Lezen

Over wachten

Sofie, mijn beste vriendin, wou me voor Kerst het nieuwste boek van Dirk De Wachter kopen.“Over wachten,” zei ze.Ik hoorde in haar stem iets wat ik goed ken: een lichte pedagogiek. Want Sofie weet maar al te goed hoe vreselijk ik wachten vind. Dat ik graag heb dat het vooruit gaat, dat beweging beter is dan bezinning. Dat ik de tijd ‘zijn ding laten doen’ een bijzonder overroepen concept vind. Voor Sofie is wachten iets wijs. Een uitnodiging tot stilte, tot mildheid, tot menselijkheid.Voor mij voelt wachten als strafwerk voor gevorderden. Aan de kassa wordt dat het duidelijkst. Daar staat het leven stil, maar in een tempo dat je kan horen. Zo’n trage, nare stilstand met het geluid van plastic zakjes, rinkelend kleingeld en iemand die nog net beslist om sigaretten te kopen. Altijd precies vóór mij alsof het universum wil dat ik zevenendertig seconden langer mijn eigen adem voel.Dan begint mijn hersenpan al te koken van micro-irritaties:het schijfje prei dat uit een zak valt,de kortingsbon die blijkbaar niet werkt,het loze gesprek over zegels voor pannen.Ik herbekijk daar mijn hele leven tussen kattenvoer en yoghurt. Wachten aan de kassa is de hel in fluolicht. In de dokterswachtzaal is het anders. Daar hangt het wachten in de lucht. Vochtig, traag en zwaar. Iedereen kijkt naar zijn knieën, alsof daar een antwoord verscholen ligt. In ziekenhuizen is wachten een vorm van statistiek: het beste én het slechtste scenario in één adem. Daar denkt niemand nog aan efficiëntie.Daar is wachten verlangen vermomd als angst. Aan de schoolpoort is wachten weer een ander dier. Daar wachten moeders en vaders met koffie achter hun tanden en nog een drukke avondrush voor de boeg.Wachten daar heeft niets met stilte te maken, maar met meer 'een stilte voor de storm'.  Met ouder worden ben ik dus beginnen schaken met het wachten.Als ik vermoed dat het op de loer ligt, zet ik tegenzetten in.Structureel te laat komen, bijvoorbeeld — puur preventief.Eindeloos Scrabble spelen op mijn gsm.Nog snel een was insteken.Een mail beantwoorden.Een lijstje.Een lijstje over het lijstje.Alles om niet oog in oog te moeten staan met tijd die weigert te rennen. Zo speel ik kleine wedstrijdjes met de klok. De inzet is simpel: niet gepakt worden door de stilstand. Af en toe wint de tijd. Af en toe ik. En soms is mijn omgeving het slachtoffer, want dan moeten ze op míj wachten.Maar kom. Ik vind dat eerlijk verdeeld. Het interessante aan wachten is dat je het het best verdraagt door net níét te wachten.Wachten is het meest draaglijk wanneer het zich vermomt.Als bezigheid.Als afleiding.Als vooruitgang.In de liefde noemen ze dat dan: gewoon 'leven'. Ze zeggen dat als je op de liefde wacht, ze niet komt.Daarom wacht ik daar ook niet meer op. Ik vul dat wachten op met leven.Met gulzig zijn.Met dingen doen.Met mensen zien.Met beginnen.Mijn omgeving profiteert daarvan mee. Ze krijgen een versie van mij die vooruit wil, die niet op pauze staat, die weigert om bij het loket van het lot in een rij te gaan aanschuiven. Maar wachten heeft ook een melancholische kant die ik niet graag toegeef.Wachten is verlangen in vertraagde modus. Een hart dat zegt: nog niet, maar misschien straks. En soms is een ‘straks’ voldoende om door te gaan. En toch, ergens achterin, goed opgeborgen tussen ambitie en koppigheid, bestaat er een klein stuk in mij dat stiekem hoopt dat er ooit iemand zegt:“Ik heb op jou gewacht.”Zonder drama.Zonder zuchten.Gewoon zacht, alsof vertellen dat wachten soms ook een vorm van kiezen is.En dan kust hij me terwijl het net begint te sneeuwen, want in films waarin het goed komt sneeuwt het altijd op het einde. Soms moet je wachten tot het begint te sneeuwen om te weten dat je niet voor niets gewacht hebt.

