lucia Rozenkin

Gebruikersnaam lucia Rozenkin

Teksten

ooit voor we vegetarisch aten ik nam uw apartement als locatie om de mijne niet te verraden verder was alles in mijn appartement

Het schijnt dat ze bijna haar linkerarm was kwijtgeraakt bij een busongeluk in Turkije. Haar moeder zei toen ze naast haar knielde op het bebloedde asfalt dat rook naar verbrande rubber: “ Denk aan leuke dingen, aan lekker zonnen op een strand of zo.” Ze dacht op dat moment enkel aan alleen zijn. Sterven, dat doe je als anderen even niet opletten. Ze zong een liedje van The Beatles en hoopte dat haar moeder zweeg, wegkeek en losliet. Allez ga weg, laat me toch gaan, maar haar moeder hield haar andere hand vast. Jaren later dacht ze zelfs niet meer na over de dood. Het was een geruststelling dat je kon gaan zonder paniek ook al bloedt je ergens dood midden op de asfalt. Er was een reden waarom ze nog bestond. Ze zag dat de mens in de toekomst overbodig zou worden en veel mensen waren nu al getekend door zinloosheid. Ze besloot van al de bullshit van mindfulness en leven in het nu achter zich te laten en ten strijde te trekken als een vorm van toekomstheler. Want zo was haar motto: als je alles was kwijt geraakt zelf een stukje van jezelf, dan bezat je nog steeds de toekomst. Ze vestigde zich in het centrum van Brussel in een klein appartementje op het tweede verdiep met zicht op een Marrokaanse visboer. Iedereen die de stad doorkruiste en op zoek was naar zingeving of zichzelf belandde wel eens op haar appartementje. Zo leefde ze een tijdje samen met filmstudenten van de filmschool hogerop in de straat, een illegale Iranier die daarvoor 9 jaar op straat had geleefd, een groep zelfverklaarde spirituele meiden die haar meesleurden van de ene ashram naar een ander zuiveringsritueel, met een Portugese Indiër die elke ochtend zijn haren borstelde die hij al sinds zijn geboorte niet meer had geknipt. Iedereen was welkom en bij het eten ontstonden vaak bijzondere conversaties. Soms waren de gerechten zelf al boeiend gespreksvoer, want als je bij haar woonde had je maar één verplichting, je kookte voor iedereen en je deed samen de afwas. Francescu, de Portugese Indiër, vertelde ooit uitgebreid hoe je, als je dan toch eens kip eet, de kip driemaal moest masseren. Eenmaal boven het gasvuur waar je overgebleven pluimpjes mee wegschroeide. Een tweede keer masseerde je de kip zachtjes met olijfolie vol kurkuma, gember en fijngestampte kruiden en een derde keer ging je dieper in de spiertjes met look en aleppopepertjes. En dan liet je dat beestje een nachtje rusten. De kip was dagen nadien nog deel van sappige gesprekken. “Wat was er eerst? Het ei of de gemasseerde kip?”Oooh zo flauw, zeg, behalve de kip die smaakt! Op een dag kwam één van haar vriendinnen af met een queeste. Ze moest en zou naar Palestina gaan. Spelletjes spelen met kinderen die getekend waren door wat zich rondom hen afspeelde. We waren allen in de ban van die kinderen een beter beeld te geven voor de toekomst. “Kijk naar Ieper of naar Dresden, daar merkt deze generatie toch niets meer van?”. “We laten ze dromen van een betere toekomst; hoe hun stad er in de toekomst kan uitzien.” Kaat, die met het plan was komen aandraven, was een creatieve miljoenpoot, ze zag zichzelf al performen tussen vallend puin en gruis. We maakten een voorbereidend filmpje in een achterbuurt van Brussel waar het vuil van jaren illegaal storten de allure had van een slagveld. Daar maakte ze een dansje met een weggesmeten yucca alsof het een palmboom was. In een galerijtje overtuigden ze kunstminnend Brussel van te investeren in de toekomst van de kinderen van Palestina.   Niet veel later vertrokken ze, ze dan bedoel ik een drietal maar Kaat was er dan niet bij.   Kaatje, wat ben ik blij dat je gegaan bent! We eten nu gezonder, en denken aan de toekomst van je kinderen en ooit schrijven we meer dan toneel. Opdat alle kinderen op weg naar Brussel zo’n thuis vinden.    

