Lezen

Dagboek van hellen brown

Uit het dagboek van ’vandaag’ van Hellen Brown.  25 oktober 2007 Alléén, met hoog opgestapelde bagagekar loop ik te Brussel, Zaventem door de aankomsthall, voorbij familieleden en vrienden van… anderen. Geen mens die mij afhaalt. Langs de zijspiegel van de taxi weerkaatst een zonneflikkering.  26 oktober 2007 Koken in een pand dat onbewoonbaar is verklaard. Geen verluchting. Kans op elektrocutie. Staande op de rand heb ik de luivel boven het bad weer al eens open gedraaid, de voordeur open, twee truien aan en een muts op mijn krullen. Zo kan ik koken en….. het is nog lekker. Door het vette mat glas van de luifel een zonnestraal. Het licht diffuus, zo ook ik.  27 oktober 2007 Weinig licht en geen lucht in dit gelijkvloers. Ik heb veel licht en lucht nodig.  28 oktober 2007 Het houten handvat van het gekregen vleesmes is gespleten. Ik snij in mijn vingers.  29 oktober 2007 Alle winterkleding dat men me geeft is bruin. Ik haat deze kleur.  30 oktober 2007 Het is alsof ik ‘onthecht’ ben van alle vroegere vrienden in Antwerpen. Over familie maar te zwijgen  2 november 2007 De bel van de eigenares moet ik tegen de voorgevel plakken. Ofwel blijft ze de hele dag rinkelen ofwel helemaal niet. De huisbazin is een ‘iron lady’, enkel op de huur en daarna op de waarborg uit. Ze is wel smaakvol en modern gekleed.  3 november 2007 Ik struikel over verlengdraden in dit benedenappartement. Doch spreidt de schemerlamp een gezellig licht. 6 november 2007 Ik neem de meest foute beslissingen. Ik pieker over alles en nog wat. Ik heb de indruk dat ik buitengesloten ben.  7 november 2007 Ik ben in de steekgelaten en heb velen die me getracht hebben te helpen, tegen de haren in gestreken.  8 november 2007 Men wil de toestand waarin ik in terecht ben gekomen niet inschatten. Onbegrip, wrevel, onmacht. Geen interesse. Het eigen leven is belangrijk. In de ochtend doet een waterzonnetje zijn best.  9 november 2007 Verscheurd schreeuwend heb ik zeker een half uur klagend en wenend door de kamers geijsbeerd. De eerste keer dat ik zo wanhopig huil.  13 november 2007 Wanneer de straatlantarens door de doffe ruit van de voordeur schijnen trekt het licht in grote vierkanten waar zich, in een donkere tint een parallellogram aftekent.  15 november 2007 Weer sleur ik me huilende en op mijn moeder roepend door het hele benedenappartement. Niemand hoort mij.  16 november 2007 Begrip is enorm waardevol. Een ‘hug’ een godsgeschenk.  17 november 2007 Het belangrijkste waar ik naar hunker is tederheid, liefde…….  20 november 2007 In de tussenkamer staat een ouderwetse TV, een afdankertje van Karine. Hij is niet aangesloten. Telkens wanneer ik voorbij loop zie ik in grijze tinten, iemand enorm triestig weerspiegeld.  24 november 2007 Na het opstaan kauw ik op een stuk brood om haastig de homeopathische antidepressievepil in te nemen. Ik zet een CD op van Bach en laat me gaan.  26 november 2007 Altijd maar wachten tot dit of dat gebeurd of gaat komen. Men beweert dat we in het NU moeten leven en… er van genieten? IK? Ik trek me intussen op aan een kop koffie, de zon, herfsttinten van bladeren, een glimlach van een kind.  27 november 2007 Ik begrijp dat sommige geestelijken zichzelf kastijden. Wanneer ik wakker word en het weer niet zie zitten, bijt ik in het malse vlees van mijn bovenarm. Wanneer ik te hard heb gebeten, lik ik de plaats en denk:’ze likt haar wonden’.  28 november 2007 Waar wacht ik op? Tot ‘my lost love’ komt praten? Over ons? Ik zeg het tegen niemand, ik die loslippig ben.  29 november 2007 Wacht ik tot er een wonder geschiedt? Is de stralenbundel die door de witte cumuluswolken stort, een voorbode?  30 november 2007 De strijd is deze morgen voor de zoveelste keer weer emotievol gestreden en we zijn nog in leven.  1 december 2007 Mijn leven zal eindigen bij 75. Alles ligt klaar, de zak van plastic, de pillen. Ik vind eindelijk de moed om het te doen, dan bemerk ik gaatjes in het zwarte cellofaan.  3 december 2007 Men heeft mij altijd een tiental jaar jonger geschat omdat ik jeugdig van geest ben en er schijn bij te horen.  4 december 2007 Men zegt dat ze willen tekenen om er uit te zien zoals ik wanneer ik zij mijn leeftijd hebben bereikt. Ik moet dan grimlachen of de schouders ophalen.  7 december 2007 Men zegt ook dat ouder worden, wijzer worden is! OK wat wijsheid betreft. Maar ze doorgeven, forget it.  12 december 2007 Toevallig ontmoet ik een man. Oef, een met humor. Een Nederlander, hij zal me leren zingen. Zingen? Hij komt me de volgende dag ophalen. Niet in een Mercedes maar op de bagagedrager van zijn fiets rijdt hij me naar zijn studio. Ik dwing me tramsporen en voorbij suizend verkeer te negeren. Ik zing dapper maar hij wil meer. Seks natuurlijk.  13 december 2007 Ik ben teleurgesteld, boos, kwaad woest, choleriek, ontdaan en nog van die emoties.  16 december 2007 Heel de geschiedenis door heeft men elkaar naar het leven gestaan. Elkaar leed bezorgt. Spreek me niet van liefde. Dat is vervangen door seks in al haar proporties en decadenties (heb ik de indruk).  18 december 2007 Ik leef in een verschrikkelijke egocentrische wereld of moet ik gemeen-schap zeggen  23 december 2007 Ik behoor tot ‘het leger’ der bedrogene.  25 december 2007 Ik heb een put gedolven, er dennentakken over gelegd. Met een kaars ben ik erin gekropen en gewacht tot Kerstmis voorbij is.  27 december 2007 Verjaardag van mijn jongste dochter Ditte. Voor mij, elke morgen een gevecht: Leven of zelfmoord.  30 december 2007 Ik woon nu bij mijn oudste zoon te Melsele. Het is een enorm groot huis. Het lijkt wel een klooster. Door de glas in lood gevatte ramen weerkaatsen kleuren rood, blauw, geel, groen en goud, zwart omrand. De kleuren raken de antieke meubels al glanzend. De hall, zowel beneden en boven zijn showrooms voor antiek. In een ouderwets bed slaap ik tussen deze meubels. Ik ruik de geur van boenwas en vernis. Er liggen zijden bloemen op de sprei. Ze zijn van zilver wanneer de maan schijnt.  31 december 2007. Nieuwjaar Ik ben met de fiets naar Antwerpen gereden. Ik kan bij een vriendin crachen. Ik hoor feestvierende. Toeters en serpentines. Wil er niet bijhoren. Mijn moed is zo moe geworden. Ik wil mijn hoofd laten rusten. De vriendin houdt haar belofte niet. Ze is niet thuis. Het is feest in ‘Strawberry Fields, live Music café. Mijn gewezen partner speelt er gitaar. Daar zal ze zijn. Ik moet hoognodig. Mijn broek wordt vochtig. Met dichtgeknepen dijen rij ik naar Strawberry Fields. HIJ zingt een lied, destijds voor mij gecomponeerd: ‘I want a simpel live for you and me’. Even hapert hij wanneer hij me ziet. Vriendin lacht honend. Ik geef haar een klap. Dan sta ik moederziel alleen in de nacht.  1 januari 2008 Ik wrijf over mijn ogen, mijn gezicht . Strijk ruw door de haren en schrei. Wat een wee gevoel. Buiten ligt schitterend wit de sneeuw met een ijsrandje.  3 januari 2008 Jo, een vriend dacht ik, belt af omdat Herman, een andere vriend, zogezegd ziek is. Hij zou met Herman een kast van Ikea in elkaar zetten. 6 januari 2008 Ik kan ECHT niet meer.  7 januari 2008 Ik koop een zware slaappil en een zak van plastic die ik op gaatjes heb nagekeken. Met deze attributen zal ik het leven verlaten. NIEMAND meer tot last zijn, ook mezelf niet. Misschien de laatste foutieve beslissing. Vanwaar komt dat gefonkel? Via scandiaflex schijnen maanstralen en verdelen de kamer in startbanen van licht.  8 januari 2008 Eindelijk een vriendin. Ze overtuigt me dat het leven wél zin heeft. Ik moet enkel doorheen een levensfase die depressie heet. Ik mag me niet afzonderen.  15 januari 2008 Ik zoek mensen op in cafés. Ik ontmoet een advocaat. Hij drinkt te veel en redeneert onsamenhangend. Hij is wat men noemt een verlopen individu.  