Lezen

HUGO

Ik adem diep in, open de deur en stap de danszaal binnen. Mijn voeten draaien zich vanzelf in de eerste positie wanneer ze de vertrouwde houten balletvloer raken. Mijn rug recht zich, mijn kin gaat lichtelijk omhoog en ik wandel de zomer van het jaar tweeduizendvijf binnen. ‘Is het dansant genoeg?’ Hugo staat voor me en wipt van het ene been op het andere. Hij heeft een tutu van witte repen papier aan, met daaronder een witte onderbroek. Verder is hij naakt. Ik ben eenentwintig en ik heb er net het eerste jaar filmschool opzitten. Ik heb even lak aan alles wat kunstzinnig en cultureel verantwoord is. Vakantie is er om de ‘Elle’ te lezen en naar Madonna te luisteren. Zoals Hugo hier voor me staat, een late veertiger in wit papieren rok, weet ik niet goed hoe ik me daarbij moet voelen. ‘Snap je de intensiteit mijn choreografie? Zie je de streep poëzie in mijn bewegingen?’ vraagt hij, nu met lichte aandrang. ‘Hoe bedoel je dat net, Hugo?’ vraag ik en trek mijn ogen tot spleetjes. Ik probeer tijd te kopen, zodat ik een fatsoenlijk antwoord op zijn vraag kan bedenken. ‘Kijk,’ zegt hij, duidelijk leerkracht in het dagelijkse leven ‘dansen is een taal. De focus ligt op één lichaamsdeel, maar je hele lichaam moet volgen. Wanneer de initiatie bijvoorbeeld niet in je benen zit, kunnen zij zich toch verplaatsen om de beweging te faciliteren. Dat kan cerebraal starten, maar dan moet je het lichaam laten overnemen. Alsof je sporen nalaat, een combinatie van gevoel, lichaam en hoofd. Spanning creëren enzo.’ Ik knik, maar heb geen idee wat Hugo me net heeft willen duidelijk maken. ‘Maar de vraag is: is ze dansant genoeg, mijn choreografie?’ herhaalt hij. ‘Euh ja,’ antwoord ik met lichte twijfel. ‘Doe het anders nog eens, je dansje.’ ‘Mijn choreografie,’ verbetert Hugo me. Hij loopt parmantig naar de stereoketen en start zijn muziek: ‘Light my fire’ van The Doors. Zeven volle minuten geeft Hugo alles wat er in zijn ontblote lijf zit. Wanneer het einde nadert, verliest hij zich in een pirouette waarvan ik denk dat hij er nooit meer uit zal raken. Het heeft iets wanhopig en aandoenlijk tegelijk. De witte papieren rok scheurt en Hugo valt als de stervende zwaan op de grond. Ik hou mijn adem even in, maar voor ik hem kan helpen staat Hugo al weer op. ‘En?’ hijgt hij. ‘Ja, heel dansant,’ zeg ik vol overtuiging. Het erge is, dat ik het nog meen ook. De kwetsbare passie die ik net bij Hugo zag, hebben vreemd genoeg mijn ogen geopend. Zijn dans op zich was misschien niet geweldig, maar ik heb het gevoel dat ik recht in de ziel van deze man heb gekeken. Soms is het een kunst, om kunst te zien. Er rolt een wit pluisje over de dansvloer. Lichamen vouwen zich als zoekende kunstwerken op de zwevende parketvloer. Altijd anders, altijd mooi, altijd aandoenlijk. Het is weer tweeduizendachttien. Mijn ogen prikken en zoals elke zomer vraag ik me af of Hugo nog zou dansen.   ‘Hugo’ schreef ik deze zomer in de Zomeracademie Dworp en verscheen deze week in het online literair magazine De Vallei Nr39 op pagina 36.https://devallei.wordpress.com/  