lucia Rozenkin
17 0

werktekst 2 toneelstuk Kaat

don’t leave me in the steek de stakes are high steek in mijn zij, steek onder water you drop a lot of steken maar dat is niet erg steekt een steksken aan voor    de maagd er is een plexiglas tussen mij en de anderen, ik hoor gedempt hun stemmen, weet ge als ge maagd zijt is dat uw gevoel, zij horen elkaar zuiver en weten waarover het gaat, ik zie wat ze doen maar ik kan alleen maar raden wat de echte betekenis is als ik de daad daadwerkelijk heb ervaren. Ik schaam mij en toch ergens ben ik trots voor bij dat clubke te horen, mijn ouders zijn trots en god waarschijnlijk ook. Ontmaagd worden is ontwijd worden, het cadeau is dan uitgepakt, de nieuwsgierigheid en de spanning ook, hoe langer ik wacht, hoe groter het cadeau, maar het is niet gemakkelijk om zoiets dan nog uit te pakken, snapt ge? laaik a veurgen, touch touch touch touch touch me for the very first taaaim   de vechter wat een klotemuziek, yihaa, knots mot, woesjjjj, banzai, bruce lee   het kind mamaaaaaaaaa ik wil naar huis, ik wil niet meer naar marcelle, marcelle stinkt naar pipi en ik lust haar snoepjes niet,  k krijg ze niet uit het papierke dan ziet ze dat dan zuigt ze dat los geeft ze die snoep en moet ik hem opeten en haar adem riekt naar het kanaal of het putteke van de wc van het café die bol smaakt dan naar overgeef, ik wil naar huis!   de weduwe ik stap naar huis waar ik weer in een koud bed kruip, waar mijne man naast mij is koudgeworden, het verdriet het staarde in zijn ogen die ingezakt waren, dat is het eerste dat op valt aan nen dode, als ne gast op den tram naast mij zit te dommelen en zijn ogen sluit, dan kijk ik naar dat leven dat er nog inzit, dat vocht en dat warm pulserend bloed. Die warmte mis ik. wil tegen zo’n lijf liggen waar het bloed nog stroomt en het hart nog kan galopperen en met die gloed ben ik terug in hem en met hem en door hem en is niks weg. Zou diene gast mij willen? Mijn koud bed is te akelig en het ruikt nog naar afscheid.    de profeet  heb zo hard nagedacht, denk dat ik bijna een oplossing voor het wereldprobleem zie   de thuisloze ziet ge het zitten van weg te lopen van waardat ge vandaan komt? is ‘t moeilijk om terug te kijken? kunt ge tonen wie dat ge zijt als ge teruggaat of moet ge liegen? hebt ge wel al door dat ge weg zijt gegaan? en ziet ge wel waardat ge naartoe zijt gelopen? is dat nu wat ge hebt gewild, of is’t niet bewust gebeurd? deed mijn intrede door brussel zat in nen bocal keek naar de mensen en ‘t was erger dan de maskers van ensor de mensen dicht bij mij waren uitgerokken, gesmolten rubber de mensen verder waren doorschijnende gel kon door hun zien, ik zag hun zielen, van waar ze kwamen van sommigen was ik zo bang en ik verstijfde in het midden van een kruispunt Alle auto’s kwamen op mij af als speren, toeters scheldend hoongelach, dat is normaal, zei ik tegen mijn eigen, ze moeten u hebben, ge voelt de wereld echt, dit is uw kern. ‘t was ofdat ik in de matrix zat iedereen rondom mij was niet hoe hij of zij zich voordeed, en ik was één of andere Harry Potter Christus die de wereld begreep en doorzag maar het kwaad had mij door en zat achter mij aan. Na de doodangst kwam een rust groter dan dit universum k legde mij neer in het midden van dat kruispunt, ben toch al ontelbare keren gegaan, al dat kwaad is een deel van mij, ben zelf meer dan de hel,ik hoor niet bij de hemel, ben diegene die ze heeft bedacht,                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                        die mezelf heeft gecodeerd en gevraagd van te splitsen om hier op straat te liggen en mijn vuiligheid in honderden mensen te steken; ge kent mij, ge wilt mij negeren maar ge ziet gewoon wat het is een stukske viezigheid kiezigheid dat is wat de wereld is          en den artiest ik heb een liedje voor jullie gemaakt, ik heb ook een gedichtje gemaakt, ‘t is eigenlijk meer ne roman, ik heb ook voor jullie iets geschilderd, ik heb ook iets gekookt, Noordzeetong Gevuld als zeetongrolletje, asperges, kwarteleitje en waterkers. In schuimende boter gebakken, asperges, tuinbonen Fluwelen soepje van kreeft met selder, tomaat en dilleen tomaat met basilicumolie Gebraden parelhoenfilet,mosterdroom met koningskrab, tomaat en dragon. Asperges en lenteknolletjes met romanescobloemkool Aardappeltaartje met asperges, pancetta, broccoli en parmezaan Aardbeien, frambozen en mangomascarponemousse en vanilleijs ik heb ook een dansje bedacht, ik heb ook gedacht aan het decor, aan een toneeltje, ik heb ook een kostuum gemaakt en rekwisieten geknutseld, we hebben niet meer zoveel tijd, zal ik dan alles in ene keer tonen, of op nen andere keer als ge u wat meer op uw gemak voelt bij mij, en ik bij u want ja dat bepaald wel veel voor het effect misschien had ik mijn ouders niet moeten uitnodigen   maar goed ik begin en ik steek een steksken aan

