Lezen

Ik kom er nog goed vanaf

Ik omhels mezelf steeds vaker. In mijn eigen armen, stevig gekruist rond mijn middel, vind ik troost en warmte. Het is niet zo dat ik de aanraking van iemand anders mis en dat op deze manier tracht te compenseren. Ik schuw fysiek contact niet en heb het geluk omringd te zijn met mensen die daar hetzelfde over denken. Dat is ooit anders geweest, vroeger voelde ik me ongemakkelijk als mensen, zelfs vrienden, mij aanraakten. Alleen van mijn partner kon ik dat hebben. De laatste jaren is dat veranderd en gebeurt het knuffelen spontaan. Soms zelfs met wildvreemden, als het op dat moment juist voelt. Simultaan is het knuffelen met mezelf in mijn bewustzijn gegroeid. Ik ben het beginnen doen nadat ik me diepgaand realiseerde dat niemand zo goed voor mij kan zorgen als ikzelf. Niemand anders dan ikzelf kan haarfijn voelen wat ik nodig heb. Ik weet als geen ander wat ik wil en hoe mijn lichaam werkt. Tergende pijnen, wanhoop en andere eindeloos lijkende beperkingen heb ik doorstaan om er uiteindelijk achter te komen wie ik ben en waar mijn grenzen en sterktes liggen. Ik heb voor mezelf een leven gecreëerd waarin levensvreugde en dankbaarheid het leed overstijgen. Bevrijd van mijn zwaarste struikelblokken kan ik nu dansen, terwijl ik voorheen enkel kon kruipen. De ontdekkingstocht naar mezelf is nog steeds gaande en zal hoogstwaarschijnlijk blijven uitdeinen. Maar nu ben ik op het punt gekomen waar ik mezelf oprecht kan omhelzen en prijzen om de weg die ik heb afgelegd. En om de persoon die ik daardoor geworden ben. Mijn lichaam, dat altijd trouw tot mijn dienst staat, ook al heb ik dat soms geheel anders geïnterpreteerd, heeft veel te verduren gekregen. Zowel extern als intern werd het systematisch belaagd met toxiciteit van diverse aard. Het lijkt quasi onmogelijk om door het leven te gaan zonder daarmee in contact te komen. Het zit in onze voeding, lucht, aarde, water, medicijnen, technologie, kleding, relaties en gedachten. Tal van verdoken zelfdestructieve gewoontes worden al vanaf de kindertijd ingeprent en vaak ook doorgegeven van generatie op generatie. Zo denk ik bijvoorbeeld aan de gewoonte om de eigen gevoelens te onderdrukken en te handelen naar verwachtingen van anderen. Of de gewoonte om hard en veel te werken en de eigenwaarde zo rechtstreeks te koppelen aan prestaties. Of het dagelijks eten van gesuikerde zuivelproducten en het poetsen van de tanden met fluoride tandpasta. Dit zijn slechts 4 luttele voorbeelden in een massa aan manieren waarop we onszelf tekort kunnen doen in deze complexe wereld. Het maakt het leven zwaarder en verwijdert ons steeds verder van onze essentie. Klaarder dan ooit zie ik nu hoeveel destructie mijn lichaam heeft moeten verwerken. Het meest van de tijd was ik er niet bewust van. Wegens een gebrek aan zelfvertrouwen en een handleiding voor het leven, eigende ik mezelf allerlei handelingen en behandelingen toe die eigenlijk niet pasten bij mijn authentieke energie. Natuurlijk voelde ik wel dat er iets schortte, maar ik was het gewoon om mijn gevoelens te overstelpen met een kluwen aan gedachten, zoals zoveel mensen doen. Mijn lichaam liet steeds duidelijker blijken dat ik van mijn pad was afgedwaald, maar op doktersadvies werden deze signalen gesmoord en gelabeld als een ‘ongeneeslijke aandoening’. Het blindelings volgen van zogenaamde ‘geneesheren’ terwijl de eigen innerlijke bron aan kennis gewantrouwd of zelfs niet erkend wordt, is trouwens nog zo’n hardnekkige destructieve gewoonte die collectief als vanzelfsprekend wordt beschouwd. Al bij al, ondanks alle beproevingen die mij werden aangedaan en die ik mezelf heb aangedaan, kom ik er nog goed vanaf. Meer dan goed zelfs. Ik ben hier en daar wat onderdelen kwijt en ook vandaag moet het nog een ‘aanvaardbare’ dosis toxiciteit verwerken, maar mijn lichaam werkt desondanks prima. Het is veerkrachtig, vergevingsgezind en herstelt zichzelf keer op keer. Daarom omhels ik mezelf en spreek ik mijn dankbaarheid uit. De duisternis in deze wereld kan niet voorkomen dat mijn eigenliefde groeit. Integendeel.________________________https://www.karoliendeman.com/blog/2022/4/10/ik-kom-er-nog-goed-vanaf

