Lezen

OUVERTURE 1812

oen ik hier op Tenerife uit een Spaans wit huisje enkele flarden van een stuk van Tchaikovsky hoorde, moest ik onmiddellijk terugdenken aan mijn pa. Mijn vader hield van klassiek. Hij was een hardwerkende socialistische atheïstische plaatslager. Een ganse dag blutste hij onder voordurend gebonk  gedeukte auto’s uit. Maar als hij ’s avonds thuis kwam,  kon hij al zijn lawaaistress wegwerken met klassieke muziek. Van het moment dat de naald op de plaat neerdaalde, transformeerde hij in een armenzwiepende dirigent. Zijn lievelingsplaat was de Ouverture 1812 van Tchaikovsky. Een muzikale veldslag tussen Rusland en Frankrijk en die de uiteindelijke Russische overwinning op het leger van Napoleon vertelde. Telkens het meest opzwepende stuk zou beginnen riep hij: “Luister, luister, nu spelen ze de Marseillaise samen met Russische Volkslied en hoor je ze, hoor je de kanonnen?”  Telkens opnieuw, elke keer dat de elpee op de platendraaier gelegd werd, kwam de vraag: “Hoor je de kanonnen?”  Minstens één keer per week schalde de ouverture door de woonkamer. Tot ik, toen een 15 jarige tiener, op een dag gehaast de living in kwam hollen en mij wildenthousiast in de sofa liet neerploffen. Ik had niet gemerkt dat de platenhoes inclusief de Ouvertureplaat op de zetel lag, klaar om op platendraaier gelegd te worden. Krak, de ene helft van de elpee noemde nu 18, terwijl de andere helft 12 heette. Krak, en samen met de plaat dacht ik dat ik het hart van mijn vader hoorde breken. Zijn lievelingsplaat in stukken uit elkaar. Ik voelde me zo schuldig dat ik wel drie dagen aan een stuk  huilde en snufte. Van mijn zondag heb ik toen onmiddellijk een nieuwe uitgave van Tchaikovsky’s 1812 gekocht, maar het was niet meer hetzelfde. Mijn vader lachte mijn schuldgevoel weg en draaide vanaf dan de elpees van Im Weissen Rössl am Wolfgangsee, Het land van de glimlach, Doris Day en Nat King Cole grijs. Maar zelfs nadat mijn pa de revolutie van vinylplaten naar de eerste rechtopstaande bandopnemer met van die megagrote spoelen naar de kleine cassetterecordertjes had meegemaakt en hij voor zichzelf uitgemaakt had, dat zijn lievelingsliedje nu ‘Non rien de rien, van Edith Piaf’ was, bleef ik, waar ik ook in Europa was, in allerlei platenwinkels naar die unieke uitvoering van de Ouverture van 1812 zoeken. Op rommelmarkten in Amsterdam, in Londense muziekwinkels, in Franse supermarkten, zelfs op Spaanse tweedehands toestanden zocht ik tussen het toen slinkende vinylaanbod. Na een tijdje was hij in het bezit van 4 elpees, met 4 verschillende orkesten en 4 verschillende dirigenten, maar de kanonnen zwegen. Er was geen kanon meer te horen. En nu ik dit stukje neerschrijf en via het internet op onderzoek uitga, nu vind ik verdorie die lang gezochte uitvoering! Voor diegenen die het willen beluisteren. Dubbelklik op onderstaande youtube site, luister en denk daarbij aan een 40 jarige man, die als een hartstochtelijke dirigent te keer ging en het verhaal telkens weer vol overgave aan zijn dochter vertelde. En ergens onderweg, als je heel goed oplet, hoor je Pierre roepen: “Nu begint de veldslag, de kanonnen, hoor je de kanonnen!” Mijn pa stierf in 1988, nu zo’n 30 jaar geleden, amper 64 jaar. Ik mis hem nog steeds. https://youtu.be/VbxgYlcNxE8   Sim, 24.1.2018  Costa del Silencio Tenerife.    

Sim
14 0

BART DE WEVER MET SPOED NAAR ANTWERPS HOSPITAAL..

