Lezen

ideale wereld

Ik denk dat de wereld er beter of perfect zou uitzien, als de mensen zich meer zouden focussen op het milieu, armoede en oorlog. Maar ik denk dat de wereld al een heel stuk beter zou zijn als we ons focussen op het echte leven en niet op het leven online en op sociale media. Online worden er veel leugens verspreid, bijvoorbeeld: de beelden die ze een tijdje geleden hebben verspreid van Oekraïne die eigenlijk  van enkele jaren geleden waren. Er zijn duizenden voorbeelden van beelden die zijn rond gegaan die vervalst of bewerkt zijn. Sociale media is ook een groot probleem bij de jeugd. Tieners en zelfs in 18+ laten zich heel hard beïnvloeden door wat ze online lezen. De mensen weten niet meer wat echt is en wat niet, 9 van de 10 foto’s die op sociale media staan zijn bewerkt. Wanneer je dan een foto post die niet bewerkt is zijn er meestal duizenden commentaren. Voor veel mensen zijn die commentaren heel belangrijk. Bij vele is de commentaar die ze online krijgen vaak belangrijker dan de commentaar die ze in real life krijgen.  En 1 slechte commentaar kan iemand mentaal veel pijn doen. Veel mensen die online heel zelfverzekerd lijken en veel zelfvertrouwen tonen hebben die in het echte leven meestal niet, dat is de reden dat ze die online nodig hebben. Wat er dus voor kan zorgen dat als je online slechte commentaar krijgt je zelfvertrouwen zwaar naar beneden kan worden gehaald. Als we meer zouden leven in het echte leven en minder online. Dan zouden we dat probleem niet hebben. Want in real life krijg je veel minder commentaar, online kan je anoniem zeggen wat je wil, je kan zoveel haat naar iemand brengen en die persoon heeft geen idee wie je bent. Maar in het echte leven kan je niet anoniem commentaar geven. Niet veel mensen hebben het lef om in iemand zijn gezicht iets slecht te gaan zeggen over die persoon.  Dus als we minder op sociale media zouden leven zou er minder haat en minder commentaar zijn. Waardoor de mens dus veel gelukkiger gaat worden omdat dan alleen de mening van de personen rondom ons telt. Als we meer zouden leven in real life zouden er ook veel ongelukken voorkomen kunnen worden. Bv: cyberbullying, privé foto’s die gedeeld zouden worden zonder toestemmingen, als we meer bezig zijn met de dingen die rondom ons gebeuren zouden veel ongelukken kunnen vermeden worden, als we elke keer met onze gedachten op dat scherm gefocust zijn en niet rondom ons is het meestal al te laat voor we door hebben wat er gebeurt, als we elke keer wachten tot er online op een bericht gereageerd, kan dat bericht al 1000 keer zijn aangepast en met de verkeerde informatie verspreid worden. Er kunnen heel veel problemen en ongelukken vermeden worden als we gewoon rondom ons kijken. Bv: terwijl jij sociale media checkt kan er iemand iets in je drankje doen zonder dat jij het door hebt op een feestje. Als we meer echt leven gebeuren die dingen minder, wat een positieve invloed zou hebben op de mensen. Er zouden zoveel tieners zijn die veel gelukkiger zouden zijn. Het zijn natuurlijk niet alleen de tieners die teveel online bezig zijn. In de oudere generatie gebeuren er ook veel ongelukken online. Bv: virussen in mails of berichten. Meestal heb je niet door dat het een virus is tot dat jet het opent en dan is het al te laat. Er zullen nog altijd slechte commentaren zijn en er zal nog altijd worden gehaat en gepest. Maar dat getal zal dan veel lager liggen. En als het aantal mensen die gepest worden en hulp nodig hebben lager ligt zullen die mensen sneller hulp krijgen want er zijn dan meer hulpverlenen. Dus ik denk dat de wereld beter zou zijn als we ons focussen op het echte leven en minder online.  

