Lezen

Maanziek, hoofdstuk I en II

De stemmetjes in m'n hoofd I 'Kom op Mathis, dit kan je niet menen! Ben je echt zo'n watje? Je doet me denken aan m'n grootmoeder – man, die was pas bang toen ik haar mee nam in de waterglijbaan!' Mijn beste vriend slaat de spijker op z'n kop. Ja, ik ben echt zo'n watje, antwoord ik in gedachten. Is daar iets mis mee? Het warme water van het bubbelbad prikt in m'n ogen, maar ik blijf Ewan aankijken zonder te knipperen. Vanaf de kunststof bodem dwarrelen duizenden luchtbelletjes omhoog. De manier waarop ze zachtjes langs de zijkant van m'n benen opwaarts bewegen doet me huiveren. Met een aangename rilling keer ik terug naar het hier en nu. Ik snuif diep en de heerlijke geur van lavendel kruipt in m'n neus. Mijn moment van genot wordt verstoord door Ewan's gedram. 'Wil je alsjeblíéft nog één laatste keertje van de waterglijbaan gaan? Voor de allerlaatste keer vandaag? Als je wil, kan ik aan de redder vragen of je zwembandjes mag aan doen.' Met een zielige blik – die maar al te nep is – probeert hij me om te kopen. Dat trucje heeft al vaker gewerkt Niet toegeven nu, Mathis, prent ik mezelf in.   In tegenstelling tot m'n beste vriend, hou ik helemaal niet van alles wat snel, hoog of gevaarlijk is. Mij doe je geen plezier met een dagje naar het pretpark of een avonturenwandeling, en Ewan weet dat maar al te goed. Hoewel hij al meer dan twaalf jaar m'n beste vriend is – en me dus door en door kent – wil hij me koste wat het kost overhalen om een tweede keer mijn leven te wagen in die gestoorde glijbaan. Aan de rand van het bubbelbad staat Ewan te stuiteren. Hij springt van het ene been op het andere uit puur enthousiasme. Z'n hoofd raakt telkens één van de palmbladeren die het tropische zwembad decoreren. Even verderop staat een stapel houten kratten, met daarnaast een plastic nepkanon. Het piratenthema is rijkelijk uitgestreken over het volledige zwembad. Warm water druppelt uit m'n zwarte haren en een rilling loopt over m'n rug. Ik hou niet van piraten.   Ewan schopt speels met z'n voet in het water, en het opspattende water belandt in m'n gezicht. Met een snelle beweging grijp ik zijn been vast en trek hem onderuit. Schreeuwend belandt hij naast me in het bubbelbad. De mensen die in de andere jacuzzi zitten te genieten, kijken ons vuil aan en maken aanstalten om hun rust elders te gaan zoeken. Ondanks mijn slimme aanval, is Ewan nog niet verslagen. 'Binnen een uurtje sluit het zwembad en dan moeten we naar huis,' gaat hij verder – hij probeert me nog steeds te overreden. 'En vanaf morgen zitten we weer een jaar lang opgesloten in die kloteschool om onze kostbare tijd te verdoen aan leerstof waar we niks aan hebben. Trouwens, een lekker warm bad heb je thuis ook, maar een supersnelle glijbaan zoals de Moonstruck vind je nergens anders!' luidt zijn laatste argument. Ergens heeft hij gelijk, dat weet ik ook. Toch voel ik er weinig voor om het heerlijk warme water vaarwel te zeggen en met hem mee te gaan.   Terwijl ik mijn opties overweeg, zie ik hoe Ewan met zijn hand door zijn haar gaat om de perfecte wet look te creëren. Hij kucht zachtjes en gluurt vanuit zijn ooghoek naar enkele meisjes in bikini die voorbijlopen. 'Hé Mathis, we moeten voortmaken – ik wil zometeen nog naar de sportschool om m'n buikspieren te trainen,' zegt hij luid. Heel subtiel, Ewan. De meisjes – twee blonde en eentje met lichtbruin haar – doen alsof ze hem niet gehoord hebben en nemen plaats in de jacuzzi naast ons. Hoewel ik een vriendin heb die ik heel graag zie, kan ik het niet laten om de meisjes één voor één te bestuderen. Ze lijken een beetje ouder dan wij, ik schat ze een jaar of achttien. 'Mathis?' zegt Ewan veel te luid. De meisjes lachen en ik keer terug naar het hier en nu, niet wetende wat Ewan me zonet heeft gevraagd. 'De glijbaan?' herhaalt hij lachend. Oh ja. Uiteindelijk besef ik dat ik het snelst van zijn aanhoudende gezeur af kom door gewoon mee te gaan naar die idiote glijbaan.   Na nog een laatste keer kopje onder te zijn gegaan in het heerlijke lavendelwater, hijs ik mezelf naar boven. De koele lucht die onverbiddelijk langs m'n lichaam strijkt, doet m'n ontspannen spieren verstijven. Ik zucht geërgerd en zeg: 'Goed, ik ga mee.' Juichend springt Ewan in het rond, terwijl ik sta te bibberen van de kou. Mopperend sla ik m'n armen om me heen om het een beetje warmer te krijgen. Dan valt mijn oog op de drie meisjes die in de aangrenzende jacuzzi zitten. Twee van hen zitten te praten en giechelen, en genieten met volle teugen van hun – waarschijnlijk laatste – vakantiedag. Het derde meisje zit een beetje afgezonderd van de rest. Ze doet niet mee aan de vrolijke gesprekken over hun favoriete muziekband, de acteurs die zij het knapst vinden en de leuke jongens die er dit schooljaar waarschijnlijk niet in hun klas gaan zitten. Omdat het derde meisje – de stille – met haar rug naar me toe zit, zie ik haar gezicht niet. Ze neemt haar lichtbruine haren vast en draait ze rond tot een schattig dotje. Daarna doet ze een gifgroen haarrekje rond de hele constructie, zodat het stevig op z'n plaats blijft zitten. Het lijkt een beetje op... 'Mathis, please?' Abrupt word ik uit m'n mijmeringen gerukt door Ewan. Oh ja, we gingen iets doen – ons leven riskeren in een stomme glijbaan.   Terwijl ik het prikkende chloorwater zo goed en zo kwaad mogelijk uit m'n gezicht veeg en m'n natte haren fatsoeneer, krijg ik een harde duw in mijn rug die me doet wankelen op m'n benen. Ewan kan me nog net op het nippertje bij een arm grijpen en voorkomen dat ik recht op mijn gezicht val. 'Hé, niet onderuit gaan,' zegt hij. 'Hoewel het zwembad er vast heel interessant uit ziet wanneer je op je rug op de tegelvloer ligt.' Gniffelend kijkt hij achterom. Verdwaasd schud ik mijn hoofd en probeer te ontdekken wie me zo ruw omver stootte. Mijn blik glijdt over het zwembadcomplex. Een moeder zit met haar baby te spelen in het kinderbad, twee jongetjes glijden gillend van het lachen van een glijbaan naar beneden. Een kale man met een duikbril op trekt gestaag baantjes in het olympisch bad. Er is niemand te zien die me geduwd zou kunnen hebben. Vreemd. 'Ik val niet zomaar om, iemand duwde me,' verbeter ik. Verbijsterd kijkt Ewan in het rond, op zoek naar de dader. 'Ik zou je ook een duw geven als ik niet wist wat voor een omvangrijke tientonner je was.' Met m'n zestig kilo ben ik bijna net zo mager als een regenworm op dieet – m'n beste vriend maakt daar constant grapjes over. 'Wie doet nu zoiets?' Voorzichtig stap ik de paar treden af naar beneden. M'n lichaam staat boordevol kippenvel van de kou, elke vierkante centimeter is er mee bedekt. Ik spring de laatste drie treden af en beland naast Ewan. 'Kom op, het is tijd om ons te amuseren!' Hij port me in m'n zij en rent zonder om te kijken weg. Onwillig grijnzend volg ik hem, naar de Moonstruck toe.   Een halve minuut later staan we allebei naar adem te snakken voor de ingang van de waterglijbaan. Mijn conditie is niet meer wat ze geweest is. Terwijl we op adem proberen te komen, bestudeer ik de obscure constructie die zich boven me verheft. Zowel de trap als de glijbaan zelf zijn geverfd in felblauw en bloedrood – twee kleuren die ik absoluut niet bij elkaar vind passen. Als vanzelf glijdt mijn blik naar boven, naar de top van de glijbaan. Een onwillekeurige huivering loopt over mijn rug. En het is niet van de kou deze keer, maar wel door de enorme hoogte van het bouwsel. Is dit wel veilig? Ewan's stem doorbreekt de bezorgde gedachten die door mijn hoofd razen. 