Lezen

De Yurt

Wat een mindfuck: een joert, of yurt, of hoe je zo'n stinkende kuttent ook noemt. Slapen tussen kleedjes die sinds de middeleeuwen niet zijn gelucht.    Die dingen bestaan echt. En drie weken lang is dit "thuis".  Mama toeterde tijdens de buurtbbq "back-to-basics" rond, na haar derde glas Riesling Spätlese. Die waarschuwing pikte ik niet goed op omdat mama niet tegen wijn kan, na half zes neem ik haar nooit serieus.   Papa flipte hamburgers als een bakplaatmaster bij de Mac, prikte in een worst en zei: 'Lekker die rust, eindelijk quality time voor het gezin'. Die had ik wel moeten oppikken, papa drinkt 0% Radler.   En Michelle bewonderend knikken. 'Dapper,' vond ze, 'dat de kinderen mee willen, zouden die van mij nooit doen'.   Nou, deze kinderen wilden ook niet mee, we moesten. Sander en ik wilden gewoon naar een camping met een zwembad. En een disco. En het liefst met leuke jongens. De provider belooft 4G in heel Europa. Nou, zeros-strepos in het kutse midden van het kutste Frankrijk. Eerst een kwartier lopen, in de kuthitte, tot de rand van het kutdorp. Een kwartier! En nog perst Insta traag naar binnen alsof een olifant door een rietje schijt. We qualitytimen in een zwart gat. En papa zelf? Hij ging gisteren in Cafe Sport met pastis en borrelnootjes Max Verstappen kijken en duwde ons het keramiekmuseum van Limoge in, met bordjes en vazen uit de kringloop.   De rest van de week: "Lekker off grid, lekker samen". Ik wil niet off grid in de prehistorie van Tibet, ik wil bereik.   En een zwembad, ik hou niet van riviertjes, véél te koud om in te zwemmen en kajakken doen alleen losers. En wij. En de rest van de camping, lijkt het. Sander zit mij de hele tijd nat te spatten, ik peddel straks op zijn pols. Kan hij lekker janken.   En Airco.   'Heb je niet nodig, de unieke tent is zelfkoelend,' zegt mama.   Zelfkoelend? Ik heb een 7,5 voor Natuurkunde mijn wereld is simpel: buiten 30 graden? Dan is het binnen 30 graden als mama de hele dag de deur en ramen open houdt "om door te waaien".   'Authentiek, je voelt de geest van de steppen,' zegt ze met haar hysterische vrolijkheid elk uur om zichzelf te overtuigen. Zij vindt het hier ook kut.    Simpel wijf.   Nog anderhalve week basic life op kleverige felrode en blauwe keukenstoelen die papa in geen duizend jaar ons huis in wil, in het wasemende oude zweet van iedereen die hier hun vakantie heeft verpest. Op ons veldje, schuin aan de overkant, staan Frank en Laura met hun dochtertje Milou. Ze noemden dat kind naar een kat! Prakken ze 's morgens een blikje Whiskas in haar bord voor "ons dorreltje"? Niet mijn woorden hé! Dat blaten ze tien keer per uur tegen die luierkruiper. En nee, Milou is niet schattig, ze plakt en stinkt. Die gasten moeten haar minder shinen en vaker verschonen en wassen.   Die twee zijn de minst gekke hier, de rest is nog erger.   Hoe zou het met Ramon zijn? Zijn laatste insta-post is drie dagen oud, tongt hij met een ander? Muilen noemen ze dat in België volgens Tony, mooi woord: Muilen. Anyway, hij hopt eiland tussen Texel en ergens in Denemarken, met meiden aan boord die wel leuke dingen mogen van hun ouders. En 's avonds allemaal stappen in de haven.   Nog elf dagen in die kuthitte en dan is het voorbij. Volgend jaar ben ik achttien en ga ik zelf. Met Ramon. Of met Marieke en Ilse naar Lloret. Of met Tony.

