Lezen

Bergbeest I & II

Bergbeest I   Je hoopt iets te vinden Dat er waarschijnlijk altijd al was Iets dat perfect in je navel past Maar dan groter (Is mijn theorie) Of je hoopt gevonden te worden Zomaar op straat En dat iemand zegt “Ik ben al tijden naar jou op zoek Nu kunnen we verder”   Het is hoe je kijkt Hoe alles uiteindelijk blijkt net niet genoeg te of veel te veel Hoe je de veren van je vleugels verloren denkt (Ik kan aan komen zetten met was zoveel ik wil) Hoe de gedachte dat je dingen te verliezen hebt je doet verdwijnen   Je rook eens aan een meisje Aan haar hals Was plots niet meer zeker van wat je daar te zoeken had Waar je op hoopte (Ik denk: iets vinden voor je navel of gevonden worden op straat maar het kan ook iets anders zijn geweest zoals het bergbeest - daar kom ik misschien nog op terug) En of ze wel jouw soort was   Haar hoofd ligt de laatste tijd vol met zandzakken Overvol Ze houdt zich voor het gemak graag van de domme en vergeet ondertussen voor het gemak haar naam Mensen zeggen wel eens dat met haar niet te praten valt of niet echt Daar verontschuldigt ze zich voor Ze valt vaak maar  Niet samen met zichzelf   Ze weet dat jij wel samenvalt (In de mate van het mogelijke) Ze vindt het onmogelijk om in jou geen homo universalis te zien hoe graag ze ook stiekem heel af en toe stilletjes op je zou willen neerkijken Elk mens verdient medelijden (In de mate van het fatsoenlijke) Als ze naar je omhoog kijkt moet ze denken aan Icarus en dat maakt haar bang Ze verstopt de was voor de veren achter het behang   Jij bent simultaan god en aanbidder Heel af en toe ook gewoon mens maar dat staat je minder Boetseert wolken doet klei zweven Even lijkt het alsof alles verbonden  En niets gevonden Omdat het er al is     Bergbeest II   We verhuizen later naar een berg die ook een beest is Die elk moment kan vertrekken Dan kreunen de bomen Schokt de grond Wij gezellig mee Of we bergen verzetten Of de berg zichzelf  Is uiteindelijk niet van belang              

Marieke Ornelis
94 1

Brussel Versie 2

Brussel uitrijden. De lelijke stad blind kunnen verlaten en toch kijken. Het is in deze blik dat een stad zich schuilhoudt en aardt naar inruilbare normen. Ook dit is een vorm van vergeten. Dit is de passe partout van het gaan en het uitsnijden van een bekrompen versie paradijs uit het kleine vlekje realiteit: het stationszicht: ijzeren omhulsels als vormgeving van het ballingschap en het daaruit leren bevrijden door angst, die we graag ingeboezemd krijgen.   Het is een blik die we werpen op het relaas van verloren tijd en hoe we die leren benijden. Nooit bevrijden! We leven ernaar. Tijd en altijd komt dan de spijt.   Het is dus een komen en gaan van de kitsch, de silo van het kijken, want ook daarin oogsten we tonnen ervaring en ambivalentie in doorzettingsvermogen. We willen maar zouden we niet anders en zo en zo en niet hoooo maar!   Ik ben de dupe. Ik ben de dupe. Ik ben de dupe die dan duwt in de richting van een ring waar we wachten en talmen en veiligheid is een veilig begrip, wat is taal toch een kluwen van houvast. Als je krampachtig schudt, zoals een laatste stuiptrekking genaamd Brussel, ben je net de stedelijke evolutie die etaleert met zijn vermogen tot het uitsteken jonge oogjes zonder al te veel angst.   Hier hebben we op gewacht. De ondergang, en we lopen mank tot we ophouden mank te zijn. Gent huilt en Mechelen wacht. Wij, wij zoeken, en worden onderdanig aan zij die opgehemelt worden, het mekka van het roepen, de allegorie, de essentie. Op je knieën schrijven, want op je knieën kan je niet schrijven, laat staan herbeginnen. Een opgave in de stenen maar automatisch dus niet tot onmogelijkheid gedoemd en permanent aanwezig. Reizen moet je meenemen als taal en niet omgekeerd! Het treinstel dient dan als handvat voor de verdubbeling van woorden in zinnen en referenties. Het materiaal dat je onderweg ziet en voelt, zal de nieuwe drijfveer zijn inzake het vermogen van je hoofd. Koppie erbij houden hè! Kortom, nergens meer dan onderweg, nergens meer dan nergens dus. Brussel is de ontmaagding van een reuzin en bevindt zich misschien wel in dit onderweg.   Ik zwaai naar die overkant. Ze laten je expres wat langer wachten tot de theorie over jezelf zichzelf niet meer is. Alsof we de wereld wat nog wat langer over het hoofd zouden willen zien en vergeten dat we bang zijn. Leven in deze illusie dan het doel op zich. Hier zijn om onderweg te blijven! De optelsom maken, teleurgesteld het doek neerhalen en lachen: There will be nothing you will not be be looking for in this world. Except in for your god. This is all a dream. A dream in death.   Achterhoofden kneden tot wat we zijn: tot je legioen marsvrouwen. Want dit is wat je wil. Je persoonlijke tijdsperk. Je wordt wakker. Dan pas ontwaken en de bijhorende ingebedde rituelen die een netwerk vormen aan vangnet, je plan B. Hallo zeggen en weten wat goed voor je is. Dat ontkennen en herbeginnen.  