'Dit wordt leuk!' Ik zie nog net een stukje lichtblauwe stof op de ronde wenteltrap verdwijnen. Ewan is er vandoor zonder mij. Een laatste keer kijk ik omhoog, naar de tweehonderddrieënvijftig treden die we moeten beklimmen om de top van de Moonstruck te bereiken. 'Wacht op mij!' schreeuw ik m'n vriend achterna. Ik leg m'n hand op de bloedrode trapleuning, die vochtig aan voelt. Een onheilspellend gevoel maakt zich van mij meester. Doe het niet, probeert het stemmetje in mijn hoofd nog. Ik lap m'n intuïtie aan m'n laars en begin aan de beklimming.   II Al snel heb ik Ewan ingehaald. Halverwege de trap botsen we op een muur van mensen. Ze staan te zuchten en te klagen – waarschijnlijk omdat ze zo lang moeten wachten en het niet vooruit gaat. 'Pff, zo veel volk,' kreunt Ewan. Hij probeert omhoog te kijken – de mensenmassa voorbij – om te zien of we al bijna bij de ingang zijn. 'Het is echt niet normaal hoe populair deze waterglijbaan is,' stelt hij vast. 'Ik las gisteren op internet dat er elke dag meer dan duizend mensen een ritje maken in de Moonstruck. Alsof het die ene actrice is – hoe heet ze ook weer – die elke dag iemand anders mee naar huis neemt.' Ik negeer z'n flauwe grapje. Duizend lijkt me ietwat overdreven, maar dat het hier druk is, daarin heeft hij zeker en vast gelijk. In de rest van het zwembadcomplex is het redelijk rustig – wat waarschijnlijk komt doordat iedereen hier staat aan te schuiven. Terwijl ik nadenk over het vreemde groepsgedrag van de menselijke soort, geeft Ewan me alweer een duw in m'n zij. Breed lachend wijst hij naar boven. 'We zijn er bijna!' joelt hij uitgelaten.   Ik kan er niks aan doen, maar zijn enthousiasme heeft het omgekeerde effect op me. 'Dat is fijn, zeg,' mompel ik op een nogal bitsige toon. 'Zorg je er dan deze keer wél voor dat je niet meteen achter me aan komt, maar wacht tot het licht op groen staat? Zoals je ziet gebeuren er anders ongelukken!' Toen we vanochtend één van de andere glijbanen uitprobeerden, kwam hij vlak achter me aan en botste hard tegen m'n arm. Nu duw ik hem mijn rechterelleboog – waarop een gigantische blauwe plek zit – in z'n gezicht. Hij kijkt me met een teleurgestelde blik aan. Laat hem toch. Vergeet niet dat hij één van de weinigen is die bij je bleef na... Ik blokkeer de gedachte en besef dat ik niet zo luid had moeten praten. Na een klopje op zijn brede schouders bied ik mijn oprechte verontschuldigingen aan. 'Het geeft niet hoor, let deze keer gewoon een beetje beter op, oké?' Zijn treurige blik verdwijnt en maakt plaats voor een waterig glimlachje. 'Ja, doe ik. Ik zal net zo goed opletten als toen ik m'n rij-examen voor de brommer deed – en tegen een boom knalde,' belooft hij. 'Het wordt vast heel erg leuk!' Daar heb ik nog mijn twijfels over.   Op dat moment weerklinkt er een galmende stem door het hele zwembadcomplex. 'Wij vragen graag uw aandacht voor de volgende mededeling. Binnen een kwartiertje starten we met onze spannende piratenzoektocht.' Om me heen kijkend probeer ik te ontdekken waar de stem vandaan komt, maar ik zie geen enkele luidspreker. Het lijkt alsof de krakende stem rechtstreeks in mijn hoofd zit. 'Er zijn mooie prijzen te winnen,' vervolgt de organisator. Iedereen om me heen begint opgewonden te fluisteren. 'Maar natuurlijk enkel voor de overlevers!' De stem lacht, een gemene lach die een siddering over m'n rug doet lopen. Alle anderen lachen met hem mee, maar een ijzige kilte in mijn buik probeert me te waarschuwen. Wat had die laatste opmerking te betekenen?   Stokstijf blijf ik staan, tot Ewan me alweer een por geeft. 'Wees niet zo'n bangerik, het was toch maar een grapje van die man? Een grap, Mathis! Ken je dat?' Met fanatieke pretlichtjes in zijn ogen kijkt hij me aan. Hij grijpt m'n schouders vast en schudt me helemaal door elkaar. Gewillig laat ik hem z'n gang gaan. 'Denk jij wat ik denk?' roept hij enthousiast. Ik slaak een gefrustreerde kreun. Nee, maar ik heb wel zo'n vermoeden wat jij denkt. Desondanks schud ik m'n hoofd en ja hoor, daar gaan we weer. 'Kom op Mathis, wij gaan die schattenjacht winnen! We zijn een team!' Smekend kijkt hij me aan. Hoe kan ik ooit aan die blik weerstaan?   Rationeel als ik ben, weeg ik de voor- en nadelen van onze deelname af tegen elkaar. Natuurlijk enkel voor de overlevers. De beangstigende woordkeuze van de luidsprekerstem bevalt me helemaal niet, maar mijn oeverloze nieuwsgierigheid krijgt de bovenhand. We zien wel of het leuk is, anders kunnen we er nog altijd mee stoppen. 'Oké, we doen het,' geef ik toe. Ewan steekt lachend zijn twee duimen naar me op. We willen niet te laat komen, dus proberen we haastig beneden te raken via de wenteltrap. Achter ons blokkeren andere mensen de weg, en wanneer we hen vriendelijk vragen om plaats te maken, kijken ze ons boos aan. 'Wij staan hier ook al even te wachten, jongeman,' zegt één van hen bozig. Er zit niets anders op dan ongeduldig te blijven aanschuiven en via de glijbaan naar de begane grond te gaan.   III Eindelijk is het mijn beurt om de zogenaamd leuke en coole glijbaan te betreden. Als ik heel eerlijk ben, associeer ik eerder lugubere woorden als gevaarlijk en dodelijk met het gevoel dat het kolossale bouwsel bij me oproept. Bovenaan de ingang zit een metalen stang, die ik vastgrijp en gebruik om me af te duwen. Hoe sneller het voorbij is, hoe beter. Het licht springt op groen, en met een rotvaart schiet ik door het duister. De maniak die deze glijbaan heeft ontworpen, heeft er voor gekozen om geen verlichting aan te brengen, zogezegd om het nóg spannender te maken. Tijdens de hele rit is het dus pikdonker – ik zie geen hand voor ogen. De huiverige stemming waarin ik ben, wordt hier enkel maar versterkt. Het duister is zo onvoorspelbaar en mysterieus als een roeibootje op een woeste oceaan.   Er is geen lampje om me te beschermen deze keer. Het bloeddorstige monster – dat tot nu toe onder m'n bed verstopt zat – ligt op de loer. Op zoek naar een lekker hapje. Er zijn geen lakens waar ik me onder kan verstoppen – er is alleen water en duisternis om me heen. Ik voel de hete adem van de monsters in m'n nek. De blinde paniek die ik als kind vaak voelde, overspoelt me weer. Met m'n ogen stijf dichtgeknepen – ook al heeft dat geen enkele zin – glijd ik verder. Doe niet zo stom, je zit in een glijbaan, wijs ik mezelf terecht. Maar ik glijd verder en de duisternis om me heen blijft.   Het water stroomt alsmaar sneller langs m'n lichaam en wanhopig bid ik dat er een einde komt aan de glijbaan. Op een gegeven moment lijk ik omhoog te glijden in plaats van omlaag. Door mijn dunne zwemshort heen voel ik elke hobbel in het plastic van de baan. Het doet een beetje pijn, want ik heb tenslotte niet zo'n vetlaag als Ewan. Ik ga steeds sneller en terwijl ik afweeg of ik het zou aan durven om te kijken, voel ik opeens een enorme kriebel in m'n buik. Alles staat op z'n kop. Een waterglijbaan met een looping?! Net wanneer ik bedacht heb hoe idioot dat klinkt, is het voorbij. Met een plons kom ik terecht in het zwembad en ga kopje onder. Zo snel mogelijk peddel ik naar de rand van het zwembad en hijs mezelf omhoog. Even verderop is een trapje, maar daar op zitten twee meisjes te wachten op iemand. Dat trapje kan ik dus niet gebruiken. Zo erg was het toch niet? Het stemmetje in mijn hoofd lacht me uit. Die zwartkijker compleet negerend, hou ik m'n hoofd schuin en schud voorzichtig het water uit m'n oren.   