Lezen

Zomerdagboekje Juli 2015 - Juan de winterkoning

Natuurdagboekje juli 2015: Steracteur winterkoning, een echte Don Juan (Troglodytes troglodytes) Een keuze maken tussen al mijn belevenissen is een zware taak. Schrijf ik over het egeltje dat ik dit jaar ontmoette bij valavond op mijn grasveld? Of over de bonte vliegenvangers die elk jaar terugkeren vanuit het zuiden en die ondertussen al een kleine populatie vormen hier in het bos? Of over de kikker die in de prille lente voor mijn deur had postgevat, zodat ik er haast over struikelde? Ik zette het beestje met een stukje keukenrol in het struikgewas, maar vergat het te kussen… tja… dat is dus heus wel een gemiste kans! Ik zou jullie ook kunnen vertellen over Guust de kraai die een nieuw nest bouwde vlak voor mijn huis. Een prachtige locatie, maar niet zo veilig want de eekhoorns en de eksters belaagden het van in het prille begin. Het jong van Guust stierf dan ook in mijn handen… het was uit het nest gevallen en mijn onhandige poging om hem te redden versnelden enkel zijn jammerlijk einde.Het is niet allemaal Disney hier, ook in een sprookjesbos lopen sommige verhalen niet goed af. Een nestlocatie zoeken is voor mijn gevederde bosvrienden een zaak van leven of dood. Letterlijk. Als wij mensen een verkeerde woonlocatie uitkiezen, worden we meestal geplaagd door wat ongemak, maar voor vogels kan een verkeerde keuze zware gevolgen hebben. In de natuur geldt de regel nog steeds: eten of gegeten worden. Ik bewonder de energie die vogels steken in het ouderschap dan ook mateloos. Ze hebben héél veel over om te zorgen voor een gezond en kwiek nageslacht! Tegen augustus - ruitijd - huppen of fladderen de meesten dan ook rond met een pluimenjas die tot op de draad versleten is. Van alle broedende vogels die ik hier opvolg, vind ik het verhaal van Juan de winterkoning toch het bijzonderste. Een winterkoning is goed herkenbaar aan zijn rechtopstaand staartje. Het is een kleine vogel tot 9 cm groot die heel actief is. Hij leeft van insecten en het mannetje maakt meerdere nesten, waar het vrouwtje er eentje van uitkiest om in te gaan broeden. Sommigen noemen hem dan ook wel ‘de immobiliënmakelaar van het bos’. De winterkoning maakt een koepelvormig nest. Hij gebruikt mos en gras om zijn nest te maken. Wanneer het vrouwtje een keuze heeft gemaakt, bekleedt het mannetje het nestje met veren. Als zij op de eieren zit probeert het mannetje een ander vrouwtje op één van de andere nesten te lokken. Je leest het, een echte ‘moderne man’ is de winterkoning niet.Maar Juan is heus wel bijzonder. In 2008 merkte ik hem voor het eerst op toen hij een nest bouwde in een sierkrans die als een pronkstukje aan de wand van mijn houten huisje hangt. Het is een plekje pal boven de houten tuinbank, waar ik op zomerse dagen vaak vertoef. Bij de ‘bouwwerken’ wist Juan dus héél goed dat ik het project zou kunnen opvolgen en eventueel kon verstoren. Het werd een prachtig nest dat al vlug bewoond werd door een vrouwelijk winterkoninkje dat ik de naam Cléo gaf omdat ik vond dat het vrouwtje een iets markantere ooglijn (à la Cleopatra) had. Maar dat is louter suggestief want het onderscheid tussen een vrouwelijke en mannelijke winterkoning is niet te bespeuren door een menselijk lekenoog. Cléo had al gauw een nestje met een stuk of vier kleintjes. Ik volgde alles van dichtbij op en schreef over hen in mijn eindwerk Natuurgids dat ik nét die periode aan het uitschrijven was.Milou, mijn toenmalig hondenmaatje, beschermde het nest héél goed tegen de eekhoorns die de locatie spijtig genoeg al gauw ontdekt hadden. Het was aandoenlijk te zien hoe Cléo onbevreesd voorbij de zware hondenkop van Milou tippelde… ze wist verduiveld goed dat ze een pracht van een bodyguard gevonden had. Toch was deze beschermengel-hond niet àltijd aanwezig en op 30 juni 2008 werd het nest tijdens onze afwezigheid geroofd. Wat bebloede veertjes en een vernield nest, dat waren de getuigen van het drama dat zich had afgespeeld. Ik was ontroostbaar. Juan - die zoals de boeken verhalen het opvoedkundig aspect volledig aan zijn eega overlaat- kwam die zomer nog regelmatig op bezoek en fladderde dan zenuwachtig in en uit het vernielde nest. Ik kon het hem niet vertellen, de leegte was groot. Dat zelfde jaar in augustus verraste Juan (of Cléo?) me met een bezoek in het gezelschap van enkele wattenpropjes… enfin zo zagen ze er toch uit. De dappere oudervogels hadden blijkbaar een nieuw broedsel dat dit keer helemaal gelukt was en waren ook de oude nestlocatie niet vergeten. Vertederd zat ik achter mijn raam te kijken hoe de volwassen winterkoning de kleintjes aanleerde om te ‘landen’ op de - voor deze taak uitstekend uitgekozen - houten tuinbank. Ook het aanvliegen naar het half vernielde nest was duidelijk een goede oefening voor het kleine grut dat er aandoenlijk uitzag met hun nog steeds verwarde veertjes op de piepkleine vogelkop. Dit vogelverhaal leerde me dat, een mooie locatie niet altijd een goede locatie is, en ook: eens het nest ontdekt is door predators, is het haast onmogelijk om de jongen te beschermen. In de daaropvolgende jaren zag ik Juan (of één van zijn nazaten?) regelmatig terugkeren naar de ruïne van het oude nest. Hoe oud een winterkoning wordt weet niemand precies, maar het feit dat deze vogel de locatie van het nest zo goed kende, doet me toch vermoeden dat het een ‘oude bekende’ was.Dit jaar, zeven jaar na de eerste poging, bemerkte ik dat Juan (?) opnieuw de krans aan het inrichten was! Een nieuwe poging.Ik hield mijn hart vast.Uiteindelijk zou de beslissing toch genomen worden door een vrouwtje winterkoning, dus het nest bleef misschien enkel fungeren als ‘modelappartement’.Enkele weken later zag ik dat de winterkoning het nest afwerkte met de witte hondenhaartjes van mijn adoptie hondje Westie (een witte terriër) en toen wist ik het: het nest was terug uitgekozen én bewoond. Vandaag leef ik in blijde verwachting….De jongen zijn ondertussen uit het ei en worden met héél veel zorg grootgebracht door moeder winterkoning die als een klein jachtvliegtuig over mijn terras zoeft, zich totaal niet storend aan onze aanwezigheid. Net zoals indertijd Milou, fungeert Westie als beschermer van het jonge kroost en zelfs in deze hitte ligt hij onder de tuinbank te waken zodat er geen ongure elementen in de buurt kunnen komen. Een tuinparasol zorgt voor schaduw en bemoeilijkt ook het aanvliegen van grotere roofvogels.Moeder winterkoning zorgt uitstekend voor haar 3 jonge bengels die met deze zomerse hitte door het gat van het mooie nest hangen te koekeloeren.Het gevaar is nog lang niet geweken, maar een ‘Happy End’ is ons enige einddoel.We doen ons best. Een hoopvolle groet vanuit een zuiders aandoend sprookjesbos,Carine  