Woensdagavond werd de Antwerpse burgemeester Bart De Wever met spoed in het ziekenhuis opgenomen, want ………hij heeft zich een breuk gelachen! Als het Antwerpse stadhuis niet in renovatie was geweest, dan had het voltallige stadsbestuur nu schaterend, billenkletsend en buikvasthoudend van het lachen over de vloer van het schoon verdiep gerold. Na een ondoordachte laster van de Antwerpse Rode oppositievoorman naar het bestaand stadsbestuur en een redelijk tijd tussen hangen en wurgen scenario, explodeerde het karteltriootje Groen, rood en Beel, na amper een paar maanden. De rode pot verweet de ketel dat hij zwart zag…hm in dit opzicht een niet al te goede vergelijking, maar soit. De Antwerpse socialistist Tom begon, terwijl de regen neer gutste,  zo’n groot mogelijk put te graven, om zoveel mogelijk modder te creëren, maar kukkelde natuurlijk onmiddellijk in zijn eigen valkuil. Wie met vuur wil spelen en het vuur aan de lont houdt, kan door rechtse rukwinden zijn linkse pollen wel eens verbranden. Nu Tom voor de tweede maal in opspraak kwam, trok de groene Wouter Van Besien de stekker uit Samen en nam Tom ontslag uit de Spa en de nieuw opgerichte partij. En nu het allemaal uitkomt, roept Spa, dat er geen Scheiss am knikker is, want dat Meeuske zichzelf toch niet verrijkt had, hij was alleen een beetje creatief geweest met een financieel uit de hand gelopen volkfeestje bij de vervoermaatschappij De Lijn, waar hij toen nog directeur was. Zijn ontslag bij De Lijn werd met de mantel der liefde toegedekt en in alle talen verzwegen, maar is dan toch door één of andere klokkenluider in de media verschenen, met opgesplitste kopie facturen en al. In één televisie interview zei Tom wel tot driemaal toe, dat zijn gefoefel destijds bij De Lijn niet de reden was, dat hij zijn ontslag gaf bij Samen en als Spa leider, maar dat de fout bij diegene lag, die de fraude aan het licht had gebracht en dat er een heuse heksenjacht tegen zijn persoontje aan de gang was! Dus als zijn gesjoemel niet uitgekomen was, dan was alles pais en vree gebleven Begrijpen, wie begrijpen kan!  Wie met modder naar een tegenstander gooit, moet recht in zijn schoenen staan, want er zitten er natuurlijk zeker een paar op vinkenslag om de bal te retourneren! De Spa dame Caroline kopte nog in de krant, dat het nu maar eens gedaan moest zijn met dat moddergooien. De schat bedoelde het goed hoor, maar wie begon met het ‘boem, boem boemerang-pootjelap-moddergevecht’?    Dus ‘Samen’ werd woensdagavond ten grave gedragen . De groene hoofdman Van Besien is gezien! Terwijl Wouter al met een voet op het bordes van het stadhuis stond, werd zijn Antwerpse burgemeestersdroom door de rode ridder aan flarden geschoten.   Ondertussen aanvaardt Spa Tom’s ontslag niet en gaat voor zoveelste keer, de lichtbeschadigde socialistische politieke partij weer met de slogan ‘recht vooruit’ naar de Antwerpse burger! Het lijkt nu al sinds jaren op de processie van Echternacht, twee vooruit, één achteruit. Misschien dat Wouter Van Besien nu nog een kartel kan sluiten met de George Cloony, die opperdraaikont van de CD&V. Maar die kwam speciaal in het Antwerpse wonen om zelf dat burgemeesterslint over zijn hoofd te laten zakken. Spijtig voor de achterban van die ‘Samen’partij, die met goede ideeën en eventuele vernieuwingen klaarstond. De bedoeling was goed, lentegroen zelfs, maar de rode besjes vielen weer te vroeg van de struiken. De Wever ligt in een kramp; dat was werkelijk één cola zero waard. Bij de verkiezingen in oktober zullen de echte Antwerpenaren spreken! De vraag alleen is,  hoeveel echte Sinjoren zijn er nog?   P/S Gisteren zagen wij hier op de dijk van Los Cristianos, twee heupwiegende oudere dametjes rond waggelen. Ze droegen een T-shirt met de opdruk : TAKE  #METOO!!   Sim  Costa del Silencio  20/1/2018  

Sim
23 0

EEN COLA ZERO AUB...

