeltjes nog eeuwen blijven bestaan. Hoeveel pretentie moeten deze religieuzen hebben om te beweren dat alleen hun godsdienst de enige echte religie is en hun god de enige ware. Hoeveel arrogantie om te pretenderen dat atheïsten niet kunnen weten dat er geen God en geen hemel is en dat zij dit dan maar eens zouden moeten  bewijzen...Imaging there is no heaven, above us only sky! De ongelovigen moeten het grote niets bewijzen?? Heeft          Einstein soms zo’n een natuurwet uitgevonden? Dit bewijs vragen de vrome simpele van geest, die overtuigd zijn, dat er in de Allah- hemel, telkens een verzameling van 72 nieuwe maagden klaarstaat die hun uiteengereten, gebombardeerde en afgestorven ledematen alsnog moeten proberen te bevredigen. Door joden, die hun volledige leven in functie stellen van het hun beloofde hiernamaals. Door kerkse mensen die nog steeds geloven dat er eeuwen geleden een loebas opstond die water in wijn kon veranderen, die met een simpele handoplegging mensen kon genezen, over water kon lopen, zijn grafsteen kon opzij duwen en vleugelloos ten hemel ging…Ja inderdaad ook de atheïst kan ergens in ‘geloven’; in de natuurwetenschappelijke verklaring en bewezen evolutietheorie. En spijtig genoeg lijkt, volgens ons, de evolutie van de mens stilaan de verkeerde kant op te gaan..terug naar af.   Maar gisteren gebeurde er iets verbluffend, manlief riep God aan! Ik dacht eventjes dat de hemel zou invallen. Wij hadden ons huurautootje ergens geparkeerd en waren met stoeltjes, parasol, pak en zak de lavaheuvel naar het strand afgedaald. We hadden net onze strandstoeltjes opengeklapt, toen manlief zijn short wou uitdoen en aan mij vroeg op ik de autosleutel had..Niet dus..en toen gebeurde het! Manlief riep, God, God, godmiljaarde, God, godverdomme, godjummenas er is een gat in de zak van mijn short. Zonder iets tegen mij te zeggen, keerde manlief terug op zijn passen, klom, terwijl het 35 graden in de schaduw was en met anderhalve revalidatielong terug de helling op. Ik berustte al een beetje in het lot, want door de jaren heen waren er al diverse, petten, truien, mobieltjes, sleutels en autosleutels ergens ten velde verdwenen, maar soms ook wel al eens teruggevonden. Na een tiental minuten stond manlief, als Mozes, terug boven op de berg en wuifde met in de ene hand de autosleutel en aan de andere hand een opwaartse duim..Als je maar hard genoeg roept, helpt God misschien soms wel een beetje, of niet?  