17 januari 2008 Zes uur, het is zwart, donker en koud. Zowel ’s avonds als ’s morgens. Welke gelegenheden heb ik aan me laten voorbij gaan en weer.  19 januari 2008 Ik sluit me op omdat ik niet meer naar buiten DURF. Het alleen door de natte, koude donkere straten baggeren? In een café een koffie of thee gaan drinken? Alleen aan een tafeltje? Kijken naar de mensen die wel samen zijn. Verliefd of niet verliefd? 22 januari 2008 Dood? Weg zijn, bijgevoegd in de geesteswereld? Dan moeten ze eerst wel je geest cleanen!  23 januari 2008 Hoe komt het dat ik vergeet. Mijn hoofd zit vol met spinsels, watten, stofnetten. Ik weet niet WAT ik aan WIE schrijf. Waar ik ben geëindigd met mijn recent dagboek. Welke mails verzond ik? Psycholoog en de weinig vrienden beweren dat ik niet dementeer, geen Altzheimer heb want daarvoor had ik angst.  24 januari 2008 Kouwelijk zit ik in de metro. Heb een wintervest gekregen. Ik kan het vanonder dichttrekken met een touwtje waar aan het eind een ijzertje hangt. Lijn zes komt eraan. Ik wil opstaan maar blijf haken in de gaatjes van de gele metalen stoel. Een Koerdistanees verlost me. Hij vraagt me te helpen met zijn huiswerk Nederlands. We worden vrienden…. tot hij geld wil.  25 januari 2008 Heel de dag tot middernacht computerspelletjes gespeeld. Ik heb zelfs niet gemerkt dat de verwarming op nul is gesprongen. Bibberend voor het computerscherm speel ik hardnekkig verder. Word ik gek? Of is het een vlucht. Klappertandend heb ik om 12 uur ‘s nachts een heet bad genomen. Vergeten te eten. Een slaappil! Volle maan.  26 januari 2008 Er moet iets geklikt zijn in mijn kop. Ik kan de problemen die zich blijven opstapelen niet zonder hulp oplossen. Zelfs al is de hemel strakblauw.  27 januari 2008 Wat is plezier? Voor mij een glimlach en blij zijn met het grijze donzige pluimpje van een vogel dat voor mijn voeten dwarrelt.  28 januari 2008 Ik ben al blij met geruis op de radio. Smartlappen en reclame kan ik niet meer hebben. Zelfs niet het nieuws. Ook mijn klassieke muziek heeft niet meer het kalmerend effect. Buiten op het pleintje staat een sneeuwman. Een oranje wortel voor zijn neus.  29 januari 2008 De nieuwe vriendin stelt me een vriend van haar voor. Hij is een countryman. Hij danst rijdansen. Hakke-teen, hakke-teen. We hebben een goede conversatie. Hij nodigt me uit. Te Aalst is er een groot feest. Cultuur denk ik. Ik dof me op. Kleurrijk, zelfs rode schoentjes met hoge hakken. Op het feest zijn allen gekleed in jeans, leren vesten met franjes, laarzen aan de voeten en cowboyhoeden op het hoofd. Ik ben de gekleurde eend in de bijt.  30 januari 2008 Ik geef het zoeken naar een volwaardige partner op.  3 februari 2008 Ik zie hoe mijn lichaam zich rimpelt. Ik zie ouderdomsvlekken, wratjes, rode plekken. Ik zie kringen onder de ogen. Binnenkort, gebogen lopen, een lach vol valse tanden. Met een andere vergrijsde dame walsen op de tonen van de blauwe Donau. Een kaartspelletje, scrabble en vertellen over de fratsen van kleinkinderen. Ik zou niets te verhalen hebben omdat kinderen en kleinkinderen zich niets van mij aantrekken. Ik ben een taboe-bomma.. 4 februari 2008   Verjaardag van mijn zoon Jappe. Dat wordt gevierd. 6 februari 2008 Wanneer ik grijze oude verschrompelde mensjes zie, met of zonder stok of rollator, krom getrokken door de tijd, dan vraag ik me af waarom ze blijven leven, waarom ze kunnen lachen. Is het omdat ze triomferen omdat ze ‘nog in leven’ zijn. 8 februari 2008 Ditte, het mensenkind, boek van Alexander Nexö. Wat mij in dit boek zo verwonderd is het feit dat haar mooie vrouwelijkheid zo vlug vervlogen is. Mijn God, zo kortstondig. Te snel wordt ze lelijk, oud, geschrompeld…en depressief. Ik heb het langer uitgehouden. Naar de derde leeftijd worden verwezen is enorm pijnlijk. 10 februari 2008 Ik zit in een wachtzaal in de kliniek. MRI-scan. Door de gang freewheelt traag een rolstoel. Verstomd sla ik de heldere blik van de gelukzalige neger gade. Zijn onderste ledematen ontbreken. Door het raam een zonnestraal. Doet het chroom van het vehikel blinken. 12 februari 2008 Ieder huis heeft zijn kruisje. Ik denk: Laat mijn huisje uw kruisje niet zijn! 13 februari 2008 Ik heb het weer moeilijk. Niemand telefoneert, laat iets van zich horen. Ik tracht me kloek te houden en weer verdwijnt wat hoog opgestapeld papierwerk. 15 februari 2008 Ik neem het leven terug op, denk ik. Buiten is het koud ondanks het armzalig zonnetje. Probeer door diep te ademen het vreselijke lege eenzame gevoel, dat als tentakels van een octopus op me te loert, op afstand te houden. 16 februari 2008 Ik schil aardappels, kook een bloemkool. Die krijg ik nooit alleen op. Daar slagen ze me weer in hun wurggreep, die tentakels. Radeloos bel ik mijn oudste. Ze troost, geeft raad. Mijn aardappelen branden aan. Vroeger waren het die van mijn dochter. 18 februari 2008 Ik wil, heb het broodnodig: liefde, tederheid, waardering, cultuur, lachen, vooral lachen. Ook trouw en bezorgdheid. Ik wens het met heel mijn hart, ziel mijn wezen. Toch groeit er een brokje geluk diep in mij verborgen, van goud. 20 februari 2008 Hier lig ik nu in dat smalle eenpersoonsbed. Ik noem het mijn Buchenwaldbedje. De koplampen van voorbijrijdende auto’s strijken schaduwen en licht op mijn onder de lakens afgetekend lichaam. 21 februari 2008 Wakker worden Soms mis ik warme armen om me heen Soms reikt mijn hand de muur, alsof ik dààr tederheid kon halen Soms smeek, bid, roep, gil en schrei ik Soms glimlach ik om het tjilpen, fluiten en krassen van vroege vogels Soms grimlach ik wanneer ik eindelijk terug ingedut, wakker word door het gerinkel van de wekker van de bovenbuur Soms wéét ik dat alles goed zal komen Soms denk ik dat alles alledaags en negatief blijft Soms denk ik dat er nog ettelijke zwaarden van Damocles boven mijn hoofd hangen Soms ben ik dapper Soms te mistroostig om op te staan Soms neem ik mijn hoofd in de armen. Het lijkt groot, niet evenredig met mijn lichaam Soms is alles anders dan voorheen Toch is er het warme bed 22 februari 2008 Ik ben naïef en goedgelovig, te goed van vertrouwen. Ik beloof snel en wil zeker uit principe beloften houden. Alles doe ik hals over kop. Denk niet na, ben niet ad-rem. Bedoelingen doorzie ik, weliswaar te laat. Hopeloos om me in het sociale leven te gooien. Te eenzelvig. Als ik het dan toch doe, vertel en praat ik teveel. Net alsof ik een tekort moet inhalen. 24 februari 2008 Ik moet dringend een andere woning zoeken. Deze is ook door een commissie onbewoonbaar verklaard. 25 februari 2008 Ik ben verplicht te verhuizen. Alleen, zonder hulp. Naar de stad? Ik die zo van de natuur houd. 26 februari 2008 Antwerpen? Ik erger me aan viesheid en vettigheid. Elk blik, elk papiertje dat nonchalant is weggeworpen. De kettingen en sloten aan fietsen. De met spuitbussen bekladde muren. En al het Amerikaans gedoe.  27 februari 2008 Capoeaira? Dat is de dans van Braziliaanse straatkinderen om te ontkomen aan doodseskaders. Nu heet dat ‘indoor’. 28 februari 2008 Het schijnt dat ik niets meer kan. Eten smaakt niet. Het leven is geen uitdaging. 29 februari 2008 Had ik toch die reikende hand moeten grijpen en de zwarte zak uit plastic over mijn hoofd moeten trekken? Dan had ik niet zo afgezien en had de tijd me niet ouder gekregen. Had ik de marteling van alleen en eenzaam zijn niet moeten meemaken. Hadden hardheid en onverschilligheid van mijn kinderen me niet kunnen kwetsen. Was ik waarschijnlijk naar mijn ster terug gekeerd.  1 maart 2008 Wil ik wel verdwijnen? Heb ik de moed? Sterven of opnieuw de wereld intrekken. Kan ik dat alleen? Weet dat men steeds zichzelf meeneemt.  31 december 2008 Nieuwjaar. Tot mijn verbazing ben ik uitgenodigd bij Fernand Auwera en zijn vrouw Jeanine. Er zijn meer gasten. De gerechten zijn wonderbaarlijk lekker en de wijn van goede kwaliteit. Ik ben dankbaar. Na middernacht val ik met mijn hoofd in het bord eten Rhea van der Vloet 17-11-2011