lucia Rozenkin
10 0

werktekst toneel voor Kaat

Onze vader was ons dierbaar en de hem geschonken aanbetrouwde kinderen, -wij dus- waren hem dierbaarder als zijn eigen. Hij zag zijn zoon, de kassier, vluchten met alle gelden, welke de goedgelovige oudere dochters hem toevertrouwd hadden. “Goed waar prijst zichzelf aan” zei de zoon, en hij weette de dochters zo netjes aan te preken dat men wel moest in dienst van zijn overtuiging alles van hebben en huizen en houden afstaan. Het was zijn stem, zijn gave huid, zijn ongeschonden tanden, zijn filantropie, eigenlijk was alles zo idealistisch en sexy, de dochters waren trots op hun broer. “Ik beveel u mijn huis aan” zei de oudste dochter, “ik heb hier jarenlang geleefd in warmte en geluk en mijn kinderen houden van uw aanbiddenswaardige wijsheid, de opgaande zon en al wat in dit huis gevierd is van het schoone, ook ik was eens een gevierde schoone die tal van aanbidders had. Niemand heeft God ooit aanschouwd, maar nu sta ik sprakeloos mijn broer, een krijgsheld aan te schouwen en aanschouwen is dichterlijk, en wordt daarom alleen gebezigd van voorwerpen van verhevener aard, het is gemeenzaam bezien, sterker als wat men aanzien noemt ten gevolge van een onweerstaanbaar gevoel van verwondering of begeerte. Ik zeg u ik begeer mijn broer niet maar was hij mijn broer niet geweest ik had meer dan aan een schrijn aanbeden. Een vriendin trof me en iemand treffen is sterker dan iemand iets aandoen, ze zei: een domme menigte dicht hen die als hervormers der maatschappij optreden altijd zelfzuchtige bedoelingen toe, wat ge uw broer ook ten laste legt, het is zeker geen gierigheid, het is angst. En angst is sterker dan kracht want het moordt, het doodt, het roept schande, het zaait twist en rukt elke band los, het geeft een kick. Ik geloofde haar niet, hij was ontastbaar. Dat kon niet anders. De tweede oudste dochter zei: Ik ben niet helemaal naar dit vaak over het hoofd geziene land gereisd om namaak gsm’s, plastieken sandalen en gekopieerde dvd’s te kopen. ik ben hier voor u gekomen. Ze kwam van Amerika, het beloofde land, dat haar grootvader had geknecht en haar grootmoeder had verkocht, waarvan haar zucht naar schoonheid bevestigd werd in Kenneth Cole en Cole Haan. Ze was als enigste gebleven want luxe was in haar ogen zachter leven.   - Ik wist dat ge een fetisheur waart, broer. Ge sist als ge uw geloof verkoopt en die roestige schalen vol rottende kadavers van kikkers en kraaien naast half gescalpeerde koppen van knaagdieren, apen vol maden en hompen nijlpaard; de ingrediënten voor uw offers bedwelmen mij meer van de ontbinding dan van de vroomheid. Alle mensen zijn zondaars, maar goddelozen zijn gelukkig een uitzondering. Ge leest in de tanden van slaven den blauwdruk van wat ge gedaan hebt met uw volk en wat ge kunt doen met een volk. Onze voorvaderen werden verscheept omdat ze zaten op de schedels van hun eigen volk en zo’n volk dat moet overwonnen worden en het bloed dat vloeit moet gemengd worden want zo’n gruwelijk ras, dat moet vermenigvuldigen. onze oudste zus heeft het bloed vermengd met leem en er een huis van gebouwd,  ik niet ik maak niet graag de dingen zelf, ik spendeer mijn tijd daar niet aan. Ik hou niet van tijd verspillen. Als ge aan mij vraagt wat komt ge hier dan doen. Ewel hetgeen waar ik goed in ben: shoppen, relativeren en uitgaan en van mijn sociale contacten genieten. A jaa, en ook wat genieten van mijn broer, want ja, ge hebt een plan en ik ben wel benieuwd. En zo geschiedde: hij schoot de duiven van de oudste uit de oksels van haar dak, hij gooide zaad en trok voren in het stukje land dat rond haar huis lag, zo werd haar voedsel schaarster en haar huis was een baken. ze kon nergens naartoe want waar zij ging en de aarde bewerkte, smoorde hij de planten met biodynamische compost om zijn duurzame tirannie uit te bouwen       de zweter   america is a business, china is a factory and europe is den brilsmurf ik zit op den tram ‘s morgens en ‘s avonds en ‘s vrijdags zuip ik mij lam bij nen boomstam als ge hem omlegt ziet ge aan de ringen hoe oud hem is bij mij ziet ge aan mijn zweetringen van mijn kostuum hoe lang dat ik al ambtenaar ben ambetantenaar riep er ooit enen op den tram dat zweet geeft mij altijd ruimte als ik mij was dan is’t om zeep   de gevoelloze   ‘t is om zeep, après moi le déluge, kapt diene beton vol solventen, maakt de weereld manisch depressief, in bali bestaat dat niet, misschien enkel wat tsunami tussen de loverboys en kinderhoeren, en al dat ecologisch gewauwel, ik kap liever diesel in mijn tank, ik heb op alles al gezeten behalven op den tram loopt er maar onder   de gelovige . een laken een lijkwade met het gezicht van den heiligste een fleske gewijd water van Lourdes, ne paternoster, vier kristallen en de juiste tarotkaart, de gehangene, dat ben ik altijd ondersteboven, mijne kop zwaar als ne watermeloen maar licht van de schone gedachten over karma en den hemel, over planeten vol liefde en goden die mij opnemen in hun heilige tempels ik stap nooit met mijn rechtervoet eerst uit bed want dan gebeuren er slechte dingen die dag, maar als ik dan met solfer mijn kamer reinig dan kan ik naar buiten dan zien de engelen mij weer, ik ben dan zo blij dat mijnen bewaarengel gloria zingt als ik vijf weesgegroeten prevel, den dag is goed

