Lezen

Soulmates found each other in London

I could hold it in because I was too scared to realize that this could be real. I could stop myself from crying because I simply cannot imagine that we won't be living together anymore. It feels so unreal because it's so sudden. 3 hours ago we were partying our worries away in another crazy London club and now we are here, saying goodbye. I could hold my tears because I just refuse to believe that I won't be seeing your face every day. I guess the tears will come when you're not there to dance with me on a Friday night. Or when I arrive somewhere and someone decides to take a look at me instead of the ridiculously gorgeous girl standing next to me. I guess the tears will come when you're not there to make me laugh for hours until our tummies are aching and our flat mates want to kill us for being so loud. The tears will surprise me when I'm thinking out loud and you're not there to make a clever yet absurd comment that makes me put everything into perspective. The amount of songs that will make me think of the good times we had from now on is just crazy, so unfortunately I can't afford (both money-wise and cellulite-wise) to get myself a pot of Ben and Jerry's and a spoon every time I hear one. On the other hand, I personally consider that as a pretty legit excuse for eating ice-cream. My eyes will get wet when I hear someone talk with an 'Espanish' accent that reminds me of you (although I strongly doubt if I will ever meet someone with the same twisted accent, honestly I don't know how you come up with it sometimes, amazing). And still, both not being English girls, I think we managed quite well in having interesting and deep conversations about our lives and opinions about several things, some more sophisticated than others, but okey. It's an understatement to say that we never had a second of silence from the moment we met (the situation alone clearly announced the start of an epic friendship: ah tu parles Francais? Bon je dois te dire quelque chose un peu bizarre...). 4 months is a very short time, but only you and I can understand that living in a room as tiny as a toddlers toilet changes the non-existing rules of friendship quite a bit, if not completely. Usually you will have a sleepover with a new friend after a certain amount of time, for us the sleepover came first and the friendship followed a bit later. Sometimes you don't have to look far to find a true connection with a person, sometimes it's just right there, literally in the top bunk of your bed. And that's by far the most important thing: this connection we have. You might be in 'Ashia', Denmark or Honolulu, it doesn't matter, this connection, unlike the Wi-Fi sometimes, will never break. Just making sure you know that I don't think you are dead because I am obviously speaking as if a tragedy has happened. I know: it hasn't. But it's still an ending of a very special time and words can't even start to describe how much I am going to miss you. I guess the crying starts right now, as I finish writing this, because I know you're not here to comfort me, to hold me when I'm sad, to hug me when I'm lonely, to wipe away my tears and put that smile back on my face in no time.

Hans Desmet
12 0

Zen op de fiets

Vrijheid. Zo voelt het als ik ’s ochtend op de fiets de berg afsnel. Kinderen  op school gedropt, planning nipt gehaald. Oef! De wind wappert de stress van de ochtend van me af. Wanneer ik uitgewaaid ben, zo halverwege de berg, dwaalt mijn blik rond. Ik laat me verrassen: reflectie van lichtjes in de regen, de zonsopgang, een wolk. De belofte van een mooie dag. Dan ben ik blij dat ik fiets. Geen autodak, spiegel of vuile voorruit belemmert me het zicht. Ik voel de ochtendkou. De vochtige herfstlucht kriebelt aan mijn neus, strijkt me langs het gezicht.  Op de fiets ruik, hoor, voel en zie je dingen die je mist als je in de auto rijdt. Op de fiets ben je onafhankelijk. Vooral in de stad is het een gemakkelijke manier om je te verplaatsen. Geen gevloek in de file, of gekreun terwijl je wanhopig zoekt naar dat ene parkeerplekje. Mijn auto, mijn vrijheid?  Het dagelijkse fileleed in België is niet wat je wordt beloofd als je de reclame voor auto’s bekijkt. Fietsen is gezond. Dat weet jij ook. Maar het is meer dan dat: fietsen ontspant. Na een lange werkdag, zwoeg op de fiets ik naar boven. En de stress? Die adem ik weg. De chaos verdwijnt. Sterker nog, als ik alleen fiets, dan word ik ik. Dan mediteer ik. Of het kind in mij komt naar boven. De vrolijkheid. Soms ril ik van plezier. De fiets wordt één van de vrijheden van deze eeuw. Het symbool voor de leefbaarheid van een stad. Daar geloof ik in. Al hebben we nog een lange weg af te leggen. Een weg waar je nu als fietser geregeld agressief je plaats moet opeisen. Omdat er onvoldoende infrastructuur is. Omdat niet elke autobestuurder hoffelijk is. Omdat niet iedere bestuurder  in de achteruitkijkspiegel blikt voor hij rechtsaf slaat. Maar, ik geef het toe. Als niemand kijkt... negeer ik ook wel eens de verkeersregels. Ook dat is vrijheid op de fiets.

Sarava
0 0

gele hoed

De hangjongeren in Bree zorgen binnenkort niet langer voor overlast. De senioren van de Grauwe Torenwal tonen de jongeren hoe je van rondhangen een succesvol evenement maakt. De senioren geven er een lap op. Senior Thieu is bereid om de jongeren te onderwijzen in het rondhangen. "Maak de hangplek gezellig, zorg voor dekentjes tegen de koude. Lekkere hapjes houden het volk langer op de hangplek. En aan drank mag het uiteraard niet ontbreken. Serveer geen alcohol, zo blijft het voor iedereen plezant en kan de hele groep het tot de ochtend volhouden."   Jongeren, wees welkom. Tijd en plaats? Na school in de tuin van de deken. _____________________________   blauwe hoed   In onze prestatiegerichte maatschappij hebben jongeren af en toe een uitlaatklep nodig. Om te ontsnappen aan het ouderlijk of ander toezicht troepen jongeren samen op plekken die hun anonimiteit bewaren. Tijdens rondhangen met leeftijdsgenoten ontwikkelen jongeren hun identiteit zonder invloeden van buitenaf. Niemand behoedt hen voor slechte invloeden, niemand stuurt hen in de juiste richting. Ze leven en beleven, vallen en staan op, en ontwikkelen tot wie ze zijn, niet wie ze moeten zijn.   De senioren kijken toe hoe de jongeren in de tuin van de deken rondhangen. Luidruchtige pubers, wild zoekend naar zichzelf. Drugs biedt hen rust in deze zoektocht en laat hen kennis maken met een andere wereld. Vrijende koppels die de wereld en de pottenkijkers negeren, ten volle genietend van elkaar, of van de daad. Deze verschijnselen strooien roet in het rustige leven van de senioren. Oudere mensen willen genieten van de laatste fase van hun leven, liefst in alle stilte. De krant lezen in de ochtend, een dutje in de namiddag, een heerlijke maaltijd op de vroege vooravond. Rondhangende jongeren s' avonds, en drugdealers 's nachts doen het hart van de senioren sneller slaan. Weliswaar niet met hetzelfde genoegen als de versnelde hartslag van de jongeren.   De bejaarde bewoners van de Grauwe Torenwal zien alles, behalve plezier. Senior Thieu vraagt zich af waar het genot zit in rondhangen. Hij ging op zoek naar een antwoord op zijn vraag en nodigde zijn buren uit om samen rond te hangen. Hij bereidt alles tot in de puntjes voor om er een perfecte hangavond van te maken. Stiekem hoopt hij dat de jongeren langskomen.   De senioren hangen rond tot 23.00 uur. Van jongeren hebben ze die avond geen last gehad. Dit rondhangen bevalt hen. Zeker voor herhaling vatbaar.

