Lezen

Brief aan ouders

Aan Meneer en mevrouw Almaci en zoon Ahmed                                                           Zaventem, 01/10/12 Vlieghavenlaan 45 1930 Zaventem       Beste,       Wij zijn blij dat we u mogen verwelkomen op onze gemeenteschool. Je wil altijd graag de perfecte keuze maken en er geen spijt van krijgen. Wel, ik kan u garanderen dat u met uw keuze, de goede hebt gemaakt. In een school draait het natuurlijk vooral om onderwijs. Maar onze gemeentescholen hechten naast het onderwijs ook veel belang aan betrokkenheid en heldere communicatie. Zo bent u steeds op de hoogte van het reilen en zeilen van de school. Bovendien ondersteunen wij heel erg de culturele en etnische diversiteit. U mag er zeker van zijn dat uw zoon of dochter zich snel zal thuis voelen in zijn of haar nieuwe klasgroep! Wij zijn bovendien ook verheugd dat u gekozen heeft voor een Nederlandstalige school. Zoals u waarschijnlijk wel weet biedt dit grote voordelen voor uw kind. Zo kan uw kind op korte termijn de Nederlandse taal meester worden en kan hij of zij vlot de lessen meevolgen en nieuwe vriendschappen maken. Al snel zal uw kind perfect tweetalig zijn, wat zeker een hulp zal zijn bij verdere studies en bij de zoektocht naar een job waarin uw kind zich volledig kan ontplooien en gelukkijk zijn. Maar ook voor u, als ouder, is het hoe dan ook enorm belangrijk om Nederlands te kennen. U zult gemakkelijker kennis maken met mensen en zal sneller geïntegreerd geraken. U zal bovendien uw kind kunnen helpen met zijn of haar huistaken en u zal bovenal heel erg gewaardeerd worden voor de inspanning die u geleverd hebt. Het gemeentebestuur helpt u graag bij het leren van de Nederlandse taal en organiseert daarom cursussen Nederlands voor anderstaligen. Dit in samenwerking met het Centrum voor Basiseducatie De Springplank uit Zaventem.     Met vriendelijke groeten, Meneer JL Lecocq Burgemeester

leen decorte
1 0

Je oogst altijd wat je zaait...pure plant power.

  Een groene blik achter de schermen bij het hoofd van de R&D bij KeyPharm NV. In en rond het kantoor van Dr. Apr. Ciska Wyns wordt dagelijks met toewijding en zorg gesleuteld en gecijferd aan formules van natuurlijke voedingssupplementen en 100            % biologische superfoods. Steeds ontsproten uit een frisgroen idee en met een diepgewortelde voorkennis, wordt elk product vanuit alle mogelijke invalshoeken belicht. Zowel de klassieke fytotherapie als de nieuwste wetenschappelijke inzichten dragen bij tot de groei van nieuwe formules. Ciska vertelt: “De natuur herbergt in alle uithoeken van de wereld een rijkdom aan genezende kracht. Die moeten we benutten en ons niet langer volstoppen met chemische gifmengsels…want die maken ons alleen maar zieker. Iedere plant is een vat vol werkzame stoffen, dat zomaar voor het grijpen ligt.“ Met een waakzaam oog houdt Ciska de wetgevende richtlijnen in verband met voeding en supplementen in de gaten. “Het op de markt brengen van een nieuw product is een uitgebreid proces, waar veel opzoekingswerk aan te pas komt. Ook wanneer we een nieuwe verpakking opstellen gaan we zeker niet over één nacht ijs. De ingrediënten voor onze Physalis® voedingssupplementen worden aan strenge selectiecriteria onderworpen. Onze leveranciers moeten aan bepaalde basisvoorwaarden voldoen, want uiteindelijk kun je enkel met goede, kwalitatieve producten een mooi eindresultaat bekomen. Eenmaal onze nieuwe “baby” het levenslicht ziet, geeft dat een enorme voldoening. “ Dr. Wyns sluit af met de volgende woorden: “Je oogst altijd wat je zaait, dat geldt zowel voor onze producten, als voor de gezondheid van de mensen die beslissen om Physalis® supplementen te gebruiken.”

Ciska Wyns
12 0

Herschrijf

P24 Leesbaarder schrijven kan pas wanneer je werkwoorden als werkwoord gebruikt, en niet als naamwoord. P28 Etnisch-culturele minderheden zijn vandaag een feit in elke gemeente. Diversiteit is dan ook een noodzaak in elk gemeentebeleid dat een antwoord biedt op de grote vragen. Hoe beschikken de verschillende minderheidsgroepen over de nodige informatie, hoe maken ze gebruik van de gemeentediensten en tenslotte hoe krijgen ze inspraak?   P30 Voorzien Houding Deskundig Ingewikkeld Idee Voortdurend Verschil Doeltreffend Vanzelfsprekend Regelmatig Indruk Vernieuwen Volledig / alomvattend Bedoeling Verandering Deelnemen Hoodzaak Gebied Beperking Onregelmatig Aanmerkelijk / Grondig Dringend Overheersen   P33 Het provinciaal integratiecentrum draagt bij tot de emancipatie van etnisch-culturele minderheden.   P34 We nemen deel aan de raden van beheer van de Centra voor Basiseducatie en Volwassenenonderwijs om te adviseren over het aanbod voor etnisch-culturele minderheden.   De dronken automobilist reed een kleuter aan. Wandelaars kunnen arrangementen in het Hageland boeken met het aanvraagformulier.   Michiel gaat naar een nieuwe Leuvense beroepsschool met veel praktijk. Hoewel hij niet houdt van huiswerk, probeert hij elke dag een uurtje te werken.   P35 Tijdens een bijeenkomst in Leuven stelde het PRIC zijn beleid voor aan de provinciale coördinatoren.   Ik kies iets anders. Het bestuur is op dit moment geen voorstander. We zijn allemaal schuldig. Hij gaf toe dat hij de documenten aan de pers gaf. Schriftelijke en tijdige aanvragen zijn noodzakelijk.   P37 Vooroordelen blijven bestaan ondanks contact met andere bevolkinsgroepen. De zorgverstrekker beslist wanneer de zorgverstrekking dringend is. De begeleiding kan stoppen wanneer de cliënt aantoonbaar meer zelfstandig wordt.