Bosfee
5 0

Een gelukkig mens

Een gelukkig mens - 5 maart 2015 Johan, ‘de mantelzorger’ ( ref.: columntekst van april 2014) schreef me: ‘17.30“Dag dokter, ik ben blij u te zien”“Wat hebt u een mooie tuin mijnheer Faber!““Wilt u hem graag zien, dokter? Hebt u genoeg tijd?”“Ik heb alle tijd van de wereld, mijnheer Faber.”Een half uur later, na een uitgebreide tuintoer.“Bent u absoluut zeker over uw beslissing mijnheer Faber?”“Dokter, het is niet omdat u mij met veel moeite de tuin nog hebt zien rondlopen, dat ik van gedachte ben veranderd. Doe nu maar dokter, ik ben helemaal klaar.”Innis, de poes, zet zich op de rug van de fauteuil en zal daar blijven zitten.“Ik ben een gelukkig mens,” zegt Paul tegen zijn vrouw en dochter.En glijdt weg om 18.40.En alles wat blijft is liefde.’Midden in mijn bucolisch drukke bestaan treft het nieuws me, verwacht en toch onverwacht.Johan brengt het nieuws op zulke cryptische tactvolle wijze dat mijn tranen een uiting van emotie zijn, een mix van verdriet en dankbaarheid. Ik glimlach door een mist van tranen omdat ik voel dat Paul voortleeft in ieder van ons die hij even heeft aangeraakt.De betrokkenheid... Dank je.De moed om je eigen koers te blijven varen… Dank je.De wijsheid om zachtheid te ontdekken in het verborgene….Dank je.Ik voel me onwaardig en vereerd tegelijk en heel triest maar ook blij.En fier... fier dat ik Paul heb mogen kennen. Te kort in mijn gulzigheid. Ik kende Paul via Selene, nog niet eens zo lang, maar zij openden mijn ogen en lieten me kijken in hun wereld vol levenswijsheid, integriteit en vergeving. Het leven dient zich aan en past als een puzzel in elkaar, alles wat je nodig hebt, wordt je aangeboden.In onze snelle maatschappij hebben velen het gevoel dat ze ‘geleefd worden’ en ze herkennen de keuze niet meer die je telkens wordt aangereikt. Ze vergeten te kijken, en ze vergeten te luisteren.Vaak hebben mensen medelijden met me omdat ze denken dat ik met ‘beperkingen’ leef, maar dat is helemaal niet zo. Ik leef met een rijkdom aan waarden en normen en heb de tijd om ze te mogen ontdekken Ik ben een gezegend mens. Ik zie en tracht te luisteren, steeds meer. Alles wordt dan zo eenvoudig.Het leven is een ontdekkingsreis van avonturen als je de sprong wil wagen. Paul was zo’n ontdekkingsreiziger, een levenskunstenaar met groot verantwoordelijkheidsgevoel. Hij hapte in elke dag als was het een rijpe vrucht. Het sap droop hem van de kin en hij smakte, met zijn ogen half toegeknepen, genietend. Carpe Diem.Ik neem dàt deel dat hij me gaf mee in mijn ziel. Ik waag de sprong en bijt in dat leven. Het is in feite heel eenvoudig…gewoon jezelf blijven en luisteren naar de stem van je hart. Op mijn levensreis ontmoet ik steeds meer mentoren, mensen die verstopt liggen onder het betweterig deken van onze oppervlakkige maatschappij. Hun verhalen zijn zo waardevol want zij weten waar de echte waarde in verscholen ligt. Een levenswijsheid die al die culturele trends en materiële verslavingen van zich afgooit tot die ene kern terug wordt vrijgemaakt. En die kern is Liefde. Liefde voor het leven, Liefde voor je naasten, en vooral ook Liefde voor jezelf. Ik ga naar buiten, adem de frisse lentegeur diep in en wandel naar de Turkse boomhazelaar die Paul voor me plantte. De knoppen staan klaar en vol leven. Het gezang van de koolmezen doet me glimlachen…ze toeteren niet, maar zingen hiep-diep-hiep-diep…Je bent nog steeds erg dichtbij mijn vriend, in alles wat leeft. Dank je.    

