Lezen

dat pak

dat pak dat pak trok ik uit het paste me niet langer geld voor een nieuw had ik niet genoeg in mijn kleerkast fitte me wel ik wist dat pak pakte me als voor het eerst toen ik erin schitterde en dacht geluk te zien het lang verwachte iets dat me toekwam iets waartoe ik had gewerkt het pak voelde als een geschenk bijna als die beloning een tijdlang droeg ik het ik combineerde frivool met andere stukken het ging me best af  edoch complimenten bleven uit de overtuiging waarbinnen ik vertoefde strookte niet met wat mijn toeschouwer zag het wrong toch schreeuwde ik mijn ding showde met pak flaneerde in goten liet het bespetteren her en der scheurde het me te nauw voor mijn vormen het pak wou ik koste wat het koste dragen het verslijten tot op de draad mijn verdienste was het immers hier zwoegde ik jaren voor blikken werden intussen stiller ik wist het edoch wou niet kijken mijn trots was te groot mijn overtuiging te sterk soms aantrok ik het pak bewust ik wist het weerhield me van vreugde van vrijheid het maakte me stiller in mijn levenswerk in mijn schrijven werd ik beknot ik werd weinig begrepen het pak weerspiegelde me niet meer als die vulkaan stond ik op uitbarsten het onbehaaglijke voelen durfde ik niet langzaam maar zeker verstopte ik mezelf ik maakte me klein hield woorden binnensmonds werd veelal monddood mijn ivoren toren brokkelde af mijn schreeuw werd stil mijn pak wist niet langer te overtuigen lang al was ik niet meer wie ik was het pak beknelde me niet lekker stond het me nog het wrong op meerdere plaatsen ik wist het werd hoog tijd dat ik het uittrok het paste me niet langer

de jutte acrobate
0 0

Hoezo, een mes mee?

Je kunt tegenwoordig geen nieuwssite bekijken (of krant openslaan) of je komt weer een verslag tegen van een steekpartij. Jong en oud, het maakt niet uit, geschillen worden niet meer uitgesproken maar “uitgestoken”. Ik verbaas me er over. Zeker als het gaat over daders die nog heel jong zijn. Hoe komen die dan aan een mes. Zeggen die ’s morgens tegen hun moeder “mam, ik neem even je vleesmes mee.” En zegt die moeder dan tegen haar kind “dat is goed hoor jongen, kijk uit dat je je er niet aan snijdt.” Waarbij de jongen het mes vrolijk tussen zijn wiskundeboek en zijn tablet opbergt. Hup, in de rugzak. Hoezo neem je een mes mee naar school? Onlangs las ik dat op een middelbare school in Frankrijk een lerares was doodgestoken. De dader, een leerling van 16 jaar, had stemmen in zijn hoofd gehad. Hij zou lijden aan een psychische stoornis. Oh, nee, maar dan kan hij er niks aan doen. Dan heeft die lerares gewoon pech gehad. Maar je zult die jongen maar net tegenkomen. Want die dame zal waarschijnlijk ook een relatie hebben gehad. En misschien ook kinderen.  Vorig jaar schreven jongeren ongeveer 70 steekincidenten op hun naam. Waarbij 10 mensen om het leven kwamen. Zelfs op oudejaarsdag werd er nog een 18-jarige knul doodgestoken. Gelukkig nieuwjaar, zou ik zeggen. Of wat te denken van die jongen van 16 die zijn schoolgenootje van 14 doodstak. Wat is er mis met ouderwets knokken. Waarbij dan een leraar tussenbeide kwam en de kemphanen allebei strafwerk kregen. Ze hadden wat blauwe plekken en schrammen maar ze overleefden het in ieder geval wel. Een geknakt ego is nog altijd minder erg dan een geknakt leven. Oh, en steekincidenten zijn van alle tijden, dat weet ik heus wel. Maar wat me toch een beetje beangstigt, is het schijnbare gemak waarmee jonge mensen met een steekwapen rondlopen. En het ook gebruiken. En je kunt wel denken, dat overkomt mij niet, maar je weet nooit naast wie je in de bus zit. Of wie je tegenkomt in het park als je de hond uitlaat. En dat vind ik helemaal geen prettig idee.        