Sim
0 0

PANIEK IN MANDAATJESGRAAIERSLAND

Er gaat een tsunami over het Waalse PS landschap. De kranten en de journaals staan er bol van. Twee ordinaire rode poenpakkers graaiden elke maand in de financiële pot van Samusocial, een vzw waarvoor vrijwilligers gratis werken en geld bij elkaar bedelden om de allerarmsten der armen, de daklozen, te helpen. Deze twee Brusselse sjoemelaars fantaseerden vergaderingen en bijeenkomsten bij elkaar, die nooit plaatsvonden, waar ze nooit ook maar één minuut aanwezig waren en lieten zich hiervoor rijkelijk betalen. Hoe laag kan je vallen om jezelf schaamteloos te laten vergoeden juist op de kap van een zulke arme bevolkingsgroep. Verwachten wij dit van de burgemeester van de Europese Unie hoofdstad, neen. Pikken wij dit van zo’n vrouw die normaal via het OCMW de minderbedeelden moet helpen? Dus is het ook niet verwonderlijk dat de vrijwilligers, de armen en de daklozen een slachtoffervereniging willen opzetten en de ontslagnemende burgemeester Mayeur en de Paraïta geldsnol publiekelijk op de grote markt van Brussel zouden willen lynchen! Ze eisen dat de twee zakkenvullers, de mandaatgraaiende burgemeester alsook zijn mede ‘armoede bestrijdster’ uit alle ambten ontzet worden en voor straf 2 maanden op de straat moeten leven. Zij zullen er persoonlijk op toezien dat ze geen twee keer bij de gratis voedselbedeling kunnen aanschuiven. Wie een put graaft voor een ander… Politiek en poen! Na het Waalse Publifin schandaal ging er al een beerput open en was er al hevige storm over overbetaalde mandaten, maar blijkbaar is er een soort cumulerende politici dat geen schaamte kent. Elke week opnieuw horen we over allerlei regeringsvertegenwoordigers, meestal al royaal goed betaalde mensen, die het toch nog nodig vinden om mandaatjesgeld achterover te drukken. De voorzitter van de Waalse PS, Di Rupo zwijgt in alle talen, denkt er in het Frans het zijne van, broeit op een algemene décumul en hoopt dat de storm ondertussen overwaait, in plaats van eens degelijk de cumulstal uit te mesten. Laurette Onkelinx echter roept en tiert als een volleerd viswijf in de kamer en breekt elk voorstel van de regerende partijen af . Alleen vertelde ze eventjes niet dat ze één van haar kinderen aan een job bij Samusocial geholpen had en dat haar advocaatman, onder het mom van de wet van de privacy, het Samusocial schandaal onmiddellijk met de mantel der liefde wou toedekken. Moet UNIA zich er hier niet mee bemoeien, dat politici hun kinderen via via aan een begeerd baantje helpen? Is dit geen discriminatie naar de gewone man toe? Inmiddels gaat het gerucht dat er al een nieuw Brussels cumulmandaatschandaaltje’ in de maak is bij de Brusselse voedselbedeling. Is Brussel dan toch misschien zo’n Trump’s hellhole? In mijn hoofd kabbelen er al een paar weken een aantal vragen. Wat loopt er mis met de Belgische socialistische partijen. Want laat ons eerlijk zijn, ze hebben door de jaren heen, toen ze in de regering zaten,  ook heel goede dingen voor de arbeiders en de bediendes verwezenlijkt. De vijfdaagse- en minder dan 40 uren durende werkweek. De vakantiedagen, het vakantiegeld en de dertiende of zelfs veertiende maand geldbonus. Vroeger liepen wij trots in de 1st meistoet op de dag van de arbeid. Wat  blijft er nog over van die authentieke linkse partij? De bonden die meer laten staken dan dat ze mensen aan het werk helpen? Vandenbroucke die in een poging tot vernietiging van bewijzen, geld uit de zwarte kas wou verbranden. Mathot, Coeme, Spitaels en Claes die zonder blikken of blozen, wat Agusta helikoptersteekpenningen in hun persoonlijke zakken deden verdwijnen en dochtertje Claes, een vroegere Limburgse burgemeester, die overduidelijk haar vaders genen bleek te bezitten. Galle en Spitaels die er met miljoenen Dassault smeergeld vandoor gingen. De Antwerpse rode Janssens die via Telepolis de sociale zekerheid trachtte op te lichten en Laurette Onkelinx die overheidsopdrachten aan haar eigen man gaf. Het Visa schandaal enz…Teveel rode schandaaltjes die uitkwamen, maar waarvan de rode rakkers geen rode schaamtewangetjes kregen. Zo lang je met andermans geld de royale weldoener kan uithangen zal er steeds een groep burgers in de val blijven trappen.. Maar blijkbaar is de cumulepidemie bij alle partijen toegeslagen en hebben ze allemaal min of meer mandaatboter op hun hoofd. De ene, echte zachte hoeveboter, de andere margarine. Weten die politici nog hoe hoog of beter hoe laag, onze werkelijke private pensioenen, invaliditeituitkeringen of werklozensteun zijn, als ze zelfs niet eens bemerken dat er maandelijks allerlei niet verklaarbare uitkeringen op hun bankrekening bijgeschreven worden? Een deel van de politiekers willen ons ervan overtuigen dat zij een twintig tot veertigtal mandaatjes hebben waar ze gratis voor werken… Gratis, wie gelooft dit nog, maak dat de kat wijs. Als er dan al geen financiële som tegenover staat, dan worden ze lekker verwend met culinaire etentjes, reisjes en overnachtingen op een luxejacht. Alleen de ex-burgemeester van Hasselt geloofde nog in gratis, maar die ging na een ‘sexchantage’ kopje onder. Het is niet echte corruptie maar al die mandaatjes en cumuls bevinden zich toch ergens in een schemerzone. Nadat Brussel een nieuwe PS burgemeester gekregen heeft, die zich borstkloppend als de nieuwe burgervader profileert, horen we dat hij meer mandaatjes in vzw’s heeft dan dat er werkdagen in de kalender zijn. En dan  doet een Vlaamse vrouwelijke socialistische Burgemeester van Hasselt er nog gretig een schandaalschepje bovenop. Na alle verwittigingen van de staatssecretaris van migratie en asiel, slaat zij het negatieve advies in de wind en laat zij Faoud Belcacem, de oprichter van Sharia4Belgium en notoire Syrië soldaatronselaar, in de gevangenis met zijn Jihadbruidje huwen. Het land staat op stelten, want door dit huwelijk zal het een pak moeilijker worden om deze terreurcrimineel, na zijn 12 jaar gevangenisstraf naar Marokko te deporteren, waar hij tevens nog enkele jaren bak te goed heeft. Moet John Crombez, hoofd van de Vlaamse socialistische partij, deze flaterdame niet op het matje roepen? Ik denk dat SPA John, geen nachtmerrieloze nacht meer gehad heeft sinds alle rode schandalen door de journalistiek en de andere partijen uitgespit werden. Hij heeft het zich waarschijnlijk al dik betreurd dat hij zijn arrogante voorganger van de troon gestoten heeft.   Sim,mandaat en cumulvrij     Tenerife 15 juni 2017    