Vincent Fierens
0 0

Profielschets Retail + Business

Diverse lezersgroepen zijn het publiek van Triodos Bank. Ik maak hier een profielschets van 2 ervan.   Retail spaar- en beleggingsprospecten   Ik heb in gedachten 2 online teksten: de homepage van de site en een dieper liggende pagina over een nieuwe campagne met het thema “Jij bepaalt de wereld waarin we leven”. Het doel van de tekst is een prospect overtuigen hoe uniek het spaar- en beleggingsaanbod is van Triodos Bank en hem/haar aanzetten tot het openen van een rekening. De lezer weet wat spaar-en beleggingsproducten zijn, is goed opgeleid (meestal hogere studies) en heeft een meer dan gemiddeld bedrag ter beschikking. Hij staat eerder positief tegenover de bank door het zien van een publiciteit, het lezen van een persartikel of de aanbeveling van kennissen. De lezer wil nagaan of het positiefs dat hij las of hoorde, ook werkelijk waar is. Is het niet te goed om waar te zijn? Hij wil daar iets meer tijd aan spenderen dan andere spaarders, omdat hij een affiniteit voelt met de duurzame doelstellingen van de bank. Maar aan bankproducten wil hij niet te veel tijd spenderen. De lezer vindt dat de bank eerder onbekend (dus onbemind) is en beperkt is in het productaanbod en in de online bereikbaarheid. De lezer kan een moeilijkere tekst en woordgebruik aan, maar wil wel duidelijke taal horen als het over zijn centen gaat.     Business kredietklanten en-prospecten   Ik heb in gedachten een online verslag van een event dat Triodos Bank organiseerde op de beurs Realty, dat verstuurd zal worden naar een database van vastgoedontwikkelaars (deels klanten, deels prospecten). Het doel van de tekst is vastgoedontwikkelaars laten nadenken over onze aanpak en hem/haar contact laten opnemen voor een afspraak. De lezer heeft grondige ervaring in vastgoedfinanciering en sceptisch tegenover onze visie dat investeren in duurzaamheid ook een financieel rendement biedt. De lezer wil zich informeren over onze visie en aanpak, en bewijzen zin van onze belofte. Hij/zij verwacht feiten, duidelijke opinies, efficiëntie en professionalisme. De lezer vindt de belofte van Triodos Bank intrigerend, maar verwacht bewijzen. De lezer kan een lange, meer technische tekst aan, die ook snel kan gescand worden, en verwacht correcte vaktaal.

Vincent Fierens
1 0

VELTwerk

Ik mag de jongste tijd heel wat boeiende mensen interviewen. Wat hen verbindt is de transitie naar een duurzamere samenleving. Hoe goed ze in alle betekenissen van het woord ook zijn, toch moet je altijd kritisch blijven nadenken.   Zo belde ik onlangs aan bij VELT, de Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren. De onpersoonlijke kantoorgebouwgevel aan de Antwerpse Singel laat niet vermoeden dat hier een organisatie huist die al veertig jaar ‘eco-actief’ is. De ‘eco-nonactieve’ planten op elke overloop al evenmin. Maar drie verdiepingen hoger merk je dat schijn bedriegt.   14.500 leden, 1.000 vrijwilligers, 120 lokale afdelingen, 100 professionele lesgevers en 2.000 opleidingen per jaar. Het zijn enkele van de middelen die VELT inzet om, in essentie, mensen te doen nadenken over wat ze eten. Het trekt tomeloos ten strijde tegen de boerenbonden en de voedsellobbby's van deze wereld. Tegen het beleid dat té weinig doet tegen bodemerosie en overbemesting, dat bio-landbouw niet genoeg steunt en té goede vriendjes is met de vleesindustrie.   In tegenstelling tot Don Quichote, boekt VELT wel resultaten. Het ligt aan de basis van het biogarantielabel en stichtte het Bioforum. Het zorgde ook mee voor het verbod op pesticides. Zag u de nieuwe gemeentelijke groendienstman al aan het werk? Sproeien hoort er niet meer bij. Hij beschouwt het onkruid tussen de straatstenen als zijn BBQ. Branden zal het!   Alle lof dus voor VELT. Maar toen kwam die kromme beeldspraak. "Het voedselaanbod moet je vergelijken met een zeilboot.', kreeg ik te horen. "Het deel dat onder water zit, stelt smakeloos, reukloos, zelfs wetteloos voedsel voor. Dat moeten we kwijt. De romp staat voor de simpele basisproducten waar niets mis mee is. Maar het zeil! Daar zit het bio-, lokaal geproduceerde, smaakvolle en gezonde eten! Daar moeten we alle mensen naar laten opstijgen."   Ik heb nog altijd dat onbehaaglijk gevoel. De kiel van een zeilboot houdt de boel nu net overeind, me dunkt. Waarom zou je die kwijt willen? En mensen in het getouw doen klimmen om daar kwaliteitsvoller, gezonder eten te vinden? Ik ken er veel die nog eerder elke dag een kleintje met mayonaise en veel zout zouden eten. Sterven doe je toch; dan liever niet van hoogtevrees.   Nee, het voedselaanbod heeft evenveel met een zeilboot te maken als goed voetbal met FC Zeveneken.   Maar wie 'a' zegt, moet op zoek naar 'b'. Ideeën iemand?

Frank Van Damme
1 0

Een opiniërende verslagtekst - Kathy Vancluysen

Eerst doen en dan denken …     Schrijven over mijn werk ? Ai, ai, in een periode vol twijfels is dat een moeilijke opdracht. Na tien jaar trouwe plicht ben ik vandaag de dag een zoekend iemand geworden. Zoekend naar plezier en voldoening en … ja, als ik morgen weet waarnaar ik precies op zoek ben, dan onderneem ik actie en ben ik weg. Maar voorlopig maak ik allerlei bokkensprongen om die twijfels de baas te kunnen.   Een mooi voorbeeld is de lezing die ik afgelopen week volgde, samen met mijn zus, want ja, ook zij is zoekende. “How to find a job you love” is een korte, krachtige omschrijving van wat wij nu willen weten. Om zeven uur op dinsdagavond, stappen we The School of Life in Antwerpen binnen. Eerste indruk : ik zie planten, houten meubels, een betonnen vloer, decoratie en sfeervolle verlichting, dit is aangenaam huiselijk. De verwachtingen blijven stijgen. We zijn goed op tijd, we drinken iets en kijken rond. We zien een mix van jong en oud, man en vrouw met allemaal een enigszins nerveuze lichaamstaal.   En dan ontmoeten we Miranda, de rust zelve. Na een korte inleiding, geeft ze reeds de beste tip van de avond prijs. Netwerken, dat is de sleutel tot succes. Niks nieuws … en eigenlijk is wat volgt ook reeds gekende materie. Daarbij is de schoolse manier van werken, in groepjes en dan de resultaten delen, weinig prikkelend.   Wat opvalt, de vragende blikken rondom mij blijven standhouden. We zijn met 16 vanavond, en dit is geen unieke lezing. Waarom zijn we met zovelen op zoek naar de ultieme job ? Verwachten we misschien te veel van één job ? Is het een middel om geld te verdienen of geeft een job ons een identiteit ?   Aan de bar sluiten we de avond af, de gesprekken worden persoonlijker. Het netwerken start. Mijn zus en ik verlaten Antwerpen en praten nog na.   Mijn conclusie ? Ik blijf op mijn honger zitten. Een lezing lost niks op, het kost alleen geld. Ik weet dat actie ondernemen het antwoord is. Dus eerst doen, dan denken. Volledig tegen mijn natuur in, maar zo voelt mijn job de dag vandaag ook.

