Lezen

Vluchtroutes

We gaan hem Marc noemen. Dat is veiliger. Marc is verantwoordelijk voor veiligheid in een grote eventlocatie. Dat maakt hem, per definitie, de partypoeper van dienst. Terwijl anderen denken in confetti, rookmachines en wauw, denkt Marc in doorgangen. In meters. In dingen die vrij moeten blijven. Hier geen auto. Daar geen foodtruck. Nee, ook niet “maar heel even”.Hij is degene die zegt: “Als het misgaat, moet dit leeg zijn.” En niemand wil horen over misgaan wanneer het net gezellig begint te worden. Zijn collega’s dromen van feest, entertainment en spektakel. Marc droomt van een nooduitgang die zichtbaar blijft. Van een deur die niet geblokkeerd is door een goedbedoelde plantenbak. Van pijlen die nog exact wijzen waar ze gisteren ook wezen. En net daarom vind ik hem leuk. Marc kan gepassioneerd vertellen over dingen die niemand sexy vindt. Vluchtroutes. Brandcompartimenten. Fluohesjes die op de juiste plaats hangen. Luidsprekers die het altijd moeten doen, ook als niemand ze wil horen. Tussen pot en pint vertelt hij over brandoefeningen. Over hoe nodig het is om alles opnieuw te doen. Niet omdat het spannend is, maar omdat je anders vergeet waar alles ligt en of het nog werkt. En terwijl hij praat over controleren, over eens testen, over zeker zijn, glijden mijn gedachten weg. Dat gebeurt wel vaker bij mij. Ik denk aan die one night stand van een half jaar geleden.Niet omdat hij spectaculair was.Net niet. Ik vond hem eigenlijk wel leuk. Warm genoeg om er iets bij te denken. Te warm, blijkbaar. Bij one night stands wordt het mij altijd pas de week nadien duidelijk.Nooit die nacht zelf.Altijd daarna.Op het moment dat ik, tegen beter weten in, in gedachten al mijn trouwkleed begin te kiezen.Niet eens wit. Gebroken wit. Praktisch. Met zakken misschien. En dan komt hij. De keiharde waarheid.Het was maar één keer.Eens om te kijken.Eens om te voelen of alles nog lag waar het moest liggen.Of alles nog marcheerde. Geen vervolg. Geen verhaal. Geen nooduitgang richting samen. Enfin. Een brandoefening. Marc praat intussen verder.Over procedures. Over hoe belangrijk het is dat zo’n oefening geen drama wordt, maar een test. Gewoon even nagaan of je in paniek niet verkeerd zou lopen. Ik neem een slok en denk: sommige mensen doen dat ook met anderen.Even binnen.Even voelen.En daarna weer naar buiten, alsof er niets aan de hand was. Behalve dan bij degene die dacht dat het een feest was en achteraf merkt dat het alleen maar ging om te zien of de alarmen het nog deden. Marc is een vriendwaarbij je je vanzelf veilig voelt.Niet omdat hij je vasthoudt, maar omdat hij al gekeken heeft waar je naartoe kan als het donker wordt. En misschien is dat het verschil tussen liefde en een oefening:de één blijft wanneer het alarm afgaat, de ander was alleen even aan het testen of de uitgang nog vrij was. Katrien Daniels