Katrien Daniels
101 1

ECHT GEBEURD. a

"Waarom schrijft ge altijd over den bruin?" vroeg iemand mij onlangs."Omdat den bruin in de verdomhoek zit," zei ik."De allochtoon, bedoelt u," verbeterde hij me.Ik zuchtte om zoveel onbegrip. "Ik bedoel wel degelijk den bruin. Neem nu de witte allochtoon, de Oost-Europeaan. Buiten een laag loontje — dat vaak onze sociale zekerheid belast omdat het meestal zwart geld is — wordt die man niet bespot of dagelijks vernederd. Dit in tegenstelling tot mijn bruine vrienden, die elke dag vuile, kwade blikken moeten trotseren." Neem nu een van mijn beste vrienden: in Antwerpen geboren en getogen, maar hij is bruin. Zijn hele leven moet hij al vernederingen ondergaan, op school en op straat. Uit angst heeft hij zichzelf herschapen in een 'halve Italiaan'. Weet u hoeveel geld hij betaalt om er 'netjes' uit te zien? Het ontkroesen van zijn prachtige haar kost hem maandelijks een fortuin. En dan is er nog de druk van zijn familie; zij geloven dat wie de beste is, niet vernederd wordt. Dus staat hij dagelijks onder enorme prestatiedruk. Alcohol heeft hij afgezworen, daar wordt hij te snel agressief van. Zijn redding is zijn joint. Na een haaltje staat hij weer lachend en positief in de samenleving. Iedere pipo die hem agressief benadert, wordt onthaald op een lachsalvo. Dat werkt zo ontregelend dat de agressor uit pure verbazing zijn aanval staakt. Wanneer hij drinkt, reageert hij verbaal veel scherper. Hij kan er eigenlijk weinig aan doen; de dagelijkse druk is zo hoog dat ik het begrijp, al zeg ik hem dat hij ermee moet ophouden. Hij doet er alleen zichzelf pijn mee. Hij wordt gestraft, niet de agressor.Als ik hem dat zeg, zucht hij. Met tranen in zijn ogen zegt hij: "Ik weet het, ik weet het. Maar als er weer iemand in mijn gezicht spuwt of mijn dure jasje besmeurt terwijl ik wat gedronken heb, dan wordt het mij te machtig. Trouwens, niks doen is voor zo’n agressor een teken om door te gaan. Op de goegemeente hoef ik niet te rekenen. Ze hebben een grote bek als ik agressief uithaal, maar de blanke agressors laten ze begaan." Hij vervolgt: "Weet u, ik doe mijn uiterste best op school, ik ben een van de besten. Op een dag vierden we met de klas ons eindfeest. We hadden wat gedronken en stonden bij een bushalte toen twee oudere kerels mij begonnen uit te schelden. Eerst reageerde ik niet, maar de doodse stilte die over ons vrolijke groepje neerdaalde, sprak boekdelen. Iedereen was sprakeloos door de grofheid van die woorden. Het voelde als een koud bad. De agressors dachten waarschijnlijk dat we een gemakkelijke prooi waren en vielen ons fysiek aan. Kan ik het helpen dat ik een getrainde atleet ben? Ik sport en hoor bij de top; door het vele trainen sta ik scherp. Toen ik uithaalde, dacht ik niet aan dat onnozele jasje. Ik dacht aan de tranen van mijn moeder die dat jasje straks zou zien. Ik sloeg. Twee keer, zeer geconcentreerd. Het was nooit de bedoeling dat het zo erg zou aflopen: een gebroken pols en een gebroken been — dat laatste niet eens door mijn slag, maar doordat hij verkeerd viel. Alle omstanders kozen direct partij voor die 'brave witte jongens' die lagen te kermen. Alleen mijn schoolvrienden verdedigden mij. Daarna kwam de politie." Uiteindelijk oordeelde de rechter dat hij zich als getrainde atleet beter had moeten beheersen en dat hij een gevaar vormde. Hij werd voor een paar maanden naar een jeugdinstelling gestuurd. "Op dat moment zag ik weer het huilende gezicht van mijn moeder," vertelt hij. "Ik beet mijn lippen kapot om niet te huilen. Het lukte. In de krant stond dat ik emotieloos overkwam, maar ik heb geleerd dat mannen niet huilen. Begrijp je nu waarom ik van alcohol ben overgeschakeld op wiet? Van drank word ik te snel agressief. Het zullen de genen wel zijn.""Genen?" zei ik verontwaardigd. "Daar bestaat geen enkel bewijs voor. Zou het niet door de dagelijkse vernederingen komen?""Nee," zei hij, "het kwam door die ogen. Ik had telkens het gevoel dat ik háár teleurstelde. Weet u hoeveel pijn dat deed? En elke keer werd die pijn erger. Het enige wat hielp, was een stevige joint. Daar word ik kalm van."Ik luisterde sprakeloos. "Maar geraak je dan zo gemakkelijk aan wiet?""Dat is een probleem," gaf hij toe. "Ze hebben het al vaker in beslag genomen.""Word je dan niet kwaad?" vroeg ik."Kwaad wel, maar niet agressief. Voor ik de trein opstap, rook ik een paar flinke toeters. Wiet maakt me vrolijk, dan kan ik erom lachen. Het pijnlijke is dat als het geld op is, ik een week niks heb. Ik vrees de dag dat ik weer naar de alcohol grijp.""Heb je nu iets?" vroeg ik."Nee," zei hij bedeesd."Wel, tast toe," zei ik en ik gaf hem wat. Mijn toehoorder was even stil van mijn woordenvloed. "Wat is er verder met uw bruine vriend gebeurd? " klonk het, en hij vermeed het woord allochtoon. Mijn bruine vriend werd opgesloten in een zaal. Mijn bruine vriend moest slapen in een bed, die naast een bed stond waar een zwaar getatoeëerde man sliep. De meeste tattoo's waren hakenkruisen. De gehele nacht moest mijn bruine vriend de racistische kreten aanhoren, van een man die al 25 jaar opgesloten zat. Een bewaker zei mijn hoog intelligente bruine vriend dat teveel boeken lezen slecht is voor de hersenen. Een patiënt die in een crisis terecht kwam werd door drie HULK'S met baseball bats kalm geslagen, met een verdovend product ingespoten en naakt vastgebonden opgesloten in een kale cel. En het gebeurt nu nog in, achterlijk conservatief België. De enige arts die voor honderden patiënten beschikbaar was, werd veroordeeld voor seksueel misbruik van zijn patiënten. *************************************** ************************************************ *********************************************************************   foto galerie verf ed GALLERIJ VERF ED   Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.    http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e https://www.2dehands.be/q/verf+ed+encyclopedische+mens/ https://www.2dehands.be/q/verf+ed+altaar+de+culturen/    