Bosfee
30 0

Après Milou - Juli 2013 - Reisverhaal, Rouwverwerking, Dierenliefde

    Après MilouJuli 2013 – Frankrijk  Tintin & Milou, de laatste reis. 7 juli “Alleen als je je verzettegen wat er gebeurt,ben je overgeleverdaan wat er gebeurt.Dan bepaalt de wereldje geluk en ongeluk.”Eckhart Tolle Het afscheid met mijn maatje nadert. Ik heb altijd gevraagd aan Milou om het me duidelijk te maken als het haar tijd is en dat doet ze nu, ze bekijkt me met diepwarme bruine ogen en spreekt tot m’n hart: “ Het is tijd om los te laten vrouwke, deze laatste reis moet ik alleen maken”En wat een fantastische reis zal het zijn, ze heeft het zo verdiend.Milou was vanaf de eerste dag een verrijking in mijn leven, niet één wezen heeft me zo geraakt en gemaakt zoals zij dat deed. Ze bracht het beste in me naar boven, en maakte me steeds weer aan het lachen, zelfs in mijn donkerste dagen. Leven in een ‘menselijke wereld’ heeft me wantrouwig gemaakt. Ik kan niet zeggen dat ik géén liefde heb gekend, maar ik kan wel zeggen dat er nooit standvastigheid zat in mijn menselijke relaties. Zulke gedragspatronen beginnen al vroeg, tekenen je vroeg, en een diagnose zoals MS, met al het inconsequente dat zulke conditie met zich meebrengt, helpt niet echt.Mensen houden vaak van me, adoreren me haast, als ik gevend kan zijn. In momenten zoals deze voel ik steeds weer dat ik me niet altijd omring met personen die me ook onvoorwaardelijk steunen, en ik weet het… het is zo cliché en al zo vaak verwoord, maar de liefde van een hondje is zo verdomd onvoorwaardelijk.Niet dat Milou ooit slaafs was. Met haar sterke persoonlijkheid kon ze me perfect duidelijk maken als ik over de schreef ging in m’n bazigheid, net zoals ik haar kon begrenzen als ze het te bont maakte in haar hondengedrag. Kortom, onze relatie was er een van evenwicht, van balans, van perfecte harmonie en communicatie.Ze gelooft in me, en doet dat nog steeds, zelfs bij deze allerlaatste deksels moeilijke beslissing. Milou maakte ook dat ik me de luxe kon permitteren me min of meer te isoleren met haar hier in het bos. Ze vulde mijn wereld met haar liefde en samen met haar had ik geen behoefte aan een overloop van contacten.Mijn reizen met haar waren zàlig. Kuifje en Bobby op avontuur. Tintin & Milou.In 2007 naar Kreta met de auto en de boot. In 2010 onze doorreis door la douce France naar Spanje. Mensen verklaarden me gek want de kans op een opstoot was steeds reëel aanwezig, maar dat was me een (honden)worst: ik had mijn Milouke bij me die telkens vanop haar achterbank met me meekeek naar de betoverende landschappen om ons heen.De tussenstops plande ik zorgvuldig zodat het nooit té vermoeiend werd en Milou keurend de hotelkamer kon afsnuffelen die ik voor haar en mezelf had gereserveerd. Als ze met een zuchtende grom neerzeeg in haar mandje en begon te sabbelen aan haar kluif wist ik dat het goed was. Hoe ik ga omgaan met die leegte straks weet ik nog niet.Mijn sociaal vangnet is zéér klein en hopelijk sterk genoeg om mijn zwaargewicht verdriet op te vangen.Het zal wennen zijn, want ditmaal ga ik de wereld nodig hebben…Mijn bos zal me omarmen maar is ook totaal verweven met mijn leven met Milou, en ik weet niet of ik dat ga aankunnen. Toch niet meteen, ik heb vluchtwegen nodig. Op dit moment geven mijn virtuele contacten me enorm veel troost. Ik weet dat netwerken zoals Facebook vaak totaal verkeerd gebruikt worden maar geloof me, soms spelen ze toch wel een troostende rol.Zeker nu. Fysiek menselijk contact zou me in deze fase van afscheid nemen, op mijn zenuwen werken. Ik ben totaal gefocust op de eenheid tussen Milou en mezelf, en heb wel behoefte aan warmte, maar niet aan aanwezigheid. Maar straks ga ik meer dan dat nodig hebben.Straks gaat de eenzaamheid en de leegte me dreigend proberen te verzwelgen, en dan heb ik de draagkracht nodig van échte mensen, geen lettertjes op een virtueel scherm. En dan zal ik moeten vertrouwen op mezelf, en op mijn kwaliteit als overlever.Dan zal ik terug naar buiten moeten stappen, om aan te kloppen aan gastvrije deuren terwijl ik hoop dat er ook aan mijn deur wordt geklopt.En zo… gaan we allebei op reis, Milou en ik, met flarden van onze liefde voor mekaar in onze zielen, als een haast onzichtbare nevel bij zonsopgang, subtiel maar steeds aanwezig. Essen, 11 juli 2013Helemaal gepakt en klaar om morgen te vertrekken.Het voelt goed aan.Daarstraks mijn huisje gepoetst en de afwas van enkele dagen weggewerkt want ik ben amper thuis geweest na maandag. Ik ontvluchtte het huis en het bos, zo verweven met Milou. Haar achterlaten in het crematorium van Roosendaal was het hardste dat ik ooit had moeten doen, het verscheurde me en ik reed verblind van tranen naar huis terug, gelukkig geleid door Lucy (de GPS) want anders was ik waarschijnlijk blijven rondjes rijden. De pijn de eerste dagen was golvend en ondragelijk scherp. Als ik in gezelschap was dan ging het wel, het medeleven van mijn omgeving was een echte zalf op de wonde. Maar alleen kwam de eenzaamheid en het gemis steeds weer terug als een mokerslag en huilde ik tot ik geen tranen meer had.Soms zat ik in haar hondenhok op mijn knieën te snikken en s ’avonds maakte ik als een idioot mijn rondje in het bos, net zoals ik altijd al gedaan had met Milou.Ik stelde me dan voor dat ik haar vanuit het donker zou zien aansloffen, maar de duisternis bleef akelig onbewogen. Ik was alleen. Pas toen ik haar woensdag terug ging halen en ik haar urne hier op de kast zette kwam er een kentering in mijn verdriet: ze was terug thuis. Nu kon ik afsluiten en rouwen.En dat rouwen werd me gemakkelijk gemaakt door alle open deuren van warmte en hulpvaardigheid die ik overvloedig tegenkwam. Ik besef nu dat ik me al een hele tijd had afgesloten voor de wereld en was verbaasd dat diezelfde wereld me omhelsde in zijn warmte.Wat ik in elke dagen meemaakte, de hulp die ik kreeg en de troost die me werd aangeboden was zo overvloedig dat het me deed duizelen. Maar ik nam het dankbaar aan en besefte dat dit het geschenk was van Milou aan mij: fysiek was ik haar verloren en ik miste haar, haar ziel gaf ik de vrijheid maar haar zachtheid heeft ze me geschonken en draag ik verder in mijn hart mee. De gedachte aan haar doet me glimlachen, en overal kom ik haar tegen in huis…. Haartjes van Milou, spullen van Milou, foto’s van Milou, haar schilderijtje… In mijn auto ligt de plaid met haar beeltenis in verwerkt zodat het net is of ze straks met me meereist en over de auto waakt. Het voelt allemaal zo natuurlijk aan, we hebben het goed gedaan, zij en ik. We hebben een mooi leven beleefd. Ze bracht het beste in me naar boven en die sporen zijn nu méér voelbaar dan ooit. Ik ben altijd heel bang geweest voor dit moment maar nu begrijp ik dat afscheid nemen even tastbaar is als het leven zelf . We waren er klaar voor, en we gaan nu verder. Het gemis zal blijven, want het doet pijn dat Milou er ‘nooit meer zal zijn’ zoals de kleine Simon het zo prachtig verwoordde. Maar wat Milou heeft gegeven dragen we mee, niet alleen ikzelf, maar al diegene die zij met haar puurheid heeft beroerd. Morgen vertrek ik, om straks terug thuis te komen, en dat is goed.Slaapwel.In Lux bij Voske en Brego In feite is mijn vlucht geen vlucht, eerder een bedevaart. Een omzwerving die ik maak om alles een plaats te geven en Milou is in gedachten steeds bij mij. De rit naar Luxemburg hadden we altijd samen gemaakt, en het voelt een beetje onwennig aan dat ik haar bij mijn plas-stop niet maar kan uitlaten en me zo maar ergens kan parkeren, zonder te moeten uitkijken naar een veilige, schaduwrijk, groen plas-plaatsje voor haar.Als ik terug wandel zie ik een oudere heer met een haast nog oudere hond een wandeling maken. Ik glimlach als ik de grijze snoet aanschouw en denk: “Geniet!”. Het lopen gaat een beetje moeizaam, de MS-beesten zijn wakker en rukken op, klaar om gewelddadig te profiteren van mijn verzwakt immuunsysteem. Mijn linkse zijde voelt erg sponzig aan en onder mijn voet is een plek die totaal gevoelloos is, net of er een prop wat onder de bal van mijn voet is geplaatst, heel gek. Het zijn gevaarlijke tijden voor een opstoot maar ik negeer de symptomen en ga stug door. De MS heeft me nog nooit geketend. Mijn hondje liep tot de laatste dagen met stramme pootjes haar wandelingske uit en het vrouwke zal daarin niet minder doen. Rond een uur of drie draai ik dan de laatste bocht om en zie ik de vertrouwde figuur van Voske staan, die haar Tayberry-struiken aan het leiden is in de voortuin. Haar totale concentratie maakt plaats voor een warme welkom blik als ze me herkent en haar stevige knuffel voelt aan als een lading warme energie die door me stroomt, het is goed dat ik hier ben. Zo warm, zo welkom, zo helend.Brego, de Engelse Pointer en dikke vriend van Milou, staat te trappelen en te janken, hij snapt het niet dat Milou er niet bij is en begrijpt niet dat ze niet fluks uit de auto springt. Hij kijkt me een beetje verwijtend aan en blijft ook de volgende dag nog verwachtingsvol naar mijn groen karretje kijken, net of het één of ander toverdoos is waar Milou in zit opgesloten.‘Neen, lieve Brego, Milou is er niet meer, Milou is er nooit meer, maar haar gedachte is hier bij ons, en haar guitige ogen kijken me aan vanop haar plaid in de auto ‘. Ik voel me meer en meer ontspannen.Voske en ik drinken een koel sapje in haar tuin en praten bij… het is weer al veel te lang geleden, de tijd gaat zo snel. Ook bij haar besef ik hoe ik me de laatste maanden totaal heb afgesloten van de wereld, helemaal gefocust op mijn laatste dagen samen met Milou.S ‘avonds gaan we uit en eten en voor het eerst geniet ik terug van een heus lekkere maaltijd, het hele bord (vis met saffraan) glijdt naar binnen en met een gevulde buik begin ik schaamteloos te gapen. Moe, zo moe, zo veilig en omhelsd.Ik duik het bedje in van ‘mijn’ logeerkamer en met een laatste blik op het plekje waar Milou der mandje bij vroegere logeerpartijen stond slaap ik vast en diep tot de ochtend. Nabij Dijon – 15 juli – Vive la France ?“Uw kamer bevindt zich op de tweede verdieping, nummer 8, de sleutel zit op de deur”, zei de man zuur terwijl hij op het papiertje keek dat op het rolluik van de gesloten receptie hing. Ik had het natuurlijk geweten dat het restaurant van deze Logis gesloten was op maandag maar blijkbaar was er dan ook in het hotel geen service aanwezig en dat kwam op zijn minst kil over.Ik keek naar de steile houten trap en voelde mijn been al mopperen. “Is er een lift om met de bagage naar boven te gaan?” , vroeg ik voorzichtig.“Geen lift, enkel trappen” antwoordde de bleke ‘patron’ terwijl hij zijn wenkbrauw even misprijzend optrok. Het was heus dapper van me om toch nog verder te gaan: “Nog een laatste vraag, ik zie geen parking en sta hier een eindje vandaan met de auto op het kerkplein”.