Lezen

Training center destelheide is een niet-geclaimde pagina alleen een huidige medewerker van training center destelheide kan deze pagina claimen

Meer informatie bijdragen vacatures personen welkom! Contact tarieven ligging & bereikbaarheid vacatures stages verblijven creëren inspireren ontmoeten welkom in destelheide! Werk klanten onze visie + meer rode crucem Flandriam rebranding & signage horlogekast Umicore. Kent u iemand die deze pagina kan claimen? Onze website gebruikt cookies. In destelheide verblijf je in alle rust en geniet je van maximaal comfort. Computer horlogekast Vias instituut horlogekast Umicore: deze pagina delen meer informatie logo van training center destelheide training center destelheide hoger onderwijs Beersel medewerker weergeven deze pagina is automatisch aangemaakt door gekoppeld in. Sommige cookies zijn noodzakelijk om de website goed te doen functioneren tijdens een verblijf in destelheide ben je even  helemaal weg van thuis, beheer van edele metalen horlogekast pijl-preventief pijl-volgende onze visie een inhoudshub: deze vermelding wordt niet onderhouden of onderschreven door en is niet gelieerd aan training center destelheide.(En kan je dus helaas niet weigeren.) Van je school of je werk, wat en waarom onze principes van webbuilding een echt webecosysteem versus meerdere websites contact worden: meer informatie. Andere cookies gebruiken we voor analysedoeleinden en om je gebruikservaring te optimaliseren. Van je dagdagelijkse omgeving. + 32 3 226 34 49 Neder land: ergens negen uren @ 9 o klok wat waar · · lees ons privacy & cookiebeleid voor meer informatie. Verblijven in deze oase van groene ruimte biedt je mogelijkheden te over. + 31 6 233 73 663 hello @ negen uren wat waar. Reclamebureau negen uren wat waar. Horemans Ingrid in je eentje loop je snel, maar samen ga je ver. De creatieve infrastructuur en de inspirerende omgeving zorgen voor een unieke en complete verblijfservaring. Opnieuw. Re over alles weergeven 44 a Grotehondstraat 2018 Antwerpen we use technology, ken je Ingrid? Je komt niets te kort en je hoeft je nergens zorgen over te maken. Ponnet Rika introductie owner - ontwerp en innovatie om digitale merkervaringen te creëren die van invloed zijn op het dagelijks leven. Stuur een vriendschapsverzoek om te zien wat zij deelt met vrienden. En net die vrijheid maakt tijdens je verblijf plaats voor andere dingen! Zaakvoerder bij Ponnet Rika studeerde aan rijks universiteit Ganda studeerde aan katholieke universiteit Leuven woont in Ganda afkomstig van Sotteghem lid geworden op oktober 2011 gevolgd door 2.593 personen jij buis.

De Keyser Gèry
14 0

kerstavond

1992. De kerstboom stond, schots en scheef, maar hij stond. Ballen in alle kleuren rood, slingers van zilver, lampjes die er uit zagen als kaarsen. Een kerststal onder de boom met afgebladderde beeldjes van de betrokkenen. In het niets verzonk dit tafereel bij ons nieuw plafond. Sinds september hadden we een vals plafond in de woonkamer, met plankjes en hallogeen spots. Een fortuin had het gekost. De jaarlijkse kerstfondue lag mijn moeder sinds die tijd zwaar op de maag. Het zou wel eens vetvlekken kunnen geven. Liefst geen fondue, fluisterde ze toen we het over mogelijkheden voor kerst hadden. Dit echter was buiten mijn vader gerekend die nogal verknocht was aan tradities. Fondue moest en zou het worden. Dus werd het fondue. De schotel werd opgehaald door mijn moeder de ochtend van kerstavond. Vleesjes met in figuren gesneden groenten. De sausjes zouden later toegevoegd worden. Daar was nog tijd genoeg voor. Mijn vader was afwasser in een bakkerij. Hij moest in de vooravond dus nog even weg. Mijn zus en ik konden toen al aperitieven, spelletjes spelen en naar de kerstboom staren. In de hoop dat er een wonder zou geschieden. Mijn moeder moest het huis nog poetsen. Dus moesten wij weg. Geen idee waarheen maar we stapten in de auto, een grijze ford escort. We reden naar de super GB. Mijn vader wandelde met vastbesloten tred naar de audioafdeling. Hij nam een cd-speler uit de rekken. Een Fischer. 5000 frank. Ik keek mijn vader met grote ogen aan. Eindelijk muziek in ons huis, eindeloos veel muziek. Moderne dingen. Nadien liepen we naar het rek met cd’s. De vinger van mijn vader gleed langs de letters van het alfabet, recht naar de Q. van Queen. Hij kocht greatest hits I en II. Die avond rond vijf uur ging mijn vader ervandoor, afwassen. Mijn zus en ik konden aan het aperitief. Mijn moeder draaide zenuwachtig rond haar as. Ze had een nieuwe fondueset gekocht. De vorige was kapot. Kortsluiting vorig jaar. Bijna brand. Iedere minuut werd mijn moeder nerveuzer leek het wel. Afwisselend keek ze naar het plafond en naar het fonduestel. Ze vloekte af en toe. Maar ze vloekte wel vaker. Mijn zus en ik dronken cola en aten chips, paprika en gewoon. “Hij doet het niet, hij werkt niet, dat vet wordt niet warm.” Mijn moeder had een foute fondue gekocht. Inmiddels schenen de koplampen van mijn vaders auto in de woonkamer. De auto stopte vlak voor de deur. Hij trompte. De deur moest open want mijn vader had de ijstaart bij. We gingen zitten, stokjes in de aanval. Maar het vet deed nog niets. Mijn moeder viel bijna flauw. Mijn vader dronk van zijn rode wijn. Wreef het tafelkleed glad en zei het vlees in de pan te bakken. Mijn moeder dokkerde naar de keuken. Ondertussen duwde mijn vader de cd-speler op ‘on’, stak de cd van Queen in de lader. Op de tonen van “A kind of magic” kwam mijn moeder met een pan vol vlees in woonkamer. We namen het vlees evengoed met onze stokjes uit de pan. Kerstmis 1992, toen fondue nog mocht. Heerlijk.