MCH
48 0

Mijn Straat

Met een gestrekt hand op mijn wenkbrauwen, maak ik een afdakje. Ik kijk doorheen de weerspiegelingen in het etalageraam. Ik ben er nooit binnen gestapt. Ik zie de stoffen er nog zo hangen. Elke keer dacht ik: als ik trouw, maak ik hem zelf. Ik doe een stap opzij om mijn schouder niet opnieuw tegen het bord ‘te huur’ te botsen. Het volgende huisnummer, tweeëndertig, is een geverfde porseleinen tegel met blauwe bloemetjes rond de cijfers gekruld. Het houdt mijn leeftijd vast en de keramieklessen die ik niet heb genomen in mijn twintigerjaren. Aan de overkant zijn de zwevende bloembakken en ganzen van de rode bakstenengevel gehaald. De acht jaar lang Mooiste Gevel van Vlaanderen heeft nu een rij lege bierflesjes achter het linker raam staan op de tweede verdieping. Ze heeft mijn hemden nog gestreken toen ik twee huizen verder kwam wonen. Ze heeft mij een strijkijzer cadeau gedaan, uiteindelijk. 'Want een man houd je niet in leven door het een vis te geven, maar een hengel'. Dat had ze uit de bijbel. Ze kwam van de generatie waar meneer pastoor zelf nog bij op de biecht moest. Het houten witte rolluik van de fietsenmaker wat verderop is afgebladderd. Er hangt een vergeeld affiche op dat ze tijdelijk gesloten zijn wegens verbouwingen. Het hing er toen ik hier voor het eerst heen verhuisde. Ondertussen ben ik toe aan mijn derde appartement en wegens krenterige streken doe ik dat nooit vóór de contractuele opzegtermijn. Als eufemisme voor faillissement, is verbouwingen wel niet slecht gevonden. Eindigen op een hoogtepunt. De boom op de hoek wordt elk jaar sterker dan de drie houten pikkels die hem met een strakke zwarte rekker het rechte pad wijzen. Zijn bladeren vallen nog elke herfst en als de gemeente ze niet heeft weggeblazen of opgeharkt, kan ik het niet laten ze in het rond te schoppen. Als er op dat moment mensen kijken of het kan me op dat moment schelen dat er mensen zouden kunnen kijken, laat ik ze onopvallend onder mijn schoenen verbrokkelen. Ik passeer deze straat elke dag. Van en naar het station. Van en naar het werk. Van en naar de winkel. Net zoals we gemiddeld tweeëndertig jaar slapen in ons leven, heb ik in deze straat tijd doorgebracht die ik niet meer terugkrijg. Tijd die ik had kunnen spenderen aan keramieklessen en trouwjurken stikken. Of een man vinden om ín een huwelijk te strikken. Ik passeer deze straat elke dag. En nooit verandert er iets. Tot ik achter een stelling, het oorspronkelijke gebouw niet meer voor de geest kan halen.

Amarant Plas
51 4

Wie ben ik?