Even later komt Ewan uit de krochten van de diepblauwe buis gevlogen. Hij zwemt naar me toe en hijst zichzelf op de zwembadrand. 'Een beetje bizar dat we nooit eerder van die piratenzoektocht gehoord hebben,' bedenkt hij zich. 'We kwamen vroeger toch regelmatig in het zwembad, samen met de andere jongens? Maar ach...' Zijn gemompel sterft weg en ik weet waar hij nu aan denkt. Nee, niet over hen beginnen. Alsjeblieft. Snel krabbel ik overeind – een poging om de beklemde sfeer waarin we dreigen te belanden, te doen verdwijnen. 'Laten we maar eens gaan kijken of we nog mee kunnen doen met de wedstrijd,' verzucht ik. Ewan kijkt naar me op en lacht z'n tanden bloot.   De beste overlever I In het midden van het golfslagbad ligt een gigantisch houten piratenschip. Het is prachtig nagemaakt, met een glimmend geschrobd dek en een realistisch uitziende kajuit. In het midden staat een torenhoge mast waarvan de top alleen bereikbaar is via stevige touwnetten. Hij is zó hoog dat hij bijna tot het koepelvormige plafond van het zwembad reikt. Op de voorsteven houdt een halfnaakte zeemeermin de wacht. Wauw, dat is echt vakwerk, analyseert m'n brein. Met een creatieve moeder als de mijne, ben ik getraind om het werk van een kunstenaar te herkennen. En wat we ook gaan doen, dit is gemaakt door een rasechte artiest. We blijven even staan aan de rand van het zwembad om beter te kunnen kijken. Boven op de mast wappert een zwarte vlag met een doodshoofd erop. Piraten. Een ijskoude gewaarwording kronkelt door m'n lichaam. Mijn ogen fixeren zich op het doodshoofd, ik zie voor me hoe piraten... 'Heb je die lianen daar al gezien?' Ik scheur m'n blik los van het doodshoofd en kijk in de richting die Ewan aanwijst. 'Hoor jij ook papegaaiengeluiden? Het lijkt wel een theekransje van m'n moeder – al dat gekakel.' Ook deze keer is m'n vriend niet te stuiten en blijft maar door ratelen over hoe geweldig alles is. Ondertussen focus ik me op de details van het schip – een wankel uitziend kraaiennest, houten kratten op het bovendek, verschillende kanonnen die net echt lijken. Hoewel het er allemaal prachtig uitziet, wordt het onheilspellende gevoel dat ik dit beter niet zou doen, steeds sterker. Niet flauw doen, Mathis!   'Hup, er in jij!' Ewan duwt me het koude water in en springt er dan zelf achteraan. Met een luide plons belandt hij vlak naast me in het golfslagbad. 'Wie het eerst bij de boot is!' roept hij, en zwemt met krachtige slagen bij me weg. Ik zet me af tegen de grond en dankzij m'n trainingen bij de zwemclub vroeger, haal ik hem moeiteloos in. Bijna raak ik de wand van het schip, ik hoor de golven klotsen tegen het hout. Op het laatste moment besluit ik om Ewan te laten winnen. Ik houd in en hij slaat als eerste met zijn vuist tegen het houtwerk. 'Yes, gewonnen!' Triomfantelijk klimt hij via een touwladder omhoog en hijst zich op het dek. Lachend probeer ik mezelf ook aan de touwen omhoog te trekken, maar ik zwaai hulpeloos van links naar rechts. Ewan ziet dat ik in moeilijkheden zit en buigt zich over de reling van het schip om me een helpende hand toe te steken. Zijn vingers sluiten zich om mijn pols. Dankbaar grijp ik hem vast en laat me dankbaar naar boven hijsen.   Ewan geeft een laatste onzachte ruk aan mijn arm. Ik rol pardoes over de reling en beland op de houten plankenvloer van het schip. M'n knieën vangen de klap op en drie dunne streepjes bloed verschijnen. Heel erg fijn. Ik rol op m'n zij en vloek binnensmonds. Het is Ewan niet eens opgevallen dat hij me op de grond heeft geflikkerd – hij is veel te druk aan het rondkijken. 'Whoa, kijk daar, een kist vol levende krabben! Zouden ze die gebruiken voor de broodjes met krabsalade die je hier kan bestellen?' Snel krabbel ik overeind en word bijna opnieuw omver gelopen. Wie deed dat?! Een stukje verderop zie ik een lichtbruine dot in de menigte verdwijnen. Oh, was dat het meisje uit het bubbelbad? Heeft zij me geduwd? Verdwaasd loop ik achter haar aan om te vragen of er iets aan de hand is, of ik iets verkeerd gedaan heb. Ik schrik van een stevige greep om mijn arm. Ewan trekt me bruusk achteruit. 'Kom op Mathis, laten we uitzoeken hoe we in dat kraaiennest daarboven kunnen raken. Vanaf daar hebben we vast een prima zicht op wat er onder ons gebeurt.'   Zo gezegd, zo gedaan. Even later zitten we in de nok van de mast. Het wiebelt nogal, maar ik weet absoluut zeker dat we het allerbeste plaatsje van het hele schip hebben. Zelfvoldaan – door onze vernuftige inval om hierboven plaats te nemen – hijs ik mezelf nog wat verder omhoog. Dat had ik beter niet gedaan – ik verlies mijn grip op de houten reling en m'n hand schuift weg. 'Auw! Verdomme!' Een houtsplinter heeft zich in m'n linkerduim geboord. Vloekend laat ik me terug in het kraaiennest zakken, tot ik me naast Ewan bevind. We zitten op elkaar gepropt als sardientjes in een blik. 'Ga eens een beetje opzij, ik heb niet...' Op dat moment gaat het lianengordijn dicht en worden we afgesloten van de rest van het zwembad. Het enige geluid dat ik nog hoor is het klotsende gemurmel van het water. Het licht wordt gedempt tot een dof schemerduister waarin ik Ewan nog amper kan onderscheiden. Het gaat beginnen.   Terwijl mijn ogen stilaan wennen aan de duisternis, klinkt dezelfde krakende stem als daarnet door de luidsprekers. 'Beste deelnemers, welkom op onze spannende piratenwedstrijd!' Iedereen is zachtjes aan het fluisteren over wat de opdracht zou kunnen zijn. En wie uiteindelijk die prijs zou krijgen natuurlijk. Beneden rollen de golven meedogenloos tegen de zijkant van het schip. 'Voor al jullie dappere dekknechten is er maar één voorwaarde die jullie moeten naleven,' vervolgt de stem. 'En die regel is dat degene die zich het langst weet staande te houden, de wedstrijd wint.' Bij die laatste woorden klinkt er gegrinnik over de intercom. Waarom vindt die kerel dat toch zo grappig? 'Moge de beste overlever winnen!' Nog een krakend geluid en dan niets meer. Een koude windvlaag doet me rillen en zorgt voor een doodse stilte op het schip. Uit het niets komen er hoge golven opzetten.   II Ik schrik me een ongeluk wanneer Ewan in het duister vlak naast me begint te fluisteren. 'Brr, wat een enge vent was dat. Wat zou hij bedoelen met degene die het langst weet te overleven? Krijgen we drie levens, zoals in een computerspelletje?' Zijn stem sterft weg en het enige wat ik nog hoor zijn de rollende golven die tegen de rand van het schip beuken – en mijn bonzende hartslag die in m'n oren ruist. Voor de zoveelste keer vandaag vertellen de stemmetjes me dat dit niet helemaal in de haak is. Het voelt alsof er iets vreselijks op het punt staat te gebeuren. Boven ons pakken donkere, dreigende wolken zich samen. Wolken? We zijn toch binnen? Verontrust klamp ik me vast aan de houten reling en probeer mezelf te kalmeren. Op het dek onder ons begint iemand te gillen. Ik kijk naar beneden en zie hoe de beukende golven hoger en hoger worden – en over de rand van het schip slaan. Ijskoude golven doorweken alle tieners die daar op een kluitje staan. Ze rennen schreeuwend door elkaar en proberen een schuilplaats te vinden om zich te beschermen tegen het genadeloze water.   