Hoe is het mogelijk dat één respectloos politiek steekspelletje mijn romantische denkwereld over de Coca Cola reclame totaal kon verstoren. Met een slecht stukje amateurtoneel trachtte een rode partijvoorzitter van een Antwerpse slabakpartij het huidige stadsbestuur onderuit te halen.  Hij alludeerde dat de volledige bedrijfsleiding van het Antwerpse schoon verdiep, op uitnodiging, samen met een jarige bouwpromotor was gaan corruptietafelen. Er waren zelfs onder-de-gordel en privacyloze filmbeelden van kussende politici aan de ingang van het feestrestaurant gemaakt. De leden van het nieuwe opgerichte Antwerpse kartel kwaakten allemaal ‘Samen’ over ongeziene belangenvermenging.  Leuk was echter toen bleek dat de lastertong in kwestie zelf vrij nauwe banden met de vastgoedpromotor onderhield en zich de dag na de onthulling rode vingertjes WhatsAppte, om zijn ‘bouwpromotorvriendje’ te laten weten dat deze aanval niet persoonlijk bedoeld was en hoopte dat ze nadien liefst nog even goede maatjes konden blijven. Hij wou alleen eventjes de Antwerpse burgemeester, voor de volgende verkiezingen, een omkoopbaar randje aansmeren. Echt sneu voor de rode kapoen dat zijn achterbakse correspondentie uitkwam en als een echo in alle kranten en op televisie doorzinderde. Boem, boem, boemerang… De ene helft van het nieuwe samengestelde Antwerpse politiekgezinnetje werd rood van ergernis en de kersverse aanvoerder, die zich reeds als de nieuwe toekomstige burgemeester profileerde, kon met deze stommiteitvolle poging tot torpedering van het huidige bestuur, alleen maar heel groen lachen. Slapeloze nachten hield hij er aan over. De rode rakker werd op het groene matje geroepen. Er werd met hem een hartig woordje gesproken over de toekomst van de nieuwe geconstrueerde partij. Loopt de bekladder nu nog steeds met opgeheven hoofd rond in Antwerpen? Na heel de commotie, weet hij nu natuurlijk al lang hoe de doorsnee Antwerpenaar hem ziet en waar ze hem het liefst van al helemaal niet meer willen zien. En eens te meer is het gezegde: ‘Wie een put graaft voor een ander, komt nooit in het bestuur van het Antwerpse stadhuis!’ Dit was heel zeker een totaal verkeerde tactiek om te solliciteren naar een jobke op het Schoon Verdiep. Dus moest er snel een boetekleed aangetrokken worden. Maar zoals we reeds weten, wordt er door deze verlieslijdende partij, in beiden landsgedeeltes, alleen mea culpa geroepen, als hun gesjoemel, vriendjespolitiek en mandaatpakkerij aan het licht komt. Anders hoor je ze niet en blijven ze ongegeneerd en ongestoord met hun vingers in de vetpotten graaien. Maar wat heeft zo’n politiek gehakketak dan uiteindelijk te maken met mijn verstoorde romantische Coca Cola gedachtes en dagdromen? Vroeger zag ik, tijdens de reclame, een blond bloot bovenlijf mannelijk testosteron sixpack fotomodel, met een kratje Cola Light op zijn schouder het kantoor binnendwarrelen. Alle secretaresses werden vloeibaar achter hun computer en snakten onmiddellijk naar een dieetcolaatje. Vorig jaar schalde om het half uur de Italiaanse ‘come prima’ hit door de woonkamer om Coca Cola te promoten.  Twee hormonaal piekende tieners spurten zich de benen onder het lijf om zo snel mogelijk een colaatje naar de in de tuin werkende poolboy te brengen. En dan zag je hoe zo’n hevig zwetende zwembadkuisende halfgod zo’n ijskoel donkerbruin cola zerootje naar binnenklokte. En wat gebeurt er nu als ik aan Coca Cola denk, een Cola Light of Zero no sugar bestel?? Stoorzenders hinderen mijn visioenen van smakelijke sexy coladrinkende stoere binken en mijn fantasie wordt gehackt door de kop van een erg magere Bart De Wever.  De Antwerpse burgemeester, die verontwaardigd in alle media mededeelde, dat hij in het restaurant helemaal niet aan de mogelijk compromitterende feesttafel aanschoof, maar er alleen een Cola Zero dronk. De politiek is bedankt!   Sim, 9/12/2017    https://cornelissimone.blogspot.com          

Sim
0 0

ER ZIJN GEEN ZEKERHEDEN MEER IN HET LEVEN!