Een balpen beweegt over een blad papier. Het eerste woord is kort: ‘Kim.’ Drie letters, niet meer. Het woord zwemt door de lucht telkens als iemand hem nodig heeft. De pen springt verder op de pagina, ‘Stessens’ verschijnt als een spook achter ‘Kim.’ Jammer genoeg kunnen de acht letters niet vliegen. Het lange woord kruipt over alle bladeren heen, sinds zijn eerste levensjaar. De pen tekent een huisje met het opschrift: ‘Hasselt.’ Hij passeert vele letters, woorden, zinnen tot verhalen, en stopt na de vierendertig te hebben bereikt. Hij kreunt en draait rond de tekeningen, met een kleedje van tekst. Vervolgens geniet hij van verhalen die teruggaan naar de hemel van het boekenrijk. Met een gebed naar de Bibliothecaris, hoopt hij op een toekomst. De pen glijdt over het papier. In paniek, want de Tipp-Ex veegt de letters weg. Opgejaagd door rode cijfers vlucht hij weg. Bloedende letters, met hoornen en een staart, laten hem beven. Geen enkel kopieerapparaat heet hem welkom, waardoor er geen nieuwe inkt binnenkomt. De pen vlucht eenzaam naar het huisje. Hij stopt plots. Een stempel valt uit de lucht. De afdruk van de zwarte inkt droogt op. Een vaag woord ‘autisme’ verschijnt in de schaduw achter de laatste zin. De pen worstelt door de afdruk heen, maar een tweede aanval doet hem terugdeinzen. Hij trilt. Een afdruk met het woord: ‘homo’ brandt zich op het papier. De pen struikelt en er vormt zich een streep door zijn leven. Hij kruipt door de vlekken verder naar een boek dat open ligt. De pen grijpt naar de lege pagina’s, maar een dief verdwijnt met de schatkist in de nacht. Met zwarte tranen valt hij in slaap. De balpen ontwaakt bij het zien van een nieuw licht. Hij springt op een vers blad papier. Met sierlijke letters danst hij tot er zich een woord vormt: ‘Inktvis.’

Kim Stessens
25 1

Een kleine wens

Ik ontwaak, sta op, maar een helse pijn overvalt me. Ik draai me en stoot mijn voeten. Terwijl ik op mijn tanden bijt, zie ik de andere kant van bed. De shock verdooft de pijn, want mijn benen liggen grotendeels uit bed. Is mijn bed gekrompen? Normaal liggen mijn voeten toch bijna een halve meter van het beduiteinde. Ik voel de pijn verdwijnen en sta recht, maar een klap tegen mijn hoofd beëindigt de euforie al snel. Mijn verstand heeft kennis gemaakt met de hemel van beton. Ik buk mijn hoofd, terwijl het plafond mijn ogen precies grijpt. Normaal is dat toch twee meter dertig? Dit zou onmogelijk moeten zijn. Ofwel is de kamer gekrompen, ofwel ben ik ineens een dikke zeventig centimeter gegroeid. Ik denk na over de uiterst vreemde situatie tot mijn oog op de weegschaal valt. Misschien kan ik zo de waarheid achterhalen. Ik zet mijn voeten die eerder op vrachtschepen lijken op de balans. Ik kijk naar de rode cijfers die met angst beginnen te stabiliseren. Drie nummers staan hand in hand voor de komma. Ik slik. Ik ben dus groter geworden, tenzij een derde optie een andere verklaring geeft. Voordat ik me verder zorgen maak, kan ik me beter eerst wassen en omkleden. Met slechts de helft van het normaal aantal stappen, bereik ik de kast. Natuurlijk kan ik het grijze landschap van stof en vuil niet negeren dat gelijk een dak mijn kleren droog houdt. Nota aan mezelf: ik moet ook de bovenkant van de kast poetsen. Met irritatie gaat de kastdeur open, behoorlijk moeilijk als je handen lijken op die van een hooivork. Ik haal mijn kleren eruit. Ik voel het koud zweet van mijn lichaam af paraderen. Mijn T-shirt is slechts de helft van mijn schouders breed. Dit past niet. Moet ik nu nog naakt gaan rondlopen? Ik neem een proper laken, het is beter dan niks. De vraag spookt door mijn hoofd: waarom wilde ik groter zijn? Ik stap naar de badkamer, maar de deur heeft een ander idee. Mijn hoofd neemt de muur erboven voor zijn rekening. Het word zwart voor mijn ogen, tot de duisternis verdwijnt. Mijn gezicht plakt op de grond. Ik duizel nog even en grijp het bed vast om terug recht te staan. Ik zucht. Ik ben terug normaal. Ik kan beter blij zijn met zoals ik ben, het kan altijd erger. Ik leg me terug in bed, en droom dat ik beter mezelf kan zijn.