Noke Venken
0 0

alleenstaande ouders in strijd met sociale huisvesting

Alleenstaande ouders slagen met moeite het hoofd boven water te houden. Ze spartelen om alles van de dieperik te weerhouden: kinderen, job, huishouden, woonst, bankrekening. Zinkt één levensaspect? Dan gaat alles ten onder. Blijven volhouden is de boodschap. Vergeet jezelf en red alles wat je dierbaar is.   Sociale huisvestingsmaatschappijen en sociale verhuurkantoren gooien een reddingsboei in het water. Alleenstaande ouders kunnen een woning huren aan een huurprijs berekend op basis van het inkomen. Een betaalbare woning. Stabiliteit na een onrustige periode. Een betaalbare woonst biedt zelfstandigheid en onafhankelijkheid. De ouder kan terug het hef in eigen handen nemen.   Een sociale woning is een lichtpuntje in het leven van de alleenstaande ouder. Toch is de drempel om zich in te schrijven voor een sociale woning vaak te hoog. De alleenstaande ouder verlaagt zich. Sociale woningen zijn voor het plebs, voor mensen die geen job hebben en op de rand van de maatschappij leven. In een wereld die gericht is op presteren faalt de alleenstaande ouder. Dit is het idee dat leeft en waar we dringend komaf mee moeten maken.   Wat zie ik? Wanneer ik voor sociale huisvestingsmaatschappij Ons Dak de wijken afschuim kom ik trotse alleenstaande ouders tegen. Zij zijn gelukkig, de kinderen zijn gelukkig. Deze ouders hebben hun plan leren trekken. Ze bellen Ons Dak niet om te klagen of om een technische herstelling te vragen. Ze slagen er in om van een sociale woning hun thuis te maken. Een thuis waar ze trots op zijn. Een thuis waar Ons Dak trots op is.

Noke Venken
0 0

Vergeet de pony

  Ik was zes. Ik had een roze plastic schelp met daarin een perfecte miniwereld. Een minipaleisje met een miniprinsesje. Het prinsesje had een koetsje en voor dat koetsje stond een pony. Spierwit. Een droomtafereel waarin ik zelf de poppenspeler was.   Een paar decennia later en de wereld ziet er helemaal anders uit. Geen multicolour, wel veel grijs. Geen koets maar een dure dieseldrinker. En die pony – tja, vergeet de pony.   Gelukkig is er dan ... het internet. Een magische plek waar pony's glitteren en regenboogjes kakken. (Als je daarnaar zoekt, tenminste. Google heeft voor elk wat wils.) In het online universum mag iedereen gelukkig zijn. Iedereen is blij, iedereen doet het goed, heeft de beste relatie en de mooiste carrière. En dat kan jij ook.   Het internet houdt je handje vast. Een weldaad van steun en motivatie. “Be the best you can be.” “Action is the foundation of success.” “Have you smiled at a stranger today?” Happy happy. Het gehuppel legt een laagje motivationele glitter over elke doodgewone, soms harde, meestal saaie weer-een-dag. Zit je vast in een uitzichtloze job? “Be the change you want to see in the world.” Heb je het gevoel dat je leven niet uitdraait zoals je had gehoopt? “Use your wings.” Alles kan, niets houdt je tegen.   Meer nog: alles moet. De imperatieven vliegen je om de horen. Achter de regenboog ligt een pot goud, gewoon voor het grijpen! Ga er achteraan. Nu meteen. Nog niet weg? Vooruit! “You are confined only by the walls you build yourself!” Maar wat als er achter die regenboog gewoon de kont van een pony zit?   Al die blije mensen, zo gul met hun recepten voor volmaakt geluk, zeggen eigenlijk dit: als het je hiermee niet lukt, dan ligt dat aan jou. Dan ben jij niet goed genoeg, werk je niet hard genoeg, geloof je niet genoeg in jezelf. Want wij kunnen het. En jij niet.   Het is een pijnlijk symptoom van een doorgedreven individualisme. De waarde van mensen lees je af aan hun vermogen om te produceren, te presteren, en vooral om allemaal unieke sneeuwvlokjes te zijn. De doorsnee mensen met middelmatige levens, alledaagse moeilijkheden en repititieve routines? Die verdwijnen onder het laagje glitter van het internet.   Je zou voor minder faalangst krijgen. Wie zich door de glitter laat verblinden, is eeuwig onvoldoende. De wereld is prachtig en jij bent een smet. Voor velen is dat geen zwartgallig pessimisme maar een ijskoud zelfoordeel. Vraag maar aan al wie geplaagd wordt door depressie, burnout of angststoornissen. De wereld is prachtig, maar niet voor hen.   Het is al lang geleden dat ik zes was, maar nu begint het me te dagen. Er is geen roze paleis. Er is geen koets. Er zijn wel pony's, maar die zijn hoogstens vaalbruin en ze kunnen behoorlijk stinken. En al die motivationele onzin? Laat maar. Tijd voor eerlijkheid.   Mijn dag was heel gewoontjes. Ik heb koffie gedronken, gewerkt en ben naar de Colruyt geweest. Ik heb niet naar een onbekende gelachen. Wie dat wel deed, mag zijn hand opsteken.