Opkomende paniek klinkt door in Ewan's stem, ook al probeert hij die zo goed mogelijk te verbergen. 'Mathis, wat moeten we nu doen?' Ik weet dat hij – ondanks zijn uiterlijke kalmte – ongerust is. Ik herken de toon van zijn stem, waarin ik de subtiele angst – die ik zelf altijd zo goed weet te verbergen – kan horen. Ik weet niet wat we moeten doen. De hele situatie waar we ons in bevinden is zo surrealistisch dat m'n hersenen weigeren mee te werken. 'Zullen we maar gewoon naar de kant proberen te zwemmen?' stelt hij voor. 'Ik dacht dat het een léúk spel zou zijn – dit is meer iets voor kleine kinderen. Piraten, kom op zeg,' probeert hij z'n ongerustheid te verbergen. 'We hóéven niet mee te doen met deze schattenjacht...' Een woeste stormwind blaast m'n haren voor m'n ogen en laat het kraaiennest vervaarlijk wankelen. Het zwembad onder het schip is veranderd in een kolkende zwarte massa – als een woeste zee bij stormweer. Hier komen we niet meer weg, zegt het irritant rationele stemmetje in mijn hoofd. Ik schraap m'n keel. 'Ja, dat lijkt me een goed...' Een bliksemflits doorklieft de lucht en nog geen halve seconde later teistert de donder mijn trommelvliezen. Angstig klamp ik me vast aan het wankele kraaiennest, een schuilplaats die achteraf gezien toch niet zo perfect was. Als de bliksem nu inslaat...   Een tweede donderslag rolt door de lucht. 'We moeten hier weg!' Zijn woorden in daden omzettend, kruipt Ewan over de balustrade heen en laat zich naar beneden zakken. Ik doe zo goed mogelijk m'n best om hem te volgen, maar op dat moment boort een derde bliksemschicht zich midden in het scheepsdek. Een oorverdovende knal wordt gevolgd door een verblindende lichtflits. De houten kratten die her en der op het schip stonden, vliegen in de fik en binnen een paar tellen is het hele bovendek veranderd in een vlammenzee. We zitten vast, registreert mijn brein. Door de hoog oplaaiende vlammen kunnen we niet meer terug naar beneden. We zijn gedwongen om hierboven te blijven zitten. Ewan klautert terug naar boven en knijpt hard in mijn bovenarm. 'Mathis, we zinken!' schreeuwt hij. Mijn woest bonkende hart blijft een hele seconde stil staan, de adem giert door m'n keel. Ik kijk naar het donkere water en mijn hersenen proberen te bevatten wat er gebeurt, hoe het onverbiddelijk dichterbij komt. De bliksem heeft een gat geslagen in de zijkant van het schip en het ijskoude sop loopt razendsnel naar binnen. De ondoordringbare zwarte massa komt recht op ons af.   De vierde blikseminslag treft een houten ton op het dek – die recht in het gezicht van een meisje ontploft. Ze wankelt achteruit terwijl ze haar handen voor haar gezicht houdt, dat helemaal verbrand is. Het meisje struikelt en valt over de reling van het schip. Haar uitzinnige gekrijs stopt abrupt wanneer ze het kolkende water raakt – ze is net zo snel tussen de golven verdwenen als een zak chips in Ewan's buurt. 'Shit, we raken hier nooit meer weg,' panikeer ik. 'Het komt wel goed,' verzekert Ewan me. Het lijkt alsof hij het meer tegen zichzelf heeft dan tegen mij.   Een oorverdovend gebulder sleurt me brutaal weer naar het hier en nu. Het klinkt als een mengeling van een tank die een speeltuin met de grond gelijk maakt en een kudde olifanten die een dorp vol hutjes vertrappelt. Maar wat ik voor me zie gebeuren, is nog veel en veel surrealistischer dan dat. Het is zo absurd dat ik m'n ogen niet geloof. Dit is een droom. Hemeltergend traag gaan ik en Ewan de hoogte in, zittend op het kraaiennest. De zware lucht om ons heen is gevuld met krakende klanken – en af en toe het martelende geluid van een donderslag. We gaan steeds hoger en hoger. Kan de boot deze druk wel aan? Mijn gedachte is nog niet voltooid wanneer mijn angst bewaarheid wordt. Het schip breekt in twee stukken, zomaar, alsof het een luciferhoutje is.   Het kolkende water gutst nu razendsnel naar binnen. Het dek loopt helemaal onder – de mensen die zich op lager gelegen oorden bevonden worden meegesleurd door de stroming. Dit is onmogelijk, flitst er door mijn hoofd. We zijn in de filmopname van een tweede Titanic beland. Of eerder in een nachtmerrie. Heel langzaam begint het schip te zakken. Het voordek staat helemaal onder water en trekt het achterdek met zich mee de diepte in. Ewan zorgt er voor dat mijn catastrofale gedachten in één klap naar een ander probleem verlegd worden. 'Mathis, doe iets!' schreeuwt hij.   III Zijn geroep trekt mijn aandacht en in een glimp zie ik zijn hoofd verdwijnen onder de rand van het platform waarop ik zit. Vermoedelijk verloor hij door de klap z'n evenwicht – en nu klampt hij zich zo goed en zo kwaad mogelijk vast aan de mast. Wanhopig probeert hij zich op het wiebelende kraaiennest te hijsen. Doe iets! Ik strek m'n arm over de reling naar hem uit. 'Snel, grijp m'n hand!' schreeuw ik hem toe. Ondertussen zakken we alsmaar sneller het water in. 'Het lukt me niet!' Ik strek mijn vingers nog een stukje verder uit. Kom op, nog een paar centimeter...   Terwijl ik me focus op de vingers van Ewan, zie ik het. Een donkergrijze, rechtopstaande driehoek zwemt in rondjes onder ons. Het is een haaienvin – recht onder Ewan. Mijn hart slaat een slag over. 'Klim erop!' gil ik naar m'n beste vriend. Door het schommelen van het schip is hij nog verder naar beneden gezakt en hangt nu ongeveer een meter onder het platform. Dit lukt me nooit, schiet er door m'n hoofd. De bliksemflitsen en donderslagen volgen elkaar nu in hoog tempo op.   Het water onder ons is gevuld met haaien die dreigend rond zwemmen en ons hongerig begluren met hun kraaloogjes. Ondertussen is Ewan nog verder weggegleden. 'Help me!' schreeuwt hij. Hoe wanhopig graag ik dat ook wil, het lukt me niet om hem vast te grijpen. Het is onmogelijk om mijn arm verder uit te steken dan dit. Zijn trappelende voeten bungelen anderhalve meter boven het kolkende water. Paniekerig kijk ik om me heen, in een poging iets te vinden waarmee ik hem kan redden.   In een flits zie ik haar – het meisje van het bubbelbad. Ze staat boven op het andere platform, dat zich meer vooraan op het schip bevond, en houdt zich dapper staande op het wiebelende schip. Zelfs vanaf hier kan ik zien dat ze een bloedende schram boven haar linkeroog heeft. Maar dat is niet hetgene wat me het meest opvalt. Wat me verrast, is het feit dat ze doodstil staat en me aan kijkt met haar strakke blik. Ze kijkt niet naar het kolkende water, ze staart naar míj. Dan hoor ik een afschuwelijk scheurend geluid en een door merg en been gaand gekrijs. Vlug kijk ik naar beneden en zie hoe Ewan vecht voor z'n leven – terwijl het bloed uit de diepe wonden in z'n been stroomt. Kwetsuren die zonder twijfel zijn toegebracht door één van de haaien.   Een luide schreeuw breidt zich uit vanuit m'n keel, maar ik weet dat het niet mogelijk is om hem te helpen. Het enige wat ik kan doen is toekijken en hopen dat het allemaal een nachtmerrie is. Hoe ben ik hier toch in beland?! We hadden nooit mogen deelnemen aan die domme wedstrijd. We hadden niet naar het zwembad moeten komen. We hadden... Eén van de haaien springt op uit het water. Z'n reusachtige, vlijmscherpe tanden grijpen Ewan bij z'n middel en trekken hem mee de diepte in. Een finale donderslag geselt mijn trommelvliezen. Terwijl het geluid van de knal langzaam wegsterft, vallen de haai en Ewan samen omlaag – recht in een plas felrood bloed die de zwarte kolkende watermassa wat kleur geeft.  