KarolienDeman
32 1

Geschreven met aarde onder mijn nagels

Het schrijven stond de laatste maanden ergens onderaan mijn prioriteitenlijstje want ik had mijn hoofd en handen vol met het uitbouwen van een zelfvoorzienend paradijsje. Verborgen tussen de Vlaamse velden ligt het bosje waar ik mij dagelijks uitleef en met een aanmoedigende regelmaat inspirerende en gelijkgestemde zielen ontmoet. Het verval en vele sporen van vergane glorie vormden geen drempel om dit stukje grond aan te kopen en gestaag het licht er weer feller te laten schijnen. Vier afvalcontainers en een netwerk aan bedrijvige handen later, straalt deze plek als nooit tevoren. En dit alles binnen een relatief korte periode van een jaar. Geduld is nooit mijn sterkste punt geweest, het vuur in mij is gulzig. Mijn acties en keuzes maken deel uit van een inwaarts kerende beweging die al enige tijd aan de gang is. In plaats van op zoek te gaan naar en te vertrouwen op externe bronnen, word ik steeds beter in het bij mezelf ten rade gaan. Om te durven beslissen vanuit intuïtie en gevoel, ongeacht wat de buitenwereld aanraadt, is zelfvertrouwen vereist. En dat groeit. Het raadplegen van de innerlijke bron is onontbeerlijk als je het overleven wil omzetten naar écht leven. Ik hoor en zie rondom mij dat vele anderen tot diezelfde conclusie zijn gekomen. Het lijkt typerend voor deze tijdsgeest. In deze wereld is er voor elk probleem een specialist. Lekt de kraan, dan bellen we een loodgieter. Lekt het lijf, dan bellen we een dokter. In blind vertrouwen rekenen we erop dat de specialist ons probleem zal oplossen en ons de weg wijzen. De eigen richtingaanwijzers worden afgedekt of genegeerd. Totdat blijkt dat het probleem ons met ongeziene hardnekkigheid blijft tergen, dan pas zit de kans erin dat we vanuit wanhoop in een andere richting zullen tasten. Sommige mensen zullen hun innerlijke bron blijven ontwijken en er de rest van hun leven van uit gaan dat alles wat hen overkomt een externe oorzaak alsook antwoord heeft. Maar vele anderen menen te zijn ontwaakt uit een aangeleerde droomstaat en ontdekken met vallen en opstaan de reikwijdte van hun ware capaciteit. Als kinderen die leren lopen. Terwijl ik een voedselbos en spirituele ontmoetingsplaats aan het vormgeven ben, leer ik zaken waarvan ik vind dat het elementaire leerstof op scholen zou moeten zijn. Kennis die we nodig hebben om te leven in plaats van te overleven. Kennis die als tegengif tegen de aangeprate angst kan ingezet worden. De lessen biologie die ik mij herinner, getuigden van een educatief ontwerp dat vervreemding van de natuur en onszelf in de hand werkt. Het raakt de essentie niet aan en richt de aandacht op een simplistisch schouwspel aan de oppervlakte. Zo zit de mechaniek van de kunstmatige wereld waarin wij leven in elkaar. We worden belaagd door allerlei afleidende signalen die ons willen doen geloven dat we kwetsbare onwetende wezens zijn die een opeenvolging aan injecties en instructies nodig hebben om te kunnen overleven in de grote boze wereld. Wroetend in de aarde ontdek ik mezelf, want ik leer en voel duidelijker dan ooit hoe wij één en dezelfde zijn. Hoe we met ons lichaam omgaan, reflecteert glashelder hoe we de aarde behandelen. We hebben geen idee hoe ons lichaam werkt (want dat is iets voor specialisten), net zo min we weten waar ons voedsel vandaan komt. En we bombarderen ons darmgestel met antibiotica, net zoals we akkers uitputten met verdelgingsmiddelen en artificiële bemesting. Ik leerde dat permacultuur één van de antwoorden kan zijn op het herstellen van een evenwichtige connectie tussen mens en natuur. Het welzijn van de mens ontkoppel je niet van de gezondheid van de bodem. Een vruchtbare bodem is een basisvereiste. Met deze wetenschap in het achterhoofd ben ik fanatiek (het vuur, weet je wel) aan het zaaien en planten gegaan. Tot op het moment dat ik besefte dat ik werkelijk in staat was mezelf in een burn-out te tuinieren. Ik bereik erg veel met dat vuur van mij, maar dat perfectionisme en die faalangst erbij maken het geheel uiterst ontvlambaar, waardoor ik wel eens met schroeiplekken thuis zit te recupereren. Al bij al lukt het wel redelijk om mezelf tijdig in te tomen voordat ik de controle over de vlammen volledig verlies, met dank aan de fysieke kwaaltjes die me er op precies de juiste moment aan herinneren waar mijn grenzen van eigenliefde liggen. Naast het tuinieren en al andere to do’s die ik mezelf voorschrijf, ontwikkel ik mezelf gemotiveerd in een richting waar ik geen kwaaltjes meer nodig heb om te vertragen en mijn grenzen te respecteren. Eigenlijk ben ik mijn hardleersheid en strengheid jegens mezelf echt kotsbeu. In periodes dat mijn schrijven uitblijft, vindt er veelal een groeischeut plaats. In dit geval mag je dat ook letterlijk nemen. Na het vergaren van inzichten, komt er altijd wel een moment dat ik de noodzaak voel om ze esthetisch te bundelen in woorden. Ik wil begrijpen, vertalen en delen. Mijn leergierigheid ontspruit vanuit een verlangen naar een zo authentiek mogelijk leven, wat vrijheid impliceert. Vrij van de angst die voortkomt uit blinde afhankelijkheid, vrij van toxische stoffen, gedachten en relaties en vrij van al de rest dat een zuivere connectie met mijn essentiële zelf in de weg staat. Zelfvertrouwen, zelfredzaamheid en een netwerk aan gezonde liefdevolle contacten zijn de drie pijlers waar ik mijn beeld van de toekomst op laat rusten. Ik merk hoe het bosje een magnetische werking heeft op mensen die momenteel in een gelijkaardige vibratie vertoeven. Dit was dan ook één van de intenties die ik met deze plek verbond. Hier ontmoet ik mezelf en anderen te midden van het liefdevolle groen dat ons uitnodigt om naar hartenlust te spelen._________________________________https://www.karoliendeman.com/blog/2022/5/21/geschreven-met-aarde-onder-mijn-nagels