Katrien Daniels
112 2

Jaren luisteren

Ik maak elk jaar een playlist op Spotify.Niet omdat ik ordelijk ben - wie mij kent, weet beter - maar omdat sommige dingen anders verdwijnen. Alsof ze nooit echt zijn gebeurd. Alsof ik ze mij inbeeldde om het leven wat draaglijker te maken. Het idee leende ik ooit van een beste vriend. Zoals je de beste ideeën altijd leent en ze daarna achteloos inpakt in je eigen bestaan. Hij zei: als er iets gebeurt en er speelt op dat moment een liedje, zet dat in een lijst. De rest doet de tijd wel. Zo maak ik mijn jaaroverzichten. Geen hoogtepunten. Geen successen. Maar momenten die zich vastbijten in muziek zoals een geur in een jas die je eigenlijk had willen weggooien maar toch blijft dragen. Ik weet dat het 2017 was omdat “I Miss You” daarin staat. Dat was Steven.Liefdesverdriet heeft blijkbaar versterkers nodig. In datzelfde jaar staat ook “Lena Lena”. Omdat Rembert De Smet stierf. Ik heb daar geen datum bij nodig. Dat nummer is die dag. Zo werkt rouw: niet netjes, niet chronologisch, maar op repeat. En “Waar Jij Niet Bent”. Weer Steven. Sommige mensen verhuizen niet met dozenmaar met stilte. Ze laten een lege plek achter die je pas hoort als een lied begint. Dan plots “Love of My Life”. Van Queen. Dat moet Peter geweest zijn.Ik weet het niet meer precies. Maar mijn lijf weet het nog. Mijn lijf onthoudt dingen waar mijn hoofd liever niet meer komt. Dat lijf is een koppig archief. Zo werkt het dus. Mijn hoofd poetst weg. Mijn Spotify niet. En dan is er 2025. Die lijst begint met “Magnificent”.En dat klopt. Omdat goed soms niet jubelt maar blijft staan. Omdat niet alles een punt moet zijn. Sommige dingen mogen ook een halve zin blijven die nergens heen hoeft. Ik zette ook “Behind the Walls” van Ward D’Hoore erin .Jong. En precies daarom zo raak. Omdat hij muziek maakt die niet bewijst maar blijft.Omdat hij durft fluisteren waar anderen hun gelijk uitschreeuwen. Omdat eerlijkheid ook een vorm van lef is en je daar soms stiller van wordt dan je had verwacht. En dan “Chiquitita”. De bananendans op kamp. Omdat niets heilig is behalve samen belachelijk doen met volle overtuiging. Lachen als zorgvorm. Dat nummer ruikt naar kinderen die nog niet weten dat dit later een herinnering wordt. “Nightswimming”. Zo puur dat het schuurt. Zo zomer dat je er nat van wordt zonder ooit echt te zwemmen. Een lied waarin je mag blijven hangen zonder plan, zonder richting, zonder belofte. En ergens - als een ruggengraat die niet altijd recht staat - de soundtrack van Paris, Texas.Ry Cooder die precies daar schuurt waar je liever zou wegkijken. Liefde die wringt. Kijken zonder aanraken. Blijven terwijl je beter zou vertrekken. Niet kapot. Maar ook niet passend. Er staat ook “Feel So Different” tussen. Van Sinéad O’Connor. Een zomer. Een huid die sneller ja zei dan het verstand kon bijhouden. Een liefde zonder toekomst maar met alles wat er toen was. Warm. Helder. Maar voorbij. En “Perfect Symphony”. Een auto. Mijn twee grote zonen aan boord. Wij drieën, ramen dicht, volume belachelijk hoog, uit volle borst meezingen. Omdat het kan. En omdat we zo zijn. Nog altijd. Gelukkig. Als ik de afspeellijst van 2025 beluister, hoor ik geen drama. Ik hoor leven. In verschillende toonaarden. Met rafels. Met humor als reddingsvest. Met ademruimte en hier en daar een lichte schaafwonde. Misschien is dat de zoetheid van dit jaar: het hoefde niets te worden. Het mocht er gewoon zijn. Zoals een goed lied dat je niet begrijpt maar ook niet afzet. En helemaal op het einde staat “Jardin Secret”. Niet om iets af te sluiten. Maar om iets verborgen te houden. Een geheim. Een onbeantwoorde liefde. Iets wat nooit uitgesproken werd omdat het anders misschien zijn kracht zou verliezen. Dat nummer is geen slot. Het is een kamer waar ik soms nog binnen ga zonder het licht aan te doen. Waar iets blijft liggen dat nooit gekozen werd maar ook niet verdween. Een gevoel dat nergens heen moest om echt te zijn. Niet alles is van iedereen.Niet alles moet gedeeld.Niet alles wil opgelost.Sommige liedjes bewaar je omdat ze blijven vragen en nooit antwoorden.  

Katrien Daniels
89 2

roxette

Listen to your heart.When he’s calling for you.   Serieus! Is dat nu een manier om mensen wakker te maken? Alsof mijn wekker denkt dat hij een life coach is. Ik luister al genoeg naar mijn hart. Meer dan genoeg zelfs. En tot nu toe heeft het mij vooral wallen opgeleverd, omwegen en een abonnement op melancholie. Geen duidelijkheid.Geen plan.Zeker geen hulpmiddel om kwart voor acht fris en monter richting werk te vertrekken.Ik druk het nummer weg net voor het refrein. Kwart voor acht. Een rit van drie kwartier én de wil om om acht uur te beginnen werken. Dat is een zelf uitgevonden wiskunde die elke ochtend opnieuw haar ongelijk bewijst. Dus: de kortste weg. Altijd de kortste. Maar wat is de kortste?  Door de stad, zeggen de apps.Alleen starten de scholen straks.Dus fluohesjes, bakfietsen, ouders met haast in de ogen en kinderen die treuzelen. Dan maar de binnenwegen.Iets langer.Meer bochten. Ik blijf even staan.Motor draait. En daar is ze.Mijn maag. Niet als fluistering.Als ultimatum. Mijn honger is geen klein ongemak.Geen oei, ik zou iets kunnen eten.Mijn honger is een karaktertrek.Een persoonlijkheidsstoornis met een agenda. Ze komt niet zacht.Ze komt niet vriendelijk vragen.Ze neemt plaats.Zet haar ellebogen op tafel.Eist aandacht. Als ik zo vertrek, zonder eten,dan word ik iemand anders. Iemand die dingen zegt die al lang gedacht zijn maar normaal netjes achter een filter blijven steken. Angela zal het voelen. Ze zal enthousiast beginnen over haar kleinkinderen. Foto’s tonen. Filmpjes. Zeggen hoe schattig ze zijn. Hoe slim. Hoe echt al zichzelf En ik zal lachen. Niet mee. Maar nét hard genoeg dat ze twijfelt. Ik zal iets zeggen als: “Ja amai… ze lijken precies allemaal op elkaar.” Luc ook. Altijd net iets te dichtbij. Zijn adem die al voor hem binnen is. Ik zal hem aankijkenen eindelijk zeggen wat al maanden klaarzit: “Zeg Luc, een deodorant is geen luxe, hè.Dat is een investering. Voor u. Voor ons. Voor de wereld.” En Ronny. Ronny zal iets laten slingeren. Papieren. Een koffietas. Zijn rommel, altijd voor straks. Ik zal niet meer wachten. Niet meer tellen tot drie.Ik zal zeggen: “Ruim het op. Niet straks. Nu. We werken hier niet in uw living.” Dat is wie ik word als ik honger heb. Niet slecht. Wel eerlijk. Te eerlijk. In het winkeltje doe ik snel ochtendgymnastiekmet vier bananen. Goudakaas ook. En ja.Een chocoladebroodje. Of twee. Dit is geen luxe. Dit is onderhoud. Terug in de auto. Acht uur. Ik start de afspeellijst nostalgie mama.Die mama ben ik. De lijst bestaat sinds 2015. Sinds de ritten naar het zuiden. Frankrijk.Vroeg vertrekken. De achterbank slapend. Dat ene uur tussen vijf en zes waarin ik de auto en de rit helemaal voor mij alleen had. Ik vond het stoer. Dat ik dat deed. Zo ver rijden. Met kinderen. Met muziek. Met péages en wegbeschrijvingen. Een ultieme manier om tegen de wereld te zeggen: Ik heb geen man nodig! Die muziek droeg mij. Gitaarintro’s die langzaam open gingen. Stemmen die bleven. Liedjes die wisten wanneer ze moesten zwijgen. Nu rijdt diezelfde playlist mee op een maandag in december. Onderweg naar the office. Naar vergaderingen en plannen. Mijn kaas rolt zich vanzelf op. De bananenschil ligt op de passagierszetel. Een lege verpakking schuift bij elke bocht tegen de deur. Buiten is het zacht. Niet wat je verwacht van een ochtend in december. De lucht is lichtblauw, wit, met een randje roze. Alsof de dag zich even vergist heeft van seizoen. Er was een tijd dat er ontbijt klaar stond.Niet groot. Maar juist genoeg om te voorkomen dat alles ontspoorde.Iemand die wist dat het anders mis ging nog voor de middag. En dan -  Lay a whisper on my pillowLeave the winter on the groundI wake up lonely… Het nummer vult de auto. Niet te luid. Net genoeg om alles wat los ligt samen te trekken. De lucht. De rommel. Mijn handen aan het stuur. It must have been love,but it’s over now. Katrien Daniels