Sim
22 0

CANARISCHE PISPALEN

Het is de allereerste keer dat wij, door omstandigheden, eind mei, begin juni op Tenerife beland zijn. Al de bomen die tussen de witte huisjes en langs de promenades in Los Cristianos, in de winter bijna op sterven na dood leken, hebben plots een explosie van flamboyante rode bloemen. Als de bloemen naar beneden vallen, lijkt het net of de rode loper met rozenblaadjes speciaal voor ons uitgerold werd. Dikke trossen roze rode oleanderbloesems steken fel af tegen de knalblauwe hemel en purpere bougainvillia klimt overdadig tegen alle muren omhoog. Op de wandeldijken kuieren echter behoorlijk minder toeristen dan in de winter. Eind mei en begin juni is duidelijk voor Tenerife het dode seizoen. Verschillende restaurantjes zijn voor de jaarlijkse vakantie gesloten. Overal zijn diegenen die achtergebleven zijn aan het renoveren geslagen en herstelt men de zwembaden die er nu wat droog en verlaten bijliggen. Ook ziet men nu amper seniorenoverwinteraars, die gehandicapt of niet, met tandemrolstoelen als F1 kamikazepiloten tussen de wandelende vakantiegangers, de dijk afzoeven. De meeste toeristen zijn nu jongelui en jonge gezinnen met kleutertjes. Begin juni  werd er echter een nest Britse toeristen, van het slag dat de toegang tot Mallorca en Ibiza verboden werd, op de Tenerifse wandeldijken losgelaten. Mannen, vrouwen, jong of oud, allemaal hebben ze de meest idiote tekeningen en krabbels op hun huid gezet. Volledige armen, benen, ruggen, buiken en zelfs hoofden zijn met Chinese inktpatronen vol geklad. Grote christelijke kruizen, Maria afbeeldingen,de Engel Gabriël, diverse bloemen en Chinese lettertekens  zijn het meest geliefde onderwerp. Als er één voorbij slentert zonder zwart blauw geklieder ergens op zijn lichaam, wordt hij als een unicum aangestaard. Maar deze volledig blanke spierwitte Brit is dan ook meestal na één dagje zonnen kreeftrood. Volgetekende voetballertjes look a likes, met gebleekte kuiven, lopen trots hand in hand met hun sexy partners, die met een string aan en twee vol getatoeëerde kadetten, als in hun blote kont over de wandeldijk paraderen. Daarachter waggelen de horizontaal uitgezakte tattoo-Jerommekes die met hun armen alleen in grote accolades rond hun lijf kunnen zwieren, met hun Britse volgekrabbelde Rubensvrouwen. Zij vonden elkaar duidelijk niet op Tinder maar op de “More drawings and fat” app. Met hun blote bovenlijven en vet kwabberende bikinilijven laten dit plat en onontwikkeld zootje zich respectloos op de restaurantterrassen neerzakken. Nu ben ik zelf niet meer van de jongste en de magerste, maar wat je hier op de promenade aan tonnen vol getatoeëerde lijven ziet voorbij waggelen, grenst aan het ongeloofbare. Ook grote groepen ordinaire Engelse verhitte vrijgezellen zwalpen in verschillende stadia van dronkenschap en ontbinding luidruchtig voorbij. Als dit het niveau is van de doorsnee stemgerechtigde Brit, dan begrijpen wij hoe de Brexit tot stand is gekomen. Manlief merkt op dat het alleen de blanken zijn die zich als stripleesboeken laten volkliederen.  Gat in de markt voor de tattooshop die alleen met witte verf de zwarte Afrikanen gaat tatoeëren! De tattoe- bacterie is nu zelfs al op de Spanjaarden overgeslagen. Geen enkel jong lichaam is nog ongesigneerd.  