Lezen

Als angst een gezicht krijgt

    ‘Zal ik blijven leven?’ fluisterde hij, zo goed als onhoorbaar. Al weken zag ik hem, zwijgend, als een verstarde kraanvogel in zijn rolstoel zitten. Ik ging er vanuit dat hij niets kon zeggen. Dat komt voor  in een revalidatiecentrum. Ik zwaaide wel eens en dan zwaaide hij moeizaam terug, als een vlag die halfstok bleef hangen. Op een dag nam ik plaats op een toestel naast hem, een beetje gezelschap kan nooit geen kwaad, was het uitgangspunt. ‘Zal ik blijven leven?’ herhaalde hij.  ‘Ik weet het niet, ben geen doctor, daar kan ik geen antwoord op geven’. Verbouwereerd, want als openingszin kon dat tellen. De tweede zin was liet er ook  al geen gras over groeien : ‘Ik ben zo bang om te vallen’. Dàt kon ik als ervaringsdeskundige begrijpen.  Het zal je maar overkomen.   Als 66jarige, had  de ziekte van parkinson zo hard toegeslagen, dat hij enkel, schuifelend, hele kleine stapjes kon zetten. Zoals muizen boterhammen eten, zo beweegt  hij zich voor. ‘Volgende week mag ik naar huis. Mijn vrouw zegt dat ik vooruitgegaan ben, maar ik voel dat zo niet’. ‘Zal ik nog genezen?’ vraagt hij, me recht in de ogen kijkend.‘ Ik ben zo bang,’ voegde hij er nog aan toe. ‘Bang voor de dood’, antwoorde  ikzelf. ‘Ja, zo bang, is het voor binnenkort?’, vroeg hij met een striemende blik. ‘Nog niet voor binnenkort, hoop ik’. Die kans zit er in, want  er zat nog veel kracht en medeleven in zijn ogen als hij vraagt hoe  het met mij gaat.

dirk adijns
0 0

Hét restje

De deur sloeg iets te hard achter haar dicht. Louise voelde haar sleutelbos zwaar worden in haar hand. Ze keek er naar terwijl ze door de gang liep, de woonkamer binnen. Onverwacht stil was het huis. Alsof de stilte hoorbaar was. Ze was net afgezet door haar schoonouders, dat was best raar. Niemand wist echt goed wat te zeggen, hun zwarte kleren zeiden genoeg. Louise had geen hap kunnen eten. Ze had het immers te druk om de blikken te vermijden die haar zouden aanzetten tot meer dan ze wou toegeven. Daarom had ze maar gekeken naar haar zakdoek, haar bord, haar nagels. Er was niets anders te doen dan aan de tafel te gaan zitten en te wachten. Morgen zou alles opnieuw beginnen. Dan wist Louise misschien terug hoe ze zich kon gedragen. Nooit had ze kunnen denken dat het eerste waar ze werk van zou maken bij thuiskomst, een bord Spaghetti was. Ze trok de koelkast open. Daar stond het. Het potje waar ze haar gedachten maar niet van kon houden. Ze wist nog goed dat het er was, en dat het nog goed was. Vier dagen geleden was dit gerechtje klaargestoomd in hun zwarte Le Creuset pot en net na de maaltijd was dit restje koel gezet. Het was zondag geweest en de dag had zich gevuld met regen. Op zo’n dagen verzon hij wel vaker projectjes die gewoon tijd vergde. Dan kon hij er van genieten om minuten te geven aan simpele handelingen: wortelen flinterdun snijden in blokjes van vier vierkante millimeter, knoflook kneuzen, de meest nieuwe takjes oregano gaan afsnijden in de tuin, verse tomaten inkoken. Het was hun lievelingsgerecht. Spaghetti Bolognese à la flamande werd vaak op hoongelach onthaald. Maar zijn versie was magistraal. Elke student kon dit potje koken, en kwam niet verder dan een fractie van deze smaken. Ze kookte een verse portie pasta en warmde een pannetje saus traag op. Bij de eerste hap kauwde ze een vijftal keer en vulde al haar zintuigen. Ze haaste zich om door te slikken want daar kwam het snot met het schokken van iemand die zijn verdriet toelaat. Daar zat hij, naast haar, levend en wel. Niet dood te wezen. Niet geplet onder een vrachtwagen in een banale maandagochtendspits. Hij lachte haar toe en ze klonken hun glas wijn tegen elkaar. Tot de laatste hap at ze haar bord leeg. Nooit zal ze hem nog proeven. Smaakvol, dat was hij.