Eleonore
0 0

VIETNAMESE ZELFMOORDPOGING

Manlief en ik hebben in de jaren dat wij samen rondreizen al verschillende zelfmoordpogingen ondernomen.  Zoals jullie kunnen lezen, zijn ze gelukkig, voor ons, allemaal mislukt. In een ver en onderontwikkeld vakantieland wil je spanning en avontuur en aan  eventuele desastreuze gevolgen wil je op dat moment helemaal niet denken. Er hangt een aura van onsterfelijkheid rond je en je bent jong en roekeloos.  Enfin wij waren ondertussen al niet meer zo piepjong maar we waren wel overmoedige nieuwsgierige waaghalzen. In Vietnam ondernamen wij gezamenlijk onze allereerste zelfmoordpoging. Ons hotel bevond zich langs de ene kant van de drukke verkeersader, alle bezienswaardigheden van Hanoi  zaten aan de overkant. We stonden beiden langs de kant van de straat en bekeken de aanhoudende stroom vrachtauto’s, auto’s, moto’s, brommertjes en fietsen die langs alle kanten zigzaggend voorbij scheurden. De fietsen waren zo hoog en breed beladen met koopwaar en kwamen met slingerbewegingen nauwelijks vooruit. Op een brommertje zat niet één, zaten geen twee maar soms vier mensen helmloos maar breed lachend met de nodige bagage op elkaar geplakt.  De meeste bestuurders droegen een mondlapje om de uitlaatgassen tegen te houden. Daartussen toeterden de toeristenbussen en het openbaar vervoer. Claxonnerend, bellend en roepend koersten ze allen kriskras door de straat, reden frontaal op elkaar af en draaiden op het laatste moment het stuur om. Zebrapad of verkeerslichten geen enkele gemotoriseerde Vietnamees verleende voorrang. De doorsnee spleetoog stapte gewoon met een zekere doodsverachting zonder rondkijken de straat op en de brommertjeszee spleet als de Rode zee uit elkaar. Manlief nam me bij de hand en dwong mij het voetpad af. Ik volgde hem aarzelend, met één voet nog op de stoep, de andere schoen al tussen het moordende verkeer. Ik hield mijn ogen stijf gesloten en met een heel groot ei in mijn broek, sleurde manlief mij naar de overkant van de drukke straat. Niet terugdeinzen, niet twijfelen gewoon zoals de Vietnamees, onbevreesd doorstappen.  De kamikazechauffeurs hadden ons wonder boven wonder volledig ontweken. Na enkele dagen werden wij zelfs verkeersovermoedig en ondernamen wij onze volgende suïcideactie. Wij huurden een ‘fiets toek- toek’ richting museum. Wij lieten ons in de stoeltjes van een overdekte stootkar zakken.  Zonder enige beveiliging vooraan werden wij door de fietsende eigenaar achteraan, als levende projectielen in het verkeer en het kabaal gestoten.  Ik had de camera in aanslag en het zou een uiterst spannend filmpje worden. De man trapte alsof zijn leven ervan af hing, hij fietste zich bijna letterlijk een ongeluk. Hij slalomde tussen de fietsers. Hij sprintte met zijn fietstaxi alle brommers voorbij. Het werd een helse rit, een Disneyland Space Mountain attractie waardig. Onze stuntman probeerde een auto in te halen, bleef op de tegenovergestelde richting voort peddelen en reed pal een autobus van het openbaar vervoer tegemoet. De bus kwam angstaanjagend toeterend dichterbij.  Wij gilden en sloegen wild met onze armen in de hoop dat onze fietsbestuurder onze gebaren en waarschuwingen boven het zeteltje zou zien. De schrik sloeg ons om het hart. Mijn fototoestel bengelde al lang werkloos rond mijn arm. De film met het rampscenario ‘the final collision’ zou nooit in België bekeken worden.  Onze horrorchauffeur leek stekeblind en doof. We hotsten en botsten. We zochten een uitweg maar de snelheid waarmee we trappend in de verkeerschaos voortgestuwd werden, hield ons bang in het karretje geklemd. Ofwel hadden de remmen van onze toek-toek fiets het begeven ofwel hield onze fietsheld van spannende thrillers. Juist op het allerlaatste moment, op 10 centimeter voor de luid claxonerende bus, draaide de snelheidsduivel het stuur om en vloog onze ‘taxi-velo’ langs de tegengestelde richting, de stoep op. Onder luid protest sprongen de voetgangers alle kanten op. Krijsende verkopers veerden op en liepen met gebalde vuisten achter onze kamikazeheld aan. Hij ontweek op een haar na de gehurkte ‘straat-restaurant-eters’.  Iets verder stopte onze James Dean en met een brede glimlach, zich totaal van geen kwaad bewust, wees hij op het museum en zei: ”Xin vui lòng, viện bảo tang” wat zoveel betekende als “Alstublieft, zie hier het museum”.  We scharrelden bibberend  onze rugzak en fotocamera bij elkaar, betaalden onze superman en strompelden totaal van de kaart uit het fietskarretje. Met een ‘big smile’ zei hij:” I wait for you, go back to hotel,  good price!” Wij bedankten beleefd en zagen af van het gunstig retourprijsje naar het hotel.  Aziatisch geel en groenig bleek liepen we met knikkende knietjes in het museum rond. Hoever de terugweg naar het hotel ook zou zijn, ons kregen ze nooit meer in een Vietnamese ‘fiets toek-toek’. Wij gingen nog liever te voet zigzaggend de Vietnamese pijp uit.  

Sim
16 0

Kikkergeluk in Kruibeke

Een gelukkiger kikker dan ik? Ik daag je uit om die te vinden. Echt, ik ben een luxekikker.   Ik woon al heel mijn leven in de polders van Kruibeke, heel bijzonder heb ik dat nooit gevonden. Maar sinds een maand of twee voel ik me de koning te rijk. Natuur, rust, een fietser die passeert. Niemand die me achter de kikkerbillen zit. En als het eens goed regent, dan is het hek van de dam! Dan staat alles hier blank en plens ik rond in 600 hectare plassen en moerassen. Een betere plek om mijn dril op te voeden kan ik me niet inbeelden.   Eerlijk? Het was hier niet altijd 'het goeie leven'. Nog niet zo lang geleden zat ik ingeklemd tussen pijpleidingen en was er geen spatje water te bekennen. Maar ze lieten me met rust, dat wel. Tot het hier plots de zoete inval werd.   Ineens kwamen ze allemaal binnengevallen. Eerst wat volk van Antea met hun notitieboekjes. Dan een paar ambtenaren met hun vergunningen. En dan een eindeloze stroom werkmensen, zelfs buitenlanders. Gevloekt dat ik heb! En het toppunt? Die minister die ook nog een fles champagne kwam opentrekken, alsof het hier allemaal van hem was.   Maar ik geef het toe: ze hebben hier goed werk gedaan. Alles opgeruimd, een paar dijken en sluizen gebouwd, wat nieuwe planten neergezet. En nu is het één groot waterpretpark. Mijn neven en nichten uit andere polders rond de Schelde zijn stikjaloers. Ik heb al gezegd dat ze ook eens een minister moeten uitnodigen.   Alleen die reiger, die mogen ze van m...