Wat is er toch gebeurd met het Roma-zigeunervolkje? Nog maar enkele jaren geleden trokken deze nomaden in karavaan, wonend in een caravan, gans Europa door. Aan de ingang van de supermarkten speelden ze ongevraagd accordeonmuziek en kregen meestal alleen van de purpergespoelde seniorenweduwvrouwtjes wat koperen centjes toegegooid. Je zag de zigeunervrouwen, die met de grote Mercedes op de hoeken van de winkelstraat of aan de uitgang van de metro afgezet werden, met slapende baby’s op de schoot, huilend bedelen. Terwijl jij, al winkelend voorbij wandelde en jij je afvroeg of die kindjes werkelijk zo ziek waren, waren de overige zigeuners en de iets wat grotere kinderen waarschijnlijk op het dievenpad op zoek naar loshangende koperdraad en oude licht dementerende vrouwtjes (zoals mijn eigen moeder meemaakte) waar ze zich met een smoesje binnen konden lullen om wat juwelen achterover te slaan. Ik wil niet veralgemenen, maar ik veronderstel niet dat ze van het accordeon spelen of bedelen met zijn allen konden leven… Telkens wanneer je rond 24 mei ergens in Zuid Frankrijk in de wijde omgeving van Les-Saintes-Maries-de-la-Mer in de Camargue kampeerde, kreeg je van de kampeereigenaars de wijze raad alles supergoed achter slot en grendel te houden of je zo snel mogelijk uit de voeten te maken. Alle campings, de dijk en de omgeving van les Saintes stonden vol witte kleine vrachtwagentjes, grote Mercedes- auto’s en megacaravans. Op die datum kwamen van einde en verre alle Roma- pelgrims bij elkaar om hun zwarte Madonna, de heilige Sara  en bij legende de twee Maria’s die aanwezig waren bij de dood van Jezus, te vereren. Deze twee laatsten zouden dan met een gammel bootje van Jeruzalem tot in de Camargue gesukkeld zijn…Onder gitaargetokkel, dragen zigeunermannen, behangen met dikke  gouden halskettingen met daaraan fonkelende Christelijke kruisen, dan vanuit de kerk in een processie de zwarte Sarah-pop en het duo Maria’s naar de zee. Tegelijkertijd bedelden de kleine smoezelige kindjes in de straten van Les Saintes en stroopten de vrouwen de straatjes af op zoek naar lichtgelovige slachtoffers. Zij vroegen aan de naïeve toeristen om een geldbriefje op hun hand te leggen en terwijl ze dan met wat blaasjes de toekomst voorspelden en hoe oud je waarschijnlijk zou worden, zaten de kinderen langs de andere kant in je handtas of pikten ze ongemerkt je portefeuille. Het achtste gebod: “Jij zult niet stelen”, is vermoedelijk niet in hun zigeunerbijbel opgenomen. Als je in die periode in Zuid Frankrijk op een camping stond en er in de omtrek rondrijzende zigeuners geannonceerd waren, dan kreeg de campinghouder slapeloze nachten omdat hij ’s nachts de boel extra moest observeren. Men mocht het kampeerterrein met prikkeldraad omringen, een bareel aanbrengen, de gracht rond de camping zo diep en zo breed maken als men wou, telkens opnieuw verdwenen er caravans die achteraan op de camping in de winterstalling stonden. Tegelijkertijd, als een dief in de nacht, roofden diefje en diefjesmaat, op de camping, bij hun aftocht, uit alle voortenten en bungalows alles wat maar los en vast zat. Campingzeteltjes, picknicktafels, badhanddoeken en kinderkleding veranderde van eigenaar, zelfs de koelkasten in de voortenten werden leeggehaald. Aangifte bij de lokale kustpolitie was tevergeefs, want die haalden alleen de schouders op. ‘Proces verbaal opmaken was onbegonnen werk! Niets aan te doen! ‘t Was een jaarlijks terugkerende plaag.’ Maar wat gebeurt er nu? In plaats dat die zigeunernomaden in een caravanoptocht rondzwerven en, zonder toelating van de boer, allerlei weides en akkers bezetten, kraken ze nu leuk alle leegstaande en onbewoonde eigendommen. De gratis all in formule is in, de caravanwoonst is out! De kans zit er in dat als je na enkele overwinteringmaanden naar je verlaten huisje of appartementje  terugkeert, er een roedel  gipsy kings in je bed slapen, je gas en elektriciteit opsouperen en met je servies, potten en pannen ‘kokenetentje’ spelen. Er is nu sinds vorige donderdag een nieuwe wet, die kraken strafbaar maakt, maar als eigenaar heb je nog steeds niets in de zigeunerpap te brokken. Je kan de politie bellen, maar als die vaststelt dat je eigendom gedurende een maand of drie onbewoond achtergelaten werd, dan kan of mag de arm der wet nog steeds niets ondernemen. Het binnengedrongen volkje krijgt bijgevolg nog een volle week om je boel af te breken en als je pech hebt gaan ze nog pro deo, op onze kosten in beroep tegen de uitzetting ook! Jij kan als eigenaar of bewoner van het adresje, in afwachting van de uitzetting, nog rustig ergens een maandje op eigen kosten op hotel gaan… Het zou zo simpel kunnen zijn! Politie bellen: ‘Hallo er zitten krakers in mijn huis.’ Of het nu Roma zijn of niet, aan hen het bewijs vragen of nagaan via de gemeente of ze op dit adres gedomicilieerd zijn. Het maakt toch niet uit of dit nu een leegstand of bewoond pand was. Als ik thuis in mijn bed lig en er komt een crapuulboefje binnen, dan heet dat een inbreker. Als ik niet zelf in mijn bedje lig, dan is het een kraker die we met alle sociale egards moeten behandelen…Als zulke nieuwe wet niet zo zielig in elkaar gestoken was, zou het om te lachen zijn. Eens kijken of minister van justitie Geens er mee zou kunnen lachen als zijn villaatje plots gekraakt zou blijken te zijn? Het is zelfs al zo ver dat eigenaars hun lege woning niet meer te koop durven zetten, want die annonce blijkt een aanzuigeffect op het krakervolkje te zijn. Indien dat geteisem geen domicilie kan bewijzen, dan moeten we alle mannen, vrouwen, zelfs diegenen die op het punt staan te bevallen en kinderen onmiddellijk oppakken, met het dievenkarreke naar een gesloten instelling afvoeren en hop terug naar eigen land repatriëren. Vermits Roemenië wel een Europees land is maar zich niet in de Schengenzone bevindt, moet het toch klaar en duidelijk zijn dat dit land voor zijn eigen burgers moet zorgen. En nu kunnen jullie zeggen, ze viseert een bepaalde doelgroep, maar buiten dat ons huis gekraakt werd, hebben wij alles zelf meegemaakt of gezien. Waar is de tijd dat de zigeuners nog met caravans rondtrokken??  Er zijn geen zekerheden meer in het leven!