“Goede keuze”, antwoordde hij kort terwijl hij gehaast op zijn klok keek , “ dan staat u voor niemand in de weg”.Niet van plan me te laten intimideren waagde ik hem nog te vragen of ik ergens in het dorp nog een kleinigheidje kon eten.“Non, alleen in de stad, in Dijon” Mijn beurt om afkeurend m’n wenkbrauw op te trekken, want ik boekte geen hotel een eindje buiten de stad om daarna terug nààr de stad te moeten rijden. Het onthaal was erg mager, terwijl de rekening morgenvroeg vast wel ‘Bourgondisch’ zou zijn. Wat later sleurde ik mijn frigobox en wat toiletgerief de trappen op naar de tweede verdieping. Gelukkig was Milou hier niet bij, bedacht ik, ze zou niet eens naar boven kunnen. Met een zucht installeerde ik me in de muffe kamer en wierp de ramen open. Het uitzicht was fenomenaal, dat moet gezegd worden. Het hotel bevond zich op een heuvel boven de stad en buiten het prachtige vergezicht keek je ook nog uit op het terras beneden dat grensde aan een knus aangelegde tuin. Op andere dagen (buiten deze sluitingsdag) zou dit plekje waarschijnlijk een stuk meer gezelligheid uitstralen. Ach, ik moest niet zeuren, morgen was ik al bij Jill en haar gezin, het alleen –zijn duurde maar heel even en niet op restaurant gaan scheelde me weer wat in mijn portemonnee. Daarstraks had ik het ook eenvoudig gehouden, ik was het gewend om niet in één of ander wegrestaurant gaan eten, maar met een baguette, kaas en wat fruit, gezeten op de bumper van mijn kofferbak, naar de gele korenvelden te kijken langsheen de pittoreske route nationale. Ik betrapte me erop dat ik vele gewoontes van vroeger gewoon aanhield, omdat ze me vertrouwd waren of omdat ze me het gevoel gaven dat Milou dan nog een beetje bij me was? Ik sneed met mijn opinel-mes een stuk kaas af, nam een stoel en zette me in het raamkozijn van mijn hotelkamer.Milou was heel de rit in m’n gedachten geweest. Nu ik opnieuw alleen was en de gezellige afleiding van Voske en Brego moest missen, kwam de eenzaamheid terug als een mokerslag binnen. Mijn ratio vertelde me dat het goed was zo, dat we een mooi leven hadden gehad samen met veel liefde en ongelooflijk veel avontuur, en dat ik de juiste keuze had gemaakt door haar te laten inslapen.Mijn hart keek altijd in mijn achteruitkijkspiegel naar haar afbeelding op de plaid. In mijn geest zat ze dan terug naar buiten te kijken, haar neus tegen het kantelraampje om de lekkere luchtjes buiten op te snuiven. Wat reisde ze toch graag met me mee…Tranen bingelden alweer over mijn wangen terwijl ik tegelijk ook genoot van de duikvluchten van enkele speelse boerenzwaluwen die me in de gaten hadden.De laatste dagen voelde ik me 100% leven, en wist ik het weer helemaal : je wordt als vrije mens geboren, en je leven heeft pas zin als je die vrijheid ook bewaart in je hart. Mijn samenzijn met Milou had me daarin niet verzwakt, integendeel.Ik had er alle vertrouwen in… dit was goed, deze reis zou bepalend zijn voor mijn verdere leven. Het was een kruispunt, een leerschool in loslaten zodat ik terug thuis kon komen, zonder gevangene te zijn van m’n eigen verdriet. Gorges du Tarn – 17 juli 2013 Gisteren aangekomen in de camping bij Jill, Donald en Simon.Jill en de kleine Simon stonden aan de ingang en gaven me zo’n hartelijke welkomknuffel dat ik het natuurlijk weer niet droog hield. De tissues lagen trouwens al langer naast me, want haast om het kwartier was er wel één of ander mooi liedje dat m’n tranenvloed triggerde. Het was de eerste keer dat ik met deze auto een langere reis maakte en één van de vele luxe-gadgets er aan was een Cd-speler met niet-speciaal-gekozen, maar toch pakkende muziek.Mijn tranen waren uiting van een rustig verdriet, want in de muziek ondervond ik ook dat het afscheid met Milou een héél natuurlijk afscheid was, eentje dat je alleen maar verrijkt achterlaat zodat je gesterkt verder kan. Het deed pijn, maar was niet te vergelijken met het gevoel van achtergelaten en gedumpt te worden door een verkeerde partnerkeuze. Ik was gewoon érg dankbaar dat ik Milou gevonden had, al die jaren geleden in het asiel van Schoten en fier dat ik haar gekozen had en voor een zeldzame keer mijn intuïtief aanvoelen had laten primeren boven mijn ratio. Zou ik meer moeten doen… Gorges du Tarn – 21 juli 2013Het daadwerkelijk schrijven is enkele dagen in het vergeethoekje geraakt, opgeslorpt door de warme omhelzing van Jill en haar gezin die me adopteren alsof ik gewoon deel van hun mooie geheel ben. Heerlijk.Het campingleven bevalt me gek genoeg enorm goed en dat had ik absoluut niet verwacht.In het bos leef ik een beetje als een kluizenaar en mijd ik sociale contacten en ik moet eerlijk zeggen dat ik de vele ‘menselijke geluiden’ daar als storend ervaar. Hier op de camping, gelegen aan de prachtige Tarn met zicht op de Gorges, zitten er heel wat meer mensen op mekaar gepakt als in mijn woonbos, maar is de rust wonderlijk steeds aanwezig. Er heerst enorm veel respect voor mekaar en ondanks de verschillende taal-en cultuurverschillen worden onuitgesproken regels feilloos opgevolgd. Ik slaap in een piepklein trekkerstentje -geleend van m’n dierenartse- vlak naast de groter gezinstent van Jill en Donald en de kleine Simon. In en uit de tent kruipen was heus een ‘ongemakkelijke bedoening’ met mijn slechter links pootje en mijn gezegende leeftijd. Tot ik ontdekte dat mijn trouwe wandelstok Felix hier weer eens een onfeilbaar hulpmiddel in kon zijn. Oefening baart kunst en na enkele dagen strompel ik toch ietwat eleganter uit mijn knusse Zen-holletje. De organisatie van heel dat camping-beleven is blijkbaar zoiets als fietsen: je geraakt even de pedalen kwijt maar je bent héél snel in het oude ritme terug, zelfs al is het een kwart eeuw geleden. Kamperen is trouwens een stuk comfortabeler geworden dan vroeger, en ik voel in m’n botten dat deze herhaling een begin is van ‘nog’. Dicht bij de natuur leven is toch wel echt mijn ding.Ook mijn kluizenaars gevoel raak ik hier helemaal kwijt. Het samenleven met dit jonge gezin bevalt me prima, en de kleine Simon laat in zijn ontspannen puurheid -nog niet omgevormd tot de soms hypocriete gedragscode van ons volwassenen- spontaan merken dat ik er ook echt wel bij hoor. Ik vind het heerlijk om niet eens mijn best te moeten doen, maar gewoon aanvaard te worden in mijn pure zelf-zijn. Dit smaakt naar meer.Morgen scheiden onze wegen zich weer. Donald, Jill en Simon vertrekken naar huis terwijl ik mijn terugtocht nog even uitstel met een kleine omweg naar de streek waar ik ooit mijn hart aan verloor: de Provence.In Arles heb ik een hotel geboekt waar ik ooit al eens verbleef met mijn moeder. Het ligt pal in het centrum en laat me dus toe om een paar plekjes te gaan bezoeken die ik toch wel even terug wil opsnuiven nu ik zo dicht in de buurt ben.Wordt vervolgd…. Arles, in het hart van de Provence 22 juli Vanmorgen afscheid genomen van Jill, Donald en Simon. Het samen opruimen van ons tentenkamp was een mooie afsluiter van een harmonieuze week en toen ik Simon in z’n autostoeltje nog eens een dikke pakkerd gaf fluisterde ik hem toe dat ik het héél leuk had gevonden. “Ik ook”, glunderde hij, en meer moet dat niet zijn. We reden samen de heling op naar de uitgang van de camping en toen scheidden onze wegen zich: zij reden noordwaarts naar huis en ik dook nog een beetje meer naar het zuiden, naar het hart van la douce Provence vlakbij de Camargue … Arles.Ik had daar pal in het centrum een hotel geboekt waar ik twintig jaar geleden ook was geweest met Mama, en het was in feite nog moeilijker geworden om m’n weg te vinden doorheen die wirwar van kleine straatjes in het prachtige oude stadcentrum. Dit keer had ik wel een hotelkamer geboekt mét parking, maar ik moest eerst wel arriveren natuurlijk. Na wat sukkelen, héél traag rijden en charmante hulp van de lokale bevolking kwam ik toch op m’n bestemming waar ik weer werd verwelkomd door een norse hotelmanager (zijn er nog andere?). Mijn gereserveerde parking was pas later vrij, dus ik moest me maar even dubbel parkeren, zodat het millimeterwerk was om langs mijn auto te passeren, iets wat in la France gewoon wordt aanvaard. De chauffeurs reden feilloos doorheen het nauwe gangetje tussen mijn auto en de bepleisterde straatmuren, maar écht gerust was ik er niet in.Mijn gepruttel werd gesnoerd met een strenge blik van de hotelmanager en ik volgde als een gedwee schaap naar de single kamer die een stuk minder mooi was dan de kamer die ik al die jaren geleden betrokken had met mijn moeder. Niks authentieke oude muren zoals op de website, maar een gewoon piepklein, maar wel kraaknette en gezellig kamertje met een mini-badkamer met douche. Voorzichtig maakte ik hem opmerkzaam dat ik eigenlijk een kamer met bad had gereserveerd ( heerlijk na zo’ n week op de camping) en dat ik jaren geleden een mooiere, stijlvollere kamer had gekregen.“ Mais madame, vous avez réserver une chambre single “ riep hij met gespreide handen uit, zijn ogen ten hemel gericht. Ik vroeg me af wat dàt er mee te maken had.Hij legde uit dat hun hotel als één van de weinige een single kamer verhuurde aan een (iets) lagere prijs, en dat ik dan ook niet mocht verwachten dat je dan ook nog een luxe uitvoering krijgt. Mijn stamelend protest smoorde hij in de kiem door terug naar zijn veilige balie te vluchten terwijl hij hoofdschuddend mompelde dat ik me maar snel een partner moest zoeken. Franse oplossing? Waarschijnlijk.Een beetje later ging ik voor de twintigste keer de sleutel van m’n auto (nog steeds dubbel geparkeerd en wachtend tot de patron de tijd/plaats had om hem in hun garage te zetten) vragen om mijn laptop uit de auto te halen. Met lichtelijk beschaamde kaken vroeg ik hem hulp om uit het ingewikkeld Wi-Fi-kluwen te geraken en pas toen hij de foto van Milou op m’n scherm zag verschijnen klaarde zijn gezicht helemaal op.