Lezen

Restjes nagellak

  Beware of the mad ones!   Wat in de lift zat. Vele lijken, lachende mensen, een circus met clowns en beesten, falabella paardjes maar vooral veel Pulp, Gainsbourg en pornogeluiden.   Wat niet meer ging. Was moeder meenemen naar Spanje, afstappen in Donk, Pietje Puk bedanken voor de post of zachtjesweg een mammoet strelen.   En er was het meest duistere. Zwart licht dat niet reizen kon, er scheen een Oppergek te zijn in Scherpenheuvel die ferm achteruit boerde, elders van gedaante wisselde, razendsnel vooruit stoof tussen sterren en vergeet-me-nietjes.   Toch schuilt altijd ergens hoop, dat 'de dag' ineens biezonder wordt. Zes december wil dat altijd zijn. Het was tweeduizend dertien en ik luisterde. Radio 1, naar de rustgevende stem van Ruth ik dacht misschien gooi ik vandaag een keertje notelaar op het verlegen vuur.   Erik de Jong, hij nam me mee, daarna kwam ene Frank met Angst*, genoten heb ik toen echt helemaal. De tekst was van een zoete Herman en de frêle vis juichte in mij, de spin droeg weer een kruis, doch ik had lak.   De dag nadien aan god, zijn spelletjes en tien geboden. Stelen verliep vlot als kind, de snoep was lekker zuur, mijn vader heb ik vanzelfsprekend jarenlang veracht.   Het is altijd een pracht, als er een tweelingszusje van mijn ex opduikt. In ook een strakke broek, dezelfde stof, dezelfde schoentrekker, dezelfde schmink en schimmelplekjes. Dan kijk ik.   Stiekem over de rand van het boek. Dat mij kwelt als ik geeuwen moet. Dat mij helaas ook kwelt als ik bij elke bladzijde een dag wegdroom. 'De bello gallico et dolore belgarum'. In de tijd van Caesar ging het nog. Nu is het meer 'Punt, gebroken lijn en zeven kronkelreizen' van Julius de Jojo in caputa capita mea.   Ziek ben ik dus, in het hoofd, had U al door, geen twijfel meer daarover en als dr. Thomas Fraeyman zich verscholen houdt, dan durf ik nog wel eens. Spreken aan de kassa. Zelfs roepen.   Als ik in mijn rovershol verscholen zit, pingpong speel, wie niet, maar vooral heb ik dus lak aan god, aan dit circuscomplot, aan 'het normale' even veel. Gelukkig heb ik deze geestelijke stoornis. Dat helpt of dacht U dat het altijd erg is om 'een zot' te zijn?   Tot op heden vond ik altijd iets dat me in leven hield. Waren het geen pillen, dan schreef ik iets krankzinnigs over ene vreemde wereldorde, verzon iets lelijks, spuwde gal en uileballen.   Ongelezen blijven alle geesten, maar ik vermoed het, door dat liedje, dat die laatstgenoemde tekstschrijver 's nachts gewoon het zoetste bloed verkiest en zich dan overdag in zeiknatte zurkelmantels hult.   De collectieve tederheid, het einde aller wreedheden. Het is als Sinterklaas en toch. Zes december blijft mijn dag, dé dag, dat ze uit die zak tevoorschijn sprong, me ooit spontaan omhelsde, zei dat ik een stoute jongen was en dat ik het wat later ook bewijzen mocht, verzweeg ze nog. Ze werd mijn lief, ze ging weer weg. Ik denk nog veel te vaak aan haar, haar kont, die vrolijkheid en zwarte nagellak.   Ik schreef het toen ze wegging, dit gedicht. Zonder gêne, zocht nog naar de juiste afkeer en de inkt was sap van spinnen, ook zat er een stempel bij, een stukje kwal en toen ze 't pakje met de post ontving heeft ze, me nog een keertje gek verklaard.   Door de Nokia hoorde ik het scheuren van de letters. Chot! nog een geluk want op een Rank Xerox, had de malloot eerst twee copies gemaakt, voor elke zot die het ooit lezen zou.     jij mijn prinses x jij bloemgevoel gij suikerberg en kwaremont jij tinteling gij zure zuigsnoep plakkemond gij binnenblad jij schattig kwelding er komt een dag   dat je terugstroomt dat alle dode hoeken weer gaan lachen ’t is waar gij nulwijf king-kong-queen gij niemendal plus nix er komt een dag   al lijkt de wereld op zijn kop te staan heeft iemand alle bomen omgedraaid er komt een dag   dat zelfs de grijze regenboog zich ommekeert en als een glimlach aan de hemel staat er komt een dag   dat ik je wederzie herkennen zal  van het brandmerk aan de binnenkant van mijn schedel gij kwallekut   iemand had voor zes december ooit een grap voor mij gespaard ik voel het nog altijd het kriebelt nog ik zie het vaak   hoe je als een nachtmerrie door mijn dagelijkse dromen waart aan me voorbijloopt en ik als een duizendpoot me keer op keer vergallopeer   in jouw ogen aderden de juiste wegen vloeit nu traanloosheid hij spoelt nooit aan hij wil niet dood ik sla hem vaak hij werkt niet mee echt niet hij leutert en hij baalt die geschifte bookmaker iets dat mijn karkas straks dienen zal voor de buzkashi   dat in een paardenspel alles netjes draven moet en dat daarom ik die zieke dreutelkop en hersenzweer nooit zal worden uitbetaald   daβ ich verschwinden soll dat ik beter thuis alle restjes nagellak eerst op mijn eigen ezels zielepoten uitprobeer   en dan pas voor het schilderen van hartjes rond een opgezwollen zeugenhol         (*) www.youtube.com/watch?v=cZxxQieH2Kk   uit de reeks 'Over eelt en zurkelteelt'

Bernd Vanderbilt
5 0

SUPERPAPA

Iedereen heeft wel eens een schooljongen in woede zien ontsteken omdat een treiterig vriendje zich laatdunkend uitliet over zijn vader. Kinderen van die leeftijd lijden aan blinde adoratie. Ze verdedigen hun held, die ‘vader’ heet maar in hun ogen Superman is, onvoorwaardelijk. Mooi, zij het misschien een tikkeltje naïef. Vaders zijn niet altijd de grote helden waarvoor ze worden gehouden.   Zelf keek ik ook op naar mijn vader, zij het eerder letterlijk dan figuurlijk. Een man van 1m90 die 120 kilo weegt is best imposant voor een kind. Maar een echte held vond ik hem niet. Helden moesten iets hebben van Batman of Superman. Daarom hoefden ze nog niet verscholen te gaan achter een vreemd masker of door de lucht te klieven met een wapperende cape achter zich aan. Maar toch. Vaders dagelijkse plunje bestond uit een aftandse stofjas die om zijn omvangrijke middel geknoopt zat met een strak lint, geruite pantoffels die vooraan gaten vertoonden welke door zijn kalknagels waren gegraven, en een pantalon waarin een boer makkelijk 50 kg aardappelen kwijt kon. Geef toe, niet bepaald het uiterlijk van een held. Wekt het verwondering dat ik jaloers was als ik vriendjes idolaat aan de nek van hun koesterende vaders zag bengelen. Ik had ook wel eens willen pochen dat ‘mijn papa’ de stoerste van de wereld was. Maar ik vond mijn papa helemaal niet stoer, hoewel hij door zijn imposante figuur zondermeer angstaanjagend kon worden genoemd. Terwijl die andere jongetjes in hun verbeelding hun papa door het luchtruim zagen klieven met een grote sierlijke 'S' op de borst, het symbool voor 'Superpapa', had ik nachtmerries van die grote man op wiens borst geen 'S' prijkte, maar een 'B'. Van boeman. Ik wil niet beweren dat vader een slechte man was, maar hij was doorgaans wat kort aangebonden en weinig beminnelijk in de omgang. En af en toe liet hij zijn handen zwaaien.   Op een mooie lentedag zou vader me - op aansturen van moeder - leren fietsen. Ik had net mijn eerste tweewieler gekregen. Voor mijn verjaardag. Geen gloednieuw exemplaar, maar een wankel scharminkel dat te klein was geworden voor mijn opgroeiende broer, die het jaren voordien had gekregen van een andere jongen, die het op zijn beurt had geërfd van zijn grootvader. Vader hield met zijn koolschoppen van handen mijn stalen ros in bedwang – de ene hand aan het stuur, de andere aan het bagagerek – terwijl ik mijn stekkebeen voorwaarts over de horizontale buis hief en mijn achterwerk op het gecraqueleerde lederen zadel liet ploffen. Om me te helpen vaart te maken, zou hij me een fikse duw geven. Daarna moest ik het zelf zien te redden. Het enige waar ik moest voor opletten – had moeder me toevertrouwd - was dat ik niet tegen één van de jonge boompjes aan knalde waarmee het hele voetpad in onze straat was afgezoomd.   Vader zette zich in beweging. Ik hoorde zijn grote voeten als zwemvliezen op de stoeptegels ploffen, terwijl ik langzaam aan snelheid won. Na een meter of tien gaf hij me een laatste fikse duw en liet me los. Ik kneep krampachtig in de verduurde handvatten van mijn stuur en zocht - freewheelend als een afgehaakt zweefvliegtuig - mijn weg over het voetpad. De wind streelde door mijn haren en even voelde ik me vrij als een vogel. Maar dan zag ik plots zo'n jong boompje in een rotvaart op me afkomen. De paniek belette me om van koers te veranderen. En waar de remmen stonden, had vader me niet verteld. Een ogenblik later hing ik als de rank van een haagwinde rond de stam van het boompje geslingerd en hield ik angstvallig mijn vervaarlijk slagzij makende fiets tussen mijn knieën geklemd. “Papa! Help!” riep ik luid. Ik kon niet omkijken, maar in gedachten zag ik vader zich losmaken van de grond, een arm voor zich uitstrekken, en naar me toe zweven, waarna hij mijn ranke lijf vakkundig van het boompje zou wikkelen en me troostend in zijn sterke armen zou nemen. Helaas... toen ik met enige moeite toch het hoofd wist te draaien, stelde ik vast dat Superman reeds lang de vlucht naar binnen had genomen.   Van verdere fietslessen is nooit wat in huis gekomen, maar vijfenveertig jaar later durf ik van mezelf te zeggen dat ik een voortreffelijk fietser ben. Ach, iedere sporter zal het wel beamen: de harde leerschool is de beste. Maar wat belangrijker is: tijdens de laatste jaren van zijn leven heeft vader zich ontpopt tot een beminnelijk man. Ik heb mijn superpapa pas leren kennen toen hij, niet langer gehinderd door een belastende opvoedplicht, zacht en week was geworden en over een stokje gebogen liep. En ik geef het je op een briefje: durf maar eens een slecht woord over hem te zeggen! Je zult ervaren welk een woedende schooljongen nog in me huist.