KarolienDeman
21 1

Een spons die iets meer steen wil zijn

Elk deeltje van mezelf mag er zijn. Ik wil het allemaal aanvaarden en moederlijk toedekken onder een meedogende blik. Ruwe kantjes hebben evenzeer bestaansrecht en -reden. Maar niet alles hoeft mijn aandacht en energie te krijgen. Bepaalde delen wil ik niet voeden en groter maken. Net zoals ik liever geen energie uitwissel met bepaalde mensen. Simultaan met mijn vibratie en bewustzijn transformeerden mijn omgeving en contacten. Het besef dat mijn externe realiteit een spiegel is van mijn interne processen, doet mij situaties ‘lezen’. Als ware het gecodeerde boodschappen die iets vertellen over mezelf. Elke ontmoeting is een zogenaamde ‘vibrationele match’, een passend puzzelstuk op mijn vibratie of ‘staat van zijn’ van dat moment. En elke confrontatie die moeilijk of ongemakkelijk voelt, kan geïnterpreteerd worden als een kans of uitnodiging om mijn vibratie bij te stellen. Zo krijg ik wel eens te maken met situaties of mensen die het thema eigenliefde en grensafbakening aansnijden. Dat doen ze geheel onbewust door gewoon zichzelf te zijn. Ze duwen aan mijn grenzen en schotelen mij vraagstukken voor waarbij ik de keuze heb om dicht bij mij mezelf te blijven of mezelf voorbij te lopen. Nog steeds heb ik de neiging om naar een gulden middenweg te zoeken, terwijl het ondertussen al jaren duidelijk is dat het handelen vanuit een gebrek aan eigenliefde mij uitholt. Zelfs al is het maar een beetje of slechts af en toe. Dat er veel zaken klaar en duidelijk geworden zijn, maakt het er niet perse gemakkelijker op. Mijn grensafbakening lijkt zich niet altijd vloeiend rond sociale regels en beleefdheid te kunnen plooien. Resoluut voor mezelf kiezen (niet te verwarren met egoïsme), rijmt niet altijd met wat volgens mijn sensitieve en empathische kant ‘juist’ is. Er zijn absoluut geen twijfels over wat juist voelt, in een ultieme zelflievende vrijheid, geheel losstaand van verwachtingen. Maar wat juist lijkt, gezien vanuit alle betrokken standpunten, is vaak het onderwerp van onderbuiks gepieker. Zo bevind ik mij, na enkele dagen voorheen krachtig te hebben besloten om mij omwille van mijn alles absorberende poreusheid beter af te sluiten voor de verhalen van anderen, tegenover een ratelende vrouw waarvan ik het gevoel heb dat ze zich energetisch als een klein aapje aan mij vastklampt. Ze huurt mijn yurt voor een nacht, met de al lang vervlogen intentie om er stilte te vinden, en aast op gelegenheden waarbij ze mij kan aanspreken. Ik luister terwijl ik zoek naar een gepaste gelaatsuitdrukking en houding. Iets tussen erkennend vriendelijk en beleefd afstandelijk. Mijn romp weggedraaid van haar, alsof ik reeds onderweg ben naar ergens anders. In gedachten stel ik een timer in die binnen enkele minuten zal afgaan. Dan moet ik weg. Ik geef haar nog 5 minuten die er uiteindelijk 15 blijken te zijn. Al kom ik soms in de verleiding, ik doe mijn best om op niets in te gaan van wat ze zegt. De vragen die ze mij stelt, staan alleen maar ten dienste van een uitbreiding of bevestiging van haar verhaal. Opgewonden van overtuiging deelt ze mij mee hoe het hele Covid-gebeuren rakelings langs haar heen passeert. Ze houdt zich er niet mee bezig en gelooft er niet in, zegt ze. Ze heeft respect voor iedereen die zich heeft laten vaccineren, maar dat gif komt niet in haar lichaam. Ik voel hoe haar frustratie een lichte druk op mijn maag uitoefent en krijg plots de impuls om mijn schoenen uit te doen. Onverstoord vertelt ze verder over alles dat ze aan weinig mensen kwijt kan, terwijl ik mij blootvoets inbeeld hoe er een heldere rivier doorheen mijn lichaam raast en alle spanning en toxiciteit wegspoelt, diep de aarde in. Mijn handen maken onopvallende gebaren waarmee ik een energetische muur creëer tussen de vrouw en mij in. Niets gaat erdoor, niets kan mij raken. Een paar uur na deze ontmoeting schrik ik van het hoofd van een buurman dat plots over de schutting verschijnt. Zoals ik van hem gewoon ben, komt hij met een verhaal waarin hij zichzelf neerzet als slachtoffer van onrechtvaardigheid. Eveneens naar gewoonte sluit hij af met een stilte die vraagt om mijn verontwaardigde reactie, die ik met alle wil van de wereld niet langer kan veinzen. Het uitblijven van een gewenste respons maakt dat hij zijn verhaal met verheven stem ietsje aangedikt herhaalt. Het universum voorziet mij vandaag van twee prachtexemplaren van kansen waarbij ik mijn voornemens om sterk in mijn eigen energie te blijven staan kan vormgeven. Ik evalueer mezelf aan het eind van de dag als stuntelig en onzeker, terwijl ik anderzijds ook weet dat ik op korte tijd best grote sprongen heb gemaakt. Ik ben als een spons die oefent in wat meer steen zijn. De aard van iemands vibratie en welk effect deze op mij heeft, openbaart zich relatief snel. Het zijn details in de communicatie, zoals bijvoorbeeld de woordkeuze, die mij vertellen waar iemand staat ten opzichte van zichzelf en de wereld. Ook of een communicatie al dan niet ‘helder’ aanvoelt, is een grote indicator van de vibrationele frequentie van de ander. Manipulatie verschijnt in verschillende gedaantes, van subtiel en gewiekst tot ronduit grof en onbeholpen. Maar wat elke vorm van manipulatie gemeen heeft, is het troebele karakter van de communicatie. Het voelt alsof er ruis op de lijn zit, alsof niet alles goed doorkomt of begrepen wordt. Als een connectie niet helder is, loopt deze via kronkels en omwegen en een empaat zal deze van nature uit proberen te volgen, vaak met het verlies van zichzelf als resultaat. Tenzij het een geleerde empaat is die vanuit ervaring een keerpunt heeft bereikt en niet langer meegaat in de oneindige en zelfbeperkende verhalen van een ander. Wat niet hetzelfde is als onverschilligheid. Ik ben er mij bewust van dat ik mezelf ontmoet in een ander, dat mijn ik zelfs overloopt in een ander en in mijn omgeving, en omgekeerd. Maar anderzijds is het ook van cruciaal belang voor mijn welzijn dat ik de begrensdheid der dingen respecteer. Ik erken, aanvaard en eer de dualiteit van het grenzeloze dat niet kan bestaan zonder grenzen. En zoek mijn evenwicht op de deiningen die ontmoetingen met zich meebrengen.____________________________ https://www.karoliendeman.com/blog/2022/6/9/een-spons-die-iets-meer-steen-wil-zijn Foto door Lieven Herreman ©https://www.lievenherreman.com/