“C’est votre chien? “ vroeg hij me helemaal vertederd.Woeps, daar was die brok in m’n keel weer… en joep de tranen stegen wederom.Ik speelde het toch klaar en vertelde hem dat ik Milou vandaag net twee weken geleden verloren had. “Ik heb mijn koffer gepakt en ben vertrokken, en voilà, hier ben ik nu. “Weg was de norse hotelhouder, zijn gelaat was nu één en al medeleven: “Je sais, je sais, c’est dur “. Dadelijk een hapje eten en dan een ontmoeting met een oude Franse copain die ik al 25 jaar ken en weeral 6 jaar niet gezien heb. Hij vertelde me net aan de telefoon dat hij enorm verouderd en verdikt is, met witblonde haren, vol tatoeages staat en heden opteert voor een Gottick-look.Hopelijk is hij (zoals altijd) weer grapjes aan het maken.Wordt zeker vervolgd! Weerzien in Les-Saintes-Maries-de-la-Mer op 23 juli Vandaag heel de dag genoten op het strand van Les Saintes in het gezelschap van mijn oude ‘copain’ Christian. We leerden mekaar 25 jaar geleden kennen in dit zigeunerstadje en alhoewel onze verliefdheid toen héél passioneel was, hadden we toch nooit kunnen denken dat we mekaar als krasse vijftigers nog steeds zouden opzoeken.Het is gek, sommige mensen ontmoet je na één keer nooit meer maar op één of andere manier schijnen onze paden zich steeds weer te kruisen zodat we nu al een kwart eeuw aan geschiedenis kunnen verhalen. Bizar!De vertrouwdheid is steeds gebleven, hoewel er steeds wat jaartjes tussen elke ontmoeting liggen en we dus telkens heel nieuwsgierig zijn of de andere al dan niet meer of minder is aangetast door de tand des tijd. De verliefdheid van toen heeft plaats gemaakt voor een vreemde soort van vriendschap die niet echt intiem maar zeker wel honderd procent gemeend is.Ik beschouw deze vriend als m’n vlinder-man, ‘mon homme papillon’. Hij fladdert rond in mijn leven en strijkt soms even neer , maar nooit lang. Vroeger bracht me dat dikwijls van mijn stuk maar met de leeftijd komt er ook een zekere rust . We genieten nu gewoon van het samenzijn en weten heel goed dat een langdurige vriendschap meer waard is dan kortstondig haantjesgedrag. Christian respecteert de grenzen die ik stel en geniet gewoon van mijn aanwezigheid. Op één of andere manier lijken we zelfs een beetje op mekaar en herken ik zijn drang naar vrijheid maar al te goed zodat ik enkel glimlach als hij zich in de late namiddag opeens herinnert dat hij een afspraak heeft gemaakt met zijn garagist rond zeven uur .Ik waardeer het enorm dat hij het toch heeft klaargespeeld om op vrij korte termijn een vrije dag te bekomen en voel ook wel aan dat de dag op het strand en de waterval van verhalen en anekdotes echt wel vermoeiend was. Ook ik zal blij zijn dat ik straks even terug op adem kan komen en wat van de stilte en mijn laatste avond in Arles kan genieten.En zo gebeurt het dat we in de vroege avond reeds terugkeren, met roodverbrande snoeten en een vernieuwd gevoel van verbondenheid.Nog helemaal rozig (lees knalrood van véél te veel zon, zee, strand) kom ik terug in het hotel aan waar ik bijzonder onvriendelijk wordt onthaald door een receptioniste die de hotelhouders vervangt. Ik krijg hier stilaan genoeg van…Pas na een ellenlange identificatie wordt ik met ijskoude ogen verder geholpen. Bah.Reizen via gereserveerde hotels lijkt me meer en meer een foute formule. Eens in het bezit van je creditcard nummer -die je dient te geven bij je internet-reservatie- is het niet meer nodig van veel service te geven, de betaling is dan in principe al verzekerd en je aanwezigheid is niet eens meer strikt noodzakelijk, en dat voel je ! Mijn auto parkeren in de dure privé-parking van 10 euro/dag is echt een noodzaak in het overvolle oude stadsgedeelte, maar het zorgt steeds voor problemen en vergt heel wat geduld. Dit keer is de normale parking blijkbaar volzet en de vrouw met het afgeleefde muizengezicht beveelt me haar te volgen naar een alternatieve parking.Deze bevindt zich in een ondergrondse garage waar ik me helemaal klem rij in een bocht die ik van te voren niet genoeg had kunnen inschatten aangezien dat Mevrouw Muis me met een wapperend handje signaleert dat ik moet opschieten. Ik raak er niet meer uit en zit op nog geen centimeter van de muur met mijn autosnuit terwijl ik de handrem moet aantrekken omdat de helling enorm steil is.Mijn linkerbeen voelt al dàgen sponzig aan dus het is heus geen koud kunstje om het ballet met de benen en de handrem goed te coördineren en terug achteruit te rijden zonder brokken te maken.Ondertussen blijft de vrouw maar zeuren dat het normaal nooit een probleem is (en het dus aan mijn rijkunsten ligt), tot ik haar razend toeroep dat een Peugeot Partner géén kleine auto is en ik niet geopteerd heb voor een autorijles toen ik de dure parking reserveerde.Enfin, ik geraak uit mijn penibele situatie maar sta nadien nog te trillen op mijn benen. Ik ben heus en heus woedend.De vrouw tracht me nog wat onzeker te maken maar wordt de mond gesnoerd door mijn snedig antwoord en vlijmscherpe blik.De zachte Carine is heel even totaal verdwenen en ik verlang hevig terug naar huis.Het is tijd om terug te keren….   Fools give you reasons, wise men never try – Luxemburg 25 juliIk zit hier te tokkelen op mijn laptop vanuit het vertrouwde bedje in het knusse Vossenhol van mijn vriendin Hilda.Gisteren vrij impulsief gekozen om de rit Arles-Luxemburg in één ruk te uit te rijden en 800 kilometer afgelegd over de péage,. Een pittige rit is als je solo-chauffeur bent op de drukke weg. Het was net of er iemand peper op mijn poep had gestrooid: ik moest weg en zo snel mogelijk richting thuis. Ik verlangde naar veiligheid en het huis van Hilda in Lux is ondertussen mijn tweede thuis geworden, een heerlijke haven. Ik had echt genoeg van héél het hotelgebeuren en verkoos de lange rit boven nog eens zo’n avontuur zoals in het hotel van Arles.Gisterenmorgen, bij het uitchecken in het hotel, had ik gezien dat mijn auto toch beschadigd was aan de bumper en de diepe krassen in mijn trouw groen karretje, samen met héél het theater van de hoteleigenaar die natuurlijk alle verantwoordelijkheid van zich afschoof: “Mais c’est comme même pas grave, et c’est vous qui avez conduit !” deden mijn woede over zoveel onrechtvaardigheid verstommen. En als ik stil word ben ik pas écht kwaad.Enfin, ik zal ze het nog flink lastig maken, de brief naar Logis France is reeds geschreven en wacht enkel op een verbetering van mijn slimme vossen-vriendin. We zullen onze tanden er eens in zetten. Soms ben ik het echt wel zat van altijd flink te moeten zijn, sterk te moeten wezen, maar… kan ik anders? Onderweg zag ik dat ook mijn achterruit-wisser gestolen was en begon ik pas te beseffen dat reizen ook heus wel vele gevaren in zich houdt, en ik in feite ook dankbaar mag zijn dat ik er met wat schrammen aan de bumper en een kort staartje op mijn achteruit vanaf kom, ik heb andere drama’s gezien onderweg….Het blijft echt wel een reis vol risico’s met uiteindelijk toch duur materiaal in je handen (om van je eigen welzijn nog te zwijgen!). Mijn auto had het prachtig gedaan. Het is een echte kampeerwagen met alle comfort en snufjes die je nodig hebt. In feite is een Peugeot Partner Tepée heus een mini versie van een camperke, je hebt alle ruimte om je perfect te organiseren. Het was de eerste keer dat ik met deze tweejarige –in mijn ogen gloednieuwe auto- een lange reis maakte en ik voelde dat ik m’n wagen nu pas echt door en door kende. Blijkbaar is het nodig om zulke avonturen mee te maken om helemaal vertrouwd te worden met alle snufjes en afmetingen van je voertuig. De korte ritjes in Essen in die twee jaar hadden me lang niet zo veel bijgebracht als deze tocht. Tijdens de rit was het alsof Milou me terug riep naar ons bos : “Kom naar huis vrouwke, het is goed geweest, Guust de kraai, de familie eekhoorns en de jonge belhamel-merels verwachten je. Het bos verwacht je en zal je omhelzen met zijn goudgroene gloed…”Ik besef nu ook dat mijn dromen van verre reizen nog wat in de kast moeten blijven staan, ik ben er nog niet klaar voor. De drang om weg te vluchten heeft plaats gemaakt voor een hevig verlangen naar huis.Want zoals het klokje thuis tikt , tikt het nergens. Home sweet home – 26 juli 2013Het thuiskomen gisteren was minder akelig dan ik verwacht had. De zon liet haar laatste stralen schijnen en toverde weer die gouden gloed in het bos waar ik zo van hou. Het was natuurlijk wel akelig binnen te komen en de lege plek te zien waar haar hondenmand normaal staat, maar tegelijk voelde ik ook dat het verwerkingsproces niet plaatsgebonden is. Milou zit in mijn hart, en dat heeft niets met een locatie te makenHet bos stond kurkdroog, blijkbaar had het in La Douce France meer geregend dan hier, want alles hing slap en dor en de bladeren van mijn Krentenboompje hadden zelfs al hun herfstkleur! Gelukkig dat de (goede) buurman mijn plantenbakken goed had verzorgd want anders had daar niet al te veel van overgebleven. Ik liep mijn rondje in het bos, genietend van alle vertrouwde plekjes en keek nieuwsgierig in mijn kingsize brievenbus. Daar zat niet al te veel post in, maar één brief deed mijn hart toch even stilstaan: ‘ République Française’ stond er in de bovenhoek en ik wist meteen wat dat betekende : een verkeersboete. Ik had het nog gedacht toen ik op de heenweg voor de Route Nationale koos… de snelheden wisselden zich af van 130 over 110 naar 90 en 50km/h dus je moest echt wel geconcentreerd rijden. Ik vroeg me af of mijn krenterigheid (door niet voor de tolwegen de kiezen) me veel zou kosten en opende gespannen de brief terwijl ik naar mijn leesbril zocht. Blijkbaar had ik 58km/h gereden in de bebouwde kom, dus 8km/h over de limiet en was het een ‘Exces de vitesse inferieur’ met een minimale minnelijke schiking. Misschien viel het nog wel mee.Ik las ongeduldig verder en kwam aan het prijskaartje : 90 EURO !“Liberté-égalité-fraternité?” mompelde ik binnensmonds (ik praat blijkbaar heus veel tegen mezelf en nu Milou niet meer meeluistert voel ik me echt wel een halve gare..) “Pure geldklopperij ja! Lekker hoor al die domme toeristen beboeten.”Jill en Donald hadden zo hun best gedaan om mijn impulsieve vakantie low budget te houden maar deze laatste dagen hadden me heus wel veel geld gekost, potvolkoffie-nog-aan-toe. Ach, zo snel mogelijk betalen en dan gewoon vergeten. En een volgende keer gewoon kiezen voor de péage, daar moet je niet zo constant op je kilometerteller kijken en kan je gewoon je cruise-control gebruiken zonder veel na te denken. Weer een lesje bijgeleerd. En zo kom ik aan het einde van dit reisverhaal.Een reis die me ontzettend veel geleerd heeft, en me –naar mijn gevoel- een andere kijk heeft bezorgd op mijn leven en wat ik daar van verwacht. Vooral de steun van mijn zelf gekozen vrienden (jullie dus…) heeft me doen beseffen dat ik veel minder kluizenaar ben dan ik dacht.De sociale contacten, het medeleven, de warmte en de aandacht die ik de laatste weken gekregen heb deden ongelooflijk veel deugd en dat zal ik nooit vergeten.Het bos blijft mijn haven, maar ik voel aan dat ik meer naar buiten zal treden, en me meer ga engageren in de menselijke contacten die ik toch een hele tijd heb verwaarloosd. Milou is in feite constant bij me, net of ze een deeltje van ‘wie-zij-was’ heeft achterlaten bij mij, een soort van versmelting. Enfin, ik wil hierin niet te ver gaan, maar ik voel het wel zo aan en het maakt de leegte dragelijker. Ze gaf een stukje van haar zachtheid als laatste geschenk en toont me de weg terug naar de menselijke warmte waar ik nu zo’n behoefte aan heb. Ik red het wel.Hou je mailbox/brievenbus of telefoon maar in de gaten, je hoort nog van me.Héél erg bedankt voor het lezen, jullie reisden allemaal met me mee. Warme knuffel,Carine van Milou                 .  