Rhea van der Vloet
0 0

Balanceren

Het is opnieuw balanceren op het randje. Ik sta voor het keukenraam en kijk hoe de zon achter de brug langzaam de velden in glijdt. Een merel imponeert zijn vrouwtje en mij met zijn gezang. Een trio duiven, dicht bij elkaar genesteld op het bladerdak van de berk, sluit de ogen. De lichten van voorbijrijdende auto’s schudden me wakker. Ja, ik hou echt van deze plek. Een beetje verstopt richting rand van de wereld. De boerenbuiten en de nodige activiteiten zorgen voor de welkome verpozing na een dagje kantoor. Met mijn botten aan, wandel ik met een jongenspasje over ons kleine erf. Langs de bessenstruiken onder de fruitbomen, naar het water. Op de tippen van mijn tenen bewonder ik de overvolle serrebak. Als alle plantjes slagen in hun groei, weet ik binnenkort niet wat ik eerst moet doen. ‘Wat ben je van plan?’, vraagt mijn lief vanuit een stoeltje bij de kippenren. Met een zak potgrond geklemd tussen mijn armen en lijf sta ik met rode wangetjes naast een enorme bloempot. ‘Venkel zaaien.’ Hij schudt een beetje met zijn hoofd en denkt aan het vele hooi dat ik op mijn vork neem. Maar ik moet kunnen ontsnappen omdat het moeilijk blijft. Dat inpassen in een wereld waarin je je niet begrepen voelt omdat je niet krijgt uitgelegd hoe dat nu precies met je zit. Onwennig en bang, kom je afstandelijk en koel over. Een verlegen luisteraar die struikelt over de woorden die haar gedachten niet kunnen volgen. Nieuwe mensen, die tast je liever even af. Uit een ooghoek sla je ze gade, achter je rug volg je het gefluister. Daarnaast ben ik ook ongelooflijk traag. Pieken voor mijn dertigste, dat zal er niet meer in zitten. Ook al zegevierde mijn liefde voor het schrijven in mijn kindertijd en kon ik er mijn tienerverdriet in kwijt, de eeuwige twijfelaar in mezelf rende uiteindelijk heel hard weg voor de leeuwen.Reeds vijf jaar trek ik tijdens de gebruikelijke uren dezelfde schoenen aan en probeer ik onopvallend te passen binnen een of andere maatschappelijke verwachting. Maar als ik heel eerlijk ben, hoor ik thuis aan de schrijverstafel. Met een wand vol boeken als ruggensteun en Max Richter als toeverlaat. Er valt nog veel te leren, de groei is nog maar net begonnen. Zonder te wedijveren met anderen, maar met een beetje druk van het lief ben ik op zoek naar die zelfdiscipline van het schrijven en schrappen. Van het stoppen met angstvallig weg te lopen van ik wat ik toch zo heel graag doe. Ons huis is mijn glazen stolp, ons kleine erf een paradijs en in mijn hart is het soms een kleine hel. Angst zet, vaker dan ik zelf wil, een klem op mijn zijn en durven. Dan is het makkelijk vluchten in uitstelgedrag en opgerold als een bolletje liggen knabbelen op rampscenario’s. Zo nu en dan, staat het water van de ingebeelde ramp tot aan mijn lippen. Dan sluit ik de ogen en tel ik af naar de verdrinking. Tot hij mijn vermoeide lijf uit het water hijst en we mijn verdriet in slaap wiegen. (Foto: onbekend)

Katrien Meermans
0 0

Als ik slaap

Ik wil u. Nu. Ik wil u strelen Uw huid voelen onder mijn handen onder mijn huid. Ik wil u helemaal verstaan Ik wil u In mijn bestaan Ik wil naar u kijken Als ge slaapt  Ik wil u liefkozen Ik wil u zien Als ge klaarkomt Ik wil u water geven Als ge dorst hebt Of wijn Als ge verdrietig zijt Ik wil uw verdriet begrijpen U troosten Ik wil u koffie schenken 's morgens Als ge nog niet goed wakker zijt Ik geef u mijn lach Zelfs als alles in me huilt, krijgt ge mijn geluk Zodat ge teruglacht Ik wil uw stem horen Uw klagen Uw getater als ge gelukkig zijt Uw gekreun als ik met u vrij En uw gehuil als ge klaarkomt Als ik maar bij u kan zijn Bij u kan wonen bij u kan slapen tegen u aankruipen Uw huid kan strelen Uw tranen kan wegvegen Ik wil bij u zijn Dag en nacht U alles geven Zelfs als ge het niet verwacht Ik geef u duizend orgasmes Vooral als ge ze niet verwacht Zelfs als ik niet meer kan En totaal uitgeput naast u lig Wil ik u verder dienen U zien genieten Ik mis u als ik slaap Ik mis u als gij slaapt Als ik werk Als ik loop op straat. Ik mis u Bij de bakker In het park Of als ik rook Op het balkon Ik mis u als ik slaap Ik mis u als ik slaap Ik mis u als ik slaap Ik wil niet meer slapen Niet meer naar de bakker Ik rook niet meer op het balkon Ik rook niet meer Niet meer Ik geef u alles wat ik heb En zoveel meer Ik geef u mijn huis Mijn huid Mijn geslacht Mijn ziel Mijn leven Ik wil in u verdwijnen Langzaam wil ik in u verdwijnen Met u vrijen Tot ik helemaal in u woon Ik wil in u blijven Een deel van u worden Een deel van u zijn Ik word deel van uw lichaam Ik verdwijn In uw zijn In u

Nathalie
0 0

De gelegenheid.

Hier zat ze dan, op een terrasje in Rome, helemaal alleen met als enige gezelschap een boek gekregen van haar beste vriendin en een plattegrond van de stad, terwijl ze eigenlijk voor een tweede maal haar vakantie in Thailand had moeten doorbrengen met haar geliefde, verbetering, nu ex – geliefde. De smeerlap had haar na 2 jaar laten zitten en was er vandoor gegaan met een serveerster uit zijn kroeg, een sloerie met lange benen, nep borsten en overdreven schmink. Waarschijnlijk flaneerden ze nu hand in hand langs het strand, of neukten zich te pletter in één of ander hotelletje.  Wat zag hij toch in dat mens en hoe had ze zich zo kunnen vergissen in die vuile bedrieger? Ze kon nog net een vloek binnensmonds houden. Het was opletten, het Vaticaan was dichtbij. Ze bestelde een tweede cappuccino en schrok voor de zoveelste keer op door veelvuldig moto geronk. Meerdere Harley-Davidsons staken het, anders zo rustige, plein over. Ze wenkte de knappe ober en vroeg in het Engels wat dat toch allemaal te betekenen had. In goed verstaanbaar Engels, wat had ze dan anders verwacht van zo'n toeristische plek, legde hij uit dat deze 16de juni in het teken stond van de 110de verjaardag van Harley-Davidson en dat er een motor zegening doorging op het Sint-Pietersplein in Vaticaanstad, naast nog andere festiviteiten. Ze bedankte met een hartelijk 'Grazie' en keek toe hoe de blinkende motors, op weg naar wat spetters gewijd water, uit het zicht verdwenen. Haar gedachten namen weer de bovenhand. Het werd tijd dat ze zich bezig hield met de doelen die ze voorop had gesteld bij deze citytrip: het loslaten van de stress die ze had opgelopen na de hele heisa van zijn bedrog en het tijd nemen om alles eens op een rijtje te zetten. Ze bekeek de plattegrond van Rome en zocht naar het Palazzo Sacchetti. Daar zou ze in een fresco de Kairos zien, het jongste goddelijke kind van de oppergod Zeus en de personificatie van de gelegenheid, het juiste moment om iets voor elkaar te krijgen. Ze had zich voorgenomen om op die plek even tot bezinning te komen, omdat het wel passend was voor haar leven op dit moment en zoals ze al had gelezen:  'De gelegenheid is een kritiek moment: scherp onderscheidend en doorslag gevend voor het vervolg.' Wat ging ze aanvangen met haar leven? Welke weg moest ze inslaan? De ober bracht haar cappuccino en schonk haar een knipoog. Ze glimlachte terug, roerde in haar kopje en zag dat er op het witte servet een gsm-nummer stond geschreven met daaronder wat korte Engelse zinnen: een gids nodig?  – na 17uur – voel je vrij... Met een glimlach stopte ze het servet in haar handtas en bestudeerde voor de zoveelste maal de route die ze ging afleggen. (noot van de auteur: de tekst was ontstaan voor een schrijfuitdaging van het VERZIN  tijdschrift en heb ik nu wat herwerkt. )