Kathy Vancluysen
1 0

kasper

Kasper was   een uur en zeventien minuten geleden   wakker geworden in een omgeving die hij helemaal niet herkende.  Hij had ook geen enkel idee hoe hij hier verzeild was geraakt.  Zodra hij de ogen had geopend viel het hem op dat hij volledig naakt was en dat zelfs zijn supernauwkeurige horloge verdwenen was.  Hij bespeurde geen enkel geluid, behalve het monotone gezoem van een airconditioning tegen dicht tegen het plafond hing in deze vrijwel exact vierkante ruimte.    De thermostaat stond op vierentwintig graden.    Kasper was er echter vrij zeker van dat de nauwkeurigheid van het apparaat beperkt was en dat het in realiteit een graad of twee warmer was.  Hij had tijdens de afgelopen zevenentwintig jaar van zijn leven voldoende studies uitgevoerd met echte en gevoelstemperaturen om in te schatten hoe warm of koud het was in een ruimte.  Door het feit dat deze kamer ook nog eens afgesloten was en volkomen tochtvrij, kon hij met zekerheid zeggen dat het zesentwintig graden warm was.  Gezien zijn naakte toestand vond hij het voor één keer niet zo heel erg dat de temperatuur zo hoog was gezet.  Bovendien was er helemaal niets in de kamer te bespeuren waarmee hij zijn magere lijf kon bedekken.  Niet alleen waren zijn kleren verdwenen, hij was ook wakker geworden op een – weliswaar splinternieuwe – matras zonder lakens of dekens.  Zodra hij zijn ogen opende, bekeek hij zichzelf in een spiegelplafond.    Hij had zichzelf nooit graag bekeken, hij walgde van naaktheid,   maar nu hij daar zo lag in zijn blootje kon hij er moeilijk aan weerstaan.  Hij tuurde afwisselend met opengesperde blauwe kijkers en met een halfgesloten-wazige-wimperblik naar zichzelf.  Zijn belangrijkste vaststelling was dat zijn linker dikke teen krommer was dan de rechter.     De deur die een weg kon bieden naar de vrijheid was afgesloten. Het feit dat er een kijkgaatje in zat dat van buiten naar binnen gebruikt kon worden, maar niet andersom, verontruste hem enigszins.  Het sterkte zijn overtuiging dat hij gevangen zat.  De personen die hem vasthielden kenden hem bijzonder goed.  De matras was van perfekte kwaliteit en hij had bij het wakker worden met enige voldoening gevoeld hoe het materiaal de vormen van zijn lichaam had gevolgd en een kuil had gemaakt waar zijn heup en zijn schouder bijna naadloos in waren weggezakt.   Links van het bed zag Kasper door een openstaande deur dat hij een kleine badkamer ter beschikking had. In een blinkend metalen rek naast de wastafel - met koud en warm water – lagen een ganse doos tandenborstels met meerdere tubes tandpasta, negen washandjes en elf handdoeken, twee voetdoeken.    Kasper waste zich twee maal per dag erg grondig, van boven met één en van onder met een ander washandje. Het negende washandje was reserve.    Twee dagen.   Hetzelfde gold voor de handdoeken.   Hij gebruikte er twee per wasbeurt en eentje bood de nodige reserve. De twee overige waren om overdag de handen aan af te drogen.   Twee dagen.   Het was één keer gebeurd dat hij een washandje in een ogenblik van verstrooidheid op de grond had laten vallen, waardoor het onbruikbaar werd.  Sindsdien had hij de nodige extra’s voorzien tijdens een wasbeurt.  Hij weigerde immers van de voetdoek – zoals hij dat in gedachten humoristisch wist te beschrijven – af te stappen tot hij helemaal proper en droog was.   Kasper besloot dat het tijd was voor een klein opmeetproject, gezien zijn toenemende gevoelens van angst.    Hij werd claustrofobisch in kleine ruimtes indien hij niet exact wist hoe groot ze waren.   Hij doorzocht grondig zijn kleine wereld.   Een rolmeter was niet beschikbaar maar door een A4-blok papier te gebruiken dat hij in een open rek tegen de muur vond, had hij vrij accuraat bepaald hoe groot de kamer was.  Het had hem slechts elf minuten van zijn tijd gekost om de afmetingen te schatten door middel van het aantal keer 210 en 297 millimeter dat hij nodig had om van muur tot muur te geraken.  De laatste stukjes vroegen om enige nauwkeurigheid bij het plooien en scheuren van een blad tot het paste tussen de plint en de laatste volledige pagina.  Door telkens het blad te halveren kon hij exact bepalen hoe breed het stuk papier was.  Zijn conclusie was nu duidelijk.   Hij bevond zich in een afgesloten vrijwel vierkante ruimte van vier meter vierennegentig bij vier meter vijfenvijftig.    Vermoedelijk had het oorspronkelijk vijf meter bij vier meter zestig moeten worden maar nauwkeurigheid was zelden de sterkste kant van bouwvakkers. Hij was er vijfennegentig procent zeker van dat de afmetingen klopten.    Kasper sprak: “Het Clericale Celibaat kan leiden tot lijden indien zelfkastijding niet voldoende blijkt om...”    Kasper onderbrak de zin die hij luidruchtig in de richting van de deur stuurde.  Hij was ervan overtuigd dat hij aan de andere kant van zijn gebarricadeerde vrijheid een geluid hoorde.  Het ritme van kordate voetstappen die naderbij kwamen leek gestoord  te worden door een gedempt gesprek.  Het versneld verwijderen van bonkende voetstappen overtuigde hem ervan dat een vrij zware persoon op dunne zolen wegrende op een stenen vloer.  Hij wachte enkele minuten tot hij er zeker van was dat de personen aan de andere kant niet terugkeerden.   “Het CleriCALE CeliBAAT kan LEIden tot LIJden...”    Zijn gehoor was extreem accuraat zodat hij aan de andere zijde van een deur – zo lang ze van hout was – kon inschatten waar zich muren en gangen bevonden.   Aan de andere zijde van deze deur bevond zich enkel een gang van naar schatting acht meter diep.  Op het einde van die gang was er op zijn minst één afslag naar links of naar rechts.    Hij herhaalde zijn zin en tijdens het spreken – dat af en toe op schreeuwen leek – draaide hij zijn hoofd in alle richtingen en hoeken om de kenmerken van de ruimte achter de deur vast te stellen.   “...indien zelf-             KAS...TIJding... ZELF... ZELF... ZELF ...kastijding niet vol    DOEN    de... VOL... DOEN DE  ...   BLIJ...kt...”      De kans was klein dat er zich aan het einde van de gang een deur bevond.     