Lezen

Pepe en zijn kleinzoon

Zijn gewrichten kraken en kneuren bij elke beweging om van het zonlicht te proeven. Het is donderdagmiddag en in de fraaie rusthuistuin zit de herfst nog in de wachtzaal. Nu is hij een drieënnegentigjarige beuk maar ooit was hij kwiek en onkwetsbaar. Altijd werken, zwoegen en ploegen. Een eeuwige anekdotefabriek die onversneden hard heeft geleefd, zonder virtueel of artificieel. De kolenschoppen in de aarde, rond de spade of rond het geribbeld glas.  Nu vangt hij uiltjes naast zijn kleinzoon. Hij is moe, niet van activiteit maar van zijn CV en een knoert van een rusthuismaaltijd. De stilte biedt ruimte voor dankbaarheid en verlangen naar vroeger. Toen een fietsroute uitkiezen een levensvraag leek en na school meteen opgehaald worden omdat hij het WK in Frankrijk wilde zien, een groot probleem. Herinnert hij zich die keer dat ik hem in alle vroegte voerde om op de foto te mogen met de spelers van Essevee Waregem? Of beseft hij dat we als zeventienjarigen onironisch uitkeken om met hem op vrijdag de bierindustrie te steunen in café ‘t Salonske op de Grote Markt?  Plots schrikt hij op en laat hij een uiltje ontsnappen om zijn verontwaardiging te uiten over mijn keuze voor spuitwater. Sommige dingen veranderen niet. Water is voor de cliënten. Zo is dat bij oudgedienden van de Waterleiding. Er wordt verder niet gesproken. Anders doen we toch toertjes rond dezelfde gesprekken. Mijn slabakkende carrière, de onveiligheid van mijn woonst in Brussel, waarom mijn vriendin niet mee is of hoe ze heet, vetes met verpleegster of het verdere afglijden van den Essevee: Stuk voor stuk dienen ze ter geruststelling en afleiding. Allemaal doen ze af van de diepe onuitgesproken band tussen pepe en zijn kleinzoon.  Misschien zou het beter hier stoppen. Dat uiltjes vangen een voltijdse betrekking wordt en hij zijn vast contract straks laat ingaan. Ik wil hem niet weg maar ik ben bang voor de achteruitgang. Als levensgenieter opgesloten zitten in een opgebruikt lijf is een triest lot en dat besef hangt in de lucht. Het stoel- en bedgekluister doet af van de warme herinneringen van hoe pepe echt is.  Maar net als het gemoed richting melancholie schuift, ontdoet hij zich van zijn slaap en maken we connectie. Gewoon even lachen en laten weten dat het goed is. We wisselen een paar woorden en een achterkleinzoonvermelding doet zijn belegen staarders fonkelen. Straks kan die kleine wandelen en heeft de beuk een nieuwe tak om levensvreugde aan op te hangen.  We zien elkaar volgende week opnieuw. Hopelijk blijf je niet te lang meer, maar vooral goed.   

GinDin
10 0
Tip

portret van man

Door de manier waarop hij liep leek hij de kale bevolking te vertegenwoordigen. Maar een kaal kapsel maakt je niet haarloos. Zijn rosse baard stond namelijk als een imposant monument te pronken op zijn kin, die hij duidelijk niet voor de eerste keer samen met zijn kromme neus trots in de lucht stak. Mager als een tak droeg hij een zwarte t-shirt dat hem niet flateerde en wist hij zichzelf op theatrale wijze tussen de kleinste vrije gaatjes op het overbevolkte plein te wringen. Hoe zit dat met mensen die zich niet volgens hun lichaamsbouw kleden? Anders vragen we het hem eens. Eens hij uit de menigte kwam, zagen we in zijn hand het klein leren mapje waarin hij al zijn geheimen verborgen houdt. Geheimen over kaal zijn en het hebben van een rosse baard. Naast hem liep er een vrouw. Met grote woorden leerde hij haar een les en af te leiden uit de snelheid van hun passen ging die les over haast. Ze moesten namelijk op tijd komen bij zijn theater. De voorstelling waar hij afgelopen maanden hard aan gewerkt had, ging vanavond in première en moest fantastisch zijn. Maar op de trap voor zijn geliefde theater hadden een tiental mensen plaats genomen, en dat kon in geval van haast wel voor de laatste druppel zorgen. Met een liefdevolle toon vroeg hij hun om weg te gaan. Geen reactie werd er door de trapzitters gegeven. Als een ballon die op ontploffen stond keek hij de trapzitters machteloos aan. De kale man gromde en vloekte toen de sleutel niet uit zijn zak komen wou, de woede was hem nu echt naar het hoofd gestegen. De voordeur die met een slag opgengeslagen werd waarin vervolgens hij verdween, was de voordeur waarin hij een moment later terug verscheen, zijn hoofd even rood als de brandblusser die hij in zijn hand vasthield. Ze hadden duidelijk de foute dag uitgekozen om op zijn trap te komen ziKen. En met één handbeweging spoot hij ze er allemaal af.  

Tess Declercq
111 3