Lou Van Lier
0 0

SUPERPAPA

Iedereen heeft wel eens een schooljongen in woede zien ontsteken omdat een treiterig vriendje zich laatdunkend uitliet over zijn vader. Kinderen van die leeftijd lijden aan blinde adoratie. Ze verdedigen hun held, die ‘vader’ heet maar in hun ogen Superman is, onvoorwaardelijk. Mooi, zij het misschien een tikkeltje naïef. Vaders zijn niet altijd de grote helden waarvoor ze worden gehouden.   Zelf keek ik ook op naar mijn vader, zij het eerder letterlijk dan figuurlijk. Een man van 1m90 die 120 kilo weegt is best imposant voor een kind. Maar een echte held vond ik hem niet. Helden moesten iets hebben van Batman of Superman. Daarom hoefden ze nog niet verscholen te gaan achter een vreemd masker of door de lucht te klieven met een wapperende cape achter zich aan. Maar toch. Vaders dagelijkse plunje bestond uit een aftandse stofjas die om zijn omvangrijke middel geknoopt zat met een strak lint, geruite pantoffels die vooraan gaten vertoonden welke door zijn kalknagels waren gegraven, en een pantalon waarin een boer makkelijk 50 kg aardappelen kwijt kon. Geef toe, niet bepaald het uiterlijk van een held. Wekt het verwondering dat ik jaloers was als ik vriendjes idolaat aan de nek van hun koesterende vaders zag bengelen. Ik had ook wel eens willen pochen dat ‘mijn papa’ de stoerste van de wereld was. Maar ik vond mijn papa helemaal niet stoer, hoewel hij door zijn imposante figuur zondermeer angstaanjagend kon worden genoemd. Terwijl die andere jongetjes in hun verbeelding hun papa door het luchtruim zagen klieven met een grote sierlijke 'S' op de borst, het symbool voor 'Superpapa', had ik nachtmerries van die grote man op wiens borst geen 'S' prijkte, maar een 'B'. Van boeman. Ik wil niet beweren dat vader een slechte man was, maar hij was doorgaans wat kort aangebonden en weinig beminnelijk in de omgang. En af en toe liet hij zijn handen zwaaien.   Op een mooie lentedag zou vader me - op aansturen van moeder - leren fietsen. Ik had net mijn eerste tweewieler gekregen. Voor mijn verjaardag. Geen gloednieuw exemplaar, maar een wankel scharminkel dat te klein was geworden voor mijn opgroeiende broer, die het jaren voordien had gekregen van een andere jongen, die het op zijn beurt had geërfd van zijn grootvader. Vader hield met zijn koolschoppen van handen mijn stalen ros in bedwang – de ene hand aan het stuur, de andere aan het bagagerek – terwijl ik mijn stekkebeen voorwaarts over de horizontale buis hief en mijn achterwerk op het gecraqueleerde lederen zadel liet ploffen. Om me te helpen vaart te maken, zou hij me een fikse duw geven. Daarna moest ik het zelf zien te redden. Het enige waar ik moest voor opletten – had moeder me toevertrouwd - was dat ik niet tegen één van de jonge boompjes aan knalde waarmee het hele voetpad in onze straat was afgezoomd.   Vader zette zich in beweging. Ik hoorde zijn grote voeten als zwemvliezen op de stoeptegels ploffen, terwijl ik langzaam aan snelheid won. Na een meter of tien gaf hij me een laatste fikse duw en liet me los. Ik kneep krampachtig in de verduurde handvatten van mijn stuur en zocht - freewheelend als een afgehaakt zweefvliegtuig - mijn weg over het voetpad. De wind streelde door mijn haren en even voelde ik me vrij als een vogel. Maar dan zag ik plots zo'n jong boompje in een rotvaart op me afkomen. De paniek belette me om van koers te veranderen. En waar de remmen stonden, had vader me niet verteld. Een ogenblik later hing ik als de rank van een haagwinde rond de stam van het boompje geslingerd en hield ik angstvallig mijn vervaarlijk slagzij makende fiets tussen mijn knieën geklemd. “Papa! Help!” riep ik luid. Ik kon niet omkijken, maar in gedachten zag ik vader zich losmaken van de grond, een arm voor zich uitstrekken, en naar me toe zweven, waarna hij mijn ranke lijf vakkundig van het boompje zou wikkelen en me troostend in zijn sterke armen zou nemen. Helaas... toen ik met enige moeite toch het hoofd wist te draaien, stelde ik vast dat Superman reeds lang de vlucht naar binnen had genomen.   Van verdere fietslessen is nooit wat in huis gekomen, maar vijfenveertig jaar later durf ik van mezelf te zeggen dat ik een voortreffelijk fietser ben. Ach, iedere sporter zal het wel beamen: de harde leerschool is de beste. Maar wat belangrijker is: tijdens de laatste jaren van zijn leven heeft vader zich ontpopt tot een beminnelijk man. Ik heb mijn superpapa pas leren kennen toen hij, niet langer gehinderd door een belastende opvoedplicht, zacht en week was geworden en over een stokje gebogen liep. En ik geef het je op een briefje: durf maar eens een slecht woord over hem te zeggen! Je zult ervaren welk een woedende schooljongen nog in me huist.

