Lezen

Soms fietsen we samen

I. De tent is hermetisch dichtgeritst. Ik reken uit hoeveel vierkante meter we hier delen: vier. En voor hoe lang: ongeveer zeven uur. Wanneer start een ochtend als er geen wekker is? ‘Dat zien we morgen wel’, zei je. ‘Slaap wel’ zeg je.  Het is donker en ik hoor je ademhaling: twee tellen in, drie tellen uit. Mijn ogen wennen aan de duisternis en ik zie je liggen, met je rug naar me toe gedraaid. Het is niet erg, dat van je rug. We houden beiden niet van lucht recycleren, van uitademen in elkaars inademen. Je bent reeds wakker en zit met natte haren op een boomstronk voor de tent. Je handdoek, netjes uitgespreid over een struik, droogt in de eerste zonnestralen. Ik duw mijn blote voeten de tent uit, trek mezelf op mijn hurken en strek mijn benen. Ik kijk naar de lucht, naar het natte gras, naar jou. Je kamt je haren, draait je naar me toe en glimlacht. ‘Ik ben blij dat we dit nog steeds doen. Dat het iets jaarlijks is. Hoe sliep je?’. Ik glimlach terug en zeg: ‘wel oké’. Anderhalf uur later zitten we op de fiets en praten we voluit. Over jouw ouders, over mijn ouders, over de vorige keren dat we hier of elders fietsten. Over ruimtes delen. Over routes plannen. We fietsen langs maïsvelden, weilanden en melkveebedrijven. Jij moet naar het toilet. We houden halt aan een goed gelegen struik en ik houd de wacht. Er is nog maar een beetje toiletpapier over. ‘Ik ben ook blij dat we dit nog steeds doen,’ zeg ik terwijl ik strak voor me uit kijk. Het is niet evident. We zijn in de dertig en fietsen via een omweg beiden wat belangrijke levensbeslissingen tegemoet.  Provinciebelastingen, functioneringsgesprekken, renovatiepremies, eicelpuncties …  De weg naar volwassenheid is hobbelig en soms fiets jij sneller, soms ik. Soms fietsen we samen maar is er tegenwind. Soms raakt iemand achterop en verliezen we elkaar uit het oog. Het hoeft niet altijd gesmeerd te lopen.   II. Het is nog donker wanneer mijn wekker afgaat. Ik draai me op mijn rug, adem diep in (twee tellen) en uit (drie tellen) en stap uit bed. Ik denk terug aan die laatste keer samen. Terwijl ik koffie zet reken ik uit hoeveel jaren er intussen gepasseerd zijn: drie. En hoeveel keer we elkaar sindsdien zagen: nul. Ik zit met natte haren op de trap en trek mijn schoenen aan. Doorheen het raam vallen de eerste zonnestralen binnen. Ik duw mijn fiets de deur uit en strek mijn rug. Ik kijk naar de lucht, het warme asfalt, naar mijn handen op het stuur. Misschien ben je op iets vastgereden, denk ik, terwijl ik mijn fiets opstap. Zoals ook ik dat soms doe. Maar wat als we het toch nog eens proberen, die hermetische tent en dat voluit praten? De zon komt op, ik schakel een versnelling hoger en ik fiets de straat uit. 

