Lezen

WAT? KOMT?

"De wereld is een dorp," zegt men wel eens. WAT?Als wereldIn dat dorp KOMT en er blijft.   *********************************************************************** +altaar+der+culturen/ FOTO GALLERY verf ed   Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen." Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen, ons collectief geheugen, is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig. http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
0 0

Nieuwe verhalen van vroeger

“Ga je erover schrijven?”, vroeg ze. “Ik weet het niet”, zei ik. Wat schrijf je over een familiereünie, zoals mijn nicht me vroeg. De verhalen die verteld werden? Toch was er iets. Het was een tante die het quasi achteloos zei. Het voelde ongeveer zoals een verrassingsfeest, waarbij de genodigden verstopt zitten en plots tevoorschijn komen. Ik zag het niet aankomen. “Ge lacht helemaal zoals uw vader”, zei ze. Ik weet eerlijk gezegd niet meer wat ik heb geantwoord, maar wel dat ik er even later over nadacht. Hoe lachte hij alweer? Zoals ik dus. Maar hoe is dat? Mensen nemen soms stemmen op, om later te horen hoe de stem van hun geliefde klonk. Dat snap ik. Voortaan kan ik dus lachen zoals vader. Het gaat vanzelf. We hadden voor placemats gezorgd, met daarop een foto van de stamvaders en -moeders. Alle acht met een voorzichtige glimlach op hun gezicht. Het moet een foto van eind jaren '60 geweest zijn. Ik was er toen nog niet. Wie heeft de foto genomen? Wat zeiden ze tegen elkaar, alvorens de fotograaf de knop indrukte? Besliste iemand waar ze moesten staan? Gingen ze achteraf terug aan het werk? Of was het op een zondag? Het zijn vragen waar we de antwoorden niet van weten. Wat ik wel weet, is dat in elk kind of kleinkind een ander familieverhaal schuilt. Iemand vertelde dat grootvader haar nog van school kwam halen. Bij mij was hij al enkele jaren ouder. Dat deed hij toen niet meer. Ze vertelde ook dat ze als kind wegens omstandigheden enkele weken bij ons had gewoond. Ik heb het nooit geweten, wegens nog te klein. Daarom luister ik graag naar die verhalen. Het zijn nieuwe verhalen van vroeger. Ik vind ze soms beter dan de oude verhalen van nu.    

Rudi Lavreysen
10 0

Wanneer, hoe, en waarom werden wij, mensen, ‘mens’?

‘Mens’, ‘mens’, ‘mens’. Wat maakt de man, de kleren? De keizer paradeerde naakt door de straten, en verloor zo zijn aanzicht als man, maar was hij nog steeds een mens toen hij het respect van zijn subjecten verloor? Wanneer, hoe, en waarom werden we ‘mens’? We hebben duizend-en-één theorieën en verhalen over hoe, waarom, en wanneer we mensen werden. We evolueerden en vormden de tak “Hominidae” onder de “Primaten”, samen met onze broeders, de gorilla’s, chimpansees, orang-oetans, en bonobo’s. We ontwikkelden taal,  kunst, tuigen, wisselden woorden, goederen, en kennis en gaven het door aan de volgende generatie.   …Is dat alles wat we zijn?  Verre van! Er is zoveel meer!  Mens kwam uit het vormeloze water, een onbestaande afgrond. We kwamen uit chaos, het niets. Is onze creatie dan goddelijk? Hoeveel tijd hadden ze nodig om alles - inclusief de mens - te maken, zeven dagen of vijftien?  Of kwamen we toch vanuit iets? Iets kan toch niet komen vanuit het niets? Is het niets gemaakt uit een bepaalde materie? Van wat zijn wij dan gemaakt?  We zijn emergent! Alles wat ons mens maakt, bestaat uit andere componenten. Water, aarde, vuur, lucht, ijzer, hout, zout, as, en bloed. We zijn bepaald door deze elementen. Of net niet, afhankelijk van wie je het vraagt. Evengoed kan je een duidelijk onderscheid maken tussen de geest en het stof, en valt het een niet te herleiden naar het ander.   Mens kwam van hun vader en moeder. Ze gaven hun lichamen zodat wij konden bestaan. Was het een daad van liefde, of van opoffering? Waar vinden we het onderscheid tussen die twee?  We zijn de kinderen van Adam en Eva, van Manu, van Pandora - of Anesidora. We erfden hun lichamen, genietingen, zonden, en strubbelingen. Wie wij zijn als persoon is vaak mee gevormd door onze voorouders. In welke mate leven zij nog in ons, of zijn wij hen?  Mens is niet echt! We zijn niets meer dan fictie, illusie, een fragment van een gedachte of een droom van een ander wezen. We worden gedragen door iets groter en sterker dan onszelf, en voelen hun impact in onze grond en wateren. Wanneer zij dromen, leven wij.  We komen van beenderen, klei van de rivier, water bedekt met aarde, bomen en bamboe, zilveren en gouden insecten, sterrenstof, modder en bloed samen vermengd, zweet en vuil van het lijf gewassen, zaad en ei, maïs, paddenstoelen, en kokosnoten! We kwamen uit het niets, werden geboren of gemaakt door een machtiger wezen - al dan niet bewust-, of… we groeiden gewoon zo, door de omstandigheden waarin we leefden.  Zijn wij al dat?  Ik weet het niet. Eerlijk, ik heb geen echte antwoorden voor je. Maar ik geloof dat alles wat hierboven staat, een groter idee kan geven, een gevoel van een antwoord kan bieden.   Wanneer, hoe, en waarom werden we ‘mens’, vraag je me?   Mijn antwoord: het is complex.