Ook in de meeste souvenirwinkeltjes is het veel stiller. Pakistaanse of Indische verkopers trachten je met “hello my friend” de hand te schudden en je op die manier hun shop in te sleuren. Zoals trouwens in heel Europa, is het Canarische wagenpark echter de laatste 5 jaar behoorlijk toegenomen. Enkele jaren geleden reden wij nog praktisch alleen over de snelweg, maar zelfs nu, terwijl er een pak minder junitoerisme is, staat men soms behoorlijk in de file. Een parkeerplaatjes vinden,waar we vorig jaar nog blindelings naartoe reden, is nu al een huzarenstukje geworden. Zij aan zij staan de kleine autootjes, als mini crematoriumoventjes, in de felle zon te schitteren. Nog een jaar of twee, drie en men kan ook hier al voor woon-werk-verkeer de elektrische fiets gaan promoten. De oorspronkelijke naam van de Canarische eilanden, was Canariae insulae , wat “hondeneilanden” betekent. De Spaanse locals krijgen het klaarblijkelijk beter en beter. Dat zie je ook aan het aantal honden, die als een echte plaag jaarlijks aangroeien. Eén hond is geen, minimum één voor madame en één voor mijnheer. Nu hebben ze eindelijk de zieke en zwerfkatten aangepakt, maar nu zie je een hondenepidemie ontstaan. Niet in de toeristische centra, maar daar waar de Canaries zelf wonen is een hond hebben een gegeerd statussymbool geworden. Zo zagen we al een paar dagen een man met aan elke hand twee honden door het Chayofita-complex wandelen. Je denkt dan spontaan aan een hondenwandelaar, die voor een kleine bijdrage de blaffende hartendiefjes bij hun respectievelijk minder mobiele baasjes gaat ophalen en ze dan na het obligate kakje en pisje  terug bij ze afgeleverd. Niets is minder waar. Het is zijn eigen roedel! Ach zijn eerste hondje had zo’n verlatingsangst en blafte de buurt bij elkaar toen baasje eens iets zonder hem wou ondernemen. Hoe zielig, vlug een tweede hond bijgekocht. Maar in plaats dat ze elkaar bezighielden, jankten ze nu allebei zo hartverscheurend hard, dat er klachten van de omwonenden kwamen. Misschien dat een derde lieverd soulaas zou brengen. Nu werd er in een driekoppige canon jankend, keffend en blaffend tekeergegaan. Eens proberen met een vierde joekel? Als deze man een derde arm gehad had, dan liep hij vermoedelijk met een kudde van zes rond. En overal kakken en pissen. Het zand rond de palmbomen, de lantaarn- en wegwijzerpalen zijn ondertussen onderaan echte wegrottende en weggeroeste pispalen geworden. Als je al een hondenbezitter met een vol kak plasticzakje ziet rondlopen, dan is dit meestal een inwijkeling die deze norm en gewoonte vanuit zijn thuisland meegebracht heeft. Verschillende muurtjes worden duchtig afgesnuffeld. Pootjes gaan om beurten omhoog en tegen de afscheiding ontstaat er een urinekleurige driehoekige opgedroogde waterval die vettig en naar ammoniak stinkend op het voetpad doorloopt. De meeste Spanjaarden hebben er letterlijk schijt aan dat hun honden overal een drol leggen. Liefst een grote stinkende hoop op de witte tegeltjes vlak voor je deur. Gelukkig worden de viervoeters op de stranden verboden, want hier aan de Costa del Sol, aan de gele rots, waar het in de winter zo zalig rustig kan zijn, is het inmiddels in de weekeindes een hondenzwemparadijs geworden. Je wordt er horendol van de blaffende honden die hun zwemmende baasjes niet achterna durven springen of die elkaar naar de strot vliegen. Als de Canaries uit werken gaan worden die arme dieren jankend een ganse dag in de kleine appartementjes of op terrasjes achtergelaten. Wij hebben een totaal ander begrip van dierenliefde. Wie voor een paar weken aan de Costa del Sol op Tenerife verblijft, wordt zonder probleem een notoire hondenhater! Neen, een hondenbaasjeshater