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
9 0

Brievenpost van Dinges | Aan dhr. Ruben Van Gucht

Geachte heer Van GuchtBeste Ruben Ik botste vorige week toevallig op uw nieuwe vriendin. Afijn, niet letterlijk, want het was een foto in de krant en u stond er zelf ook bij. Maar wat blijkt nu? In het meest recente bericht over u in de online dagbladpers – het vergt een dagelijkse opvolging – blijkt dat u op vakantie bent met een vorige vriendin. Begrijpen wie begrijpen kan. Een week daarvoor las ik nog een artikel dat betrekking had op uw persoon en uw vroegere vriendinnen. Het ging over het aantal bedpartners dat u op uw conto mag schrijven. Eerst waren het er 68, maar u verbeterde het zelf naar 69. Kijk, iedereen doet wat hij wil Ruben, laat daar geen misverstand over verstaan, maar als dit niet om te stoefen is, dan ben ik Harry Potter. Al zal u zich daar ook mee vereenzelvigen, met het toverstokske dat u denkt te hebben. Om te zorgen dat de rekening klopt, dat u niemand vergeet bij het tellen van uw bedpartners, duidt u het aan bij de desbetreffende persoon op uw telefoon. Wat een werk. Het lijkt me een soort van dubbele boekhouding te zijn. Ik vind het persoonlijk een rare sport, om dat allemaal bij te houden. Alhoewel, Marcel van de Boks houdt in de Kiezel ook bij wat de anderen drinken als we ‘pot’ leggen. Als er dan iemand zware bieren drinkt, weet hij dat en dan eist hij op het einde van de avond een stuk van de pot terug. Het is echt een gierige pin. Een gloeiige koe, zou ons vader vroeger hebben gezegd. Nog een trend waarbij u aan het stuur zit, net als bij heel wat andere BV's, is het kwijtraken van het rijbewijs. Wat is dat toch? Uzelf, Matthias S., Tom W., Adriaan VdH. en Tanja D. om er maar een paar te noemen. Het is ondertussen een lange lijst. Zelfs realityster Fabrizio Tzinaridis staat op het lijstje. Pas op, ik weet niet wie dat is (en ik weet ook niet wat een realityster is), maar hij was dus ook zijn rijbewijs kwijt.  Er zijn nog van die dinges. Zoals het live-gesprek met uzelf waarbij op de achtergrond plots een stel vrouwenbenen in beeld verscheen. Ook hebt u een tijdje geleden ruzie gehad met Jacques Vermeire, dat zelfs tot een rechtszaak leidde. Het houdt gewoon niet op.  Mijn geheel gratis advies? Zorg dat u terug een gewone BV wordt. Of nog beter: een BB. Een brave burger. Misschien kan ik het als volgt samenvatten. Blijf bij de sport. Blijf bij het wielrennen of bij het veldrijden. Maar rij u niet keer op keer vast. Ondertussen verblijf ik Met de meeste hoogachting   Désiré Dinges