KarolienDeman
60 1

Gracias

De zestiger jaren.  Bob Dylan en Joan Baez zingen wereldwijd hun protestliederen. In onze Low Countries dragen Boudewijn de Groot en Armand hun steentje bij.  De flower power groeit uit tot een beweging die jongeren uit alle landen bekoort en samenbrengt.De Botanique, de voormalige Botanische tuin van Brussel is inmiddels uitgegroeid tot een vermaard cultuurcentrum van de Franstalige Gemeenschap in België.Op 10 juli 1989 staat de inmiddels legendarische Joan Baez geprogrammeerd.  Een grote meute  fans van weleer maar ook de jeugd van tegenwoordig is op het appel.  Haar repertoire is nu eenmaal van alle tijden.  Naast de serres,  die nu concertzalen herbergen,  staat in de tuin de Espace 2500, een omheinde ruimte onder een luifel met  tweeduizendvijfhonderd  zitplaatsen.Iedereen wacht gespannen tot de rebelse icoon van weleer het podium betreedt.  Er is geroezemoes.  Door haar politieke standpunten heeft ze hechte vrienden maar ook fervente vijanden gemaakt. Wat is er gaande?Dit is het deel van Brussel waar de kloof tussen rijk en arm zeer zichtbaar is. Jongeren die geen ticket kunnen bemachtigen proberen zich toegang te verschaffen tot de concertruimte door over de omheining te klimmen.  Ze worden door veiligheidsagenten weggehaald.Baez verschijnt en stopt abrupt de inzet van No woman  no cry.  Ze vraagt wat er gaande is."Ik zing geen noot verder tot jullie deze jongeren binnenlaten”, zegt ze.  Terstond geeft men gehoor aan haar eis.  De jongeren krijgen staanplaatsen voor het podium.  Er barst een minutenlang applaus los.In de helft van haar optreden covert  Baez de Beatlesong Let it be.  Ze eindigt met : Let them be en wijst voor de scène naar de jongeren die aan haar lippen hangen.Haar optreden besluit ze met de ode aan het leven: Gracias a la vida.Dank je, Joan.  

Vic de Bourg
20 1
Tip

alles, behalve

Ik voel mij onwennig in de kledij die ik gisteren heb gekocht.  Niet omdat ik niets had om aan te doen. Hetgeen ik had, een lang aansluitend zwart kleed met blote schouders, ging me té goed af. Ik had het online gekocht toen ik vijftien was en was te laat om het te retourneren. Vijf jaar later wurmde ik me er met lage verwachtingen opnieuw in en complimenteerde het plots mijn vormen. Ik heb niet veel vormen, dus het was quite the surprise. Hierna keek de spiegel me er ongemakkelijk in en kocht ik iets nieuw.  Ik sta derde in de rij.  De mensen die mij eerst benaderden werden vriendelijk verzocht op hun stappen terug te keren. Ofwel om de goede vrede te bewaren, de traditie in stand te houden of de volgorde in grootte van verdriet te waarborgen – alsof die bestaat. Ik ben erachter gekomen dat ik redelijk wat verborgen familie heb. Ik ben er ook meteen achter gekomen waarom dat best hebben blijft i.p.v. kennen. Iedereen deed alsof ze wisten wat aan te vangen met het voorwerp dat ze in hun handen geduwd kregen. Ze deden duidelijk gewoon hun voorganger na met het kruis dat ze maakten. Het was zodanig lang stil dat ik maar niet gevraagd heb of ze het thuis misschien eerst snel gegoogeld hadden. Aan de handen te zien die ik schudde - bezaaid met bloed-verdunde aders - wist ik het antwoord daarop eigenlijk al.  Ik ben verward.  De zon scheen en ik had het koud. Er liepen overschilderde elektriciteitsdraden langs het kaderment van de gegraveerde eiken deur. Ik vroeg me af waarvoor die dienden. Er waren geen lampen in de kamer. De pastoor zwierde het excentrieke broertje van een doordrenkte wc-borstel uit op de assepot. Het bleek een wijwaterkwast en ongepast om hierbij je lach in te houden. Niet omdat je niet hoort te lachen, maar omdat je niet de intentie hoort te hebben om te lachen. Ik weet dit. Ik weet ook dat je niet hoort bij te houden wie er weent en dat je niet bewust hoeft te zijn van hoe jij daar zelf niet toe behoort.  Ik denk aan alle automobilisten die niet claxonneren.  Naar het kerkhof toe liepen we de straat op, in volle verkeer, achter de lijkwagen. Ik had geen zonnecrème op mijn gezicht gesmeerd. Na drie opeenvolgende dagen was ik mijn nieuwe gewoonte om rimpels tegen te gaan, uitgerekend vandaag, vergeten. Ik liep vooraan, de wagen ging trager dan stapvoets. Ik ergerde mij aan de andere automobilisten. Ik hoorde ze niet claxonneren. Ik hoorde ze zich inhouden. Ik dacht aan wat voor een vreemde ervaring het is om in klaarlichte dag op straat te slenteren. Ik wist niet hoe ver het kerkhof was en hoe lang mijn samengeperste tenen het nog gingen uithouden. Ik dacht aan hoe snel kanker zich zou ontwikkelen na al die uitlaatgassen ingeademd te hebben en aan wat voor een goede chauffeur je niet moet zijn om zo traag te rijden en te stoppen en te rijden en te stoppen en te rijden, zonder stil te vallen. Ik dacht aan de motor in de auto en hoe spijtig het is dat die nooit eens goed kan optrekken. De bloemstukken op het dak van de wagen merkte ik pas op toen ze die eraf haalden om bij de asweide te leggen. Ik dacht aan hoe ik aan alles dacht, behalve. 