Katrien Daniels
92 1

02/02/2022

Ik word wakker in een bed dat niet van mij is. De lakens zijn te strak. Het licht te wit.Dit is geen hotel. Geen logeerkamer. Geen vergissing. Crisisafdeling, zegt mijn hoofd. Al weet ik niet wanneer iemand dat woord heeft uitgesproken. Het hangt hier gewoon. Zoals de stilte. Zoals de vraag. Wat kom ik hier doen? Hoe is het zover kunnen komen dat ik wakker word op een plekwaar deuren zacht sluiten en niets vanzelfsprekend is? Mijn lichaam voelt ouder dan gisteren. Mijn gedachten zijn een doos waarin alles tegelijk ligt: angst, schaamte, vermoeidheid, een klein restje hoop dat zich verstopt. Ik probeer me te herinneren wat de laatste juiste beslissing was. En waar ik daarna ben afgeweken. Alsof dit een wandeling was en geen glijbaan. Dan staat er plots een verpleger in mijn kamer. Niet dreigend. Niet plechtig. Gewoon… daar. Hij vraagt of ik witte of bruine suiker wil op mijn pannenkoek. Een pannenkoek. Hier. Nu. Mijn hoofd hapert. Niet omdat ik geen zin heb. Maar omdat ik alles wil.Ik wil wit. Ik wil bruin. Ik wil niet kiezen. Ik wil vooral niet dat dit afhangt van mij. Ik zeg dat ik het niet weet. Dat ik het allebei wil. Dat ik vandaag geen beslissingen kan nemen. Hij lacht niet eens. Hij knikt. Alsof dat het meest normale antwoord ter wereld is. Later zal ik weten dat hij Davy heet en dat hij een nobelprijs verdient. Later zal ik begrijpen dat dit zorg was. Zorg in zijn zuiverste vorm: iemand die je pannenkoeken aanbiedt op het moment dat jij denkt dat alles verloren is. 02/02. Lichtmis. De dag waarop pannenkoeken traditie zijn. Voor overvloed. Voor hoop. Voor een nieuw begin. Ik wist dat toen niet.  Ik wist alleen dat er iets warms mijn dag binnenkwamzonder dat ik erom had gevraagd. Sindsdien heb ik een pannenkoeken-fetisj. Ik noem het zo, omdat het anders te groot klinkt. Pannenkoeken zijn altijd goed. Om te troosten. Om te vieren. Om een verloren dag toch te beginnen. Ze zijn rond. Vergevingsgezind. Ze laten zich omdraaien. Ze mislukken zelden definitief. Als ik geen woorden heb, maak ik pannenkoeken. Als ik iets te vieren heb, ook. En als alles op instorten staat, dan zeker. Elk jaar op 2 februari bak ik ze. Op de gezondheid van Davy.En van iedereen die ooit dacht: dit komt niet meer goed en toch iets kreeg aangereikt dat zei: je mag hier nog even zijn. Witte of bruine suiker? Vandaag weet ik het antwoord. Allebei. Katrien Daniels