Kwinten Fort
7 0

De roedel van Siberië_Deel1_hoofdstuk 1

Het was vroeg in de ochtend in het uitgestrekte Siberië, het begon net te schemeren en iedereen sliep nog. Zelfs de wolven van ‘Greywolves’ lagen nog in hun hol. De roedel bestond uit het alfapaar Lea en Derek en hun kinderen David en Sky. Allemaal bruingrijze wolven met blauwgrijze ogen. Maar bij de ingang van het hol lag nog iemand: Calla, hun geadopteerde dochter, een slank meisje met blond haar en grasgroene ogen. Ze was geen gewoon meisje, ze was een weerwolf. Ze kon zich wanneer ze wil veranderen in een wolf en terug. De Greywolves hadden haar met enige moeite geaccepteerd in hun roedel. Ze was op een winteravond in hun territorium aangekomen, verkleumd en hongerig. Ze kon zich maar amper staande houden, maar toch slaagde ze erin de meeste aanvallen van Derek af te weren. Lea had voorkomen dat Derek haar doodde en had Calla haar verhaal laten doen. Calla vertelde hun alles, zelfs dat ze een weerwolf was. Sky en David vonden het reuzeleuk dat Calla dat was. Lea vond het minder leuk, maar wel handig en Derek vond het maar niets. Op dit moment lag Calla diep in slaap. Ze droomde van haar roedel weerwolven. Plots schrok ze wakker doordat er ergens in de verte een fazant een kreet slaakte. Calla veranderde in een wolf, spitste haar oren en keek, luisterde en snoof in het rond. Ze kon niets verdachts ontdekken, of toch. Daar beneden in het dal kwam een eenzame wolf hun territorium binnen. Calla wist direct dat hij niet van de streek was en dat hij gewond was. Ze sloop het hol uit en ging op zoek naar de eenzame wolf, al snel had ze zijn spoor te pakken en rende in zijn richting, want ze wist dat als ze hem niet ging helpen dat de wolf dood ging. Binnen een paar minuten was ze bij het verse spoor gekomen en liep ze behoedzaam verder. Plots bleef ze stokstijf staan. Voor haar tussen de bomen liep de eenzame wolf, het was een wolf die ze hier nog nooit had gezien. Hij was zo zwart als de nacht van kleur en was zeker een kop groter dan zij. Pas toen merkte ze de grote wonde op zijn zij en ze zuchtte diep, omdat de wonde vuil was en veel tijd zou nodig hebben om te helen. Op dat moment keek de zwarte wolf om en zijn hemelsblauwe ogen haakten zich vast in haar grasgroene ogen. Calla meende er een glimp van herkenning in te zien. Calla sloeg als eerste, al blozend, haar ogen neer en kwam voorzichtig dichterbij. Na een aantal meter gromde hij zachtjes, maar Calla schonk er geen aandacht aan en kwam steeds dichter bij. “Laat me met rust!” grauwde de zwarte wolf toen Calla een meter van hem verwijderd was. Calla bleef een seconde staan, plukte wat kruiden en wierp daarna de zwarte wolf tegen de grond, drukte de kruiden op zijn wonde en grauwde dat hij moest blijven liggen. Hij gehoorzaamde omdat hij de pijn héél lichtjes voelde afnemen. Calla stond recht om nog wat kruiden te plukken die ze bij op de wonde van de zwarte wolf legde. Daarna verbond ze de wonde met wat grashalmen en berkenbast en zei dat hij moest rechtstaan en wat rondstappen, zodat de kruiden hun werk konden doen. Ze hield hem goed in de gaten en spitste haar oren toen ze en kort woest geblaf in de verte hoorde. “Shit!”, zei ze, “We moet hier weg en zo snel mogelijk ook!” “Waarom?”  “Mijn stiefvader, Derek, is wakker!”  “Ik zie het probleem nog altijd niet.” “Derek en ik kunnen het niet goed met elkaar vinden, we zijn beiden alfa’s en beiden koppig”, legde Calla uit. “Denk je dat je een eindje kunt lopen?” “Ik zal wel moeten zeker”, zuchtte hij. “Super! Deze kant op”, zei ze en ze liep snel verder. Plots hoorden ze gehuil dat zeer dichtbij klonk. Calla begon te rennen. De zwarte wolf rende haar achterna, maar kon na een paar meter al niet meer volgen. “Stop”, hijgde hij, “Ik… ik kan niet meer.”  Calla stopte en dacht even na, toen ging ze naast de zwarte wolf staan, pakte hem vast en probeerde daarbij zoveel mogelijk zijn wonde te ontzien, wat niet gemakkelijk was. Zo liepen ze verder tot ze bij een omgevallen boom kwamen die overwoekerd was door klimop en mos. Helemaal onderaan was een gat waar net een wolf doorkon. Calla zei dat de zwarte wolf naar binnen moest gaan, moest gaan liggen en geen geluid mocht maken. De zwarte wolf was nog maar net het hol binnen of daar kwam de stiefvader van Calla al aan, hij was woedend. “Waar is die indringer!”, grauwde hij. “ Dit is hier MIJN deel van het territorium en jij hebt zelf gezegd dat ik hier mocht doen wat ik wilde”, zei Calla rustig. “Dit is nog altijd mijn territorium en jij doe wat ik je zeg! Dus je geeft me nu die indringer! ”, grauwde Derek. “Ik dacht het niet!”, antwoordde Calla. “Je hebt het zelf gewild!” Derek sprong op haar af. Calla ontweek de aanval behendig. Haar vader zette terug een aanval in en die ontweek ze ook heel behendig, of toch niet, ze bleef met haar linkervoorpoot haken achter een boomwortel en viel op de grond, haar vader sprong direct op haar, zetten zijn tanden in haar keel en gromde. “Wie zei er ook weer ik doe hier wat ik wil?”, vroeg hij spottend. “Ik! ” Calla duwde haar vader met haar achterpoten van zich af, de grond op en zette op haar beurt haar tanden in zijn keel en gromde. “De indringer krijg je nooit! Ga nu weg of je zult niet lang meer te leven hebben!” “Dat durf je toch niet, mij doden”, spotte haar vader. “Oh nee?”, antwoordde Calla en ze zette haar tanden nog wat harder in zijn keel. Op dat moment kwam Lea, Calla’s stiefmoeder, aangerend. “Cal, laat onmiddellijk je vader los!”, beval ze.  Calla liet los en deed een paar stappen achteruit. “En jij”, zei Lea terwijl ze haar blik op Derek richtte, “Jij gaat je verontschuldigen tegenover je dochter! Je hebt haar beloofd dat dit haar gebied was. Daarbij is ze oud genoeg om zelf beslissingen te nemen en als het haar beslissing is om een eenzame gewonde wolf te helpen, dan doet ze dat en heb jij je er niet mee te moeien!” Derek zuchtte en gromde. ”Het spijt me. Je moeder heeft gelijk, ik zal het niet meer doen”. “Dat is te hopen”, gromde Calla terwijl ze haar wonden likte. Haar vader wou iets zeggen, maar hield wijselijk zijn mond toen hij de blik van Lea voelde. Hij draaide zich om en liep terug naar hun hol, Lea volgde nadat ze afscheid had genomen van Calla. Calla draaide zich om naar het hol waar de zwarte wolf zat en zag alleen zijn blauwe ogen die vol ongerustheid stonden. “Laat me raden. Ik zie er afschuwelijk uit”, lachte Calla. De ongerustheid in de ogen van de zwarte wolf verdween een klein beetje.  “Gaat het?”, vroeg hij terwijl hij uit het hol kwam. “Ja hoor”, antwoordde Calla, terwijl ze naar hem toe kwam en moest op haar tong bijten om het niet uit te schreeuwen van de pijn. “Nee Cal, het gaat helemaal niet”, zei hij met een bezorgde blik in zijn ogen, “Geef me je poot eens.” Calla gaf hem haar poot en jankte luid wanneer hij er lichtjes op drukte. “ Verstuikt”, zei hij, “ Dat dacht ik al.” Calla hinkte naar het hol en haalde er wat kruiden en twee brede, dunne, maar stevige takjes uit en vroeg hem om haar te helpen met haar poot te verbinden. Hij pakte heel voorzichtig haar poot op, legde de kruiden erop, drukte de latjes ertegen en verbond het geheel. Hij deed alles zo voorzichtig mogelijk, maar toch lag Calla na afloop jankend van de pijn in zijn poten. Hij plukte wat mos, legde dat op de grond, legde Calla erop zodat ze zacht lag, legde zich naast haar om haar te beschermen en dan probeerde hij haar te troosten. “Wie ben je eigenlijk?” vroeg Calla toen ze een beetje bedaard was. “Herinner je me niet meer? Ik ben het Tam, jouw halfbroer,” zei de zwarte wolf. “Tam? Tamani, ben jij het echt?” riep Calla uit terwijl ze veranderde in een mens en Tamani, die ook veranderd was, om de hals vloog. Ze was iets te onstuimig en gebruikte haar gewonde arm waardoor ze het uitschreeuwde van pijn. Tamani bood haar zijn arm aan zodat ze zijn bloed kon drinken en haar wonde kon genezen. Weerwolven gebruikten roedelbloed om hun wonden te genezen. Het werkt alleen wanneer het bloed aangeboden wordt. Nadat ze voldoende gedronken had, liet ze hem haar bloed drinken. Toen ze allebei voldoende hersteld waren veranderden ze terug in wolven en stoeiden wat. Plots hief Calla haar kop op, spitste haar oren, snoof en gromde. Tamani sprong recht en ging voor Calla staan, al zijn haren stonden overeind en hij grolde naar wat uit het struikgewas kwam. “Rustig, rustig, ik ben het maar,” zei Lea terwijl ze uit het struikgewas tevoorschijn kwam en voorzichtig dichterbij kwam. “Ik kwam alleen even kijken wat er aan de hand was, want ik hoorde een gegil dat door merg en been ging. Wat is er gebeurd?” “Tam en ik waren gewoon wat aan het stoeien”, zei Calla tegen Lea. “En je weet dat ik niet tegen kietelen kan.” Ze glimlachte naar Tamani die dicht bij haar ging zitten omdat hij Lea nog niet vertrouwde. “Het is in orde, haar kun je vertrouwen,” zei Calla terwijl ze hem een dankbaar likje gaf. “Dus jij bent de zogenaamde indringer?”, glimlacht Lea terwijl ze hem bestudeerde “Jullie kunnen het precies goed met elkaar vinden.” “Mama, dit is Tamani, mijn halfbroer”, zei Calla terwijl ze ging rechtzitten en haar kop op zijn schouder legde. “Jullie kunnen bij ons blijven, David en Sky gaan het reuzeleuk vinden dat ze er een vriendje bij hebben.” “Maar mama, wat doen we met Derek, hij zal het nooit goedvinden dat Tam bij ons intrekt!” “Dat zullen we straks wel zien”, zei Lea terwijl ze opstond en richting het Grote Hol wandelde. “Nu moeten we hier weg, Tiikiri kan elke moment op jacht vertrekken en ik wil dat jullie veilig zijn als hij ons territorium zou binnenkomen”. “Wie is Tiikeri?”, vroeg Tamani. “Dat is een sabeltandtijger die hier in de buurt rondzwerft en het niet zo voor wolven heeft.”, zei Calla terwijl ze rechtstond en achter Lea aan liep. Tamani kwam achter haar aan. Plots hoorde ze een luide brul en een klagelijk gehuil. “Sky!”, riep Calla en rende naar het geluid toe. Tamani en Lea volgden haar, al ging ze zo snel dat ze bijna niet te volgen was. “Help!”, huilde Sky. “Hou vol, ik kom eraan!”, antwoordde Calla en ze begon nog harder te rennen. Ze spurtte tussen de bomen door, sprong over de struiken die de ingang van het hol onzichtbaar maakten, landde vlak voor Sky en weerde Tiikeri’s aanval behendig af. “Zozo, wie we hier hebben, ons witte dappere wolvinnetje”, lachte Tiikeri. “Let op je woorden, Tiikeri! Ik ben sterker dan jij, weet je nog?”, grauwde Calla “Ja, en maak dat je wegkomt!”, grauwde Sky. “Ach, nu het zusje erbij is durf je plots wel alles, hoe schattig”, lachte Tiikeri waardoor Sky woedend werd en hem aanviel. “Sky, nee!”, schreeuwde Calla, toen ze Sky recht in de klauwen van Tiikeri zag springen. Ze probeerde Sky tevergeefs tegen te houden, maar het was te laat. Sky sprong, maar net voor hij in de klauwen van Tiikeri zou springen werd Tiikeri ruw opzei gesmeten door een zwarte schim. “Tam!”, schreeuwde Calla verwonderd. Daarna draaide ze zich om naar Sky die versuft op de grond lag en rende naar hem toe. Tamani was ondertussen druk bezig met Tiikeri: ze rolden over de grond en geen van beiden wou toegeven dat de ander de sterkste was tot Tiikeri Tamani op de grond duwde en hem vastklemde met zijn klauwen. “Nu piep je wel anders hé”, lachte Tiikeri naar Calla die geschokt naar de twee keek. “Waag het niet, Tiikeri!”, grauwde Calla. “Wat ga je doen?”, vroeg Tiikeri en lachte. “Tegen dat je hier bent, is hij dood”. Die lach was maar van korte duur want voor hij het wist, duwde Tamani hem met zijn voorpoten van zich af, de grond op. Hij zette hem klem en zette zijn tanden in Tiikeri’s keel. “Wie laatst lacht, lacht het best”, zei hij en zette zijn tanden nog wat harder in Tiikeri’s keel. Tamani keek naar Calla en vroeg met zijn ogen of hij Tiikeri mocht doden, Calla keek naar Lea en Derek. Deze knikten. “Doe maar”, zeiden ze.  Tamani keek nog eens naar Calla, maar die keek weg. Tamani keek Tiikeri aan en zette zijn tanden nog dieper in zijn keel. “Stop!” riep Calla en sprong op Tamani en Tiikeri af. “Hij verdient dit niet!”  “Het spijt me Calla,” zei Lea, “maar ik denk dat we niets meer voor hem kunnen doen, hij was al half heengegaan. Tam heeft hem alleen maar uit zijn leiden verlost”  “Ik moest hem nog een laatste ding vragen! Nu kom ik nooit te weten waar de rest van mijn roedel is!” gromde Calla.  Ze draaide zich om en rende weg, Tamani en Sky rende achter haar aan. “Calla wacht!” Sky probeerde om naast haar te gaan lopen, maar Calla week uit zodat hij niet bij haar kon komen. “Laat me met rust, Sky!” Calla begon harder te rennen, maar Sky kon haar moeiteloos volgen terwijl Tamani alle moeite van de wereld had om hen bij te houden. Hij had al lange tijd niet meer gerend. Hij verbaasde er zich ook over hoe Calla zo sterkt geworden was. De laatste keer dat hij haar gezien had, waren ze even sterk geweest. “Calla alsjeblieft laat me even met je praten”, zei Sky. “Nee, Sky ik wil niet, laat me met rust!” Calla rende geïrriteerd verder. Ondertussen was Tamani gestopt met rennen en volgde hij hun spoor al stappend. Toen Sky naast haar bleef rennen, draaide Calla zich om. “Ik zei dat je me met rust moest laten, Sky!” Ze rende terug in de richting van waar ze kwamen. Daar botste ze tegen Tamani aan, struikelde, viel met haar volle gewicht op haar poot, schreeuwde het uit van de pijn en bleef uitgeput liggen waar ze lag. Sky kwam geschrokken aanlopen: “Wat is er gebeurd?!”  “Calla botste tegen mij op, struikelde en viel met haar volle gewicht op haar poot. Volgens mij is ze doodop, we moeten haar terug naar het hol brengen,” antwoordde Tamani. “Ik kan zelf lopen hoor!” Calla stond op, maar ze zakte direct terug door haar poot en bleef hijgend van inspanning liggen. “We zullen je wel dragen”, zei Sky en pakte haar vast en trok haar recht. “Laat mij maar”, zei Tamani toen hij Sky zag klungelen. Hij pakte Calla in zijn voorpoten en wandelde, met Sky naast zich, terug naar het hol. Onderweg liet hij Calla zijn bloed drinken zodat haar poot zich kon genezen. “Sky?”, vroeg Calla toen ze gedronken had. “Wat is er Calla?”  “Wat wou je daarnet tegen mij zeggen?”  “Ik wou zeggen dat Tiikeri nog leefde. Toen jij wegliep heb ik nog een blik op hem geworpen en zag ik zijn borst op en neer gaan,” antwoordde Sky. “Dan is het goed.”  Calla deed haar ogen toe, liet haar kop tegen Tamani’s schouder rusten en viel half in slaap. Plots dook Lea op uit het struikgewas. “Sky, Tamani, Calla! David is verdwenen!”  “Wat!”, schrok Calla wakker, “Dat meen je niet!”  “Wanneer ?”, vroeg Sky. “Toen jullie weg waren. Wij waren nog even met Tiikeri bezig die toch niet dood bleek te zijn en toen we terug bij het hol kwamen, was David weg!” “Ik wring Tiikeri de volgende keer zijn nek om”, gromde Tamani. “Nee, hij kan het niet geweest zijn, hij werd immers door Lea en Derek achtervolgd.”  Calla sprong uit Tams armen. “Waar was David voor het laatst, mama?” “In het hol. Waarom?”  Calla was al op weg, met Sky in haar kielzog. Bij het hol gekomen minderde Calla vaart en snuffelde in het rond, haar haren gingen overeind staan. Calla ging het hol binnen. “Oh nee, laat dit alsjeblieft niet waar zijn!” Ze rende terug naar buiten en wierp zich al jankend in Tamani’s poten. “Sssst rustig maar zusje, rustig”, suste Tamani, “Zeg eens wat er binnen is gebeurd.” “Er hing dezelfde geur als toen papa en mama vermoord werden”, snikte Calla. “Oh nee”, zuchtte Tamani.  Hij drukte haar wat dichter tegen hem aan. Plots klonk er een luid gegrom, gevolgd door een gehuil door de bomen. “Oh nee, Derek!”, gilde Lea. Ze rende op het gehuil af. Calla, Tamani en Sky volgen haar. Toen ze aankwamen, zagen ze nog net hoe Tiikeri op een grote zwarte wolf afsprong waarna die wolf hen in de gaten kreeg en wegrende. “Tiikeri, was dat wie ik denk dat het was?”, vroeg Calla. Ze klampte zich aan Tamani vast. “Jammer genoeg wel Calla, dit is de wolf die je ouders doodde”, zei Tiikeri. Hij legde een poot op haar schouder. “Laat me met rust!”, gromde Calla.  Ze rende in de richting waar de wolf naartoe gerend was. “Cal, wat ga je doen?”, vroeg Sky terwijl hij haar tegenhield.  “Ik ga die moordenaar zijn verdiende loon geven!”, gromde ze en rukt zich los. “Wacht”, zei Tiikeri, “Je kunt Musta niet meer inhalen, maar ik weet wel waar zijn territorium is. Jouw vader was een goede vriend van mij en ik wil jou graag helpen. Dat is wel het minste wat ik kan doen na al wat ik jou heb aangedaan.”  “Ik ga mee, zusje, er moet toch iemand zorgen dat je niets overkomt”, zei Tamani. Hij ging naast Calla staan en zijn blik op Tiikeri gericht hield. “Oh, hoe lief, zwartje beschermd witje”, plaagt Tiikeri. “Och, hou je kop Tiikeri”, gromde Calla terwijl ze zich naar Tamani draaide die haar een likje op haar neus gaf. Ze leunde genietend tegen zijn schouder totdat er iemand op haar schouder tikte. Het was Sky. “Mag ik alsjeblieft met jullie mee?” smeekte hij.  Calla barstte in lachen uit. “Dat was wel een serieuze vraag, hoor”, zei hij een beetje geïrriteerd. “Sorry Sky, maar jij bent gewoon weg zo schattig als je staat te smeken”, glimlachte Calla, “Heb je het trouwens al aan je ouders gevraagd?”  “Ik durf niet.” Sky boog zijn kop naar de grond. Calla draaide zich om een keek Lea aan, die knikte instemmend. Vervolgens keek Calla Derek aan, deze keek emotieloos terug, maar uiteindelijk knikte hij. Calla draaide zich glimlachend terug naar Sky. “Je mag mee.”  “Oh nee, straks is dat hier een hele kindertuin”, kreunde Tiikeri. “Tiikeri, Cal en ik zijn jongvolwassen en Sky bijna. Trouwens volwassenen kunnen ook heel kinderachtig zijn hoor, dus je moet niet zagen”, zei Tamani. “Tiikeri stop me te stoken en toon ons de weg, we vertrekken!” Calla stapte naar Lea en drukte haar kop tegen haar moeders schouder. “Je bent de perfecte moeder voor me geweest, Lea. Ik beloof je dat we David terugvinden en hem terug zullen brengen”. “Dank je, Calla, jij bent de perfecte dochter voor me geweest, houd je goed en kom levend terug”, glimlachte Lea. Vervolgens stapte Calla naar Derek en deed hetzelfde bij hem. “Ik weet dat ik niet de perfecte dochter was voor jou en dat we het niet zo goed met elkaar konden vinden, maar je was een geweldige vader voor me”. “Je was inderdaad niet de dochter die ik wenste en ik was ook niet de perfecte vader, maar ik hoop van harte dat je David vindt en dat je heelhuids terugkomt”, glimlachte Derek. Vervolgens nam Tamani afscheid van Lea en Derek. “Het spijt me dat ik me zo koppig tegenover je opstelde, maar je hebt daarstraks bewezen dat je een wolf bent met een groot hart. Je hebt er alles aan gedaan om je zusje en haar vriendjes te beschermen. Het ga je goed”, glimlachte Derek. Als laatste nam Sky afscheid van zijn ouders.  “Kom heelhuids terug Sky. Dat is het enige wat ik wil”, zei Lea met tranen in haar ogen. “Je bent bijna net zo koppig als Calla, dat is wat ik het meest bewonder aan jou. Je bent koppig en slim tegelijk, als ik niet beter zou weten zou ik denken dat je Calla’s broer was. Het ga je goed, mijn jongen,”zei Derek. Het leek wel alsof hij ook tranen in zijn ogen had. Als allerlaatste gaf Tiikeri Sky’s ouders een klopje op de schouder. “Ik zal goed op ze passen, dat beloof ik uit de grond van mijn hart.” Daarna draaiden ze zich om en gingen op weg, Musta achterna. Ze vertrokken richting het noorden om zoveel mogelijk andere territoria te omzeilen en zo weinig mogelijk een gevecht te moeten aangaan, niet dat ze zo zwak waren, Tamani en Calla konden uitstekend vechten, maar Tiikeri en Sky hadden het iets moeilijker. Tiikeri was een tijger en had andere vechtmethodes dan wolven. In een man tegen man gevecht kon hij winnen, maar als er meerdere wolven op hem afkwam, dan was hij hopeloos verloren. Sky had nog nooit een echt gevecht meegemaakt en Calla wou hem er liever niet aan blootstellen, ook al wist ze dat dit onmogelijk zou zijn.