Eleonore
0 0

DROOG ONWEER

“Godverdomme, laat los rotbeest !”, ofwel : de eerste woorden die Eric Van Gool riep, toen hij de deur van het huis waar hij met zijn gezin woonde, nog maar net achter zich had dicht getrokken. Het was zaterdag en dus kwam hij net terug van de plaatselijke bibliotheek met zijn 2 vangsten voor deze week : “De sneeuwman” van Jo Nesbo en iets over kussen van de één of andere “Griet”. De cover zag er alvast vrolijk uit en dat viel mee, want Eric had wel eens zin om flink te lachen ! De aanwezige tafel met ‘erotische literatuur’ had hij dit maal links laten liggen. Het voorval na ’50 tinten grijs’ lag nog net iets te vers in zijn geheugen. Nadat hij het boek uitgelezen had op slechts 2 dagen (moest een record zijn !), schoof hij het vol lof – en hoop – door naar zijn echtgenote Brenda, die er blijkbaar ook niet vies van was. Dus hadden ze op een zaterdagavond, na het nuttigen van 2 flessen Cava, besloten om ook eens ‘zo’n spelletje’ te spelen. Het plots ingegeven ‘Bondage’ moment, bracht wel een probleem met zich mee : wegens het gebrek aan touwen of voldoende propere keukenhanddoeken, besloot Eric gebruik te maken van “Tesa”-verpakkingstape om Brenda’s armen en benen, beiden gespreid, vast te maken aan de 4 hoekstijlen van het bed. Maar toen Brenda haar gespeelde, maar oh zo geile woorden “Help me alsjeblieft ! Wat gaat u met mij doen ?” had uitgesproken, kwam onverwacht de 6-jarige Cocker Spaniël van het gezin, Rakker, die toch al een onverklaarbare hekel had aan het hoofd van het gezin, meteen in actie ter bescherming van zijn bazin in nood. Hij sprong op het bed en deelde meteen een goed gemikte en welgemeende beet uit in Eric’s linkerdij, wat deze meteen uit zijn evenwicht – en het bed – bracht, gevolgd door Rukker (zoals Eric het dier steevast noemde), die zijn aanval verlegde naar Eric’s edele delen. Vanop haar hopeloze positie, gilde Brenda : “Rakker af ! Af, verdomme !!”. Ze kon niet precies zien wat er zich afspeelde naast het bed, maar de kreten van Eric lieten niet meteen het beste verhopen. Tevens werd de Duitse grondigheid nog maar eens bewezen door de sterkte van hun tape. Plots zwaaide de deur van hun slaapkamer open en stormden beide zonen binnen om hun ouders – duidelijk in gevaar – bij te staan in hun ongelijke strijd. Bij het zien van hun naakte moeder, vastgebonden op bed, viel de 16-jarige Kenzo meteen in katzwijm. Tot daar zijn bijdrage aan het reddingsplan. De 2 jaar oudere Johnny nam een heel andere positie in, daar er duidelijk aan de andere kant van het bed – buiten zijn gezichtsveld – een ware veldslag aan de gang was ! Hij kroop stil over zijn naakte moeder (“Sorry, mama”), maar voor deze iets kon zeggen, deelde Johnny meteen een rake rechtse uit aan het eerste menselijk wezen dat hij onder ogen kreeg. Zelfs Rakker scheen nu tevreden met het resultaat, daar hij zijn eigen aanval staakte. Het hoeft geen betoog dat het de volgende ochtend aan de ontbijttafel – en dat op een zondag – erg stil bleef…uitgenomen de in Eric’s ogen gemene lachjes tussen hun beider zonen. En nu, nog steeds in het bezit van zijn 2 boeken (en 3  aperitief-gewijs tot zich genomen Duvels, die trouwens dringend moesten versproeid worden !), had Rakker hem flink te pakken in de rechterkuit. De hond was een verjaardagsgeschenk geweest voor Kenzo, toen hij 10 jaar werd. De meningen over Rakker in het gezin waren nogal verdeeld. Vanzelfsprekend haatte Eric het beest (hoe zou je zelf zijn als je om 02.00 u. ’s nachts werd gewekt door middel van een flinke en – vooral – onverwachte beet in je linkerhand die half uit bed hing ?) en hield Brenda minstens evenveel van het dier dan van haar echtgenoot (soms zelfs meer, vond Eric !). Johnny keek niet naar de hond om, terwijl ‘aanbidding’ een understatement was, wat Kenzo betrof. Hij liet hem telkens uit, zorgde voor de uitgebalanceerde maaltijden en veel van zijn vrije tijd ging naar het spelen met Rakker (volgens Johnny voornamelijk omdat Kenzo dan aan de piemel van de hond kon zitten, iets wat Rakker trouwens helemaal niet erg vond). De enige reden dat Rakker zijn nachten doorbracht, grommend, dromend en ruftend (en heel soms bijtend) in de ouderlijke slaapkamer, was dan ook enkel het feit dat Kenzo zelf iets teveel problemen had met de nachtelijke ‘uitingen’ van zijn verder zo lieve hond ! Nadat Eric eindelijk “Hallo !” had kunnen roepen en meteen naar het toilet was gerend om zijn Duvels de vrije loop te laten, moest hij nog even denken aan het voorval van de vorige week. Tijdens een wedstrijdje badminton in de tuin met Kenzo (gekleed in een gouden, aanspannend short met bijpassend topje !), had deze zonet met een verschroeiende smash een einde gemaakt aan het spel. Toen Eric de ‘shuttle’ wilde oprapen, was Rakker helaas net iets eerder bij het pluimpje en hield het fier in zijn bek. De vraag zou echter eeuwig blijven of het de hond werkelijk te doen was om het gewonnen speelgoed. Want op het moment dat Eric het wilde terugvorderen, liet Rakker het meteen los om in de plaats daarvan Eric 3 flinke knauwen in diens rechterarm toe te dienen. “Jaaa, ik heb gewonnen !”, schreeuwde Kenzo uit, meteen gevolgd door Eric’s aan Rakker geadresseerde  “Godverdommese rottige klootzak !”, iets wat de buren, die achter de 2 meter hoge haag net buiten hun lunch gebruikten, een toch wel erg felle reactie vonden van de zopas verloren vader tegen zijn zoon ! “Ik maak je verdomme zelf kapot, hopeloze zak !”, riep Eric verder, wat diezelfde buren meteen deed beslissen om nooit een spelletje badminton aan te gaan met buurman Van Gool ! Het verklaarde ook meteen Eric’s verbazing toen hij gisterenavond thuis kwam van zijn werk en buurvrouw Leysen ‘toevallig’ net buiten kwam om hem meteen te vragen : “En…hoe gaat het nog met uw jongste zoon de laatste tijd ?”