Lou Van Lier
29 0

Opluchting

Ze stond daar, in dat grijze steegje, als een donkere kleine vlek. Onbeweeglijk, hulpeloos en ongezien. Donkere gedaanten liepen af en aan. Donkere gedaanten met donkere wolken erboven die zo zwaar op hun hoofden wogen dat hun hoofden gebogen waren. Ze zagen alleen de grijze stoep, de donkere harde straat. Het waren slechts vage schimmen, haastig, schichtig. En ja, daar stond ze, in een donker steegje toe te kijken. Stil, geluidloos, kleurloos, futloos. In ieder geval zo zag ik haar, in mijn eerste blik. Ik stond op een afstandje. Toekijkend. Ik had haar zelfs niet eens gezien, ze was me gewoon niet eens opgevallen. Tussen dat kleine meisje en waar ik stond liepen continu tientallen vage donkere schimmen. Schimmen die zich voortbewogen met een huichelachtige manier van belangrijk zijn en minachting. Een stil Rumoer. Een pijnlijke kakofonie van vervreemding. Maar toen ik haar daar ineens zag staan voelde ik een opluchting. Heel raar eigenlijk. Er had tot op dat moment nog niets voorgedaan wat me een gevoel van opluchting zou hebben kunnen geven. Ik had verdriet kunnen voelen, verdriet vanwege haar verlorenheid, haar duidelijke onbenulligheid in deze grauwe, dorre stad. Ik had pijn kunnen voelen, de pijn van haar eenzaamheid, het was duidelijk hoezeer ze hier totaal uit haar element was. Ik had zelfs boosheid kunnen voelen. Welke idioot laat zo’n weerloos lief klein onschuldig kindje hier achter in deze put van naar de mallemoeren? Maar het was toch echt opluchting. Was het mijn opluchting? Was ze mijn redding? Was ze degene waar naar ik op zoek was geweest, zonder het me te realiseren? Ik kon het me niet voorstellen… Maar hoe langer ik naar haar keek hoe meer ik door kreeg hoezeer ik me vergist had. ‘Als een donkere kleine vlek’? Nee ze was een lichtpuntje en de dorheid. ‘Onbeweeglijk’? Helemaal niet! Nu ik goed keek zag ik haar rondjes draaien, ze was aan het spelen! Hoe langer ik naar haar keek hoe minder ik mezelf snapte, dat ik haar niet eens had zien staan! Ze was als dat plukje groene gras in de spleet tussen de muren en de stoep. Nee, ze was meer dan dat, ze was de zonnestraal die het groen van het gras doet opgloeien. Haar licht deed de niets vermoedende barse schimmen struikelen als ze aan haar voor bij liepen. Ik moest lachen. Ik bedacht me dat ik eigenlijk al een hele tijd met een grote glimlach toe aan het kijken was! En op dat moment had ik in een klap door dat we elkaar aankeken. Het was een bel die werd opgeblazen, schittering in het zonlicht. Ik stapte op haar af. Ze had een zwerm van zoemende kleuren om haar heen. Het waren balletjes of bloemetjes of vogeltjes of misschien wel iets heel anders. Misschien was het ’t wel allemaal tegelijk. We waren op het grasveld. De lucht was blauw. Gekwetter van vogeltjes. En we dansten, hand in hand. We zongen liedjes die we daar terplekken verzonnen. Opluchting. Ik wist het weer.

Johan de Moel
3 0

OVER HIGH-TECH, TV FANATEN, DIGIBETEN EN OUDERE MAMA’S

Enkele maanden geleden kregen wij van onze provider Telenet een brief. Ons vertrouwd digiboxje moest vervangen worden. Telenet verwachtte van al zijn klanten, dat ze niet meer gewoon, maar met zijn allen in HD (High Definition) televisie zouden kijken. Dus mochten wij gratis onze nieuwe HD box in een van hun winkels afhalen. Voor de meeste senioren klinkt elke verandering in het High-Tech bestand als een rampscenario. In een donkere hoek van onze living staat een trapeziumvormig kastje. Hierop staat de televisie. In het kastje staan de dvd recorder met daarboven het digiboxje. Onderaan in de kast, achter de deurtjes  bevinden zich de radio en de cd speler. Alle elektriciteitssnoeren, scart kabels, verbindingen naar luidsprekers, aansluitingen naar het internet en digitaal kijken wurmen zich door een 7 centimeter cirkelvormig gaatje in de achterwand . Achter de kast bevindt zich een kluwen van snoeren, adapters, verstekdozen en een scart verdeelbox. Geen kat die nog wist hoe de vork aan de steel zat.  De omwisseling van de digiboxen werd dus zo lang mogelijk uitgesteld. Manlief sputterde al op voorhand: “Stel je voor dat het mislukt en ik straks al het voetbal moet missen!” De complete technische analfabeet die al lang blij was als hij ’s avonds de televisie en digibox zonder problemen kon opstarten en zappend de avond doorbracht, sloeg al in paniek. Eens het zomerse voetbal voorbij en op risico van afsluiting van het net, moesten wij dan toch zonder verder uitstel de Telenet koe bij de horens vatten.   Ik trok de verouderde digibox uit de kast en tekende, voor alle zekerheid op een papiertje, hoe alle aansluitingen in elkaar zaten. Ik schoof het televisiekastje zoveel mogelijk uit de hoek, wiebelde met de digibox om het juiste snoer via het kleine gaatje uit het stopcontact te halen. Alle connecties van en naar de Telenet wandcontactdoos en de scart aansluiting uit de dvd recorder werden met enige twijfel uit elkaar gehaald. In de Telenet winkel kregen wij een grote doos met een spiksplinternieuwe HD digibox inclusief allerlei vreemde snoeren.  Terug thuis plugde ik in het donkere hoekje al de kabels en de scarts op identieke wijze terug in de moderne digitale aanwinst. Wonder boven wonder leek alles terug te functioneren! De televisie gaf volgens ons een dieper beeld, de dvd recorder nam programma’s op en speelde ze zonder problemen af. Yes, Yes! Mama had het voor elkaar! De volgende zaterdag kwam zoonlief en familie naar ons afgezakt. Ik vertelde vol trots hoe ik onze nieuwe HD digibox zonder problemen helemaal alleen geïnstalleerd had. Kleinzoontje wilde tekenfilms kijken en mocht van ons de televisie aanzetten. Zoonlief bekeek het scherm en verklaarde dat onze televisie helemaal geen HD signaal doorkreeg. Hij vroeg of we geen HDMI kabel meegekregen hadden. Voor ons technische klunzen klonk dit als Chinees, HDMI nooit van gehoord!  In de lege Telenet doos zaten inderdaad nog een paar niet gebruikte en voor ons totaal overbodige snoeren. Zoonlief zou dit eens eventjes, ongevraagd, voor ons in orde brengen. Mijn zoon, de jongere generatie, die opgegroeid was met de computer, de tablet,  het internet, de smartphone, games, apps en het volledige digitale aanbod zou zonder problemen alle High-Tech problemen eventjes voor ons oudjes oplossen! Vol vertrouwen bekeek ik het wonder der techniek dat ik 37 jaar geleden op de wereld gezet had. Hij wurmde zich met zijn 1,84 m achter het televisiekastje en trok alle scart verbindingen uit. Hij zwoegde in de donkere hoek met de kabels die als een hoop wormen door het kastgaatje naar buiten bengelden en plugde de HDMI kabel in. Vol trots zei hij: “Zie je nu mama, dat is nu HD resolutie!” Manlief en ik bekeken het televisiebeeld, maar konden geen verschil zien tussen de weergave van voorheen en die van nu…Om niet als twee complete idioten door te gaan, hielden wij onze commentaar binnensmonds. “Oké, zoontje, goed hoor, maar functioneert onze dvd recorder nu nog?”  Nee dus, het ding weigerde alle commando’s. Zoonlief glimlachte: “Geen probleem hoor, ik fiks dat wel eventjes!”. Drie uur later hoorden wij zoonlief vanuit het donkere hoekje grommen en tandenknarsen. Onze persoonlijke familiale technicus worstelde nog steeds met allerlei scart kabels. Hij zweette als een otter, zijn hemd kliedernat van onmacht. Als wij hem vroegen om alles dan maar terug als voorheen aan elkaar te schakelen, zagen wij de frustratie als een domper over hem heen vallen. Dat was nu juist het probleem… Hij kreeg de boel niet opnieuw aan de praat. Wat een anticlimax, voor ons beloofde dit pure ellende. Als zoonlief met zijn kroost en een enorm grote berg schuldgevoel terug naar huis reed, was manlief zijn enige commentaar: “Nu kan ik het voetbal niet meer met de dvd recorder opnemen en dus zal jij verplicht worden, om twee avonden na elkaar, rechtstreeks mee naar de match te zien!” Later die dag kregen wij van zoonlief een sms met: “Sorry mama, zal ik morgen terug langskomen om het alsnog in orde te brengen?” Manlief reageerde: “Ach je deed het alleen om goed te doen. Je mama zal het wel terug in orde krijgen en indien niet, dan kom je volgend weekeinde maar eens terug wat knoeien.”  ’s Nachts lag ik te woelen; kabels, elektriciteitssnoeren, scart kabels en verdeeldozen hielden mij uit mijn slaap. Niet dat ik zo’n televisiefanaat ben, maar iets wat voorheen wel functioneerde, moet kost wat kost, ook nadien op identieke wijze werken. Van zondagavond tot donderdagnamiddag ploeterde ik, als een bezetene, een paar uur aan de verbindingen van het digitale kijkgenot. Duizend mogelijkheden waren er: Scart bovenaan in de dvd recorder, dan weer onderaan erin, van digibox naar dvd recorder, van televisie naar scart verdeelbox, van scart splitter naar digibox. Snoeren en kabels moesten steeds opnieuw door dat pietepeuterige gaatje in de achterwand van de kast gefoefeld worden…! Ik was volledig het noorden kwijt en wist allang niet meer welk snoer bij welk toestel hoorde. Ik kroop op mijn knieën, als een blinde, in het donkere hoekje achter het televisiekastje rond.. Manlief, de grootste digibeet ter wereld gaf, bovenop alle miserie, nog wat nutteloze aanwijzingen: “Moet je de instellingen op de televisie misschien veranderen?” Ik zweette peentjes, mijn haren kleefden op mijn hoofd en de transpiratie liep onder mijn oksels vandaan recht mijn bustehouder in. Ik klom achter het kastje vandaan en trok mijn doorweekte trui over mijn hoofd. Manlief, die zich gezellig op de bank geïnstalleerd had,  keek op uit zijn weekblad en beweerde glimlachend: “Ja, ja, lui zweet is rap gereed!” Eventjes wou ik mijn eigenste ‘stuurlui aan wal’ een mep verkopen. Ik dreigde ermee een Telenet technicus te laten komen, maar de in mijn ogen 85 Euro weggegooid geld gaf de doorslag en ik verdween terug richting snoeren en kabels. Wat een afknapper! De drie afstandsbedieningen werden om beurt in- en uitgeschakeld, de televisie werd aan- en weer uitgezet. Op de dvd speler werden tevergeefs de knoppen  “record” en afspelen ingeduwd. De digibox flikkerde aan en uit. De hoeveelheid aan mogelijkheden dreef mij tot waanzin. Het zweet druppelde in mijn bilspleet. Ik strompelde achter de kast vandaan en stroopte mijn broek van mijn lichaam. In bh en onderbroek glibberde ik terug naar mijn claustrofobisch donker kamerhoekje. Alleen mijn naakte billen staken naast de kast omhoog.  Manlief keek verwonderd naar deze striptease. Hij grijnsde: “Als we die toestellen dan toch niet aan de praat krijgen, is dit misschien wel een even, zij het niet een veel leuker alternatief dan televisiekijken!” Juist als mijn opgekropte frustratie als een vulkaan wou uitbarsten, stak ik de juiste scart in de juiste opening. Halfnaakte High-Tech mama had het voor elkaar gekregen! Als onze provider Telenet en zoonlief nog eens iets weten…   Sim                          Edegem 31 oktober 2014