Maya
0 0

De echte Waarheid

Ze zat in haar auto en vervloekte het trage verkeer en het feit dat ze niets wist over de man. Ze had de opdracht nog maar een paar minuten geleden gekregen. Ze moest de man een rondleiding geven door de stad. Hij verwachtte haar om één voor tien bij de snoepautomaat in het station. Tijd had ze nog meer dan genoeg, maar ze kwam liever te vroeg dan te laat. Om de tijd te doden, speelde ze wat met het mes in haar mouw. Ze ging nooit weg zonder een wapen. Meestal had ze haar revolver en een mes bij zich. Als de man echt ongevaarlijk was, zoals Jules beweerde, zou ze haar wapens waarschijnlijk niet eens nodig hebben. Ze vertrouwde Jules, hij had haar immers nog nooit in de steek gelaten en zou haar nooit de dood in jagen. Hij zorgde er altijd voor dat er een betrouwbare back-up ploeg achter haar stond. Ook stond hij altijd klaar om extra informatie op te zoeken en die aan haar door te geven. Jules vertrouwde ze, haar nieuwe baas vertrouwde ze niet. Ze kende zijn naam niet eens. Hij was nu ongeveer een jaar haar baas en deed niet anders dan iedereen opdrachten geven. Zelf nam hij nooit een opdracht aan terwijl haar vorige baas dat wel deed. Om twee voor tien parkeerde ze haar auto vlak voor de ingang van het station. Ze schrok toen ze het stationsgebouw binnenliep. De man die op haar stond te wachten, kende ze goed, zeer goed zelfs. Ze had niet verwacht hem ooit nog terug te zien, zeker niet na wat er tien jaar geleden gebeurd was. In minder dan een seconde herstelde ze zich en liep schijnbaar zelfverzekerd naar de man toe. Hij leek haar nog niet gezien te hebben. "Ik ben Media. U had gevraagd om u te begeleiden door de stad?" De man drukte haar de hand. "Light…euhm…John Light, aangenaam kennis met u te maken. Ik hoop dat het u niet stoort." "Helemaal niet. Ik kan u direct een aantal mooie plaatsen laten zien als u wilt, mijn auto staat hier vlak bij." "Graag." Hij schonk haar een glimlach. Toen ze waren ingestapt, reed Media zo snel ze kon de stad uit. Ze wist heel wat verlaten plekjes waar niemand hen zou kunnen storen. Onbewust taste ze een paar keer naar haar mes. Toen ze aankwamen bij een bos op een verlaten grindweggetje, stopte ze bruusk haar auto. Ze stapte uit en sloeg de deur dicht. Het grind knerpte onder haar voeten. Ze deed een paar passen alvorens zich om te draaien. Haar ogen waren net kogels en haar mes lag in haar hand, klaar om gebruikt te worden. "Hoe waag je het om hier te komen, Brandon!” Hij glimlachte: "Je weet mijn naam nog." "Hoe zou ik die kunnen vergeten na wat je me hebt aangedaan?" "Media, het..." "Nee! Van je spijt moet ik niets weten. Ik wil weten wat je hier doet, waarom niemand iets van je verleden weet en waarom je naar mij gevraagd hebt." Ze deed een stap in zijn richting. "Ik ben hier omdat ik je wil beschermen.” "Ik heb geen bescherming nodig!" "Herinner je je die nacht nog dat je ouders vermoord werden?" "Natuurlijk. Je hebt ze zelf vermoord!" "Nee, dat heb ik niet." "De bewijzen spreken het tegendeel." "Mijn DNA zat op je ouders omdat ik hen, voor ik wegging, heb bedankt omdat ze zo gastvrij waren. Daarna heb ik hen niet meer aangeraakt. Ik ben er zelf ingeluisd, Media. Het was een bende, ze wisten dat ik goed met je ouders overweg kon en dat ik er alles aan zou doen om jou te beschermen. Ze hebben me naar een hotelkamer gelokt met een smoes. Ik was toen zo naïef dat ik erin trapte. Toen ik daar aankwam, hebben ze mijn mes en revolver afgenomen en me aan een stoel vastgebonden. Ik weet dat de bewijzen voor zich spreken, maar de politie heeft mij in de hotelkamer gevonden en bevrijd de dag erna. Ik heb je ouders niet vermoord, Media. Ik houd te veel van je om je zoiets aan te doen.” Ze keek hem onderzoekend aan. In zijn ogen las ze pijn. Ze wist dat hij de nacht opnieuw beleefde. Zelf haalde ze ook de beelden terug voor de geest. * Ze was naar haar kamer gegaan nadat Brandon vertrokken was. Het was al rond elf uur ’s avonds en ze moest de volgende dag vroeg op voor haar lessen. Ze sliep nog niet lang toen ze wakker werd van en knal en glas dat op de grond viel. Ze ging tegen de muur tussen haar raam en haar kamerdeur staan met een schaar in haar handen, meer bescherming had ze niet. Beneden hoorde ze geschreeuw. Het was haar moeder die iets riep dat op ‘geen kinderen’ leek. Ze hoorde een tweede knal en nog meer geschreeuw van haar moeder. Ze zakte op de grond ineen. Die schreeuw kon maar één ding betekenen, haar vader was dood. Het werd stil toen de schreeuw abrupt werd afgebroken, te stil. Ze bleef ineengedoken zitten met de schaar in haar handen, tranen rolden over haar wangen. Van de rest van die nacht en de dagen erna herinnerde ze zich alleen nog maar flarden. CIA-agenten die haar meenamen, ellenlange gesprekken over wat er gebeurd was, honderden zakdoeken, slapeloze nachten, de melding dat Brandon de dader was… * Ze stopte de beelden weer weg. “Waarom nu? Waarom niet tien jaar geleden?” Ze voelde de woede van toen terug opkomen. “Je had me niet geloofd en toen ik eindelijk onschuldig werd verklaard, was je al overgeplaatst en had men al je informatie al vernietigd. Het heeft jaren geduurd voor ik je vond.” Voordat ze kon antwoorden, ging haar mobieltje af. Geïrriteerd nam ze op. "Jules, wat is er?" "Is Brandon nog bij je?" “Ja.” “Oké, zet me op speaker." "Al gebeurd." "Oké, goed luisteren allebei. Jullie zijn in gevaar. Brandon vroeg me om het dossier van je ouders eens in te kijken en het is waar wat hij zegt. Hij heeft ze niet vermoord. Het was je baas, beter gekend als de Black Cat. Hij was lid van een bende, maar alle leden ervan zijn dood. Men vermoedt dat hij er voor iets tussen zit. Ook heeft hij jouw ouders gedood, maar omdat er een tekort aan bewijsmateriaal was, door onder andere het feit dat Brandons wapens en DNA aanwezig waren, konden ze hem niet aanhouden.” “Ik weet genoeg, Jules. Dankje.” Ze klemde haar kaken op elkaar zodat ze niet zou beginnen te schreeuwen. Ze stak haar mobieltje in haar zak en draaide zich om. Met een luide pok boorde haar mes zich in de stam van een boom. "Ik had het moeten weten! Ik had godverdomme moeten weten dat hij het was! Alle opdrachten die hij mij gaf, allemaal met het doel mij te doden. De enige reden dat ik nog in leven ben is omdat ik Jules’ back-up ploeg achter me heb staan." Ze ijsbeerde op het grindweggetje. Brandon nam haar arm vast. "Media, het is niet jouw schuld. Jij hebt niets verkeerd gedaan." "Ik heb je ten onrechte beschuldigd." Ze keek weg. "Het heeft je sterk gemaakt. Ik heb veel meer dingen fout gedaan." Hij nam haar kin vast en tilde haar gezicht op zodat ze hem aankeek. "Zoals?" "Ik heb je verlaten die nacht, ik had het kunnen voorkomen als ik was gebleven." Zijn stem was niet meer dan een gefluister. "Dat weet je niet, je had evengoed dood kunnen zijn, Brandon." Ze schudde zich los uit zijn greep en haar mes uit de boom haalde. “Waarom heb je me niet gewoon gebeld of ben je niet gewoon naar me toegekomen?” “Ik ken je, Media. Je zou nooit naar me geluisterd hebben als je wist dat ik het was.” “Daarom heb je Jules laten doen alsof het een opdracht was en hem gevraagd het dossier van mijn ouders in te kijken. Hoeveel overtuigingskracht heb je daar voor nodig gehad?” “Minder dan bij jou.” Ze gaf hem een stomp en stapte naar haar auto. "Kom we gaan naar huis. Ik heb nog heel wat te bespreken met je." Brandon stapte na haar de auto in en legde even zijn hand op haar been. Media had de auto nog niet gestart, dat was niet een van haar gewoontes. "Wat is er?" Hij streelde zachtjes haar kaak. "Er klopt iets niet, ik voel het." Ze nam zijn hand vast en haalde hem van haar kaak. Plots drong het tot haar door. Het getik waarvan ze dacht dat het van de motor kwam, was een heel ander soort getik. Ze duwde hem van haar weg. "Ga uit de auto! Nu!" "Maar..." "Ga!" Haar dwingende, angstige ogen zorgden ervoor dat hij uitstapte. Media nam haar mobieltje, drukte Jules’ sneltoets in en stapte uit. Op dat moment explodeerde de auto. Media werd met een immense kracht naar voren geslingerd. Ze rolde zich op toen ze grond onder zich voelde en kwam een eind verder tot stilstand. Ze zat op haar hurken, met een hand op de grond geleund en keek naar haar auto. Haar mes hield ze stevig in haar andere hand. Ze voelde dat haar rug helemaal verbrand was. De pijn deed haar goed, maar putte haar lichaam uit. Toch moest ze kost wat kost Brandon zien te vinden. Ze kwam overeind en stapte moeizaam naar de andere kant van de auto. Bij elke stap ging er een pijnscheut door haar lichaam. Ze vond hem een aantal meter van de auto vandaan. Hij lag op zijn rug en bewoog niet. Zijn T-shirt was weggebrand en zijn handen zaten onder de blaren. Media ging naast hem liggen, met haar hoofd in zijn oksel. Zo lagen ze vroeger ook altijd en het voelde nog steeds perfect. Heel zacht hoorde ze zijn hartslag. Ze smeekte hem in leven te blijven terwijl bij haar de duisternis intrad. Ze vroeg zich af waarom ze in godsnaam deze baan genomen had en hoe het zou geweest zijn wanneer ze dat niet gedaan had. De duisternis nam haar mee. Ergens ver weg dacht ze nog sirenes te horen, maar ze was te ver heen om het met zekerheid te kunnen zeggen. Het laatste wat ze dacht was dat Black Cat zou boeten voor wat hij hen had aangedaan, al koste het haar het leven.