Amarant Plas
170 3

Hipster's paradise

Naar hippe feestjes ga ik enkel als ik daartoe gedwongen wordt met de dreiging van openbare geseling en vierendeling, behalve als mijn goede vriend Jonas Michielssen zijn zevenendertigste verjaardag viert. Jonas en ik leerden elkaar kennen toen we samen filosofie studeerden. Hij was een flamboyante, sociale man-van-de-wereld, een kunstkenner en geboren netwerker, terwijl ik als eenzame, sarcastische cultuurbarbaar mijn hogere studies louter aanvatte omdat ik nu eenmaal niets anders kon aanvangen met twee linkerhanden en een teveel aan nutteloos gepieker. Vandaag werkt Jonas als adviseur cultuurbeleid voor de Europese Commissie, terwijl ik nog steeds een eenzame, sarcastische cultuurbarbaar ben. Om raadselachtige redenen die enkel God kan bevroeden bleven Jonas en ik contact houden. Zo geschiedde dat ik op zaterdagavond 4 juni 2022 belandde op zijn verjaardagsfeestje in een luxeappartement op tien hoog, gevuld met hipsters die zo zelfingenomen waren dat ze high werden van de geur van hun eigen winden. Het feestje verliep zoals je van een hipsterfeestje kan verwachten. De hapjes bestonden uit ongezouten speltkoeken, groentenchips en een dipsaus die een verdachte gelijkenis vertoonde met de substantie die Jonas’ kater achterliet onder het salontafeltje. We dronken gemberlimonade van de wereldwinkel en natuurwijn, die uiteraard niet te zuipen was. Godzijdank had iemand (bij wijze van ironisch statement) Cara Pils binnen gesmokkeld, waardoor het toch nog een matig gezellige avond werd. Fotograaf van dienst was Nina, de Amsterdamse vriendin van Jonas, een gespeeld introvert meisje met knalrode lippen, een hoornbril zonder glas en haren met de kleur van zeewier. Ze droeg een oranje beanie en een sjaal uit de Think Twice, ofschoon het buiten 27° was. Toen ik haar daarop attent op maakte haalde ze slechts haar schouders op en nam een foto van mij met een flits die zo fel was dat ik stuiptrekkend ter aarde stortte. Nadat ik hersteld was van dit catatonische intermezzo ben ik per direct naar huis gegaan, maar niet zonder eerst mijn sigaret uit te duwen op de muts van Nina. Te oordelen naar de talrijke foto’s die de dagen nadien opdoken op sociale media heb ik weinig gemist. De Instagram-stories van Nina en Jonas toonden steeds dezelfde stereotiepe beanies, baarden, ruitjeshemden en bandshirt– ad infinitum, maar vooral ad nauseam. Los van de stilistische monotonie waren de hipstervrienden van Jonas best een divers zootje. De ene helft was veganist, de andere zweerde bij geroosterd vlees. De ene helft was geheelonthouder, de andere snoof zich een gat in hun schedel. De ene helft was libertair, de andere socialist. De ene helft had een biologische moestuin, de andere dacht dat maïs in blik groeit. De enige onderscheidende kenmerken van het hipsterdom zijn eenheid in stijl en eenheid in minachting. Net dat maakt van de hipsters - deze zelfverklaarde non-conformisten - de belichaming van de universele mens. Neerkijken op buitenstaanders is immers de kern van de menselijke conditie. Het enige wat mensen onderscheidt is de woordenschat waarmee ze elkaar veroordelen. Alles wel beschouwd heb ik dus weinig redenen om neer te kijken op hipsters. Alleen is het zo dat elke klasse zichzelf bepaalt ten koste van de andere - en ik ben nu eenmaal een klasse apart. Pieter Van der Schoot Foto: Eggo123, CC BY 3.0 https://creativecommons.org/licenses/by/3.0, via Wikimedia Commons