Sarah Skoric
27 3

Salvatore is een beenhouwer

  Ik pas zelfs achterin. In die holte. Die ruimte. Voor dat reservewiel. Ik kan mezelf krullen. Oprollen. Als een turnslak. Als een egel die zijn stekels sterk bemint.   Ik pas nooit iets in een hokje. Sta liefst gewoon naakt in een winkel. Bloot. Ik meen dat echt. Het liefst nog bij een beenhouwer. Omdat mijn merg geliefd is bij de gieren.   Hij kweekt dat. Al wat vliegt. In die kooien van zijn vrije tijd. Vogels die hij dood in poeder voedert. Onversneden gal en blaas. Ja. Iets met hobby’s. Tijdverderf en eigen aas.   Diezelfde zak. Hij heeft mijn jas eens uitgekamd. Op zoek naar iets. Hij wil voorzeker alle schilfers ook mijn vel vergaren. Om een pop te maken voor zijn veld.   Ik pas daar allicht in. In dat kostuum voor lege koppen. Ja ik wil. Gewoon die wind en amper voelen. Niet eens weten wat er beter hoort. Of waar het midden ligt. Dat mes. De evenaar.   Het is de zon die opkwam tegen wil en dank. Maar niet met mij. Zo sprak ik tegen hem. Die marchand in vlees, macaber wild in stukken. Hij moet geboren zijn toen Chaos door de leegte sneed.   Hij schudt altijd zijn kop als ik hem domweg vraag. Wanneer zijn vinken blind geworden zijn. Dat hart zo kil. Daarna ga ik gewoon weer voort. Ik lift zo graag.   Er wordt altijd gestopt als ik op asfalt zit. Een buiging maak. Ik groet de beesten van de straat en mag dan zomaar mee. Omdat het gewoon past. Ik zit graag in die holte.   In plaats van een reservewiel zou ik nog liever zinloos zijn. Geen autospiegel. Neen. Of zien wat er nog leeft. Wat niet. Gelukkig nog dat ik mezelf zo krullen kan.   Dat ik die egel wonen weet. Het kwijl van slakken eten durf. Echt eten is dat niet. Mijn merg wordt daar niet beter van. Er is geen zenuw die daar ooit naar heeft gekraaid.   Sapperloot. Die kloot hij heeft gewoon wat ik niet wil. Een auto. Winkel. Hobby. Vogeltralies en een veld. En toch. Hij blijft op zoek naar iets. Naar toeverlaat.   Ik heb hem ooit één vinger afgesneden. Zodat hij niet kan wijzen. Niet naar mij. Noch naar zijn eigen zieke boel. De zot. En op zijn deur hangt nu een blad.   Iets met een rally zonder tijd. Door platgereden land en leven. Is men op zoek naar Salvatore. Of een route weg van hier. Die imbeciel. Hij komt altijd terug.   Omdat hij denkt dat vogels naar hem fluiten. Hem om graan en ingewanden vragen. Omdat hij zelf graag in zijn kooien toeft.   Geloof me. Mens. En vanaf morgen. Slaapt hij denk ik. In zijn eigen diepvries. Languit. Voorgoed. Als het aan die vinken lag.       uit de reeks 'Over eelt en zurkelteelt'

Bernd Vanderbilt
5 0

Hij is dood

‘Ik dacht dat jij in Spanje zat?’‘Alleen zeker?!’‘Hoezo?’‘M’n vriend is toch dood’‘Oei dat wist ik niet’ Ik zag hoe de vrouw op haar lip beet en in stilte verder ging met haar boodschappen op de band te leggen. De facelift die ze ooit had gehad zag er uitgezakt uit. Het verdriet had alles naar beneden gesleurd. Ze zag eruit of ze weggelopen was uit een theaterstuk met een dramatisch einde. Het theater van het leven. Wellicht was ze jaren geleden, na de scheiding van haar eerste man, dol-verliefd geworden. De man van haar leven. Een avontuurlijke sterke jonge vent, tien jaar jonger dan zij. Het leven lachte haar toe. Zij zag er toen jong en fris uit voor haar leeftijd. Hij had haar meegenomen op zijn avonturen in het buitenland.  Zijn werk noopte hem tot veel reizen. En zij mocht altijd mee. Ze gaf haar job en carrière met plezier op. Hij verdiende toch genoeg voor twee. Na jaren uit een koffer geleefd te hebben , vestigden ze zich uiteindelijk in Spanje. Het klimaat, de gezonde lucht, het lekkere eten, vrienden.. het waren allemaal doorslaggevende factoren die hen tot deze beslissing brachten. Op aandringen van haar vriend had ze alle schepen in haar thuisland achter zich verbrand. Hij kocht een beest van een villa, met zwembad en zicht op zee. Ze waren gelukkig. Maar het noodlot sloeg onverbiddelijk toe. Covid overspoelde de wereld en eiste zijn tol. Toch was niet Covid de grote schuldige. Nee, na drie vaccin’s en een vierde booster zakte haar sterke jonge vent als een pudding in elkaar. Dood. Oorzaak: een Tia. Aangezien er op praktisch vlak nog niets geregeld was voor haar, ging de villa automatisch over naar zijn oudste zoon. Zij was verplicht terug naar België te keren, zonder geld, zonder huis. Zijn kinderen hadden géén ruimte voor de vrouw die hun vader gestolen had van hun mama. Ze weigerden om het anders te zien. De vork zat echter anders in de steel. Hun papa was hun mama al jaren moe geweest en wilde al lang weg van haar. Toen hij de knoop doorhakte, werd de vrouw waar hij verliefd op werd, uiteraard de zondebok. Zij woont nu bij haar dochter en zoekt naarstig naar werk. Zonder resultaat. Overal vinden ze haar te oud. Over twee jaar mag ze met pensioen…