Maya
0 0

De drinkfontein

Aan de overkant van het huis staat een publiek kraantje. Eigenlijk staan er drie kraantjes netjes naast elkaar. Eentje met water op normale temperatuur, een ander kraantje met gekoeld water en het laatste kraantje geeft heerlijk gekoeld bruisend kraantjeswater. Nergens staat aangeduid dat het water drinkbaar is maar onduidelijke pictogrammen met druppels en bubbels laten verstaan dat je hier je dorst kan lessen. Boven die enkele pictogrammen hangt het logo van de watermaatschappij. Sommige mensen vinden het vreemd, zo’n waterfontein in de stad, gratis en voor niks. Dat zijn meestal omhooggevallen individuen die alles en iedereen wat maar publiek is ontvluchten. Nochtans zie ik ze elke dag met dezelfde achterdocht als waren ze een bange zwarte kat rond de waterfontein draaien, de kraantjes betasten en er zijn zelfs mensen die nog beter gekleed gaan en die de kraantjes besnuffelen, niet eerst zonder rond te kijken of niemand hen ziet. Stel je voor zeg. Je zou maar iemand tegenkomen die je kent, een goede vriend of een collega van het bureau. Andere mensen geven minder show en komen routineus aangelopen met kleine lege flesjes. Het ene station uit, het andere waterstation in. Nog andere mensen verwarren al eens drinkfontein met badkamer en hoewel niemand uit de kleren gaat, blijft het zich wassen tot het verfrissen van het zweterige gelaat en stinkende oksels. Eén zeldzame keer heeft een vrouw er haar voeten gewassen.   http://erwinabbeloos.over-blog.com/