Ans DB
0 1

IJsbreker

Er zijn momenten geweest waarin ik dacht dat hij me echt zag. Zijn ogen stonden zo vol begrip en medeleven, dat het niet anders kon dan dat hij me aannam voor wie ik was.   Hij zag MIJ.   Hij zag me op momenten dat ik mezelf niet kon zien. Ik ben hem ontzettend dankbaar daarvoor, meer dan dat ik in staat ben uit te drukken.   Ik ben niet aandachtig genoeg geweest tijdens die momenten, mijn hart en gevoelens waren bevroren. Het is pas achteraf dat ik heb beseft hoe hij mijn ijs heeft laten smelten, geleidelijk aan. Haast onmerkbaar.   Deze dagen kom ik door met een rugzak vol spijt. Spijt dat ik me aan hem heb vastgeklampt, spijt dat ik hem te dicht heb gelaten om hem vervolgens niets te zien doen met al die informatie die hij over me kreeg.   Spijt.   Er is te veel om op te sommen.   Soms denk ik dat hij me nu nog steeds ziet, al is het maar een fractie van een seconde, maar het volgende moment verstaat hij me terug mis. Het is onmogelijk uit te drukken hoe hard het kwetst wanneer hij me verkeerd opvat.   De onzekerheid of hij me ooit wel heeft gezien voor wie ik ben, komt dan naar boven, gevolgd door alle momenten waarop ik me kwetsbaar opstelde.   Ik heb enkel vragen, geen antwoorden.  Waarom stelt hij zich zo op alsof er niets is gebeurd? Heb ik het me verbeeld?   Hoe denkt hij, die prachtige persoon dat hij lijkt te zijn, over iemand zoals ik, gevangen tussen de persoon die ik wil zijn en de persoon die ik ben?   Voel ik me zo tot hem verbonden door zijn lichtblauw gekleurde irissen, die zich al zo vaak in mijn onderbewustzijn hebben gewaagd? Hij liet mijn ijs smelten door me hoop te geven; niet alleen dat, hij schonk me de kracht van het verlangen.   Maar ik, verwend dat ik ben, had veel meer nodig dan gewoon een ijsbreker. Want wie zou me opwarmen na die ijskoude ervaring?

Justine-e
0 0

Het Verhaal Van Een Nagelbijter

Ik loop. Ergens verloren. Omsloten door golven roestbruin zand.Een leemte, leeg.Levenloos.Mijn hoofd is een smeltende klomp ijs en ik wacht tot er niets meer van overschiet. Enkel nog een verdwaald lichaam, ergens op een eindeloos veldweggetje in Spanje, en een plasje water vol gedachten.Als ik de juiste pijl had gevolgd was ik nu al op mijn bestemming.Aan het slapen met verkoelde voeten.Misschien was ik welde liefde van mijn leven aan het ontmoeten.Dat zou ik kunnen denken. Maar dat doe ik niet.Want hier weiger ik me te wentelenin zelfmedelijdenin verdriet.Nee, hier ben ik de laatste mens op Aarde.Onaantastbaar.Ongezien.En voor het eerst in jaren,Onbevreesd.   Mensen zijn bange wezens. Van spinnen tot bliksem en donder tot de dood, we hebben allemaal iets waardoor onze nekharen overeind komen te staan. En dat is niet vreemd. Angst staat namelijk in ons DNA gegrift. Het is een overlevingsmechanisme, zonder waren we hier niet eens.Angst is ook een raadgever. Een duiveltje op onze schouder, meesterlijk bespeeld door politiek en media.Het is een schuilplaats.Een parasiet.  Het neemt en neemt. Tot er niets meer van overschiet.Angst is het donker.En ik heb nooit leren fluiten.   Misschien ben ik gewoon laf.Als ik niet buitenkom, kan er me niets overkomen. Als ik het niet weet, kan ik er ook niet over piekeren.Als ik mijn hart niet blootgeef, kan niemand het kwetsen.Het is een gemakkelijk leven, weg van alles en iedereen.Het is ook een vreselijk leven. Nee, geen leven. Een bestaan. Saai en eenzaam. Gevangen achter een glazen wand, terwijl iedereen buiten aan het spelen is.Maar glas kan breken.En fluiten kan je leren. Want diep in ons schuilt het antwoord en wij moeten luisteren. Want het woelt en woedt, voedt de oorlog in ons. Het vecht, weigert te vluchten. En voor een keer is dat niet slecht.Het klopt vol verlangen. Doet ons de wijde wereld intrekken. Het doet ons struikelen en vallen, huilen en kwaad zijn. Het doet ons voelen.En hoeveel pijn dat soms mag doen, we zouden het niet anders willen. Dus ik kies ervoor om de weg kwijt te rakenmet een lege thermosfles en geen bereik.Want hier, op deze onverbloemde plek speelt de wereld zich af.Hier ben ik de eerste mens op Aarde,bangmaar met een hartdat overlooptvan leven.