Eva Linden
1 0

folder campagne 11.11.11 over een goede gezondheidszorg in het Zuiden

Lay-outinstructies: Doel: Info geven over campagne; aanzetten Wordt meegegeven aan passanten op festivals die deelnemen aan actiemodel; mensen chocolade kopen tijden de fondsenwervende week, ligt in bibliotheken, op tafels bij een quiz, … Oplage: +- 90.000 Formaat: A4, geplooid tot A6 (achterkant = campagne-affiche).   De folder bestaat dus uit een voorkant (A6) een binnenkant (2xA6) en een achterkant ((A6). Als je de folder helemaal openplooit zie je op de achterkant de affiche van de campagne. [voorkant A6] Santé! Ook voor 1,3 miljard mensen zonder gezondheidszorg    Zo evident “Santé!” voor ons klinkt, zo onbereikbaar is een goede gezondheid voor miljoenen mensen in het Zuiden. Schrijf hen een betere gezondheidszorg voor en zet onze politici onder druk. Onderteken de petitie op www.11.be/sante   [midden: 2 pagina's A6] [foto Surinam en zijn twee kinderen, hij houdt een foto van zijn overleden vrouw vast, portret van fotograaf Tim Dirven]   Suniran woont met zijn kinderen Sushant en Sharleen in Darjeeling, India. “Mijn vrouw Ruda overleed bij de geboorte van Sharleen”, vertelt hij. “Ze beviel thuis en kreeg een hevige bloeding. Wat er precies fout liep, weten we nog steeds niet.” Baby Sharleen kreeg een infectie aan haar darmpjes door slechte poedermelk. De operatie was veel te duur voor Suniran. Gelukkig kon zijn broer het geld voorschieten. Sharleen stelt het goed nu.   Een goede gezondheidszorg redt levens. Toch hebben 1,3 miljard mensen er geen toegang toe. Ze hebben geen dokter, apotheker of ziekenhuis in de buurt, of kunnen die niet betalen. Dat is onrechtvaardig. Gezondheidszorg is een mensenrecht. Vind jij ook dat iedereen goede zorgen verdient bij ziekte?   Doe mee - Onderteken de petitie op www.11.be/sante - Stort een bijdrage voor 11.11.11 op BE30 0000 0000 11 11 - Hang de affiche op aan je raam (zie achterkant)   [achterkant A6] 11.11.11 stapt met jouw stem en deze belangrijke eisen naar onze politici: Maak van basisgezondheidszorg de prioriteit in het internationale gezondheidsbeleid. Hou gezondheidszorg uit vrijhandelsakkoorden. Geef iedereen toegang tot betaalbare medicijnen. Ondersteun andere landen in de uitbouw van hun sociale bescherming. Meer info over de campagne en onze politieke eisen vind je op www.11.be/sante. (Logo Santé + logo 11) (rekeningnr) BE30 0000 0000 11 11    

Mies Cosemans
0 0

Breng het paard van Troje mee ten val op 20 september!

Beste …Naam…   Breng het paard van Troje mee ten val op 20 september!   Je hebt er misschien wel al een keer van gehoord: het Ttip, Transatlantic Trade and Investment Partnership. Ttip is het alles allesomvattend vrijhandelsakkoord tussen de Europese unie en de Verenigde staten. Via TTIP willen de Europese Unie en de Verenigde Staten de handel in goederen en diensten tussen de twee grootste handelsblokken ter wereld bevorderen. Voor Europa zou dit een betere toegang tot de Amerikaanse markt betekenen. Onze Europese economie zou zich hierdoor volledig kunnen herstellen van de economische crisis en zelf nog een stuk kunnen groeien. Voor de Amerikaanse markt betekent het een vrijere toegang tot Europese markt door de strenge Europese regelgeving te versoepelen. Alleen maar voordelen hoor ik je denken. Maar niets is minder waar. Sinds de start van de onderhandelingen wordt het steeds duidelijker dat we in dezelfde val lopen als de Trojanen ons al voordeden. De onderhandelingen worden in het grootste geheim gevoerd. Via informatielekken bereiken er ons allerlei doemberichten over de ontbrekende garantie op voedselveiligheid, bescherming van het milieu, bescherming van de gezondheidszorg,… Belangrijke betrokken actoren worden niet gehoord waaronder de ziekenfondsen. Zij stellen zich grote vragen over de meerwaarde van het TTIP voor de volksgezondheid en de gezondheidszorg. Zolang onze sociale zekerheid niet uit het verdrag valt, blijft het kwetsbaar voor grote commerciële spelers. Deze spelers zullen ervoor zorgen dat een markt die vooral gebaseerd is op solidariteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid ten val komt. Net zoals dat mooie Troje. Maar de strijd is niet verloren! Samen kunnen het paard nog een halt toeroepen! Maar dat kan alleen door je stem te laten horen! Kom daarom op 20 september om 17u naar het Meyserplein waar we samen met vele andere organisaties en NGO’s verzamelen voor een grote betoging tegen het TTIP! Want alleen samen kunnen we ervoor zorgen dat gezondheid en sociale bescherming niet opgeofferd worden voor het economische belang!   Alvast tot 20 september!  Met vriendelijke groeten, Sofie Debognies CM Sint-Michielsbond Educatief medewerker Dienst Beweging

Sofie Debognies
0 0

Gezondheidsbevordering en preventie. Net zoals bijen geen bijzaak!