Kasper voelde zich een stuk beter nu hij wist hoe groot zijn kamer was en hoe het er aan de kant van de vrijheid uitzag.    Op een meter van het voeteinde van zijn bed stond een tafeltje met twee stoelen.  Een nog   gesloten fles   bronwater en enkele glazen,   verpakt in plastiek   één liter, wachtten geduldig op zijn dorst.    “POLI -ethy LEEN -terefta            LAAT.  Te                    LAAT.” De gang moest een afslag naar links hebben, zoveel was nu duidelijk.   Een brood van vierhonderd gram – volkoren en vers – lag   ongesneden   onder een doorzichtige stolp.  Jonge kaas – eveneens vers en nog   luchtdicht verpakt   lag naast een plastic bord.    Het plastic bord stond hem niet aan.  Hij hield van proper en koud porselein.  Hij brak een stuk van het brood en snoof diep de verse geur op tot zijn longen verzadigd waren.  De kaas was verpakt zoals hij het graag had.  Een kleine insnijding in een hoek van de verpakking liet toe dat het pakje kon geopend worden zonder mes.  Hij scheurde het open en snoof met voldoening aan de perfekte jeugd van dit gele genot.  Vijftig procent vet had deze kaas.  Hij vulde zijn mond met kleine stukjes brood en jonge kaas en kauwde.  En kauwde.  En kauwde.    Veertien maal per hap moest hij kauwen vooraleer het eten mocht afgeslikt worden.    Dit zorgde ingeval van volkoren brood voor een perfekte verteerbaarheid.    Meergranenbrood moest elf maal gekauwd worden.    Gewoon grijs brood acht maal.    Wit brood helemaal niet.  Wit brood at Kasper niet.  Wit brood was ongezond.   Het bronwater was heerlijk.  Hij genoot met volle teugen en wist dat hij zich voorlopig geen zorgen moest maken over zijn dorst.  In het rek dat ook zijn papieren meettoestel had bevat, bevonden zich achttien flessen water van een liter.  Na het eten waste Kasper zich grondig.  Hij vond de moed om zichzelf in de spiegel te bekijken en merkte op dat hij zijn hoofd binnen enkele dagen zou moeten scheren.  Zijn oksel- en schaamharen had hij nog maar pas verwijderd en wat betreft de rest van zijn lichaam was hij gelukkig dat hij vrijwel geen enkel haartje kon bespeuren.    Het fenomeen borsthaar kende hij niet.  Hij wist dat mannen vaak halve apen waren onder hun kleren.  Hij niet.  Hij had babyhuid. Het stoorde hem dat hij geen scheermes had gevonden.  Hij vroeg zich af hoe hij dit probleem moest oplossen.   Hij had slechts een dag of twee tijd hiervoor.   * * *     Op het nachtkastje naast zijn bed lag een werkje van Immanuel Kant – Fundering voor de metafysica van de zeden.  Het was nog verpakt waardoor hij wist dat het nog door niemand gelezen was.  Hij hield van Kant.  Kant was een beetje misantroop, zoals hij dat ook was.   Hij las nog een uur en twintig minuten – traag en analytisch – en legde het boek dan terug op de plastic verpakking.  Het stoorde hem dat hij onbedekt moest gaan slapen.    Onzedig.    Onverantwoord.    Onaangenaam.    Onnatuurlijk.    Ongemakkelijk.     Heel erg ON...     * * *       Toen hij wakker werd was hij een ogenblik lang niet helemaal overtuigd dat hij ook echt wakker was.  Hij wist niet of hij in paniek moest slaan.    Hij wist het niet.    Het was voor het eerst in acht jaar dat hij iets niet wist met absolute zekerheid.  Hij was wakker geworden op zijn rechterzij in zijn geliefde foetushouding, beide handen onder het hoofd.  Hij voelde echter een nabijheid in zijn rug en vermits hij niet over dekens beschikte wist hij in eerste instantie niet wat er aan de hand was.  Hij opende voorzichtig de ogen en draaide het hoofd naar links, zodat hij zichzelf in de spiegel tegen het plafond kon bekijken. Het kostte hem welgeteld drie sekonden om uit het bed te springen en zich in volle paniek naar een hoek van de kamer te reppen.     “Ook een goeiemorgen.”   ***   Zij was al even naakt als hijzelf.  Goudbruine haren vielen warrig tot over de schouders.  Voor het overige leek ook zij volledig kaalgeschoren.  Ze rekte zich schaamteloos en kreunend uit en legde dan ontspannen de armen achter het hoofd.   “Hoe is het mogelijk dat u hier lijfelijk aanwezig bent?  Bent u tevens gevangen gezet in deze vrijwel vierkante ruimte?”   “Dat zal dan wel.  Enig idee hoe laat het is?”   “Er is een geringe kier in de blindering van dat raam aan de zuidoostelijke kant.  Ik heb gisteren de zon gevolgd en vermits het juli is moet het nu zo ongeveer kwart na acht in de ochtend zijn.”   “Een uur of acht was ook al goed geweest.  Hebben we een toilet?  Ik moet pissen.”  Kasper was een beetje geschokt door het perverse taalgebruik maar wees vervolgens toch met gestrekte arm en wijsvinger naar de kleine badkamer.  Het licht brandde.  Hij had het licht niet aangedaan.  Er lagen extra handdoeken, washandjes en...   “vrouwelijke dingen.  Die lagen hier gisteren nog niet.  Ze zijn voor u.  Ze hebben voor mij geen functie.  Welk is uw officiële naam?”   “Els.” “Els Wat?” “Geen Wat, alleen maar Els.” “Waarom?” “Ik heb geen achternaam meer.  Ik heb...hem niet meer.” “Waarom?” “Moei d’er u er niet me.” “Waarom?” “Hou op!  Kleuter!”  Ze verdween in de badkamer en liet Kasper verwonderd achter.  Hij wou gewoon haar naam weten.    Mensen zijn complex.  Vrouwen zijn complexer.     * * *     “Het moet vrij zeldzaam zijn dat iemand meerdere geboortevlekken dicht bij elkaar heeft, en dat die niet verdwenen zijn in de kindertijd.”  Els greep haar rechterarm beet met haar linkerhand om de plekken te bedekken, maar haar linkerhand vertoonde er nog meer.   “Ik wil het er niet over hebben.  Ik heb geen geboortevlekken.  Mijn huid is perfekt.”   “Roken is ongezond.  Leeft uw geboortevader nog?  Heeft het roken hem longkanker bezorgd?  Is hij dood?  Was u blij of extatisch toen hij stierf? Heeft u op zijn graf gedanst?  Of zelfs geürineerd? Werd hij palliatief behandeld?  Of...”   “Hoe komt ge erbij dat...”   “Oom Jan zit nu in Mexico.”   “Wat zit ge nu ineens te memmen over Nonkel Jan?  Hoe...”   “Hij is de broer van mijn moeder.  Hij is pastoor.  Hij kwam vaak op bezoek toen ik klein was.”   “Zat gij daarom zo te brullen...”   “U was aan de andere kant?  U bent geen gevangene?  Werkt U met de anderen samen?”        * * *       “90-66-95”.   “Wat?”   “Zijn dat uw maten?”   “Hoe..., ja, ongeveer, hoe...” “Ik ben goed met cijfers.  U heeft de ideale maten.” “Niet bepaald.  Ik heb een vette reet. Een hangkont.” “Zesenzestig en vijfennegentig hebben de perfekte ratio van ongeveer zeventig procent voor de man met een sterke nood aan voortplanting.  Niet voor mij.  Ik heb geen plan om mij voort te planten.  Mijn genen zijn verontreinigd.  Ik heb...”     * * *       Ze aten met smaak een boterham met kaas.  Geen van beiden leek er moeite mee te hebben naakt te zijn.  Els krabte regelmatig zonder enige schroom waar ze jeuk had.   “Deze kaas heeft een vetgehalte van rond de vijftig procent.  Gouda.  Wielvormig.  Tot vijftien kilo per wiel.”   “Zijt ge ongelukkig?”   “Waarom?  Neen, waarom zou ik ongelukkig zijn.  Deze cel is tijdelijk.  Denk ik.  Nadien is alles weer normaal.  Ik zou wel graag naar huis gaan.”   “Waar is thuis?”   “De Noordpool denk ik.  Dat zou mijn thuis kunnen zijn.  Proper.  Koel.  Geen buren.”   “Waarom denken de anderen dat ge ongelukkig zijt?”   “Bent u ongelukkig?”    Els had haar benen opgetrokken en haar voeten rustten op de kunststof zit van haar stoel.  Ze legde haar armen omheen haar benen en begroef haar hoofd tussen haar knieën.  Kort daarna hief ze haar hoofd op en keek hem aan.    “Vandaag niet.”     * * *       “Uw welgevormde melkklieren brengen waarschijnlijk menig kleuter het hoofd op hol.”  Zijn staalblauwe ogen verpinkten niet.  Hij leek bloedserieus.   “Is dat humor?”   “Ja...   Neen...   Misschien.”   “Wat is het nu?  Niet zeker?”               Hij was niet zeker.   “Neen.”   “Neen, wat?”   “Het was geen humor.”   * * *   Ze zaten nu al vijf dagen opgesloten in de vrijwel vierkante gevangenis.  Geen van beiden had sindsdien de nood gehad nog een kwaad woord tot de ander te richten.  Er leek een perfekte harmonie te bestaan tussen deze twee vreemde wezens. ’s Ochtends werden ze uitgerust wakker en stelden ze met enige voldoening vast dat het toiletgerief en het eten op een correcte manier werd aangevuld:   met aandacht voor een perfekte properheid.   Toen Kasper de badkamer betrad zag hij hoe Els zichzelf stond te bekijken in de spiegel.   “In het midden van de spiegel bevindt zich een kleine verkleuring.  Het moet een goedkope spiegel geweest zijn.  Het is geen verkleuring van uw huid.  Uw huid is...glanzend.”  Els keek een ogenblik bedenkelijk naar het spiegelbeeld van Kasper.   “Ik erger me aan mijn tetten.  Ik word een dagje ouder.  Nog even en ik zit met een gruwelijke Afrikaanse hangcultuur die ik voortdurend moet steunen met strakke BH’s.”   “Ik walg niet van u.”   “Wat?”   “Ik walg niet van u.”   “Amai mersi.”   “U begrijpt het niet.”   “Wat...”   “Ik walg niet van u.  Ik walg van iedereen.  Ik walg van mezelf.  Maar ik walg niet van u.”   “O.”   * * *   “Geïnteresseerd in kant?  Je bent toch geen flikker hoop ik.”   “Flikker?   Flikker. De. Mannelijk. Homoseksueel. Iemand op zijn flikker geven.  Een pak slag geven.  Een hevige berisping bezorgen.  Snars. Hij snapt er geen flikker van.   Ik snap er geen flikker van.”  Kasper begreep nog steeds niet wat ze bedoelde en keek haar vragend aan.   “Dat boek.  Over kant.”   “Kant.  Met een hoofdletter.  Filosofie.  Meneer Kant.  Immanuel Kant.  Hij heeft bepaald wat ethiek is.  Hij was op zoek naar het begrip goede wil, plicht, de autonomie van de wil.”   “Amai dat is zo een boek waarmee je een scheve tafel rechthoudt.”   “Ik begrijp u niet.”   “Dat soort boeken interesseert me geen zak.”   “Wat denkt u over goede wil?”   “Daar denk ik niet over na.  Er is voornamelijk slechte wil.  Goed bestaat vrijwel niet.  En zeker geen goede venten...”   “Misschien...” “Misschien ben jij een uitzondering.  Menig andere vent had al lang geprobeerd mij plat te neuken.  En gij...”  Ze bekeek zichzelf en zuchtte.  Ze ging op één van de stoelen zitten en begroef haar gezicht in haar handen.     * * *     Het was de zesde ochtend.  Het was waarschijnlijk een prachtige ochtend, maar de ruimte waarin ze zich bevonden was half verduisterd en onveranderd op zesentwintig graden gehouden.    Els werd wakker met haar hand op de buik van Kasper.  Hij lag ontspannen op zijn rug en zijn hoofd rustte op haar schouders.   Kasper opende de ogen en stelde vast hoe hij tegen haar aan lag.  Hij liet zijn hoofd onbeweeglijk liggen tegen haar lichaam en deed zijn ogen opnieuw dicht.  Het versterkte de ervaring die hij opdeed.  Er was geen angst.  Niet meer.  Niet bij haar.   “Mag ik u op bijzonder onbetamelijke manier aanraken op plaatsen die u misschien...”   “Doe wat je niet laten kunt.  Ze ging languit op haar rug liggen, haar knieën eerst nog kuis tegen elkaar, vervolgens...”   Kasper legde drie vingertoppen van zijn rechterhand in de ronde holtes op haar arm, holtes met een diameter exact even groot als een sigaret.  Els begon te huilen en begroef haar gezicht in zijn nek...   * * *       “Wat zit je te staren, gore smeerlap!  Geef me mijn kleren!  Nu!  En geef  me dan die van hem!  Nu!  Godverdomme!  Ik doe hier niet meer aan mee!”   “Els, je...Maar...”   “Hou er mee op!  Ik weet wat ik beloofd had.  Ik weet nog heel goed waartoe ik hem moest overhalen.  Het gaat niet meer.  Het moet ophouden.   Het is niet goed.  Voor hem.  Het is niet goed voor hem.  Ik vertrek!  En hij gaat mee!  Dit experiment is afgelopen!  Er is niks mis met hem.  Hij is...hij is perfekt.”   “Dit kan niet, zijn ouders...En jij Els, je staat bij ons onder...”   “Waag het niet ons tegen te houden.  Ik maak dit wereldkundig in iedere krant!  Hij gaat met me mee, hoor je me?”     * * *         Ze lagen op een vers gewassen en door de wind gedroogd laken in hun aan alle kanten afgeschermde tuin.    De zon brandde op hun huid.   Ze waren naakt en geen van beiden had er problemen mee.   “Mag ik u op bijzonder onbetamelijke manier aanraken op plaatsen die u misschien...”     Els begon keihard te schateren.  