Woordenwandelaar
0 0

Liberosis

Vandaag had ik de eer een stukje te mogen lezen dat een blik wierp achter de maskers die velen van ons dragen. Gebroken spiegels. Make believe. De Anonymous-glimlach die de maatschappij ons verkoopt in kant-en-klare ‘likes’, porties voor één selfie, en in het holle beeld van leven zoals dat in reclame en magazines aan ons getoond wordt. Voorverpakt geluk. Made in China.   Een goede 18 jaar geleden had ik het zelf kunnen schrijven, dit stukje, als ik dapper genoeg was geweest. En moest er toen al zoiets als facebook hebben bestaan. Hoewel ik het waarschijnlijk nooit had durven delen. Dat wat er achter dat gehate masker schuilging. Dat masker waar ik al niet meer bij moest nadenken om het op te zetten bij die lege en vreemde vraag, die tussendoor voorgeschoteld wordt aan nietsvermoedende slachtoffers; “en? Alles goed?”   Ik ben maar zelden mensen tegen gekomen die deze niet en-passant stelden. Uit beleefdheid, want als we iets zijn, wij Belgen, dan is het over het algemeen wel beleefd. En dat die goedbedoelde, pro-forma interesse in de medemens soms confronterend kan zijn lijkt de meesten te ontgaan. Zeker omdat de mensen die u niet graag hebben meestal geen interesse tonen. Het zijn vrienden en kennissen die u deze woorden met een onbezorgde glimlach aanreiken. Mensen die men vaak ook niet wil belasten met wat er ook aan duisternis vanbinnen rond kolkt. Iedereen kent het antwoord natuurlijk. “Goed. En met u?” of hoogstens een voorzichtige “Bwa, kon beter, ma çava wel. Gij?” Mooie, afgeronde verklaringen die uw gesprekspartner de keuze laten er al dan niet op in te gaan.   Sociaal aanvaardbaar gedrag stelt dat het antwoord op die vraag nooit is; “Ik overweeg dadelijk onder die aanrijdende bus te stappen. En gij?” En toch is dat het antwoord dat ik toen had willen geven. Van onder aan die bodemloze put is het enige licht inderdaad dat van de aankomende trein. Een einde. Rust. Ontsnappen aan alles, de goede dingen die je niet meer ziet en de slechte dingen die zich een weg door uw huid naar uw hart vreten. En dat stukje tekst ging daar over. Over het punt waarop er niets van u over schiet dat het leven nog de moeite van het volhouden waard vindt en daar voorbij. Woorden klinken hol daar. Galmen koud en gelaten met de zielloosheid van een ongemakkelijk schouderklopje. There, there. Ik herinner mij nog hoe leeg ze waren.   En de loze, afgedwongen beloften… Bel mij, voor ge iets stoms gaat doen. Beloof het mij.   De tijd dat ik 19,5/20 kreeg voor de opdracht Nederlands; ‘schrijf de afscheids/ zelfmoordbrief van Van Gogh aan zijn familie’. En dit van een leerkracht die op zulke vrije opdrachten maximum 17,5/20 gaf. Zijn iet-wat vragende blik toen hij mij die opdracht terug gaf zal ik nooit vergeten. Hij was een lieve man, een goed mens.   Achteraf kan ik er om glimlachen. Het duister als deel van mij. De kluizenaar heeft zijn wijsheid gedeeld en het beest is getemd, om het naar een sprookje te vertalen. Maar de reis zal altijd een deel van mij blijven. Ik ben gelukkig nu. Ik ken mezelf elke dag een beetje beter en heb een pad gekozen dat mij mag dragen zolang het mijn hart heeft. Ik zal nooit meer in een situatie blijven die mij niet verrijkt als mens. Daarvoor ben ik als wezen te kostbaar. Net als elk van ons. We zijn allemaal wezens van onschatbare waarde, allemaal even fragiel, hoe graag we dat ook vergeten, en achter onze façade speelt zo een mooie veelheid aan breekbare dromen…   We zijn uiteindelijk nog zo verschillend niet. We delen zoveel, en als we de dwangneuroses van onze hedendaagse maatschappij even volledig naast ons neerleggen, de twijfels vergeten en de woorden druipend van venijn en geboren in angst geen plaats meer geven… Misschien kunnen we dan eindelijk onszelf zijn. En die vergeten glimlach vinden.   Ik las ooit ergens deze zin van Lucebert, en ze is even prachtig als ze kort is: “Alles van waarde is weerloos.”   En dat is zo.

Marie Olaerts
36 0

Vreemder dan fictie.

