Lezen

Tip

Persephone (ALLEE IDEE! #1)

Daar ligt ze weer. Op haar zij, met haar rug naar mij gekeerd. Aan haar ingezakte schouders kan ik zien dat het gewicht van de wereld begint door te wegen. Ze slaapt niet. Haar gsm maakt al een tijdje geen geluid meer. Dus staart ze naar de witte muur voor haar.  Zo is het al even.  Ze beweegt niet wanneer ze wakker is, en is rusteloos wanneer ze slaapt. Elke maandag lopen er lijnen water over haar wangen. Dan wil ik roepen: je moet niet water verliezen, maar net drinken! Elke dinsdag daagt ze zichzelf uit, wie kan de diepste zucht laten? Zij wint natuurlijk. In het donkerste hoekje van de kamer zit ze meestal. Terwijl ik naar de zonnestralen verlang, lijkt zij meer nood te hebben aan het kalme duister. Ik mis haar het meest als ze daar zit.  Donderdag roept ze elke creatieve belediging waar ze maar aan kan denken naar het felle scherm tegenover haar. De man in het kleine vierkant herinnert haar eraan dat haar microfoon niet op ‘mute’ staat.  Op vrijdag verdwijnt ze. Voor heel even maar. Ze geeft me nog wat water voor ze vertrekt, als een afscheidskusje.  Op zondag verschijnt ze terug, haar schouders houdt ze hoger. Niet omdat het gewicht lichter is geworden maar omdat iemand haar heeft verteld dat ze het niet kan dragen. En ik ken haar. Die zal ze wel het tegendeel bewijzen! Zondagavond zakt ze weer weg. Dan vind ik haar weer zoals vandaag in een bolletje op haar bed. Stil. Een beverige zucht doet de kamer schudden.  En toch.  Wanneer maandag weer aanklopt geeft ze me water, de perfecte hoeveelheid. Wanneer ze me net had, gaf ze me te veel - om zeker te zijn, zei ze, dan komt ze nooit tekort - ik was bijna verdronken maar zij redde me voor het noodlot kon toeslaan. Zelfs wanneer ze niet meer aan zichzelf denkt, denkt ze aan mij.  Zelfs wanneer ze niet voor zichzelf zorgt.  Zorgt ze voor mij.  Want zelfs wanneer er geen leven meer bij haar te vinden is, schenkt ze een klein beetje aan het mijne. 

Val Reijden
107 8

LEUVEN DE MUNTSTRAAT. a

LEUVEN DE MUNTSTRAAT. De eerste TOEK op mijn gezicht.   De eerste klap, van mijn leven in mijn gezicht kreeg ik in de Muntstraat, een zijstraatje achter het stadhuis van Leuven. Er was daar een kroegje waar geen studenten kwamen, maar uitsluitend jonge Leuvenaars van mijn eigen leeftijd. Het was een café waar naast bier af en toe ook een joint werd gerookt. Een paar weken daarvoor had ik Wikke ontmoet, een rasechte Leuvenaar. We besloten al snel om samen te gaan wonen en dat hebben we een jaar lang gedaan in Korbeek-Dijle. Maar ons stamcafé bleef in de Muntstraat, een vredige plek waar we onze vrije tijd doorbrachten.Veel van de jongeren die er rondhingen, werden door de buitenwereld als gevaarlijk beschouwd; sommigen werden zelfs geschaduwd door de politie. Op een dag kwam er echter een groepje dronken mannen binnen die de rust verstoorden met hun luidruchtige gedrag. Een van mijn vriendinnen werd belaagd door een man die in zijn dronkenschap dacht dat hij haar de liefde kon verklaren. Toen ik wilde ingrijpen, kreeg ik een klap in mijn gezicht. Dit was totaal onverwacht in ons vreedzame ‘cannabisclubje’, zeker in een stad als Leuven waar men geacht werd het bij bier te houden.   Toen ik vanaf de oude markt de middelste kleine straat naar beneden liep richting de Parijstraat, belandde ik bij DEN DELPER, een café dat weinig last had van studenten. Daar ontmoette ik Erik en we werden onafscheidelijk. Ik nam hem mee naar alle plaatsen die ik kende en op een dag vroeg hij me om mee te gaan naar de plekken waar hij normaal rondhing, namelijk de cafés rond de Statie. Toen we het café binnenkwamen, omhelsde een man Erik. Het leek wel meer dan gewoon vriendschap. Het was dezelfde man die mij eerder een klap op mijn oog had gegeven. Ze noemden zichzelf de bende van de Statie en Erik was de bendeleider, beter bekend als zwarte Erik. Er was geen enkele overheidsinstantie te bekennen in de buurt. Het was veel makkelijker om vreedzame cannabisgebruikers te stigmatiseren en te criminaliseren dan om een groep gewelddadige alcoholisten aan te pakken. De meeste agenten waren zelfs bang voor hen. Alcohol was een beschermde drug, vooral in Leuven. De burgemeester beschermde deze drug persoonlijk en werd er zelfs voor beloond, maar dit werd allemaal buiten het zicht gehouden. foto gallery verf ed https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ 