. “Eh…vanochtend nog prima”, had hij gestameld. “Oh, dat doet mijn zo’n plezier om dat te horen ! Laten we maar hopen dat alles zo blijft, niet ?”, reageerde Liesbeth Leysen. Eric schonk haar een glimlach en liep hoofdschuddend naar zijn eigen voordeur. ”Vroege dementie”, mompelde hij, inmiddels de voordeur openend en meteen zijn tweede beet van de dag in ontvangst nemend. ’s Ochtends echter, was drie kwart van het gezin Van Gool het erover eens dat hij die eerste zelf had gezocht. Wie laat er tenslotte aan de ontbijttafel zijn arm naar beneden hangen ? Dat was vragen om moeilijkheden ! Want natuurlijk was Rakker even komen kijken of er iets lekkers in de hand zat en, bij duidelijk gebrek daaraan, meteen wraak had genomen op diezelfde hand ! Natuurlijk had Eric, net zoals ieder weldenkend mens, het woord ‘asiel’ al eens ten berde gebracht, maar het bleek al snel dat hem dat een levenslange boven het hoofd hangende vendetta zou opleveren. De sfeer op deze zaterdagmiddag tijdens de lunch zat er alweer flink in. Kenzo en Johnny spraken niet tegen elkaar, blijkbaar het gevolg van een 10 minuten durend spel (“Fifa 2015”) op hun Playstation. Inmiddels hield Brenda haar wekelijks betoog over de zoveelste ‘ziekte’ die hun Poolse poetsvrouw had ingeroepen om nog maar eens een keertje afwezig te blijven. Het bleef een raadsel of ook daar Rakker een rol in speelde : Romana Stoizynska sprak, noch begreep één woord Nederlands, behalve dan het flink ingestudeerde : “Ikke ziek…Ikke niet kom”, wat ze blijkbaar wel onder de flink gebouwde knie had ! Nu had, eerlijk gezegd, Eric niet echt een probleem met de heersende stilte of zijn klagende echtgenote. Hij wist immers dat elk woord, elke zin kon afdwalen naar dat andere hete hangijzer : het op zondag voorziene bezoek aan zijn 72-jarige en inmiddels flink dementerende vader in “Huize Levensgeluk”. Het “Huize” stond er wel…Het “Levensgeluk” werd echter volledig in bezit genomen door Eric’s moeder die, sinds  ze haar echtgenoot daar zowat 3 jaar geleden had gedropt, niet één dag in de week nog thuis te vinden was. Brenda haatte deze bezoekjes, daar de reactie van Karel Van Gool op het verstoren van zijn rust en privacy, onvoorspelbaar kon genoemd worden, variërend van ‘kinderlijk geluk’ tot enorme woedeaanvallen. Hier dient wel meteen aan toegevoegd te worden dat schoonvader en-dochter nooit ‘dik aan’ waren geweest. Twee maanden geleden, net voor zijn 72e verjaardag, was de apotheose bereikt. Brenda had de oude man al enkele malen gevraagd wat hij graag zou willen om dit te vieren. Daar ‘grommen’ en ‘scheten’ als antwoord onvoldoende bleken (vanwege niet verkrijgbaar in de winkels), besloot ze het over een andere boeg te gooien. Ze ging recht voor Karel staan en vroeg met een – toegegeven – erg lieve glimlach : “Pap, is er dan niets dat je hier mist en graag zou hebben ?”. En daar hoefde ‘Pap’ niet lang over na te denken. Plots, alsof zijn stembanden eindelijk toelating hadden gekregen zich te mengen in het gesprek, antwoordde de oude knar : “Ja, zenne !” en greep, voor iemand kon reageren, met beide handen schoondochter lief’s borsten stevig vast ! Sinds dat voorval hield Brenda zich steeds aan de minimum perimeter van zowat 3 meter van die andere “rakker” (gelukkig had deze weliswaar niet gebeten !) en werd er bij aankomst en vertrek niet langer gezoend ! “Hij heeft me gemolesteerd, Eric !”. “Hij kan er niets aan doen, Bren. Hij weet gewoon niet beter.”, reageerde Eric, die trouwens vond dat een vriendelijke, familiale aanraking door zijn eigen vader van een eerder kleine A-Cup, niet meteen onder de noemer ‘molesteren’ te klasseren viel. Vanzelfsprekend had deze gebeurtenis al snel de oren van hun jongens bereikt. Vooral Kenzo zag het grappige van het voorval volledig in, hoewel ‘borsten’ hem hoegenaamd slechts een weinig konden boeien. Kenzo was namelijk, niet tot ieders verbazing, eerder dat jaar ‘uit de kast gekomen’, wat hem meteen de bijnaam “Kenzomo” had opgeleverd (was getekend : Johnny Van Gool)...een bijnaam die hij trouwens met veel eer en genoegen droeg ! Zelf ging de oudste zoon als “Johnny Pony” door het leven, maar dàt had een gans andere reden ! Elk gezinslid had zijn eigen GSM binnen handbereik liggen op de keukentafel. Vreemd toch, dat 4 handen meteen grepen naar hun eigen toestel op het moment dat een luidruchtig “Tsjakka !” de stilte verstoorde, daar ze allen wisten dat enkel Johnny deze toon had, wanneer er een bericht binnen liep. Hij bekeek het bericht, stond op van de tafel en mompelde : “Sorry, moet eventjes bellen.”. Bij het rechtstaan trapte hij echter op de staart van Rakker, zoals steeds tijdens de maaltijden verborgen onder tafel, wachtend op eventueel voedsel dat iemand op een verstrooid moment liet vallen. Om zich af te reageren op de korte pijn, leek een flinke beet hem de uitgelezen wraak. En daar zijn kop meestal in de richting van Eric lag (die dan ook het meeste voedsel morste, waarbij er geen haar op zijn hoofd aan dacht om het terug op te rapen, gezien de dreigende aanwezigheid van de verborgen vijand), was hij dan ook het uitverkoren slachtoffer, wat hem een beet in zijn voet opleverde. “Verdomde klotehond !”, brulde hij uit. “Plaag hem dan niet steeds zo en trouwens, je moet niet op je blote voeten door het huis lopen.”, verdedigde Brenda het dier. “Dat kutbeest loopt toch ook rond op zijn blote poten…Heb ik daar al eens in gebeten ? Het wordt trouwens hoog tijd dat dat dier respect leert opbrengen voor zijn baasjes. Dit is nog steeds ons huis !”, viel Eric uit. “Schatje”, reageerde Brenda, “hij valt enkel jou lastig. Misschien ligt het probleem wel bij jou. Trouwens, Rakker is maar een hond die niet beter weet en hij grijpt tenminste niet naar mijn borsten !”. Daar had je het… Gelukkig werden ze net onderbroken door Johnny, die lachend opnieuw de kamer binnen kwam. “Ho ho, Naomi heeft gevraagd of ik vanmiddag met haar ga zwemmen. Ik ga meteen mijn sportzak pakken !”. “Bren”, vroeg Eric even later, “wie is Naomi nu weer ?” “Ach Eric, gewoon een collega van mij in de winkel. Ze vroeg naar foto’s van onze kinderen en heeft schijnbaar diezelfde dag nog vriendschap gesloten met Johnny op Facebook.” Eric wist wel dat Johnny viel op enigszins ‘oudere vrouwen’…Naomi bleek een 32-jarige vrijgezel te zijn. “En tsja…”, ging Brenda glimlachend verder, “waarom hij altijd het liefst afspreekt met vrouwen in het zwembad, hoef ik je zeker niet te vertellen, hé schat ?”. Terwijl Kenzo in lachen uitbarstte, keek Eric wat verveeld rond. Daar hij niet meteen reageerde, zag Kenzo zijn kans schoon. “Allez pa, daar komt onze ‘Johnny Pony’ wel het best tot zijn recht, hé !”