@nnick
0 0

Subtiele verleiding

Troostelozer kon de locatie niet zijn, die gedachte schoot door haar hoofd nu zij zich bevond in een omgeving van beton. Het intussen lang en breed weggesijpelde regenwater had donkere vochtplekken achtergelaten in de grijze platen. Druppels tikten vanaf de lekke goot op de metalen platen. Een autoalarm ging af in de verte.  Dat beeld en het geluid versterkte haar ontheemd gevoel. Wat moest zij hier? Zij leek wel gek. Op dit onchristelijke uur, op deze zielloze locatie.   In haar dagdroom had alles heel anders uitgezien. Zij zou een rok dragen, een zomermodel, van lichte, witte stof. Haar huid zou er subtiel doorheen schijnen, de welving van haar billen zou als gebeeldhouwd staan in de contouren van het textiel. Aanvankelijk zou ze verlegen zijn geweest. Van pure zenuwen had ze voorafgaand aan haar ontmoeting wellicht moeten huilen. Haar ogen zouden nog licht rood omrand zijn op het moment dat ze elkaar voor het eerst zagen. Daarop zou hij haar willen troosten, haar blonde haren strelen.   Nu stond ze hier in de kou. De regen viel. Het witte zomerjurk had plaatsgemaakt voor de zwarte trenchcoat. Helena Rubinstein Nr. 101 en opgestoken haar, had hij gisteren rond 16.00 uur nog doorgezonden. Het had haar veel moeite gekost, om die lipstift nog gauw na het werk te bezorgen. Maar zij wist dat zij zijn hoge eisten moest vervullen, neen sterker nog, zijn hoge eisen wou vervullen. Riemchenpumps und schwarzes Strickkleid had hij een uur later gezonden……..Erotisch bevreemdend was het gevoel, als hij haar instrueerde in het Duits. Zij kon haar eigen beeld in zijn hoofd zien. Was het geoorloofd hem toch wat dichterbij te halen? Nog een heel klein stukje misschien? Waar lag de grens, waar stond de muur en waar wilde zij de opening?   Haar droom, deze locatie, het contrast kon niet groter zijn. Woede maakte zich van haar meester, om de discrepantie tussen werkelijkheid en droom, tussen fictie en realiteit. Een ding stond voor haar vast, hij zou haar vandaag nemen, keihard, genadeloos nemen.   In de verte hoorde zij natte autobanden op het beton. Haar hart ging in versnelling. Haast ademloos zag ze een auto dichtbij komen. Haar rode nagels omklemden haar mobieltje in de zak van haar jas. Honderden keren had ze in 10 minuten tijd op de scherm gestaard. “Ik kan het niet, ik zal er niet zijn, helaas” ………..dit bericht had ze verwacht. Misschien had ze zelfs op dit bericht gehoopt. Tegen haar diepste gevoelens in. Verlossende woorden die alles terug goed zouden maken.   Woorden; ………………….hij die de keuze nam. Iemand anders die de situatie de juist wending zou geven. Toch de klok tikt door en gemaakte keuzes kan men niet meer terugdraaien.   Haar hakken klikklakten over de steenen vloer, zijn hand om haar taille. Zij rook Cashmere van Chopard, hoorde het kraken van zijn zwarte, lederen jas. De stoelen in het donkerste hoekje van de hotelbar werden bezet.   Zoals zij daar zat, bloedmooi. Een dodelijke combinatie: achteloos, maar blakend van zelfvertrouwen. Hij keek haar aan, in de achtergrond speelde rustige muziek. Lucy Rose. Of dit past in het plaatje? Ja, natuurlijk. "And I loved the way you looked at me - And I miss the way you made me feel - When we were alone - When we were alone". En neen, want er viel weinig te missen. Ze zaten alleen, ze waren alleen, en er was weinig reden om het heden voor het verleden in te wisselen.   Bestaat er een ideaal voorspel? Wat houdt dat in? Het zijn retorische vragen. Het antwoord is enkel: hier, nu, overal en altijd. Zijn slanke handen om het zwarte koffiekopje. Hoe vreemd was het. Hoe vertrouwd.   Subtiele verleiding, hij was er goed in..........

