Lezen

Old friends

Old friendsZe duwt een van de kamerhoge deuren open en zoekt een bekend gezicht. Een zoete biernevel dringt haar neus binnen. Het cliënteel van de Mappa Mundo bestempelt zichzelf graag als divers en kosmopolitisch. De doorsnee bargast heeft twee kinderen die Wolf en Lente heten, anderhalve minimalistische tattoo, een baan in de marketing en is een drankorgel. Het gemiddelde orgel kan aangezwengeld worden door ‘een cavaatje’ of aperol-spritz. De Dansaert-Vlaming, daar moesten ze altijd om gieren van het lachen. Haar herinneringen aan deze bar kleven aan de gehavende tegelvloer, net zoals de zolen van haar sneakers. Ze kiest strategisch een tafeltje uit. Haar handen zweten. Daar is hij.‘Lang geleden, zeg. Al een Amerikaan aan de haak geslagen ginder?’ Hij geeft haar een prikkende kus op de wang.  ‘Je hebt een baard nu. Ben je een hipster geworden?’ ‘Sarah vindt het stoer.’ ‘Ik wil met je praten.’ ‘Dat is goed.’ ‘Nee, ik wil echt met je praten.’ ‘We praten nu toch?’ ‘Ja. Misschien moeten we eerst iets drinken.’ ‘Doen we zo’n grote kan mojito?’ ‘Like the old days. Zouden we dat wel doen? De laatste keer dat we die soldaat maakten is nogal bijzonder geëindigd.’ ‘Klopt, je was je bankkaart verloren.’ ‘En niet alleen dat.’ ‘Dat was inderdaad leuk. Maak je geen zorgen, we zijn ondertussen ouder en wijzer. We zijn alleszins ouder.’ Hij knipoogt. ‘A pitcher of mojito, please.’  ‘Do you like it strong?’ vraagt de barman met manbun.Haar ogen glijden van de manbun naar hem en opnieuw naar de manbun. ‘Yes. We’re old friends.’De manbun steekt zijn duim op en met een bezwerende glimlach haast hij zich naar de marmeren toog met houten lambrisering. De limoenen verdwijnen na een vingervlugge incisie een voor een in de doorzichtige kristallen kan.‘Ik ben onlangs de gouden ketting verloren die je voor mijn dertigste verjaardag had gegeven. Het slotje was blijkbaar niet goed toe en ze lag op de grond in een taxi. Kan je geloven dat die eerlijke vinder mij heeft opgebeld en de ketting is komen afzetten. Dan heb ik hem wat dollars gegeven.’ ‘Er zijn nog eerlijke mensen op de wereld.’ ‘Je weet pas wat je mist eens je het kwijt bent.’ Ze glimlacht. De manbun zet de kan met mojito op tafel en schenkt vanop een onnodige hoogte twee volle glazen in.  ‘Sarah vindt het geen probleem dat ik met jou iets ga drinken. Ze vindt het zelfs belangrijk dat ik oude vrienden terugzie.’ ‘Dat is lief van haar.’ ‘Ja, ze is lief.’ Hij kijkt naar zijn glas en plet de kapotte muntblaadjes voor de zekerheid nog een keer.  Ze kijkt naar de tafel.‘Het is zo ontzettend tegen de regels,’ fluistert ze. Het is godverdomme zo ontzettend tegen de regels.’ ‘Wat bedoel je?’ Hij leunt naar voor.Ze geeft geen antwoord.‘Kom op, er kan niets zo erg zijn dat je het me niet kan vertellen.’  ‘Jawel.’‘Probeer maar. Ik bijt niet.’ Ze geeft geen antwoord.‘Wat is er dan?’ ‘Ik mis je,’ zegt ze.  