Pieter Van der Schoot
28 1

De letters in de tunnel bewegen

Shenzhen Thuiskomen, eten en douchen. Dat was mijn routine. Ik had een collega. - Een zwarte donkere dag. ik ben alleen. En op het werk ben ik al helemaal niet graag meer. Ik drink een kop koffie en ik kan weer volledig gaan. ‘Hej Shua. Hoe gaat het?’ ‘Goed, goed. Met jou?’ ‘Ook alles goed en wel.’ Ik wil geen tijd meer verliezen. De honderden microchips worden nu automatisch geconverteerd op een nieuwe chip. Dit was een rekenwerk dat er vooraf aan te pas ging, maar het rekenwerk heeft duidelijk zijn resultaat geleverd. Wanneer ik naar buiten ga, zie ik Shawnin een nieuwe werknemer, voor de intercom weer zitten. De bleke huid en de zware ogen die onder het zwarte haar uitsteken. Ik loop stil langs hem voorbij, voorbij het glazenraam, duidelijk genoeg want hij kan niet om mijn gestalte heen kijken. Zijn onschuldige blik gaat van zijn werkdesk naar boven. Verbaast door mijn mannelijke verschijning, weer zo laat voor de dag. ‘Daag Shawni’. ‘Hej’, piept ‘ie. De jongensstem uit zijn keel maakt me lichtjes verward, maar tegelijkertijd sterk aangetrokken tot hem. ‘Heb je plannen vanavond?’ ‘Nee, ik heb niets gepland voor vanavond. Hoezo?’ ‘Zin om vanavond mee naar de cinema te gaan? Ze draaien Fight club. Het moet blijkbaar echt de moeite zijn heb ik gehoord.’ ‘Oh, ja graag! Hoe laat spreken we dan af?’ ‘Mh, wat dacht je 20 uur aan de traphal van Utopolis? Ik kom vanuit mijn huis gewoon te voet.’ ‘Oké, top ideaal’ ‘Oke, tot later dan’. Hij stapt langs de voordeur van het gebouw weg. In de glasweerspiegeling van het bedrijf op de buitenbouw zie ik mijn eigen verschijning. Wat zie ik er weer goed uit vandaag en wat een berg werk heb ik weer verzet. Ze hebben me verkozen als beste werknemer van de maand. Het is onvermijdelijk mijn werk te erkennen. - Als ik ’s ochtends op het werk aankom zit hij nog aan de intercom van de vorige shift, met een plastic koffiebeker naast zich en kleine wallen onder zijn ogen. Zonder het te weten is hij bloedmooi door gewoon imperfect te wezen. ‘Goeiedag’, zoals ik zeg tegen al mijn collega’s en een schaamrood kleurt de blanke vrouwenwangen van de man. - Ik kom met de hond thuis, terwijl mijn partner al aan het werk is. De tas koffie staat nog op het keukenblad en de thermos op het aanrecht is ook meegegrist zie ik. God, wat hou ik van hem. Hij heeft zo’n jonge verschijning, dat ik wel een vijftiger naast hem lijk. De laatste dagen kringen er wallen onder zijn ogen, maar dat maakt hem sexy, kwetsbaar. Gisterenavond kwam ik hem ophalen en daar zat hij dan aan de intercom oproepen door te geven. Hij heeft dikwijls andere shiften dan ik. Ik neem hem mee aan zijn hand, open de deur voor hem. Ik behandel hem als mijn fragiele koning. Op weg naar huis in een auto met het dak opengedraaid. Aangekomen thuis leggen we netjes onze spullen weg. Alsof waar we alles legden breken kon. We hebben dan bijvoorbeeld een salontafel van glas en verder een fragiel interieur. De boodschappentas uit de auto sleur ik op tafel. Ik scherp de messen aan en nadat hij zijn jas heeft weggehangen blijft mijn blik aan hem plakken. Zo klein en fijn. Ik wil hem op mijn schoot hebben, maar het lijkt anderzijds bijna pervers da ik hem op mijn schoot claimen kan. - Het is al donker. 20 uur. Ik parkeer de auto op de oprit. Ik zie een zwarte kikker op het muurtje naast de autodeur. Een zwarte punt in het landschap. Niets betekend en vergiftigd. Zoals ik. Ik heb zin om hem dood te trappen, maar ik weet dat dit gelijkstaat aan een doodtrap geven aan mezelf. Met jeukende vingers verlaat ik het erf. Ik ben woest op mezelf. Hoe kan ik het nu zo ver laten komen. Ik kruip op de bank met mijn kleren en schoenen nog aan. Ik trek een deken over mij en treur voor een afstaande tv. Ik heb geen zin meer om deze aan te zetten. Mijn rug en nek doen pijn en ik besluit gewoon te gaan slapen. - 6:00 u. Grrr. Ik wil niet. Ik word wakker met een lege plek naast m’n bed. Met een maag die aan mijn ribbenkast plakt sta ik op. In de badkamerspiegel zie ik mijn ribben lichtjes uitsteken. Ik trek me het eerstvolgende hemd uit de kast aan en broek dat vanboven ligt. Och hoe afschuwelijk. Ik poets m’n tanden gauw. Steek fruit en toast in mijn tas van gisteren en ik ben klaar voor vertrek. ‘Hej Shawn’, ‘goeiemorgen Drik’, ‘hej Gert’, ‘hej Silvie’. Zij zijn de enigste al aanwezig op het werk. De poetsvrouw, de nachtwacht,  Het begroeten gaat me niet meer af en ik heb geen zin meer om voor anderen op voorhand te springen. Ik kruip naar mijn bureau, pin me eraan vast en wanneer de taken uitgevoerd zijn, batch ik als eerste terug uit. Het is genoeg geweest. - ‘Computeringenieurs gezocht in Abu Dhabi.’ Ik klik op de link. Een vacature voor een online sollicitatie en een chalet voor overnachting. Ik bewaar de link en tijdens het werk pas ik regelmatig mijn cv en motivatiebrief aan. Alleen een vertaler zou de brief nog moeten nakijken. Ik stuur de brief discreet door naar een collega waarvan ik weet dat hij de brief wel vertalen wil. - ‘Beste Chaoxing, wij delen u mee dat u geslaagd bent voor de sollicitatie. Graag ontvangen we u maandag 24 maart 2022 aan de hoofdingang van ons kantoor. Kantoor Digital Innovation Technology Company ‘. Ik vang de woestijnvlakte al vast in mijn hoofd. _____________________________________________________________________________________________________ Abu Dhabi 8:30 u. Ugh. Jetlag. Ik trek het klaargelegde hoopje kleren aan, scheer me en vertrek zodra ik glad ben. Computerchips programmeren in het Chinees en in het Engels. Na de metrohalte nog een straat naar rechts. Het bedrijfsgebouw is geplakt met kristallen glazen. Ik word verwelkomd door een robot aan de automatische inkomdeur. Op de welkomstmat in de inkomhal herken ik de bedrijfsnaam in Arabisch schrift. Links een leeg onthaal, en in het midden, een gigantische marmeren trap tot boven. ‘Hallo, welkom in DITC-bedrijf. Kan ik u hulpen?’ ‘Goeiemorgen, ja, ik had een afspraak met meneer Hutcheon. Hoe is uw naam? Chaoxing. Oké, ik zal heer Hutcheon belllen. U kan hier ondertussen wachten. Ze wijst naar de lage zeteltjes in de hoek. Goedemorgen. Chaoxing, toch? Ik zet een glimlach op. Klopt. Oké, super. Ik ben heer Hutcheon. We schudden elkaars hand. Ik ben van de Verenigde Staten, maar ik ben van het hoofdkantoor van Washington naar het zusterbedrijf in Abu Dhabi verhuist. Ik zal je laten zien waar het kantoor voor de computer programmatie en installatie is. De lange benen slaan de oneven marmeren treden over. De deur van het kantoor lijkt op de deur van mijn vroeger werk. Hier is het kantoor voor computerinstallatie en programmatie. Gedeeld met zes andere collega’s.  