“Ja, ja.”   De woorden bevatten ongeveer de maximale tonaliteit aan ongeloof die de menselijke stem erin kan leggen.   “Nee, echt. Ze gaat dat morgen doen.”   “Overmorgen,” corrigeer ik, zonder echt verder op de conversatie te letten die tegenover mij aan de tafel gaande is. “Morgen is het de repetitie.”   Ik lees verder tot de conversatie stil valt. Zo een stilte die als een wolk over de tafel hangt. Wanneer ik opkijk ligt de aandacht volledig op mij. Mijn wenkbrauw gaat vragend naar boven.   “Is het echt waar?” De vraag wordt me voorzichtig gesteld. Met de terughoudendheid van iemand die eigenlijk redelijk zeker is dat men hem voor de gek aan het houden is. Dat ongemakkelijke moment van twijfel, toch de sprong nemen; in volle verwachting dat het vermoedelijk in het gezicht zal ontploffen.   “Ga jij Trump interviewen?” Even weet ik echt niet wat ik moet zeggen, behalve de enigzins verschrikte ‘wat?!’ die uit mijn mond ontsnapt voor ik door heb dat er klank bij is. Ten eerste ken ik weinig mensen die zulk een chaotische interviews zouden afleggen als ik; ten tweede is beeldmateriaal met mij aan de niet-technische kant van de camera op één hand te tellen en afkomstig uit jeugdige avonturen aan het Rits. Ondertussen diep begraven in de archieven. Hoop ik toch.   “Neen, echt niet!” stel ik hem gerust. “Ik ga hem mee filmen als hij Nato bezoekt.” Ondertussen, dagen later, zit ik hier met een slapende kitten op schoot en denk ik terug aan deze tekst die ik was beginnen schrijven, en nooit heb afgemaakt. Ik zag ze gisteren terug, die mensen van die conversatie toen. Er was iemand die me terloops vroeg hoe het was geweest. Dat avontuur. Ik droom weg op het ritme van ‘No one knows’ en denk terug aan die dag. Hoe de security man die net iemand had afgelost, ons dus niet kende en wou tegenhouden, zelf zeer snel onderschept werd door zijn collega’s. “Die niet. Die mogen door.” Ondertussen probeerde ik reporters, afspanningen, politici en mijn cameraman in het oog te houden, en mijn badge in het gezicht van de man in kwestie te zwaaien. Hoe mensen er toch af en toe, van de chaos die we werk noemen, door een soort gefascineerde nieuwsgierigheid bevangen worden als het gaat over film en TV.   Het gevlekte kopje van de kattin, met die speldekop-tandjes die enkele luttele uren hiervoor vlotjes de draad van de koptelefoon doorsneden, graaft zich met een volstrekt onschuldige zucht en een lui gerekt pootje iets dieper in mijn schoot. Ik herinner mij, verrassend lang geleden ondertussen, een ander moment dat mij tot nu zeer helder is bijgebleven. We waren voor opnames ergens in een politiekantoor, en in de namiddag zaten we er vlak naast, in wat als ik mij niet vergis de oude gebouwen waren. Een ondervragingsruimte met gespiegeld glas, en een jonge acteur, ondertussen ook al weer enkele jaren ouder, die daar op de rooster werd gelegd. Maar dat heeft er op zich niet veel mee te maken. Er was die dag een promotiestunt en pers en fans mochten even (bijna) de set op. En even praten met hun favoriete acteurs over de middag. Op zich wat ongewoon voor een speelfilm, maar goed, het was ook een uitermate ongewone set.   Ik zat, of hing, als we echt correct willen zijn, aan de toog naast de jonge acteur in kwestie toen de horde, ik kan het moeilijk anders omschrijven, fans in de refter werden losgelaten. Eén vrouw, na luttele seconden aan oriëntatie gespendeerd te hebben, manoeuvreerde zich langs de wiskundig snelste weg onze richting uit. Of meer bepaald zijn richting uit. En toen barstte ze los, bijna in tranen; ik was zeker dat ze overwoog de verwilderd uitziende jongeman dramatisch troostend aan haar boezem te vleien. Dat het zo verschrikkelijk was… en zo dapper dat hij hier alweer aan het werk was… Dat ze zo met hem had ingezeten en dat de vorige avond haar hart,duidelijk in zijn plaats, gebroken was.   Hij zag er wat verwilderd uit, en ik veronderstel dat mijn uitdrukking verwilderd ver voorbij was. Was er iets verschrikkelijks geweest dan? Waarom hadden we daar vandaag niks van gemerkt? Waarom had hij niks gezegd? Zonder gegronde reden om hen wat privée te gunnen en alle redenen die mijn nieuwsgierigheid kon aanvoeren om dat niet te doen, ben ik vrij gefascineerd blijven luisteren.   Dat hij haar favoriet was. Absoluut. En dat ze die andere vrouw echt niet moest, wat hij van haar toch maar te verduren kreeg. En dat ze elke avond keek… Het duurde ongeveer tot dat punt voor we mee waren. De reeks waaruit hij bekend was. Die elke avond op TV was. Die was blijkbaar nogal dramatisch geweest.   Er zijn toen schrikwekkend veel mensen hun diepste mededogen komen betuigen voor iets wat een klein jaar ervoor was opgenomen in een studio, en waarvan de acteur zelf eigenlijk ook niet meer echt een idee had waar het nu weer juist over ging. En hij was zo geduldig en zo lief in het uitleggen dat hij OK was, dat het een rol was die hij speelde. Niet echt, maar fictie. Het was een beetje een ongemakkelijk uur tot we weer moesten beginnen. En een vreemd uur. Alsof we even in een parallel universum gestapt waren. Waar wat je op televisie ziet echt en echt waar is, van de ene huiskamer zo, recht, in de andere. Real-time voyeurisme met standaard 3 camera’s. In verdwaasde stilte zijn we weer naar de set gelopen, de acteur en ik. Hij naar make-up, ik naar het meer technisch deel, en ik vraag mij af en toe nog steeds af hoe vaak acteurs dit tegenkomen. En hoe ze er mee om gaan. Keer op keer.