lucia Rozenkin
8 0

we are based on deception kaat arnaert en rosalie vw 11-11-2011

bienvenue, wilkommen welkom welcome   I start first in english because you know they won the war, and as you see this exposition is about world war I   (nu komt dus een stukje Prince mijne all time favoriete) my name is katinka arnardo. i am an art critic Rosalie asked me to be here. and talk to you, and reflect with you about here work. so, Dearly beloved I think We are gathered here today to get through this thing called life   Electric word life It means forever and that's a mighty long time But I'm here to tell you There's something else The afterworld lady’s and gentleman, there is A world of never ending happiness You can always see the sun, day or night   So when call up your doctor in Brussels Instead of asking him how much of your time is left Ask him how much of your mind, baby.   Cause in this life Things are much harder than in the afterworld In this life You're on your own and I am not gonna talk anymore in english   ik ben Katinka Arnardo, kunstkritikus van het weekblad kut kult kunst in english kiss cult art   u ziet aan mijn haar dat ik mijn werk zeer serieus neem. ik pas mij namelijk aan aan het werk van de kunstenaar en ik heb hier geluk want ik mocht hier mijn lievelings kleur gebruiken. ( Kaat met elektriekblauwe pruik) toen ik twee weken geleden een lezing hield over Luc Tuymans dan had ik een bijvoorbeeld grijze pruik. Ik vond het belangrijk om helemaal mee in zijn werk te vervagen. ik vind het belangrijk dat je merkt dat ik de kunstenaar helemaal snap het gaat hier zeer duidelijk om het gebruik van kleur: voor mij is kleur primordiaal in kunst. kleur is “sesam open u”, kleur is vibratie, kleur glinstert. kleuren geven me informatie over mijzelf en anderen. ik wordt daar echt lyrisch over: wanneer ik me in een blauwe kamer bevind, mijn lievelingskleur, en een soort lichamelijke gewaarwording voel, weet ik dat er voor mij in die kleur informatie verborgen ligt. Het is alsof blauw met mij in contact probeert te komen, mijne plexus solaris trekt dan samen en iedereen ziet aan mij dat ik in contact ben met de ruimte, met de schilderijen, ik zweef en voel wat de kunstenaar heeft bedoeld. ik doorleef dat, ziet ge ik wordt dan kunst, één met enfin, een installatie of ne gekapte steen, het doet er niet toe, maar hier dus op deze tentoonstelling, kan ik me vereenzelvigen met dat kanaal, want ja het is een lied, een taal, een geheugen van iets van een verleden in kleur gezet, ik wordt daar zo gelukkig van maar bon radeloze Rosalie heeft een hele expositie bij elkaar geverfd een hele zaal met rood en groen en recht en rond en gevoelig gekweld bezeten. En daar wij van het leven van Rosalie weten dat het een kosmische strijd om de kleur en de vorm en de toets en de verfhuid de blabla de bloblo de blauwblauw is, dat ieder stilleven een snauw van wanhoop, ieder portret een sterfhuis van smart is, een kreet en een aanklacht, zijn wij voordat er museale aandacht komt, voor de kunstenaar zijn vragen, en voor de pers hier lucht van krijgt komen kijken, of zij nu nog leeft en haar beide oren heeft, en ja hoor Rosalie wilt zoals elke kunstenaar het betaamt als klassiek opgenomen worden in de heldengeschiedenis van kunst en cultuur maar rozalie Waarom, waarom die wapenstilstand. Het is nochthans nooit wapenstilstand in je hoofd. eh rozalie Daarop beste gepriviligeerde uitgenodigden heb ik Katinka Arnardo hoofdredacteur en kunstcriticus van het befaamde blad Kut Kult Kunst een antwoord.   de wereld is een verhaaltje, en wie dat het beste kan vertellen mag de verteller zijn.. en voor alle duidelijkheid.. dat ben ik.. de wereld is een vliegmachine en een vliegmachine dat heeft een piloot... de wereld is een hond en een hond heeft vlooien, de wereld is een cadeau, en cadeaus dat koestert ge hoe lelijk dat het ook is. wereld is pikant schijt... niet naast kijken en zonder grip, de wereld  is een wemelend zoemend bijke en een bij prikt u àls ge uw plek niet kent mensen die altijd weglopen van bijen... zit gewoon stil.. laat em gerust.. de wereld is druipende honing.. en honing plakt en maakt u dik als het niet juist gebruikt de wereld is een herfsteblaadje en als ik dat zie vliegen dan wordt ik gelukkig de wereld is dartel, gul en vrijgevig. de wereld is goud en golden is silence but my heart can't stop beating this loud loud rythm of glitter and love glitter and love, love and love, pounding in my body, pumping in my brain gold gold gold, it is driving us insane en gij meneer, gij ziet er  een beetje geel uit dat is een kleur waar ge niet op of onder kunt, zijt gij nu gelijk stuifmeel of zand? of is het u lever of uw gal. dat is ok,meneer,  sommige mensen vinden geel schoon.. vraag bijvoorbeeld aan een schildpad wat schoonheid is en hij zal zeggen dat dat zijn wijfje is.. haar twee uitpuilende ogen die bijna uit haar kop springen vraag het aan een boer en hij zal misschien twijfelen tussen de kont van zijn koe of die van zijn vrouw.. vraag het aan mij en ik zeg zeg blauw, blauw zo flauw dat ge het bijna groen zou noemen,  het blauw van een koekoek dat den nacht streelt het is een blauw dat afscheid neemt omdat het lichter wordt het is blauw dat gelijk rood is.. daar graaft ik in innig wilt zijn, dat riekt naar welkomen, het  doet mij doet zoeken naar de tetten die ik nooit heb gehad, snap ge? het rood van een man die met zijne schuurpapieren baard lichaam belijdt... of ik die in mijne rode soutien op ‘t zijne rijd. puntje puntje ijt ijt ijt.. mijn vader zou zeggen: rood dat plak aan mijn kakpapier als ik te veel en te te vol, te graag en met spijt … rood gelijk een ruwe kaak van’t gefrot van de winter die bijt, niet het rood van boerebollekeszakdoeken rood, van schaamte, terechte schaamte voor’t paniek van’t vreemde... bang van de dood met het bloed.. en ge wordt blauw,  en blauw dat is het onmetelijk kille gevoel dat ge er bij krijgt... als ‘t er een soldaat op u rijdt zonder spijt... buktje wuvetje kgo je nar us duwn! hahahaa dat wil’t zeggen buigt uw vrouwken, kga u naar huis duwen .. jamma... ik bent efkes kwijt... ‘t ging over de lucht... ‘tging over de lucht.. tging over de wereld.   de wereld hypnotiseert  zoals kolen gloeien, en ze houdt u warm aan de stoof. Rosalie en ik zitten graag aan het vuur, maar niet aan de haard.   