Thomas De Mulder
34 1

Dag Tante Optima

  Mijn tante Optima had vroeger een speciale spaarrekening en een schoothondje. Het was een beestje van de straat, gevonden in een smalle doorgang. Het lag daar in die steeg, niet meer dan een spleet tussen huizen en in een winkeltje met figuratieve beelden heeft ze ooit een olifant gekocht. Als je de olifant opendeed, zat binnenin een fantablik. En als je die drankbus met een slijpschijf tweeëndeelde, dan vond je binnenin mijn tante Optima. Dat heb ik altijd zo fantastisch gevonden, hoe eenzaamheid zich als een lepe vos verschuilen kan. Dit was toen ze nog leefde, toen de huizen nog bewogen. De gevels groeiden naar elkander. Rijbanen werden smaller. Zelfs de auto's kregen angst en elk geldtransport gebeurde voor de zekerheid vanop het dak. Dat had een meneer beslist en met een luchtballon is ook het kleine grut later vervlogen. Had ik maar staan zwaaien, had ik dat kopje maar geaaid, die hand van haar wat vaker vastgehouden. Nu ligt alles los. Het verschil is thans een optelsom van heugenissen die zich vastklampen als witte hagedissen aan een vuile wand. Intussen en binnenin. In de buik van mijn tante. In die galblaas van weleer. Daar is de leegte geel. Daar ziet mijn tante scheel. Dat is niet erg. Zo denk ik en tante Optima zou willen knikken, beamen dat het waar is, dat de rekeningen, elke fooi aan winkelkarontsmetters, dat de kisten, zelfs de grafstenen met gouden lettertjes, dat het allemaal netjes betaald is. Ook het nachtelijk vervoer van hondjes naar de droomfabriek. Ja. Alles eindigt in een blik. In twee waterogen. Weet. Dit ganse alles is al lang vergoed door die meneer en hij is rijk. Hij heeft een dierentuin. Veel geld. Hij kocht met sprokkelcenten zelfs een ark. Hij weet wat van vermogen, vulde vele magazijnen met reserve. Ze zijn gekoeld, niet allemaal. Wél zijn pakhuizen met ingewanden voor de toekomst en met het bloed dat hij bezit, daarmee kan je gerust een zwembad vullen. Je zou. Je moet. Erin kunnen zwemmen. Je zou zelfs kunnen vliegen, als je zijn mug was, want een luchtruim heeft hij ook. Ginds in die atmosfeer vervuld van hoop die eerst verdampte, dan een regenwolkje werd, daar moet ze zijn. Ik wuif nog een keer. Dag - Tante - Optima. Ik blijf maar oefenen met mijn lippen en het beweren, dat het beste nog moet komen, zoiets laat ik aan hem. Hij zegt het met zijn wenkbrauwen. Het is een goochelaar, die al zijn trucjes rekt. Hij is zonder twijfel ingehuurd door die ene, diezelfde meneer en straks, dan ga ik touwtje springen. Blijf kijken, tante. Vanuit het niets. Hoe ik het doe. Met een drendel, of met anderhalve meter slagader. Het kan ook met gewassen dunne darm en zonder interesse zal je staren. Weliswaar. Niets zal er lachen. Want het is jou worst. De koetjes zijn al eeuwen droog, de honden met de beenderen gaan lopen. Ver weg is alles nu. Vaarwel. Gedag. Hoi. Tante Optima.      uit de reeks 'Waanhoop'  