Marie Olaerts
0 0

33 GRADEN WEG VAN MEKKA

Als er nu één plaats ter wereld is, waar een gelovige denkt dat hij volkomen veilig is, dan is dat toch in een kerk, een moskee of in een synagoge. Als je om de zoveel uren, alle dagen of minstens één keer per week gaat bidden om je tweede leven in het hiernamaals veilig te stellen, dan is dat toch de plaats waar je veronderstelt dat de goden een oogje in het zeil zouden houden. Niet dus. Een geschifte Jodenhater kon in Pittsburgh ongestoord 11 mensen neerschieten en geen God die deze dolle schutter tegenhield. Eventjes een onoplettendheidje van het opperwezen en je was sneller in de hemel dan verwacht.  Nu, zelf zou ik niet meer zo gerust zijn in mijn persoonlijke Jahweh, als je weet wat hij allemaal tijdens de wereldoorlog met het Joodse volk liet gebeuren. Hij zag toch maar mooi de andere kant op toen er zo’n zes miljoen van je voorvaderen uitgehongerd, vergast en iets te snel gecremeerd werden. Raar dat zo’n geïndoctrineerde gelovige mensen er dan nog steeds op vertrouwen dat die hemelbewoner almachtig is, alles ziet en hoort en dat die wel één van de dagen de nieuwe Messias naar beneden gaat sturen. Maar blijven hopen natuurlijk.. Wat ging er door die Turkse hoofden heen, toen ze vernamen dat ze al zo’n kleine 40 jaar in de verkeerde richting zaten te bidden? Een moskee in het Turkse stadje Sugoren staat niet richting Mekka! Hebben ze daar nu schrik dat hun gesmeek niet in de Mekkahemel aangekomen is?  Een roedel religiedeskundigen breekt zijn hoofd nu over het feit of al die gebeden nu ongeldig zijn. Zit je daar al 37 jaar, vijf keer per dag, dat is met de schrikkeljaren erbij zo’n kleine 13550 keer, met het zicht op de kont van je buurman, gebeden te prevelen en dan komt zo’n nieuw aangestelde 24 jarige snotneusimam je plots vertellen dat Mekka een 33 graden de andere kant opligt. Hebben ze ondertussen al uitgevogeld welke God er op die verkeerde plaats in dat stukje hemel bivakkeert? Denk niet dat die zich bezighoudt met het doorsturen van al die smeekbedes. Eigenlijk ben ik er bijna van overtuigd dat de God van de getuigen van Jehova daar zijn stekje heeft. Vandaag zag ik die muffe straatschuimers weer ineens, twee aan twee, richting de sociale woningen stappen. Misschien dat hun Jehova wel gezegd heeft, dat hij door de jaren heen zoveel leuke gebedjes vanuit de moskee ontvangen heeft, dat hij denkt dat daar zijn achterban nog wel wat zieltjes zouden kunnen overtuigen.  Maar een docent islamstudie gooit roet in het religieuze eten, de Koran staat plots een bidrichting- afwijkingsfoutmarge van 45 graden naar Mekka toe.  Ja voor alles is een uitleg… Bij ons mag een Kerstmarkt,  plots geen Kerstmarkt meer heten om andere geloofsovertuigingen niet te schofferen. Het moet nu wintermarkt zijn. Hebben onze kinderen wegens de neutraliteit dan ook ineens geen kerstvakantie meer?  Moet dit dan niet de wintersveertiendaagse worden?  Nu ben ik zelf een atheïst en ze mogen van mij alle religieuze namen en tekens verbannen. Ik heb daar totaal geen probleem mee. Maar dan ook consequent alle religie tekens. Geen Christelijke kruisen in openbare gebouwen, scholen, banken en bij de bakker naast de kerktoren. En om de atheïsten onder ons niet te schofferen geen tulbanden, keppels, hoofddoeken en alles wat maar enigszins naar het geloof verwijst uit het straatbeeld elimineren en tenslotte iedereen voor zijn eigen religie flink laten betalen . En dan moet de VTM kokkin Dumont, als ze op televisie kookt, ook haar Katholieke kruisjes-oorbellen eventjes uitdoen.   Sim, 30 oktober 2019