Astrid T
6 0

Gezelschap

Gezelschap is niet altijd een kwestie van vrije keuze. Een ziekenhuisopname is sowieso al niet iets waar mensen op zitten te wachten maar als je dan nog geconfronteerd wordt met het feit dat je met vier personen op een kamer komt te liggen, dan kun je in jezelf toch wel eens diep zuchten. Het overkwam een lieve vriendin van mij. In eerste instantie lag ze op een kamer alleen. Dat beviel eigenlijk prima. Zij is niet van het kaliber kletskous dus ze vond het niet erg dat ze naast de bezoekuren was teruggeworpen op haar boeken en haar iPad. Toen het, gelukkig, wat beter met haar ging, moest zij haar kamer afstaan aan een patiënt die net terugkwam van de IC. Tja, heel begrijpelijk natuurlijk, maar wel met een beetje schrik en beven. En ze trof het niet. Tegenover haar lag een dame die vanuit de hoek van de kamer het hele speelveld overheerste.  Als de Queen van Sheba zat ze rechtop in haar kussens en bemoeide zich overal mee. Ze ging met de zaalarts in discussie over de medicijnen van haar buurman, gaf de echtgenote van een vertrekkende patiënt goede adviezen mee en had overal een mening over. Het startte ’s ochtends vroeg en eindigde ’s avonds als het licht uit ging. Mijn vriendin probeerde zich stil te houden. Tenslotte wil je geen heisa op zo’n kamer. En zo’n mens verander je toch niet. Maar ze moest spreekwoordelijk gezien op haar handen zitten. Je vraagt je alleen af of het gebrek aan empathie of gebrek aan intelligentie is. Waarom bemoeit iemand zich overal mee. Ik kan me zo voorstellen dat haar bezoek zich af en toe wel geschaamd moest hebben. Ze wist zelfs iets te vertellen over de vele boeketten bloemen die mijn vriendin had gekregen. Terwijl haar eigen bloemen een beetje zieltogend over de rand van de vaas hingen. Op een avond kreeg de dame in kwestie een bananenshake. Dat soort drankjes zit normaal gesproken in een flesje waar je dan uit kunt drinken. Lekker praktisch, zeker in een ziekenhuis waar efficiency belangrijk is. Maar nee, daar was mevrouw niet van gediend. Zij riep de dame die de drankjes verzorgde terug. Zij wilde een beker, een rietje en ijsklontjes. Uiteraard. Tenslotte betaal je er genoeg voor. Waarop de verzorgende ad-rem reageerde, “gelukkig hebt u niet veel noten op uw zang”. Dat noemen ze gerechtigheid.        

Machteld
0 0

En de wereld

twee maten en twee gewichten twee staten met elk twee gezichten maakt vier verborgen agenda’s van ginder tot hier valse profielen internettrollen rollende spieren en bevende handen van wankele heren en kus-mijn-macht maar macht valt nooit zacht van balkon naar parterre over de reling van het jacht ik kan niet wachten tot — en de wereld de wereld in slechte papieren   waarheid onder de mat en iedereen struikelt waar is de waarheid in het midden gebleven? bedolven onder de extremen ze hebben er elk driehonderd  en wij, wij ook we hebben het verkorven sociaal-mediaal bedorven aan de coke en aan de botox toxic surgery  gladde wangen strakke lach en in de diepte zit de pijn maar hey-ho, hey-ho! ‘k heb mijn winkelwagen volgeladen alles op het net ‘vogeltje gij zijt gevangen’ in het glinsterende web terwijl dikke spinnen gieren in hun draden en de wereld de wereld in slechte papieren   vrolijke vrienden dat zijn wij bekaaiden onder Biden            en zij die onder Poetin moeten kiezen tussen knieval en de val van het balkon veel op het spel even niet opletten en — ´t is gebeurd Erik Van Looy heeft het gezegd hij zoekt de Allerslimste Mens wenst haar te vinden wij ook, waar is ze? we hebben haar nodig de wereld heeft haar nodig haar en brood en schone energie die betaalbaar is een dak boven ons hoofd en geen schuilkelder vandoen wat móéten we doen? puin smeden tot hoop? ik weet het niet meer twee maten: wij extra small en de feiten de feiten extra large   twee staten en ontmaskerde gezichten oost west cholera pest en de wereld de wereld in slechte papieren  

Marc Terreur
70 1

Zwaar te moede

Het is weer de tijd dat velen in de pen kruipen om de kleurenpracht van het najaar te beschrijven. De beelden in het fotoalbum tonen dat ook wij ooit tolden in de geelrode bladeren in het tanende zomerlicht. Voor ons is de herfst van het leven al een tijdje aan de gang en de winter nadert met rasse schreden. Jij gaat nog haast dagelijks op wandel in de omliggende velden. Op je eentje, net als de ontelbare keren dat je er alleen op uittrok. Er is ooit iets heel erg fout gelopen en de breuk is nooit hersteld, omdat ieder voor zich er van overtuigd is dat er niets meer goed te maken valt. Maar wij bleven samen en leven in vreedzame co-existentie. In mijn tuin ruim ik wat bladeren, de eekhoorn in de walnotenboom van de buren tuurt naar mij. De pimpelmees en het roodborstje komen vlakbij kijken wat ik aan het doen ben. De vijgen zijn klein en onrijp gebleven maar de appels, die de aanvallen van insecten en vogels hebben overleefd, zien er dit najaar verrukkelijk uit. Elk ander mens zou dolgelukkig zijn met deze momenten. Ik kan mij niet ontdoen van een gevoel van onbehagen. De melancholie houdt mij in haar greep. Neen, het is niet het gegeven dat de natuur nu op haar mooist is en toch langzaam aan het sterven is. Ik weet dat het geen sterven is maar slechts een lange winterslaap, een tijdelijke verdoving tot alles straks weer tot bloei komt. In gedachten hoor ik Bette Midler zingen: Just remember in the winter, far beneath the bitter snows, lies the seed that with the sun's love, in the spring becomes the rose. Dan besef ik dat ook deze herfst de weemoed mij zal blijven overmannen, alle luister van de natuur ten spijt.    