Sim
81 0

TERUG VAN WEGGEWEEST

Alle twee halen wij sinds een paar dagen opnieuw opgelucht adem. Manlief omdat hij na de ‘door het oog van de naald- longoperatie’ nu daadwerkelijk opnieuw beter begint te ademen en ik omdat de stresschaos in mijn hoofd eindelijk begint op te lossen. Het leek alsof ik samen met manlief 6 uur onder narcose geweest was, want de connecties in mijn hersenen lieten het afweten. Ik voelde me net een jonge indommel- dementerende waarbij de meest simpele en gewone woorden niet meer herinnerd werden. Verhaaltjes schrijven leek niet meer te lukken en dat er voor mij een eventueel  ‘Hugo Clauske ‘op de loer lag, maakte me onzeker en angstig.  Als manlief platligt, zie je dat er bij de operatie een rib afgezaagd en weggenomen werd. Gelukkig heet Raymond, Raymond en geen Adam, want stel je voor dat ze tegelijkertijd van deze rib een smakelijke ronde blonde bijbel Eva- met- een- vijgenblad gecreëerd hadden, dan had ik het met mijn 65 jaren wel kunnen schudden…  Maar nu zitten we terug in ons huurhuisje op Tenerife, vijf maanden later dan gepland maar de oceaanlucht doet ons beiden duidelijk goed. Onze Duitse gehandicapte drankorgeloverbuurman houdt zich tot hiertoe kalm en zijn zuiplapkameraden lopen niet meer in en uit. Tot hiertoe horen we zijn luide namiddagmuziek, waarmee hij de doden en doven terug tot leven daverde niet meer. Wij beleefden samen met onze buurman, in de winter van 2016, zijn persoonlijke kristalnacht. Er werd onophoudelijk door mogelijke drugkopers op zijn deuren en ramen geklopt en er waren de oeverloze nachtelijke ruzies met zijn toenmalige gedrogeerde crapuulvriendjes die ’s nachts zijn televisietoestel gemolesteerd hadden. Daarna volgden de bezoekjes van de syndicus van het Chayofita- complex, politieagenten en de deurwaarder. Wij hadden al gehoopt dat men de alcoholmof uit het huisje gezet had, maar nu staat er een spiksplinternieuwe scootmobiel voor de deur met aan de zijkant twee knal fluo roze krukken. Misschien loopt (rijdt) hij nu de deur plat bij de plaatselijke AA Canarias, is hij gestopt met drugs dealen of heeft één van zijn lieve vriendjes misschien zijn CD speler in de prak geschopt. Het enige dat wij nog horen is zijn Duitse nieuwsjournaal en zijn dagelijkse soapaflevering. Allemaal prima, eindelijk rust.. dachten wij. Twee huisjes verder hadden een paar Spaanse ‘dierenvrienden’ een grote doghond op een terrasje van circa 2m⊃2; in de hete zon opgesloten. Zijn hondenkop kwam juist boven de balustrade uit. Het dier jankte en blafte zonder ophouden. We werden er gek van!  Ik voelde na enkele uren mijn ‘Michael Douglas falling down’stresspeil opnieuw tot ongekende hoogtes stijgen. Nu hadden we geen last van een lawaaierige Duitse zuiplap maar van een blaffende Duitse dog!  Eventjes de vertaalsite Nederlands- Spaans opgezocht en een heel vriendelijk briefje geschreven dat ik aan de voordeur zou gaan plakken. Ik schreef in het Spaans: quote Lieve buren (eigenlijk bedoelde ik, godverdommes klootjesvolk) Misschien bent U er zich niet van bewust, maar als U niet thuis bent en U Uw hond op het terrasje opsluit, dan blaft hij non stop, om gek van te worden. Kan U Uw hond niet ergens anders achterlaten, zodat wij er geen overlast van hebben. Heel erg bedankt. unquote (Eigenlijk bedoelde ik, echte dierenvrienden laten hun hond niet op een ovengebakken zonnig terras achter als ze gaan werken en als jullie er als de bliksem niets aan veranderen dan stappen wij naar de syndicus). Toen ik het briefje aan de deur wou hangen, bleek dat de hondeneigenares, een klein Canary trolvrouwtje vol tatoeages en piercings wel degelijk thuis was en duidelijk zelf geen probleem had met haar keffende mormel. Perro(hond)? Welke perro ? Ik begrijp U niet, mijn hond? Toen ik er met hand en tand stond uit te beelden dat de hond boven op haar terras, non stop blafte, kwamen plots nog twee andere buurvrouwen uit hun witte huisjes en begonnen allerlei verwensingen naar de ‘dierenvriendin’ te roepen. Mijn ‘babbelspaans’ is niet zo goed maar ik begreep wel dat de twee buurvrouwen horendol ‘loco’ werden en dat ze stappen zouden ondernemen, dat het nu genoeg was!!  Plots gingen boven de terrasdeuren open en de hond spurtte naar binnen. Wij hebben hem niet meer gehoord. Het is hier nu zalig siëstastil. Fingers crossed, dat het zo blijft! Wij genieten met volle teugen. De revalidatie van manlief gaat hier de goede kant uit. Manlief wandelt al veel verder dan thuis in Edegem en kleine hellingen worden nu zelfs al zonder problemen opgegaan. Wel wat trager dan vroeger, maar de energie komt terug. En nu kijkt hij naar voetbal en ik schrijf terug.. I’ll be back!   Simone  Costa del Silencio       3 juni 2017

Sim
0 0

Waar open grond is, staat een huis (2)