wij zijn soldaten en ge heb het nog niet in de gaten de uren gaan lang duren uw deurklinkers gaan verzuren buren zullen u haten muren tegen u praten principes, en kaders en wapens en iets op ijven zullen altijd onmacht blijven het is tijd. tijd voor rare dingen, tijd om het niet te willen vatten om te stoppen want wat als de electriciteit uitvalt. hooba hooba hooba shakkaa .. hooba hooba ok,  stel u voor we zitten in een kunstgallerij en het is zeer warm en de zaalwachter snurkt zachtjes. En ik werp een blik langs de muren en ik zie handen en ogen en hier en daar verdwijnt een gezicht onder een vlek licht. Als ik mij naar een portret van Rosalie keer dan houdt iets me terug. Van het doek werpt een soldaat een heldere blik naar mij, hij staat rechtop, heeft het hoofd licht achterover geheld, in zijner handen, tegen zijn kopergroene pantalon houdt hij zijn fallische telescoop gericht en ik kan mij niet aan een zekere bewondering onttrekken niets dat aanleiding geeft tot kritiek. Grote voeten, smalle handen, brede worstelaarsschouders, een glimmende Hercule Poirotsnor en een helm en een zweem van fantasie. Een bescheiden elegantie Hij biedt jullie op hoffelijke wijze de gladheid van zijn rimpelloze geweer en gelaat, de schaduw van zijn glimlach zweeft zelf over zijn lippen. Maar zijn zwarte ogen glimlachen niet. Hij ziet er vijftig jaar oud uit maar dat is door al die miserie, hij is nog zo jong en fris vijventwintig of dertig. Hij is schoon, ik zie er van af naar tekortkomingen in hem te zoeken maar hij laat mij niet los. Ik lees in zijn ogen een rustig en onverbiddelijk oordeel en ik begrijp alles wat ons scheid. Het raakt hem niet hoe ik over hem denk, Zijn oordeel gaat als een zwaard door mij heen. En het trekt mijn recht tot bestaan in twijfel. En het is waar, ik heb er mij altijd rekenschap van gegeven dat ik niet het recht bezit om te bestaan. Ik ben bij toeval verscheen, ik besta als een steen, als een plant, een microbe, mijn leven zet zich lukraak voort in alle opzichten, het geeft me soms vage tekens en andere keren voel ik niks anders dan een gemurmel zonder gevolg. Maar voor die soldaat thans dood, is het anders geweest. De slagen van zijn hart en de gedempte geluiden van zijn organen waren voor hem kleine zuivere en plotseling optredende rechten, gedurende de oorlog had hij zonder in gebreke te blijven gebruik gemaakt van zijn rechten om te leven, om te blijven bestaan. Wat een prachtige zwarte ogen, er gaat niet de minste twijfel door. Hij had steeds zijn plicht gedaan, zijn gehele plicht als zoon, als echtgenoot, als vader, als hoofd van zijn bedrijf. Hij had ook zonder zwakheid zijn rechten opgeeist: als kind het recht om goed opgevoed te worden in een eensgezinde familie, het recht op de erfenis van de vlekkeloze naam, als echtgenoot het recht om goed verzorgd te worden, het recht om omringd te worden door tedere genegenheid, als vader het recht om vereerd te worden en als officier het recht om zonder gemopper gehoorzaam te  worden. Want recht is nooit anders dan de andere kant van een plicht. plicht, plicht,  plicht is vullend en met een hele lange nasmaak. hmm.. misschien gelijk gal, ‘tlaatste stukse, tlaatste... en ‘ t begin van ‘als ge niks meer te kotsen hebt’ en groen jaaaaa die fosforbommen jong........ zeer bevreemdend allemaal.. ik heb vanalles gelezen en ge zocht naar vanalles om het te begrijpen. maar vanalles dat zwijnestront en zwijnestront dat stinkt. en geuren das voor een andere keer. rosalie houd van bevreemding.. de bevreemding zit in haar kleuren... het roos en het is oranje en het  is groen en het is oneetbaar, gelijk electriek, ‘t is lawaai en het blijft tuten gelijk een bom ietske verder van uw bed, het is een even universeel geluid als een geluid van een dampkap. het flitst door ons kop maar het zit niet in ons lijf... of niet meer... groen is wat de mensen van dromen maar meestal missen. groen is natuur, en natuur is waar goed en kwaad geen naam meer hebben en  waar de mens verdwijnt. voor natuur is een mens zijn kop daar te klein voor.. een mens probeert giftig maar ons gif dat zit alleen maar in’t kopke en we blazen dat uit gelijk koue lucht en de aardbol die die vangt het op en de wilde woeste blaast het weg en de marie louise gaat op en neer. De Marie-Louise danst op en neer Ze gaat dwars door de woeste orkaan En de huilende wind gaat weer wild tekeer Maar de Marie-Louise zal nooit vergaan Lalala.... Maar de Marie-Louise zal nooit vergaan   als je in het midden van een verhaal zit is het eigenlijk helemaal geen verhaal. maar alleen maar een verwarring, een donker gebrul, een blindheid,een puinhoop van gebroken glas en houten splinters. een huis in een wervel wind of een gezonken marie louise door een ijsberg waar iedereen op dat schip roept en schreeuwt.. stop het stop het. het is alleen achteraf dat het zoiets als een verhaal wordt. wanneer ge het vertelt tegen u zelf of tegen iemand anders   ik heb een bruin vermoeden dat we allemaal het leven proberen te pakken door elkaar te pakken, we are all soldiers serving time op een planeet een bruin vermoeden, dames en heren, dat is een  kleur die lijkt op grijs. het is een kleur die triestig is. het zegt me dat er  dan misschien niks zal worden van de menselijkheid en van de liefdadigheid en van de bescheidenheid en van de matigheid, en van de wijsheid en in het zwartst als een half pond lood van op zestighonderd passen afstand wordt afgevuurd, en ik heb van horen zeggen dat als er een half pond lood het lichaam uiteenrijt en sterft in een onbeschrijfelijk lijden.. en als ogen worden uitgebrand en  als het ‘t laatste geluid de oergeluiden zijn van vrouwen en kinderen die onder het puin liggen... dan zijn de kleuren zijn weg! en dat allemaal om  de gril van een paar mensen   en dat is’t.   de vuile handen en het schoon geweten staakt makkers staakt het vuren helpt kinderen helpt buren voedt moeders voedt de monden heelt vrienden heelt de wonden sloopt mensen sloopt de muren staakt makkers staakt het vuren   we zitten in elkaars plek? nemen een ander zijn stek? en wat blijft er over? van een mens gemaakt op een plek die ontploft?   tis kapott kop op een schammel krukske een kleine parasiet.. een klein brokstukske met een stukske brok in de keel in het gat in het bloedvat in het hart in het haar onder denagels tussen de tanden in het snot uit z’n strot want der was weer een aan't sterven der is gemot op een muil stuk tand der is geschoten een put tis geen toneel tis slecht toneel tis een slecht stuk stuk in uw kloten tzie geel die blauwe plek 't etterd   kleur kleur kleur   Rothko schilderde eerst kleur en stillekes vervaagden zijn kleuren tot grijs, tot zwart, tot hij zelfmoord pleegde op 67jarige leeftijd. Zijn kleuren waren weg en dan ging hij. Niks is zo definitief als de dood, dat is niet erg. dat is onze enige zekerheid.   het is goud waard en goud is stilte en stilte dat geeft toegang en toegang laat u binnen   en binnen laat u buiten en buiten kunt ge uw neus snuiten goed lieve mensen dear beloved   Rosalie wilt leven en iconen en kleuren terug, ze ontdekte haar imaginair kleurenpalet en ze wapende zich met fantasie, met fictie, met een penseel, met een dansje, met muziek, dat kan ook de midlifecrisis zijn maar omdat ik haar werk begrijp en hier liever sta met een blauwe pruik in plaats van een grijze, moedig ik jullie aan: dans met ons mee! en als ge twijfelt dat ge niet durft dansen bijvoorbeeld: twijfel is goed, twijfel kan angst zijn maar angst ook hoop. En hoop dat is nen berg waar ge over moet klimmen en achter u laten.. en van klimmen krijgt ge dorst, zullen we ene drinken en klinken op het leven? en het succes. eigenlijk is hetgeen hier verteld wordt op de vernissage even interessant als de portretten. Dat is pas kus kult en kunst, dus laat u gaan, ik schrijf wel een zeer beklijvend stuk aan één stuk, stuk, kut, kus kult kunst, kukulekuuu! Time to wake up and smell the vodka Santé op wapenstilstand Skoll Nasdrovie campai cheers EINDE X