Sonja Blondé
0 0

Ik ben God deel 2

Tweede bedrijf   (in de eventuele pauze zijn God en Coach Ene tussen het publiek in samen iets gaan drinken, Ene en de Vrouw bleven op de scènezitten praten, onhoorbaar, maar een zichtbaar goed gesprek - als het publiek zijn plaatsen weer heeft ingenomen, dimt het zaallicht enigszins, scènelicht aan)                           COACH ENE Zijn ze al begonnen? (stommelt licht alcoholisch op langs zaalingang, kijkt zoekend de zaal in) (ziet de scène) Nee. Had ik nog een pintje kunnen pakken. Is God er al? (in wachtpose)Wachten op God… (giechelt beneveld, Ene en Vrouw kijken verstoord op) Ik stoor toch niet? Ik zeg al niks meer. ( gesprek op de scène gaat in stilte verder)                           GOD (stommelt licht alcoholisch op langs zaalingang) Heb ik iets gemist? (ziet de scène) Nee. Zie je, zonder God kunnen ze niet beginnen. (giechelt beneveld, Ene en Vrouw kijken verstoord op) ( gesprek op de scène gaat verder; God en Coach Ene stommelen in het donker naar 2 vrije plaatsen midden de 1ste rij, erg storend)                           BEIDEN Ssst… Je hoort ons niet… 2 kleine muisjes… (tegen elkaar en het publiek ) Pardon… Service…                           GOD (zitten eindelijk) Zeg, hoe lang zitten die daar zo al?                           COACH ENE Ik denk dat die niet weggeweest zijn.                           GOD (tegen publiek) Pijnlijk. Zijn ze die mensen vergeten te zeggen dat de pauze voorbij is.                                 COACH ENE (roept naar de scène) Joehoe! Wij zijn er helemaal klaar voor! Ik en God. God en ik.                           ENE (verstoord) Wat? Waarvoor?                           COACH ENE Het publiek wacht vol spanning! Wanneer begint het?                           ENE Wanneer begint het? Het is begonnen.                         COACH ENE Ja maar, hoe lang duurt dat nog?                           VROUW Voor mij mag het nog ùren duren.                           GOD EN COACH ENE Wablieft?!                           ENE Het is perfect, gewoonweg.                           VROUW Perfect, gewoonweg. Als u ons even wil laten praten? Dank u. (gesprek op scène gaat voort)                           GOD Perfect, gewoonweg. Nog even en het publiek is ook… gewoon weg. ( giechel)                           COACH ENE Dat is misschien de bedoeling. Dan zijn ze alleen. (giechel)                           ENE (springt op, gaat naar rand van scène) Stop. Dit kan niet meer.                           GOD Eindelijk! Dat vinden wij ook!                           ENE U hebt gedronken.                           GOD God bekent: de geest is in mij.                           ENE Als dat zo doorgaat zal het niet lang meer duren of…of ik geloof niet meer in u.                           GOD En dan? Ik geloof al lang niet meer in de mens.                           ENE Laat mij toch gewoon doén. Voor het eerst in lang amuseer ik mij.                           VROUW Amuseren wij ons.                           GOD Wij in de zaal iets minder. Er gebeurt niks. Het lijkt wel postmodern theater.                           ENE Er gebeurt niks? Dit is ‘t beste gesprek dat ik gehad heb in jaren. ‘t Beste van m'n leven.                         VROUW Maar dàt is lief…                           ENE Een contact als tussen twee vrienden.                           VROUW Tussen broer en zus.                           COACH ENE Broederlijkheid: dat ontbrak er nog aan.                           VROUW Wat wil een mens nog meer?                           ENE Wij zijn gelukkig.                           GODIk ben gelukkig voor jullie, maar op de scène is geluk volstrekt oninteressant. Theater is vechten, lijden. Drama is… een drama.                           ENE God lijkt wel een toneelcriticus.                           GOD Nee, die dènken alleen maar dat ze God zijn.                           ENE Dus om de mensen gelukkig te maken, moet ik ongelukkig zijn?                           GOD Dàt is het.                           ENE (zucht) Jezus...                           GOD Jezus? Ja, die had het daar ook moeilijk mee.                           ENE Heb ik dit goed: ik mag alleen maar gelukkig zijn als ik mij niet op de scène bevind?                           GOD Daar komt het op neer, ja.                           ENE Simpel.                         VROUW Doodsimpel. (ze springen de zaal in, gaan tussen de toeschouwers zitten, waar ze verder praten in stilte)                           COACH ENE (applaudisseert) Bravo God. Halverwege de voorstelling en we zitten zonder acteurs. Perfect, gewoonweg. God is onfeilbaar.                           GOD Dat is de Paus. Ik trek mijn handen af van het menselijk ras. Trek jullie plan. (staat op, gaat richting uitgang)                           COACH ENE (volgt) Het is misschien beter zo. Laten we er mee stoppen.                           GOD Geluk is niet alleen vervelend om zien, het duurt toch nooit lang.                           COACH ENE Geluk slaat snel om in het tegendeel - zeker als je niet nadenkt.                           GOD Van zodra de liefde in het spel komt, is de broederlijkheid rap weg.                           COACH ENE Dat maak ik liever niet mee. Als je -zoals wij twee- jarenlang hebt samengewerkt, -één als lichaam en geest- dan zie je mekaar niet graag lijden.                           GOD Je hebt gelijk, hij kan er beter mee stoppen nu hij aan ‘t winnen is. Dat is minder wreed.                           COACH ENE Hij is toch geslaagd in vrijheid en gelijkheid. Twee op drie is niet slecht. Laten we ‘t daar op houden.                           GOD Ja, hem in bescherming nemen tegen zichzelf. (ze zijn de zaal uit)                           ENE ( loopt bruusk naar de uitgang) Hé, wacht! Kom eens terug! Komaan!                                 VROUW Wat gebeurt er? Wat doe je?                           ENE (neemt Vrouw bij de hand, trekt haar de scène op) Heb vertrouwen in me. Ik heb vertrouwen in je.   (God en Coach Ene komen verbaasd weer binnen)                         COACH ENE Wat gebeurt er?                           GOD Is er iets?                           ENE Niets. Het derde deel begint. Broederlijkheid. Of waren jullie dat vergeten?                         GOD Nee, maar euh..                           COACH ENE Ben je zeker..? Zou je dat wel doen..?                           ENE Zit! Kijk! Een demonstratie van broederlijkheid in liefde!   (God en Coach Ene zetten zich weer in de zaal op de 1ste rij)                           VROUW Wat moet ik doen?                           ENE Zeg gewoon wat je voelt. Vertrouw op de macht van het gevoel. (roept de zaal in) Wat wil je zien?                           COACH ENE Iets simpels, zoals… samenwonen. Thuis komen van het werk.                                 ENE (slaat zelf op gong, snelt weg, snelt dan weer op, komt thuis) Mijn reddende engel. Ik ben niets zonder je. Ik raak de dag niet door. (kust Vrouw innig)                           VROUW Maar dàt is lief...                           ENE Wat heb jij allemaal gedaan?                           VROUW Wat ik altijd doe. Mij een beetje mooi maken..                           ENE Maar je bént al mooi! Perfect, gewoonweg! (kust haar innig)                           VROUW ...een beetje koken...                           ENE Jij kookt voor mij... Je maakt me veel te dik! (lacht en kust haar innig)                           VROUW ...een beetje kuisen, opruimen...                           ENE Jij kuist voor mij. Ik word er helemaal opgeruimd van! (lacht en kust haar innig)                           VROUW ...een beetje strijken...                           ENE (laat zich meeslepen) Jij strijkt voor mij? Ik voel me onkreukbaar! (lacht en kust haar innig)                           VROUW (raakt almaar meer geïrriteerd) ...een beetje wassen...                           ENE Jij wast voor mij! Waw!(kust haar innig)                           VROUW ...plassen...                           ENE Jij plast voor mij! Waw! (lacht en kust haar innig)                                 VROUW ...jou een beetje bedriegen...                           ENE Jij bedriegt mij! Waw! (kust haar innig - beseft wat ze zei, valt stil) … Ben jij op je kop gevallen?                           VROUW Ik wou even je aandacht.                           ENE Mijn aandacht? Die had je toch. Ik aanbid je.                           VROUW Dat is het juist. Mag ik van dat voetstuk af? Ik krijg hoogtevrees.                           ENE Komt dat door mij?                           VROUW Zal nog niet zijn. Je lijkt wel een kwijlend schoothondje.                           ENE ‘Een kwijlend schoothondje’? (hij gaat naar de gong, slaat erop)Wat wil je dan?                           VROUW Gewoon, een man. Iemand die sterk genoeg is om op eigen benen te staan. Niet iemand die op mij leunt, iemand op wie ik kan leunen.                           ENE Een man?                           COACH ENE Hulp nodig?                           ENE Dank je, ik bèn een man. Valse start. Een andere situatie, graag! Roept u maar!                           COACH ENE Een feestje!                           ENE Wij met ons 2!? Bijzonder gezellig feestje! Kunnen we God niet lenen als figurant?                           GOD (beledigd) “God lenen als figurant?”                           COACH ENE Niet flauw doen, God. Speel even mee.                           GOD (nors de scène op) Het is ver gekomen.                           ENE (tegen God) Gewoon naar mij luisteren.                           GOD God als praatpaal...                           ENE (in zichzelf) Een man! We gaan d’r een lap op geven! (slaat op de gong) Bijzonder gezellig feestje! Krijgen we misschien wat muziek? (God knipt met vingers, we horen een beat: Ene danst macho de hele tijd, God beweegt stijfjes mee) God, wie we daar hebben: God!                           GOD Hé, als dat geen mens is!                           ENE Nee, een man! Een sterke man!                           GOD Goed voor jou. (tegen Vrouw) En?Hoe gaat ‘t ermee? Alles goed?                           VROUW Maar dàt is lief. Met mij gaat ‘t..                           ENE (onderbreekt) Met mij gaat ‘t goed. Dat zie je toch. Mooi huis, eigen firma, nieuwe wagen.                           GOD Goed voor jou. (tegen Vrouw, bedoelt drank) Wilt u misschien nog iets?                           ENE Dat zie je toch, ik heb alles wat ik nodig heb!                           GOD Maar uw vrouw, wil die misschien..                           VROUW Ja, ik wil graag..                           ENE Ze wil niks, ze heeft alles. Ze zit goed. Ze staat helemaal achter mij!                           GOD Dat zie ik. (duwt dansende Ene opzij om met haar te kunnen praten) Ik bedoel: drinkt u iets?                           