Eden Oscar
3 0

Bevriende koppels

Bevriende Koppels zijn een natuurfenomeen. Je zou er een documentaire over kunnen maken. Met zo’n rustige stem eroverheen. Hier zien we het koppel in zijn natuurlijke habitat. Let op hoe ze zich groeperen. Altijd in even aantallen. Nooit alleen. Ze spreken ook in een eigen taal. Een soort dialect van het samenleven. Zinnen eindigen steevast op “met bevriende koppels”. Alsof dat de soortaanduiding is. “Wij gaan eten met bevriende koppels.” “Wij doen een weekendje Ardennen met bevriende koppels.” “Wij doen eens iets met de vrouwen… van bevriende koppels.” Ik stel me voor dat daar ergens een draaiboek voor bestaat. Met hoofdstukken. De oprit en zijn klinkers. De juiste school kiezen zonder jezelf te verliezen. Het kookeiland als moreel kompas. Koppels hebben namelijk kookeilanden. En schuiven. Minstens drie. In de derde schuif zit iets dat nooit op dinsdag gebruikt wordt, maar waar wel afspraken over bestaan. De single komt in die wereld voor als een tijdelijke afwijking. Een zeldzame vogel die per ongeluk in beeld vliegt. Interessant, maar storend voor de compositie. Want koppels denken in tafels van vier. Of zes. Of acht. Maar altijd deelbaar door twee. Een single als ik is wiskundig gezien een probleem. Een rest met een komma. Ze nodigen mij soms uit. Dat wel. “Kom anders eens mee, dat is gezellig.” En dat is het ook. Tot de ober vraagt: “De rekening apart of samen?” en iedereen heel vanzelfsprekend naar elkaar kijkt en ik daar zit als een losgekomen vork.   Tafelschikking is een wetenschap. Sofie naast Tom, want die kunnen praten over hun zonnepanelen. Ellen naast Koen, want die hebben ook een jongste in het derde leerjaar. En dan ik. “Zet Katrien misschien naast Marc?” Marc knikt. Marc is sociaal. Marc vangt singles op zoals de vestiaire jassen opvangt. Er worden namen gezegd alsof het personages zijn uit een reeks waar ik één aflevering van gemist heb. “Bij Liesbeth en Pieter is dat ook zo.” “Nee, maar echt, bij An en Frederik hebben ze dat opgelost met een extra kast.” En ik knik. Ik knik altijd. Alsof ik het begrijp. Alsof ik ook een derde schuif heb. Het gaat over de aannemer van de klinkers van de oprit. Altijd die oprit. Alsof geluk begint bij rechte lijnen in steen. “Die van ons, Kevin, die was echt nog betaalbaar.” Kevin. Natuurlijk heet hij Kevin. Kevin legt niet alleen klinkers, Kevin legt ook fundamenten voor gesprekken. En dan, ergens tussen hoofdgerecht en dessert, wordt het een beetje pikant. Niet te veel. Net genoeg. “Ja, en Marc, die heeft er dan toch ne knoop in gelegd.” Gelach. Blikken. Iemand die zegt: “Amai.” Iemand die zegt: “Allê Marc, gij durft.” En Marc lacht zoals mannen lachen wanneer ze weten dat ze nog net binnen de veilige zone zitten. Ik kijk. Ik observeer. Ik maak notities in mijn hoofd. Dit is materiaal. Dit is goud. Dit is een soort volkskunde met wijn. En dan ga ik naar huis. Alleen. Zonder tafelschikking. Zonder derde schuif. Met mijn sleutels in mijn jaszak en niemand die vraagt of ik ze al gevonden heb. Bevriende koppels, zeggen de statistieken, zijn een uitstervend ras. En toch. Ze blijven bestaan. Als hoeksteen van de maatschappij. En van grillrestaurants. Voor tafels groter dan acht. Voor opritten die gelegd moeten worden. Voor gesprekken die alleen werken als iemand zegt: “Wij”. Misschien moeten we ze beschermen. In reservaten. Met voldoende parkeergelegenheid en een degelijke aannemer in de buurt. Met een kookeiland in elke habitat en een derde schuif per koppel. En ergens, aan de rand van dat reservaat, sta ik te kijken. Te denken dat ik misschien ooit één van hen zal worden. En dat ik dan, op een dag, een zin zal zeggen die eindigt op  “met bevriende koppels”. Ik weet alvast genoeg over klinkers en opritten om te kunnen meepraten.

Katrien Daniels
55 2