Katrien Daniels
112 2

Een dankjewel

Een dankwoord Het leven zit vol onzin, tot het plots heel concreet wordt. Tot het gaat over geld dat niet van ons is, en over veiligheid die wél van ons is. En dan staat daar één man. Bart De Wever. Van hem krijg ik de laatste dagen een brok in mijn keel. Oprechte dankbaarheid. Ik hoop dat half België hetzelfde voelt. De held van Europa? Hij stond daar, eenzaam als een standbeeld op een verlaten plein, terwijl een heel koor van hyena's om hem heen cirkelde. Hun ogen glinsterden van het Russische goud dat wij 'in bewaring' houden. Alsof het een pot jam is die zomaar open kan. Hij vocht voor een vredestroef. Met niets anders dan zijn overtuiging en een lijf dat vastbesloten was door te zetten. Urenlang. Tot zijn gezicht de kleur aannam van krijt. Je zou voor minder. Maar hij bezweek niet. En in dat niet-bezwijken werd hij iets wat ik dacht dat uitgestorven was: een wandelend, ademend bewijs van ruggengraat. Een koppig soort gezond verstand dat weigerde mee te gaan in de waanzin van de dag. Want serieus: wat was het alternatief? Dachten de anderen werkelijk dat we onze eigen veiligheid konden wegschenken? Om dan te wachten tot de poppenkast van Poetin, Xi en Kim Jong-un een triomftocht door onze straten zouden houden? Slaat de kortzichtigheid soms op hol? Beseft niemand meer wat dat manneke in het Kremlin allemaal in zijn mars heeft? De gedachte alleen al doet me huiveren. Rillingen die niet die van de kou zijn, maar van een nakend onheil dat je voelt eer je het ziet. Voor dit moment, nu, even, is er lucht. Een broze, tijdelijke rust. Laten we ervan genieten…. En laten we, bij alle hemellichamen, hopen dat in 2026 het gezond verstand de laatste lach heeft. Het zou een mirakel zijn. Maar soms, heel soms, gebeuren er mirakels.

Heidi Schoefs
4 0

Den tweede tijm

“Ge kijkt precies zoveel naar uzelf”, zei onze jongste. Het was zo. Hij hield me een spiegel voor. Ik zag mijn spiegelbeeld in het grote raam. Een aangename nazomerdag zorgde voor een mooie weerspiegeling in het glas op het terras. We zaten bij familie. “Ja, het is zo”, zei ik. “Maar het is geen kwestie van ijdelheid. Zeker niet. Ik verbaas me nog elke dag over mijn grijze haren.” Die grijze haren staan ‘op’ mijn hoofd, maar ze zitten niet ‘in’ mijn hoofd. Wat beliegt een mens zichzelf toch. Natuurlijk heb ik een grijze leeftijd. Natuurlijk ben ik over de helft. Nog niet in de verlengingen, maar toch minstens in ‘den tweede tijm’, zoals men vroeger de tweede helft van het voetbal noemde.  Diezelfde avond ging het grijze avontuur verder. We zaten ergens anders, maar het was precies het thema van de dag. Iemand zei dat er een modeshow was geweest met enkel grijze mannen. Geen saaie mannen, maar mannen met een natuurlijk grijs kapsel. Iemand anders zei dat grijsheid voor wijsheid staat en toen was het hek helemaal van de dam. Een discussie tussen de grijzen en de zwarten.  Toen vertelde ik het verhaal van ‘Kojak’. Kennen jullie die serie uit de jaren ’70 nog? De acteur had altijd een lekstok in zijn mond. Enkel om te spreken ging die lolly even uit zijn mond. “Iedereen keek naar zijn lekstok”, zei ik. “Het was zijn middel om met roken te stoppen, maar door die lolly waren de mensen ook minder gefocust op zijn kaal hoofd.”  Toen begon iemand anders over ‘Columbo’, die andere detective uit de jaren ’70. En daarna had iemand het over ‘The Streets of San Francisco’.  Het bewijst alleen maar dat we ouder worden. We zitten in ‘den tweede tijm’, maar we kunnen nog altijd winnen.

Rudi Lavreysen
9 0

Voor altijd negentien

Met een bakfiets vol boodschappen fietste ik van de Delhaize weer naar huis, toen mijn Spotify naar Nineteen Forever van Joe Jackson shuffelde. Dat nummer neemt me steeds mee naar mijn kinderjaren, die warme wollige tijd in dat heerlijke herenhuis waar ik opgroeide, lang voordat herenhuizen hip waren. De winters waren toen kouder en duurden langer. Of misschien voelden de dagen gewoon langer omdat ik acht was. Zodra we thuiskwamen van school en ons vieruurtje op hadden, legde mijn moeder steevast een cd op en vaak was dat Steppin Out: the very best of Joe Jackson. In het lied Nineteen Forever zingt Jackson, op dat moment 34, dat hij graag voor altijd negentien jaar zou willen zijn. Zelf begreep ik nog niet zoveel Engels, maar dat zinnetje verstond ik wel. Telkens vroeg ik me af waarom die man zo graag negentien wilde zijn, wat er zo magisch was aan die leeftijd, een leeftijd die toen het dubbele was van de mijne en die bijna onbereikbaar voelde. Op een dag besloot ik het te vragen: ‘Mama, waarom wil hij negentien zijn? En niet achttien of twintig?’ ‘Tja, ik zou ook wel eeuwig negentien willen zijn’, antwoordde ze, waarschijnlijk druk in de weer met het huishouden. Het idee niet oud(er) te moeten worden kon ik nog wel vatten. Bob Dylans Forever Young was dan ook een van haar lievelingsliedjes. Maar het mysterie rond dat getal van negentien werd niet opgehelderd, dus kon ik alleen maar uitkijken naar het moment waarop ik zelf negentien kaarsjes mocht uitblazen. Ik weet nog dat ik toen heel erg graag de tijd vooruit wilde spoelen. Terwijl ik mijn boodschappen in de koelkast zet en de gerechten voor deze week op een notitieblok neerpen, denk ik na over hoe oud ik nu zou willen zijn. Op mijn negentien gebeurde er eigenlijk niet zo veel in mijn leven en voor de looks moet ik het ook niet doen; ik zag er bijvoorbeeld op mijn zevenentwintigste veel beter uit. Eigenlijk kan ik me niet zoveel van die periode herinneren, behalve dat ik Taal- en letterkunde studeerde aan de UA, en mijn vrije tijd doorbracht met muziek maken, gamen en rondhangen met mijn lief. En plots dringt het tot me door. Achtendertig. Dat is exact twee keer negentien. Is het toeval dat ik die gedachte net nu heb? Toen ik de helft van negentien was, wilde ik de tijd vooruitspoelen, nu ik twee keer zo oud ben, wil ik terug. Joe Jackson treedt binnenkort op in De Roma. Ik sta op de wachtlijst. De man is eenenzeventig. Binnen vijf jaar wordt hij zesenzeventig, twee keer mijn leeftijd en vier keer negentien. Met wat geluk ben ik dan tweeënveertig, het antwoord op alle vragen.