Sim
13 0

Het guppenparadijs

Het guppyparadijs deel 1 Zoals de titel aangeeft, zal het in dit artikel uitsluitend gaan over guppen en hun noden. Als men vraagt welke vissen u houdt, en u antwoordt hierop ‘Guppen’ ziet men gelijk ook flink wat meewarige blikken. Alsof u op dat moment niet goed wijs bent. Natuurlijk is het niet echt simpel om guppies te houden. De ene beweerd dat guppen graag wat zout in het water wensen, een ander zegt dat het water niet te koud mag zijn, wat voor verwarring zorgt. Ik beweer niet dat mijn bevindingen correct en uitsluitend waar zijn. Maar na tweeëntwintig jaar ervaring wil ik deze toch heel erg graag met jullie delen.Hoe groot moet het aquarium zijn? Ik zou niet aanraden om onder de tachtig centimeter te duiken. Groter is mooi, maar moet wat betreft, ruimte en financieel moet het haalbaar blijven. De inrichting.Daar zijn ettelijk super goede boeken over geschreven, dus daar wijdt ik niet echt over uit. Het mooist is nog steeds biotoopgericht werken. Wie ooit het zich heeft kunnen veroorloven om Trinidad te verkennen, zal zeker weten dat het beter is de inrichting Zuid – Amerikaans te houden. Vooral als u geïnteresseerd bent om aan huiskeuringen deel te nemen. Maar u laten leiden door de schoonheid van planten mag zeker geen belemmering vormen.De start.We hebben de ideale bakmaat gevonden en een exclusief plaatsje in onze woning om het aquarium te zetten. Nu kunnen we van start gaan. Een goede filter die het water in één uur minstens drie keer zuivert, is uiteraard erg belangrijk. Guppen houden wel van schoon water, net zoals alle andere onderwaterdieren. Zodra we de filter hebben aangekoppeld, kunnen we beginnen met planten. Over het hoe en waar, is er voldoende aanbod zowel in de bibliotheken alsook op het internet te vinden. Hierover wijd ik dus niet uit.Staan de planten zoals u het wenst? Prima. Nu het water. Waterwaarden.Het is vooral belangrijk om te weten wat zijn onze waterwaarden. Hard alkalisch kraanwater? Of juist zacht alkalisch kraanwater? Toch iets waarover we moeten nadenken, maar vooral moet weten. In de handel zijn voldoende meetsets te koop. Schaf ze aan! Meten is weten! Het kraanwater is niet altijd geschikt om gelijk een heel aquarium mee te vullen. Het is dus wijs om u te bevragen naar de waarden bij uw lokale leverancier. Het kan zijn dat u geluk heeft en een ph waarden van zeven uit uw kraan komt. Maar meestal is dit eerder uitzondering dan regel. Het meest natuurlijke water waarin vissen zwemmen is: regenwater.U mag beste lezer heel erg geschokt kijken, toch veranderd het niets aan de feiten. Regenwater is en blijft het beste water voor waterdieren waartoe onze guppen behoren. Wat uit de hemel valt, heeft over de hele wereld dezelfde waterwaarden. Het is enkel en alleen de omgeving waar het belandt, dat de verandering veroorzaakt. Regen die in industriegebieden valt, zal inderdaad vervuilt zijn. Een goede vijverfilter of binnenfilter zorgt ervoor dat dit geen onoverkomelijk probleem vormt. Regenwater is zacht, licht zuur en goed bruikbaar. Ook om guppen te houden. De waterchemie is intussen complex geworden door de wereldwijde vervuiling. Het is wijs regenwater voor te filteren in onze contreien. Residu van kerosine of andere toxische stoffen zijn gevaarlijk voor onze vissen, ook voor guppen. Wat zijn waterwaarden?Ph is een balans, zoals een weegschaal. Zeven ph is de neutrale balanswaarde. Zes is tien keer zuurder en acht is tien keer alkalischer. Alkaliën is het beste te visualiseren als volgt : Heeft u ooit al eens batterijen gehad die wit uitsloegen door het lang liggen? Dat is alkali. Maar dat is niet het enige wat we dienen te weten. Kh waarde. Kalium maat water hard. Hoe minder we meten, des te zachter het water is. Hoe hoger, des te kalkrijker het water is. Regenwater bevat bijna geen kalk. Het is zoals ik reeds eerder schreef, de omgeving die de watersamenstelling veranderd. De ondergrond in het Malawimeer bevat meer kalkrijke stenen dan pakweg een kreek op Trinidad. Maar helaas worden guppen niet ge- importeert vanuit Trinidad maar vanuit Maleisië. Ongetekende houdt haar guppen op een ph van 6.5 en een Kh waarde van 5. Een goede benadering van het natuurlijke regenwater. Onze guppen!Over smaken wordt niet gediscuteerd. Ze zijn er in verschillende kleuren met of zonder waaierstaarten. In iedere vakhandel is het aanbod groot genoeg om zijn/ haar smaak terug te vinden. De regel van aankoop is: drie vrouwtjes en één mannetje. Zo heeft onze notoire rokkenjager een beetje keuze en krijgt een van de vrouwtjes af en toe rust. De vissen zijn erom berucht dat ze kweken zoals konijnen. Klopt! Na een achtentwintig dagen zal u verrast worden door jonge guppen in het aquarium. En dat gedurende het hele jaar door. Hoe meer vrouwen erbij komen, des te meer jongen er geboren worden. Maar omdat ze geboren worden, wil het niet zeggen dat ze overleven. Guppen zijn berucht om hun jongvraat. Daarom laat u niet verleiden om zwangere vrouwtjes apart te zetten. Dan vraagt u echt om problemen. Overbevolking!! Neen. Het zijn geen mensen, laat dat duidelijk zijn. Ze hebben geen pacht over dat stukje water noch erfrecht. Dat u best met veel vissen komt te zitten, zal niemand ontkennen. Toch is het nu de kunst om op totaal biologische wijze uw dieren in uitstekende conditie te houden. Zwangere vrouwtjes zet u om de volgende twee redenen niet apart. Stress en zwakke schakels. In de vrije natuur kan een vrouwtje zich niet altijd afzonderen om te bevallen. Waarom zouden we het dan doen? Bovendien zorgt dat super kleine bakje voor stress. Sluit u zelf een keer op in het toilet van uw woning en vertel eens hoe dat voelt? Niet prettig. Wij mensen laten ons leiden door gevoelens. De meeste dieren uitgezonderd enkele soorten hebben gevoelens voor hun jongen. Zij zorgen ervoor dat de soort wordt verder gezet en dat is het natuurlijke doel van jongen krijgen. Guppen zullen ook jongen maar er gaan evenveel jongen verloren naarmate het aquarium bevolkt geraakt. Een gup doet aan zelfbehoud in zijn omgeving. Het kan goed zijn dat u na een jaar amper nog een jong vindt. Dat u nu steigert, is aannemelijk. Maar als u beste lezer, alle jongen die geboren worden gaat houden, krijgt u niet alleen plaatsgebrek maar ook zwakke frêle jongen die op hun beurt weer jongen krijgen om die zwakte over te leveren. Niet nodig! Laat de natuur zijn gang gaan. Daarom de harde woorden, ‘Het zijn geen mensen’ aan het begin van dit stuk. Kromme rug is de meest voorkomende overerfbare zwakte die men in zijn aquarium kan krijgen, door alles te laten leven van een bevalling. Dan moet u de zwakke vrouwtjes alsnog laten inslapen. Overerfbare ziekte voorkomen.Ja, dat kan perfect. Als u bovenstaande tips heeft toegepast en de handicap alsnog ontdekt, is het wijs om nieuw bloed in te voeren. Vang vier vrouwtjes uit en breng vier nieuwe vrouwen in. Of vang drie mannetjes uit en voer twee nieuwe mannetjes in. Zo krijgt u geen inteeltproblemen noch zwakke schakels in uw guppenparadijs.  