Context: Naar aanleiding van het nieuwe jaar 2017 zetten we in een brochure al onze acties op een rijtje samen met quotes en getuigenissen van deelnemers. Met deze brochure willen we ons aanbod verduidelijken en tonen wat een project specifiek kan betekenen voor een bepaalde organisatie.   Concept: Deze brochure wordt naar onze partners verstuurd in de vorm van een zakje met zaadjes om wilde bloemen te zaaien. Op het zakje zelf zou onderstaande tekst staan. De brochure zelf kan je in het zakje vinden samen met de zaadjes. Het gaat over een zakje van A5-formaat om zo voldoende ruimte te voorzien voor een tekst op de zak zelf en voor de brochure die er in zit.   Voorbeeld verpakking: https://www.pinterest.com/pin/208924870192191034/   Gezondheidsbevordering en preventie. Net zoals bijen geen bijzaak!Zaai jouw eigen gezondheidsbevorderend zaadje en word een rasechte Logo-bestuiver!   Bloemen en planten heb je in allerlei variëteiten. Plaats, weersomstandigheden maar ook zij die het stuifmeel verspreiden of nieuwe zaadjes planten, spelen een belangrijke rol. Bloemen kunnen in allerlei vormen ontpoppen: groot of klein, sterk geurend of neutraal, roze of blauw, eetbaar of giftig. En dan is er nog de bij. Zonder de bij zou ons landschap kaal zijn. Bijen leveren een enorm grote bijdrage aan onze samenleving. Bestuiving door insecten is noodzakelijk voor meer dan 75 % van de voedingsgewassen. Zo werkt het ook met gezondheidsbevordering en ziektepreventie. Deze twee belangrijke pijlers hebben bestuivers zoals jullie nodig die de promotie van een gezondere wereld verspreiden! Toch hoef je geen professionele tuinier of koninginnebij te zijn om een gevarieerde bloementuin aan te leggen of stuifmeel te verspreiden. Word jij één van onze nieuwe gezondheidsbestuivers?   Spiek in onze botaniek   Acties en projecten heb je in allerlei geuren en kleuren. De motivatie van onze partners om dit gezondheidsbevorderend stuifmeel te verspreiden, zorgt telkens voor een geslaagd boeket. Naargelang de gemeente, het CLB, de scholen, artsen, partnerorganiaties of bedrijven waarmee Logo Dender vzw samenwerkt, krijgen we een boeket dat lang meegaat, anderen inspireert en de aandacht trekt! Ga op ontdekkingstocht in onze botaniek en ontdek in deze brochure ons projectenaanbod en welke rol jij of jouw organisatie hierin kan spelen! Vragen over een specifiek project? Neem gerust contact op met één van onze medewerkers en we helpen je mee op weg.   Plan(t) een actie   Wil je mensen overtuigen van de vele voordelen van een fysiek actief leven en gezonde voedingsgewoonten? Ben je op zoek naar een goede strategie die het gebruik van tabak, alcohol of andere drugs ontmoedigt? Wil je mensen aanmoedigen om deel te nemen aan de bevolkingsonderzoeken die kanker preventief opsporen? Wil je het valrisico van oudere mensen aanpakken? Lig je wakker van het hoge aantal zelfdodingen en de bedreigingen van het milieu voor onze gezondheid? Wij geloven dat jij gezondheid belangrijk vindt! Je bent dus aan het juiste adres.   Het Logo als voelspriet   Logo Dender vzw heeft een passie voor gezondheidsbevordering en ziektepreventie. Een enthousiast team van 8 medewerkers bestuift dagelijks organisaties zoals de jouwe en dat tot in de uithoeken van onze regio. En het werkt! In 2015 schreven 52 (!) klassen zich in voor het project ‘Wedstrijd Rookvrije Klassen’ maar ook Tutti Frutti, het project dat fruit eten op school stimuleert, boekte een recordjaar. Tutti Frutti is ondertussen zo ingeburgerd dat de cijfers waarschijnlijk niet langer representatief zijn voor het aantal scholen die het eten van fruit en groenten promoten. De meeste basisscholen hebben intussen een vaste dag in de week waarop leerlingen samen een vers stuk fruit eten als tussendoortje! Verder namen 889 organisaties in Vlaanderen deel aan de 5de editie van de Week van de Valpreventie waarin de gevaren van slaapmedicatie onder de aandacht gebracht worden.   Heb jij ook nood aan een gezondheidsactie in je gemeente, op school, op het werk of in je vereniging? Logo Dender vzw legt samen met jouw en je organisatie een kleurrijke bloementuin aan waaruit iedereen zijn eigen boeket kan samenstellen! We bieden je zaadjes aan voor een gezonde gemeente, school, werkomgeving en zorg en begeleiden je tot aan de finish. U haalt toch ook wel eens graag een bloemetje in huis?

Jade Janssens
0 0

Persuasieve mails- Info Support

Mail 1 Beste mevrouw …..,   Als softwareontwikkelaar met passie voor innovatieve software zijn we enorm geïnteresseerd hoe een succesvol een innovatief bedrijf, zoals …. software gebruikt om zijn strategische doelstellingen te bereiken?     Wat is jullie grootste uitdaging als het gaat om software development? Wat is jullie visie op software op maat?   We komen zeer graag langs voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek om naar jullie verhaal, visie en uitdagingen te luisteren op het gebied van softwareontwikkeling en tegelijk ook onze visie op softwareontwikkeling toelichten.   Wanneer past het voor u om rond de tafel te zitten?   Ik dank u alvast voor uw reactie en ik kijk uit naar uw antwoord!    Mail 2 Beste mijnheer …..,   U weet ongetwijfeld heel goed dat de financiële sector vandaag voor verschillende uitdagingen staat op het gebied van Big Data, Cloud oplossingen, Cross Platform en Mobile services.   Bankensector wordt geconfronteerd met de concurrentie vanuit onverwachte hoek, zoals Digital Giants en jonge startups. Daarnaast behoren digitaliseren, automatiseren en stroomlijnen van de verschillende distributiekanalen ook tot de topprioriteiten van de banken. Deze uitdagingen brengen ook talloze opportuniteiten met zich mee! We kunnen echter niet ontkennen dat de bank van morgen is de bank met de beste appstrategie die weet te beantwoorden aan de verwachtingen van de ‘online klant’.   Als softwareontwikkelaar met passie voor innovatieve software en jarenlang ervaring in de financiële sector, zijn wij enorm geïnteresseerd hoe …. Bank zich voorbereidt op deze fundamentele verandering? Op welke manier volgen jullie de technologische evolutie in softwaregebruik? Wat is jullie grootste uitdaging als het gaat om software development?   We komen zeer graag langs voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek om naar jullie verhaal, visie en uitdagingen te luisteren op het gebied van softwareontwikkeling en tegelijk ook onze visie en ervaring toelichten.   Zou u mij willen laten weten wanneer een meeting voor u past?   Ik dank u alvast voor uw reactie en ik kijk uit naar uw antwoord!   Mail 3   Kom een kijkje nemen in onze keuken!   Een hamburger bakken is makkelijker dan een goede biefstuk bereiden. Het verschil zit in kennis, kunde en liefde voor het vak. Zo is het ook met IT.   Ben je Young professional, pas afgestudeerd of zit je in je laatste jaar en je wil jezelf ontwikkelen tot een vakkundig IT-professional? Wil je meewerken aan betekenisvolle projecten, zoals SportsPay?   Dat kan! Kom op 23 juni vrijblijvend proeven van Info Support en maak kennis met onze IT-professionals.   Het programma van de Meat ’n Greet Inhousedag kan je hier bekijken.   Zet 23 juni alvast in je agenda en meld je nu aan!   http://meatngreet.be/  

Sara
0 0

Ontmoeting op het perron.