Lennart Vanstaen
8 2

Een stille krater

Het is een ogenschijnlijk alledaags tafereel: mijn vrouw en ik die in stilzwijgen naast elkaar zitten op het doorgaans niet erg comfortabele metalen meubilair van de NMBS. We wachten op de trein richting Brussel, om vandaar verder naar Kortrijk te gaan, naar het Wonder Festival — meer bepaald naar de audiovisuele installatie Calamity, over het moment vlak voor een bominslag. Mijn broer had er muziek bij geschreven. Het is op dat moment dat mijn vrouw plots een teken van verbazing geeft tijdens het lezen. Omdat ze zich wel vaker verbaast over dingen die niet per se verbazingwekkend zijn, vraag ik nonchalant wat ze gelezen heeft.‘Juf Stefanie is dood!’ zegt ze, op een onbedoeld kinderlijke manier.Even dringt dat niet tot me door, maar wanneer er tranen over haar wangen rollen, daalt het besef neer als een ijskoude priem in mijn keel. Juf Stefanie, de vroegere lagere-schooljuf van mijn zoon, is er plots niet meer. Ze was veertig geworden. Zo staat het in de WhatsApp-groep van de school, tussen allerlei andere berichten. Er wordt, bij gebrek aan woorden voor zo’n nieuws, dan maar naar passende emoji’s gezocht, die totaal misstonden. Maar helemaal niets zeggen is nog erger. Ik leg een arm om mijn vrouw heen, terwijl ik er zelf ook een nodig heb. Er is iets van mijzelf afgebroken wanneer ik het lees. Alsof een kind in zijn onbezonnen enthousiasme een bloem heeft uitgerukt. Een overweldigend gemis. Niet zozeer een persoonlijk verlies — ik kende haar enkel als juf — maar een verlies van een hogere orde, het besef dat niet juf Stefanie het leven verliest, maar het leven juf Stefanie. Ze was erg begaan met haar kinderen, heel intelligent, creatief en altijd lief. Ik lees de leegte van mijn boodschap onder het bericht: ‘Zij was zo’n goede en warme juf.’ Alsof het daarmee gezegd is. De installatie is indrukwekkend. Een hoop schermen is aan elkaar gekoppeld om samen één grote woestijnvlakte te tonen waar alles kalm is. Totdat de muziek suggereert dat er iets staat te gebeuren. Rode, tapijtachtige figuren glijden heimelijk over de heuvels. Veel tijd om zich voor te bereiden krijgt het publiek echter niet: in een splitseconde kleurt alles donkerrood en lijkt de muziek stuk te gaan. Een hels lawaai en hoekige geometrische figuren die snijden als messen grijpen naar de kelen van de omstaanders. Daarna komt de verslagenheid.Volledige duisternis.Een stille krater.