. Eric zuchtte diep en begon inmiddels de tafel af te ruimen. Het ergste was dat hij het natuurlijk wel wist, maar welke vader wil daar nu in hemelsnaam steeds aan herinnerd worden ? Hij keek zijn jongste zoon even aan. “Hey Kenzo, mama gaat vanmiddag winkelen en je broer gaat dus zwemmen. Wat denk je ? Zelf popcorn maken en filmpje gaan huren ?” “Sorry paps, maar ik heb al afgesproken met Nicky !”. Eric liep naar de keuken, steeds meer uit zijn humeur. Verdomme, die gast heet Nick…Waarom dan altijd dat ‘Nicky’-gedoe ? En dan is hij nog een jaar ouder dan Kenzo ook ! “We gaan naar de cinema”, riep Kenzo hem achterna. Eric hoorde Brenda vragen welke film er op het menu stond. “Zijzelf”, reageerde Johnny die net opnieuw in de keuken kwam. Het juiste antwoord luidde echter SPECTRE, die nieuwe James Bond. “SPECTRE ?”, vroeg Johnny ? “SPICTRE-eens-in, dan schuift ‘em beter, zeker ?”, wat opnieuw een lachsalvo bij beide jongens veroorzaakte. “Trouwens Kenzomo, is ‘Wat mannen willen’ niet meer iets voor jullie ?”, waarop de jongste meteen reageerde op een ietwat denigrerende toon : “Broertje, ik weet al lang wat mannen willen !”. Eric vroeg zich af waarom hij de enige van het gezin was, die duidelijk de humor hier niet van in zag ! Inmiddels laadde Eric de afwasmachine in en bedacht hoe hijzelf zijn vrije middag zou doorbrengen. Het idee om alleen thuis te blijven met “De hond van de Baskervilles”, leek hem meteen onaanvaardbaar. En hoe dan ook : van het grijpen naar zijn eigen echtgenote’s borstjes, zou vanmiddag alvast ook niks in huis komen ! En daar Brenda de beide kinderen zou afzetten voor ze zich zelf zou begeven naar het centrum om te gaan winkelen met haar beste vriendin Joke, mocht hij het gebruik van de wagen ook al vergeten ! Ach, waren ze niet, tot hun aller blijdschap, 4 jaar geleden verhuisd naar de Belgische kust ? Eric liep de woonkamer in en keek naar buiten, waar dijk, strand en zee hem verwelkomden. De zon scheen wel, maar er stond een verdomd strakke wind. Het zand zwierf poëtisch over de dijk, samen met de iets minder poëtische inhoud van een vuilniszak, vanzelfsprekend door een toerist buiten gezet op een verkeerde dag, tot groot jolijt van de vele aanwezige meeuwen. Een wandeling, besloot hij… Ja, een fikse wandeling : dàt zou hem goed doen…dacht hij ! Toen Brenda en de kinderen waren vertrokken naar hun respectievelijke bestemmingen, kleedde Eric zich warm aan voor de geplande wandeling. Bij het verlaten van het huis, bleek al snel dat Sabine het de vorige avond na het nieuws bij het rechte eind had : droog, maar een wind die weinig medelijden had met hen die hem wilden trotseren ! De beloofde uithalen van 80 km/uur bleven inderdaad niet uit, wat Eric deed besluiten zijn wandeling te limiteren tot aan zijn vaste stamkroeg sinds 4 jaar, “Het zachte zwijntje”. Maar om daar te geraken, zou hij zowat de ganse dijk moeten aflopen en de wind, gevuld met los zand, maakten het hem niet erg makkelijk. Om zo weinig mogelijk last te hebben van zanderige ogen, keek hij inmiddels voor zich heen met halfgesloten oogleden. Vanzelfsprekend had hij eveneens gekozen voor een pad dat zo dicht mogelijk langs de verschillende huizen en appartementen liep. Wanneer de Noordzee koppig breekt aan hoge duinen  En witte vlokken schuim uiteenslaan op de kruinen  Wanneer de norse vloed beukt aan het zwart basalt  En over dijk en duin de grijze nevel valt  Wanneer bij eb het strand woest is als een woestijn  En natte westenwinden gieren van venijn  Dan vecht mijn land, mijn vlakke land ! Eric was tevreden dat hij het nummer opnieuw had opgezocht, daar dit de gelegenheid was om het een tweede leven in te zingen. Helaas was dat ‘vlakke land’ niet zo vlak als Brel wel beweerd had. Later zou Eric het nut – of beter : het gebrek eraan – van studio’s onder grondniveau nog vaak bespreken. Daar was echter op dat moment geen tijd voor ! Hij viel 6 trappen naar beneden om tenslotte op zijn beide knieën terecht te komen. En, als kers op de taart, sloeg zijn hoofd met een harde klap tegen de witgeschilderde voordeur. Eric bleef even zo zitten : hij moest terug tot zijn positieven komen en wachtte op de pijn die nu elk moment kon toeslaan ! Dit was natuurlijk wel gerekend buiten de erg onaardige weduwe Van Dievel, die, hoewel enigszins hardhorig,  de klop op haar deur duidelijk had gehoord en dan ook meteen deze opendeed. Tot haar grote schrik (of was het meer verbazing ?), viel een man, gezeten op zijn knieën haar hall binnen en bleef als uitgeteld met zijn hoofd op haar voetmat liggen. Even dacht de weduwe eraan om de politie of een ambulance te bellen, maar erg gevaarlijk zag de man er niet meteen uit. Dus besloot de niet zo met medelijden vervulde weduwe de man aan zijn voeten haar portiek uit te trekken om haar deur opnieuw te kunnen sluiten tegen de stevige wind. Daarbij kwam echter Eric’s haar klem te zitten onder de betreffende deur en kreeg, bij het sluiten ervan, zijn hoofd opnieuw een dreun te verwerken. Voor Eric helemaal het bewustzijn verloor (echter slechts voor een 5-tal minuten), bedacht hij nog dat zijn hele leven één groot onweer was ! Weliswaar droog…maar ongetwijfeld een onweer ! Was het precies die gedachte waar de weergoden zich druk hadden om gemaakt ? Want toen Eric zich dus een 5-tal minuten later opnieuw levendig voelde, was de zon volledig verdwenen en had ze plaats gemaakt voor enkele wel erg donkere wolken, die nu recht boven hem samenpakten. En voor hij opnieuw recht stond, vielen de eerste dikke druppels reeds neer op zijn pijnlijke hoofd.  Eric besloot opnieuw huiswaarts te keren, een warme douche te nemen om zich daarna met één van zijn nieuwe boeken en een flink glas oude malt neer te vlijen in zijn makkelijke zetel. Van zingen kwam er nu niets meer in huis…van een snelle tred des te meer. En met het huis reeds in zicht, viste hij de sleutels uit zijn zak. Zeiknat strompelde hij met pijnlijke (en bloedende) knieën en een hoofdpijn die je niemand toewenst, de living binnen, waar het zalig rustig was ! De stilte werd enkel verbroken door Rakker, die meteen de aanval inzette en pas terug deinsde na een 3-tal – alweer goed gemikte – beten, waarvan één in Eric’s toch al zo pijnlijke linkerknie. En vlak voor hij de hete stralen van de douche trotseerde, dacht hij nog éénmaal : “Een onweer…Mijn leven is één groot onweer !”   