VROUW Ja, ik wil graag..                           ENE  Dat zie je toch, ze drinkt niks.                         GOD Dat zie ik. Ik bedoel: wilt u misschien iets drinken..                           ENE Er wordt voor haar gezorgd. Als ze iets nodig heeft, moet ze het maar zeggen.                           VROUW (stilaan geërgerd) Ja, ik wil graag..                           ENE Ze heeft mij, wat zou ze dan nog kunnen willen? Nee, ‘t ontbreekt haar aan niks. Centen -véél- relaties -véél- kleren -véél- reizen -véél- kinderen -véél te véél- en niet te vergeten - nee !-: CD, PC, TV-LCD, DVD, GSM..                           VROUW PSM…                           ENE PSM, dat ook! Hè?! Wàt?! PSM...?!                           VROUW (neemt glas uit zijn handen) Pretentieuze … Seksistische … Macho. (ze gooit de inhoud van het glas in zijn gezicht)                                 ENE (druipend) ‘Pretentieuze … Seksistische … Macho.’ ( een lelijke stilte...)                           GOD (heft het glas) BGF!                           VROUW BGF?                           GOD Bijzonder Gezellig Feestje!                           ENE (slaat op de gong) Ben jij op je kop gevallen?                           VROUW Ik wou even je aandacht.                           ENE Nu weer? Ik ben je man, ik zorg toch voor alles.                         VROUW Dat is het juist. Mag ik even ademhalen? Ik krijg claustrofobie.                           ENE Komt dat door mij?                           VROUW Zal nog niet zijn. Je verstikt me met je zorgen, ik lijk nu wel je schoothondje.                           ENE Vrouwen weten echt niet wat ze willen.                           COACH ENE Een regisseur nodig?                           ENE Nee nee, zolang ik mijn gevoel volg, kom ik er wel. Lieverd, wat wil je?                           VROUW Geen aanbidding, geen macho. Gewoon interesse, hulp.                           ENE Geen probleem. Je krijgt mijn interesse. Mijn hulp. (tegen Coach Ene) Andere scène. Iets waarbij ik haar echt kan helpen. Sport? Badminton!                           GOD U vraagt, wij draaien. Badminton. (haalt petjes, rackets en pluimpje tevoorschijn, deelt uit)                           ENE Een dubbeltje. Dan kan ik haar echt helpen.                           GOD (God en Coach Ene stellen zich op op hun plaats in de zaal)                           ENE We gaan d’r eens een lap op geven! (slaat op de gong, slaat keihard op en mitrailleert God, die een gil slaakt) Ace! … Gezien? Zo moet het.                           GOD (grijpt naar het hart) God is dood. Is het dat wat jullie willen?                           COACH ENE God, vergeef het hen, ze weten niet wat ze doen.                           GOD Vanaf nu met ingebeeld pluimpje, ja? Drama is suggestie.                           ENE O.K. - Lieverd, sla jij maar op. Doe je best.                         VROUW (tegen tegenspelers in zaal) O.K.?                           COACH ENE + GOD (zetten zich schrap) O.K.! (Vrouw gooit ingebeeld pluimpje op om op te slaan)                           ENE Pas op! (tikt haar aan, ze schrikt en slaat ernaast) Ik zag ’t aankomen. Mag ik helpen..? Concentreer je. O.K.?                           VROUW (tegen tegenspelers in zaal) O.K.?                           COACH ENE + GOD (zetten zich schrap) O.K.! (Vrouw gooit ingebeeld pluimpje op om op te slaan)                           ENE Pas op! (tikt haar aan, ze schrikt en slaat het pluimpje tegen de grond)                           GOD Love-fifteen.                          ENE Ik zag ’t aankomen: je kijkt niet naar het pluimpje. Kijk naar het pluimpje, anders loopt het mis. O.K?                           VROUW (tegen tegenspelers in zaal) O.K.?                           COACH ENE + GOD (zetten zich schrap) O.K.! (Vrouw gooit ingebeeld pluimpje op om op te slaan)                                 ENE Ja! (tikt haar aan, ze schrikt en slaat het pluimpje tegen de grond)                           GOD Love-thirty.                           ENE Dàt is ‘t! Nù keek je naar het pluimpje! Zo moet het! Anders loopt het mis.                           VROUW Godver…                           ENE Ssjt! Hier vloekt men niet. God ziet U.                           GOD God heeft zin om zelf te vloeken.                           VROUW (tegen Ene) Ik doe mijn best. Sla jij maar op. Dat zal sneller gaan.                           ENE Krijg ik dan het pluimpje?                           VROUW Hoe? Wèlk pluimpje?                           ENE Je pluimpje! (zoekt overal) Waar is je pluimpje?                           COACH ENE Komt er nog iets van?                           VROUW (geïrriteerd) Maar er is geen pluimpje!                           ENE Ik zag ’t aankomen: je bent je pluimpje kwijt. Ik heb je toch gezegd: altijd naar ‘t pluimpje kijken .                           COACH ENE (tegen God) Typisch. Hij wil niet geregisseerd worden, hij regisseert liever zelf.   (ze gromt geërgerd)                           ENE Rustig blijven. Sport is ontspanning.                           VROUW Ik doe mijn best.                           ENE Ik weet het, lieverd. Je doet je best. Kom hier. Jij krijgt ’n pluimpje!                           VROUW Maar dàt is lief! Ik krijg ’n pluimpje van je! Had ik niet meer verwacht. Waarvoor?                           ENE (Ene duwt haar het ingebeeld pluimpje in de handen) Om op te slaan. Alsjeblief.                           VROUW (ze smijt het pluimpje kwaad weg)                           ENE Zo gespannen? Zou je toch iets moeten aan doen.                           VROUW (staat op springen) Ik-doe-mijn-best!                           GOD Ik heb een grandioos idee. God serveert.   (God slaat ingebeeld pluimpje op, een lange balwisseling, visuele humor: Vrouw rent zich te pletter, haalt ballen op uit alle hoeken van de scène, terwijl Ene, zonder1 millimeter te bewegen, ijskoud aanwijzingen geeft:”Sneller...Achteruit...Er op af...Pakken!” tot Vrouw er letterlijk bij neervalt en de tegenpartij kan scoren)                         GOD Forty-love.                           ENE Is dit wel de juiste sport voor jou? Amuseer jij je eigenlijk wel? Zo gespannen. Zou je toch iets moeten aan doen. (ze snikt) Maar je slaat helemaal door.                           VROUW Help.                         ENE Helpen? Ik doe niets anders.                           VROUW HELP!!! (rent in wanhoop af)                           ENE (gaat erachteraan) Rustig, lieverd. (we horen hem in de coulissen) Blijf vooral rustig. Je bent zo gespannen. Je slaat.. (we horen een klap in de coulissen, hij komt traag op, de racket stukgeslagen over zijn hoofd) ….je slaat helemaal door.                           GOD Game over.                           COACH ENE Tot zover de broederlijkheid.                           ENE Ben jij op je kop gevallen?                           VROUW Kijk naar jezelf. Ik word misselijk van je.                         ENE Nu had je toch mijn interesse, mijn hulp!                           VROUW Is dàt hulp? Gezaag en gekanker, ja! Maniakale mierenneuker!                           ENE ‘Maniakale mierenneuker’? ( slaat op de gong) Dit is definitief de laatste keer dat ik je probeer te helpen.                           VROUW Halleluja! Stoppen met mij proberen te helpen, daar help je mij pas mee.                           ENE En jij dan! Jij hebt mij vandaag nog niks geholpen!                           COACH ENE En? Nog altijd gelukkig samen? Tja, de macht van de liefde, het gevoel...                           ENE Het ligt niet aan de liefde, het ligt aan haar.                           VROUW Wàt?                           ENE Het ligt niet aan mij, ik had slechte kaarten. Geef me alsjeblieft nog één kans.                           GOD (tegen Coach Ene) Dat moet Sint-Pieter ook elke dag horen.                           ENE Ze verschilt te veel van mij. Had ik maar een vrouw die net is zoals ik, ’t zou wel lukken.                           VROUW Zo een stomme vrouw bestaat niet.                           ENE Een allerlaatste ronde?                           GOD Allerlaatste ronde. Maar er hangt nog een racket aan je nek.                           VROUW Je kijkt niet naar het pluimpje. Zou je toch iets moeten aan doen. (Ene gaat grommend af)                           GOD (snel tegen Coach Ene) Nu gaan wij hem eens helpen. We geven hem wat hij wil. Hij krijgt een vrouw die nét zo is als hij. Een spiegeltje. Hij zal tevreden zijn. (knipt met vingers, Ene komt weer op zonder racket) Welke scène wil je? Maak het je makkelijk.                           ENE Het prille begin. De vroegste verliefdheid. Het eerste bal, de allereerste dans.                           GOD (knipt met vingers voor romantische muziek en licht - Ene slaat op de gong, het bal begint)                           ENE (terzijde naar zaal) Vanavond moet het gebeuren. Dit kan zo niet blijven duren.                         VROUW (terzijde naar zaal) Vannacht is de nacht. Het is de hoogste tijd.                           ENE (terzijde) Er moet toch iemand voor mij bestaan. Misschien wel zij...                           VROUW (terzijde) Misschien wel hij... (hij buigt diep voor haar - terzijde) Maar dàt is lief... (ze maakt een speelse révérence voor hem)                           ENE (terzijde) Maar dàt is lief... Juffrouw, mag ik deze dans van u?   (ze komt knikkend naar hem toe, ze dansen een intieme slow, de opstelling frontaal naast elkaar)                           ENE(terzijde) Eindelijk succes. Ik voel het. ‘t Zal klikken. (tegen haar) Zeg, weet je, het is hier echt..                           VROUW ..echt gezellig, dat is waar. (terzijde) ‘t Klikt. Nu moet ‘t gebeuren. (tegen hem) De muziek is hier echt..                           ENE ..echt cool, ik vind het ook. (terzijde) Zo moet ‘t! We zijn vertrokken. (tegen haar) Kom je hier vaak?                           VROUW Dit is de allereerste keer. (terzijde) Fout! Voor hem zal het niet de allereerste keer zijn. Hij gaat zeker véél uit. Straks heeft hij door dat ik nog maagd ben. (tegen hem) Ik bedoel, dit is de allereerste keer vanavond. Ik kom hier elke avond.                           ENE Elke avond? Cool… (terzijde) Ze heeft veel meer ervaring dan ik. Wie niet? Ze is een echte vent gewend. Ik mag me niet laten kennen. Ze krijgt een echte vent. (tegen haar) Om eerlijk te zijn, ik vind het hier maar niks. Ik heb al wat anders gezien in mijn leven. O ja.                           VROUW Ik ook. O ja. (terzijde) O nee, hij amuseert zich niet. Hij vindt mij maar niks. Straks is hij weg. (maakt zich los, danst cool verder op zichzelf) Femme fatale. (tegen hem) Hier is weinig te beleven. Ik heb het hier wel gehad.                           