Désiré Dinges
11 1

En jij? Tussen 2026 en Allerheiligen?

De januarilucht is nog zoet van goede voornemens. Alsof de wereld nog even collectief haar zuchten inhoudt en nog champagne-zoete beloftes uitademt. Ik zie ze, voel ze bijna, die vluchtige verlangens naar heruitvinding. Papieren vliegtuigjes met zoetgevooisde woorden, intenties en blijdschap –  de met zorg geschreven nieuwjaarsbrieven. Helaas tonen de statistieken een andere werkelijkheid. Tegen de tijd dat de kerstboom aan de straatkant staat, keert het oude vertrouwde stilletjes terug. In de schemer van een woonkamer gloeit een sigaret weer op, en is het wijnglas alweer gevuld. De nieuwe sportschoenen zijn ondertussen stofvangers onder de bank, terwijl het ritueel van de chips zak en het flikkerende televisielicht zijn troostrijke, onverbiddelijke regelmaat hervat. Het is geen verraad. Het is de zachte, maar meedogenloze terugkeer van de gewoonte. De zwaartekracht van de gewoonte is genadeloos. Men zegt dat eenentwintig dagen nodig zijn. Eenentwintig dagen om het lichaam en de geest een nieuw pad in te prenten. Maar hoe vaak worden voornemens gebakken in de oven van emotionele overvloed, gevoed door schuimwijn en peerpressure? We gooien ze feestelijk in de  lucht als confetti: licht, vrolijk, en gedoemd om neer te dwarrelen. Levensveranderingen zijn geen confetti’s met een moment van vrolijkheid. Het is een langzaam, vaak ongemakkelijk verschuiven van het fundament van je bestaan. Het vraagt niet om bubbels, maar om harde discipline, de sleur van herhaling, het geduld van de lange adem. Daarom schrijf ik mijn brief nu pas. Nu de laatste slingers zijn opgeruimd en de stilte is teruggekeerd. Een stilte die gevuld is met het gestage getik van regen tegen het raam. Dit is het uur van de rauwe helderheid. Geen glitter, geen voornemens, alleen maar het naakte feit van de dag. En juist hier, in deze nuchtere leegte, kan het echte werk beginnen. Het is in deze zelfreflectie dat een andere, diepere vraag opwelt. Niet: wat wil ik veranderen? Maar: waarvoor ben ik dankbaar? Wat heb ik nog steeds lief? Omdat dit de grondtoon is die alle veranderingen mogelijk maakt. Een leven geleefd in overgave is geen leven van passiviteit, maar een leven dat vertrekt vanuit die kern van erkende rijkdom. Het is de liefde voor de gewone dagen, het vertrouwen in de zoektocht, de zuivere intentie om aanwezig te zijn – niet enkel op de feestdagen, maar vooral op druilerige dagen. Daar ligt de echte vernieuwing. Niet in het afweren van wat was, maar in het omhelzen van wat ís, met een hart dat vol zit van dankbaarheid. De enige echte basis voor grote veranderingen in het leven.        