Tiany123
0 0

Op losse schroeven

Voor mij, staat mijn setje waarheden uitgestald. Fel afstekend tegen de achtergrond van de samenleving die mij omsluit, ritmisch afgewisseld met al dan niet bewuste overtuigingen. Ik kijk ernaar en voel de bereidheid om alles tegen de vlakte te gooien. Als er zich steekhoudende informatie aandient die niet past bij het geheel van alles wat ik denk te weten, als het besef dat ik in essentie niets weet mij bij mijn nekvel neemt, als nieuwe inzichten de kleur van mijn perceptie veranderen, dan komt alles op losse schroeven te staan. Ik vond het trouwens nooit echt nodig om mijn waarheden en overtuigingen onlosmakelijk vast te schroeven. Stabiel genoeg om erop te steunen, dat wel, maar los genoeg om het geheel opnieuw te assembleren.  Ik kan me niet meer herinneren wanneer de overtuiging dat werkelijk alles mogelijk is, werd opgeslagen in mezelf. Misschien is dat een fundamenteel idee dat er altijd al was. Ook het bewustzijn omtrent de beperking van mijn menselijk cognitief vermogen draagt zowaar het gewicht van al mijn conclusies. Er is gegarandeerd veel meer dan ik als mens kan waarnemen en ervaren. Deze overtuiging is een belangrijke pijler waarop mijn waarheden languit rusten. Ja, ze rusten, maar ze slapen niet. Met één oog en oor volgen ze mijn ontwikkelingen en weten ze wanneer het tijd is om ingewisseld te worden voor nieuwe waarheden (die soms eerder voorkomen als oude herinneringen). Ik sluit niet uit dat het altijd geheel zonder weerstand of een verwerkingsperiode zal zijn, maar zelfs voor een oprechte omarming van de fundamentele bestaansonzekerheid zullen zij hun plaats opgeven. Functionerend vanuit het perspectief van een mens is het natuurlijk niet praktisch om als waarheidsloze nomade door het leven te gaan. Een mens heeft waarheden nodig. Als fundering voor zijn keuzes en richtingaanwijzers bij het handelen. Wel kies ik ervoor om licht te reizen doorheen mijn menselijk bestaan. En dus blijven mijn waarheden licht en inwisselbaar, wat ze niet minder waardevol maakt. Het voelt bevrijdend om mij te ontdoen van valse zekerheden. Mijn persoonlijkheid krijgt minder eeltplekken als ik niet zo krampachtig vasthoud aan dingen. Als ik ervan overtuigd ben dat ik te maken heb met het ene en het blijkt dan toch het andere te zijn, dan zal ik bij het loslaten eerder een gevoel van opluchting ervaren dan van frustratie. Jezelf verlossen van overtuigingen is verhelderend en schept ruimte voor authenticiteit. En al helemaal als het gaat over overtuigingen die werden aangeleerd, aangepraat of ingeprent. Men zegt dat er momenteel een bewustzijnsshift aan de gang is. Als het massaal in vraag beginnen stellen van conventies en vanzelfsprekendheden daar een symptoom van is, dan zou dat wel eens zo kunnen zijn. Het gros van de mensen blijft zich wel nog, soms tot bloedens toe, vasthouden aan waarheden en overtuigingen die een sluier leggen overheen hun angst. Angst die hen nota bene niet toebehoort, maar systematisch werd aangesmeerd en ingelepeld. De structuur van hun waarheden en overtuigingen staat stevig verankerd in de grondvesten die het maatschappelijk systeem hen verhuurt. Ze werken zich dan ook krom om te kunnen dokken voor de prefab waarheden waarmee zij zich denken te kunnen beschutten. Ze voelen echter niet dat ze er in wezen onder gebukt gaan. Maar de bewustzijnsshift is wel merkbaar door het grote aantal mensen, waaronder ikzelf, die gestaag alle aangeleerde zekerheden aan het ontmantelen zijn en daardoor meer ruimte scheppen voor hun ware zelf. Nieuwe, meer authentieke, waarheden en overtuigingen nemen de plaats in van oude, doch zonder de schroeven van het vernieuwde geheel stevig aan te vijzen. Vooral dit laatste is belangrijk als men wil voorkomen enkel de kleur van het juk te veranderen in plaats van ervan bevrijd te worden. Een geest die te allen tijde bereid is om zichzelf en zijn wereld- en mensbeeld in vraag te stellen, is een vrije geest. Het getuigt ook van weerbaarheid en flexibiliteit. Deze geestelijke versoepeling is wat we het grote ontwaken van deze tijd noemen. En dan kruip ik in de krochten van mijn weerstand en vraag ik aan mijn ego: is er iets dat jij absoluut niet wil losmaken? Is er, naast alles dat beweegt en transformeert, iets dat hardnekkig blijft zitten en steeds door de mazen van mijn scheppend bewustzijnsnet blijft glippen? En jawel hoor. Het cruciale fundament waarop mijn wankele constructie van waarheden steunt en dat ik met de volledige kracht van mijn voorstellingsvermogen slechts zéér moeizaam teniet kan doen, is het volgende: dat ik meer ben dan de ervaring van een mens. De mogelijkheid dat ik louter een lichaam ben met een interpreterend brein en dat ik bij het sterven definitief en zonder enige verderzetting van een energetisch bewustzijn verdwijn, dat is een mogelijkheid die mij zo onwaarschijnlijk lijkt, dat ze geen actief onderdeel kan uitmaken van mijn set van waarheden en overtuigingen. Maar aangezien ik de overtuiging draag dat alles kan, is ook dit iets dat ik in rekenschap dien te nemen. Het zou inderdaad kunnen dat betekenisloos toeval de heersende wet is in de menselijke ervaringswereld in plaats van geniale eensheidsharmonie. Het zou wel ingaan tegen alles wat ik gevoeld en ervaren heb, maar niets garandeert mij dat die persoonlijke interpretaties ‘echt’ of ‘juist’ waren. Bestaand zonder het houvast van garanties noch zekerheden scheppen we ieder een persoonlijk beeld van onszelf en de wereld. Het zijn de mentale structuren die onze acties staven. De bereidheid om onze interpretaties en conclusies te herzien is noodzakelijk om te voorkomen dat deze structuren vastgeroest raken. In naam van het menselijk welzijn pleit deze tekst voor losse schroeven. De enige schroef die vooralsnog relatief onaangeroerd blijft in mijn structuur houdt de overtuiging vast dat er ook een spirituele kant aan het leven is. Voor de rest kan ik zeggen dat alles lekker rammelt.     