ENE Ik ook. Al lang. (terzijde) O nee, ze wil niet met mij dansen. Ik dans slecht. Straks sta ik hier alleen. (danst zo cool als hij kan, bekijkt haar niet meer) (tegen haar, snel) Ik weet niet waarom ik hier nog kom. De muziek is waardeloos en voor het gezelschap moet je het niet doen. Het zit hier keivol lijken. Vanavond is echt het toppunt. Jààren geleden dat ik mij zo verveeld heb. Ik val zowat in slaap. Ik had net zo goed kunnen thuisblijven. Of naar een begrafenis gaan. Hoewel, een begrafenis heeft nog meer ambiance. (ziet niet eens dat ze perplex gestopt is met dansen, en nu gekwetst weggaat) Ach, een mens moet ‘s een keer onder de mensen komen, anders ben je altijd alleen - en je weet: alleen is maar... (draait zich om, ziet haar niet meer) ...alleen.... (kijkt paf de zaal in)                           COACH ENE Op haar kop gevallen zeker?                           ENE Vrouwen - ik zal ze nooit doorgronden.                           VROUW (op) Mannen - onbegrijpelijk.                           COACH ENE Een probleem?                           ENE Ik was toch cool..?                           VROUW Zo koel als een driepvries.                           ENE ‘Een diepvries’? Dat moet jij zeggen. (hij slaat op de gong)                           GOD Weer een ronde zonder winnaar. Alleen verliezers.                           COACH ENE Indrukwekkende demonstratie. Ik leg mij neer bij de superioriteit van het gevoel.                           ENE (Ene en Vrouw steken koppen bijeen, bekvechten fluisterend:“Ik dacht dat jij.. Maar jij zei..”etc… tot hij zich plots naar de zaal draait, met een zenuwlachje) Misverstandje.                           COACH ENE + GOD Ja?                           ENE Het is euh..eigenlijk best grappig.                           COACH ENE + GOD Ja?                           ENE We waren nét ‘t zelfde, allebei ’n beetje onzeker, maar we wisten het niet van mekaar. Grappig. Wir haben es nicht gewusst. Hahaha.                           COACH ENE + GOD Hahaha.                         ENE Ik had goeie kaarten in handen, maar ik wist het niet. Stom, hè? Als u.. dan toch mijn verzoekjes inwilligt... nog ééntje dan? Als zij mijn gedachten kan lezen, kan horen wat ik denk, zonder te moeten praten, dàn zijn alle misverstandjes opgelost. Echt waar. (na een stilte) Alstublieft?                           GOD Allerallerlaatste ronde.                           ENE Dank u, God. Vakantie. Het strand.                           GOD (knipt met vingers, we horen golven en zeemeeuwen, Vrouw draagt strandstoelen aan) God is veel te goed. God is van een oneindige, ondraaglijke goedheid.                           ENE (ondertussen tegen vrouw) Even checken. Raad eens wat ik denk.                           VROUW (oogcontact, ze glimlacht)… Ja, ik ook. Ik hoop ook dat het lukt.                         ENE Klopt! (pakt haar vast) Het zal lukken. De laatste ronde.   (hij slaat op de gong, ze zetten zich in de strandstoelen)                           VROUW (oogcontact, ze kijkt en luistert aandachtig naar hem, knikt) … Ja. Dat is waar. Ik begrijp wat je bedoelt. (hij neemt haar hand vast, ze glimlachen elkaar warm toe)                           ENE (hij kijkt en luistert aandachtig naar haar, glimlacht warm) Ik ook. Héél, héél veel. (luistert weer)… Nee! Maar dàt is lief...! Dank je, lieverd. (zoent haar hand)                           COACH ENE (stil tegen God) God, het ziet er naar uit dat die domkop nog gaat winnen ook.   (Ene kijkt plots zeer geïnteresseerd de zaal in, Vrouw kijkt naar hem, verkilt plots)                           VROUW Ja, dat klopt. Ze heeft grotere en mooiere borsten dan ik.                          ENE Wa...wablieft?                           VROUW (kijkt naar hem, paf) Jaja, dat zou je wel willen, hè? Zet dat maar uit je hoofd, dat gaat niet door. Geobsedeerde geilaard.                           ENE ‘Geobsedeerde geilaard’? Euh… misverstandje.                           VROUW Ik versta jou heel goed. Een goede verstaander heeft geen half woord nodig. (bekijkt hem geshockeerd) Wàt…? Nee, ik ben niet op mijn kop gevallen. (idem) Wàt? Nee, ik “hou mijn smoel” niet. (idem) Hoé noem jij mij!?                           ENE Niks. Ik heb niks gedacht.                         VROUW Je hebt teveel gedacht. Ik had nooit durven denken dat jij zoiets zou durven denken!                           ENE Dat was zomaar een gedachte, de gedachten zijn vrij, nee?                           VROUW O nee, nu niet meer.                           ENE Ik kan daar toch niet aan doen, aan wat ik denk. Ik heb al spijt dat ik het dacht.                           VROUW Had je het maar niet moeten denken. Gedacht is gedacht.                           ENE God, zet dat spel maar af. Alstublieft?                           VROUW Ik vind dat heel praktisch. Ik zie dwars door je heen. Nu ken ik je zoals je echt bent. En dat valt serieus tegen! (ze slaat op de gong en gaat parmantig af)                           COACH ENE Denken - een gevaarlijke kunst, als je ze niet beheerst.                           GOD Eindstand: in de verliezende hoek…: de mens zonder verstand.                           ENE God zijn is toch zo gemakkelijk. U zit daar aan de zijkant, perfect te wezen. U steekt geen poot uit, en maar kritiek geven op al die stumpers die..                           GOD Wisselen?                           ENE Hè? Pardon?                           GOD Mens, God wordt jou stilaan beu. Laat God nu eens mens zijn, wees jij nu eens God. Neem het zaakje maar over, als het toch zo simpel is. Maar kom achteraf niet klagen!                           ENE Wacht eens... Ik ben.... God?                           GOD In het diepst van je gedachten. Voor drie dolle minuten.                          ENE Ik beslis?                           GOD Alle stommiteiten die je maar wil.                           ENE Zelfs al wil ik...een mirakel of zo...?                           GOD Verander water in wijn, brood in blote vrouwen, kan me niet schelen. Je doet maar.                           ENE Yes! Ik...ben...God! En ik wil... ik wil... (denkt diep na)… Broederlijkheid! (knipt met vingers) Vrijheid, gelijkheid! (knipt met vingers) Vrede, vriendschap! (knipt doorlopend met vingers) Liefde, geluk, eten en drinken à volonté! Een helikopter! Een constante erectie! Onsterfelijkheid!                           GOD Is dat alles?                           ENE Om te beginnen.                        GOD Eén ding tegelijk, anders werkt het niet.                           ENE Ik heb het. Iedereen houdt van mij! Iedereen vindt mij goddelijk! Zij! Jij! En jij! (knipt met vingers: Vrouw masseert hem, Coach Ene brengt drank, God waait hem koelte toe; genietend) Houden jullie van God? (alle drie extatisch:”Ja!”) Echt waar, lieverd? Waarom?                           VROUW Omdat je goddelijk bent!                           ENE Ik goddelijk? Nee toch. Ik doe toch veel dingen die niet goddelijk zijn.                           VROUW Maar nee.                           ENE Geef maar toe. Krijg jij het nooit eens op je heupen van mij?                           VROUW Waarvan?                          ENE Het is nu toch duidelijk bewezen: ik gebruik nooit mijn verstand en dan ben ik nog zo irritant arrogant dat ik eis dat je me goddelijk vindt.                           VROUW Dat komt goed uit: ik vind jou goddelijk!                           ENE Maar waarom? Toch niet omdat ik God ben? Toch niet omdat ik gewenst heb dat je mij goddelijk vindt? Toch ook omdat ik werkelijk een heel klein beetje goddelijk bèn?                           VROUW Als jij goddelijk bent, is dat natuurlijk… omdat je goddelijk bent.                           ENE (stilaan geërgerd) Maar wat precies is er dan zo goddelijk aan mij?                           VROUW Alles! Gewoonweg!                           ENE Wàt dan? Noem iets. Eén reden.                           VROUW (zoekt) Omdat... omdat.... (vindt) Omdat je goddelijk bent!                           ENE Dàt weten we nu al! Er is dus helemaal niets goddelijks aan mij. Eigenlijk ben ik maar ‘n waardeloos mannetje dat even mag doen of hij God is, enkel en alleen om de zoete leugen te horen dat hij... -zeg het maar- wàt is...?                           VROUW ...Goddelijk!                           ENE O ja, nu geloof ik het! Goddelijk! Ik zal verdomme eens laten zien hoe goddelijk ik ben! (rukt de waaier uit de handen van God, slaat Vrouw ermee) Pak aan! Ga ergens anders zwetsen mens, met je goddelijk kleine brein en je goddelijk stupiede smoel - wat zeg je nu? Hè?                           VROUW (laat zich slaan) Maar dàt is lief...!                           GOD (knipt met vingers) Je goddelijke tijd is om. Hoe vond je het? Goddelijk?                           VROUW (neemt waaier af, slaat hard terug) Jij zielige, miezerige verliezer!                           ENE (laat zich slaan)… ‘Zielige, miezerige verliezer’? Dàt geloof ik tenminste. (ze is uitgeraasd, wendt zich van hem af)                           COACH ENE En jij dacht dat je mij niet nodig had.                           ENE God zijn is ook geen oplossing. Er is geen uitweg. Niks werkt.                           COACH ENE Wat denk je? Zal ik maar terug bij je komen?                           ENE Ik doe alles mis. Als ik mijn verstand volg win ik, maar ik maak mezelf ongelukkig. Als ik mijn gevoel volg verlies ik, en ik maak anderen ongelukkig.                           GOD Je hebt toch iets geleerd. Je kent jezelf. Een nuttige ervaring.                           ENE O ja! Nù ben ik er. Nù weet ik het. Nù ken ik mezelf. (sentimentele muziek zet in, enkel 1 spot op hem gericht - hij zakt traag in mekaar, telt zichzelf uit als een boksscheidsrechter, op zijn vingers,alsmaar droeviger, terwijl de spot traag wegglijdt) Eén. Ik ben een egotripper.. Twee. Ik ben gebuisd... Drie. Ik ben een zak... Vier. Ik ben een kwijlend schoothondje... Vijf. Ik ben een pretentieuze, seksistische macho... Zes. Ik ben een maniakale mierenneuker... Zeven. Ik ben een diepvries... Acht. Ik ben een geobsedeerde geilaard. Negen. Ik ben een zielige, miezerige verliezer... Tien. En dan sta ik hier nog te zwelgen in meelij... En de verliezer is: door knock-out: ik… (slaat op de gong, alle licht uit; meteen springt het werklicht aan, allen stappen uit hun rol: God en Coach Ene gaan de scène op, ruimen mee op, allen praten als acteurs tegen mekaar, net of de voorstelling voorbij is)                           COACH ENE De voorstelling ging goed vandaag.                           ENE Vind je? Dat einde - ik blijf daar last mee hebben.                           VROUW Last? Waarom?                         COACH ENE Omdat zijn rol verliest, natuurlijk. Als zijn rol verliest, heeft hij altijd last.                           ENE Dat is niet waar. Wat vind jij van dat einde?                           