Kim Stessens
11 2

Klussen

Ik ben nooit handig geweest. Als kind al niet, het vak handenarbeid was niet aan mij besteed. Andere kinderen knutselden de mooiste dingen in elkaar. Ik was al blij als het niet uit elkaar viel. Laat staan dat ik verwachtte dat het ergens op leek. Ook handwerken was een crime. In die tijd (lang geleden) kregen de meisjes nog handwerkles op de lagere school. Ik weet nog dat mijn zelfgehaakte pannenlappen volstrekt ongeschikt waren voor hun doel. Het lukte me maar niet om er een vierkant lapje van te maken. Daarom was ik heel gelukkig dat mijn maatje wel erg handig was. Hij vond het ook leuk om dingen te maken die het gemak vergrootten. Gelukkig was hij geen verbouwer, daar zou ik heel ongelukkig van zijn geworden. Ons huis was klaar en er werd alleen gerepareerd of verbouwd als het nodig was. Maar klusjes, ja, daar draaide hij zijn hand niet voor om.  Ik had dus in al die jaren ook nog nooit een hamer of boormachine in mijn handen gehad. Ik keek wel link uit. De buxusschaar die ik voor mijn verjaardag kreeg was op accu. Dan kon ik tenminste niet weer door het snoer heen snoeien. Mijn maatje lachte er altijd goedmoedig om, als ik weer eens stond te klunzen. Ieder zijn talent. Maar ja, nu loop ik toch wel eens tegen dingen aan. En natuurlijk, ik kan om hulp vragen en die krijg ik dan ook, maar soms vind ik dat ik het eerst zelf moet proberen. Want sommige dingen moet ik toch zelf ook kunnen. Iedereen kan dat, waarom ik dan niet. Maar ik moet zeggen, dat valt toch tegen. Ik zie mezelf dan staan. Met een plastic wieltje dat gebroken is. En waarvan ik heldhaftig denk “dat moet ik toch zelf kunnen lijmen”. Secondelijm heb ik. Dus een druppeltje lijm erop, even laten drogen, pinnetje erin. En blub, een klodder lijm op de vloer. Nee hè, als dat opdroogt krijg ik het er nooit meer af. Dus hup, op pad voor een stuk keukenrol.  En toen, echt als getroffen door de bliksem, stond ik stil. Want Stef had heel geïnteresseerd staan kijken wat ik aan het doen was. Ik kon nog net voorkomen dat hij de klodder lijm van de vloer af likte. Door met mijn hand het spul weg te vegen. En ja, daar stond ik, met mijn vingers aan elkaar gelijmd. Echt, dan kan ik mezelf zo’n sufferd voelen. Maar goed, gelukkig had ik die andere sufferd in huis gered van een groter debacle. En dat gaf dan toch wel weer voldoening. En het wieltje is er niet meer afgelopen. Ik leer het wel.    

Machteld
4 0

Dag madam

Het is te warm voor een grote wandeltocht. Dan maar niet te ver, besluiten we. Ik ben met onze oudste amper de deur uit wanneer een man van ongeveer mijn leeftijd ons op de fiets passeert. Hij knikt vriendelijk, waarna wij hetzelfde doen. Als de man iets verder is, zeg ik 'Dag madam'. Onze zoon kijkt me aan zoals een tennisser die in de derde set na twee verliezende sets met 5-1 en 40-15 achterstaat. 'Alle hoop is verloren'.  "Wat zegt gij nu?" "Ik weet het", zeg ik. "Dat klinkt raar, maar ik zal vertellen waarom ik 'Dag madam' zei. Die man belde vroeger regelmatig naar ons thuis. Bij oma en bompa dus. Op de vaste telefoon, want gsm's bestonden nog niet. Nu zijn er amper vaste telefoontoestellen. Op het werk wel, maar bij mensen thuis veel minder. Wij hebben die van ons ook niet gemist. Nieuwe technologie zet het voorgaande op losse schroeven. Daar keken ze trouwens thuis altijd naar, een Nederlands muziekprogramma, gepresenteerd door die man met zijn grote snor. Het is later veranderd in ‘Op volle toeren’. Eigenlijk heette het programma 'Op losse groeven', maar ik sprak het verkeerd uit. Ik zei 'Op losse schroeve...' "Stop pa. Vertel gewoon verder over die man van daarnet", onderbreekt hij me. "Juist. Hij belde voor mijn broer. Ik was telkens het snelst bij de telefoon en nam op met 'Hallo, Lavreysen’, waarna hij altijd 'Dag madam' zei. Ik had nochtans geen fijn stemmetje. Integendeel zelfs. Ik heb het nooit begrepen." "Maar je verbeterde hem niet? Je zei niet 'Het is Rudi' ofzo." "Nee, ik denk het niet, maar het is lang geleden. Ik weet alleen dat hij altijd 'Dag madam' zei. Op een gegeven moment ben ik gestopt met zo snel naar de telefoon te lopen. Het was toch nooit voor mij."