De steenbakkerij in Steendorp (Oost-Vlaanderen) sloot enkele jaren geleden en is daarna verkocht. De gemeente Temse heeft een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) laten opstellen voor herbestemming. De steenbakkerij ligt aan de Schelde in stiltegebied en is bovendien moeilijk bereikbaar vanaf de dichtstbijzijnde grote baan. Toch voorziet het RUP een KMO-zone en 150 wooneenheden op de site. Milieu- en burgerorganisaties pleiten ervoor om het toeristische karakter van de omliggende natuurgebieden en de Schelde verder uit te bouwen met een natuurcentrum of museum, om op die manier de overlast van industrie te verhinderen en toch jobs te creëren.   In een vorige bijdrage op Apache beschreef ik wat er aan de plannen voor herbestemming schort. Veel. Ondanks adviezen van Ruimte Vlaanderen werkt men niet in fasen, alles moet meteen volgebouwd worden. Dat wil zeggen dat van bij de start van de werken twee stukken van samen 4,8 hectare bos zullen verdwijnen. In het scenario dat men vervolgens geconfronteerd wordt met leegstand, zou dat extreem zonde zijn van de verdwenen natuur. En leegstand van deze nieuwe KMO’s is niet uitgesloten gezien de huidige leegstand aan KMO-units in de gemeente.   Concreet gaat het om twee waardevolle bossen die grenzen aan de beschermde natuurgebieden Fort van Steendorp, Roomkouter en het Gelaagpark. Helaas liggen deze bossen binnen de afsluiting van de steenbakkerij. Buurtprotest laait op en het agentschap Natuur en bos moet een kapvergunning geven. Opmerkelijk is ook dat de steenbakkerij net buiten de dorpskern van Steendorp ligt, terwijl men in de plannen spreekt van ‘kernversterkende wooneenheden en KMO’s’. Op een informatievergadering zei de afgevaardigde van Interwaas (intercommunale die het RUP opstelde) dat die term eigenlijk ‘wat misplaatst is’. Ondertussen zijn we drie maanden na die infovergadering en begint de druk van de bevolking groter te worden. Aan de gevels hangen spandoeken en affiches; de onvrede neemt toe. Toch blijft de kans bestaan dat de gemeenteraad de plannen goedkeurt.   Blunders Wel, ik heb twee boodschappen voor de burgemeester en schepenen. Een: er staan volgend jaar gemeenteverkiezingen op het programma. Twee: als de opstellers van het RUP en de gemeenteraad beter naar de bevolking hadden geluisterd en hun onderzoek ter plaatse hadden uitgevoerd, zouden grote blunders vermeden kunnen zijn. Op de infovergadering had Interwaas geen kennis van de buizen uit de 19e eeuw die een verderop gelegen vijver met de getijdenwerking van de Schelde verbindt. Als je daar funderingen op bouwt, vernietig je die buizen en krijg je wateroverlast. Nog geen kilometer verder is hetzelfde gebeurd met de vijvers van de Vuurkouter, daar moest een pomp geïnstalleerd worden. Zoiets kost geld en is allesbehalve duurzaam.   In heel dit dossier is het enige democratische aspect het openbaar onderzoek – de periode waarin men bezwaar kan indienen – maar dat is een verplichte procedure. De burgervader klopte zichzelf op de borst dat de bezwaren ‘als een goede huisvader’ geanalyseerd zouden worden. Dat lijkt me niet meer dan terecht. Het had pas echt van goed huisvaderschap getuigd wanneer hij buiten de procedures om naar noden en opmerkingen van de bewoners had gepeild. Een bestuur waarvan de burgemeester al sinds 1993 aan zet is, moet vooraf toch aanvoelen dat een dergelijk plan op protest stuit?   Op de Roomkouter, een gebied met uitzicht over de steenbakkerij, staat een heropgebouwd drooghuisje van de steenbakkers met infoborden waarop je het volgende kan lezen: “De kleiontginning veroorzaakte ernstige littekens in het kenmerkende Wase cuesta-landschap.” Misschien moeten we daarom die restanten van de kleinijverheid voor altijd verbannen tot het verleden-op-infoborden en kiezen we nu beter om de zeldzame natuur in het Waasland te versterken. Bouwen kan op vrijgekomen gronden in industriegebied of in een dorpskern, natuur versterken kan enkel in natuurgebieden.   Lappendeken Laten we de zaken scheiden. Ons landschap is al een lappendeken; het wordt tijd dat we historische blunders rechtzetten. Anno 2017 is een locatie tussen vijf natuurgebieden, net buiten een dorp, op vijf kilometer van snelwegen niet geschikt voor bedrijven. Zeker niet gezien de huidige leegstand aan KMO-units in de gemeente. De Steenbakkerij ligt trouwens naast de Scheldedijk; men zou dus beter inzetten op duurzaam fiets- en wandeltoerisme.   De geplande appartementsblokken zijn nog het best te omschrijven als ‘visuele vervuiling’: het kenmerkende Wase cuesta-landschap zal zijn uitzichten vanop het Fort van Steendorp naar de Scheldevallei verliezen. Ook de huidige staat van de steenbakkerij is zeer kritiek. De site is al een tijdje niet meer onderhouden. De passerende recreant kijkt nu al op een zwarte vlek naast de dijken van de Schelde, de komst van KMO’s zal het uitzicht niet verbeteren. Een KMO-zone biedt ook geen meerwaarde voor de toerist en de natuurbezoekers, laat staan voor de natuur. Verschillende loodsen van de steenbakkerij zijn al afgebroken, of half afgebroken. Wat gebeurt er met het asbest in de daken en in de steenovens? Mogen we dat als burger misschien niet weten, met het stort in Sint-Niklaas in ons achterhoofd?   Laten we Steendorp op de kaart zetten als voortrekker in Vlaanderen, in plaats van te verzanden als meelopertje dat kiest voor de betonbelangen. Duurzaam wil zeggen dat we inzetten op burgerrechten, economie en klimaat zonder de toekomstige noden te boycotten. Een sterk uitgewerkt plan kan de lokale economie, buurtbewoners en het klimaat versterken. Leve onze kinderen (en de mensheid)! Lees meer: https://www.apache.be/gastbijdragen/2017/06/15/waar-open-grond-is-staat-een-huis-2/ © Apache

