Lezen

Bloemkolenkind

  Er zat nog een bloemkolenkind verborgen onder het snoeigoed. De krullen. De frêle botjes. Bijna versnipperd. Heeft de grijparm nog net op tijd losgelaten of iemand op de rode knop gedrukt? Op ware grote is alles verwaarloosbaar, behalve de onschuld en terwijl ik mij buig over een melkdistel om een bij in de ogen te kijken, de strepen te tellen, voel ik het gebeuren. Er wordt aan de einder getrokken, aan de ledematen want ze liggen daar op een hoop de lijken. Straks is men alles kwijt. De tel, de richting en in het doel staat een man. In maatpak. Met zonnenbril. Hij heeft een smeltend gelaat. Voor mij één bolletje framboos. Nog wat vanille en suikerstrooisel voor het maagzuur. Sorry. Ik zal niet betalen. Ik doe niet meer mee. Zoek het maar uit en knip het uit voor god. Dat simpel kruiswoordraadsel. Niets verveelt. Dat zegt de mier die heen en weer loopt met gevallen brood. Waarheen is niet de vraag en ik zal een varkenshartje stoven. Thuis. Voor mijn hondje. Met wat rijst, brokjes wortel, nog een paar dingen voor dat beter leven. Het bloemenkolenkind is dan al heel erg moe. De strijd. De dag. Ze waren zwaar en in een bord met melk wast het de voetjes proper, weekt zijn vel, de ziel wilde eens proeven van die zuivel voor een kalf. Het komt niet goed. Dat weet ik ook maar zwijg voorlopig nog. De bodem warmt. De lijken worden in een rij gelegd, dan toch geteld. De vlaggen zijn besteld, het potje pruttelt al en straks bij nacht, als alles zich herhaalt, dan waakt mijn hondje wel, over de bloemen, kolen en het kind.     uit de reeks 'Waanhoop'

Bernd Vanderbilt
2 1

Luidpaardtank

  Zijn outing als necrofiel heeft de bevolking gerust gesteld want het electoraat leeft. Het zal in geen gat geboord worden. Premier worden. Dat kan ook en als de begrafenisondernemer een oplettend man is, dan komt alles wel goed. Bovendien en daarnaast. Koningin Navelstaar doet haar beklag in een roddelblad. Haar narcissen willen in de zomer geen tweede keer bloeien. Oh, mijn god en intussen. Het is de koning die het grijs van zijn voorhuid inspecteert. Schimmel misschien. Het is warm. Dat is het nieuws. De luidpaardtank is al kapot en ze hadden hem nog maar net. Ja. Er staat water in de kelder van de mensheid. De kaars staat in brand. Het schrijn is zelf getimmerd. De afbeelding van een lieflijk monster. Je mag dan straks een rood bolletje zetten, naar zee trekken, want hij ligt daar al. Die aangespoelde bootvluchteling is daar echt niet veilig. Niet voor Tom. Niet voor Theo. Noch voor Jerry. Dit om er ook een genadeloze muis bij te betrekken. Het verhaal moet gemilderd worden. Of misschien juist niet. Iedereen moet uit zijn of haar voetnoot kruipen. Roepen dat het genoeg geweest is. Het is niet meer te verdragen. De bolderkar mag eindelijk eens gevuld worden met de bloemen van de onschuld. Help. Het is een piep en geen belletje dat rinkelt. Ik word geroepen door een microgolfoven. De warme melk mag zich verwachten aan een koffielepel nescafé, aan suiker die wel smelten wil. Dit is mijn dag. Zo denkt mijn hondje. Het zal geknuffeld worden.     uit de reeks 'Waanhoop'

Bernd Vanderbilt
3 0