huro
2 0

Je suis een held op sokken

De meeste helden die ik ken zijn dood Ik ben gewoon mezelf Geen held hooguit een held op sokken die met haar eigen woorden de wereld om zich heen probeert te vangen, die al begint Bij de tafel die we eettafel noemen Maar waar we nooit aan eten Behalve dan als er gasten zijn Om te doen alsof we tafeleetmensen zijn We doen ons altijd mooier voor We doen onszelf nooit te kort aan een warm bord Vol illusies, want dan smaakt beter dan de waarheid Weet je hoe groot een sneeuwbal wordt als hij verder rolt, niemand hem stopt, als die sneeuwbal. Heel de wereld rond steeds verder bolt.  Onverwoestbaar. Wat nu in deze tijd, hoe groot je woorden worden  Als ze onbedoeld je huiskamer uit rollen, de hele wereld rond. Als ze mensen bereiken die niet begrijpen wat je er mee bedoelt. We hebben ooit de woorden bedacht om dichter bij elkaar te staan, maar als ik nu spreek heb ik het idee dat niet iedereen verstaat wat ik zeg, staan we elkaar in de weg, met wat is uitgevonden om elkaar te begrijpen Ik ben geen held Hooguit een held op sokken Die bij de eerste stap buiten KOUD KOUD KOUD roept En terug naar binnen rent Ik ben gewoon mezelf, Jij plakt als een wegenwachter van mijn woorden je oordeel Op dit optreden,  de beste stuurlui zitten in de monk Ik ben er zeker van, maar er zit geen rode speedo onder Mijn jurk en ik kan niet vliegen Er is iets aan de hand met onze wereld In onze hand zit niks, Dus niks aan de hand toch Makkelijk In de huiskamer hebben we allemaal een grote mond Maar we draaien ze even dicht als onze deur Niet eens een kier om ongezoutenheid Door heen te laten tochten Wij zijn zoetwatervissen Ongezouten, want de meest gezouten Plek is de dode zee En de meest ongezouten mensen zijn Fuck, al onze helden zijn dood Ik ben een zoetwatervis Wat we niet zijn willen we zijn verbonden Meestal zijn we dat wel maar verkeerd Aan de telefoon bijvoorbeeld Daar durft iedereen te zeggen wat ze denken Zolang het niet op papier staat En niet openbaar is Waar vechten we voor Een rekening van belgacom altijd Waar we van dromen Is niet wat we bereiken Het komt er niet eens van in de buurt In onze huiskamer zijn we allemaal helden En de telecomoperator aan de andere kant van de lijn Het kwaad dat bestreden moet worden Weet je hoe groot een sneeuwbal wordt als hij verder rolt, niemand hem stopt, als die sneeuwbal Heel de wereld rond steeds verder bolt.  Onverwoestbaar. Wat nu in deze tijd, hoe groot je woorden worden  Als ze onbedoeld je huiskamer uit rollen, de hele wereld rond. Als ze mensen bereiken die niet begrijpen wat je er mee bedoelt. We hebben ooit de woorden bedacht om dichter bij elkaar te staan, maar als ik nu spreek heb ik het idee dat niet iedereen verstaat wat ik zeg, staan we elkaar in de weg, met wat is uitgevonden om elkaar te begrijpen Weet je nog hoe groot onze mond was? Toen we op de uitkijk stonden, zeven jaar waren. Op een berg, niet echt een berg, gewoon zand, daar opeens die jongens waren en ik had je cavia vast. Die kakte op mijn t-shirt, heel de tijd, een blauw t-shirt vol met cavia kak. Ik heb die hele herinnering nog in mijn hoofd Van het roepen op de berg Dat toen we naar beneden kwamen die jongens opeens veel groter waren Ver van ons bed lijkt alles veel kleiner Zoals die Playmobil kinderen vol bloed op het journaal Het zal wel niet zo erg zijn In scene gezet, zap En mijn t-shirt zat nog steeds vol met caviakak Ze riepen dat ze ons kapot zouden maken Onze monden werden opeens veel kleiner We hadden niet meer zo veel woorden Ik zei dat het niet zo moeilijk was, ons kapot maken Omdat we niet zo groot waren en zij wel Ze gaven me gelijk en we liepen weg Ik ben geen held, ik ben gewoon mezelf een zoetwatervis in een afwasbak In de zee durf ik niet zwemmen Daar zwemmen haaien Al weten ze niks van poëzie Ik begrijp wel wat ze bedoelen, als ze naar mij happen.