Sim
28 0

Dreef der Gedachtenis

Dit is een hoek van de begraafplaats aan de Viale Rimembranze in Crone, nabij het Idromeer in Italië. Dreef der Gedachtenis. Bijna vier jaar geleden schreef ik, na de plaats bezocht te hebben, het volgende:     En dan het dode meisje. Achter het kerkje in Crone volgde ik een weg, omboord met zwart-witfoto’s van wereldoorlogshelden, die naar een begraafplaats leidt waar bloemen overheersen. Roze, geel, rood; ze verstikken de graven, verbergen de urnenwanden. Ik zocht daar naar het recentste graf, een verse dode. Bij een urnennis met daarvoor drie vetplantjes zakte ik door mijn knieën, om zo de foto te kunnen bekijken van de Italiaanse schone met weelderig krullende haren. Dat zo’n schoonheid verloren was gegaan, trof me. Ik blijf haar gezicht voor me zien, maar verder wou ik niets laten doordringen, omdat ik al voorvoelde dat ze me zou achtervolgen. Geen naam, geen exacte leeftijd (ik herinner me alleen dat ze ergens in de jaren ’90 was geboren), ik heb nièt de liefdesbrief gelezen die erbij lag, ik heb geen foto van het graf genomen, ik ben er de dagen erna niet naar teruggekeerd. Alleen de sterfdatum (13-05-2014) en het gezicht.
En in de auto op weg naar huis voel ik me dus triest om dat meisje over wie ik niets weet. Omdat ze gestorven is. Omdat er zo veel sterft.     Die Italiaanse schone is me gevolgd tot in 2018. Over twee maanden zal ze vier jaar dood zijn. Ik heb nu spijt dat ik geen foto nam van haar graf. Haar naam, haar foto met het gezicht dat ik inmiddels vergeten ben (ik zie alleen rosse krullen), de liefdesbrief verpakt in plastic. Ik denk niet dat die er nog ligt, maar ik hoop het wel. Vanochtend moest ik plots aan haar denken, zomaar, zonder aanleiding. Of toch een die niet te achterhalen valt. Ik dacht: ik ga haar zoeken op google streetview. Haar zo dicht benaderen als ik kan. Ik typte de plaats Crone in de zoekbalk, vond er nog moeiteloos mijn weg, arriveerde met een paar klikken in de Viale Rimembranze, kwam noodgedwongen tot een halt vòòr de, nochtans openstaande, poort aan de hoofdingang van de begraafplaats. Via een zijweg, die ik wel kon betreden, bereikte ik de achterkant van de plaats, waar ik mij ook een poort herinnerde. Die was zowel in 2014 als op de foto dicht.   Ik herinner mij hoe ik diep op de begraafplaats was doorgedrongen, ik was er alleen en het was er zo stil, de bergen hoog en onoverkomelijk rondom mij. En toen kwamen er drie in het zwart geklede vrouwen door de poort die inmiddels ver achter me lag, ze naderden en liepen me voorbij, zonder naar mij te kijken. Ze praatten niet. En toen ik even na hen een hoek omliep, waren ze weg. Ook al was het kleine stuk achteraan, voorbij die hoek, met lange rijen urnennissen, erg overzichtelijk. Het kon niet anders of ze waren door de achterpoort weer weggegaan. Ik voelde aan de poort, maar die was op slot. En toen werd die stilte zo zwaar, dat ik mijn hart hoorde kloppen. Het enige levende hart daar.   Dus daar op de foto, achter dat zwarte hek, het hoekje om naar links, ter hoogte van de drie vuilniscontainers, staat onderaan tegen de grond de urne van het mooie meisje. Een meisje zo heel erg mooi dat je je nauwelijks kan voorstellen dat zij zou doodgaan. Alleen, zag ik toen pas, is zij er nog niet op deze foto. Hij werd genomen in 'sep. 2011'. Zij is dan nog aan het leven. Nog tweeëndertig maanden. Wellicht loopt zij daar ergens rond, mooi te wezen, zich afvragend wat ze vanavond zal dragen voor het feest. Zich nog van geen kwaad bewust. Misschien kent ze de briefschrijver, die om haar zal gaan treuren, nog niet.   Ik sluit de foto weer, en ook mijn gedachten over haar. Misschien duikt ze over enkele jaren opnieuw op in een stukje. Als ik er dan nog ben.  

Katrin Van de Velde
0 0

Zomeravonden

Beste lezer,   De artikels, uitspraken, uitzendingen en op de koop toe bol.com boekverzendingen over de opwarming van de aarde komen allen onze richting uit. Maar weet u geachte lezer, ik merk er niets van. De zomers lijken sinds die ene specifieke zomer alleen maar kouder te worden. Wat een prachtige zomer was dat. Herinnert u zich nog over welke zomer het gaat, of bent u dat ook al vergeten? Uiteraard, vergeeft u me mijn ongepaste opmerking. Het zal niet meer gebeuren. Ik neem u graag mee naar die ene zomer, nog voor er sprake was van schijnbare opwarming, toen er nog geen sprake was van al die kind belastende verwarring.     Hoewel de zon onder ging en haar laatste licht op de dag wierp, leek het opnieuw een van die oneindige zomeravonden. De geur van pas gemaaid gras drong mijn neusgaten binnen en tussen mijn kleine kindertenen voelde ik het korte gras kriebelen. Mijn kleine kinderlichaam voelde aan alsof het heel de wereld aankon. Ik voelde me geborgen in die kleine dorpskern die ik weleens aanzag voor mijn broekzak, niets zou daar ooit iets aan veranderen. De vogels besloten te gaan slapen en  de stilte maakte zich meester van mijn tuin. Met een kinderlijke soepelheid ging ik op mijn rug liggen en voelde ik hoe het frisse gras verkoeling bood. Ik leefde van de voorspelbaarheid en geborgenheid. De sterren lieten me klein voelen, maar hun fonkeling in ruil voor mijn blik lieten me geloven dat er steeds is van mijn geborgenheid zou voortbestaan. Ik liep naar binnen en mama stopte me voor een laatste keer in bed, of dat is de vage herinnering die ik er aan heb. Mooi en goedgelovig viel dat kind met zijn groene grasvoeten in slaap, zonder te weten wat er die volgende dag zou gebeuren.   Die nacht klom er een mannetje bij ons naar binnen, het maakte iets dood in mama en het maakte iets dood in mij. Het maakte mama droevig en droeviger, het maakte mama ziek en liet mama teveel drinken. Dat mannetje moet zelf droevig geweest zijn en jongens toch, dat mannetje had al lang niet meer gedronken.   Die avond was mijn laatste zomeravond. Ik koester nog steeds de veiligheid en geborgenheid die voortleeft in de fonkeling van het zwarte nachtgordijn. Mijn diepste verontschuldigingen aan de schrijvers van de artikels, makers van uitzendingen en bezorgers van de bol.com pakketjes, maar van een opwarming merkte ik niets. De zomeravonden werden enkel kouder.   Het ga je goed,   Immanuel di Fiore