KarolienDeman
8 1

De zonde bril

In de lente van 2019 verbleef ik een aantal nachtjes op het Indonesische eiland Gili Trawangan. Een eiland met een schoon en wit strand, in een kraakhelder stuk oceaan. Mijn baan als marketeer bij een snelgroeiende startup in Utrecht had ik opgezegd. Als 21-jarige was ik namelijk niet tevreden met mijn leven als fulltime werknemer. Mijn vriendinnen waren immers de hele dag dronken, brak en vooral vrij. Dat laatste wilde ik ook dus boekte ik een reis naar Indonesië.  Op het eiland waren er alleen fietsers, wandelaars of paard en wagen wat het erg idyllisch maakte. Ik had een hostel geboekt waar ik vanaf de haven van het eiland naartoe kon lopen. Het hostel heet Gili La Boheme en iedereen liep op blote voeten. Het meubilair was erg kleurrijk en er hingen hangmatten in de binnentuin. Dit maakte het erg knus en intiem. Het mooiste? Er was er geen luxe, maar de gezelligheid maakte het comfortabel. Bij aankomst werd ik door een klein Indonesisch meisje naar mijn kamer geleid. Toen ze de deur voor me opendeed zag ik één tweepersoonsbed en één eenpersoonsbed. Het tweepersoonsbed was duidelijk beslapen want de lakens lagen rommelig op het matras en rondom om het bed lagen her en der wat spullen verspreid zoals een camera en een oplader. Prima vond ik, dus ik legde mijn backpack op het eenpersoonsbed. Het bed stond naast een raam en in het vensterbankje lag een zonnebril en met een fles zonnebrandcrème ernaast. De fles zat onder het zand en aan het tuitje kleefde hard geworden restjes crème. Duidelijk vergeten door de vorige backpacker. Leuke zonnebril, dacht ik.  De volgende ochtend raakte ik aan praat met een groepje andere backpackers. Mijn kamergenoot zat ook in dit groepje. Een Noorse jongen met een grote bos blonde krullen. Hij was een kop groter dan ik. Hij reisde alleen en was al een nachtje eerder aangekomen. Hij had een vrij norse uitstraling en was altijd een beetje chagrijnig en kortaf, maar hij vond het wel leuk om mee te gaan met de groepsactiviteiten. De dagen daarna bracht ik door met mijn nieuwe vrienden en zijn we wezen snorkelen, hebben we een pub crawl gedaan en deden we in de avond kaartspelletjes in de binnentuin van het hostel. Het waren magische dagen vol zon, strand en drank. Na vier dagen besloot iedereen verder te reizen en was het tijd om in te pakken en afscheid te nemen. Toen ik mijn backpack op het eenpersoonsbed legde en ik de laatste spullen in mijn tas probeerde te proppen viel mijn oog weer op die zonnebril in de vensterbank. Ik blies het zand eraf en ik stopte hem in mijn tas. ‘’Zonde als niemand deze meer gebruikt’’ dacht ik. De zonnebrandcrème met het vieze tuitje liet ik natuurlijk staan.  De groep had zich ondertussen verzamelt bij de receptie van het hostel om afscheid te nemen. Ik zou terugreizen naar Bali met twee mensen en de rest, waaronder mijn kamergenoot, de boot nemen naar Lombok. Terwijl ik nog even kletste met een van mijn reisgenoten stormde mijn Noorse kamergenoot opeens binnen vanuit de binnentuin. Zijn wangen waren vuurrood aangelopen en hij riep boos en gechoqueerd: ‘’Someone stole my sunglasses!?’’