Heidi Schoefs
27 0

banaansjamaan

mijn ogen druppelen toe als warme honing op mijn rug spikkelt het koud koorts of vermoeidheid of beide  wie mag er hier nog leven? Wie is hier nog toegestaan in je gestolen tent, joert? Enkel diegene wiens derde oog open geexplodeerd is in de nieuwe dimensie van de liefde? Enkel wie cacao diens moeder noemt, wie "rich dad, poor dad" binnenslokt als warme, zachte soep?  Witte sjamaan, man die met zijn zandvoeten in zijn mannelijkheid staat, mag ik hier bestaan? Mag ik bestaan, niet in het wit gekleed, niet versierd met veren die eigenlijk niet van mij zijn. Ik oordeel wel eens. Heb ik dan wel het recht, om uw thee met aarde-smaak en stukken paddenstoel achterover te slaan en te duiken in de diepste waters binnen mezelf?  neemt u mij mee, in uw begeleide reis? Waar jij me wanneer ik uw tent uitstap voor dood achterlaat omdat dat is hoe ons universum het bedoelt. Daar leer ik het meest van. Ik stap en stap en stap en spurt me uit mijn slachtofferrol zoals jij dat noemt, om er onmiddelijk terug in gekatapulteert te worden. Shit.    De 20 jaar jongere soulmate van meneer sjamaan draagt een witte broek en string. Ik wil het niet oordelen, want ik ben vrouw, feminist, en vredebewaarder in wording, maar ik denk aan hoe snel mijn wit ondergoed rood doorbloed zou zijn en zelfs na het wassen de achtergebleven vlekken zou dragen. Het doet dan nog pijn dat ik nooit zal bestaan in hun dimensie van constante groei, ontwaking en inzicht. Vandaag ben ik opgelucht niet te bestaan in hun dimensie van cultuurdieven, onophoudelijke competitie en geveinsde acceptatie.  Ik word wakker en ik besta. Ik huil en het mag. Ik ontmoet god niet elk moment, en maar goed ook.