Sim
0 0

IEDER ZIJN HOBBY

Moesten jullie ook zo lachen toen dat koddige voetbalmakelaarsadvocaatje kwam vertellen dat zijn cliënt een vurige verzamelaar was van luxe uurwerkverpakkingen?  Geestig hé? Nu verwacht je inderdaad niet van zo’n maffiamakelaartje dat hij postzegels verzamelt, maar je vermoedt dat er minstens een collectie Porches, Ferrari’s of Lamborghini’s in zijn garage zouden staan. Dat zo’n spelersmakelaar een verzameling lege doosjes zou bezitten,waar voorheen voor zo’n kleine 8 miljoen euro aan super de luxe uurwerken zouden ingezeten hebben, dat gelooft toch niemand. Natuurlijk ieder zijn hobby, maar toch… Is er iemand in dit voetbalschandaal al aan de pols gevoeld? Gaan ze de omkoopuurwerken uit de scheidsmouwen schudden? Loert het supportersvolkje vanaf nu naar de polsen van voetballers, scheidsrechters en clubmanagers, kortom naar iedereen die zich met transfers bezighoudt? Of roepen ze vanaf nu, bij elke mogelijk verloren partij, dat de wedstrijd getrukeerd werd?  Operatie Propere Handen ging van start en een aantal witwas-, fraude- en matchfixing- corruptiefiguren werden voor ondervraging opgepakt. Nog diezelfde avond kwam dezelfde roedel ‘rijke- criminele- mensen- verdedigingsadvocaten’ weer met hun aan aandacht verslaafde kop op de televisie blaten dat hun cliënten onschuldig waren. Dat ze alleen maar een beetje zwart geld met Dixan hadden wit gewassen of ze links of rechts misschien vergeten hadden een centje aan de fiscus door te geven. Enfin dat ganse miljoenentransferzaakje gelijkt meer en meer op een corrupte winstgevende mensenhandel.   Gepetto begrijpt het helemaal niet meer. Hoe kon zijn houten pop zijn leugen-dna nog zo kwistig aan advocaten en politici ronddelen? Hebben jullie je ook zo geërgerd aan al die politieke pulp en beleidsbagger? In allerlei kakelprogramma’s lulden alle politici de afgelopen weken elkaar de verdoemenis in. Leuk om te horen dat sommige draaikonten plots aan een soort chronische dementie leden als er met de vinger gewezen werd naar de tijd dat ze het zelf voor het zeggen hadden. Gaan we na de verkiezingen nu eindelijk gezonde, frisse en propere lucht krijgen of blijft het allemaal bij gebakken lucht? Links, rechts kattenvitesse, voetbal en politici in de tutterfles… Ik ben al lang blij dat al die lijsttrekkersdebatten nu eindelijk voorbij zijn, dan kunnen we nu eindelijk opnieuw over belangrijker dingen, zoals Zwarte Piet beginnen kwekken…   Sim, Edegem 17 oktober 2019

Sim
0 0

Frida (ABBA).

Frida is een vrouw met pure klasse. Een afwezige blik in de ogen, ogen met weemoed uit het Noorden, een verlegen glimlach en ze is eerder gereserveerd; wanneer ze spreekt, draagt zij die eenzaamheid die de miljoenen gezichten van Scandinaviërs tekenen. Als een gravure van voortdurend lijden die zelfbeheersing kenmerkt. Was Frida een kleur, zou zij absoluut de kleur rood zijn. Rood van vurigheid, passie en bloed. Kleur van de pijn van tranen en de wijsheid in het leven. Rood zoals in vrouwelijkheid en kracht, rood zoals in moed en intelligentie. Frida incarneert deze bron van kracht die uit het innerlijke niets met stille kracht uitbarst en waaraan je je graag verbrandt, jezelf toevertrouwt en jezelf uiteindelijk berust vindt.   Ze zegt van zichzelf dat ze niet zozeer dezelfde persoon is die mensen zien in allerlei videoclips en televisie optredens. Ze is een gevoelig persoon en die gevoeligheid wil ze ook beschermen. Dat komt ook door haar levensparcours. Op die weg ligt veel muziek en ook tegenslag en verdriet heeft haar pad gekruist. Er ligt muziek, liefde, huwelijken, pijnen en dood. Een leven met kinderen, verlies en eenzaamheid. Alles gaat in etappes. En na ieder ongeluk weet zij als geen ander hoe te herboren worden en het ongelukkige te laten rusten daar waar het moet rusten. Frida zegt van zichzelf dat ze alleen maar sterker kon worden door tegenslag. Om uiteindelijk rust te vinden.   Frida is een eenzaam iemand. Ze vindt er haar toevlucht in. Eenzaamheid is als een beschermend huis voor haar waarin ze kan zich herbronnen. Frida heeft eenzaamheid aanvaard als vriend en bondgenoot, niemand ontsnapt aan eenzaamheid. Je leert er ook positief mee om te gaan. Wanneer je even bij jezelf stilstaat is eenzaamheid je beste meester.   Frida heeft een eenzame stem, iets jazzy, haast fluweel, eenzaam en nostalgisch naar vroegere tijden. Binnenin ABBA neemt Frida de meeste nummers die niet als single worden uitgebracht voor haar rekening. Ze speelt de vrouw die getekend is door de gebeurtenissen van het leven. Ze is niet ongevoelig, ze is sterk. Ik denk aan “Knowing Me Knowing You” en evenzeer aan “I wonder” en “Should I Laugh Or Cry”. Nostalgie op zijn felst vind je terug in “Our Last Summer”. Angst in “The Visitors”, de lichtheid van musicals in “I Let The Music Speak” en een afscheid van het leven in “Like An Angel Passing Through My Room”. In “When All Is Said And Done” slaat Frida uiteindelijk opnieuw een bladzijde om. En ook al benijdde ze soms de keuze van leadvocal voor Agnetha in de meeste ABBA-nummers, vervult Frida haar rol als zangeres met elegantie, vastberadenheid en vreugde. Ze is, net als Agnetha, de briljante achtergrond zangeres net zoals Agnetha dat doet voor Frida. Twee zangeressen, twee stemmen, twee persoonlijkheden ook.   Frida is de afwezigheid van een moeder, een zus, een vriendin, een vrouw in het  leven. In “Summer night city” incarneert ze het avontuurlijke en wilde leven dat de nacht zo kenmerkt. Frida is er disco. Frida is disco. Frida speelt de kaart van sensualiteit en verleiding. Frida is een vrije vrouw. Frida mysterious disco queen. Cézanne zei ooit : “Als de kleur haar hoogste rijkdom bereikt, heeft de vorm zijn hoogste volheid”.   Frida beheerst deze volheid die de kleur rood zo kenmerkt, Frida is vol, sensueel en seksueel, Frida spuit lava. Rood van wat verboden is, rood van wat onbereikbaar is, rood van wat in verleiding brengt, rood om zich eraan te verbranden, rood van de intensiteit. Het mysterie en de onthulling ervan. Lichaam en ziel. In “Summer Night City” biedt de nacht alle mogelijkheden, waar ontmoetingen intens en vluchtig zijn en waar ’s ochtends “nothing’s worth remembering” is.   http://erwinabbeloos.over-blog.com/article-frida-37721233.html  