Paul Smeyers
0 0

De overkant

Vanop het vijfde verdiep zie ik niet echt over Brussel maar ik klaag niet over het uitzicht dat mijn kantoorruimte me geeft. Tussen ons bedrijf en de enkele huizen aan de overkant ligt een brede laan die leidt naar het station. Om maar te zeggen dat ik nog wat ademruimte heb. De huizen aan de overkant ken ik zo goed als woonde ik er zelf. Er brandt ’s avonds niet veel licht bij de bewoners, alleen in dat ene huisje dat, naar ik vermoed, verdeeld is in twee appartementen. Op het bovenste verdiep is altijd wel iemand maar er is nooit echt beweging. Het appartement eronder trekt meer mijn aandacht. Het blijft er vrijwel lang donker maar ik kan wel zien dat een jongeman regelmatig in de keuken staat. Uit zijn bewegingen kan ik opmaken dat hij respectievelijk de afwas doet en dan aan het avondeten begint. Wat de man eet, weet ik niet maar één keer heb ik wel veel sla, tomaten en vis gezien, alsof Pascale Naessens herself er stond. Een man naar mijn hart. Ik noem hem Ryan. Zoals in Gosling. Hij heeft er iets van weg.   Vroeger woonde er nog iemand met hem maar ik denk dat ze uit elkaar zijn want ik heb die andere man al meer dan een half jaar niet meer gezien. Die man leek op de Amerikaanse zanger Moby. Ik heb ze niet veel samen gezien. Telkens ze thuis kwamen, ging Moby naar de achterkant van het appartement terwijl Ryan in de woonkamer televisie bleef kijken of op de computer werkte. Toch spreekt Ryan tegen iemand. Ik vermoed tegen een kat. Ik heb er al een kat voor het venster zien spinnen of die ene keer toen er een grote krabpaal voor het venster stond en de kat als een luie prins in een mandje lag op zweefhoogte, met oog op wat binnen en buiten gebeurt. Van een hond is niets te bespeuren, anders zou ik Ryan zeker af en toe op de brede laan tijdens een wandeling opmerken. En dan had ik een excuus om hem aan te spreken, om af te spreken. Het zou gebeuren, onze ontmoeting.   Mijn onbekende man heeft niet echt regelmatige uren. Twee keer in de week komt hij ’s avonds tegen tien uur thuis, terwijl hij al vertrokken was om acht uur. Arme kat, dan zie ik hoe de kat ’s morgens meestal wat probeert te slapen maar veelal door de drukte van buiten afgeleid is. Vooral bij optrekkende vrachtwagens met zwaailicht spitst hij zijn oren en volgt hij met de precisie van een jager het grote monster. Op de dagen waarop hij blijkbaar de hele dag alleen is, verdwijnt hij na een tijdje van het venster, vermoedelijk om ergens anders te gaan liggen, misschien om een bezoekje te brengen aan de kattenbak of gewoon om iets te eten. De namiddag slaapt hij helemaal door, wat uiteraard mijn eigen werktempo niet bevordert. Rond een uur of vijf is de kat opnieuw wakker en zie ik dat het beest wat rondspringt in het appartement. Als daar maar niets gebroken wordt. Ik vraag me af hoe mensen zo wreed kunnen zijn, huisdieren zo lang alleen laten. Waarom neem je dan een dier in huis? Maar Ryan is een lieve man. Als ik zie dat hij ’s avonds tegen tien uur thuiskomt, rolt de kat zich ettelijke malen over de vloer. ’t Zal wel zijn, zo blij zijn! Maar mijn man heeft gevoelens, hij buigt zich over de kat en aait over het buikje. Ze spelen nog een tijdje kat en muis en dan krijgt de kat een soort van kattensnoepje. Ryan steekt veelal een pizza in de oven.   Mijn man is blijkbaar moe. Hij verdwijnt even naar de achterkant van de woonst om zich om te kleden, hoewel hij dat al enkele keren in de woonkamer gedaan heeft. Dat kan ik allemaal zien vanwaar ik werk. Ik had al thuis moeten zijn maar thuis is niemand die op me wacht. Wanneer Ryan zich in comfortabelere kleren heeft gestoken en de pizza uit de oven heeft genomen, werpt hij zich in de zetel. De kat komt naast hem zitten. Hij kijkt al etend televisie. Net op tijd voor het Journaal op één, nadien zapt hij wat rond. Na het eten, brengt hij zijn leeg bord terug naar de keuken, dooft enkele lichten en legt zich languit neer in de sofa. Hij kijkt naar een film of een herhaling van “Komen eten”. De kat heeft zich teruggetrokken in het zwevend mandje voor de venster. Normaal gaat hij tegen half één ’s nachts naar de achterkant van het appartement waar allicht de slaapkamer is. Maar het gebeurt ook dat hij in de zetel in slaap valt tot het geen uur meer is.. Mijn man, mijn man met slaap in de ogen.   Ik weet niet echt wat hij van werk doet maar ik vermoed dat hij in het onderwijs staat. Ik zeg, vermoeden. Ik heb gemerkt dat hij ieder jaar tussen eind juni en begin oktober thuis is. Buiten die periode verlaat hij met regelmaat het huis en komt hij op vrijwel dezelfde uren terug thuis. Dat is buiten zijn uitgaan patroon gerekend. Met enige regelmaat, en dat is vrijwel iedere donderdag, vertrekt hij rond half één ’s middags en komt terug thuis tegen half zeven ’s avonds. Dan neemt hij een douche en gaat steevast tegen een uur of acht ’s avonds de deur weer uit. Dan wacht ik lang op hem, veel te lang.. Ik zou hem ooit eens willen volgen maar ik durf niet. Soms is het middernacht, soms is het vier uur ’s morgens wanneer de lichten weer aangaan. Ik weet niet of hij dan nog besef heeft van tijd en ruimte, hij drinkt een glas wijn of een of andere digestief maar na een sip valt hij meestal al in de zetel in slaap. Mooi zicht is dat, in de zetel liggen met alle kleren en alle lichten aan tot negen uur ’s morgens. Het kan de kat niet schelen, die blijft in het mandje. ‘Maar negen uur is wel een uur om op te staan en om me eten te geven!’ De kat kruipt dan geleidelijk aan over zijn lichaam en geeft hem likjes.   Wanneer Ryan zo uitgaat, komt hij altijd alleen thuis. Alleen de afgelopen maanden is er regelmatig iemand meegekomen die ik nog nooit gezien heb. Samen dronken ze een likeurtje en waarschijnlijk door de drank werd het allemaal nogal handtastelijk. Eén keer bijna pornografisch maar deze film werd onderbroken doordat ze allebei naar de achterkant van het appartement gingen. Het is de enige man die ik gezien heb sinds die andere weg is. Ryan lijkt me iemand die voorzichtig is in het omgaan met anderen. Misschien zoekt hij wel hetzelfde als mij. Iemand.   Hij nodigt niet veel mensen uit. Ik heb er nog nooit bezoekers gezien. Deze zomer is hij drie weken weggeweest, dan was het er allemaal rustig en donker. Vandaag is hij terug en ik ben blij. Sinds hij terug is gekomen, lijken er dingen veranderd te zijn. De kat ligt nu in een boekenrek en hij zit meer achter zijn computer dan dat hij in de zetel voor het tv- scherm ligt. Die man van voor de vakantie komt niet meer langs, ik zie geen lege pizza dozen meer, hij gaat nog wel uit maar valt niet meer in slaap in de sofa. Zou hij een schrijver zijn? Zo iemand die allerlei dingen meegemaakt heeft en die het dan allemaal van zich afschrijft zonder autobiografisch te zijn? Daar hou ik wel van.   Terwijl ik hier zit te mijmeren, zie ik dat hij thuis is. Hij werkt op de computer. Af en toe drinkt hij een slok rode wijn. De kat ligt opgerold in het mandje dat op een boekenrek staat. De televisie staat af en hij heeft enkele kaarsjes aangestoken. Mooi is dat. Zo rustig. Zo eenzaam. Zo alleen. Misschien luistert hij wel naar een bepaald soort schrijfmuziek wanneer hij daar zo zit te schrijven. Misschien is hij wel eenzaam. Misschien is hij triestig om verloren liefdes. Misschien is hij gewoon geconcentreerd aan het werken voor de komende dagen. Voor zijn baas of voor zijn leerlingen wanneer zou blijken dat hij in het onderwijs staat. Hoewel, hij lijkt me meer een schrijver. Hij wordt iedere dag iemand die ik graag zou leren kennen, iemand die ik graag zou willen beminnen, iemand met wie ik op avontuur wil, iemand met wie ik oud wil worden. Iemand die ik wil beschermen. Iemand tegen wie ik wil zeggen dat het allemaal goed komt. Iemand die ik graag in zijn eenzaamheid laat wanneer nodig. Iemand. Gewoon iemand.   http://erwinabbeloos.over-blog.com/