Bosfee
21 1

Fragmenten uit Manuscript 'Basje Bangerik'

Het is weer zover. Ieder jaar weer hetzelfde: papa en mama moeten zonodig op vakantie. Maar deze keer trap ik er niet in. Als ik me verstop dan gaat die hele vakantie lekker niet door. Ze gaan maar zonder mij. Dan blijf ik gewoon veilig thuis. In de kast op zolder, als ik me daar verstop dan vinden ze me nooit. Papa en mama zoeken het hele huis door.‘Basje waar ben je nou, we gaan weg!’Muisstil blijf ik in mijn schuilplaats zitten. Al krijg ik het er wel een klein beetje benauwd. ‘Hé hallo, kiekeboo, gevonden! Kom eens gauw uit die kast jij boef. In de auto jij!’Bah, nu moet ik toch mee. Gelukkig kan ik nu wel uit die donkere enge kast komen. Eigenlijk heb ik geen keus. Natuurlijk moet ik wel mee. Tenslotte kan ik niet alleen thuis blijven. Dat vind ik nog veel enger. De hele reis maak ik me zo klein mogelijk onder een dekentje achter in de auto. Het dekentje helpt wel, anders had ik niet verder dan de voordeur durven gaan. Toch blijft er nog genoeg over om bang voor te zijn. Waar zullen we terecht komen? Zijn er veel spinnen? Of misschien wel een hond? Ook dat nog: ik moet een plasje. Een vreemde WC op een vreemde plek, echt niet! Dan maar geen plasje doen.   Het wordt al donker als we eindelijk aankomen op de vakantiebestemming. Voorzichtig kijk ik door een kiertje van mijn dekentje. Lieve help, een spookhuis! Vlug trek ik het dekentje nog strakker over me heen. We komen steeds dichter bij een dreigend spookhotel. Donkere, hoge muren, helemaal begroeid met planten met duistere ramen ertussen. Bovenop het hotel staan echte torens als bij een echt spookhuis. Bij de ingang staan twee enge leeuwen. Ze zijn niet echt, maar ik doe het bijna in mijn broek van angst en natuurlijk ook omdat ik nu wel heel nodig moet plassen. De lampen bij de poort lijken af en toe wel heel griezelig te knipperen. Donkere wolken trekken over het hotel heen als een meneer met een heel onvriendelijk gezicht in een groen pak met gouden strepen naar de auto toe komt lopen. O nee een monster! Maar de meneer brengt alleen de koffers uit de auto naar het hotel. Gaan we hier slapen? In dit spookhuis? Dat kunnen papa en mama toch niet goed vinden?Maar zij wandelen gewoon vrolijk babbelend het hotel binnen. Nu kan ik het echt niet meer ophouden. Ik moet de auto uit op zoek naar een wc.   Als ik mijn plasje heb gedaan ben ik wel opgelucht, dat wel. Maar dan in een hoekje achter de wc lijkt het wel of ik een klein paars lichtje zie bewegen. Zo snel als ik kan, ren ik, met mijn broek nog op mijn knieën de wc uit: Mamaaaa…

Liselotte Schippers
4 0

Fragmenten uit Manuscript 'Plien ontploft!'

Stel je dit eens voor: een heel gewoon meisje. Ze is aardig en gezellig, lief en goudeerlijk. Met een lieve papa en mama en een schat van een broertje. Haar opa’s en oma’s zijn kampioen verwennen en dol op dit meisje. Ze heeft veel vriendjes en vriendinnetjes op school en de juf is zeer tevreden over haar werk. Zo perfect, dat bestaat niet zou je bijna zeggen. Maar toch wel hoor, dit is Plien! Niets aan de hand dus. Behalve één klein dingetje…. Op een dag gebeurde het! Plotseling en onverwachts, zo voor de allereerste keer. Ze kreeg haar zin niet en werd ontzettend boos. Zo boos dat ze uiteindelijk ontplofte. Vanaf die dag, als er bij haar maar iets niet naar haar zin gaat dan wordt Plien ontzettend boos. We worden natuurlijk allemaal wel eens boos, maar zo boos als Plien, dat is echt zeldzaam. Ze wordt eerst een beetje rood, maakt haar wangen bol en knijpt haar ogen dicht. Dan wordt ze steeds roder en roder en uiteindelijk paars. Ze gaat stampen met haar voeten, balt haar vuisten. Als je goed kijkt, zie je rook uit haar oren komen en de vonken lijken uit haar haren te schieten. Het lijkt dan wel te gaan stormen en een soort wervelwind draait om Plien heen. Totdat Plien uiteindelijk al schreeuwend ontploft! Ze moet en zal haar zin krijgen.   Opa’s zijn er om te verwennen. Van opa’s mag altijd alles. Ook opa Wim doet altijd leuke dingen met Plien en Pepijn. Samen met opa is het altijd dikke pret. Na schooltijd fiets opa vaak met Plien nog even naar de kinderboerderij. Of hij gaat samen met Plien op de schommel. Opa Wim speelt graag spelletjes met Plien en doet nog veel meer. Samen schooltje spelen vindt Plien het leukste. Plien is dan de juf. Maar opa maakt steeds de sommen expres helemaal verkeerd! Daar wordt de juf heel boos van. En deze juf wordt roder en roder. Papier en pennen vliegen door de kamer heen. Opa Wim kan nog net de goudvis redden op zijn vlucht naar de gang en de poes gaat van schrik met een dubbele salto achter hem aan. Als Plien weer is gekalmeerd, spelen ze na het opruimen weer verder. Deze opa is lief maar alleen een beetje eigenwijs en blijft de sommen lekker verkeerd doen, tot de volgende ontploffing.   Elke dag is het wel een paar keer raak. Iedereen is er eigenlijk wel een beetje aan gewend. Als je niet midden in de wervelwind staat, valt het niet eens meer op. Niemand die meer echt naar Plien luistert. Maar nu is ze toch al een poosje stil. Wat zou er aan de hand zijn? Als Plien ’s avonds in bad gaat is het meestal een grote spetter boel. Aan het einde van het badavontuur overal water, behalve in het bad. Want wassen? Dat is niks voor Plien, die houdt daar absoluut niet van. Zodra mama de kraan open draait begint het al. Mama heeft altijd een lange regenjas aan als Plien in bad gaat. Want ja, Plien moet wel schoon gepoetst worden. Want geloof me maar, een stinkende boze ontploffing is helemaal verschrikkelijk. Net een stinkbom! Vanavond moet Plien in bad en… er gebeurt helemaal niets! Plien schrikt er zelf van. Wat gebeurt er nu? Ze wil wel boos worden, maar het lukt niet. Mama, dik ingepakt in de regenjas, merkt er eerst niets van, maar dan valt het toch op. Een bad vol met water, geen rook uit haar oren, wat is er aan de hand? Deze wasbeurt wordt Plien wel heel goed schoon!

Liselotte Schippers
0 0

Dat stomme verlangen!

In de zomervakantie kon ik niet meer om het gezeur heen. Ze hadden gelijk ook. Er moest een einde aan komen. Dus beloofde ik mijn oudste na de vakantie te stoppen. Tegen het einde van de vakantie hoorde ik mijn oudste vragen: “Papa, wanneer stopt mama dan precies? Als we terug komen uit Frankrijk, of als mama weer moet werken, of als ik weer naar school moet”. Deze vraag bleef onbeantwoord.   Mijn stille voornemen om te stoppen als we terug kwamen uit Frankrijk verliep, net als het moment dat ik weer moest werken. Dus op 1 september moest ik er aan geloven. Geen moment van de dag dat ik er niet aan dacht. Dat viel even vies tegen! Maar ik had het beloofd, dus ik moest wel doorzetten. Op de eerste werkdag na het stoppen in de pauze vraagt een collega: “ga je mee naar buiten?”. Dat was mijn zwakste moment. “Nou ‘éigenlijk’ ben ik gestopt…” Toen had ik bijna mijn belofte verbroken. Dag in dag uit dat stomme verlangen. Verlangen naar een gewoonte, waar je van gaat stinken. Een verlangen dat zorgt voor ademnood en tegenwoordig veel commentaar uit je omgeving. Verlangen naar iets waar je ziek van kan worden, dood aan kan gaan. Wat zit een mens toch raar in elkaar.   Langzaam aan wordt het steeds gemakkelijker de verleiding te weerstaan. Begin ik de voordelen te zien en miniscuul te merken. Het scheelt in ieder geval in mijn portemonnee!   Maar zo trots als ik toch wel op mezelf ben: mijn oudste heeft er tot op heden nog niets van gemerkt dat ik gestopt ben!