Ghislaine Bergen
1159 1

De gewone jarenwind

    Het uitsterven van het veldrijden. Peter Goossens kookt. Een culinaire hotdog of de moord op Michael Jackson. Het verlies van mijn Bueno aan Lukaku. Ik lig er niet van wakker en de Renault Fuego, van mijn moeder. Rammelde aan alle kanten, in die gewone tijden.   Er waren toen nog geen open zerkendagen. Ik ging geen wilde bloemen plukken. Aan het Vierarmenkruispunt en in de baarhuizen leden moeders nog behoorlijk, de mijne toch omdat ik me zo stevig vasthield aan haar endeldarm. Ik ben nog niet veranderd. In de Spar knijp ik nog altijd, door die folie heen, in de worsten want ze liggen daar. Exhibitionistisch vlees, die koelrekken zijn wreed omdat de ventilator zo venijnig in mijn hersens boort. Ik moet er weg.   Ik heb gepast geld in mijn linker broekzak zitten, zoals altijd. Ik denk wat dat betreft vooruit, over wat ik morgen kopen zal en hoeveel het precies kosten gaat. Met mijn linkerhand, want de rechter is veel te vet van al dat worstgeknijp, haal ik de drie muntstukken boven en betaal zonder ook maar één woord te zeggen. Dr. Fraeyman staat altijd naast me aan de kassa en maant me aan grensoverschrijdend gedrag te vermijden. Dus ik zwijg.   Het blik erwten heb ik ook vandaag niet gekocht. Het hakt er altijd in, Martine, als ik ze zie staan in het rek. Hoe onnozel ben ik ooit geweest. Ik had de stammen die de boomhut rechtop hielden doorgezaagd, de Massey Ferguson een klopje op de motorkap gegeven en toen riep moeder dat ik helpen moest. De laatste zak met kleren in de koffer gestoken en ik moet gedacht hebben: toch wat proviand en heb dat ene blik meegenomen. Erwten, met een houdbaarheiddatum die nog jaren ver in de toekomst lag.   Die jaren vonden later en het stof lijkt neergedaald, beschermt me waar het ligt, op die warmrode gloeilamp voor de kuikens van weleer. Nus is het kot, ons thuis van toen overgegroeid, deels met klimop en de droge takken van een bruidssluier. Ik durf er niet zo goed voorbijrijden, want ik zie er veel te veel, voel de wind die van over de vijver de boomgaard binnenwaait. En dan hoor ik het opnieuw, dat alles rammelde. Aan de Fuego van mijn moeder.         uit de reeks  'Over eelt en zurkelteelt'

Bernd Vanderbilt
2 0

OVER DE DIKKE EN DE DUNNE

“Hé, Dikk zeheewee ni willn luistrr brrbroebel.”. “Wat zeg je Dunne?” Zis aarwer aant volstopnme en zeweetdazeder broebelni teegkan brrr!” “Dunne wees nu toch eens kalm en herhaal het rustig.”” Ai Dikke, geen tijd meer voor, alles komt jouw kant uit. Snel vraag aan anus om de reetspleet af te sluiten want de racekak is in aantocht! Nu hebben wij die vrouw al sinds haar jeugd verwittigd dat ze een melk intolerantie heeft en toch blijft ze ons negeren. Weet je nog in haar eerste schooljaar, ‘De Melkbrigade’! Pure horror, Milke, melke molk, karwitsel, karditsel kardon en dan een stempeltje voor elke dag dat er een glas melk gedronken was!! Gruwelijk, de melk was nog niet binnen of ze kwam er langs boven en langs onder uit. Scheiss in dem Trompeterhorn, leuk hoor al die koemelk die er als currysauskleurige ‘erwtensoepkinderkak’ uitspoot! Maar er een les uit trekken? Denk ze nu werkelijk, dat als ze vanille- pudding of ijs camoufleert met chocoladesaus dat ik niet merk dat er weer een melk- en roomrebellie op komst is? Dikke, ik heb er mijn buik van vol! Soms verdoezelt ze sommige melkproducten zelfs met zomers steenfruit, dubbel gekkenwerk en ik moet het allemaal maar verteren.”” Ach ze is niet altijd zo koppig hoor Dunne, weet je nog die keer dat ze wijselijk de panna cotta afsloeg omdat we haar op voorhand verwittigd hadden dat ze anders binnen het kwartier met haar spuitpoep de badkamer of wc van de vrienden als een Oostenrijkse koestal had laten ruiken.”” Ach Dikke, ik mag dat vrouwtje prikkelen zoveel ik wil, ze denkt dat ik de blinde darm ben.” Ai ai, Dunne, wat stoot je nu weer mijn richting uit? Wafels met room?  Linea recta rectum!! Weer een e-mail naar Darmstadt! Alarm alarm,  alles toeknijpen, zeker geen windjes laten maken of iedereen heeft sproeten”!  “Bedankt Dunne, broebel broebel. Weet je wat, ‘k zal eens wat kolieken uitdelen, afleren zal ze het. Weet je wat ik nog het meest beschamend vind, de kritiek van haar manlief! Heb je al eens goed gehoord wat die zei: Schatteke, gij hebt volgens mij geen darmen in je lijf, maar een rechte buis van je mond tot je poepegatteke! Een regelrechte belediging. Ach Dunne, ik weet wel dat ik met mijn 1,5 meter de boel er gewoon moet doorjagen en jij met je 6 meter lengte de grootste portie te verwerken krijgt. Bij normale mensen kan jij er bijna 24 tot 30 uur overdoen om iets te verteren. Bij dit vrouwmens moet je steeds in overdrive gaan, maar dat is haar eigen schuld, dikke- en dunne darmenbult. Wij mokka- makers proberen alles zo normaal mogelijk te laten verlopen. Maar luisteren naar haar lichaam..Toen er vlinders in haar buik zaten dan was het geen probleem om ons aan te horen, maar nu kunnen we elke verwittiging op onze buik schrijven! Nu denk ze dat ze vanbinnen niets dan stront en darmen is!” “Wat vertel je me nu, gaat ze nog vermageringspillen slikken? Wat staat er in de bijsluiter? Dat er diarree kan optreden?? KAN OPTREDEN… dat is bij haar gegarandeerd , schijten als een reiger!” “Dikke, er komt wee wa aan,…oei brr, brr, i den..k da ze brrroebel, wee stea..k me peperroomsau…broebel gegete hee!  Dikke hou je schra.ap, binne de 30 minu brr ten kom de dunn..poeperij broebel wee jouw kan uit!!” Shit, merde, nu is het genoeg geweest! Weet je wat, we gaan haar eens laten schrikken. We gaan haar trakteren op een nieuwe allergie. Het lijkt wel of ze stront in de oren heeft, niet willen luisteren hé. Wat denk jij Dikke? Wat denk je van een schelp- en schaalallergie? Ze eet graag kreeft, oesters en mosselen. ’t Zou perfect zijn als straf.”” Ach Dunne, nu niet overdrijven hé. Als we nu al eens beginnen met een schelpallergietje en misschien nog een kleine lookovergevoeligheid? Als ze dan scampi eet of gamba’s met lekkere roomlooksaus , dan hebben wij ook nog eens plezier. Ze weet dan in het begin totaal niet waar die schijterij vandaan komt. Zijn het de schaaldieren, is het de room of is het de look.  Ha ha ha!  Kak of gene kak, we hebben haar genoeg gewaarschuwd! Laat ze het nu maar uitzoeken alvorens ze nog eens een kreeftje durft bestellen..”   Sim, 4 oktober 2015 van op de wc      