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
16 1

Koelkastverhaal #3

Voldaan plaatste hij de toespijs terug in de koelkast. Elk potje en vlootje had daar zijn eigen “parkeerplaats” die netjes met plakband was afgebakend, en was voorzien van een relevant Dymo-label. Opeens meende hij het getokkel van een ukelele te horen, besefte dat het inbeelding moest zijn en staarde een tijdlang met opengesperde ogen voor zich uit, zonder één keer zijn ogen te sluiten. Tot op de dag van vandaag kan hij nog steeds niet zeggen waarom hij vervolgens deed wat hij deed. Hij trok het label ‘vegetarische spread, 150g’ van het bovenste schap, propte het in zijn linkerneusgat en ging op zoek naar zijn oude ukelele. In een vorig leven had hij die eens fluogroen geschilderd tijdens een bad trip op paddo’s. Hij rende als een bezetene de zoldertrap op, terwijl verdrongen herinneringen aan gouden jaren hem overspoelden als een tsunami die door geen enkel oceanisch instituut was voorspeld.     Na lang zoeken vond hij in een grote, oude doos met opschrift ‘I heART the 60s’ zijn zelfgemaakte abstracte schilderijen, de ukelele (niet fluogroen maar fluopurper, merkte hij op) en een dagboek van meer dan dertig jaar oud. In dat dagboek, herinnerde hij zich plots, stond alle waarheid van het universum. Het ontlokte hem een gelukzalige huilbui. Hij begon te bladeren. Orde en chaos werden gelijktijdig geboren, las hij en mijmerde over het exacte moment dat de poorten van zijn bewustzijn zich hadden geopend.     “Zouden de kip en het ei ook gelijktijdig geboren kunnen zijn?” vroeg hij plots luidop, geïnspireerd. Hij sloeg het boek dicht en verliet het huis. Hoog tijd om een nieuwe dealer te vinden.  