. O my god, dacht ik. De zonnebril die ik in mijn tas gestopt had was van hem en nu denkt hij natuurlijk dat ik die gestolen heb. Mijn wangen werden rood en het zweet brak me uit. Terwijl de groep zich bekommerde over mijn Noorse kamergenoot wist ik me geen houding te geven. Ik wilde wel zeggen dat het een misverstand was, maar ik kon niks uitbrengen. Mijn kamergenoot legde uit dat de zonnebril in de vensterbank lag naast het bed waar hij zijn eerste nacht in geslapen had. In plaats van de bril terug te geven en te zeggen dat ik de bril in mijn tas gedaan had, stond ik er verstijfd bij. Gelukkig moesten we enigszins opschieten omdat onze boten zouden vertrekken en werd het afscheid snel in gang gezet. Het moment kwam dat ik gedag moest zeggen tegen mijn Noorse kamergenoot. Hij opende zijn armen, trok me tegen zijn lichaam aan en hield me stevig vast. Daarna boog hij zijn hoofd naar beneden en fluisterde in mijn oor: ‘’I know you have my sunglasses’’. Hij hield mij een lange seconde vast en terwijl onze bezwete lijven tegen elkaar aan gedrukt waren liep er een koude rilling over mijn rug.  Met een steen in mijn maag reisde ik door naar Canggu, een surfdorpje op Bali. Ik voelde me erg slecht over de hele gebeurtenis. Als ik direct had gezegd dat het een misverstand was en zijn zonnebril had teruggegeven was er niks aan de hand geweest. Toen ik op een middag een surfplank had gehuurd en in het water lag kwam er een grote golf aan vanachter. Ik had nog nooit eerder gesurft en werd direct van mijn board geslagen. Onderwater maakte ik een koprol en voelde ik de zilveren ring die ik altijd om mijn rechter middelvinger droeg, eraf glijden. Samen met mijn ring, gleed het schuldgevoel van de afgelopen dagen van mij af. Toen ik weer boven kwam wist ik het. Bad karma.  Na mijn reis in Indonesië vloog ik door naar Australië en Nieuw-Zeeland waar ik een geweldige, vrije tijd heb gehad. Eenmaal onderweg naar Nederland moest ik overstappen op Hong Kong Airport. Mijn overstap was in het holst van de nacht waardoor het erg rustig was op het vliegveld. De hele vlucht was ik niet naar de wc geweest dus toen ik nog wat slaperig het toestel verliet zocht ik vrijwel direct naar een toilet. Niet eerder was ik op Chinees grondgebied geweest dus hoopte ik op een toilet met aan de zijkant allerlei knopjes waarmee je je jezelf kon reinigen na de beurt. Helaas was het niet zo uitgebreid. Er was ook nog een andere reden waarom ik graag naar het toilet wilde. Daar kon ik namelijk in alle rust iets achterlaten, wat ik niet dubbelzinnig bedoel. In de toiletruimte opende ik mijn handbagagetas en haalde ik de zonnebril eruit, die ik inmiddels al zo’n drie maanden niet meer gezien had. Deze heb ik vervolgens weggegooid in het prullenbakje bij de toiletten. Die slechte karma wilde ik namelijk niet mee naar huis nemen en de eigenschap om niet op te durven staan wanneer het nodig is ook niet. Ik liet het beide achter me