Rudi Lavreysen
15 0

Dag meneer merel!

Sinds twee dagen heb ik er een nieuwe vriend bij!Ik lijk wel "Nathalie groet 's morgens de dingen!"Bij mij is het geen ventje op de fiets met de bloem poem poem, maar "Dag meneer Merel!"Elke ochtend en avond hoor ik zijn aanwezigheid hoog in de enige overgebleven boom naast ons stadstuintje.Ik woon in een rijwoning met een kleine tuin.Tot vorig jaar was het een klein gezellig groen tuintje.Zo een beetje ons eigen secret garden omringd door grote, prachtige verwilderde bomen van onze buurman.Alles in zijn geheel had dit een leuk en groen gevoel en leek het alsof we in een dicht begroeid natuurgebied woonden midden in de stad.De vogels konden er naar hartenlust hun ding doen en maakten ons elke ochtend goed gehumeurd wakker.Tot op een herfstavond vorig jaar...Die avond kwam ik thuis van mijn werk en leek onze tuin plots open en bloot.Weg waren de verwilderde groene zalige bomen!Onze buurman was begonnen met snoeien waardoor er nog een schamele dennenboom en ingekorte eik overbleef.Voor de rest waren er enkel nog grijze betonplaten te zien en kon ik naar onze vrienden zwaaien, terwijl dit voorheen nooit mogelijk was.Wat voor een eikel haalde het in zijn hoofd om dit mooie plaatje weg te halen?OK! Wij hebben geen recht van spreken, niet ons eigendom, maar dat van de eikel!Maar nu.. Hiep hiep hoera!Sinds vorige week zondag horen we hoog in de eenzame eik een meneer merel zingen!We hebben hem een naam gegeven en voortaan heet onze merel "Pol voor de vrienden!"Het is net alsof hij zijn das en kostuum draagt en vlijtig probeert de vrouwtjes te lokken.Wie niet van dit schouwspel kan genieten moet dus echt een eikel zijn!Dank je wel meneer Pol voor het positief starten van de dag.Je "hoog op je troon boom" komt nu stilletjes aan in bloei en nu kunnen we je nog zien schitteren met je borst vooruit.Binnenkort zit je lekker verstopt in het groen.Maar blijf alsjeblieft tot eind augustus bij ons flirten met de dames!