Jelle Spruyt
6 0

Dit zijn geen Berlijnse ballen

  Dat is waar. Fingerspritzengefühl is voor erotiek en de kok die een maaltijdje klaarmaakt waaraan de liefde niet kan weerstaan. Daarna kleedt men zich spontaan uit en laat begaan. Ik heb het over de banaan, die zich telkens weer als dessert aanbiedt op dat festijn van een niet zo heel verlegen pruimpje.  Man, man... ik durf dit schrijven op zondag en de hoogmis is nog niet eens begonnen. Shit, ik krijg dit niet weggekrabd, sprak het ijskrabbertje tegen de elegante wortel in dat zakje met zijn vele groenten, lef, exotisch fruit. Ja, en jou kan ik ook lekker klaarmaken, liefste kreeftje. Ik steek eerst dat mes daar precies in dat ene puntje op je achterhoofd. Horror mag niet op een zondag. Daarom een vleugje stout gezoen, twee passievruchten en wat erotiek. Schatje, ik vraag maar één ding. Neen, niet dat. Ik wil geen saus die al te zoet is. Ja, doe maar! Een scheutje sap van één citroen. Eerst links, dan in mijn rechterroog. Dank je, dat was nodig, anders ging ik nog proberen simpelweg je blik eens te betoveren met simpel zwart van mijn pupillen.  Op goede vrijdag, lieveling, dan zullen we gewoon een stukje vlees eten. Nep mag ook. Daarna de middelvinger afbijten van hem, de tijd die blijft beweren dat we hem moeten laten doen. Zullen we het pittig maken?, vroeg de pepermolen aan het zoutvat. Ik ben het zat dat flets gedoe. Maak het zo straf en hevig dat de tranen niet kunnen geloven dat er een rivier bestond, waar ik je vond. Ja, weerom naakt. Wat is dat toch met jou? Telkens ik je zie, kleed jij je spontaan uit gelijk de maan voor de nacht. De sterren vragen zich intussen af waar hij gebleven is, de kok die eitjes kookt. Zullen ze wel zacht genoeg zijn voor jouw tong, die naar dat warm gevoel verlangt? Ik heb alvast een potje opgezet om in te zwemmen, zegt de pasta die zich hol gemaakt heeft voor hetgeen je wou verbergen. Zullen we dat en nog veel meer, bij kaarslicht, stilletjes serveren met een sausje en wat mild gekruide tederheid?     uit de reeks 'Hormonoloog'

Bernd Vanderbilt
1 0

Tere kinderzieltjes

Soms kom je ineens een nieuwsbericht tegen waarvan je heel goed moet nadenken of je nu voor de gek wordt gehouden of niet. “Engelse uitgever gaat tekst boeken Roald Dahl aanpassen.” Nee, dat is niet echt, dat is een grap. Maar het is geen 1 april en ik ben ook nog nergens een bericht tegengekomen dat dit weerspreekt. Wel heb ik gezien dat de Franse en Nederlandse uitgevers het voorbeeld niet gaan volgen. Gelukkig maar. Want wat een onzin, woorden als ‘dik’ of ‘lelijk’ mogen niet meer. Dat is kwetsend en kinderen kunnen daar last van krijgen. De wereld is gek geworden, denk ik dan. Ik weet nog goed dat mijn ouders vroeger een heel dik sprookjesboek in de kast hadden staan. De verzamelde sprookjes van de Gebroeders Grimm. Twee Duitse broers die sprookjes verzamelden en optekenden. Want zij bedachten die natuurlijk niet zelf. Roodkapje bestond al heel lang. Ik genoot ervan. Toch denk ik dat er binnenkort wel iemand op zal staan die die sprookjes gaat verbieden. Immers, het bloed droop van de pagina’s. Een heks die levend wordt verbrand door twee kleine kinderen. Een jager die met een groot mes de buik van een (tegenwoordig beschermde) wolf opensnijdt. Een moeder die de tenen van haar dochters afsnijdt omdat ze anders niet in het glazen muiltje passen. Een slapende prinses die ongevraagd wordt gekust, toch een echt “metoo-tje” als je het mij vraagt. Het is verschrikkelijk, al die verhalen. Totaal niet verantwoord en vreselijk slecht voor een tere kinderziel. Maar ik genoot. Van prinsessen en prinsen, van draken en kikkers. In sprookjes kan alles. Daar wordt het dienstmeisje een prinses en een lelijke kikker een prins. In het echte leven is dat allemaal niet mogelijk, daar blijft het dienstmeisje gewoon ploeteren voor een hongerloontje en wordt de kikker opgegeten door een reiger. Maar als kind kon ik wegdromen en rondlopen in een land dat nog mooier was dan Narnia. Ik kon vliegen en toveren. Ik was in mijn hoekje van de bank helemaal vertrokken naar een andere werkelijkheid. Heerlijk. Ik vind het bijna slecht om dat de kinderen van vandaag te onthouden. Het is toch geweldig om zo te kunnen fantaseren. En laat Sjakie in de chocoladefabriek dan een lelijk jongetje tegenkomen. Sommige mensen voldoen nou eenmaal aan die omschrijving. Het is niet anders. In je latere leven kom je toch wel op hardhandige wijze tot de ontdekking dat sprookjes niet bestaan.  Toch eens vragen of mijn moeder de Sprookjes van Grimm nog heeft.    

Machteld
4 2