lucia Rozenkin
17 0

half bewust hermetisch dit was voor Ilse

  Het was avond, hij leek indigo, of kobalt, of koningsblauw, zo was de hemel. Bomen tekenden zich af, inktzwarte contouren, schaduwspel tegen licht van miljarden sterren. Een maan was er niet. De vrouw zei: Als origami heb ik mij gevouwen tot een basilisk. Een slang geboren uit zaad van zijn verlangen. Hoe duister kon het in onze zielen zijn als het op dat brandpunt lag van lust. Kunt ge die eeuwige lussen als het nummer acht voelen, uitwisseling, sluiers vol kosmos, vol vuurwerk, kometen, de sterren. Ik weef patronen tussen mijn gedachten, ik klos ze als kant. Een web, een spin. Alles wemelt. Dwarrelende asse van ons vuur, kleine haardschilfers, licht dat verpulvert bij aanraking. Ik gooi er mijn dossieren in, mijn wetten, mijn boeken, papieren, alles in ban van brand, van dat hypnotisch vuur, lust. Zo is alles wat schoon is. Het is schoon op dat moment maar je kan het niet bewaren. Enkel wat ge erbij gevoeld hebt is eeuwig, vergeet dat niet. Uw hart bewaart het. Belemmer ik uw zicht? Uw verdriet? Uw geweld? Ik draag oogkleppen, ik kijk te graag naar het schone. Wie oogkleppen draagt moet een geseling kunnen verdragen. Maar als ge dan niets anders dan een pad zijt waar karrewielen beken hebben uitgegraven. Alleen en door en vooruit, de modder in, het gezicht gegroefd en getekend als dat pad, wel dan mist ge het geheel. Misschien waart ge dan wel ambitieus en hebt ge hard gewerkt, ‘t is een andere kijk maar ik mis dan mijn geheel. Gij zijt mijn geheel. Mijn heel.   De engel des doods zat op de buik van haar man en vroeg: -het is tijd, wilt ge gaan? Uw lichaam zal blank worden als arabische lelies, koud als albast, glad als ivoor. Uw vrouw zal u beminnen als een totem in een grot, vol stalagtieten. Al het werkelijke, de trossen zwarte druiven, de nacht zonder maan, niets zal zo zwart zijn als uw hart en het hare. Ge kunt gaan. Zij zal de mantilla dragen, het verdriet zal haar bewustzijn wezen en liefde, zei de engel. -De liefde siddert niet voor mij. Liefde is purper als een koningsbeeld, het is ossebloed, het is het rode sap van frambozen dat uit haar mond druipt. Voelt ge nu angst, nu ik hier op je zit? -Ik heb geen angst om te gaan antwoordde de man. Ik heb vooral angst van achter te laten. -Kniel dan bij de oever en schreeuw haar naam, buig dan voor haar en kus haar voeten opdat ze je vergeven kan -Ik denk er niet aan zei de man. Het enige wat men mij kan verwijten is dat ik heb geleefd. -En hoe, zei de engel, mensen oordelen maar kijk naar de zon, de zon geeft leven maar is dood begrijp je dat? Woorden zijn naalden in een park vol dennen, kleef ze niet op je huid, loop er niet met blote voeten door. -Wat hoor ik? zei de man, de reusachtige vleugels ruisden -de wind is daar, zei de engel, de warme wind, brengt tranen mee,stortvlagen tot het deken van wolken open geknipt wordt om bogen te vormen vol indigo tot smaragd, dat is die dode zon. Alles moet sterven hier in dit bewustzijn anders bestaat er niets. Je beenderen worden pioenen, viooltjes, kalebassen. Het loslaten, het verpulveren, het oplossen is vruchtbaar worden. Ik hoor hoe vasthoudend je bent. Ik zie stappen naar verlossing maar je laat je gaan. Laat de sterren nu maar op je vallen als onrijpe vijgen, koningen zullen sidderen, rozen worden vuur, dan pas zal je ademhalen. Het vuur heeft je zuurstof nodig. -Ik wil voor je sterven zei de man, hoor je dat? Vertelde je dat aan mijn vrouw? Ze verhinderde mij steeds van hier te komen, ik was al dagen bereid van los te komen, maar loskomen betekent verliezen. Ik zag het zo: er liepen witte pauwen door een tuin van mirte en thijm wij waren onschuldig en zuiver en liepen door de kruiden je vertelt over liefde, je bezingt het in alle talen je vertelt over schoonheid, over witte pauwenveren die je lichaam tooien even en mensen komen rondom je wonen klagen om het geluid van het paradijs gij denkt: Adam en Eva zijn eruit verbannen, verstoten omdat ze elkaar liefhadden de slang het dierlijke, de lust die begeerte vertaalde. Het was niet anders dan het eeuwige lied van samensmelten iedereen kent die partituur. verstoten door anderen die de schoonheid van de lust niet konden verdragen de witte pauwen werden in kooien gestopt de grond werd verkaveld voor legbatterijen en slachterijen “Paradise Lost” wat bleef over van geluid het zwaard van de beul de doffe val van de guillotine een nooit dovende tuut na de zoveelste ontploffing wat honden overlaten van kadavers de wereld de wereld is wreed   de vrouw vertelt: je was een tuin vol witte duiven, arabische lelies je was een paradijs dat ik zo beminde je stem als een wierookvat ik hoorde het gefluister van geheimen tussen opfladderende vlinders in de spiegel van je oogwit Waarom heb je niet naar mij gekeken? de man zei: je legde een blinddoek over de ogen van de engel des doods had ik naar jou gekeken dan was ik versteend dan was ik niet heengegaan maar wat moest ik doen vloedgolven, weiden vol opwinding konden mijn honger naar gaan niet stillen het is wat het is en het ging verloren “Paradise lost” ik ben gegaan om terug te keren naar het mysterie van de liefde de liefde is groter dan het mysterie van de dood pas als iemand sterft kan je de liefde bevatten ik ben geen goddelijk monster dat de sterren verbergt de maan dooft, de zon blust alles is eeuwig het is maar hoe je het voelt enkel wat materie is vergaat een oud koekje verpulvert, lost op, de smaak is weg denk ik -mmm nee: zei de man -nee, het smaakt misschien naar liefde (de vrouw) -ze zeggen dat liefde bitter smaakt (de engel) -En wat dan nog? (de man) Ik heb je ooit gekust en altijd zal ik trachten naar wat geweest is dat is alles  de engel nam zijn ziel mee   waarom mag ik niet mee? vroeg de vrouw   de engel zei: het is te vroeg en kijk het wordt licht.  