Immanuel di Fiore
0 0

Ergens tussen Peter Pan en Pippi Langkous

Hij is nu niet meer dan een stip in de verte. Een zwaaiende stip. Ik wandel achterstevoren en zwaai wild terug naar mijn vader. De straat is, op ons na, volledig leeg en stil, alsof de wereld ons met ingehouden adem bekijkt ergens achter een gordijn.Dit doet zeer.Meer zeer dan ik had gedacht of gehoopt.Ik vraag mezelf terug af waarom ik dit nou eigenlijk alleen wou doen.‘Loslaten.Ik moet leren loslaten.’Nog een stap en hij verdwijnt achter de muren van Pamplona.Ik zet hem.Hij is weg.Met verdroogde tranen op mijn wangen loop ik de stad uit. Soms denk ik dat ik gewoon niet bestemd ben om volwassen te worden.Ik bedoel, ik weet nog steeds niet hoe belastingen werken (en ik durf het nu ook niet meer te vragen), mijn planten blijven maximaal twee weken leven en bij het horen van ‘huisje, tuintje, boompje’ krijg ik spontaan een migraineaanval. Alle mensen rondom mij maken zich klaar voor het volgende hoofdstuk van hun leven terwijl ik liever terug wil naar heksensoep maken in de tuin en Harry Potter-boeken lezen. Ik ben nu eenmaal een moeders- en vaderskindje.Een trouwe klant van Hotel Mama.Een klein verwend nestje.En vol bewondering kijk ik naar de vriendinnen die zich zorgen moeten maken over verzekeringen, huishuur en kapotte wasmachines. Zij durven tenminste op eigen benen staan.Ik heb altijd al het gevoel gehad achteraan te lopen.Of beter gezegd: te manken.Alsof mijn mentale groeispurt een vertraging heeft opgelopen waar alleen de NMBS jaloers op kan zijn.En nooit was ik kleiner dan hier, op die straathoek in Spanje. Niemand voor of achter me om me op te vangen als ik val.Ik wandel, zonder stoppen, vijf uur aan één stuk door.Ik heb nu eenmaal heel wat in te halen. Maar hoe hard ik ook ren, in de ogen van de wereld blijf ik een snotneus.  En blijkbaar moet ik, om volwassen te worden, eerst mijn rijbewijs halen, alleen wonen en ruzie staan maken over dekbedovertrekken in de IKEA. Dus dan ben ik nog liever even kind als het mag.Een kind dat alleen kan zijn. Een kind dat zichzelf leert vertrouwen en liefhebben.Een kind dat kan sprinten als het moet. En nu moet het.Dus ik zwaai en laat je los, op deze straathoek van het leven.Ooit zal ik mijn planten wel water leren geven.