Liselotte Schippers
2 0

Brief aan God

  God,   Lange tijd heb ik je niet gesproken, dus werd het tijd om een brief te schrijven. Vergeef me mijn tutoyeren, maar dat gaat voor mij als vanzelf als ik het over zulke persoonlijke dingen heb. Er is zoveel wat ik niet begrijp. Lange tijd heb ik geprobeerd het naast me neer te leggen en gedaan alsof het me niets kon schelen, maar regelmatig spelen steeds dezelfde vragen weer op. Misschien kun je me er bij helpen om antwoorden te vinden op deze vragen. De hele wereld worstelt zo met van alles en nog wat, dat wat verheldering wel fijn zou zijn. Uiteraard vraag ik dit uit naam van mijn persoon. Voor de rest van de wereld kan ik niet spreken. Bijvoorbeeld de verschillende goden en godsdiensten zijn me wel erg verwarrend. Het is daarmee een beetje onduidelijk geworden hoe we de boel hier op aarde nu moeten regelen. De gevolgen hiervan zijn groot. Het maakt me niet uit hoe ik je moeten noemen, Kees of Karel vind ik ook goed, maar wat is nu precies de bedoeling. Hoe moet ik leven als ik het goed wil doen en wat vertel ik anderen? Een andere moeilijkheid hier beneden (als je tenminste boven bent) is het verdriet, de ellende en pijn. Oorlogen, ruzies en natuurrampen. Het is zoveel. Zo overweldigend veel dat het niet te bevatten is. Maar ik vermoed dat dat verder welbekend is en ik hier niet over hoef uit te wijden. Maar het waarom is me zo onduidelijk. Je zou toch denken dat dat anders moet kunnen. Het is niet zo dat ik je daarvan de schuld geef, maar ik voel me zo niet geholpen. Mensen doen het elkaar aan, maar ik mis de leider. Alleen geloven dat er een leider is, lijkt niet genoeg, want ondertussen wordt het zo’n zooitje. Heeft het dan nog wel zin om contact te houden? En als ik nu dood ga wat dan, houdt het dan op? Of wordt het dan pas echt interessant. Nu lijkt me het doodgaan toch niet het meest plezierige wat mij en hen die mij liefhebben kan overkomen. Waarom mag ik dat dan nu nog niet weten? Het zou het zoveel makkelijker maken. Zou je me alsjeblieft terug willen schrijven om me even met dit alles op weg te helpen?

Liselotte Schippers
45 0

Brief aan Koning Willem Alexander

Geachte Majesteit Koning Willem-Alexander, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,   Als burger zou ik graag willen begrijpen hoe het is om een functie zoals de uwe te bekleden. Hoe het is om z’n enorm lange aanhef te hebben. Natuurlijk is er zoveel geschreven, met foto’s vastgelegd en op televisie te zien. Alleen kruipt het niet persoonlijk in de huid van een koning. U bent geboren als prins, zonder dat u hier voor gekozen hebt. Het eten met een gouden paplepel lijkt me niet eenvoudig. Het is geen sprookje, tenminste niet in mijn ogen. Uw leven ligt op straat. U wordt bekritiseerd en er wordt voor u gedacht door de gehele bevolking en ook ver over deze grenzen. Daarmee bent u bijna gelijk gesteld met elke beroemdheid. Maar er zullen er maar weinig zijn die u ook écht kennen. Waar wordt u werkelijk warm van, waarin zit uw verdriet. Had u koning willen zijn als u de keus had gehad? Had u dezelfde keus gemaakt als u een andere referentiekader had gehad? Is het uberhaupt mogelijk om vanuit dit kader werkelijk te kunnen begrijpen hoe het zou zijn om geen koning te zijn. Gewoon Marco of Jeroen Smit te heten of zo en zaterdag naar de voetbal gaan en daarna dronken worden aan de bar. Of zaterdag met de kinderen naar de kinderboerderij, zonder achtervolgd te worden. Uw positie is te gebruiken om grootse dingen te bereiken. Goed te doen en daadwerkeijk dingen te veranderen die er toe doen. Maar is het ooit genoeg? Of als het niet lukt? Misschien is het wel een loodzware last die op u rust die u liever aan een ander zou overdragen. Bij mij thuis valt het helemaal niet op in de wereld als ik eens een keer nee zeg aan de deur tegen een collectant. Uiteraard zijn dit vragen die niet te beantwoorden zijn. En het beantwoorden van deze vragen zou in strijd zijn met mijn wens voor u voor het hebben van uw eigen leven, met eigen keuzes. Maar graag zou ik met u aan de keukentafel met een kopje thee een boom opzetten over mijn leven en over uw leven. Gewoon om de persoon die ‘onze’ koning is, écht te leren kennen. Bij deze bent u uitgenodigd.

Liselotte Schippers
0 0

Brief aan Anne Frank

Beste Anne,   Wat moet ik vaak aan je denken. Als kind al hield het me bezig. Waarom jij? Totale willekeur is het enige antwoord wat ik hierop kan vinden. Denkend aan alles wat je hebt meegemaakt en wat een horror dat voor je geweest moet zijn. Je was niet eens een bijzonder meisje. Niet beroemd, berucht of opvallend. Niet speciaal mooi. Maar een meisje net als ik vroeger was. Jij hield ook van schrijven, net als ik. Met een eenvoudige oprechtheid zoals past bij een tiener. Je woonde in Amsterdam. Ging naar school en had vriendinnen. Je had dromen en passies. Volgens mij zal niemand ooit goed kunnen begrijpen waar mensen zoveel haat vandaan kunnen halen om zo’n onschuldige meid zoals jij en met jou vele onschuldige anderen, zoiets aan te kunnen doen. Jij verdiende een normaal leven met je eigen schone pijnen ervan: het hebben van een gebroken hart, verdriet en ander verlies wat er bij hoort. Jij verdiende opgroeien en volwassen worden. Genieten en feesten, de liefde ervaren en misschien een gezin stichten. Waardevol leven. Niemand zal ooit kunnen begrijpen, kunnen voelen hoe het voor je was toen jouw leven verscheurd werd. Mijn God wat moet er door je heen gegaan zijn op al die verschrikkelijke momenten. De vreselijke angst, de eenzaamheid, de ellende, de vernedering. Alleen er aan denken doet me al ellendig voelen. Je waande je lange tijd veilig in het Achterhuis, maar na de hel van het kamp, moest het bruut eindigen in een vernietigingskamp. Een soort plaatsvervangende schaamte, namens de latere generaties, bekruipt me over het feit dat de geschiedenis zich soms toch lijkt te herhalen. Net op een andere manier, op kleine of grote schaal, in een andere landen, maar toch hetzelfde. Kan er zo weinig aan doen. Mijn woorden hebben niet genoeg kracht. Het lijkt er zo vaak op dat de mens niet leerbaar is. Maar toch blijf ik hopen. Lieve Anne, ik wil je zo graag laten weten wat jij met je schrijven toch nog hebt kunnen betekenen voor de wereld. Hoe ironisch dat je dat niet hebt mee mogen maken. Maar jouw stem is wereldwijd te horen en ik hoop dat het voor altijd na blijft galmen.

Liselotte Schippers
456 0

Liever simpel

Discriminatie heb ik nooit iets van begrepen. Dat zeg ik met gezonde zelfbeoordeling en daarmee wetende dat ik niet tot de domste der aarde behoor. Mocht ik de nuttige ingewikkeldheid van het discrimineren niet snappen, dan blijf ik liever simpel.   De meest schokkende ontdekking die ik op jongere leeftijd deed, is geweest toen ik er achter kwam dat niet alleen domme mensen discrimineren. Hoogopgeleide mensen, professoren met een aantoonbaar hoog IQ. Mensen met een ‘belangrijke’ functie in de maatschappij, die er willens en wetens voor kiezen om te discrimineren. Zichzelf beter te vinden dan anderen. Anderen afwijzen of zelfs veroordelen omdat ze anders zijn.   Ik vraag me af hoe vaak deze mensen er bij stil staan dat er oorlogen zijn begonnen door de loop van de geschiedenis heen tot vandaag aan toe, op grond van deze afwijzing en veroordeling. Je zou toch zeggen dat wij mensen leren van onze geschiedenis en niet dommer zijn dan de spreekwoordelijke ezel. In plaats daarvan blijven wij ons maar steeds weer stoten aan dezelfde steen. Wat een leed, voor niets. Niet alleen in oorlogen, maar ook dichter bij huis. Op school of op het werk. In kerken en gemeenten. Op grote en kleinere schaal.   Of het nu gaat over ras, huidskleur, geslacht, geloof of seksuele voorkeur. Of welke vorm van discriminatie die je maar kunt bedenken. Het zijn er veel te veel om op te noemen. Als simpel mens denk ik misschien te eenvoudig als ik vind dat iedereen gelijk is. Dat we allemaal een velletje over de neus hebben en onze poep even vies is.   Soms zou ik willen dat iedereen zo simpel dacht. Al maak ik zelf hier in onwetendheid vast ook mijn fouten in.   Op de lagere school zat bij ons een meisje in de klas met prachtig rood krullend haar. Misschien was ze iets ouder en daarom ook wat verder in de hormonale ontwikkeling. Een meid om jaloers op te zijn, zeg maar. Ze werd gepest. Omdat ze anders was? Toch ging ik op aandringen van mijn moeder met haar spelen. Dit gaf me een blik in haar leven. Een niet zo prettig leven op dat moment. Wat bofte ik met mijn warme nestje.   Ik denk dat ik van huis heb meegekregen niet te discrimineren op basis van het anders zijn. Bedankt daarvoor paps en mams!   Bedankt dat ik mag denken dat iedereen vieze poep heeft!