Bernd Vanderbilt
21 2

In loving memory of my aching heart, it beats only for you, my love

                            ‘The night contains no darkness for those embraced by their lover’     The moment I can’t stand this room anymore, Is the moment I will never be able to enter it again And I feel like not knowing you forever is gonna break my heart to leave nothing but emptiness instead And right now I feel no love in the space between, and often the                    space between was the very thing that held on close enough to even touch that space sometimes And maybe heartache is just underneath the top layer of the heart for those who fear the possible And not talking is very different from not talking ‘anymore’   In loving memory of my aching heart, It beats only for you, my love   A misunderstanding, possible in any form of rapid communication, leading itself further and so, creating new places I think I don’t feel comfortable in To miss, to miss the feeling of home, that you so truly are to me I’m so afraid of what I’m feeling because maybe I am saying goodbye too often because I feel too much too often And I don’t ever dare fake smiling to myself in the mirror  because that would break my heart too And there is no safe space left in a world of things that are seethrough And I am so glad you are just being right now because I couldn’t bare you comforting me ever again   But only angels know that there is a place kept for lovers like us;   And remember you gave me wings of desire                 Nick Cave’s ‘Green Eyes’ made me seek the deepest colours hidden in my lovers eyes maybe I fear the change of a feeling, felt during a certain song, because sometimes that feeling was all there was left but there are different ways of saying that  [1] [1] This is a prayer to you, my love

Jill De Waele
34 0

Voortaan zou hij wij zijn.

Het viel niet in goede aarde, geef toe, er zijn grenzen. Hij wou niet langer als appelboom door het leven gaan en ging vanaf nu appelen en peren baren. De liefdesboom was in de verkeerde stam geboren, beweerde hij. Een opgesloten ziel. Hij werd wij. Te gek voor woorden. Er waren vooral Roomse bezwaren. Was Eva dan voortaan de peer? Een uitdrukking die de Hollandse linde niet meteen begreep ook al was hij zelf een hybriede. Fruit is fruit, opperde de gestutte notenboom, wat zoals steeds in dovemansoren viel. Nog een geluk dat hij geen bananen koos, grinnikte de zwarte bessenstruik, wat een apenland. De liefde is voortaan een wij, verbeterde de jonge laagstam, gedaan met dat hij en zij. Ondertussen kent iedereen een Adam met Adam. Iets wat de hazelaar maar matig apprecieerde. Hij, zei hij, sorry wij bedoel ik, wij dus, was al een zelfbevruchter en nu dit, nooit content. Laissez passer l’orage, oordeelde de reine-claude, wij fait de son cul ce qu’il veut. Wat de noordkrieken in een Franse colère deed schieten. Niet terzake skandeerden de bruine walnoten: eigen volk eerst, maar de andere fruitbomen konden dat gezwets al lang niet meer pruimen. Samen sterk, riep de moerbei. Waar de pereboom, de enige real one, theatraal en als een king aan toevoegde: vooruit! Gooi het op instagram en wij hebben hem liggen. Weg ermee! krijsten de stekelbessen en lapten er ook onterzake aan toe: linkse ratten! Wij nemen hem te grazen, slaan hem tot moes. Geen licht meer, geen lucht, geen leven. Stilte! De wind kon het niet meer aan en raasde doorheen de boomgaard. Takken werden afgerukt. Tot het over was. De tamme kastanje schudde zijn kruin. Hoog stak hij boven de andere uit. Er zijn niet altijd woorden nodig om de waarheid te zeggen.  