phyllox wanderlust
0 0

POMO

Soms heb je zin om te ROEPEN                                     ZO HARD TE ROEPEN  Dat je stembanden  s        r       n         e               er een grote STILTE klinkt                                     p       i         g         n Dat je de maan kunt tikken   soms heb je zin om te                      zo HARDHARD te                                      d a n s e n                                   d a n s e n d a n s e n                                                                    g                                                               o                   p     i     g                         o                          SPRINGT              s       r      n     t                 h        je                                       o dat                                        z   soms heb je zin in dingen waar niet zoveel over nagedacht moet worden soms heb je geen zin om te veel na te denken over de dingen   WIJ ZIJN ENERGIE WIJ ZIJN ALLEMAAL ENERGIE   Als wij TEGENELKAAR         B                                                            O                                                                   T                                                     S                                       E                                                               N          Maken we meer ENERGIE… zoiets     Er ligt boter in onze koelkast, als het koud is zal die niet smelten Er zijn ook eieren, wat we daar mee moeten weten we niet Olijfolie zit niet in de koelkast,     Buiten is er mist    ZOIETS ER LIGT BOTER IN ONZE KOELKAST EN ALS HET KOUD IS ZAL DIE NIET SMELTEN ER ZIJN OOK EIEREN WAT WE DAAR MEE DOEN WETEN WE NIET OLIJFOLIE NIET IN DE KOELKAST   BUITEN IS ER MIST ZE HANGT IN DE BOMEN EN KRUIPT IN ONZE MONDEN OM ER ALS WOLKJES WEER UIT TE BARSTEN   ER IS NOOIT STILTE   WIJ VRAGEN DE WEG NAAR DE OVERKANT WIJ VRAGEN DE WEG NAAR EEN LAND WAAR ER GEEN GRENZEN ZIJN   IK HEB OOK EEN CROQUE MACHINE IK GEBRUIK DAT NIET ZOVEEL IK EET NIET ZO VAAK CROQUES   HET IS NIEMANDS VERPLICHTING DIT HELEMAAL TE LEZEN OVER VIJF MINUTEN GA IK RECHSTAAN ERGENS NAARTOE DE WERELD IN DE DEUR UIT OVER VIJF MINUTEN GA IK IETS DOEN TOT DAN KAN IK LETTERS ZETTEN HEEL VEEL LETTERS ZETTEN ACHTER ELKAAR   TOT DAN HOEF IK NERGENS OVER NA TE DENKEN IK HOEF NOOIT ERGENS OVER NA TE DENKEN IK KAN BESLUITEN OM NOOIT ERGENS OVER NA TE DENKEN MIJN HERSENEN UIT TE ZETTEN EN LALALALALALALALALALLALALALALALLALALALALAL KLEINE MANNETJES LATEN DANSEN IN MIJN HOOFD OVER DRIE MINUTEN GA IK DE WERELD IN ZET IK MIJN HOOFD AAN   ZIE IK DE MENSEN LOPEN ZIE IK ZE DENKEN ZIE IK HUN MONDHOEKEN WEER LANGS DE STOEPRANDEN SCHRAPEN OP ZOEK NAAR EEEN STEEN DIE ANDERS LIGT ZIE IK HOOFDEN SCHUIN NAAR ONDER GEBOGEN HANDEN IN ZAKKEN OVER 2 MINUTEN WEER ZIE IK DE WERELD BUITEN WAAR DE MENSEN AL DIE MENSEN SAMEN VOOR ZICHT UIT KIJKEN ZONDER VOORUIT TE KIJKEN BIJNA WE ZIJN ER BIJNA WE ZETTEN IETS IN BEWEGING IK HEB OOK NOG BIER ER IS OOK NOG HEEL VEEL BIER EN EEN KAPSTOK EN EEN PLANT ER IS OOK EEN PLANT DIE GEEF IK WATER ALS HIJ DORST HEEFT DAAR ZORG IK VOOR ALS IK TIJD HEB  

phyllox wanderlust
4 0

brief ouders ahmed

Jean-Louis Lecocq Welpenstraat 40 1930 Zaventem Tel 02 222 52 32 info@zaventemgemeente.be   Mijnheer en Mevrouw Almaci en zoon Ahmed Vlieghavenlaan 45 1930 Zaventem Betreft: Nederlands op school en bij u   Geachte heer Almaci Geachte mevrouw Almaci   We zijn blij dat Ahmed binnenkort bij ons naar school komt. In onze school hoort iedereen erbij.  We zullen ervoor zorgen dat Ahmed zich goed voelt in zijn nieuwe klas. Op school spreekt iedereen altijd Nederlands. Dit zal Ahmed helpen om snel Nederlands te leren want: hij spreekt en hoort het Nederlands tijdens de lessen, hij leert taken in het Nederlands maken, hij speelt met vriendjes die Nederlands spreken. Het Nederlands helpt hem ook voor later als hij wilt verder studeren of werken. Maar ook voor u kan het Nederlands helpen als u in de winkel bent of met de leerkracht wilt praten op school.   Waarom Nederlands leren spreken? U kan Ahmed helpen bij zijn huiswerk. U kan beter zeggen wat u nodig heeft in het gemeentehuis, in de winkel, in de buurt, op school. U vindt makkelijker werk of uw collega’s zijn blij dat u hun taal spreekt. U leert makkelijker mensen kennen die Nederlands spreken. U voelt zich thuis in uw buurt. Zou u net als uw zoon ook graag Nederlands leren spreken?   Samen met de school De Springplank in Zaventem organiseren we voor u lessen Nederlands. Kent u nog niet veel Nederlands of al iets meer? Dat maakt niet uit. Iedereen is welkom. Hopelijk tot snel.   Met vriendelijke groet, burgemeester Jean-Louis Lecocq           