Erwin Abbeloos
0 0
Tip

TUNNEL DER LIEFDE

De dikke, van een beulskap voorziene man, trok het geld ruw uit de handen van Ryan. Zijn armen waren zwaar misvormd en wat de rest van het in een singlet gestoken lichaam tentoon stelde, leek Ryan ook al niet erg gezond. Zwerende en etterende puisten, donkergroene vlekken en vooral veel littekens tekenende zijn lichaam. Terwijl hij iets onverstaanbaars mompelde, overhandigde hij op zijn beurt de 2 tickets aan de 20-jarige student en zijn vriendin Shelley, die een rilling van afschuw niet kon verhullen. “Wat een creep”, fluisterde ze Ryan toe. “Trouwens, waarom noemen ze dit een ‘Tunnel der liefde’, terwijl het feitelijk gewoon een spookhuis is ?”, vroeg ze voor de tweede maal die dag. “Goh Shell, dat heb ik je al verteld. Luister jij feitelijk wel naar mij ? In Amerika noemen ze een spookhuis een ‘Tunnel of Love’, omdat het meisje dan meestal uit angst haar vriend stevig vast neemt en rekent op zijn liefde om haar te beschermen tegen alle aanwezige monsters en duivels. En omdat deze attractie rechtstreeks uit New York komt, hebben ze het dus ‘The extreme Tunnel of Love’ genoemd.” “Oh, mijn held”, lachte ze hem toe, “en wil jij mij nu beschermen, alsjeblieft ? Ik zal je vanavond uitgebreid bedanken.” Inmiddels liet ze haar wimpers snel op en neer gaan, als een puber die haar eerste vriendje probeerde te verleiden. Shelley en Ryan, beiden voorzien van een Amerikaanse naam, maar Vlaamser dan stoofvlees met frieten, waren speciaal vanuit Brasschaat afgereisd naar de kust, om dit gloednieuwe spektakel mee te maken. Het had slechts voor 1 dag zijn kraam opgeslagen in Blankenberge.  “Natuurlijk liefje ! Doe ik dat niet altijd ?”                      Dat kon Shelley, eveneens 20 jaar oud en studente psychologie, enkel beamen. Haar grote liefde, tandarts in spé Ryan, was er altijd voor haar. Ze waren nu zowat anderhalf jaar samen en ze kon zich – of beter : wou zich – niet één dag voorstellen zonder hem minstens één keer te hebben gezien of gehoord ! En deze trip was ongetwijfeld een buitenkans geweest voor beiden : een weekend in Blankenberge, inclusief een bezoek aan de ‘Storms Expo’ en 2 tickets voor deze ‘Extreme Tunnel of Love’ ! De enigszins gevreesde reactie van Shelley’s moeder was volledig onterecht geweest en Ryan’s ouders hadden met veel plezier het benodigde bedrag ter beschikking gesteld. Na de onverwachte dood van zijn oma Rita, langs vaders kant, had hij een tijd lang gebalanceerd op de rand van een depressie. Ze was door een tram gevat bij het oversteken van de baan. Maar daar was plots Shelley, die hem er had uitgetrokken, tot groot geluk van zijn ouders. Ze was gebleven en het moet gezegd : Karel en Annick hadden hun zoon nog nooit zo gelukkig gezien als sinds die tijd ! En daar zouden ze Shelley eeuwig dankbaar voor blijven. Maar ze waren beiden op de hoogte : ook Shelley had haar demonen. Op 15-jarige leeftijd was ze op vreselijke wijze verkracht geweest door Michel Van Tienen, haar eerste en toenmalige vriendje. En toen haar aanbeden vader, Marc, was overleden aan kanker (op het einde mocht ze hem zelfs niet meer bezoeken, hoe graag ze het ook had gewild), was haar moeder Tanya redelijk snel opnieuw in het huwelijk getreden met haar huidige stiefvader Dirk, hoewel er over de man zelf niet één slecht woord gezegd kon worden ! Maar het was duidelijk dat ze beiden pas echt opnieuw het geluk hadden gevonden in elkaars armen. En nu, na een heerlijke eerste nacht en dag, stonden ze samen te staren naar de meer dan indrukwekkende attractie. Het bestond uit 3 verdiepingen en was gans in het zwart geschilderd, met enkel in bloedrode letters het bekende opschrift : ‘Extreme Tunnel of Love’. Het deed vreemd aan : verder was er helemaal niets te zien. Geen heksen, vampiers, draken, levende doden…en toch was het jonge koppel als betoverd door het bouwsel, waar slechts één levensechte gier van zowat 3 meter hoog naast de ingang stond en hen met zijn linker poot (en één luidruchtige kreet) het enige aanwezige karretje aanwees. Het klopte dus, wat de in het Nederlands vertaalde brochure had vermeld : “Slechts één koppel per rit ! Duur : ongeveer 45 minuten ! 5 ritten per dag : wees er op tijd bij en reserveer voor deze extreme  belevenis !” Dat verklaarde ook meteen de torenhoge inkomprijs : € 150,- per koppel ! Nog nooit was Ryan zijn vader zo dankbaar geweest voor diens vrijgevigheid als nu. Inmiddels had Shelley vastgesteld dat het – eveneens zwarte – wagentje niet op de gebruikelijke rails liep. Ze overwoog elektriciteit, hoewel niet één enkel aansluitingspunt zichtbaar was. Maar hoe belangrijk kon dat zijn ? Ze gloeide helemaal : het was pas zaterdagavond, dus hadden ze nog een fijne dag voor de boeg morgen. En later vanavond gingen ze nog eten in een Thais restaurant in de buurt, om daarna opnieuw van elkaars lichaam te kunnen genieten in hun kamer van het erg gezellige en comfortabele hotel. Ze kon zich niet herinneren zich ooit zo gelukkig, zo gewild, zo nodig…zo verliefd te hebben gevoeld ! Met haar stralende glimlach, waar Ryan zo verliefd op was geworden, stapte ze als eerste in het karretje, gevolgd door de man van haar leven, die meteen zijn rechterarm om haar heen sloeg. Vreemd…hun aangekochte tickets werden niet opgehaald en verscheurd, zoals gebruikelijk. Na enkele seconden zette de wagen zich in beweging en verdwenen Ryan en Shelley in het zwartste donker dat ze ooit hadden gezien. Shelley legde haar linkerhand op Ryan’s rechterdij…iets waar hijzelf schijnbaar geen enkel probleem mee had. Shelley zelf hield wel van spookhuizen, maar deze had toch wel een enorm vreemde uitstraling. Het was dan ook vooral Ryan’s wens geweest om dit te doen. Maar hoe dan ook : ze waren vertrokken…in de ‘Extreme Tunnel of Love’ ! En de verwelkoming was er alvast één die kon tellen. Als vanuit het niets kwam, in de lichten van hun wagen, een klein zwart konijntje hen tegemoet gehuppeld. “Oh, hoe lief”, zei Shelley nog, net voor het konijn begon te groeien om al snel de grootte aan te nemen van een Vlaamse reus…en bleef groeien tot ver boven de 2 meter om op dat moment zijn bijtgraag gebit te tonen aan het verbijsterde koppel. Het beet vol overtuiging en gemeen naar Ryan, maar miste hem op een haar, dankzij de ketting die nu pas zichtbaar werd en waar het beest blijkbaar aan vast hing ! Het inmiddels enorme beest trok, rukte en bleef uithalen, maar kwam geen centimeter dichter bij zijn doel, terwijl het karretje uitdagend traag verder reed. “Godverdomme !”, riep Ryan uit. “Dat heb ik nog nooit gezien !”. En terwijl Shelley minstens even bang was geweest, lachte ze hem toe. “Wie ging wie nu weer beschermen, lieverd ?”. Het leek echter een overbodige vraag, daar geen van beiden meteen zin had om de andere te beschermen tegen de heks die, vanuit het donkerte, naderde op…wacht even…dat was absoluut geen bezem waar ze op zat…het was alweer een flink uit de kluiten gewassen vleermuis ! En hoewel onmogelijk, twijfelde Ryan noch Shelley dat dit beest werkelijk leefde ! De vleermuis zette zijn duikvlucht in op het koppel en krijste daarbij als bezeten. Daarbij toonde het een bek vol vlijmscherpe tanden. En met de heks van dienst was het al niet veel beter gesteld. Gekleed in lompen, één hangende borst ontbloot, waren haar lachende en rottende tanden in niets vergelijkbaar met haar vervoermiddel ! Haar felrode ogen werden zichtbaar en Ryan was ervan overtuigd dat ze recht op hen kwam ingevlogen ! Natuurlijk – het was toch maar een spookhuis – trok het beest net op tijd terug op, maar Shelley krijste en riep dat het haar lange, blonde haren had geraakt ! Ryan draaide zich onmiddellijk om en zag het vreemde koppel nog net verdwijnen in een zijpad van hun eigen te volgen weg. Veel vreemder nog vond hij het feit dat hij niet één ijzeren paal, touw of ander middel kon zien waarmee deze akelige wezens in de hoogte werden gehouden ! Ook haar ijzige lach  was Ryan wel erg natuurgetrouw overgekomen. Tenslotte was hij ervan overtuigd dat hij het wijf hun beider namen had horen krijsen, maar besloot dat momenteel voor zichzelf te houden ! Er restte hem trouwens geen tijd voor eender wat : vanuit een verborgen deur langs zijn kant, kwam een man buiten gestapt met een hockeymasker op en gewapend met een baseball-bat. Hij haalde met volle kracht uit naar Ryans gelaat, maar miste hem op een haar na. Ryan was er wel van overtuigd dat hij de wind, veroorzaakt door de dodelijke  slag, had gevoeld. “Gaat dat verdomde karretje niet sneller ?”, riep hij uit. “Lieverd’, reageerde Shelley, “het is maar een illusie”.  