VROUW Triest. Ik hoop alleen maar voor de schrijver dat het niet autobiografisch is, dat is al. (ze halen bier, zetten zich op de rand van de scène, ontschminken zich, net of er geen publiek bijzit)                           ENE Als ik in de zaal zou zitten en zo ‘n einde zou zien, zo...in mineur. Ik weet niet...                           COACH ENE Als je twee seconden nadenkt..                           ENE ’Twee seconden nadenken’?! Stop maar, het stuk is voorbij.                           COACH ENE ..moet je toegeven dat het niet anders eindigen kàn. Het is ‘n logisch einde.                                 ENE Maar wat is er mis met een goeie ouwe happy ending?                           COACH ENE Dat ‘t vals is.                           ENE Nee, alleen dat ‘t uit de mode is - terwijl de mensen niks liever willen. Nog altijd.                           VROUW Ik ga mee eten vanavond. Na zo ‘n triestig stuk kan ik toch niet slapen.                           ENE De mens kan toch niet zo hopeloos zijn als die schrijver denkt? (tegen God) Wat vind jij? Jij zit hier altijd maar bij en je zegt nooit iets.                           GOD Gods wegen zijn ondoorgrondelijk.                           ENE Nee, serieus.                           GOD Serieus? Serieus: ik zou het de mens van harte gunnen. Ook God heeft gevoel.                           COACH ENE Doe me een lol en stop ermee. Genoeg God voor vandaag. (wil weg)Kom, ik trakteer.                           GOD (bitter) Ook God houdt van happy endings. Maar ja, ik heb ‘t stuk niet geschreven..                           ENE Toch wel erg. Eén redelijk geslaagde rol en het slaat in haar bol. (lacht, vrouw lacht mee)                           GOD Ik vraag me af of het wel zo ‘n goed idee was dat God meespeelt in een toneelstuk.                           ENE Een extreem geval van inleving in de rol: een actrice speelt God, gaat na de voor-stelling varen, stapt uit de boot voor een wandeling op het water en verzuipt. (lacht)                           GOD Dat was ik niet, dat was Jezus.                           COACH ENE Als jullie naar die flauwe plezante willen blijven luisteren, ga ik alleen eten.                           GOD Lieden van klein geloof... Jullie gaan me toch wéér niet tot ‘n mirakel verplichten? Dat is zo vermoeiend.                           ENE Toe. Eentje maar...                         VROUW Een kleintje..? (ze lachen achter hun hand)                           COACH ENE Moedig haar nog wat aan. Gevaarlijke gekken mag je vooral niet tegenspreken. (gaat af)                           GOD (bitter) Het is inderdaad een droevig stuk om in mee te spelen. Niets, maar dan ook niets lukt. En ik moet daar de hele tijd op zitten kijken. Wat denk je dat me dat doet: de mens doet z’n uiterste best, maar eindigt ver onder nul, zonder nog iets te begrijpen, zonder iemand. De mensen zonder mij - dat wil zeggen: ik zonder de mensen. Alleen.                           VROUW (geeft God nog een pils, ze krijgen pret in het spelletje) Kop op. De mens bedoelt dat zo niet. (God niest) God zegent u. (ze lachen achter hun hand)                                 GOD De mensen... Ze kunnen alles. Daar heb ik voor gezorgd.                           VROUW En daar zijn wij heel blij mee.                           GOD Vrijen, dromen, genieten, sociaal zijn, creatief - ze kunnen alles, en wat doen ze?                           ENE Niks.                         GOD Was ‘t maar waar. Hoe denk je dat ik mij voel met dingen als hongersnood, pedofilie, dictatuur, marteling, oorlog, of ‘t ergste van al, commerciële soaps?                           ENE Ho, maar dààr zijn wij ook tegen!                           GOD Ik heb je wel gezien op T.V... Och, de mens mag alles van mij, alles wat hij wil. Maar God? Wat denk je? Denk je dat God ooit vakantie heeft? Nee. Denk je dat God een minnaar heeft?                           VROUW Nee? Niemand?                           ENE De Heilige Geest? (God kijkt verbaasd op)                           VROUW Nu je ‘t zegt: de Moeder van God, daar hoor je van, en de Zoon ook, maar de Minnaar van God...? (ze lachen achter hun hand)                           GOD Denk je dat God naar de cinema kan of gaan dansen, oliebollen eten op de kermis, songfestivalliedjes zingen in bad, om een vieze mop lachen in de kroeg... Denken jullie dat God zich amuséért?                           VROUW Maar u speelt toch graag toneel? En goed!                           GOD Boh, ik doe mijn best. ‘t Was de eerste keer.                           ENE U hebt talent.                           VROUW Zeker voor een debutant. Heel beloftevol. Zoals u daar staat in het begin: (speelt het na)’Ik ben God. Dag, mensen.’ Ik was helemaal mee. Voor mij was u op dat moment gewoon God....                         ENE Of dat moment van: ‘Of een meteoortje...dat slaat altijd in.’ (lachen achter de hand) Echt, dan lig ik plat. Die hemelse humor, die goddelijke mimiek…                           VROUW U moet hierin verder gaan.                           GOD (gevleid) ‘t Is al goed. Stop maar.                           ENE Trouwens, in uw branche zit u zonder enige competitie. God wordt meestal gespeeld door een ouwe met een baard, een donderende stem en vervaarlijk rollende ogen, je weet niet wat je ziet, zo cliché, zo déjà vu.                           GOD Ik heb het gezien.                           VROUW Maar God als een vriendelijke dame, dat opent enorme perspectieven, niet in het minst voor de vrouwenbeweging.                           ENE Kan een hele nieuwe rage worden in de media, misschien wel uw eigen talkshow.                           VROUW (presenteert)“Vanavond...De Biechtstoel: tijd om al je intieme zonden te bekennen! Uw gastvrouw, niemand minder dan God!” (ze lachen achter hun hand)                           GOD Ach, ik hoef niet zo in de belangstelling.                           ENE Niet voor uzelf, voor het geloof. U zou de kerken zo weer doen vollopen. Dat u zo lang ondergedoken gezeten hebt, dat u dat niet vroeger gedaan hebt! God zou beroemder zijn dan de Beatles!                           GOD Zijn jullie mij nu aan ’t uitlachen of hoe zit dat?                         VROUW Zouden wij liegen tegen God?                           GOD De mensen doen niks anders.                           VROUW Echt God, ik zie geen reden om bitter te zijn.                           ENE U hebt toch iets gepresteerd. De hele wereld op een week tijd.                           VROUW Dat is niet niks.                           ENE U bent tenslotte God.                           GOD Ik ben God.                           ENE Dat kan niet iedereen zeggen.                                 VROUW En de mensen hebben god nodig.                           ENE Vergeet dat niet. Wij hebben u nodig.                           GOD (fleurt op) Maar dàt is lief... En dan zeggen ze dat toneelspelers niet te vertrouwen zijn. Hoe kan ik jullie bedanken? Wat kan ik jullie geven?                           ENE Het eeuwig leven?                           VROUW Yes, vrijkaartjes voor de hemel? (ze lachen achter de hand)                           ENE Nee. Ik heb een beter idee. Een ander einde. Een beter einde voor het stuk.                         GOD Wat? En de schrijver dan?                           ENE Geef aan de schrijver wat de schrijver toekomt, geef aan God wat God toekomt.                           GOD En de regisseur dan?                           ENE God is de ultieme regisseur. Wij zijn de spelers.                           VROUW En wij geloven erin.                           GOD (hakt de knoop door, neemt de brochure) We hernemen. Vanaf “Ik ben een egotripper.” (ze knikken, gaan klaar staan, God springt de zaal in, staat rug publiek) Klaar? Start! (God knipt met vingers, we horen gelukzalige hemelse muziek, God dirigeert de scène)                                 ENE (enkel 1 spot op hem gericht - hij begint aarzelend, telt zichzelf op zijn vingers uit, terwijl de spot traag feller wordt) Eén. Ik ben een egotripper… (muziek en dirigent stuwen hem op, maken hem met elke zin gelukkiger) Vier! Ik ben een kwijlend schoothondje! Vijf! Ik ben een pretentieuze, seksistische macho! Zes! Ik ben een maniakale mierenneuker! Zeven! Ik ben een diepvries! (in stilaan euforische trots) Acht! Ik ben een geobsedeerde geilaard! Negen! Ik ben een zielige, miezerige verliezer.!! Tien! En dan sta ik hier nog te zwelgen in zelfmeelij!! En de winnaar is: door knock-out: ik!!! (balt zijn vuisten in een triomfpose, slaat apetrots op de gong)                           VROUW (kijkt hem vertederd aan) Maar dàt is lief...! (ze kust hem innig, de muziek stopt in een volmaakt geluksakkoord)                           GOD (draait zich om naar de zaal, straalt) Veel beter. Dàt is het einde! En op het einde rustte zij. Moe, maar tevreden.   ( knipt met de vingers, het licht glijdt weg)   EINDE                         VROUW (tegen tegenspelers in zaal) O.K.?                           COACH ENE + GOD (zetten zich schrap) O.K.! (Vrouw gooit ingebeeld pluimpje op om op te slaan)                           ENE Pas op! (tikt haar aan, ze schrikt en slaat ernaast) Ik zag ’t aankomen. Mag ik helpen..? Concentreer je. O.K.?                           VROUW (tegen tegenspelers in zaal) O.K.?                           COACH ENE + GOD (zetten zich schrap) O.K.! (Vrouw gooit ingebeeld pluimpje op om op te slaan)                           ENE Pas op! (tikt haar aan, ze schrikt en slaat het pluimpje tegen de grond)                           GOD Love-fifteen.                          ENE Ik zag ’t aankomen: je kijkt niet naar het pluimpje. Kijk naar het pluimpje, anders loopt het mis. O.K?                           VROUW (tegen tegenspelers in zaal) O.K.?                           COACH ENE + GOD (zetten zich schrap) O.K.! (Vrouw gooit ingebeeld pluimpje op om op te slaan)                                 ENE Ja! (tikt haar aan, ze schrikt en slaat het pluimpje tegen de grond)                           GOD Love-thirty.                           ENE Dàt is ‘t! Nù keek je naar het pluimpje! Zo moet het! Anders loopt het mis.                           VROUW Godver…                           ENE Ssjt! Hier vloekt men niet. God ziet U.                           GOD God heeft zin om zelf te vloeken.                           VROUW (tegen Ene) Ik doe mijn best. Sla jij maar op. Dat zal sneller gaan.                           ENE Krijg ik dan het pluimpje?                           VROUW Hoe? Wèlk pluimpje?                           ENE Je pluimpje! (zoekt overal) Waar is je pluimpje?                           COACH ENE Komt er nog iets van?                           VROUW (geïrriteerd) Maar er is geen pluimpje!                           ENE Ik zag ’t aankomen: je bent je pluimpje kwijt. Ik heb je toch gezegd: altijd naar ‘t pluimpje kijken .      

Hazelof
0 0