Machteld
12 1

Brooddronken, deel 2, hoofdstuk 2

2   “Ringo, op 24 december 2001 heeft u dienst 21 uitgevoert. Nadat u op ronde bent vertrokken, werdt vastgestelt dat u het boekje 607 niet heeft meegenomen. Het is nogthans verplicht dat u u boekje 607 meeneemt op ronde. Waarom heeft u u boekje niet meegenomen? Om uitleg!” Deze woorden, opgesteld in gebrekkige taal, bevinden zich op het model 9 van Ringo Vanderbeken, vervanger op dienst 21, dat hij voor zich houdt. ‘Mag ik lezen wat er op staat?’ vraagt Jimmy. Ringo geeft Jimmy het model 9. ‘Doe maar,’ zegt hij, ‘het zal niet lang duren eer ge er ook één zult hebben.’ ‘Hoezo?’ ‘Sommige mensen schrijven nu eenmaal graag,’ zegt Ringo terwijl hij een handgreep brieven uit de rode bak haalt die aan zijn werkpost staat, ‘dan hebben ze nog iets te doen terwijl wij buiten aan het zwoegen zijn.’ ‘Als ze nu nog eens konden schrijven,’ zegt Jimmy. Ringo gooit de brieven terug in de bak en komt naast Jimmy staan, het model 9 meelezend. ‘Wel, kijk hier: “uitgevoert”, dat moet met een “d” zijn. Da’s een voltooid deelwoord, het merendeel daarvan is met een “d”. En hier: “werdt vastgestelt”. En “nogthans”, en “u” als bezittelijk voornaamwoord. Twee keer zelfs!’ zegt Jimmy. ‘Da’s iets dat ge nog wel zult leren. Om hogerop te geraken, moet ge vooral niet te veel kunnen. Het is wie dat ge kent dat belangrijk is. Er was ooit een keer een examen voor ik weet niet wat en Gilbert van dienst zes deed mee. Hij was er door, maar één of andere jonge springer heeft zijn plaats ingenomen – en die was zelfs niet geslaagd voor ’t examen,’ zegt Ringo. ‘Hoezo?’ ‘Wel ja, ’t hangt er van af hoe goed ge u kunt verkopen,’ zegt Ringo, ‘en welke sport dat ge doet. Ik ben ’t nog aan ’t bekijken, maar ik heb al gezien dat als ge koerst, ge een stapke voor hebt bij bepaalde mensen.’ ‘Dus eigenlijk moogt ge nog zo dom zijn als ’t gat van een koe, zolang ge in een koerstenueke past, kunt ge carrière maken?’ Ringo knikt. ‘Waarom denkt ge dat uwe pa nooit hogerop is geraakt? ’t Is niet omdat hij drinkt, zulle. Want de frigo bij de inspecteur staat vol met kortendrank.’ ‘Hoe weet gij dat?’ vraagt Jimmy. ‘Is ’t u nooit opgevallen dat de dagen dat uwe pa steendronken thuiskomt, dat hij dikwijls een model 9 krijgt voor zaken die niets met dronkenschap te maken hebben? De inspecteur is ne maat van uwe pa, moest ge ’t nog niet weten. Uwe pa krijgt ne model 9 en dan gaat hij er over klappen met de inspecteur en dan drinken ze een fles kortendrank leeg.’ Bruno maant Ringo aan om op zijn taal te letten – krijgt hij van de inspecteur geen veeg uit de pan, dan krijgt hij wel van Reginald een vijg tegen zijn oor. Jimmy neemt ook nog een handgreep brieven uit de bak en tracht er het beste van te maken. ‘Al hetgeen dat ge niet vindt, moet ge maar op een hopelke leggen op uw schof. Ik ga dan wel kijken hoe of wat,’ zegt Bruno. ‘Wat is dat eigenlijk, dat boekske 607?’ vraagt Jimmy. Terwijl Bruno de aangetekende zendingen op volgorde steekt – het zijn er niet zo veel, omdat de bedrijven stil liggen met de feestdagen – dient hij Jimmy van antwoord. ‘Het boekske 607, da’s iets wat ge eigenlijk niet nodig hebt, behalve wanneer dat ge ’t nodig hebt.’ ‘Leg uit?’ ‘Sommige mensen betalen hun elektriek, of hun gas, water of pacht van hun huis per overschrijving. Die kunnen dikwijls niet naar de bank. Dan kunnen zij dat storten bij ons, tegen betaling uiteraard.’ ‘Hoe werkt dat dan?’ ‘Eigenlijk feitelijk is ’t het beste dat ge daar al niet te veel mee te maken hebt, zeker in uw beginperiode.’ ‘Hoezo?’ ‘Ik leg u dat straks wel eens uit, of morgen of zo. Vandaag is ’t best dat we ons bezig houden met de ronde alleen.’ ‘Oké,’ zegt Jimmy en werkt zwijgend het uitsmijten van de dienst verder af. Het stapeltje brieven die hij niet kan vinden is opvallend klein, vindt Bruno, behalve dan de brieven zonder adres maar die worden zonder pardon teruggestuurd. ‘Heb je al een stempel?’ vraagt Bruno. ‘Ja,’ antwoordt Jimmy, ‘ze hebben mij dat vanochtend gegeven.’ Hij haalt een klein buisje tevoorschijn dat open- en dichtgedaan kan worden zoals een vulpen. ‘Welk nummer heb je?’ vraagt Ringo die naast hem staat. ‘110.’ Bruno neemt de nummerstempel van Jimmy over. ‘Dan zijt ge nu facteur 110. In alles wat ge doet, zij het doorsturen of terugsturen van post, moet ge een stempel zetten. Ik ga u dat direct eens tonen, als we de brieven terugsturen.’

Miguel
10 1