Lennart Vanstaen
9 0

VERF ED volgens. I.A. HI HI

Verf Ed is een unieke stem in de Belgische kunstwereld, die met een mix van ernst, humor en lokaal kleurgebruik zijn visie op het leven en kunst deelt. Zijn werk biedt een frisse en onconventionele kijk op de hedendaagse kunstwereld. Matthias Schoenaerts, bekend als acteur, was in de jaren 90 (1994-1997) actief in de graffitiscene in Gent en Antwerpen onder de artiestennaam "verf ed". Hij werkte samen met Alvin Eeckels (DUCK) en dit vroege creatieve werk is vastgelegd in een YouTube-afspeellijst, die hem toont als onderdeel van de kunstenaarsscene. Graffiti-artiest: Schoenaerts was bekend onder de artiestennaam "verf ed".Locaties: Zijn graffiti-activiteiten vonden voornamelijk plaats in Gent en Antwerpen.Samenwerking: Hij werkte samen met Alvin Eeckels (DUCK).Periode: De activiteiten vonden plaats tussen 1994 en 1997.Archief: YouTube-afspeellijst en Azertyfactor-profiel.  Over de kunstenaar 'Verf Ed'Artistieke Stijl: Hij staat bekend als een 'contemporary interdisciplinair ArtTIST'.Werk: Zijn werk omvat verschillende media en hij is ook actief als dichter, waarbij hij regionaal-dialectische woorden gebruikt in zijn gedichten.Erkenning: Hij heeft in 1977 de 'premier prix Amsterdam' gewonnen, samen met 'Fabiola'.Online Aanwezigheid: U kunt meer van zijn werk en gedichten vinden op platforms zoals Azertyfactor en Instagram. De Belgische kunstenaar Verf Ed (pseudoniem voor Ed van den Hoogen) staat bekend als een 'contemporary interdisciplinair ArtTIST'. Hij combineert verschillende kunstvormen in zijn werk en heeft ook een passie voor poëzie.  Belangrijkste Details over Verf Ed:Artistieke Discipline: Hij wordt omschreven als een 'interdisciplinair ArtTIST'. Dit betekent dat hij niet gebonden is aan één specifieke kunstvorm, maar elementen uit verschillende disciplines (zoals schilderkunst, beeldhouwkunst, poëzie, enzovoort) mengt.Stijl en Filosofie: Zijn profiel suggereert een speelse benadering van het leven en kunstmaken ("I LOVE spelend LEVEN"). Hij gebruikt naar eigen zeggen ook regionaal-dialectische woorden in zijn gedichten.Erkenning: Hij won in 1977 de 'premier prix Amsterdam', een prijs die hij deelde met 'Fabiola' (vermoedelijk Koningin Fabiola van België, die ook kunstzinnig was).Online: Een deel van zijn werk en zijn profiel is te vinden op de website van Azertyfactor. Zijn werk lijkt gericht te zijn op het vieren van creativiteit en het combineren van verschillende expressiemiddelen. Hij wordt beschreven als een unieke stem in de Belgische kunstwereld, wiens werk een mix van ernst, humor en lokaal kleurgebruik combineert om zijn visie op het leven en kunst te delen.  Stijl en aanpakDe kunst van Verf Ed is hedendaags en interdisciplinair. Hij werkt niet binnen de grenzen van één enkel medium of één specifieke stijl, maar omarmt een breed scala aan creatieve expressies. Zijn werk omvat naar verluidt schilderkunst, post-graffiti, en mogelijk andere vormen van beeldende kunst, waarbij hij de bezoeker uitnodigt om de expliciete en spelende aard van zijn creaties te ervaren. Een van zijn uitspraken is "I LOVE spelend LEVEN" (Ik hou van spelend leven), wat zijn benadering van kunst maken en het leven in het algemeen onderstreept.  Thema's en invloedenZijn werk is persoonlijk en deelt een unieke visie, waarbij hij elementen van humor en ernst in evenwicht brengt. Hij staat in contact met andere figuren uit de Belgische kunst- en cultuurwereld, zoals Luc Tuymans en Frank Dingenen.  Meer informatie P.S. IA  hi hi  NOU MOE

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
50 0

Een half woord

"Ik lees niet meer", zegt de vrouw aan de toog van het café. Ze kijkt naar de man die aan het tafeltje bij het raam een boek leest. Wat leest ze niet meer? Geen boeken? Of tijdschriften? Geen bijsluiters van geneesmiddelen? Geen ondertitels?  "Het weer is halfweg", zegt de man die naast de niet-lezende vrouw zit. Haar man, vriend of een kennis. Hij heeft niet gehoord wat ze zei. Denk ik. Omdat hij over iets anders begint. "Halfweg. Want de mensen komen af en toe naar buiten, maar ze gaan alsmaar meer binnen zitten." Hij neemt een kleine pauze en drinkt van zijn koffie. "Hier zitten we ook binnen, maar we moeten eerst naar buiten. Van al dat binnen zitten hebben ook zo veel mensen de griep. Dat zei die viroloog in de krant.” Ik dacht, nu gaat hij hoesten, maar hij deed het niet. "Kranten wel, maar dat is eigenlijk geen lezen", zegt de vrouw, terwijl ze de krant neemt die op de hoek van de toog ligt. "Je kijkt naar de koppen, de foto's, de prentjes en af en toe lees je een zin. Dat is geen lezen", herhaalt ze. "En dan weten dat ik vroeger zoveel boeken heb gelezen." Ze luisteren maar half naar elkaar. Toch vangen ze flarden op van wat de andere zegt. Het is een wonderlijk gegeven. Misschien zijn ze al lang bij elkaar. Dan heb je maar een half woord meer nodig. Zelf heb ik ook de neiging om overal boeken mee naartoe te sleuren. Pockets die in de achterzak van mijn broek of in de binnenzak van mijn jas passen. Bij het kopen van een nieuwe jas is dat de eerste aftoetsing. Geen binnenzak? Sorry jas. Deze is voor iemand anders. Waarom de mevrouw niet meer leest heeft ze ons niet verteld.