Liselotte Schippers
2 0

De wet van Murphy hadden ze nooit aan moeten nemen!

Lamgeslagen kijk ik naar mijn mobiele telefoon die vrolijk rondjes draait voor het raampje van de wasmachine. Dat is mooi balen! Kan er ook nog wel bij.   Vannacht was het lot van deze dag al bezegeld toen mijn jongste het hele bed had onder gespuugd. Mijn lieftallige wederhelft heeft niets meegekregen van mijn nachtelijke bezigheden. Onder luid gesnurk deed ik haar in bad en verschoonde ondertussen als een duizendpoot het bed. De thermometer geeft 39,2 aan. Het arme kind was hondsberoerd. Nadat er niets meer in zat om eruit te gooien vertikte ze het om te gaan slapen en was de enige optie bij haar in het piepkleine bedje te gaan liggen. Resultaat was dat ik geen oog had dichtgedaan. Tegen de ochtend viel ik met haar warm zwetend lichaampje tegen me aan in slaap tot we kort daarna wakker werden van de wekker. Lekker dan! Nu moest ik samen met de zieke op mijn fiets stappen om de oudste naar school te brengen. Om mezelf en in ieder geval de moeders bij school voor de gek te houden, smeerde ik een laag make-up op en fatsoeneerde mijn haar, voor zover dat mogelijk was vandaag. Zo leek het tenminste nog een beetje wat.   Aan tafel maakte zoonlief er een enorme smeerboel van. De pindakaas zat in zijn haren en natuurlijk ging er een beker melk om. Omdat ik bijna omviel van vermoeidheid was mijn geduld ver te zoeken en kreeg hij de wind van voren. Natuurlijk voelde ik me gelijk schuldig toen de melkstorm weer voorbij was, maar te laat. De stemming was gezet. Op mijn mamamobiel reed ik de straat uit met een zeer ontstemmend jongetje naast me op de fiets.   Weer thuis stopte ik de zieke in bed. Die kon nog wel wat uurtjes slaap gebruiken en ik zelf ook. Net toen ik zachtjes de deur van haar kamer dicht deed ging de deurbel. Direct wist ik wie dat zou zijn en langzaam voelde ik een zure, doordringende hoofdpijn opkomen. De reparateur van de afzuigkap zou vanmorgen langskomen. De afzuigkap is stuk en het is ‘best handig’ als hij werkt. Door de ‘fantastische’ nacht en ochtend, was ik het helemaal vergeten.   Van bovenaf keek ik wie er voor de deur stond, waardoor mijn vermoeden werd bevestigd. Daar ging mijn slaap. Nu moest ik mijn best gaan doen om hem zo snel mogelijk weer de deur uit te werken. Zodra hij een voet over de drempel zette wist ik al dat ik daar naar kon fluiten. Totaal gecharmeerd van mijn inderdaad mooie keuken stond zijn klep niet stil. Ondertussen werd ik me bewust van een weeïge gevoel in mijn buik. Kennelijk heerste er iets besmettelijks in huis en werd ik niet gespaard. Dat hielp niet om snel en efficiënt meneer erop te wijzen dat hij toch eigenlijk niet echt gelegen kwam. Op ieder andere dag had ik graag een werkende afzuigkap, maar op dat moment kon het me niets schelen.   Toen hij eindelijk uit was gekletst besloot hij om de eilandafzuigkap eraf te halen. Met alle schroeven los bedacht de uiterst intelligente man dat hij dat ding toch niet alleen in de lucht kon houden en repareren tegelijk. Met mijn verstand kennelijk op nul liet ik mij gebruiken als assistent eilandafzuigkap reparateur. Terwijl alles in me riep ‘nee! ik wil dit niet!’ stond ik toch op het eiland boven mijn krachten de afzuigkap in de lucht te houden.   Maar het is de beste man gelukt om dat ding te repareren. Toen het klusje geklaard was, was hij snel vertrokken. Mogelijk ook enigszins uit schaamte dat hij mij moest inzetten voor zijn klus.   Uitgeteld wilde ik net op de bank ploffen als ik van boven een ziek zielig stemmetje hoor roepen. Ik hoopte dat ze niet nog een keer in bed had gespuugd en dit keer had ik geluk. Samen gingen we op de bank liggen. Weer het warme koortsige lijfje tegen me aan. Ik voelde me zelf ook nog steeds flink belabberd. Af en toe vielen zelfs mijn ogen even dicht. Totdat bleek dat de kleine nog een grote golf maaginhoud over had om me helemaal mee te bedekken.   Op de badkamer kleedde ik me uit en gooide het hele zooitje in de wasmachine…

Liselotte Schippers
7 0

Winteruur

Als ‘s morgens de wekker gaat, ben ik best een blije vogel. Een ochtendmens zeg maar.Tenminste… In de zomer. Dan spring ik ‘s morgens mijn bed uit om fluitend aan de dag te beginnen.   In de winter is het een heel ander verhaal…Als de wekker gaat, duurt het enige tijd voordat ik in de gaten heb dat dat geluid toch echt niet in mijn droom thuis hoort. Langzaam proberen mijn hersenen, die onder invloed van de nacht-illusie nog ernstig druk zijn met het aanmaken van Melatonine, wakker te worden. Nog langzamer begint het tot me door te dringen dat het piepende ding op een actie van mij wacht.Bestaan er nog irritantere geluiden dan die van de wekker?Waarom nu? Waarom?   Waarom hebben wij mensen geen winterslaap? Het hele idee van een winterslaap is tenslotte het overleven van de winter, zonder energie te hoeven besteden aan nutteloze zaken zoals het opstaan in de kou en in het donker. Deze energie kunnen we in de zomer vast ergens anders voor gebruiken. Waarom kunnen we niet gewoon de dag pas beginnen als het licht is? Gezien het feit dat ons biologisch systeem zo is ingesteld.Waar zijn de fluitende vogeltjes en het warme zonnetje als we ze nodig hebben? Het is veel te koud om te douchen en aan te kleden.   Rillend en bedekt met kippenvel met het liefst mijn ogen nog dicht, ga ik die eerste uitdaging van de dag aan.   Of dan alleen een winteruur in plaats van een winterslaap.Wat zou het toch mooi zijn als we dat eerste winteruur van de dag konden overslaan.

Liselotte Schippers
0 0

Paradijs

De kinderen spetteren al uren in het blauwe zwembad, zodat ik ondertussen alle tijd heb om zinnige letters op papier te zetten.  Alle rust en alle tijd van de wereld om de galerij uit mijn gedachten toe te vertrouwen aan het schrijfblok op mijn schoot. Een kruidige geur van eten met een zweem van zonnebrandolie en bier danst aangenaam door de lucht. Mijn hoofd rust op het warme lijf van mijn lief. Het gevoel van het kloppen van zijn hart en zijn zachte strelen voelen als de eerste dag. God in Frankrijk. Dit is mijn paradijs. Zon, zee en strand… liefde, rust en tijd. Veel tijd, want alles wordt ons hier op een dienblaadje aangereikt. Precies zoals ik me een luxe vakantie altijd al had voorgesteld. Steeds laat ik de warme zandkorrels tussen mijn tenen door glijden, mijn zegeningen tellend. Sinds de uitgave van de laatste serie kinderboeken, loopt het als een trein. Als dit zo door gaat, kunnen we ons ieder jaar weer een paar weken paradijs veroorloven. Er zijn al een aantal verzoeken voor manuscripten binnen gekomen en net voor we vertrokken naar dit prachtige oord, kreeg ik te horen dat mijn laatste manuscript verfilmd wordt. Wat een eer! Met mijn ogen dicht, ondertussen gloeiend van de warme zon, fantaseer ik welke bekende acteurs de rollen zouden kunnen vertolken. Carice is geknipt voor de rol van Julia. Welke flitsende acteur zullen we daar nu eens tegenover zetten. Lang krijg ik niet om daar over na te denken, want ik moet mijn schrijfblok in veiligheid brengen. Het gespetter in het zwembad heeft zich tegen mij gekeerd.   Met bakken komen dikke grote regendruppels uit onze Hollandse lucht vallen. Vliegensvlug jaag ik door mijn tuin om alles wat niet nat mag worden, droog te zetten. Mijn door de zon gebrande gloeiende gezicht worden geblust, net als mijn paradijs. Een meisje mag toch dromen…  zucht ik, met een verlangend gevoel naar die schemerige slaap. Toch lachend om mezelf ga ik weer over tot de orde van de dag,  de realiteit. Ach, zand tussen je tenen is ook niet alles…

Liselotte Schippers
0 0