Maandagmorgen, kwart over zes.   Een schuchter zonnetje piept zachtjes door de ochtendnevel. Uit de autoradio klinkt het pianotrio opus 100 van Schubert. Langzaam rijd ik de donkere mond van de stationsparking in. Ik houd mijn abonnement voor het slagboommechanisme. De interferentie vermoordt Schubert. Ik parkeer heel voorzichtig. De slaap zit nog in mijn ogen en ledematen. “Tell me why I don’t like Mondays…” Deze overjaarse hit huilt in mijn hersenpan. Ik sluit mijn auto af. Met loden schoenen sjok ik naar de uitgang. Moet ik vandaag écht terug aan het werk?   En toch… Hoop sluimert achter mijn oogleden. ‘Zou hij er zijn?’   Ik strompel naar de onderdoorgang. De weeë geur van de Panos-snoeperijen komt me tegemoet. Mijn maag protesteert. In de luidsprekers tracht een vrolijke dame de ochtendlijke vertragingen te verzachten. Ze slaagt er niet in… De roltrap is stuk. Had ik iets anders verwacht vandaag?   Ik klauter de trap op naar perron B. Mijn hartslag verhoogt niet alleen door de inspanning. De hoop flakkert verder op. Hij moet er zijn. Alleen hij kan deze vreselijke maandagmorgen nog redden. Zou hij er zijn? Zal hij me opwachten? Kijkt ook hij verlangend uit naar dit ogenblik?   Ik tuur het lange perron af. Zoek naar zijn prachtige haardos. Zie in gedachten zijn lenige tijgerstap. Ik twijfel. Ben ik niet te oud voor dergelijke ontmoeting? Misschien maak ik me eindeloos belachelijk. Wie weet word ik straks in de trein ontvangen door een comité van afkeurende blikken? Ik spreek mezelf bemoedigend toe. “ Ach op dit uur zijn er nog bijna geen treinreizigers. Bovendien ligt dit perron helemaal aan de zijkant van het station. En staat er een leeftijd op een blijk van genegenheid? Nee toch!”   Merk ik daar een donker silhouet? Zou hij het zijn? Is hij écht op onze afspraak? Wacht hij me op? Hij zit met zijn rug naar me toe. Ik nader en focus mijn blik. Ja! Hij is het! Omzichtig stap ik verder. Ik wil hem niet opschrikken. Toch slaag ik er niet in hem ongemerkt te naderen. Hij voelt mijn aanwezigheid…   Heel langzaam, bijna sensueel, rekt hij zich uit. Hij aarzelt even. Dan komt hij mijn richting uit. Met zijn geelgroene blik kijkt hij me strak aan. Ik staar gehypnotiseerd terug. Langzaam heel langzaam stapt hij naar mij toe. Ik volg elke spierbeweging in zijn lenige lichaam. Hij kijkt weg en raakt heel vluchtig strelend mijn been aan. Met de rug van mijn hand streel ik over zijn wang. Ook heel vluchtig. We blijven dicht bij elkaar staan. Ik begraaf mijn vingers in zijn prachtige zwarte haren… … weerhoud mezelf er net van luidop te spinnen. Hij geeft het afscheidsteken. Nog even kijken we elkaar in de ogen en dan kuiert hij verder.   Hier scheiden onze wegen. Ik stap op de trein, hij gaat op zoek naar nieuwe avonturen. Mijn maandagmorgen is gered!

Lut
0 0

Wat kwam na wat voorafging...