Rudi Lavreysen
4 0
Tip

Doorgeschoten

Vrouw zijn is een straf van God. Dat las ik ooit ergens in de Libelle, geloof ik. Je wordt in een buisje boven aan de baarmoeder verwekt met wat vaderspul. Bij je geboorte is je vader meteen teleurgesteld. Daar staat hij dan, in de ziekenhuiskamer met zijn voetbaltruitje en babypetje van KSC Lokeren. ‘Huh?’, zegt je moeder. ‘Dat kan je haar toch ook aantrekken?’‘Neen, dat gaat niet, Laura! Ze krijgt tieten.’ ‘...’ ‘Laat maar, je begrijpt er toch niks van!’ Wat later in je kindertijd dien je met alle geweld – en liefst met een boog van honderd meter – vaders gereedschapskist te vermijden. Gevolg: op je dertigste ken je het verschil niet tussen een schroef en een bout. Je laat je lief sprakeloos achter met de vraag naar ‘die tool die rakke-takke-tak doet’. Terwijl hij sussend over je bol aait, neemt hij manhaftig het klusje van je over. Op de sofa zak je in je aangeleerde hulpeloosheid ineen, knikkend naar de stemmen in je hoofd die iets mompelen over ‘wijven en werkmanshanden – da’s geen match’. Fast forward. Tien jaar en een kattenluik later begint je zelfbewustzijn zich te roeren. Je neerbuigende ex heb je intussen buiten gekegeld en vervangen door sporadisch bevredigende onenightstands. Het zal je worst wezen. Je zelftwijfel heeft plaatsgemaakt voor een overoptimistische ‘can do’-houding. Wacht eens even: we kunnen niet klussen omdat niemand ooit in ons geloofde. Maar tegenwoordig is er YouTube! Geen Roger meer nodig. Gewoon zoeken: hoe maak je een kast vast aan de muur. Aangevuurd door Whitney Houstons I’m Every Woman ga je aan de slag. Jij bent elke vrouw, dus zeker ook een klusser. Intuïtief kies je de juiste maat voor je klopboor. Hierbij heb je YouTube zelfs niet nodig. Je steekt de stekker in en klautert de ladder op. Op de hoogte waar ongeveer het eerste muuranker moet komen, begin je. Ja, je weet nu hoe die dingen heten! Maar dan – BAM, je werktuig gedraagt zich als een drilboor op steroïden en schiet dwars door het pleister heen alsof het nat karton is. Een wolk van kalkstof dwarrelt neer. Je hoort iets knappen. Misschien in de muur. Misschien in jezelf.  Het stof is met de subtiliteit van een kietelveer je neus in gekropen. Je niest. Hard. Herhaaldelijk. Zoals dat gaat bij vrouwen van een zekere leeftijd, neemt je urine de vrije loop. Recht je broek in. Je staart naar het gat in de muur. Je broek plakt. Je trots dreigt langzaam via je dij af te druipen. Je haalt je schouders op: C’est la vie zonder Tena Lady. Pleisteren, doorlekken, en vooral doorgaan.  

Els Staes
115 3

DE KRACHT VAN STILTE

Een wijs man zei ooit: “Niet elke fitnessclub heeft een sauna, dus als er eentje aanwezig is, moet je daar gebruik van maken.” Ik geloofde die man in de spiegel, die van zichzelf ook wist dat zijn angst om verwikkeld te geraken in sociaal onaanvaardbare gesprekken niet langer in de weg kon staan van de talloze voordelen van een sauna, die hij zich tot dan toe had ontzegd. Zodus stapte ik op een dinsdagochtend de kleedkamer binnen, wetende dat het druk zou zijn. De kamer was naar goede gewoonte gevuld met naakte zestigplussers, die allemaal de sauna zouden induiken binnen ettelijke minuten. De snelheid van het ontkleden en douchen bepaalde dus in grote mate wie zich eerst tegoed kan doen aan een plek op de hete houten banken. Mijn jeugdigheid gaf me daarin een aanzienlijk voordeel. In één vloeiende beweging en balancerend op één been verwijderde ik meerdere kledingstukken, terwijl mijn lotgenoten zich niet waagden aan zulke manoeuvres en zich beurtelings – wegens rugklachten en beperkte zitruimte – moesten neerzetten. En zo was ik zeker van een plaats. Alleen had ik gehoopt dat ik alsnog geen deel zou worden van de kleedkamergesprekken, nu die zich hadden verplaatst naar een nog engere ruimte. Ik deelde de sauna met drie andere mannen: de eerste was afgetraind voor zijn leeftijd en had een gezicht als een luitenant, waarin geen spier vertrok. Hij had bruin, kortgeknipt haar dat met gel naar achteren was gekamd. De twee anderen waren kaal. De man die bovenaan plaatsnam had een bierbuik maar was voor de rest graatmager. Wanneer hij lachte, klonk het als een dier dat werd geslacht. Op zijn lichaam stonden verschillende tattoos, maar ik kon alleen een ietwat uitgerekte tijger onderscheiden. De derde man was reusachtig in de breedte en zat vlak naast de kachel waarop de stenen lagen. De mannen spraken luid en hoestten ongegeneerd. Alles verdampt hier toch, leken ze te denken. De man naast de kachel sprak amechtig en bulderde, het hout trilde mee wanneer hij sprak. Het ging over voetbal, goedkope vlieg- en busreizen, de onkunde van hun vrouw, de aanhoudende regen, rugpijn en geschikte medicatie en goede adresjes om rolluiken te laten repareren, iets waarvan de man met tattoos blijkbaar erg veel afwist. Het waren zaken waarover je een mening diende te hebben en die je luid diende te verkondigen. Hoewel ik mezelf gelukkig prees dat mij niets werd gevraagd, moest ik concluderen dat ook zonder actieve deelname aan dit gesprek de sauna niet als een moment van ontspanning aanvoelde. Vriendelijk verzocht ik dus om stilte. Daarop verstarden de blikken van mijn tegenspelers. Ze bekeken me alle drie voor het eerst, alsof ze me daarvoor niet eens opgemerkt hadden. Ik las de oordelen in hun ogen, maar het was wél stil. Het werd een uitputtingsstrijd. Er werd hevig gezweet. Gepuft. Gehijgd. En gelukkig gezwegen. Het zweet van uitgerekte tijger lekte op de luitenant. Minuten kropen voorbij. De luitenant gaf het op. Misschien vond hij het ook niet leuk dat er op hem gezweet werd. We waren nog met drie. De warmte leek nog meer om zich heen te grijpen, nadat de deur kort maar krachtig was geopend en gesloten door de luitenant. De brede man lepelde water over de stenen die een sissend geluid maakten, terwijl hij me grijnzend aankeek. Meteen verspreidde zich een penetrante eucalyptusgeur. Ik glimlachte terug. Opnieuw stilte en een verzengende hitte. Tien minuten later werd het de uitgerekte tijger eindelijk te veel. Dit moest de langste sauna zijn die hij ooit had genomen. Hij strompelde naar buiten. De reus en ik bleven over. Even keek hij naar de lepel en de kom, maar bedacht zich. Nog een minuut later droop hij af, zichtbaar verslagen. Ik bleef nog even zitten en genoot van de kracht van de stilte. Ik bedankte in gedachten de man in de spiegel.