Erwin Abbeloos
0 1

Wat weert, deert.

Iedereen draagt geheimen in zich. Van kleine niemendalletjes tot dingen die het licht niet mogen zien. Daartussenin liggen de geheimen die branden, die pijn doen en die schreeuwen om uitgebracht te worden en het licht te zien. Geheimen die gesproken en uitgesproken willen worden maar die dat niet kunnen. Of liever, niet mogen.   Wat niet gezegd kan worden is het pijnlijkst wat iemand zijn hele leven meedraagt. En wordt het uiteindelijk wél gezegd omdat de drang naar bevrijding en verlichting groter is dan een leven lang te leven in een leugen, word je afgestraft. De ander slaat toe. De verwijten, de beschuldigingen wegen zwaarder dan de lichtheid van de verlossing. De afstraffing voor iets wat je nooit gedaan hebt maar je moest het verzwijgen. Toch? Je had moeten zwijgen, je had het me niet moeten zeggen, je had het achter de rug kunnen houden. In het donker. Uit het licht. In stilte. Discreet. Ergens waar ik niet ben, op een ander, niet bij mij.   Met evenveel gemak leggen mensen andere mensen het zwijgen op, zomaar, zonder het ook maar te beseffen. Iedereen heeft wel een reden om een geheim te hebben. Om iets niet te zeggen. Iedereen heeft wel een geheim dat zich wil outen maar dat zich niet mag outen. De vrouw die stiekem een minnaar heeft, de vrouw die alcohol verstopt in alle gleuven van het huis, de man die stiekem rookt, de echtgenoot die anderhalf jaar bedriegt, het kind op een ander, de enorme schuldenberg, de fraude, het ooit geschreven theaterstuk, de moslima die bier drinkt in de donkere hoeken van een homocafé, de huisvrouw die in de namiddag hoer is, de jonge homo die bij zijn vriendje gaat “studeren”, de home made pornofilm die ergens op internet een eigen leven leidt, de schaamte rond een lichaam, fan zijn van Lindsay en Laura Lynn, de onzichtbare ziekte waarmee je kan leven, huilen in de toiletten van de werkvloer, bevriend zijn met een gekend iemand, de lotto gewonnen hebben, de zogezegde overuren en ellenlange vergaderingen, de zwakke gezondheid, de one way love, het dagboek van Anne Frank, de geheime agenda, het louche hotel. Wat niet weet niet deert.   Niets mag ooit geweten worden. En toch moet alles gezegd worden, vroeg of laat. Laat het me zeggen, laat het uitgespuwd worden, daar, op jou, op de grond als in de lucht. En dan zal ik zwijgen, voorgoed.   Want wat weet, deert. En wat deert, heelt.   http://erwinabbeloos.over-blog.com/

Erwin Abbeloos
45 0

Polders van Kruibeke als model voor getijdenpark (BLAUW)

Het aantal geregistreerde overstromingen nemen per decennium toe. Zowel in België als in de rest van de wereld. Tussen 1970 en 2012 maakten overstromingen wereldwijd 44% uit van de geregistreerde rampen. Rampen die, emotioneel en economisch, een hoge tol eisen. Het bedenken van nieuwe methodes om het stijgende water meester te blijven, is daardoor een continue proces. Na de zware overstromingen van 1977 ontstond, op initatief van Koning Boudewijn, het Sigmaplan. Het Sigmaplan werkt aan een veilig, natuurlijk en economisch aantrekkelijk Scheldegebied. Dit gebeurt door middel van het aanleggen van overstromingsgebieden. De "Polders van Kruibeke” is het 13de en laatste gebied dat kadert in het oorspronkelijke Sigmaplan.   Hoe werkt een „gecontroleerd overstromingsgebied”? Wanneer springtij samenvalt met gevaarlijk stormtij, wordt hier een top van de stormgolf tijdelijk geborgen. Op het moment dat het water in de rivier weer voldoende gedaald is, stroomt het opgevangen water weer weg naar de Schelde. De „Polders van Kruibeke” verlaagt de kans op overstromingen met factor 5. Studiebureau Antea Group leverde een masterplan voor alle maatregelen die nodig zijn voor de bouw en het beheer van het gebied. Het plan omvatte onder andere het verplaatsen van pijpleidingen, de aanleg van dijken en maatregelen voor natuuromvorming. Daarnaast ondersteunde het studiebureau de Vlaamse Overheid en bouwheer Waterwegen en Zeekanaal bij het verkrijgen van de noodzakelijke milieu- en bouwvergunningen. De "Polders van Kruibeke” staat model voor toekomstige projecten in de Scheldevallei. Het combineert, voor het eerst in Vlaanderen, veiligheid én natuur én duurzame recreatie in één gebied. Om inspiratie hiervoor op te doen, werd over de grenzen gekeken. Bij Nederland en Engeland. Binnen deze samenwerking werd vooral kennis rond bezoekersonthaal in getijdenparken uitgewisseld. Daardoor is het gebied niet alleen een wapen in de strijd tegen overstromingen. Het is een natuurgebied waarin wandel- en fietstoeristen hun hart kunnen ophalen.     De officiële inhuldiging gebeurde op 3 oktober 2015 door Vlaams minister Ben Weyts. 

Alexandra
0 0