Woordenwandelaar
0 0

Aan de moeders van kinderen met autisme die het beu zijn

Lieve mama, Ik weet dat je van me houdt, meer dan van het leven zelf, dat heb je zo vaak verteld toen ik nog een baby was en enkel jouw gezicht zag als een vast en zekerheid. Dat je niets liever wil dan dat ik opgroei tot een gelukkige stabiele volwassene, dat is toch wat elke ouder voor zijn of haar kind wil? Je had zo’n grote verwachtingen, nog voor ik geboren was. Verwachtingen die je nu bijna elke dag, op aanraden van dokters moet bijstellen. Elke dag zie je me weer thuiskomen na een drukke dag op school, en zou je liever hebben dat ik ergens anders bleef, ik weet niet of dat beter zou zijn, maar jij kan mij wel wegdoen, je kan zelfs weglopen van me… Maar ik kan niet weglopen van mezelf. Elke dag beloof ik mezelf dat ik een beter kind voor jou zal zijn, je zal sparen van het verdriet en de paniek die in mijn onderbuik elke dag borrelt tot het overkookt. Elke dag wil ik een beter mens zijn, een betere leerling voor de juf. Elke dag sta ik op met het vaste voornemen te doen wat iedereen van mij verlangt, en wat bij anderen zo natuurlijk lijkt te komen: een hand te geven aan de nieuwe mensen die op mijn pad komen, zelfverzekerd in de ogen te kijken als ik iemand moet spreken, en vooral niet achter je been wegschuilen omdat ik bang ben voor de nieuwe gezichten die mij tegemoet komen, en al zeker niet schreeuwen als vermoord als iemand me aanraakt. En toch doe ik het elke dag weer. En dan is er opnieuw die morgen, soms uitgeslapen, want hoe vaak lig ik niet te piekeren over dingen waar ik eigenlijk niet over zou moeten piekeren, alleen in mijn kamer, waar niemand me kan overprikkelen of me angst aan kan jagen, en dan maak ik weer die loze beloftes, maar dan komen ze, de dingen die ik niet ken, niet begrijp, niet verwacht, en dan voel ik het borrelen en borrelen tot het overkookt, want overkoken zal het doen, dat weet ik vanaf het moment dat ik het voel borrelen. Ik ben net zo machteloos als jij, mama, ondanks de beloftes. Ik stel teleur, dat weet ik, en dat hoor ik vaak genoeg, en dat terwijl ik ‘s morgens alleen op mijn kamer mezelf zo heb beloofd om niet teleur te stellen. Vandaag heeft iemand me gezegd dat je kan genezen door het drinken van bleekmiddel… Als je me zou vragen om het te drinken, zodat ik zou genezen, dan zou ik het doen, misschien nog meer voor jou dan voor mezelf, want ik wil niets liever dan je een gelukkig, stabiel kind geven. Hiervoor heb je niet getekend, dat weet ik. Het vraagt teveel, en de wereld begrijpt het niet, omdat ik het borrelen kan verhinderen van koken tot ik bij iemand ben die ik vertrouw, en de enige die ik echt vertrouw ben jij. En dan is het allang meer dan koken, is het als een vulkaan die uitbarst. Dan doe ik je pijn, omdat ik weet dat jij de enige bent die ik mag pijn doen, en toch nog van me zal houden. Jij bent namelijk de enige die ook nadat mijn masker is afgevallen, en ondanks dat je me een lastig kind zal vinden, toch de volgende dag aan mijn bed zal staan om mij wakker te maken. Dat weet ik, dat is de zekerheid die ik heb. Misschien moet je een nieuw kindje maken, zonder autisme, die je geen tranen in de ogen geeft, maar een glimlach rond je lippen. Waar je als kind geen zorgen over moet maken hoe het van school zal komen, of waar je je geen zorgen over moet maken dat het als tiener midden in de nacht je zal opbellen om het te komen halen omdat het liever dood wil dan nog lege omhulsels te zien, waar je je geen zorgen over moet maken of het ooit meer zal zijn dan een zorgenkind, je geen zorgen over moet maken wat er met hem of haar zal gebeuren als jij er niet meer bent. Ja, dat verdien je, dat had je eigenlijk verwacht voordat ik geboren was. Want ja, net zoals het jou pijn doet om mij ongelukkig en overprikkeld te zien, doet het mij pijn jouw ongelukkig te zien met mij. Ik doe alles voor je, mama, ja, zelfs weggaan, want dat kan ik wel voor jou doen, ondanks dat ik maar niet kan vluchten van mezelf. Zo vaak heb ik dat geprobeerd, ik zet dan mijn hoofdtelefoon op mijn oren waarin Epica maar door blijft schreeuwen en dan sluit ik mijn ogen, want haar schreeuwen is mooier dan het mijne. Het enige wat ik maar niet lijk te kunnen, en waar jij zo naar verlangt, is mij gelukkig toveren, mijn borrelend schreeuwen vermanen te kalmeren. Ja mama, jij bent het beu, dat begrijp ik, maar meer beu dan mij zal je het nooit worden.

Malakh Ahavah
105 0

Normaal betekend...