BEGRIJP JIJ DIE MENSEN DIE OP FEESTEN DE OVERWINNING VIEREN VAN HET LEVEN OP DE DOOD EN DIE KANSEN GRIJPEN WAAR ZE LIGGEN EN DIE ALTIJD WETEN WAT ZE DOEN ? Gorki   WAT KWAM NA WAT VOORAFGING   Ik heb lang getwijfeld over wat ik nu ga vertellen. Het zou kunnen overkomen als het profiteren van een “bekend” iemand die er niet meer is en die mijn woorden dus niet meer kan bevestigen of ontkennen. Ik zou dit kunnen schrijven om mezelf wat belangrijker te maken, of ten minste de indruk te wekken dat ik dat ben, bij mensen die vatbaar zijn voor die manier van denken, waar ik mezelf ook nu en dan ook toe reken. Aangezien het verhaal dat ik ga neerschrijven echter evenzeer deel uitmaakt van mijn leven als alles wat vooraf ging ga ik het toch vertellen en vrij vlug zal blijken dat het in de toenmalige context simpelweg niets bijzonders voorstelde. Het verleden zou in dat opzicht voor mezelf pas meer gewicht krijgen naarmate de tijd “erna” verstreek.   Op een frisse maandagmorgen van het jaar 1990 parkeerde ik mijn witte, 2dehandse Citroën AX Diesel, waar ik weer eens aan bedrogen was geweest omwille van de verborgen gebreken die zich na korte tijd openbaarden en die ik er als gratis optie had bijgekregen, voor de gebouwen van het opleidingscentrum van de VDAB . De opleiding zou een paar maanden duren en ondertussen bleef ik tijdens de weekends als bobijnopzetter aan het werk bij “Van Neder Carpets” in Waregem. Er kwam dus geen druk aan te pas want ik “had” werk en mocht in de opleiding falen zonder dat het mij, buiten het verder ondermijnen van mijn al niet opzienbarende zelfvertrouwen, schade kon berokkenen. Voor het eerst hoefde ik niet te presteren bij iets wat ik ondernam en niemand zou het te weten komen als het mislukte want niemand wist dat ik er ooit aan was begonnen. Vrij ontspannen stapte ik de refter binnen waar al enkele mensen, bijna allemaal jonge vrouwen, lichtjes gespannen via eerste verkennende gesprekjes elkaar aftastten en kliekjes begonnen vormen. Tussen hen in, een beetje afwezig stond een nog vrij jonge man, eigenlijk meer een jongen, wat onwennig te wezen. Hij zag me op mijn eigen manier minstens even weinig op mijn gemak zijn en kwam naar me toe. We praatten wat, beiden opgelucht dat we niet de enige man in het gezelschap waren. We stelden ons aan elkaar voor en kwamen tot de conclusie, Luc en ik, dat we daar beiden waren omdat we zelf niet goed meer wisten van welk hout pijlen te maken, we waren nog net niet verloren voor het vaderland maar de tijd begon wel te dringen. Hij vertelde me dat hij met zijn groepje onlangs had deelgenomen aan Humo’s Rock Rally. Ik vond dat wel leuk alhoewel ik de wedstrijd al een aantal jaren niet meer volgde maar we hadden meteen een aanknopingspunt gevonden voor een gesprek want ook ik had jaren tevoren met mijn groep “M. B.” deelgenomen aan de wedstrijd. Niet dat we ver geraakt waren maar de commentaar in HUMO op onze vertoning was zeker niet vernietigend geweest. Ik dacht bij mezelf: “dit is weer één van de velen die het hebben gewaagd en zo succesrijk zal hun deelname waarschijnlijk ook wel niet geweest zijn” want voor mij stond geen flamboyante rockster maar een doodgewone brave, wat onzekere jongen. Hij vertelde me dat hij in het Nederlands zong en al zo lang bezig was met muziek in verschillende groepjes dat het deze keer alles of niets was. Als het na deze Rock rally deelname niets zou worden zou hij er mee ophouden en doen wat de maatschappij en zijn moeder van hem verwachtten, namelijk een baan zoeken zoals bijna iedereen dat deed en het leven leiden van de middelmatigheid. Wat hij me niet vertelde was dat ze derde geworden waren achter “Noordkaap” en “Kitchen of Insanity”. Naarmate ons verblijf tussen de meisjes van de cursus polyvalent bediende langer duurde leerden we elkaar beter kennen en kwam hij af en toe langs in mijn kleine huisje in de Sint-Machariusstraat rechtover de kerk waar om de hoek ook singer-songwriter “Tom Wolf” woonde. Het waren gezellige bijeenkomstjes en we genoten van een drankje en wat gemijmer en gefilosofeer over het leven en over muziek. Op een dag haalde ik er nog een man, Peter, bij die ik kende uit de muziekschool aan de Poel in Gent waar ik toen voor de tweede keer in mijn leven notenleer volgde. Ik had die lessen als kind reeds bijgewoond in de muziekschool in W. maar had er toen voornamelijk voor spek en bonen bijgezeten. Peter speelde piano en ik had nog een oude studiepiano van mijn zus in mijn woonkamertje staan. Met ons drieën begonnen we al improviserend wat te spelen en te zingen. Er was weinig overleg en iedereen deed zowat zijn ding waardoor we niet echt tot iets vruchtbaars kwamen maar dat deerde ons niet. Eindelijk maakte ik weer een beetje muziek hoewel wat ik deed op mijn gitaar bitter weinig voorstelde. Toen ik Peter had uitgenodigd om samen met mezelf en ene "Luc De Vos" wat te komen muziek maken bij mij thuis merkte ik aan zijn reactie dat er onmiddellijk een belletje ging rinkelen in zijn hoofd. Hij wist  duidelijk wel wie Luc De Vos was en leek al enigszins onder de indruk. Al vlug werd het me duidelijk dat “Gorki” niet zo maar een groepje was en toen Luc me uitnodigde om naar een optreden in de Vooruit te komen kijken ben ik op zijn uitnodiging ingegaan. Toen ik er aankwam en de deur opende was de zaal barstensvol met uitzinnige mensen. Ik kon er gewoonweg niet doorheekomen. Er steeg zichtbaar stoom op in de zaal van de verhitte lijven die uitgelaten dansten op de muziek en in de verte op het podium zag ik een onverschrokken podiumbeest te keer gaan. Het was die rustige, beleefde, wat onzekere jongen die ik kende. Ik was overdonderd maar kon er niet langer blijven omdat ik min of meer angstig word als ik me in een bewegende ondoordringbare massa bevind. We zijn elkaar na de cursus, waar we op een dag, voor het officiële einde van de opleiding ons attest zomaar kregen omdat ze waarschijnlijk niet goed wisten wat met ons aan te vangen hoewel we twee brave nette jongens waren, nog een tijdje blijven zien tot ik uiteindelijk de vrouw van mijn leven ontmoette waar ik zo lang had op gewacht. Het was een tumultueuze tijd in mijn leven en in mijn hoofd en ik sloot me af van de rest van de wereld om een nieuw gedeeld leven te beginnen met mijn huidige echtgenote. Ik heb toen mensen verwaarloosd omdat ik mijn vroegere leven, dat me niet zo bevallen was, volledig achter mij wou laten. Ondertussen werd Luc meer en meer  beroemd met zijn groep en zijn columns. Hij heeft me nog een kaartje gestuurd, een Gorki prentkaart, met de vraag om nog eens af te spreken. Ik was langzaam onder de indruk geraakt van wie hij ondertussen geworden was en durfde geen contact meer op te nemen. Bovendien had ik in de tussentijd een “gewoon” baantje gevonden en verwachtten wij een eerste kind. Wat zou ik hem nog te vertellen hebben nu hij beroemd was. Ik hield me liever afzijdig wat ook te maken had met een zekere schroom, een beetje schaamte ook omdat ik al lang niets meer van me had laten horen en hij toch nog het initiatief had genomen om contact met mij op te nemen. Kort daarna verhuisden we naar Brugge en telkens ik hem op de radio of op tv hoorde en zag voelde ik wat pijn in mijn hart omdat ik afstand van hem had genomen en anderzijds blijheid en trots om wat hij presteerde en om hoe hij zijn weg gevonden had en het had klaargespeeld om bij zo goed als iedereen in Vlaanderen “geliefd” te worden. Telkens mijn zus, die nog in Gent woonde hem tegenkam, vroeg hij hoe het met me ging. Het deed me telkens deugd om dat van haar te horen. Zonder dat hij het zelf wist bleven we op een bizarre manier via een paar mensen met elkaar verbonden. Hij zou dat ontdekken toen we elkaar na vele jaren in Brugge, na een optreden, terug tegen kwamen en, alsof het van gisteren geleden was, elkaar vertelden hoe het met ons ging. Daarna zouden we elkaar nog een keer ontmoeten en kort met elkaar praten, ondertussen 4 jaar geleden, ook in Brugge, bij de begrafenis van iemand die ons al die tijd met elkaar had verbonden maar over wie ik, om redenen van privacy, niet kan uitweiden. Toen ik het nieuws hoorde van zijn overlijden voelde het alsof ikzelf ook een beetje doodging, alsof ik een compagnon de route, die ik vrijwel nooit meer zag, verloor. Ik kon het niet geloven. Het kwam vrij heftig bij me binnen en toen ik het verhaal hoorde van het appartement en zijn eenzame heengaan moest ik onmiddellijk terugdenken aan Wim De Craene die eveneens alleen, in een appartement in Gent, aan zijn einde kwam. De dag dat Wim De Craene overleed kreeg mijn zus Lieve hevige pijn in haar knie en wou ze onmiddellijk naar de dokter. Het vervolg van haar verhaal heb ik reeds beschreven. Ze heeft lange tijd getreurd om de dood van Wim De Craene met wie ze zich ook op één of andere manier verwant voelde. Hoe het met Luc is gegaan en wat er in hem omging tijdens zijn laatste uren zal waarschijnlijk een raadsel blijven en toch zou ik het heel graag willen weten. Ik wil het weten om het te kunnen begrijpen en om het daarna eventueel te kunnen aanvaarden maar het zijn mijn zaken niet. Ik weet dat iedereen in Gent hem kende na zijn doorbraak en dat hij met iedereen sprak. Ik had het geluk hem te kennen, net ervoor. We liepen toen door Gent zonder dat iemand naar hem keek. We hadden het goed samen, die korte tijd dat we makkers waren en ik ben dankbaar om die bijzondere, getalenteerde, zij het zeer eenvoudige en warme mens, van dichtbij te hebben mogen meemaken. Bij zijn dood voelde ik me al niet zo goed meer in mijn vel en vanaf dat moment zou het steeds minder goed met me gaan tot ik in juni, een half jaar later instortte.   Tot zover mijn eerste boek.

wimpel
0 0

Ik zij

 Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik Ik zij zij ik ik zij zij ik ik zij zij ik

Han Hartmoed
0 0