Heidi Schoefs
4 1

Ballen

Die weermannen toch! Met z'n allen voorspellen ze elke dag opnieuw onvervalst winterweer. Wat beelden ze zich in hemelsnaam in? Dat iemand zich gaat bezighouden met het vervalsen of namaken van sneeuw, hagel, winterse neerslag, storm, ijs, ijzel of aanvriezende mist?  Alhoewel, toen ik op kerstavond voor de zesentwintigste keer naar Home Alone keek, viel me op dat de sneeuw in het decor verdacht veel op schuim leek.  En er werd nog meer vervalst. Ik las zopas dat de hoofdrolspeler, Macaulay Culkin, die in mijn beleving elk jaar onnatuurlijker en irritanter acteert, tijdens gevaarlijkere scènes, zoals toen hij met een slede van de trap gleed of aan een zipline door de tuin vloog, vervangen werd door een stuntmannetje. Gelukkig niet door een ander kind, doch door een volwassen man die het qua groeien voor bekeken hield na 140 centimeter (toevallig in die tijd ook de lichaamslengte van Culkin) en desondanks 'uitgroeide' tot een alom gerespecteerde stuntman. En ik? Ik ben ook alleen thuis en uitgegroeid. Vooral tot kok de laatste tijd. Vandaag prepareer ik mijn signature dish, zijnde Meatball Madness. Sorry voor de Engelstalige termen, maar ze bekken nu eenmaal beter dan 'handtekeninggerecht' of 'gehaktbalgekte'. Voor mij dus geen gegooi met sneeuwballen, eerder goochelen met o.a. gehaktballen, tomaten, courgettes uit de diepvries, uien, look, paprika's, pickles, ketchup, worteltjes en wokmie. Mijn specialiteit is eigenlijk helemaal niet het koken op zich, eerder het verzinnen van spectaculaire namen voor schabouwelijke of gewoon middelmatige gerechten.  Maar dat kokkerellen is voor later. Straks eerst opnieuw chauffeur spelen voor vrouw en kinderen, als een volleerde huisman met wel erg glijdende werktijden. Het vriest, het heeft nog maar eens flink gesneeuwd en de wegen liggen er spekglad bij. Vanochtend, tijdens mijn eerste ritje van de dag, stonden we al in de file. Terwijl we stilstonden, werden we voorbijgestoken door twee voetgangers, of beter gezegd voetschuivers. Een ervan was erg groot van gestalte, met blonde wapperende manen. Hij lachte ingetogen. Zijn gezicht had iets kinderachtigs en zijn neus was op z'n zachtst gezegd uitgesproken. Ik nog niet, want uit het niets en zonder enige aanleiding gaf hij zijn metgezel een flinke por in de rug, waardoor die het evenwicht verloor en in een flinke hoop sneeuw belandde. De reus, die ongeveer een meter groter was dan de hierboven besproken stuntman uit Home Alone, lachte zich een breuk. Op dat moment realiseerde ik me dat hij als twee druppels ijswater op Erling Haaland leek, je weet wel, de Noorse spits en scoremachine van Manchester City. Echt, helemaal Erling Haaland. De gelijkenis was verbluffend. Enfin, zijn slachtoffer krabbelde moeizaam recht en vreemd genoeg stapte hij gewoon weer verder, zonder enige reactie naar Haaland toe. Dat was blijkbaar niet naar de zin van de agressor, want die begon nu allerlei nare dingen naar het hoofd van zijn slachtoffer te slingeren. Allerlei scheldwoorden en een welgemikte sneeuwbal. Daarna wandelden ze weer verder. Elk apart. De reus hoorden we nog altijd roepen en wild gesticuleren, al verstonden we hem niet meer. Op een bepaald moment schreeuwde hij zelfs in de richting van een automobilist. Waarom? We hebben er het raden naar. Misschien een rotkarakter, of was hij gewoon met het verkeerde been uit bed gestapt? Echt wat je noemt een moeilijke ochtendspits, dacht ik bij mezelf.  Ik wens hem sneeuwballen toe, Snowball Sadness, in de vorm van bevroren testikels, of een loeihard aangeschoten bal recht in z'n kruis in de dertiende minuut van de eerstvolgende wedstrijd van Manchester City.  

Danny Vandenberk
0 0