Lezen

Mijn ellepijp toen ik zes was

die onderstak tak mijn stem 1 van de 12 eieren de code tot verdriet die vlindervleugel mijn ellenpijp toen ik 6 was soms gewoon rijst de ziel van iemand die ik zeer goed ken ijs van één nacht het oor van mijn kopje   Het is allemaal gebroken en gisteren. Toen ik daar stond aan de kassa van de Brolco, zag zij het. Koop dit niet, zo sprak zij. Je bent blind en jouw briefje van vijftig frank is ongeldig. Bovendien is dit een kleine tube. Het is logisch dat ik haar niet aankeek, maar ik voelde het. Zij zag het aan mij. Dat ik samen met mijn ogen probeerde, dat ik verdwaalde. Ik dacht weer eens aan alles tegelijk. Het duurt altijd even voor ik het besef. Ik geraak er nooit.   gevangenisdeuren traankanaaltjes de wielbouten des vaders tractor pijn soms woede een paard in drijfzand de ketting van mijn fiets op de bodem van een dode zee traumabeelden deze bijl in deze koppige stam de remhendel van mijn plastiek spooktrein het deksel op de oude verf en zijn pot   Het zit allemaal vast en vandaag, deze ochtend. Ik stond daar weer met al dat onzichtbare, met al mijn ongeldigheden. U weet het nochtans, zo zei ze. De strijd is hard. Prijzenslag, moordende concurrentie, besparingen op verwarming, op personeel en bovendien. Ze sprak. Helaas, mijn collega is ernstig ziek en ik sta vandaag alleen in deze winkel. U heeft daarvoor zo veel nodig, maar ik heb geen tijd om U alles te toenen. U kunt het ook rustig thuis bestellen. Online. Met de hulp van iemand die beter ziet.     uit de reeks 'Waanhoop'

Bernd Vanderbilt
0 0

Zonder boeh noch bah (zegswijze)

  Terwijl de angst uitblijft. Want de heer de pauw is er intussen aan gewend geraakt. Aan dat blauwgroen gedoe, die veren en die nare drang om bij die grauwe muur te paraderen. Voor Jonathan en Nathalie begin ik soms een blad met een zin die mooi lijkt. Toch wordt het stilaan tijd om al mijn figuranten en personages om te leggen. Dat denk ik ook. Ik heb intussen meerdere naties aangeschreven en om de levering van wapens gevraagd. Zodat ik de demonen kan bestrijden. Het mag ook deftig bier zijn in flesjes van 33 of 75 centiliter. Het voordeel is dat ik zeer veel zelf beslissen kan. Zo was Alfred eerst een alleenstaande huisvader met vermiste kinderen en enkele mussen onder zijn Boomse pannen. Op een dag heb ik heb hem tot kabouter beëdigd en mocht hij dat frietkot gaan uitbaten in Sint-Michiels. Roeland is al die tijd niet veranderd. Hij kan niet volwassen worden, nog de miserie van zich afschudden. Hij is als sinds de zomer van 1968 zeventien jaar gebleven en in het jaar 1979 op die laatste woensdag van december mocht hij mijn Talbot lenen en gewoon langs de péage naar het Zuiden-van-Frankrijk rijden. Den ivo beschouwde mij toen als zijn persoonlijke druïde die hem naar de top gebracht had en hem daar kon houden. Doch mij kon zijn roem geen moer schelen. Roem, succes, sportoverwinningen. Dat is allemaal zo onbelangrijk en zelfs zo belachelijk als het groot is. Maar zomaar al die tijd blijven langskomen bij me, kruiden en poedertjes meegraaien zonder boeh noch bah. Zo marcheert dat niet. Roeland is een gedweeë luitenant gebleken. Zonder schreven noch krassen is hij weer teruggeraakt. Mijn Talbot blonk nooit als tevoren en den ivo was proper van de baan gereden. Hij moest niet per se sterven, maar goed. En ik weet niet hoe het komt, maar een paar weken geleden dus, liep hij daar aaneengenaaid in mijn hof, tussen al mijn krachtplantjes. Zoals gij eerder las, heb ik hem nog niet kunnen vangen, maar vanavond zal het er van komen.     uit de reeks 'Roeland Wittebolle'

Bernd Vanderbilt
0 0