Sim
0 0

Interieurstudie

Ze schuift haar modieuze bril op haar hoofd.   “Strak, uitgepuurd en hedendaags”  zegt ze terwijl ze me aankijkt.   Ik wil het plan dat ze me voorschotelt bestuderen maar haar donkere kijkers blijven mijn blik vasthouden.   “Architecturaal dus … “ opper ik terwijl ik naar een vervolg zoek.   Ze lacht omdat ik een breed woord gebruik. Beschouw het asjeblieft als een bevestiging, denk ik. Mijn mond trekt kurkdroog. Haar ogen lachen mee en worden spleetjes waarin haar bruine irissen glanzen. Mijn lichtjes bezwete handpalmen wil ik ongezien aan mijn broek vegen maar ik besef dat ik dit beter laten kan.   Toen deze amazone de showroom binnenwandelde flitste één indruk  onmiddellijk door mijn hoofd, het sublieme ruitertype, pur sang. Perfect figuur, strakke blik, smalle sensuele lippen zonder lipstick.We hebben het over organisatie en invulling van de ruimte. Haar slanke handen glijden over het papier.   “Hier had ik graag mijn werkdriehoek gepland” zegt ze enthousiast. ‘Werkdriehoek’ ik smelt.   Vakjargon is haar niet vreemd. Haar handen zijn ongelofelijk sexy, satijngladde huid, licht gebronsd, kort geknipte nagels. Haar kapsel oogt wild en toch netjes. Kastanjebruine haren -als manen over haar schouders en rug geschikt- blaken van gezondheid.   “Welke inbouwapparaten raadt u mij aan? Ik kook namelijk veel zelf en verras graag mijn man met een culinair hoogstandje”   Mmm, regelmatig thuis én gehuwd, géén jachtluipaard dus. Looks brengen me steevast in verwarring, overgieten me met de wildste voorstellingen. ‘Dimmen dus die gedachten’ leg ik mezelf op. Omzichtig schudt ze haar haardos naar achteren. Onwillekeurig moet ik aan een reclamespot voor shampoo denken. Alhoewel ik vermoed dat ze heel zeker weet welke kooktoestellen ze wenst, laat ze zich door mij door de showroom loodsen alsof ze mijn parate kennis wil testen.   “Dit merk kan ik u ten zeerste aanbevelen.” zegt een stem die niet van mij lijkt te komen.   Zo’n cliché heb ik nu nog nooit in de mond genomen. Ik voel me als een gewichtheffer die koorddansen moet. Wat ik verder vertel raakt kant noch wal maar ondertussen kan ik mijn ogen niet van haar afhouden. Het voelt magisch. Een beetje zoals dobberen op een luchtmatras bedwelmd door een hoge middagzon terwijl het je geen barst kan schelen of de waterval eraan komt of niet.   Ze maakt me duidelijk dat ze een onberispelijk afwasresultaat wenst.   “Dit model vaatwasser, mevrouw, zal u ervan weerhouden ooit nog een wijnglas met de hand af te wassen…!”   Daar had ik nu toch wel dé oneliner van het jaar te pakken ! Weer volgt die geheimzinnige lach. Ze zwijgt en buigt zich lichtjes voorover terwijl ze het interieur van het toestel in zich opneemt. Haar bloedmooie handtas van soepel leder houdt ze dicht op haar heup geklemd. Ik let op de elegantie van haar bovenbenen in een donkere legging gehuld, haar lichtjes gespierde kuiten die in gedistingeerde zwarte laarzen verdwijnen.   Het charmante is dat ze niet eens groter is dan ik zelfs niet met haar schoeisel op hoge hakken. Dit te constateren laat me nog een tikkeltje waardigheid. We eindigen in schoonheid en ik met de belofte een ontwerp uit te dokteren om ú tegen te zeggen. Dan verdwijnt ze door de inkomdeur en uit mijn blikveld, een zweem van haar zoet prikkelend parfum achterlatend.   Nooit heb ik haar weergezien. ‘Een toerist’, zeggen wij dan onder keukenpieten. Maar uitgepuurd, ja dat wél !            

Argyll
1 0

Wijnachtmuziek

    Maar gieder nie met al dat tam geluk gedachten zonder revolutie en ook al weze ’t één en ’t ander dan kapot in deze kop. Ik weet best goed dat het nog erger kan. Ik snuif op de markt ik hoor het. Ver tot hier gepof een spartelende Plop in ’t vuur de plofkipjes en barstende kastanjes, doch: ik ben thuis terwijl door niemand aan de ramen wordt gelikt en het beleg op mijn versneden brood niet giftig is, er haai-die-haai-die-haai-die-há niemand praat, niemand is die lult, over een lul, in mijn ongeschreven boek.   Gelukkig ben ik. Alsof het kon, lees zelden gedachten van een ander zinnen waarin verhalen zich schier herhalen onderwerpen na de punten staan. Stel je voor dat alles netjes is de hondepis nooit van de benen druipt. Há-die-há de mannequins lijken bejaard ginds op de catwalk loopt geen lenigheid geen ledigheid want alle hoofden zitten vol met willen zijn. Ze denken aan de kunstjes van het nieuwe aapje in die cirque, het oude jaar.   Terwijl een week voordien. ’t Was nog voor kerst. Die laatste schoolbel ging de kerktoren zijn monotone gesel over lamme landerijen stuurde en ik gluurde. Er zat een scheur. In de buidel, weinig levensplannen in mijn hoofd kwamen de wormen niet op gang. Nochtans. Straks. Krijgt iedereen er eens goed van langs, van de gek want ik heb het beloofd aan de egels plat en schuw. Aan de doodgespoten vogels het verfoeide onkruid aan de randen van akkerland en op de ovenplaat rijzen de moederkoekjes.   Het regent vandaag geen jonge hondjes en waar schuilen de beulen van de verrassing? Aspe heeft een in Kerewerekerke een warme hotelkamer geboekt, alleen en voor zichzelf. Sprekende geesten hebben hier vrijaf, niemand voelt de vreugde van een slak die springen kan, de droefenis bij een zoveelste vlinderdood, hij heeft een bordje groensels bijbesteld, hij zit. Het plot laat zich herkauwen en Agatha Christie heeft het penthouse afgehuurd. Ze doet het elke avond weer. Haar ochtendgymnastiek. Buiten staat ze. Op de handen wacht geduldig tot een struise vleermuis er zijn spel weer in laat hangen.   Há. Há. Há. Geert. Hos. Te. Uit. Ver. Kocht. Vrij. Snel, en alle uitleg staat in de brochure. Bad luck niet één gore tekening erbij. Straks trek ik in mijn dromen ijlings naar het Leuganenpaleis, naar mijn denkbeeldige vrienden, Bierman, Pinokkio, Jorge Vileda met zijn wonderspons voor zwarte gedachten, de gestreepte das die in de vuilbak slaapt. In de Kruitvatwinkel glundert hij de manager er wordt vandaag weer veel, deodorant verkocht.   Dat het stinkt in deze wereld weet iedereen. Niet dat mijn tante Gladys haar nieuwe pruik past. Stiekem, in de badkamer. Ik denk dat de parelduiker straks verdwijnt. Diep in de Recollettenrei, ik in een pot. Rabarberconfituur met aardbeien, terwijl ik het voel. Op zolder woekert bittere witloof, wijnachtszurkel en door het zolderraam schijnt hij soms nog. Hoop. Anderhalve zonnestraal, verdwaald.   Nu niet want duisternis heerst en of ik het nog trek, de tijd zich nog rekt tot middernacht. Ik wacht niet, ik sluip binnen. In het café dat nog open is. Niet om er te slapen in één van de holen van de biljart. Neen. De serveerster houdt er van en draait er rondjes met een platenspeler.   Pulp en this is hardcore. In die eine kleine Kneipe. Waarvan de deur het opengaan bijna ontliep. Waarvan die kier. Waarvan die spleet mij haast vergeten was en vraag mij niet waarom Silvester. Die pornocraat. Weer alles filmt me vraagt om te lachen. Om bij het vloeien der raclette best een lauwe smile te laten zien.         uit de reeks  'Over eelt en zurkelteelt'