Vic de Bourg
8 1
Tip

Littekens

Kawtar staart naar de foto die een lange winterslaap heeft gehouden in een zolderhoekje. Ze is gehypnotiseerd door het tere silhouet en de sterke persoonlijkheid in groei, tussen werkelijkheid en verlangen gevangen. Ze streelt het fotopapier – zo zacht dat het bijna als katoen tussen haar vingers aanvoelt – en houdt even haar adem in. Ze snakt naar het dromerige zomermeisje van toen, nog niet bezoedeld door een tirannieke vader en geërfde tradities die haar vrijheid doorheen de jaren zouden verbrokkelen tot ruïnes; haar onzekerheid zouden doen aanzwellen als een tumor; de kiem legden voor een reeks ongezonde relaties; haar opstandigheid en rechtvaardigheidsgevoel zouden versterken; haar schrijfbehoefte zouden verscherpen; haar drang naar geborgenheid zouden kanaliseren in een vlucht naar Boekenland. Een patriarch waarvan ze zich nauwelijks een glimlach kan herinneren. Een verbitterde man met twee gezichten, die misschien niet wist dat hij genegenheid voor vrouw en kinderen mocht tonen. Het oordeel van de anderen had meer gewicht dan hun geluk. Het was alsof hij zich God waande. Strenge regels, gehoorzaamheid, preutsheid, maar niet voor de rokkenjager die moraal niet hoog in het vaandel droeg. Haar moeder Rabia was de vriendelijkheid zelve. Ze deed wat ze kon voor haar kroost, maar ze begreep Kawtar niet. Ze kon niet vatten waarom haar jongste dochter per se wou verder studeren en van kunst en cultuur hield. Rabia was analfabeet; getekend door de barbaarsheid van de Algerijnse revolutie en de onderdanigheid waarmee ze verstrengeld was geraakt. Angstgevoelens en heimwee naar haar familie ontwortelden haar. Ondanks de liefde voor en van haar zonen en dochters en de afleiding van de andere vrouwen op trouw- en geboortefeesten viel ze in de klauwen van depressie en tijdelijke waanzin. Dit zou sporen achterlaten bij Kawtar. Grote zus Nabila trok destijds die foto in Djemila, een ouderwets bergdorpje verscholen in een magisch stukje Algerije in rust waar de balkende ezel, blaffende hond en mekkerende geiten vrolijk hun ding doen. Tussen hen in draaft de negenjarige Kawtar. Van de verzengende hitte, verschroeide aarde en verstikkende wind trekt ze zich niets aan. Haar lange zwarte haren, gebruind gezichtje en ernstige blik onder dat grappig zonnehoedje zijn onderdeel van haar charme. Toen al hield ze van hoeden en petjes. Haar kort jurkje met fleurige bloemenprint oogt zomers fris. Kawtar – die de vriendelijkheids- en waarheidsgenen van haar moeder heeft meegekregen – begrijpt nog altijd niet waarom Nabila vaak zo wreed tegen haar deed. In hun kinderjaren stond haar zus op een goed blaadje bij vader omdat ze diplomatisch te werk ging. Leugentjes om bestwil kleurden haar jeugdherinneringen rozer dan de hare. Op de foto is kleine Kawtar in gedachten verzonken, zo ver weg en toch dichtbij. Buiten beeld komt een bende slungelige tieners al lachend op haar afgelopen. Het zijn een aantal neven en buurjongens, en ook Hamza, de middelste van haar jongere broers. Pretdruppels druipen van hun voorhoofd. Hamza, een eersteklas klikspaan, zou later aarden naar haar vader. Ze draait abrupt haar hoofd opzij. Plop, plop, plop. Kiezeltjes vliegen als vuurwerk door de lucht. Haar angstige blik trekt echter snel weg zoals een kameleon van kleur verandert. IJverig manoeuvreert ze zich op de klamme rug van haar trouwe vriend de ezel wiens koppigheid en doorzettingsvermogen bij haar zouden doorsijpelen als een karaktertrek. Eigenlijk best grappig, dat kleine tengere meisje op die weerbarstige ezel. “Dorst, dorst”, weergalmt haar kinderstem door de lucht. “Dorst!” Ze zijn beide uitgeput door inspanning én opwinding. Hop, hop, lief ezeltje, hop richting rivier, op weg naar verkoeling. Een grote stofwolk spat uiteen in oneindige stofdeeltjes die zich op haar rozenjurk nestelen. Dertig jaar later zijn dit groene vlekjes op de vergeelde foto. De beltoon die weerklinkt vanuit haar jeanszak vibreert hardnekkig. Ze negeert ABBA en pinkt snel een traan weg.