NoNaSh
2 1

Je veux vivre, libre et rire

Eindelijk zomer! Vakantie! Komende zaterdag vertrek ik met mijn vriendin op een weekendje us- time.Even weg van alle sleur, vrij zijn en vooral ons zelf zijn. Ons 2 daagse start in Nieuwpoort en we fietsen langs de ijzer via Diksmuide naar Ieper.Goed uitgekiende rustige route met bankjes aan het water.Waar we kunnen aperitieven met hapjes.Een picknick die 10 keer beter zal smaken dan ergens anders.Rijden in stilte, beetje praten en lachen en dan weer even stilte en dan zuchten.Een zucht van gelukzaligheid.Zalig die zaligheid met ons 2. De westhoek.Mijn lang leven geweest.Ik keer er zo graag naar terug.Fier dat ik dit met mijn vriendin kan delen.In de vooravond wil ik haar mijne picon laten proeven en genieten van de sfeer op de Grote markt aan de Hallen.Zalig.Zucht. Één nachtje zonder onze wederhelft..Een groot bed voor ons alleen.We worden niet gestoord door gesnurk of gebrabbel, tenzij het uit ons eigen mond komt.Maar daar slapen we door.Vrij om even us time te creëren. Stilte.Rust.Zalig.Zucht. Lekker ontbijt met ons 2 op zondagochtend.Onze boel verzamelen en on the road again.We fietsen vandaag via de mooiste dorpjes naar Veurne.West-Vleteren, Beauvoorde en Oeren.Zelfs wil ik tonen waar Willem Vermandere woont en waar zijn kunst tentoongesteld staat in de kerk van Steenkerke.En waar er zo een gezellig terrasje is..Ja! je raadt het al! Ook daar hebben ze lekkere picon 🙃We hebben tijd! En we doen het op het gemak.Is tenslotte 65 km.Fietsen.Zon.Genieten.Zucht. Veurne, grote markt.Mooie oude Vlaamsche gebouwen.Het straalt iets uit.Nog een mooi plaatsje "bachten de kupe"Onze mannen staan ons op te wachten.'T zijn schatjes.Straks samen terug naar huis.Eerst genieten van een Bourgondische maaltijd.65 km fietsen geeft je honger.Weekendje Westhoek zit erop.Wat was dit leuk.Us time is voorbij.Zucht. By NoNaSh

NoNaSh
0 0

Treasure Island

Het cliché van de ochtendstond en de mengeling van dat goud en Aquafresh in mijn mond is waar.Ik hou van het zien en voelen van een omgeving die wakker wordt.Hier dicht aan zee in Bretagne is vroeg opstaan een must.In Finistère ligt het vol met kleine eilandjes.Onze planning vandaag is om op avontuur te gaan naar de twee eilandjes voor onze Plage Iilia.Deze morgen worden we allebei aangetrokken door het getij van de zee.Welke schatten blijven er niet liggen als het water zich terugtrekt en het strand breed is?Het zeewier ligt er bij als 1 groot gazon.Schelpen liggen er voor het rapen en heel wat krabben hebben het niet overleefd.Een luxe ontbijt voor de meeuwen.Zeepieren laten met massa's hun sporen na en in de verte hoor je de tractor heen en weer rijden om de oesters binnen te halen.Deze ongerepte natuur is zo mooi en ruikt heerlijk!Gewapend met onze verrekijker en Google Lens (We zijn van die moderne ontdekkingsreizigers) stappen we verder naar de eilandjes.De vegetatie aldaar is enorm en uniek.Google Lens komt hier goed van pas.We leren namen als Scabiosa, Zandblauwtje, de Lotus Corniculatus, de zeewinde en Manoor kennen.Leuke namen met krachtige betekenissen.Op Île Wrac'h staat een vuurtoren uit 1845 waar er een oude muur met poort rond gebouwd is.Ik waan mij in een boek van de vijf, op Treasure Island.Het andere eiland met de naam Lec'h Wenn geeft mij dan het gevoel in het oude Ierland te zijn van 1900.Op dit piepkleine stukje land staat een vervallen huisje die zo kan meedingen als filmlocatie.De vloed komt vlugger opzetten dan je denkt in Bretagne.En een gedachte flitst door mijn hoofd.. "wat als" we de nacht moeten doorbrengen op Treasure Island?Alleen al denken aan het drinken van wilde gemberthee of kauwen op de mooie blaadjes van de zeewinde doet ons besluiten om terug te keren naar het vasteland en onze uitstap te beëindigen in onze crêperie om de hoek.En 't leukste van al is..Ik word getrakteerd door mijn eigenste Durkinson Crusoe!God! I love this man! By NoNaSh 

NoNaSh
0 0