Zes Chinese werknemers, en een blanke, opereren computerchips op een rij aan een lange tafel. Ik hoor de werken van buiten, de zeelucht van buiten plakt op mijn huid tot in de kantoorruimte en een golf van geilheid dringt me binnen opeens omringd te zijn door zoveel mannelijkheid bijeen in dezelfde ruimte. Goedemorgen iedereen, dit is Chaoxing. Hij is aangenomen voor het decoderen van Chinese naar Engelse computerchips. Kan iemand Chaoxing door het gebouw leiden? Dank u. Hallo, aangenaam. Hoe heten jullie? Denver, Aslam en Terry. Waar is het toilet? Hier links, gebaart Aslam. De weerspiegeling van mezelf in de badkamerspiegel schrikt me af. Warm water, make-up lichten, marmeren muren, zwarte deuren met goude deurklinken en een automatische doorspoelknop. Ik sta verstelt van de werkomgeving van witte luxueuze draaistoelen, flatscreen teevee’s, koude bar met Libanese en Indische keuken. De nieuwe wereld komt in als een bom. Na de korte ‘tour’ door de blanke man Terry eindigen we met koffie in de koffiehoek. De computerchips veranderen op het werk is vooral gewoon codering van het Chinees naar het Engels. Computersoftware moet overgemaakt worden en het is zo’n precisie werk, dat het best denigrerend is. In China werken ze momenteel aan de ontwikkeling van universele chips. Hier zijn ze precies uit op instant-klare producten voor de markt. Ik ben sinds gisterennacht aangekomen. Vanwaar ben jij, Terry? Washington, net als Hutcheon. Ik heb Chinees gestudeerd aan de universiteit. Na m’n studies ben ik onmiddellijk gaan werken en ik heb me dan nog bijgeschoold. Zo dus ben ik hier terechtgekomen. Hoe is je eerst dag verlopen in de Verenigde Arabische Emiraten? Goed, goed. Nog geen problemen gehad. Lieg ik tegen mezelf. Het is best oké werken. Ik bedoel het land alleen al maakt het werk plezant, vult Terry zichzelf aan. Maar oké we zullen maar terug aan de slag. Als een vraag je dringt, je weet waar ik ben. Tot slot ben ik 7 uur aan het werk. Minder dan ik eerst gewoon was. Toch is er een zware druk in mijn nek waar ik maar niet vanaf kan. De klok slaat 16 uur. Ik neem afscheid, pak mijn spullen bijeen en sluit mijn computer af. Op weg naar de uitgang zet ik mijn tas koffie bij de afwas op het bureau. Eens buiten beneemt de warmte me meteen. Mijn das trek ik losser. De werkdag zit erop. Teevee kijkend val ik in de zetel van mijn nieuwe woning in slaap. Ik wil een knuffel, maar niemand is er helaas. - Ik ruik de lucht en het zand van de zee. Met mijn vogelhanden leg ik een handdoek neer. Mijn buik is verlept geworden en hangt vanvoor over mijn zwemshort. Badende mannen en vrouwen voor mij. Kinderen die glimlachend vooruitlopen. Alles is vrolijk in het landschap maar ik voel me er een olifant. Een ijsjesman geeft een clownijsje op een stokje aan een kindje. Het kindje betaalt met een biljetje vijf. De ouders staan achter hem en wonen het spektakel bij. Wat zou ik graag een ijsje samen met mijn vriend daar willen gaan halen … Pffff. Ik leg me neer op mijn handdoek. Het moment van de waarheid moet nog komen wanneer de zon ondergaat. 18 uur ’s avonds en de hemel kleurt roodblauw. Vanachter mijn zonnebrilglazen kan ik dit erotische theater voyeuristische beleven. Nu is het donker. Mijn ogen prikken. Alsof aan het einde van een yogales rol ik mijn handdoek zorgvuldig op, werp het in de rietenstrandtas van de chalet, knoop mijn hemd over mijn zwemshort en in flipflops keer ik naar de waterpomp om mijn voeten af te sprieten. Aan het perron stap ik op de bus, net zoals vele andere ouders en hun kinderen (het is immers al laat), naar de chalet terug. -- De metro raast met mij erin door het metropool-futurologische landschap. Mensen van alle soorten omringen: moslims, indianen, zwarte mannen en blanke vrouwen met vliegennetten voor hun gezicht geplakt. Blauwige licht bedrukte lucht. Een koelte dat buiten mijn gezicht beneemt; Ik voel de Indische Zee, de moskee, de havens en de werken op mijn huid drukken. Ik voel een lege luchtdruk op mijn huid drukken die zonder dieren bewoond is. De gewone luchtdruk en de zuivere zandwoestijn kleuren het land dat werd bekleed door een stadsdoek. Met mijn werktas over men rechterschouder zet ik me neer in een bar om de hoek en bestel ik een koffie voor twee. Hoewel ik me gewoon graag op een van de tredes van een gebouw neerzet, durf ik het niet in het lege landschap, onbekleed met mensen, alleen van voorbijrazende auto’s met weinig geluid. Er is geen vuilsprietje aan de gebouwen te zien. _____________________________________________________________________________________________________ De Sjeik Zayid van Abu Dahbi. Hallo, één ticket alstublieft. Dat is dan 15 Dirham, met audiogids erbij is het 25 Dirham. Met audiogids dan alstublieft. Alstublieft. De tour begint hier links. De moskee was gebouwd in 2004 en werd vervolledigd in 2007 ratelt door mijn oor. Moslims bezoeken het gebouw. De zuilen zijn verpletterend. Witte zonneschijn maakt me blind en nietig tegenover de godsdienst. ٢ عَامِلَةٌۭ نَّاصِبَةٌۭ ٣ تَصْلَىٰ نَارًا حَامِيَةًۭ ٤ تُسْقَىٰ مِنْ عَيْنٍ ءَانِيَةٍۢ ٥ لَّيْسَ لَهُمْ طَعَامٌ إِلَّا مِن ضَرِيعٍۢ ٦ لَّا يُسْمِنُ وَلَا يُغْنِى مِن جُوعٍۢ ٧ وُجُوهٌۭ يَوْمَئِذٍۢ نَّاعِمَةٌۭ ٨ لِّسَعْيِهَا رَاضِيَةٌۭ ٩ فِى جَنَّةٍ عَالِيَةٍۢ ١٠ لَّا تَسْمَعُ فِيهَا لَـٰغِيَةًۭ ١١ فِيهَا عَيْنٌۭ جَارِيَةٌۭ ١٢ فِيهَا سُرُرٌۭ مَّرْفُوعَةٌۭ ١٣ وَأَكْوَابٌۭ مَّوْضُوعَةٌۭ ١٤ وَنَمَارِقُ مَصْفُوفَةٌۭ ١٥ وَزَرَابِىُّ مَبْثُوثَةٌ ١٦ أَفَلَا يَنظُرُونَ إِلَى ٱلْإِبِلِ كَيْفَ خُلِقَتْ ١٧ وَإِلَى ٱلسَّمَآءِ كَيْفَ رُفِعَتْ ١٨ وَإِلَى وَإِلَى ٱلْأَرْضِ كَيْفَ سُطِحَتْ ٢٠ فَذَكِّرْ إِنَّمَآ أَنتَ مُذَكِّرٌۭ ٢١ لَّسْتَ عَلَيْهِم بِمُصَيْطِرٍ ٢٢ إِلَّا مَن تَوَلَّىٰ وَكَفَرَ ٢٣ فَيُعَذِّبُهُ ٱللَّهُ[i] Het water stroomt naar beneden. Ik ga door een gang waar ik alleen ben zonder andere bezoekers. De letters in de tunnel bewegen. Ze lijken te kronkelen. De Arabische letters kruipen als zwarte rupsen verder op de muur en dwingen mijn blik naar het einde van de tunnel. De uiteinden van de Arabische letters pakken mijn enkels vast. Ze knellen zich rond mijn handen en voeten. Ik val met een klap voorover op mijn gezicht. AAAH. In het witte licht. Immense gebouwen flitsen voorbij mijn ooghoeken langs. Ik zit in een draaikolk waarin het ene gebouw na de andere voorbijflitst in de volgorde waarin ik ze heb bezocht. Ik doorga terug mijn leven in reverse. Van achteren naar voor. Ik beleef de reis in Abu Dahbi terug toe naar het begin. Shenzhen Mijn eerste job. Ik weet nog goed dat ze me een job aanboden. Ik zei ‘ja’. Iets waar ik jaren achteraf spijt van had. Zweet breekt me uit, en m’n ballen jeuken. Dit is echt. Nee, is het eerste dat uit mijn mond in deze onlogische nieuwe werkelijkheid druipt. De stagementor kijkt. Je meent het. We dachten dat je hier altijd al graag zou willen werken zoals je ons al eerder verteld heb. Ik kijk. Bon. Geen probleem. Het is wat het is. Vergeet niet dat je de komende vijf jaar bij geen concurrentie kan gaan werken volgens het arbeidsrecht. Alsof ik mezelf hierna nog zag werken in een gelijksoortig bedrijf? Ik knik, maar ik vertik het om duidelijk in mijn communicatie te zijn. Ik raap de spullen bijelkaar, stop de burelen van de collega-vrienden en  een neem afscheid volgens de norm het toelaat. Dirk is mager. In die jaren moet hij veel gegeten hebben. Ik wandel alleen over het pand. Hoe echt-onecht is dit? De zon schijnt hard. De verloren 15 jaren zijn nu. in één woord rechtgezet? Fysiek ben ik 15 jaar jonger. Geen nekgevoel bedrukt me nog. Mijn geheugen herinnert zich niet meer hoe het voelt. Mijn benen gaan. goed. Dit alles lijkt een waan. Ik heb de kans men leven terug in handen te nemen. Ik neem de bus terug. naar huis? geen Chinezen kan ik meer zien in dit landschap.