Bernd Vanderbilt
2 0

Spaar voor gratis messen

Tenslotte is ze thuis en heeft de was, die haar dochter vanmorgen vroeg heeft gedraaid, in de bijkamer op het rek gehangen. Ze overweegt de kleine aardappelen alvast te koken en vanavond op te bakken. Onbespied staat ze voor het keukenraam en kijkt meditatief naar de tuin, naar de hoog opgeschoten stengels van de aardperen, de tegenstelling die de grote frisgroene bladeren vormen met het vergrijzende rood-roze van de hortensia. In de plataan is een enkel blad al vergeeld.   De trein van 08.49 reed een onbetekenend betonnen station binnen waar een groep jonge mensen instapte, druk pratend en wijzend op hun smartphones. Dat zijn studenten, dacht ze, en het volgende station is dat van de eeuwenoude universiteitsstad. Daar zullen ze uiteenwaaierend naar de collegebanken gaan. Een bijzondere stad met boulevards en achterafstraatjes waar zij heimelijke pleziertjes beleven en niet naar de uitgestrekte velden omzien die zij zullen moeten ontginnen; dat zal wel spelenderwijs gaan.   Dat ze in de stiltecoupé was gaan zitten viel haar pas op toen ze uit het raam keek en haar ergernis voelde groeien door de pratende vrouwen. Natuurlijk, dit is onze onbedwingbare behoefte, dacht ze. Zo probeerde ze de oplaaiende ergernis te dempen en verweet zichzelf niet in de stemming te kunnen komen de vrouwen terecht te wijzen. Ze voelde haar maag krimpen, het was de angstige misselijkheid die naar de bleke verlammende woede schoof.   Toen de trein wegreed las ze op een reclamezuil: spaar voor gratis messen.          

PP de Noorderman
2 0

BURN OUT!

Ik ben overwerkt. Ik sta er helemaal alleen voor. Ik ben echt toe aan mijn pensioen. Ik had het allemaal heel goed gepland. Ik gaf Adam een vrouwtje waar hij mee kon spelen, hoe ze samen wat vlinders in hun buik konden voelen.  Maar al na de eerste tweelingworp liep het al fout. Kaïn doodde zijn broer Abel. Vroeger had ik onze Zeus en ons Minerva nog die mij een handje toestaken, maar zij hebben zich in een chique villa op de Olympus teruggetrokken en verbouwen nu Griekse olijven en voeren yoghurt uit. Mijn broer, die de andere helft van de wereld aanhoorde, heeft zich ook al een tijdje van de aarde afgekeerd. Elke morgen, bij het krieken van de dag, maakte men hem met het nodige geschreeuw wakker en elke keer dat hij terug indutte, was dat gekrijs er weer. Daar beneden in de woestijn zat er iemand, die weliswaar stemmen hoorde en die iedereen wijsmaakte dat hij een rechtstreekse hemellijn met hem had.  Ach het was een psychotisch geval, maar mijn broer was al lang tevreden dat hij niet meer naar al die gebeden moest luisteren. Het zou er voor hem alleszins niet gemakkelijker op worden om al die smeekbedes uit elkaar te houden want ondertussen hadden al die eerstgeboren mannen dezelfde naam gekregen. Mo hier en Mo daar. Mijn broer kon al lang geen onderscheid meer tussen de vrouwen maken. Luister en herken maar eens wie er onder die rondscharrelende donkerblauwe tentzeilen, met ruitjes voor hun gezicht, thuishoort. Maar volgens mij heeft mijn broer, door zich voortijdig uit dat deel van de aarde terug te trekken een hoop hersenloze vandalen aan de macht geholpen. Toen ik hem daarstraks achter zijn waterpijp uittrok en hem op zijn verantwoordelijkheid wees, haalde hij zijn schouders op en vertelde mij dat hij helemaal geen zin meer had om al dat geklaag en gejeremieer aan te horen. Toen ik hem vertelde dat de Arabische Janssens en Janssens zich ondertussen de kop insloegen of de keel oversneden en dat zijn achterban stilaan alleen uit latente seksueel gefrustreerde hooligans en avonturiers bestond, dacht ik dat ik hem gewoon: “lik mijn reet” hoorde mompelen.  Hij lachte sarcastisch en zei: “Dat ze straks allemaal nogal zouden verschieten als ze hierboven kwamen en er geen 70 maagden hen juichend stonden op te wachten. Toen ik hem om uitleg vroeg antwoordde hij gemelijk: “Ach ik stuur ze gewoon als illegalen door naar jouw hemel, aan jullie kant van de aardbol zijn ze heel goed op de hoogte van deze problematiek. Soms probeer ik ze bij leven al een beetje met hun neus op de feiten te drukken,maar luisteren…no way, Arabische lente my ass! Ik liet mijn klote bon vivant broer theeslurpend achter. Ik had al genoeg aan mijn hoofd om me nog eens flink druk over zijn onkundigheid te maken. Ook ik dacht eventjes dat ik een goede opvolger gevonden had, om het sprookje van de schepping voort te zetten, maar de zaken liepen enigszins anders dan ik wilde. Maria, een knappe jonge maagd, had naast de pot gepiest en probeerde nu iedereen wijs te maken dat ik de vader was. De dna-test bestond toen nog niet, want anders zou de geschiedenis wel een andere wending gekregen hebben. Jozef kon er niet erg om lachen, maar vermits zijn prostaat al enkele jaren volledig dichtgeslibd was,  liet hij de boel, de boel maar. Onze Jezus was een hele speciale. Heel de dag speelde hij met de os en de ezel en goochelde hij met steentjes, goud, mirre en wierook, cadeautjes die hij eens ooit gekregen had. Hij scandeerde de ganse dag door moraliserende teksten en liet zich omringen door een groepje dolende geesten, die aan zijn lippen hingen. Eventjes dacht ik dat mijn broodje gebakken was en dat ik op mijn goddelijke wolk op mijn lauweren zou kunnen gaan rusten. Liet die malloot zich toch inschrijven bij “Jeruzalem got talent”. Daar goochelde hij wat met water en wijn, verdubbelde wat brood en verraste de jury met de truc, hoe hij over het water kon lopen. Gewonnen heeft hij niet. Hij kreeg hoogstens een kroon en een kruisje..maar hij liet toch zijn fanclub verbijsterd achter, na de grote verdwijntruc. Dus daar ging ik weer. Probeer maar geconcentreerd te blijven, miljoenen mensen die overal op de aarde je aandacht proberen te trekken en je bedanken voor dingen waar ik helemaal geen weet van heb. Ik word verondersteld alles te horen, te zien en almachtig te zijn. Het is dan toch normaal dat mijn belangstelling afneemt, dat ik het eventjes allemaal niet meer in de hand heb. Ik word compleet gek van al die biddende vragende mensen. Op zo’n momenten moet ook ik mij eventjes afreageren. Ik wil ze gewoon overtuigen dat ik niets van dit alles ben, dat ik hun helemaal niet met hun aardse zaken kan helpen, dus spoel ik eventjes een tsunami over de stranden, laat ik een vulkaantje uitbarsten, een vliegtuigje crashen en laat de aarde snel wat schommelen. Lekker de tektonische platen een ogenblik tegen elkaar kloppen. De mensheid heeft dan een momentje wat anders aan zijn hoofd en dan krijg ik misschien een rustpauze.  Maar niets van dit alles, ze gaan me dan nog met kaarsjes en gebeden bedanken omdat ik er toch nog een paar in leven gelaten heb. Gekke mensheid. Ik geef mijn ontslag. Ik draai nu al meer dan 2000 jaar mee en ik vind dat ik genoeg gewerkt heb om mijn oudedagvoorziening op te nemen.  Maar ondertussen heeft er zich zo’n religieuze ‘oudemannenclub’ gevormd, die mijn ontslag niet aanvaardt en die mij prompt als hun CEO gebombardeerd heeft. Al eeuwen kloppen ze de centen uit de mensen hun zakken om hun paleizen en kerken vol te proppen met goud en zilver. Ik ontwierp de man en de vrouw omdat ze wat lekker konden ‘foeschelen’ met elkaar en nu komt die geheelonthoudersvereniging uit mijn naam verkondigen dat seks voor het huwelijk en een condoom gebruiken zondig zouden zijn. Deuh! HIV, nooit van gehoord?  En die ‘langejurkenventen’ maar aan elkaar en nog erger aan de kinderen prutsen. Eerst mijn aandacht opeisen door een hoop klokkengelui, dan een toneeltje opvoeren, wat wierook rondzwiepen en ouweltjes uitdelen . Of de hand op het hoofd leggen en de mensen laten geloven dat ze een directe lijn met mij hebben. Nog nooit heb ik met één van die godsdienstwaanzinnigen een praatje gemaakt, nog nooit heeft er ook maar één durven zeggen dat ik nooit antwoordde. Is er nergens een godsbond waar ik kan protesteren. Wat ellende daar beneden. Ik schaam me diep, ik kan het niet meer aanzien. Ook die twee die daar  in La Couronne voor hun caravan zitten te scrabbelen. Het mannetje verliest nu al voor de tiende keer en roept constant dat het mijn fout is. Hoor! Daar roept hij het weer ‘godverdomme, godverdoeme’.  Ik kan het niet meer aanhoren!  Ik wil eruit.. ik heb een burn out!  