Net op dat moment hapte een Duitse herder, gebouwd als een klein paard, naar Shelley’s arm, die de longen uit haar lijf gilde. Het beest bleef uithalen, maar ze slaagde erin om de geviseerde lichaamsdelen steeds net buiten zijn bereik te houden, ook al rook ze de walgelijke stank uit de bek van het dier. “Klotebeest !”, riep ze uit, tot plezier van Ryan, die zich eventjes niet het enige slachtoffer van deze nachtmerrie voelde. Het wagentje trok het verliefde koppel tot op de volgende verdieping. Eens daar gearriveerd, kwam de ‘Alien’ dichter dan enig ander personage tot dan toe. Zeker toen hij zijn smoel uitschoof en de vervaarlijk uitziende tanden, begeleid door een hoop speeksel, uitstak tot op zowat 2 centimeter van Shelley’s gelaat. Ze krijste als nooit ervoor sinds het begin van deze rit ! “Dit is godverdomme écht !”, gilde ze uit. “Oh”, lachte Ryan haar toe, “was dat dan geen illusie ? Het is enkel de mooiste en meest gruwelijke vorm van onesie die ik heb ooit heb mogen aanschouwen !”. Het voorziene koosnaampje bleef echter in zijn keel steken op het moment dat, schijnbaar uit het niets, een naakte en gans over zijn lichaam verbrande man, op de voorkant van hun wagen sprong en uithaalde met een erg groot en vlijmscherp mes ! Nu was dit personage blijkbaar iets minder goed afgestemd dan zijn voorgangers, want het mes ging vlotjes door Ryans hemd. De scheur op zijn linkerarm, werd meteen lichtroze. De verbazing en woede kwamen pas boven, toen de man meteen opnieuw in het niets verdwenen leek. “Wel godverdomme, ik eis hier zo meteen een schadevergoeding ! Zijn die lui hier gek of zo ?”. En op dat moment viel hun wagen plots volledig stil. Links van hen bevond zich een deur met als opschrift : “Last Exit”, terwijl ze voor zich een lichtbak zagen, die bloedrode letters uitspuwde : “Go to Extreme…if you dare !”. De letters vervaagden en werden vervangen door cijfers : 30…29…28… Ryan en Shelley bekeken elkaar en voelden zich plots weer veilig in elkaars aanwezigheid. “Gaan we door, Shell ?”. Ze glimlachte hem toe en twijfelde geen moment. “Zeker weten, baby…dit maken we slechts éénmaal mee !”. Ze kuste hem vol op de mond en beiden voelden hoe, na de 30 seconden bedenktijd, hun wagen opnieuw in beweging kwam…naar de laatste verdieping ! En daar aangekomen…stopte het karretje. Ze stonden op een soort rotonde…een ronde zaal, waar helemaal niets te zien was, behalve de 3 gesloten deuren die erop uitkwamen. Ryan en Shelley keken elkaar opnieuw, nu enigszins verbaasd, aan. “Euh…wat nu?”, vroeg Shelley. “Ach”, antwoordde Ryan, “we zijn nu zover. Laten we dit maar meespelen.” Zijn woorden waren nog niet koud, of de eerste deur ging open. En de hem zo bekende stem kwam hen tegemoet. “Ryan…Ryan…kom je eindelijk afscheid van me nemen ?”. En voor Shelley kon reageren, sprong Ryan uit de wagen en liep de kamer binnen. De koude sloeg hem in het gelaat. Het leek er wel te vriezen ! En daar stond ze : oma Rita, volledig uit elkaar gereten, zoals ze een tweetal jaar eerder onder de tram was bevrijd. Het was een verschrikkelijk beeld : de helft van haar eens zo mooie gelaat was verdwenen…de hersenen lagen bloot. Eén oog was afwezig, terwijl het andere uit de daarvoor bedoelde kas hing te bungelen. Haar gescheurde kledij was volledig met bloed bedekt en zo strompelde ze langzaam naar haar kleinzoon. “Waarom was je er toen niet voor mij, Ryan ? Waarom heb je oma in de steek gelaten ? Kom hier, dat ik je eindelijk nog eens kan vasthouden…”. Ze naderde en Ryan ving een flauwe geur op van haar gebruikelijke parfum dat ze vroeger altijd droeg. Maar het was ditmaal vermengd met de geur van bloed…van de dood ! Terwijl zijn overleden oma op zo’n 2 meter afstand haar armen naar Ryan uitstrekte, deinsde hij achteruit…tot hij opnieuw in de ronde zaal buiten de kamer stond. Meteen sloeg hij met al zijn kracht de deur toe. Nog steeds ongelovig  voor wat hij zonet had ervaren, bleef hij achteruit wankelen tot bij hun wagen. Hij stamelde “Shell, we moeten hier weg ! En wel nu meteen voor ik krankzinnig word !”. Hij draaide zich om en moest meteen vaststellen dat er niemand meer aanwezig was. Waar was Shelley gebleven, verdomme ? Op dat moment kwam een geluid uit deur nummer twee hem tegemoet. Hij kon het niet thuisbrengen, hoewel het hem enigszins bekend in de oren klonk. “Shell, ben jij daar ?”, riep hij, maar hoewel het geluid aanhield, kwam er niet echt een duidelijk antwoord. Ryan liep erheen en opende de deur. Hoe oud hij ook zou worden, zou dit beeld – meer nog dan dat van oma Rita – hem blijven achtervolgen. Shelley lag vastgebonden op een ijzeren tafel en werd, voor de tweede maal in haar jonge leven, verkracht. En hoewel Ryan er niet zeker van was, was hij ervan overtuigd dat de dader opnieuw Michel Van Tienen was, die zijn lusten op haar botvierde. Minstens even erg was de aanwezigheid van Shelley’s aan kanker overleden vader die, volledig in staat van ontbinding, het gebeuren luidop lachend bekeek en schijnbaar applaudisseerde voor de beestigheden die Michel op haar verrichtte ! Ryan wou er net heen lopen, maar zag toen hoe Michel en Shelley hem zelf beiden grijnzend aankeken. Zelfs toen Michel voor zijn ogen met een Stanleymes Shelley’s keel oversneed, bleef ze rustig, bijna genietend naar Ryan staren. En net voor haar dood intrad, keek ze Michel glimlachend aan en sprak haar laatste woorden : “Heerlijk Michel…Hier heb ik 5 jaar op moeten wachten…”. Michel glimlachte naar haar, inmiddels haar overvloedige bloed opvangend in een champagneglas, waarna hij het meteen, nog warm en wel, aan zijn mond zette en het als een cocktail in één teug naar binnen goot ! Ryan kotste  alles uit wat zich in zijn lichaam bevond, liep de kamer uit en haastte zich naar de laatste deur, waar zou – nee, moest – blijken dat alles een zieke grap was geweest van een wel erg ‘Extreme’ spookhuis ! De derde deur stond open en voor hij er binnen liep, vroeg Ryan zich af of er verschillende soorten donkerte bestonden. Zo ja, was dit de overtreffende trap ! Dit leek op de hel. En toch…toch moest hier ergens de redding en oplossing voor dit alles te vinden zijn. Of was ook Ryan nu in de muizenval getrapt ? Voet per voet schuifelde Ryan heel stil vooruit om plots tegen iets aan te lopen. Meteen ging er een rood licht aan, wat de dikke man met de beulskap, die hun de ingangstickets had bezorgd, een nog akeliger aanzien gaf. Angst nagelde Ryans voeten aan de grond. Hij kwam zelfs niet in beweging toen de beul hem vastnam bij de keel met zijn linkerhand, terwijl hij met zijn rechterhand, dat een klein mesje vasthield, Ryans mond openwrong en in één korte beweging zijn tong verwijderde. En net voor hij het bewustzijn verloor, kon Ryan nog enkel denken aan Shelley…Shell…She…….   2 maanden later te Antwerpen De magere en schijnbaar jonge kerel met de beulskap op zijn hoofd, griste het geld uit de handen van Astrid die, samen met haar vriend Eddy, er alles voor over had deze éénmalige attractie mee te kunnen maken. Eddy was immers enkele maanden eerder zijn moeder verloren aan een hersenbloeding. En wat haarzelf betrof, werd het eindelijk tijd komaf te maken met de herinneringen aan haar pedofiele vader, waarvan zijzelf het grootste slachtoffer was geweest. Dus een beetje vertier in deze ‘Extreme Tunnel of Love’ was hen wel gegund, vonden ze ! Even leek het haar alsof de jonge kerel achter de kassa haar iets wilde vertellen, maar veel meer dan wat onverstaanbaar gemompel kwam er niet uit zijn onzichtbare mond. Was het misschien de vreemde blik in zijn ogen achter de zwarte kap ? Ach, in ieder geval, vond Astrid, was dit hun weekend en werd het tijd om afscheid te nemen van hun eigen demonen. Ze namen plaats in het enige aanwezige karretje…   

Paul Smeyers
0 2