Alec Lamberts
0 0

Als ik een kalf was…

Als ik een kalf was, dan zou het allemaal misschien veel beter gaan en waren mijn ervaringen met het openbaar vervoer veel aangenamer. Ik weet niet hoe het zit in andere landen met het openbaar vervoer, maar waarschijnlijk net als in België. In de steden is er wel overvloed aan bussen, treinen en trams en er wordt dankbaar gebruik van gemaakt. Maar in sommige landelijke gebieden, zeg maar de, door de vervoersmaatschappijen, onderontwikkelde gebieden is het huilen met de pet op. Terwijl het openbaar vervoer juist ervoor zou moeten zorgen dat iedereen zonder zorgen en stress op hun bestemming komt, is mijn reis op zijn zachtst gezegd een avontuurlijke rollercoaster vol met emotionele pieken en dalen. En laat ik u verzekeren de dalen zijn dieper dan de pieken hoog zijn.   Het begint bij dat uur vroeger dat ik moet opstaan om op tijd op mijn bestemming te geraken. De bus die door mijn dorp rijdt en me bijna rechtstreeks naar de stad brengt, doet er theoretisch iets meer dan een uur over en gaat voor driekwart over de zelfde route die ik normaal doe met de auto. De goede oude tijd van tickets kopen op de bus zelf is zo goed als voorbij. Omdat de busmaatschappij tijd en geld wil besparen, moet ik op voorhand ergens op de daarvoor voorziene verkooppunten mijn vervoersbewijs aanschaffen. In een klein dorpje zoals dat van mij is het niet simpel om zulk een verkooppunt te vinden. Anders gezegd; er is er gewoon geen. Ik kan wel nog steeds een busticket kopen bij de chauffeur, maar dan betaal ik een belachelijk hoge prijs en krijg ik niet bepaald de sympathie van de chauffeur mee. Dus heb ik maar twee overblijvende mogelijkheden, het ticket via sms-bericht dat de busmaatschappij jaren geleden introduceerde waarmee je via een simpel sms-berichtje op de bus kan, of het nieuwste broertje van het SMS-ticket, via een app op mijn telefoon. Hiermee kan ik nog goedkopere tickets aankopen. Deze zijn een uur geldig. En ik voel al nattigheid, want de totale duur, overstap en wachttijd meegerekend, duurt zeker langer dan de theoretische berekening van een uur van de maatschappij. Juist geteld achttien minuten langer. Ik moet dus voor die achttien minuten weer een ticket kopen van een uur. De berekende reistijd is natuurlijk pure theorie.   Na een wandeling van bijna een kilometer, sta ik dan eindelijk aan de bushalte. Vijf minuten voor de bus zou aankomen, neem ik mijn telefoon en start de app op. Een foutmelding verschijnt al onmiddellijk dat het apparaatje geen verbinding kan maken. Ik zie dat het icoontje dat informatie geeft over het netwerk er helemaal niet is. De eerste scheldwoorden vliegen al mompelend in het rond. Dan maar een iets duurder SMS-ticket bestellen. De mompelende scheldwoorden veranderden al snel in goed verstaanbare vervloekingen als ik merk dat er een probleem is met de fakturatie ervan. Mijn aankoop gaat niet door. Een tweede maal proberen geeft geen oplossing. Ik word stilaan wanhopig, ik heb geen enkele manier om een ticket te kopen. Geen aankooppunten, geen SMS-ticket, geen app-ticket en geen aankoop in de bus, want wie heeft er vandaag de dag nog cash geld bij zich. Alle betalingen doe ik tegenwoordig via kaarten en app’jes, als ik tenminste een netwerkverbinding heb. In de steden is dit hoogstwaarschijnlijk helemaal geen probleem, maar op het platteland is dit een heel ander verhaal.   