  Het pompen van mijn hart is zo voorspelbaar dat ik er verdrietig van wordt. Mijn ene been staat op de grond terwijl de andere geen stap vooruit wil zetten. Ik kijk naar de dozen diepvriespizza. Margherita? Ik knik; ja zo heet de pizza, de man kan lezen. Ik stap met Margherita de deur uit. Margherita is mijn ontbijt, technisch gezien dan.   Al die mooie woorden over lekker in balans zijn. Ik lig volkomen in balans op de bank. De Margherita wil eruit. Mijn darmen duwen de deegbal met stevige tegenzin naar de achteruitgang. Ik ren naar de wc, duw mijn onderbroek naar beneden en klap dubbel. Een feest van gespetter en lucht. Opgelucht veeg ik het zweet op mijn voorhoofd weg met de achterkant van mijn hand. Enkel Margheritas opwarmen en ze op de zetel door mijn darmstelsel laten glijden lijkt me geen optie.   Je kunt alles de schuld geven. Dat je je regels hebt, dat het koud is, dat je eenzaam bent. Het ondraaglijke vervelen dat een voedingsbodem is voor creativiteit. Kinderen moeten zich vervelen, dat is gezond, daar worden het creatieve mensen van.   Goed dan. Ik zal me nog wat vervelen. Dus gewoon verder leven en dan gaat het vanzelf voorbij. Een ontevreden hoofd dat als een verwend kind meer wil, nog veel meer. Uiteindelijk wordt alles vervelend, zelfs avontuur.   Moeten, zorgt voor een apathisch wachten achter gesloten deuren.   Als ik nu gewoon hartstikke gek zou zijn. Maar echt knettergek en ergens in een of ander huis met nog meer knettergekke opgesloten zat. Ik zou niet eens beseffen dat ik opgesloten zat want ik was gek. Heel de dag zou ik in mijn eigen wereld vertoeven waar het geweldig zijn is. Ik zou lekker gek doen met de gekken en dat zou genoeg zijn. Nu besef ik maar al te goed dat ik opgesloten zit tussen allemaal mensen die denken dat ze normaal zijn.   Te gek om los te lopen.   Blijven hangen in het niet willen. Een plek waar alles mogelijk is zolang het maar binnen het budget blijft. Je mag spelen zolang het past binnen het kader. Maar wat als de leegte zo vol voelt dat je uit elkaar lijkt te barsten. Kunnen mensen je nog zien als je jezelf niet meer ziet? Te bewust van jezelf zodat schaamte je aankijkt in de spiegel. Ik zoek een waarheid die verborgen zit in de grijstinten van het mens zijn.   Hoe kan zo,n raar kind uit normale ouders komen? Of is het de normaaligheid die haar verveeld?   Normaal betekend: voldoen aan de norm...zeggen ze.   c: hanneke (tekst en beeld) www.missbluesky.be

Miss Blue Sky.
0 0

Kerk & Leven

Twee versleten schoenen bengelen zachtjes aan een tak. Ze zijn bedekt onder de grijze tape: een laatste redmiddel om toch nog even verder te kunnen gaan.Maar daar, aan die boom, was het goed geweest.Mochten de schoenen eindelijk rusten.Ze zijn van hetzelfde merk als diegene die ik nu draag en ik hoop vurig dat dit geen beeld is van wat mij te wachten staat. Ik besluit toch, voor de zekerheid, om mijn veters in het vervolg wat liefdevoller te strikken. Het is rustig op de weg. Niet veel pelgrims te bespeuren. Wel een gigantisch oud, en hoogstwaarschijnlijk, religieus gebouw dat langs de route ligt. Terwijl ik ernaar sta te kijken komt er een man naar me toe gelopen. Hij vraagt of ik een stempel in mijn credential (stempelboekje dat elke pelgrim bij heeft) wil hebben. Mijn nieuwsgierigheid neemt het van me over en ik ga mee met de man, die Neill blijkt te heten en uit Zuid-Afrika afkomstig is. Hij besloot de kerk te kopen en er zijn levensproject van te maken: een plaats creëren waar pelgrims kunnen blijven slapen in ruil voor wat hulp. ‘Alleen vorderen de verbouwingen niet zo vlot,’ zegt hij terwijl we (mijn vader is er ondertussen ook bijgekomen) naar binnen stappen. Mijn ogen moeten even wennen aan het duister maar ik kan het voelen en ruiken.Geschiedenis.Verhalen.Mysterie.‘Dit is hoe een personage uit een Dan Brown-boek zich dus voelt,’ denk ik.Ik moet me inhouden om niet te beginnen zoeken naar de Heilige Graal. Neill vertelt ons over ‘The Abbey’, zoals het gebouw heet. Hoe ze achter iedere steen wel iets vinden. Hoe ze elke dag opnieuw, samen met de universiteit, proberen om de geheimen te ontrafelen. Hoe de inwoners van het dorp kwaad zijn dat de kerk die ze lieten verkrotten, nu toch iets waard blijkt te zijn. Hij haalt plannen naar boven, toont ons waar ze wat al gevonden hebben.‘Natuurlijk is het meeste gestolen. In 2009 hebben dieven het altaar meegenomen.’‘Vreselijk!’ reageren mijn vader en ik unaniem.Neill schudt het hoofd.‘Een geschenk,’ zegt hij, duidelijk geamuseerd door onze verwarde blikken.‘Door het altaar weg te nemen is er namelijk iets anders tevoorschijn gekomen.’ Hij wijst naar een grote tekening op de muur. ‘Het oorspronkelijke altaar, gemaakt in de 13e eeuw. Ik ben ze dus eigenlijk best dankbaar.’We kijken minutenlang naar de vreemde tekening, proberen er iets uit op te maken. Zonder veel succes.‘Ooit zullen we het wel begrijpen, als we er klaar voor zijn,’ lacht Neill. We nemen afscheid van de vriendelijke man en wandelen verder.‘Ik denk dat er nog nooit iemand zo gelukkig is geweest na een overval,’ zeg ik.‘Je moet toegeven dat het een fantastisch verhaal is. En je kunt er wel wat van leren.’Ik knik.‘We moeten altaren beginnen stelen.’Even stilte.‘Ik had het eigenlijk over het feit dat er soms slechte dingen moeten gebeuren voor er iets goeds tevoorschijn kan komen.’Ik werp een laatste blik op het buitengewone gebouw terwijl ik antwoord.‘Ja, dat ook.’

Woordenwandelaar
0 0