Liesbeth Rubben
0 0

Herschrijf de zinnen

p. 24 Wanneer je beseft dat je beter de naamwoordstijl en nominalisering vermijdt, draagt dit bij tot leesbaarder schrijven.    OF   De naamwoordstijl en nominalisering vermijden, draagt bij tot leesbaarder schrijven.   p. 28 Iedere gemeente staat voor de uitdaging om de etnisch-culturele minderheden een plaats te geven in hun beleid. Maar hoe breng je de etnisch-culturele minderheden op de hoogte van dat beleid? Andere uitdagingen zijn:  allochtonen een aangepaste dienstverlening geven,  allochtonen actiever betrekken bij de activiteiten in de gemeente, allochtonen meer en beter informeren over hoe de gemeente werkt. OF  Iedere gemeente staat voor de uitdaging om de etnisch-culturele minderheden een plaats te geven in hun beleid. De gemeentes moeten nadenken over hoe zij:  allochtonen een aangepaste dienstverlening kunnen geven,  allochtonen actiever kunnen betrekken bij de activiteiten in de gemeente, allochtonen meer en beter kunnen informeren over hoe de gemeente werkt.   p. 30 voorzien/houding/bekwaam/ingewikkeld/idee/voortdurend/ongelijkheid/zeker/overduidelijk/vaak/indruk/vernieuwen/volledig/neiging of bedoeling/samenbrengen/deelnemen/noodzaak/streek/beperking/af en toe/noodzakelijk/dringend/gelden    p. 33 Het provinciaal integratiecentrum draagt bij aan de emancipatie van etnisch-culturele minderheden.    p. 34 Wij nemen deel aan de raden van beheer van de Centra voor Basisonderwijs en Centra voor Volwassenenonderwijs om hen te motiveren een specifek aanbod te bieden aan kwetsbare groepen van etnisch-culturele minderheden.    De dronken en onvoorzichtige automobilist reed een kleuter aan en verwondde hem.    De arrangementen in de folder kan je boeken via het aanvraagformulier.    Hoewel Michiel een hekel heeft aan huiswerk en nog moet wennen aan zijn nieuwe school, probeert hij toch elke dag een uurtje te werken.    p. 35 In het Leuvense pronvinciegebouw presenteerde het PRIC eind oktober zijn beleidsplan aan de coördinatoren van enkele lokale steunpunten.    - Het is niet waar ik in de eerste plaats voor kies. OF Het is waar ik in de eerste plaats voor kies. - Het bestuur voelt er op dit moment niets voor.  - Ik zal de laatste zijn om te ontkennen dat we zelf ook schuldig zijn. - Hij ontkende niet dat hij de documenten had doorgespeeld aan de pers. - Toestemming krijg je als je die tijdig, schriftelijk en volgens de richtlijnen aanvraagt.   p. 37 Contact met andere bevolkingsgroepen is niet genoeg om vooroordelen te corrigeren.   De zorgverstrekker bepaalt wanneer zorgverstrekking onder 'dringende medische hulp' valt.    Een deelaspect van de verzelfstandiging is dat de thuissituatie van de cliënt beter moet zijn om de begeleiding te stoppen.   

Liesbeth Rubben
0 0

Pasklare verhalen. Flauberts papegaai

           Ik hou van stations. Treinen. Sporen. Vandaag zit er een jonge man tegenover me op de trein Halle-Brussel. Hij leest een boek. Zwart haar, stoppelbaard, jeans, wit hemd dat prachtig afsteekt tegen zijn donkere huid, gekleed jasje. Hij leest ‘Flauberts papegaai’. In het Engels.  Ik moet naar het toilet. 'Meneer, kunt u even opletten...' Ik wijs naar mijn jas en rugzak, en knik in de richting van het toilet. 'Bien sur, madame...' Terwijl ik doe wat moet gebeuren, hoor ik hoe de trein vaart mindert en besef ik: als die meertalige knapperd nu van de trein stapt met mijn rugzak, heb ik het nakijken...  -Of ik daar dan niet aan gedacht had?- Zeker wel. Maar dit is mijn persoonlijke test van de mensheid. De meeste mensen zijn goed. Dat is mijn stelling. Of ze nu Noord- Afrikaans of Duits of ... Berbers zijn. En iemand die Jules Barnes leest, moet per definitie oké zijn. Ik weiger mee te doen aan het veralgemenend negativisme over de jeugd van tegenwoordig, over vandaag de dag, niemand heeft nog respect en ga zo maar door. Ik doe niet mee. Klopt mijn stelling? Dat test ik. Regelmatig.  Zo koop ik kersen onderweg als ik ga fietsen, en laat die in mijn fietsmand liggen terwijl ik in de supermarkt ben. Tot nu toe liggen ze er steeds nog wanneer ik uit de winkel kom. Ik laat ook mijn handtas in het vakje van mijn winkelkar staan en ga een paar meters verder een pot choco nemen.  Maar ik beperk het risico. Mijn portemonnee zit in mijn zak. Ik heb lage schoenen aan waarmee ik hard kan rennen achter een mogelijke tassendief, en de kersen zijn niet onmisbaar.  Vandaag op de trein lijkt Barnes mij voldoende garantie te bieden. Bovendien heb ik geen baar geld bij, zit mijn smartphone in mijn broekzak, en mijn bankpasje-  Shiiiiit. Dat bankpasje steekt in het zijvak van mijn rugzak. De blauwe rugzak waarmee de jongeman nu vermoedelijk van de trein stapt. Want de trein is gestopt. En ik zit nog steeds op het toilet. Dat soort zaken blijkt net iets moeilijker te berekenen.  Enkele minuten later rep ik me terug naar mijn plaats. Hij kijkt niet eens op als ik me met een zucht laat vallen. Hij is nog steeds in zijn boek verdiept. Hèhè. Twee haltes verder moet ik eruit. In het halletje wacht ik, mijn vinger boven de groene knop. 'Madame, madame!' Bedoelt hij mij? 'C'est a vous?' In zijn uitgestoken hand mijn smartphone. 'Euh, hoe...'  'Ik denk et ies uit u zak kevallen op de bank, denk ik. Et ies uwe?'  Ik check. Ja, de mijne. 'Ohh, heel, héél erg bedankt.'  Galant duwt hij op de groene knop, waarop de deur openspringt. 'De rien'.  De meeste mensen zijn buitengewoon goed. Halleluja. En ik ben een stomkop.  Ik had hem moeten kussen.

Goedele Billen
0 3