Intussen staat de tijd niet stil en komt de bus ongetwijfeld dichter en dichter. Ik ga een eindje verder staan, z’n honderd meter van de bushalte en zie dat het netwerk-icoontje plots verschijnt. Op hoop van zegen probeer ik nogmaals het app’je. Met succes deze keer. Ik zucht van opluchting, juist op tijd want de bus komt eraan. Elf minuten te laat. Vanaf nu kan ik me laten rijden door al die hindernissen die me mateloos irriteren als ik met de wagen rijd, nu kan ik rustig genieten van het landschap. Nadat ik ben aangekomen in de stad moet ik een andere bus nemen, omdat mijn afspraak aan de andere kant van de stad is. Maar mijn eerste ticket van een uur is nu verlopen, dus tijd om het tweede te bestellen. Nu zou je denken dat de plaats waar ik sta, voor mij de grootste busterminal van het land, dat het netwerkbereik maximaal in orde was. Neen, hoor. Er is geen mogelijkheid om de app nog eens te proberen. Gelukkig zijn de eerdere facturatieproblemen in het voorbije uur plots verdwenen zodat ik nu wel een SMS-ticket kan bestellen. Het duurt veel te lang eer de goedkeuring voor mijn betaling binnenkomt en ik zie de bus die ik eigenlijk moet nemen, voor mijn neus vertrekken. Mijn medereizigers rondom mij horen mompelende scheldwoorden en glimlachen begrijpend. Dan maar de volgende bus, maar deze is een helse rit dwars door de stad waar de chauffeur ook nog eens een gezellige babbel doet van bijna tien minuten met haar collega die van de tegenovergestelde richting komt aangereden en zo het overige verkeer door de stad volledig blokkeert.   De rit terug naar huis is nog erger. Aan de busterminal, krijg ik amper vijf minuten om van perron één, door een wriemelende massa mensen en aanstormende bussen, naar perron vijftien te rennen. Dat is van de ene kant van de grootste busterminal van het land naar de andere. Maar gelukkig neemt de busmaatschappij hun tijdsschema niet zo nauw en sta ik, ruim op tijd en hijgend te wachten op een overvol perron. Mijn ergste nachtmerrie komt uit als de bus komt aangereden en iedereen op dat perron instapt. De bus was al snel overvol. Alle zitplaatsen worden al snel bezet en de middengang wordt volgepropt met bagage en mensen. Als ik en al die andere medereizigers, die in de bus zijn gepropt, kalveren waren geweest, dan werd deze vervoersmaatschappij zwaar beboet. Want op vervoer van dieren staan strenge regels. En dit voor het welzijn van de dieren. Niet voor mensen, blijkbaar. De hele rit terug is een evenwichtsoefening van hoog niveau. Al die rechtstaande mensen, die vooral bezig zijn met hun telefoon, moeten zich in elke bocht staande weten te houden. Aan elke halte waar de bus stopt, hoop ik dat er mensen uitstappen. Maar er stappen geen mensen uit. De nieuwelingen worden er gewoon bij ingepropt. Onderweg denk ik eraan om mijn SMS-ticket, dat weldra gaat verlopen, te verlengen. Maar ik weiger dit te doen. Ik betaal niet voor zulk een slechte service. Ik betaal niet voor een busreis van meer dan een uur die ik rechtstaand moet ondergaan. Deze situatie is levensgevaarlijk, zelfs levensbedreigend. Al die mensen die rechtstaand zonder gordel tegen negentig per uur over de snelweg denderen. Dit moet wel in strijd zijn met een of andere wet. En ik weiger pertinent te betalen voor iets dat illegaal is, want dan ben ik medeplichtig. Uiteindelijk komt er een einde aan mijn lijden en kan ik uitstappen, nadat ik me over al die bagage en langs al de mensen in de middengang een weg heb kunnen banen. Eén ding staat vast; Dit nooit meer. Dan nog liever zelf met de wagen. Geen gesakker met tickets, geen overvolle bussen en geen afhankelijkheid meer van gefrustreerde buschauffeurs. Dit is een belofte die ik mezelf maak, terwijl ik opgelucht en doodmoe de zetel in plof. Ach, was ik maar een kalf.

Gino Van Lommel
24 0