Chloe synkineses
4 0

Kerkklokken

Ik woon in een dorp, ik heb het al eens eerder verteld. En dan bedoel ik ook echt in een dorp, met dorpse waarden en tradities. We hebben een supermarkt, zelfs twee, maar verder moet je niet veel eisen stellen. Ik vind het heerlijk. Als ik drukte wil, ga ik naar een stad en als ik rust wil, ga ik naar huis. Natuurlijk zijn er ook nadelen, dat weet je van tevoren. Als je dat niet wilt, moet je niet in een dorp gaan wonen. Er wordt meer gelet op wat iedereen doet en, zoals overal, hebben mensen daar ook een mening over. Toch is het dorp niet helemaal ouderwets. We hebben zelfs een buurt-app. Ik plaats nooit een bericht maar het is wel handig om op de hoogte te blijven. En om je soms te verbazen over zaken waar mensen zich druk over kunnen maken. Ik lees graag mee. Zo ook pas geleden. Van oudsher zijn er in mijn dorp drie kernen, met uiteraard in iedere kern een kerk. Ik woon vlak bij die kerk. En die kerk heeft een welluidende klok die om het half uur slaat. En de kerkgangers verwittigt als er een dienst aanstaande is. Op zondag om tien voor half tien en bij belangrijke gebeurtenissen soms al wel een kwartier vooraf. Meestal hoor ik het niet eens meer. Je raakt eraan gewend. Maar de nieuwe bewoner van het voormalige domineeshuis had er toch wat meer moeite mee. En plaatste een bericht in de buurt-app. Hij vroeg of er meer mensen last hadden van de klok. Zijn nachtrust met name werd er ernstig door verstoord. En als hij voldoende medestanders had, kon hij wellicht een verzoek indienen om het slaan van de kerkklok te laten stoppen. Ik moest al lachen toen ik het bericht las. Oeps, dat ging reacties opleveren. En ja hoor, de hele buurt viel over hem heen. Iemand vertelde hem fijntjes dat hij daar eerder over na had moeten denken. Je moet ook niet naast een luchthaven gaan wonen als je geen vliegtuigen wilde horen. Het werd een hele discussie. Zelfs de minaretten van een moskee werden erbij gehaald. Arme man, ik denk dat hij al lang spijt had van zijn actie. De enige medestander die hij had, verwijderde snel zijn bericht toen hij zag wat de buurtgenoten er van vonden. De algemene conclusie was dat het een van de charmes van het dorp waren en dat hij niet moest zeuren. Ik ken de man in kwestie niet, maar ik denk niet dat hij vrienden heeft gemaakt. Het zal me niet verbazen als het huis binnenkort weer op de markt komt. 