Renske ten Kleij
6 1

Een sfeerbeeld onder de coronastolp

Voorwoord Beste lezer, Graag, voor je mijn gewogen woorden leest, een kort woordje over de humus, die deze tekst voedde. Vrouwlief Christine en ik zien dagelijks, vanop ons appartement, drie hoog, in Berchem, het Antwerpse Middelheimziekenhuis. Toen we in 2006 ons appartement betrokken, wisten we niet welke rol dit imposant gebouw, dit ziekenhuis, in ons leven zou spelen. We schrijven 19 maart 2008, vijftig jaar na de eerste steenlegging van dit gebouw. Hugo Claus is op weg naar het Middelheimziekenhuis, waar de veerman op hem staat te wachten. Hugo, de aanbeden, literaire duizendpoot, wiens gedachten meer en meer eindeloze wan-delingen begonnen te maken in de kelder van zijn geheugen, vertrekt 's namiddags naar de overoever. Acht jaar later, 6 augustus 2016. Twee uur 's nachts: mijn vrouw brengt me - de verkeerslichten negerend - naar de spoeddienst, jawel, van het Middelheimziekenhuis. Dezelfde veerman, die van Hugo Claus, zal die nacht werkeloos toekijken: de chirurgen houden me bij de les. Ik blijf leven! Ze  kunnen het aneurysma in mijn buikholte, een lekkend aorta, na tien lange en spannende uren, dichten. Mijn herstel wordt een lange weg. Er volgden tien weken op de afdeling intensieve zorg, waarvan drie vierde in comateuze toestand. Voor mijn sterke en moedige vrouw en voor onze warmhartige, bezorgde kinderen helse weken! Ik verlaat eind december, 5 maanden later, mijn 'vakantiehuis' Middelheim. Met mijn weggesmolten spieren probeer ik terug te leren stappen en tracht ik dagelijks  d.m.v. fijn motorische oefeningen terug te kunnen... schrijven. Het orgelpunt van deze operatiekruisweg wordt zeven maanden later, in 2017, gezet in het AZ Gasthuisberg, waar mijn buikwand definitief wordt gesloten.  Drie jaar later... We schrijven 3 februari 2020: het startschot van de Belgische coronacrisis.  18 maart: ons landje gaat in lockdown. Twee dagen later worden de landsgrenzen gesloten. Ondertussen drie hoog in Berchem... Eerst ongeloof over de bijzonder snelle impact van deze pandemie. Tijdens een van de eerste coronareportages tijdens het VRT-programma Pano, keken we naar een verslag over de afdeling intensieve zorg, jawel, van het Middelheimziekenhuis, waar de eerste coronapatiënten uit onze regio werden verzorgd.  Mijn vijf maanden durend 'vakantieverhaal' in 2016 in Middelheim lag terug plots - tastbaar - voor mijn voeten! Het PICS - Post Intensive Care Syndroom - deed terug zijn intrede: angst, slapeloosheid, stress,... Toen beseften we maar pas, wat deze coronaslachtoffers te wachten stond! Tijdens de daaropvolgende maanden werd duidelijk welke schade COVID-19 kon aanrichten. Onze schutkring veranderde langzaamaan in een FaceTime-kring: de communicatie met ons (jonge) volkje verliep nu meestal via de digitale tamtam.  Tijdens deze eerste lockdown applaudisseerden we vanop onze derde verdieping elke avond om 8 u. - van maart tot begin juni - plichtsgetrouw én met graagte met onze buren voor onze zorgsoldaten aan het coronafront.  Mondmaskers en ontsmettingsgel werden onze dagelijkse levensgezellen.  Nieuwe (oude) woorden werden (her-)uitgevonden: social distancing, huidhonger, quarantaine, contact tracing, coronavet, tweedehandslucht, ... Wat later deed ik een poging om deze ervaringen prozaïsch te duiden, toen nog niet besef-fend, dat deze pandemie tot op vandaag, een lang verhaal met een héél lange schaduw zou worden.  Nu mijn schrijfsel, mijn overpeinzing, mijn gewogen woorden, toen ik door mijn venster keek. Jawel, met het het Middelheimziekenhuis op de achtergrond!   Een sfeerbeeld onder de coronastolp   Een man en een vrouw bouwjaar 1951 en 1952 babyboomers.   Vandaag onverwacht de kwetsbare generatie. Opgegroeid met analoge technologie, worden ze nu peilloos bezorgd over de kwetsbaarheid van zichzelf en van hun schutkring.   De voorbije dagen dagen al surfend op de digitale golven ontdekkend de nieuwe 'il postino': de viroloog, de medicijnman, de woorden wegende pastor, de behoedzame profeet. Elke dag pratend over de altijd maar krimpende werking van ons sociaal verkeer.   Dit nauwelijks te vatten verhaal bedekt geruisloos de items van links en rechts: de milieuproblematiek en de asielscrisis.   Het woord 'kot' krijgt een ander soortelijk gewicht.   Vanuit hun opgelegde quarantaine kijken ze beiden naar hun applaudisserende buren: wordt dit vanaf nu de moderne vorm van smetloos socializen?   Ondanks alles kunnen ze zich vandaag langzaamaan warmen aan de spontane solidariteit en bezorgdheid.   Worden dit blijvers na het COVID-19-verhaal?     