Dries Verhaegen
4 0

Verdomde Tom Robbins, Some Barking at the Moon

LIFE IS LIKE A STEW YOU HAVE TO STIR IT FREQUENTLY OR ALL THE SCUM RISES TO THE TOP   las ik op een ander continent en ik dacht Wij en Ik wij en ik wij zijn allemaal stadskinderen met de nádruk op   Stad; allemaal geagiteerd richtingloos, nagels onder het stof (of scum?) van ramen die niet vaak genoeg afgespoeld worden allemaal denken allemaal denken hé over hoe die ramen zouden kunnen blinken als ze maanlicht of sentiment zouden doorlaten: ze blijven on-gespoeld en wij en ik wij vallen eronder in slaap   met de nádruk op Kind; allemaal geagiteerd richtingloos, als een labrador gelegen op de schouders van ouders die vriendelijk vragen thuis te blijven het verzoek vriendelijk afgeslagen ik ben het omgekeerde van een kind denk ik dan over mijn leven voor de equivalentie van wat slechts een flits moet zijn voor de stenen giganten/vierkanten in Gizeh, vrouw met fakkel op Liberty Island    wat een fletse flits als een sukkel moet zijn voor de Nieuwe Colossus die achterbleef met de assen van al die beloftes in haar fakkel slechts geleden enkele ogenblikken  denk ik ik ben het omgekeerde van een kind Ik Kan Alles   DAT ALLES ER DEEL VAN IS DAT HET NOOIT TE LAAT IS OM EEN GELUKKIGE KINDERTIJD TE BELEVEN    zei Verdomde Tom Robbins over liefde en over pakjes sigaretten die zo gesloten als een deur blijven en ik kan je verzekeren, Tom Robbins, het is opendeurdag hier in de stad   ik kan je verzekeren met een neus die de curve van een regenboog volgt, knikt links rechts links rechts links rechts links rechts NEE hier wordt gekozen welke deuren en ramen en portalen naar het hellevuur openblijven welke opgeblazen worden ze werken hier overal aan de Nieuwe Stad   hier hebben de stadskinderen CHOICE CHOICE CHOICE   en de ramen zijn ondoorlaatbaar maar doorzicht-baar en hier is niemand kleurenblind wij  kiézen hier de dingen om blind voor te zijn   maar doorzicht-baar zodat voor de equivalentie van wat slechts een flits moet zijn in het leven van twee (of meer?) stoffige stadskinderen  zij in de nacht simultaan gluren door gesloten windows naar de maan en alle  mystiek ervan die ze in alle haast vergeten zijn

Camilla Peeters
16 0