Erwin Abbeloos
282 0

Vandaag is het feest

Ik land voor het computerscherm en voel hoeveel slaap er ankert. Zijn. Bewust zijn. Geduldig meevaren op het ritme dat mijn lichaam aangeeft. Mijn verhaal, een eigen tempo. Luisteren naar de verschillende klanken die hierin schuilgaan.   Doel: een overtuigende motivatiebrief schrijven in het kader van een sollicitatie. Ik rek, strek en geeuw. Twee opties: Plan A: ochtenduren kan ik maar beter optimaal benutten. Van meet af aan 100% focussen is de boodschap. Het maakt niet uit hoe ik me voel. Komaan Joke, kruip in je pen! NU! Plan B: ik kijk naar m’n dampende tas thee, omarm ze en sluit mijn ogen. Ik voel hoe het ochtendzonnetje mijn gezicht verwarmt.   Mensen die mij goed kennen, zien in A én B waarschijnlijk een stukje van wie ik ben. Naast me hoor ik het woord genietertje vallen. Uit de mond van Hannes, m’n lief. Onbewust, bijna automatisch zo lijkt het, heb ik voor plan B gekozen.   Ik kan goed luisteren. Naar anderen. Dat hebben mensen met een fijngevoelige persoonlijkheid (Highly Sensitive Person) met elkaar gemeen. Fijn. Gevoelig. Weloverwogen benader ik het positief, want voor mij is het - pas sinds kort -  een krachtbron. Niet uit te putten. “Mag ik nu écht geen paar minuutjes van je aandacht?” M’n eigen lichaam schreeuwt. Brult, omdat ik niet luister.   Tandje bij. Zo dacht ik de slimste te zijn van ons twee. Net dat ietsje harder lopen, dat wilde ik òòk kunnen. Ik wilde de race uitlopen. Mezelf op-offeren was mijn sport, want ik wilde geen op-gever zijn. Als het hen lukt, mij toch ook?   Remmen én op de gaspedaal duwen. In één beweging, zo hard ik kon. “Amai, sleetig voor den otto”, hoor ik je denken. Hier en nu besef ik dat ik toen eigenlijk de doelen van iemand anders leefde. Met ‘boempatat’ een burn-out tot gevolg. “Mensen die hooggevoelig zijn, zijn daar nu eenmaal gevoeliger voor” weet ik van Ine, loopbaancoach bij The Wellbeing Company.   In de verte m’n doel zien. Datzelfde ogenblik op pauze drukken. Twee wegen, kilometers uit elkaar. Wendi, de psychotherapeut die naast me staat op mijn pad, ziet in deze twee wegen twee verschillende systemen: het jaagsysteem en het zorgsysteem. Het jaagsysteem zorgt ervoor dat we ‘s ochtends ‘ons bed uit komen.’ Het geeft een bepaald doel aan onze dag. Jagen verliest echter zijn positieve kracht wanneer we geen of onvoldoende herstelmomenten inbouwen.   Drive wordt over-drive. Een pauze nemen daarentegen, geeft je toegang tot je eigen zorgsysteem. Het is een systeem dat doet relativeren, eerdere succeservaringen opgraaft enzovoort. Blijf jij in het jaagsysteem hangen? Dan word je een kip. Wel eentje met de kop eraf. Je hoofd staat niet langer in verbinding met je voeten, dus helder denken lukt niet meer. Een gevaarlijk beestje. Ik, voelen en luisteren naar mezelf niet binnen handbereik.   Rust en herstel voeden onze innerlijke batterij. Cruciaal voor zo’n fijngevoelig mevrouwtje als ik. Bij fijngevoelige mensen lekt die batterij wat vaker. Dankzij psychotherapie weet ik nu dat dit te maken heeft met de neurologie van ons brein. Hoe zit het bij jou? Op welke grond staat jouw boom? Eén van de eerste vragen die Wendi op m’n bord smeet. En of ik haar daar dankbaar voor ben.    