Johan Mortelmans
28 0

Uitschuiver

Op het hoofdkwartier van de Nederlandse schaatsbond is een verzoek uit België toegekomen.“Wat denk jij, Jaap, gaan wij die Belgskes opnemen in de groep?”“Ze zijn wel harstikke goed hoor. Volgens mij kunnen zij ver geraken.”“Dan doen wij het toch. Maak jij de contracten op?”“Komt voor mekaar.” Bart, Hanne en Stijn zijn inmiddels uitgegroeid tot toppers  in de schaatssport. Niet enkel zij, maar ook andere buitenlandse topsporters kregen toegang tot de perfecte infrastructuur in Heerenveen. Nederland, het schaatsland bij uitstek, bood hen zo de gelegenheid om deel uit te maken van hun voortreffelijke ploegen in het snelschaatsen en shorttracken. “Dit kunnen ze niet maken!” is de eerste reactie van de Koninklijke Belgische Snelschaatsfederatie wanneer die te horen krijgt dat de samenwerking met de Belgen wordt opgezegd. Nederland wil buitenlandse toppers niet meer helpen om medailles te halen die het liever naar Oranje ziet gaan.Wat een uitschuiver, dit is je reinste boycot, melden de sportredacties. Het blijft niet bij verontwaardiging. Al snel gaan andere stemmen op die beweren dat deze beslissing veel zegt over de enorme vooruitgang van de Belgische schaatsers. Een Belg die olympisch kampioen wordt in het schaatsen spreekt boekdelen. Na de succesvolle samenwerking met Nederland is het betreurenswaardig dat wij dit moeten meemaken. Wij kunnen het ook positief bekijken en het zien als een reuze compliment. In alle onderdelen doen we ondertussen mee aan de wereldtop.   De sporters en hun coaches zijn niet bij de pakken blijven zitten en al snel raakte bekend dat een nieuwe samenwerking met de Verenigde Staten en mogelijk later met Canada op het programma staan. Ooit was de huidige evenementenhal  ‘Het sportpaleis’ in Antwerpen de plaats waar duizenden kijklustigen naar de Wiener Eisrevue trokken. Fernand Huts, een Belgisch ondernemer kocht onlangs de Boerentoren  om er een cultuurtempel van te maken. Wat als hij zijn oog zou laten vallen op het Sportpaleis en er een sporttempel van zou maken met een infrastructuur voor schaatsers om Heerenveen een poepje te laten ruiken?