paeshuyselore
3 1

Veel plezier

“Veel plezier”: riep ik nog terwijl ze naar haar vriendjes toe huppelde. Ik keek nog even na en deed het raampje weer dicht, zette de radio aan en vertrok naar huis. Een kwartiertje later drukte ik een aantal keer op het bakje van de garagepoort. Ik stapte uit, deed mijn pantoffels aan en legde mijn sleutels in het schaaltje. Ik had nog een klein hongertje en besloot dus een snelle hap te verorberen voor ik naar boven zou gaan om van een welverdiend dutje te genieten. Ik pakte een kommetje deed er wat cornflakes en melk in en plofte neer voor de TV. “Premier Verstraeten kondigde vanochtend in een persconferentie code rood aan door de aanhoudende hitte. Ze verklaarde dat het belangrijk was geen water te versp-- Breaking news! De politiechef van Brugge heeft zojuist gemeld dat er 3 vrouwen zijn ontsnapt uit de gevangenis te Sint-Kruis. Het zou gaan om …” De rest van de zin moest niet worden afgemaakt voor mij om te weten over wie het ging. De geur van Ultra Doux shampoo voor blonde haren kwam mij maar al te bekend voor. De angst verspreidde zich als een koude rilling over mijn hele lichaam. Het gevoel dat ik niet alleen was werd overdonderend. Ik besloot dat het beste wat ik kon doen, was om rustig richting mijn auto te stappen. Fientje op te halen en wachten bij mijn broer tot dit alles over was en ze eer achter slot en grendel zat. Ik stond recht. Liet de TV spelen. Pakte mijn sleutels. Ik zette mijn half opgegeten kommetje cornflakes naar op het aanrecht. Ik stapte in mijn auto en ramde meerdere keren op het bakje. De poort ging niet open. Ik probeerde nog eens, zeker wel honderd keer. De poort ging maar niet open. Ik stapte uit mijn auto om de poort met de hand te openen. Ik voelde het koude heft van het keukenmes mijn rug doorboren en zich een weg banen door mijn lichaam. Het weer langzaam uit mijn lichaam getrokken worden en er terug in kruipen en nog een keer. Elke keer sneller en met meer kracht dan de keer ervoor. Ik denk dat het na de zevende keer was dat ik mijn bewustzijn verloor. Het enige wat ik op dat moment kon denken was: “Wie gaat Fientje ophalen?” Enkele dagen later werd ik wakker in de intensive care van het Sint-Lukas. Mijn broer en moeder zaten naast mijn bed te wachten. De stilte in de kamer had ik nog maar één keer eerder gehoord en dat was enkele maanden terug toen ik in de rechtbank wachtte op de uitspraak die Lotte zou veroordelen tot 10 maanden celstraf en een contactverbod met mij en mijn dochter voor de komende 3 jaar. Mijn broer was de eerste die opmerkte dat ik was wakker geworden. “He broertje cava?” Mijn moeder had ook al snel door dat ik wakker was en bekogelde me al snel met allerlei vragen. “Lig je goed? Moet ik je kussen opkloppen? Heb je dorst? Wacht ik zal een verpleegster roepen.” Ik had de kracht niet om op al deze vragen te antwoorden. Ik wist er wel één woord uit te murmureren: “Fien” Mijn broer en moeder keken allebei weg, mijn broer naar de grond en mijn moeder uit het raam. Na een eeuwigheid zei mijn broer: “vermist” hij zuchtte “Lotte heeft Fien opgehaald bij het feestje, de vrouw wist niet van het contactverbod. Het was pas tegen 4 uur dat er alarm werd geslagen nadat je buurvrouw, mevrouw Dexters, je had gevonden in je garage. De dokter zegt dat het een mirakel is dat je nog leeft.” Het voelde niet als een mirakel. Ik had me nog nooit slechter gevoeld. Toen ik Fien de laatste keer zag, was ze gelukkig geweest en zat haar moeder, voor zover ik wist, nog achter slot en grendel. Die namiddag kwamen er nog enkele mensen op bezoek. De dokter vertelde me dat ik 17 keer was gestoken en dat het een wonder was dat ik niet was doodgebloed daar in mijn garage of op de operatietafel. Niet lang daarna kwam er een politieagent langs om enkele vragen te stellen. De inspecteur was een slanke man met gelekt haar en hij had een notitieblokje mee waar hij gedurende het hele gesprek op noteerde. “Kunt u mij vertellen wat er gebeurde vanaf dat u Fien hebt afgezet?” Ik vertelde hem exact wat er was gebeurd. Hoe ik Fien had afgezet, de weg naar huis, over de cornflakes, het nieuws en uiteindelijk over de garagepoort die niet werkte. Na mijn verhaal vroeg ik of ze iets meer wisten. “De auto van uw ex-vrouw is laatst gesignaleerd in Wattou vlak bij de Franse grens. We hebben de Franse autoriteiten ingelicht en zullen al onze bevindingen ook met hen delen, maar als uw ex-vrouw daadwerkelijk de grens is overgestoken dan is er weinig dat we hier kunnen doen. Het is een kwestie van tijd voor we een nieuw spoor vinden.” “En Fientje?” “We hebben op dit moment geen reden om te denken dat Lotte Fientje iets zou hebben aangedaan of haar hebben achtergelaten, dus wij gaan ervan uit dat ze nog steeds bij haar is.”

Dongo
6 0