lucia Rozenkin
0 1

dement ja het is bijna kerst toen dacht ik aan mezelf

Dement, zo mooi zo jong en zo dement allez zeg niet dat ge ‘t niet kent Waar zijn mijn sleutels waar is mijn jas en dju waar heb ik mijn sjakosse gezet onder tafel onder’t bed en mijne gsm oh gij hebt hem kunt ge mij dat niet zeggen aah god mijnen ipod ipad een gat in mijn kous in mijn schoen in mijn geheugen in mijn broek in den emmer in de put input output putpuutpuuuut tararaa ze zou nog eens haren kop vergeten zeggen ze hare kop mijn lijf als ik over u wrijf als ik ons heen en weer frot dan word ik zot of just nie ge ziet dan bollekes kegelkes in roos, geel, paars karambol en pats dat was dus een orgasme of een fantasme nee want dan denkt ge weer geweer schiet als gij schiet dan zijn mijn gedachten eindelijk dood ge wist ze met een wit vlekske njam njam bèèèè wat hebt ge geten? artisjok sjok sjok ruk nog eens fuck nog eens gooi uw kat buiten en wandel ma waar zijn mijn sleutels waar heb ik mijn sjakosse gezet retteket ik stop neem mijn raket voilà de wereld ging vandaag vergaan ik ben naar buiten gegaan kortsten dag van t jaar waar is mijnen apocalyps waar is mijn doem waar is mijnen engel waar is mijn roem vroem vroem ‘k heb de sleutels gevonden ze zaten in de sjakosse op ne stoel onder’tafel mijnen ipad ipod vol compote ‘t is een complot ‘t waarde gij gij gij gij zot mot oei allez dan weer gefrot en sorry en nog eens sorry ik ben dement jong schoon elastisch en dement met dat ben ik content ge kunt zeggen neurotisch dyspractisch manisch sossis ik wil nie weten wat het is als ‘k mij maar niet moet verantwoorden verexuzereren sexuzeer twas spermalheur ik wou wel tourette op mijn tette gloriaaa heiilig wij houden van sneeuw en van kalkoen  