Vic de Bourg
5 0
Tip

Middelvingers te kort

Ik kwam middelvingers te kort de afgelopen weken. Ik kreeg van de fuck you’s tussen mijn tanden geen hap door mijn keel. Zelfs een glas wijn gooide ik liever tegen de tv dan het te slikken. Nog een geluk dat ik op staande voet ontslagen was en tijd had om het allemaal van op een afstand te gaan bekijken. Drie uur reed ik erover om in mijn hut te geraken, midden in de groene vlek op google maps vlakbij het Kröller-Muller museum.  Tijdens een wandeling in de bosrijke omgeving bel ik voor de vijfde keer in vijf maanden tijd iemand die mij de eeuwige liefde beloofd had maar nooit opneemt als ik bel. Ik probeer hem te vergeten door plaatsen te bezoeken waar ik nooit met hem over had gesproken. Ook door direct zijn voicemail te horen. Elke keer klinkt zijn stem belachelijker.  De combinatie van geuren en geluiden van verschillende stiltes doen me denken aan een kleuterjuf, juf Rita. Ik voel terug haar zware hand op mijn hoofd bij het binnengaan in de klas. Ze biedt me een plek aan in de kring. De kring bestaat uit oneindig veel keren mezelf. Een platgereden egel, een holle boomstronk vol zwammen al is het lente, een reserve-autoband, het is precies als in een spiegelpaleis. Ik wil mijn naam in een boom kerven, en door die gedachte koop ik in de kiosk aan de rand van het bos een pak sigaretten en een aansteker. Ik twijfel over de kleur, zeker geen blauw. Uit medelijden koop ik toch de blauwe. Ik ga terug het bos in en kerf per ongeluk zijn naam in een boom in plaats van de mijne. Ik neem er een foto van om mezelf eraan te herinneren dat ik hem dringend moet vergeten.   

Fanny Wildemeersch
174 9

Met de hogere sulligheid van een modellenkapsel

Met de hogere sulligheid van een modellenkapsel Stond hij tegenover beschonken bridge-zingen Een engeltje op de lat en eentje op de rem Samoeraimeubelen slijten   ''Ik vertrouwde op mijn gesternte Als Bonaparte als het honderdpotig Thebe Op verleiding niet geënt wie witte sokken draagt Kan hoog of laag springen   In slecht licht sloeg ik iemand een bloedneus die Bijbels aandeed Atme, daß sie sich löse In dat licht kwam ik na poolen in bijziende staat En leuzen als Ammon   Poëzie moest dienen Ter verhelping van het ik-geraakt heelal Maar men is afgeleid de dirigeerstok wordt een broekhanger De mantel verbrast om een trefwoord Bussen met het zelfde nummer rijden niet gelijktijdig Rome onstond niet op één dag. Carthago ook niet.   Ik liet de koffie vallen als eieren Droeg haar boeken wat toen nog kon Was lallen tot we vielen van goudeerlijke Ampercups zijdelings notitie nemen Antennes zijn correctueus De dood is de stelling van God Een grondtoon vinden in geschutter Voor altijd averechts accent Posterboy Ramses de rinozems de baas   Op een school vol vroege herniahorribeltjes en edelterreur Bewonderde ik haar vertiltorso. Zij bestelde brekebenen af als een tempelwachter. Haar haren glansden als kinderkopjes tijdens een klassieker En zij voelde niets voor het pleitersputje.   Kimrijk ging ik kopje onder En kweet haar kiemen.   Alleen Japanners leven voornaam Wel niet onder blikloos blauw Vervoegen zich bij de vaderen Met kleine vervoeging   In het Sint Elizabeth voltrok zij Het sacrament van het sijpelen Met een boterhamzakje bestrijkziek boerde ik Krullenjongen kaltgestellt Met een aanhouden als in het dansen Niet meer dagen en nachten niet meer tegenstad De wreker een oud verhaal"

Coen van der Wolf
6 0