Doelen stellen. Voor mezelf zorgen. Het één staat het ander niet in de weg. Dat hoeft ook niet, leert psychotherapie me. Een doorbraak. “Ik heb van de natuur te véél doelgerichtheid meegekregen, waardoor ik moeilijker kan doseren.” Daar was ik nu eens écht van overtuigd, zie! Nu, terwijl ik vol goeie moed herstel van mijn burn-out, mag ik daarin groeien.   Als een wonder is het, merken hoe ik doseren de laatste tijd ervaar als een keuze. Ik selecteer activiteiten met mijn energieniveau als leidraad. “Het lukt me niet, ik voel dat ik vandaag te moe ben, maar ik spreek heel graag een andere keer af.” Heb ik een drukke week voor de boeg? Als voorloper zorg ik voor vééééél momenten die mijn ogen doen blinken. Yin en Yang. Balanceren, zoals m’n goede vriendin Katleen alles mooi samenvat. Een oefening, ook voor haar. Maar wij kunnen dat, samen. Onze innerlijke batterij opladen. Niet enkel na maar vooral ook vóór de drukte.   Van mijn huisarts krijg ik de ruimte om me dit patroon eigen te maken alvorens ze me arbeidsgeschikt verklaart. Het was ijzersterk, mijn sociaal vangnet. Ikzelf voelde me allerminst zo. Klein. Bang. En dat notabene van mijn eigen hoofd. Dus ga maar. Maak van de consultatieruimte van je huisarts een veilige plek waar je met je zwarte gedachten altijd heen kan. Moed, niet langer over-moed. Dat vier ik vandaag. Kleuren, lezen, wandelen, theetjes slurpen, yoga, koken, wolken kijken. Ondergesneeuwd en diep bevroren, zo voelde dit alles al lange tijd aan. Stuk voor stuk heb mezelf àl die dingen opnieuw aangeleerd de afgelopen maanden. Ze voeden mij vanbinnen, weet ik nu. Belangrijk, want zo loopt mijn batterij minder snel leeg. Een plekje in onze living doopte ik om tot de zelfzorghoek. Omdat je mag zijn wie je bent. Slaperig? Vol energie? Alles is oké. Welkom.   Geen feest zonder muziek, toch? De fijngevoelige ik geniet daar intens van. “It makes my heart sing” zo beschreef Eva mij dit gevoel onlangs. Ik pluk er het ingetogen ‘Indigo Night’ uit van Tamino. Het is één van de fundamenten van theaterstuk ‘Sue me modderfokker’, waarin Mathijs Scheepers een eigen versie zingt. Een aangrijpend stuk over een véél te vroeg geboren jongetje.   Kort na het zien, voelen of horen van iets wat me raakt, komt een gruwelijk monster uit zijn kooi. Een hamer op mijn hoofd en schouders. Een verdovende prik. Mijn hele lijf lam. Pijn. Bijna niet te dragen. Niet één, maar twee dagen lang. Elke keer wanneer ik me over-prikkeld voel, voelt het zo. Dit keer loopt het anders. Ik merk hoe mijn volledige gestel rustig achterover leunt, als observator. Zijn verhaal, niet langer automatisch ook het mijne. Niet vanzelf overnemen, wel toekijken. Afstand. Wonderlijk. Iets om te vieren.   En jij, wat vier jij vandaag?   Waarom ik je schrijf en waar de naam âtma precies vandaan komt, lees je binnenkort.   Heel veel liefs Namasté (een groet uit het Sanskriet: ‘ik buig voor jou’)

âtma
0 0