lucia Rozenkin
0 0

liefdestrachten

Ik volg het kuiltje in haar wang tot het kuiltje in haar t-shirt, dan duik ik eronder en probeer te denken aan het zilverpapiertje van een reep chocola. Mag ik je uitpakken en proeven? We zitten op een terras onder de platanen, vlekjes op hun bast, vlekjes zon op de jouwe en vlekjes opgewondenheid in mijn hals. Op wie wacht je? Je bestelt espresso, dus ik ook. Het is zwoel vandaag, een dag waar de straten zinderen als een warme adem, een dag waarop je je huid niet voelt, de lucht smelt samen met je lijf. Ik droomde van een verkoelend meer waar we naakt als zeemeerminnen onder elkaar zouden zwemmen en luchtbellen tegen onze lenden blazen. De rekening. Wat nu. Het is nog net geen middag. Ze wandelt vastberaden de straat op. Ik reken snel af en volg haar. Een boekenwinkel. Ze stopt. Ze leest, ze legt haar voorhoofd tegen het raam en leunt haar bekken naar voren. Ze twijfelt. Ze droomt. Bijt op haar lip. Draait met een vinger in haar lang donker haar. Ik wacht tussen twee geparkeerde auto’s en zoek zogezegd sleutels in mijn zak. Ze stapt de boekenwinkel binnen. Ik kijk door het troebele laagje talg van haar voorhoofd naar de boeken. Ijl in mijn hoofd. Weiger te leven naar realiteit, alles is mogelijk, ook zij aan mijn zij.     Alsof de wereld in een versnelde timelaps zit, alles ontluikt, bloeit, rijpt en valt gistend op mijn gedachten, ik wordt niet verliefd op vrouwen maar beeld me graag eens in hoe een man denkt. En dan schrijf ik.   Waarom schrijven. Nu. Omdat ik het voel. De drang. Omdat mijn gevoel tegen de binnenkant van mijn tanden zit en mijn maag dat gewicht wilt naar boven stuwen. Tsunami door mijn cellen. Dat zijt gij. Ik ga u niet benoemen. Ik word makkelijk verliefd. Op wat ooit was. Op wat nooit was. Ik kijk vanuit een lamlendig bureautje in een grauwe kelder naar twee ratelpopulieren; hun bladeren schudden als twee overgeëxiteerde cheerleaders. Ze lijken me meer te willen vertellen dan dat maar ik zit hier en zij wortelen daar. De kleur van de muren rondom mij zijn in het kleur van de stopverf tussen de ramen. Het blik zei: “couleur champagne”, en zelf met een glas champagne in de hand zou het nog blijven deprimeren. Ik ben gekomen om mijn uren uit te zitten. Het oude toetsenbord, een plastieken wandklok en een tweedehands koelkast zoemen en tikken de tijd weg. Gij; gij zit in een proces van beweging, van deadlines en grootse projecten, gij hebt soms even tijd. En dan werpt ge even uw hengel uit en ik ben zo gepakt door die kleine sjnabbel die je me toewerpt. Ik wil opgegeten worden, snap je? Je mag me niet terugwerpen dat is hel.   Ze verhuisde van de “Elle” naar “Het rijk der vrouw”. Van de stad naar het platteland dat is het cliché. Ze had haar wagen volgeladen met goede voornemens. Dat is zo als je naar de veertig gaat en toch nog hebt gekozen voor een paar kinderen als midlife crisismanagement. Je komt vanuit zo’n postmodern stadsnihilisme waar je wanhoop en frustratie verpersoonlijkt ziet in je vrienden die zijn blijven zuipen; de ene het grootste betoog aan de toog houdend, de andere op zoek naar vossen voor één nacht. Het enige verschil met die nachtbrakers: je lijdt aan eenzelfde slapeloosheid maar dan sober met een wenend kind op de arm, vragen stellend over een gerecycleerde wcpapiergrijze toekomst, want veel heb je nooit vooruit gepland daarvoor. Chemie, chemie, chemie; heel haar plantsoen vol hormonen feromonen werd in een tuin geplant op schone rijtjes ontdaan van onkruid en slakken. Wat ik hiermee bedoel is; ze nam een zware pil, nette zaadjes die ze dagelijks in een rijtje slikte en daarnaast,om haar gedachtentrein te laten rusten, woelde ze in perkjes waar ze de vruchten van at wat later op de lente. Dit was wat anders dan wroeten in een kleerkast om als de mooiste bloem de stad te versieren. De competitie in een stad is één van jonge tieners, twintigers en dertigers die strijden om een berucht of beroemd imago. Virtuoze virtualiteit, weet je hoeveel er zich profileren met de prachtigste profielen?   Swat, de werkelijkheid dan maar weer Opgekleed alsof ze dertig was, een vrouw van rond de zeventig   Ik zat daar op den tram met een krimpend hart vol empathie opdat gij vertelde waarom ge zo geworden zijt eigenlijk wou ik het zelf niet te weten en vanaf dat ik mijn drang losliet   begon je te spreken: Kind, zorg dat ge nooit iemand nodig hebt voorzie u eigen van liefde, geluk en trekt u geen klote van de wereld aan doe vooral waar gij goesting in hebt denkt ge dat de wereld naar u omkijkt dat de mens gemaakt is van medeleven en liefde kijk ziet ge daar die gast staan? dat is nog schoon, elastisch, vol blos, vol vos ooit zei er een oude geliefde tegen mij gij waart zo warm als we vreëen uw kaken stonden vol rood gelijk een hete stoof ge waart zo vol gloed in u kon ik thuiskomen ik zie dat niet meer in u ge zijt gelijk perkament geworden dof en geel en taai en ik voelde mij diep gekwetst want ik kleurde mijn wangen met rouge de illusie dat ik mijn jeugd nog kon inhalen en ik zag onze lichamen niet meer oplichten ik zag twee rammelende skeletten waar nog hier en daar wat verschrompeld fruit aanhing en daarmee deden we het met de illusie van de hitte en weet ge hoe ouder dat ge wordt het wordt alleen maar erger die drang ik kijk graag naar jongens met lust ik zit graag op de tram waar ik met trots op het pikuur -ja u hoorde het goed ik zei het uur van de pik- nog tegen een jong lijf kan staan ik heb ooit zo’n oude mannen gezien ik herkende situaties van vroeger als puber en ik weet het is een beetje pervers maar ik heb geen stijve en dat maakt het verschil en zo erg zit ik mijn kut niet aan te schuren aan dat jong geweld sommige houden van die oude gretigheid oud droog hout brandt goed en ik brand toch sneller als een ander ‘k heb mijn leven weggesmeten omdat niemand het toch iets waard vond het beetje leven dat hier nog bijeenstaat profiteert en ik zeg u après nous le déluge feest en geniet als ge die efficiëntie van een machien niet haalt zijt dan zelf een naaimachien al wat ge kunt bij elkaar naaien doe dat want daar hebt ge later nog wat connectie mee omdat het u even terugbrengt naar de gloed de vloed de zonde de stonde meiske ik heb u als een biechtvader gebruikt maar weet dat ik ook net als gij op zoek was naar dat stukske hetzelfde in een ander en dat hebben ze naar de kloten gedaan ik verwijt niemand nog iets misschien wel een stukske mijzelf daarom zie nen helen boterham op de tram maar nu ga ik afstappen de brouckère ik drink hier mijne koffie tot het pikuur komt en dan ge weet wel naar huis met de vochtige muis   Denkt ge nu echt dat ze mij zo aansprak en dat allemaal aan mij oh gieren oh got vertelde?! Zeg, gij gelooft ook teveel in de mens zeker.   Nee ze was beleefd en koud en afstandelijk correct. Ik kroop gewoon in haar gereutel, in haar geremde pezige lijf en voelde tot in haar rimpelige vingertoppen. Ik stopte nadien met roken. Ik zou nooit of te nooit dezelfde weg inslaan. Dacht ik. Ik zit nu weer te doempen als een turk. Stress stress stress. Wordt ik week van dat wat verloren ging? Niet echt. All I want is you dit gaat over mijn verleden the moon and the star    

lucia Rozenkin
0 0