Fatiha Berrazi
104 3
Tip

Martine

Zelden ruikt Jeroen bij het thuiskomen na school de geur van brood, soep of gebakken aardappelen.  Er is enkel de stank die uit het tapijt komt, de kussens, de gordijnen en zelfs uit de vacht van de hond. Altijd hangt er ook een zoete geur doorheen waardoor hij verwacht elk moment aan de vloer te blijven kleven.       In zijn rechterooghoek ziet hij door het doorgeefluik zijn moeder liggen. Hij stapt de keuken binnen, haalt zijn drinkbus uit zijn tas en kijkt kort naar haar. Ze ligt op de donkerbruine linoleumvloer met zeshoekenmotief waar hij altijd al een hekel aan had. Ze lijkt bijna deel geworden van de vloerbekleding zoals ze daar onbeweeglijk ligt op haar zij, met één arm voor zich uitgestrekt, de gele vingers naar het aanrecht wijzend en de benen slordig over elkaar. Haar ogen zitten verborgen achter stinkende krullen, haar mond hangt halfopen. De hond ligt naast haar, het is onduidelijk wie naar wie ruikt.       Hij zet de drinkbus op het aanrecht naast de fles die zijn moeder vandaag heeft verleid ondanks haar eerdere beloftes. Hij neemt vier passen en dan nog een grote vijfde, over haar heen, tot in zijn kamer. Hij zet zijn rugzak op het bed en sluit de deur achter zich.       ---Vanuit de cabine van zijn vrachtwagen ziet Patrick dat er geen licht brandt in de living. Vreemd, denkt hij, Martine werkt niet vandaag en Jeroen moet al lang thuis zijn van school. Wanneer hij de voordeur opent, valt hem meteen de stilte op. Aan de geur is hij gewend geraakt. Hij wandelt op de tast naar de schakelaar naast het doorgeefluik en ziet wanneer het licht aanflitst zijn vrouw op de grond liggen. Ze ligt net voor Jeroens deur met de hond wakend naast haar. Hij valt op zijn knieën en roept: “Martine, Martine, hoor je mij?”       Er komt geen antwoord, maar de deur gaat open.      “Jeroen! Heb je mama niet horen vallen?”      “Nee, pa.”      “Je moet dat toch gehoord hebben, je kamer is hiernaast!”      “Ze lag hier al toen ik thuiskwam.”

Harlinde Bormans
182 2

Vuur spuwen

Van pispaal tot benige omarming. "Ze raast al een storm voorbij, toch naar mij toe.  'Oh god, kijk eens naar jezelf. Dan weet je dat spiegels breken in miljoenen stukken. Dat elk stuk een deel van jouw zwartgallige en bekrompen ziel weerspiegelt.' spuwt ze uit, récht voor mijn voeten.  'Daar sta ik dan als pispaal, word ik ook nog eens aan de schandpaal genageld.' Met duizende sussende antwoorden op mijn lippen, slik ik elke letter in, totdat ook die er op één of andere verdoken manier er later opnieuw - lelijk - zullen uitkomen. 'Jij kauwt, jij gorgelt, jij zwanst, als een gans.' tiert ze uit. 'Mij benoemen om mijn huishoudelijke talenten, is het enige wat jij nog kan. Wat er in mijn hoofd of hart omgaat, gaat jou voor geen haar aan.' Een traan van frustratie rolt van tussen haar wimpers op mijn losse veters. Daar sta ik dan... Geen weet of ik ontploffen zal, of me wil oprollen als egel, veilig in zijn schulp. Al flitst het door mijn hoofd: 'gelijk heeft ze, verdorie.' Met mijn beide voeten als makke lammetjes aan het parket gespijkerd, blijf ik staan. Hulpeloos is het enigste wat ik nog kan bedenken: 'dringend mijn verslaving voeden.' Ik steek dan maar een sigaret op, en kalmeer bij elke trek. Zij, met ogen die moord en brand schreeuwen: is mijn spiegel. En, in diezelfde spiegel omarmen we elkaar in een benige en bloedige omhelzing, een teken dat zelf in een ander universum liefde en leed nu en dan vuur spuwen, naar elkaar."   Geïnspireerd en gebaseerd op het werk 'over mens en dier' van Berlinde de Bruyckere en het werk 'Weinende Frau' van Thomas Schütte. Geschreven proza op zondag 23 oktober 2022 voor de Workshop 'Zondag, schrijfdag in 't S.M.A.K' gegeven door Christina Vanderhaeghe

Zonsondergangdromen
79 2