Lennart Vanstaen
3 0

Brievenpost van Dinges | Aan dhr. Siegfried Theofiel Hortense Bracke

Geachte heer Bracke Misschien trap ik hiermee bij u een open deur in, maar als er iets leeft bij de mensen is het wel hun pensioen. Ook over politici heeft de bevolking altijd een mening. Maar de poppen zijn pas echt aan het dansen als het over de pensioenen van politici gaat. U hebt er iets van gemerkt. De publieke opinie was de laatste tijd niet vriendelijk aan uw adres, waarbij u zelfs voor ‘dief’ werd uitgescholden. Het werd zowaar nog erger toen u gelijk kreeg van de rechtbank. U blijkt wel degelijk recht te hebben op een maandelijkse uittredingsvergoeding van 1500 euro netto bovenop uw pensioen, zo werd beslist. Ook in café De Kiezel was u enkele dagen het onderwerp van gesprek. U brak hiermee het record uit 1990, toen koning Boudewijn tijdens de mini-koningskwestie dankzij een truc van premier Dehaene en Wilfried Martens een dag geen koning was. Inderdaad, meer dan dertig jaar geleden. Er werd toen drie dagen continu over gesproken. Uw pensioengeval was goed voor vier dagen non-stop cafépraat.   Vooral mijn buurman Gust voerde hierin de forcing. Hij kwam op onze vaste caféavond met een opvallend rood aangelopen gezicht én met een dik boekwerk onder de arm de Kiezel binnengestapt.   "Gust, wat heb je nu bij?", vroeg mijn andere buurman Ömer meteen. We zijn wel wat gewend van Gust, maar zo hadden we hem nooit gezien. "De grondwet van België nondedju", zei hij redelijk luid. "In De Slegte lag nog een goedkoop exemplaar. Luister goed, hier staat het, in artikel  10: "Er is in de staat geen onderscheid van standen. De Belgen zijn gelijk voor de wet." "Awel, als we dan toch gelijk voor de wet zijn, dan hebben wij ALLEMAAL recht op een uittredingsvergoeding. EN NIET ALLEEN BRACKE. OF NIET MANNEN?" Er brak spontaan een luid applaus los.  Er werd besloten om met alle klanten een uittredingsvergoeding aan te vragen bij de Rijksdienst voor Pensioenen. Dat is nu enkele dagen geleden, maar voorlopig heb ik nog niets zien staan op My Pension.  De beslissing van de rechtbank waarin u gelijk kreeg over het ontvangen van die uittredingsvergoeding wordt nog aangevochten door het parlement, maar los daarvan wil ik het nog over iets anders hebben. Bij het opzoeken van de juiste schrijfwijze van uw naam, zag ik dat uw tweede naam 'Theofiel' is. Nu ken ik persoonlijk niet veel 'Theofielen', op uitzondering van dat onbetrouwbaar sujet uit Suske en Wiske: Theofiel Boemerang. Ik weet niet of u tijdens dode momenten in de kamer wel eens een stripverhaal in de hand nam, maar u heeft wat weg van die Theofiel Boemerang. Zo hebben jullie hetzelfde type snor en dezelfde blik in de ogen. En er zijn nog van die dinges. Maar er is ook een vaste uitspraak van Theofiel Boemerang die me aan u deed denken. Zijn slagzin was 'Kleine percentjes, rijke ventjes’. Zeg nu zelf. Wist u trouwens dat Theofiel 'vriend van God' betekent? Dat is vanzelfsprekend iets dat we u niet kunnen aanwrijven, want u bent een notoir vrijzinnige, maar misschien is al dat geld u toch naar het hoofd gestegen. Wees toch maar voorzichtig, want voor hetzelfde geld komt het als een boemerang terug in uw gezicht. Ondertussen verblijf ik Met de meeste hoogachting   Désiré Dinges PS: de rechtbank kende de door u gevraagde 50.000 euro morele schadevergoeding niet toe. Mijn buurman Gust formuleerde het als volgt: “Het is soms ver zoeken, maar af en toe is er nog een beetje gerechtigheid op deze aardkloot.”

Désiré Dinges
20 0