Sim
0 0

Serafijn ... cherubijn

Ik zong als een serafijntje. Ok, ik overdrijf. Een beetje. Ik zong als een cherubijntje. Ok, laat ons zeggen dat ik minstens mijn best deed om te zingen zoals een engel van de derde orde. Zo goed ?   December 1959. Binnen drie weken zou ik acht worden. Ik had als klein jongetje een hoog stemmetje als een minuscuul klokje. En dat frele geluidje konden de organisatoren van het jaarlijkse kerstspel gebruiken in de lagere school van ons dorp. Ik stelde de Maagd Maria voor en daarom werd ik omhuld met een lichtblauwe cape rondom mijn tengere schouders. Dezelfde die ook Maria verondersteld werd te hebben gehad. Nog maar pas was ik bevallen van onze kleine Verlosser, weliswaar niet in het bijzijn van een gediplomeerd verloskundige, of ik moest al de hele dorpsgemeenschap een lied ten gehore brengen met het verhaal van mijn kommer en kwel, maar ook van mijn gelukzaligheid een arme timmerman te hebben als echtgenoot en een schreiend kind in een varkenskrib.   Na de derde repetitie kwam ik als een volleerd artiest erachter dat het beter was dat ik in gedachte, het voorafgaande lied dat door een of ander engelenkoor werd gekweeld, mee neuriede, omdat ik dan in de juiste toonaard mijn lied kon aanheffen. Alles verliep wonderwel. Het publiek in de zaal klapte in de handen en ik hoopte dat dit hoofdzakelijk mijn keelgeschal betrof dan wel die oersaaie, lummelende herders, mijn nog saaiere echtgenoot, die stinkende schapen, ezels of ossen of die groteske Driekoningen, die trouwens te vroeg op het appèl waren. Daar zat ik dan, geknield voor de kribbe, op het podium in het aanschijn van die godsvruchtige dorpsgemeenschap …   en je zou zeggen, daar is een of andere fotograaf die een fotootje van je neemt, al was het maar in zwartwit - alhoewel dit mijn lichtblauw tuniekje minder eer zou aandoen - maar neen, niks, nada. Mijn optreden ging verloren in het niets. Het is alleen nog gegraveerd in mijn hersenpan. In kleur.   Ik had nochtans gezongen als een cherubijntje, wat zeg ik, een serafijntje.

Marc M. Aerts
43 0

Breekpunt

Het robijn van je onvrijwillige tranen loopt langzaam langs het gebroken wit van het porselein, tevens onvrijwillig uit de kast verwijderd. Je adem stokt, de randen van de voorzichtige scheurtjes in je kledij zijn rood omringd. Een doorn, ontsnapt uit de gebroken vaas, doorboort je vinger. Je staart me doods aan, de kilte snijdt door me heen. Je kijkt niet naar me. Je kijkt door me. Het harnas dat je zo net belaagde, breekt. Ik stort op mijn knieën en barst in tranen uit. Het blijft ijzig stil aan jouw einde van de kamer. Mijn geschrei vult het hele huis, maar het is jouw zwijgen dat het in zijn greep heeft. Terwijl jouw ademhaling zich vermant, verliest de mijne al zijn rede. Ik zucht, kuch en hap. Jij snikt, kermt of snottert zelfs niet.   De stilte blijft, maar je verlamming lijkt voorbij. Met enige voorzichtigheid, grijp je naar de hoek van de tafel, terwijl je enkele glinsterende scherven, bezoedeld met pijn, geparfumeerd met een zachte Merlot, aan de kant veegt. Je trekt jezelf op en plaatst je geschaafde voet tussen het voorgerecht en waar ik mezelf verloor. Met een gebroken sereniteit begeef je jezelf naar de bron van een hele hoop miserie: ik.   Je legt je hand, getekend door een verleden van gelijkaardige diners, op mijn schouder en fluistert me toe: “Rustig maar, alles komt goed. Neem jij een borstel, dan zorg ik voor een dweil en emmer water?”   De volgende ochtend word je wakker naast jezelf, mijn deel onbeslapen. Het matras draagt de laatste sporen van gisterenavond, een rode vlek ter hoogte van je knie en enkele druppels traan op je hoofdkussen. Je hoort een deur stilletjes openen en met even veel behoedzaamheid weer in het slot vallen. Ik leg een bundel paperassen neer op de schijnbaar maagdelijke eettafel en vervolg mijn weg naar onze slaapkamer. Ondertussen stroomt er een zachte straal water langs de blauwe plekken op je borst voorbij de schaafwonden op je benen in het afvoerputje. Terwijl jij een kamer in het huis en een eeuwigheid in mijn gedachten verder jezelf afdroogt, neem ik uit onze gedeelde kast wat van mij is. Ik ga aarzelend door enkele van je kleren, twijfelend of ik een souvenir wil overhouden aan mijn misstappen of gewoon wil vergeten.   Op het moment dat jij schijnbaar maagdelijk in de woonkamer verschijnt, vind je een verzameling papieren van verscheidene soort: een grote bruine envelop; een bundeltje haastig samengebonden bladeren, krom gedraaid van de inkt; en een pakje briefgeld, een zoveelste verontschuldiging. Mij, mij zal je hier niet meer terug zien. Je zal me wel nog overal vinden, de kras op de salontafel, de weggevaagde verf achter dat kleine schilderijtje in de keuken, de deuken in de badkamervloer. Dit huis is getekend door jouw grenzeloze liefde en mijn minachting. Ik ben vertrokken. Verdwenen met de noorderzon, zoals men dat zegt. Maar ik zie je nog steeds voor me, hoe je in al je vreedzaamheid me omhelst, me troost, terwijl ik het ben die de slagen uitdeelt. Ik vernietig. Jij geneest. Ik weet dat je het zal redden zonder mij, want ik was de reden van je nood aan redding. Ik heb het je gegeven, ik hoop dat ik je verlos.   Voor het eerst in jaren zie ik tranen rollen over je wangen, ze rollen, ze tuiten, ze lopen, als een waterval. De hoop papieren van verscheidene soort lijkt te verdrinken in je verdriet, je pijn van verlossing. Je hebt altijd van me gehouden, me liefgehad al was ik een monster.   Zelfs toen... zelfs toen ik je haar ontnam. Je enige kans op ware, onvoorwaardelijke liefde ontnomen. 

Daan Janssens
1 0