Dorlan Slefficsroth
29 1

Vast

De ijzeren poort valt met een metalige klik achter me in het slot. Een paar seconden lang blijf ik staan en wrijf met mijn linkerhand over mijn geschoren kop. Buiten. Voor het eerst in jaren proef ik echte verse lucht in plaats van die mengeling van stinkende sokken, zweet en waterachtige tomatensoep. Dit voelt fucking great. Het is vreemd om terug mijn eigen kleren te dragen, ze herinneren me aan de jongen die ik was toen ik hier binnenkwam. Ik zet mijn oude Antwerp-pet op, krom met beide handen de klep. ‘Christos!’ Met uitgestoken hand komt Hugo naar me toegelopen. Zijn kaki parka is te groot en de pijpen van zijn geklede broek te lang. ‘Ben je er klaar voor?’ Ik vergeef hem zijn zenuwachtige lach, ik moet mijn focus zien te behouden. ‘I was born ready, Hugo. Ik ga het goed doen deze keer. Serieus.’ Ik schud zijn slappe hand en trek de kraag van mijn jeansjas recht. ‘Hebben we nog tijd voor een sigaretje?’ Zonder zijn antwoord af te wachten schud ik een Bastos uit het verkreukelde pakje en steek hem op. De eerste trek is altijd bitter, maar hier komt de smaak zoveel sterker binnen dan achter de muren. Ik heb zo lang uitgekeken naar het moment dat ik hier zou staan. Het is anders dan ik had gedacht dat het zou zijn. Ik neem een trek, gooi mijn hoofd in mijn nek en adem nog dieper in. Hugo glimlacht en neemt plaats achter het stuur terwijl ik de rook langs mijn neusgaten uitadem. Aan de autospiegel hangt een grote rode dobbelsteen van pluche. Normaal rook ik mijn sigaretten helemaal op tot aan de filter, binnen zijn ze schaars goed en vooral overprijsd. Nu neem ik haastig nog een lange trek, gooi de halve Bastos op de grond en trap hem uit met mijn voetzool. Gewoon omdat het kan. Binnenkort kan ik zoveel sigaretten kopen als ik wil. Ik open het portier van de wagen en probeer plaats te nemen op de passagiersstoel. Mijn benen zijn te lang, mijn knieën zitten pijnlijk tussen mijn eigen lijf en het handschoenkastje gekneld. Wanneer we een twintigtal minuten later een parking oprijden, krijg ik een opgewonden gevoel in mijn maag. Mijn darmen rommelen en mijn linkerbeen trilt onophoudelijk, ik krijg het maar niet onder controle. Ik hoop dat Hugo het niet opmerkt. Ik moet deze job gewoon binnenhalen. Mijn hele toekomst hangt van dit moment af. ‘Het is zover,’ zegt hij zacht terwijl hij de motor van de wagen stil legt. Het is aan mij. ‘Wat is het eerste dat je gaat doen wanneer je vrijkomt? Ik bedoel, als je deze job in de wacht sleept?’ Ik hoor een lichte aarzeling in zijn stem. Nu pas besef ik dat ik niet weet of hij op de hoogte is van mijn dossier, maar zijn blik verraadt niets. ‘Weet ik niet. Ik mag de rest van mijn straf in huisarrest met een enkelband uitzitten. Overdag werken, ’s avonds thuis.’ Zonder er erg in te hebben leg ik een rare klemtoon op het woord thuis. ‘Ik wil wel naar het frituur gaan. Een grote met satékruiden en een curryworst special bestellen. Met curryketchup.’ Hij lacht en legt zijn warme hand op mijn schouder. ‘Ik weet zeker dat je het goed gaat doen. Blijf gewoon rustig. Laat je niet uit je lood slaan, jongen. Je bent het waard.’ Ik kan me niet herinneren dat iemand ooit zoveel vertrouwen in me heeft gehad en ik vind het moeilijk om niet te laten zien hoe erg zijn woorden me raken. ‘Ok. Wish me luck!’ zeg ik terwijl ik mijn opgetrokken benen uit de auto wring. ‘Ik duim, man. Ik kom je binnen een uur hier weer ophalen.’ Ik sla het portier van de wagen dicht, te hard, en loop naar de deur waarop ik in witte letters ‘onthaal’ zie staan. Wanneer ik achterkom kijk, zie ik dat Hugo een duim naar me opsteekt.  Today is the first day of the rest of your life, denk ik terwijl ik even een vuist maak om mezelf op te peppen. Ik wil naar het onthaal lopen, maar mijn voeten willen niet mee. Achter me start Hugo de motor terug, voor ik het besef rijdt hij weg. Voor het eerst in bijna tien jaar ben ik helemaal alleen. Niemand heeft me in de gaten, ik zou perfect kunnen weglopen. Tegen dat Hugo door heeft wat er gebeurd is, zou ik allang verdwenen zijn. Het weer is omgeslagen, de wind striemt in mijn gezicht. Binnenkort is het zover, de speeltijd is voorbij. Verstandig zijn. Ik mag het deze keer niet verpesten. Mijn blik glijdt over het grote gebouw waar ik binnenkort zal komen werken. Het is zo indrukwekkend groot dat ik er ongemakkelijk van word. Hoe moet ik dit allemaal doen? Ik knijp mijn ogen dicht en probeer rustig adem te halen, zoals ik het in de agressiebegeleiding heb geleerd. Dit keer lukt het niet, ik krijg bijna geen lucht binnen. Ik heb een groot deel van mijn volwassen leven achter tralies doorgebracht, en nu moet ik het plots zelf gaan doen. Waar zal ik gaan wonen? Ik adem diep in en uit en begin doelloos te wandelen. Ik moet mezelf zien te kalmeren. Ik mag het niet verpesten. Niet nu. Wat als ik niet sterk genoeg ben? Wat als het weer fout loopt? Ik kan dit niet. Dit komt niet goed. Wat moet ik doen? Het lijkt wel of er een steen van honderd kilo in mijn hoofd zit. Ik kan niet helder meer nadenken, ik moet hier weg.

Annelies Leysen
0 0