Machteld
10 1

Brooddronken hoofdstuk 19

19   Het postkantoor Kortrijk 1, 1ste afdeling maakt zich op om de werkdag, althans van de postmannen-uitreikers, te beëindigen. De namiddagploeg is aangekomen om te sorteren. Dat is alles wat zij doen ’s namiddags. Sorteren en af en toe wat post versturen die in de namiddag toekomt. De meeste uitreikers zijn binnen. Reginald zit voorovergebogen over een pint aan zijn werkpost zijn rekening te maken. Hij draait zijn rekeningblaadje wel drie keer om en krabbelt telkenmale iets in een vakje. De liftdeur gaat open en even later ook de deur van de postmannenzaal. Zoals veel dingen in het postgebouw is het aan vervanging of toch minstens herstel toe en wie dag in, dag uit daar zou werken, zou horendol worden van het gekraak en gepiep van scharnieren die smeken om wat olie. Chef Rik gaat naar de werkpost van Reginald. ‘Uw vrouw heeft gebeld,’ laat hij Reginald weten. ‘Ah, ligt ze dood?’ Daar kan chef Rik niet mee lachen. Hij is zelf een weduwnaar. ‘…’ ‘Ja, dat kan moeilijk, anders… ging ze niet gebeld hebben. Wat moet ze-ze… nu weer hebben?’ Reginald kijkt niet op en krabbelt lustig verder op zijn rekeningenblaadje. ‘Ze zegt dat Billy zijn vriendin gaan halen is met de Lada en dat ge nog niet direct achter Jules gaat kunnen gaan.’ ‘Godverdomme, hé, daar gaat mijn siësta. Of mag ik een postauto le…nen om pa te gaan halen?’ Chef Rik kijkt hem aan. Dicht genoeg om olfactorisch te kunnen peilen naar het alcoholgehalte van Reginalds bloed. ‘Ge hebt gezopen, zeker?’ ‘Nee. Ja.’ ‘Dan krijgt ge geen postauto.’ ‘Merde,’ vloekt Reginald, ‘dat is toch… altijd hetzelfde. Kan ik hier mijn siësta niet doen?’ ‘Reginald, we gebruiken de slaapzaal al jaren niet meer. De bedden zijn al lang weggenomen.’ Ondertussen passeren Bruno en Jimmy, die net terug zijn van op ronde, langs de werkpost van Reginald, op weg naar de rekenplichtige om hun rekening af te geven. Reginald staat op, maar heeft moeite om zijn evenwicht te behouden. ‘Ah,’ stamelt hij, ‘wie er daar… is.’ ‘Dag Reginald,’ antwoordt Bruno. ‘Is hij een… beetje braaf… gew-geweest?’ Reginald kijkt dwars door Bruno naar Jimmy met een blik die zegt dat als er klachten zijn, hij zijn zoon de kop in zou slaan, maar alleen wanneer ze alleen en/of thuis zijn. ‘Geen klachten, Reginald. Ik zie het wel goed komen.’ Chef Rik pikt in. ‘Het is ook nog maar de eerste dag, hé. Enfin, mannekes, ’t is drie uur, tijd om naar huis te gaan. Enfin, hier kunt ge niet blijven, dat toch.’ ‘Jimmy, wij gaan samen naar… huis,’ zegt Reginald. De stilte waar Jimmy zo naar verlangt, zal nog een tijdje uitblijven. Ofwel wordt het een tumultueuze rit naar huis, ofwel wordt het wel degelijk stil – een ongemakkelijke stilte. Voor de storm. ‘Doe maar,’ zegt Bruno, ‘ik ga mijn rekening naar boven dragen en dan ben ik ook naar mijn kot.’ ‘Ver…tel eens, Jimmy, hebt gij die vriendin van onze Billy al eens ge…zien?’ Reginald stamelt terwijl hij alle moeite heeft om zijn regenbroek aan te trekken. ‘Ja.’ Ze stappen samen de lift binnen. ‘En, hoe is ze?’ Reginald is veel te nieuwsgierig, vindt Jimmy terwijl hij op de knop drukt die hen naar -1 voert. ‘Dat zult ge vanavond zien, hé.’ Jimmy weet dat dat geen vraag is, maar een verzoek, een eis, om informatie. Jimmy moet vertellen hoe ze er uit ziet, wat voor karakter ze heeft en nog meer van zulke zaken. Het wordt een lastige rit.

Miguel
3 0

Als als als

Als alles terug kon zijn als gewoon.Gewoon eenvoudig.Toen was er ook heel veel weg maar toch was er nog iets.Hoe anders zou alles dan zijn geweest als dit niet nog eens was gebeurt?Het ervaren was als iets meer dan die stilte nu.Dan was er maar af en toe stilte.Nu is er die mistige angstige onwetendheid.Die onzekerheid.  Als alles terug kon zijn als gewoon.De eenvoud van enkele woorden waren dan ook al veel van betekenis.Het hoefden er niet veel te zijn.Ze waren er.En dat was goed.Hoe anders zou alles dan zijn? Nu zijn er enkel wat bange geluidjes.Hoe pijnlijk is dit voor jou.  Als alles terug kon zijn als gewoon.Dan zouden we niet meer zagen en klagen.Dan zou alles terug zo normaal zijn.Niet meer de grote woordenstroom maar die eenvoudige herkenbare typische "jouw" vocabulair. Het maakt ons zo verdrietig je zo te zien zitten.  Als alles terug kon zijn als gewoon.Dan was er geen stilte.Wel af en toe frustratie om wat er niet meer was.Maar dat was het nieuwe leven.Daar kon jij mee leven na de aanvaarding.Wij bleven het moeilijk hebben.Want aanvaarding is het zwaarste wat er is.  Als we nu positief zijn en dankbaar.Om die enkele klanken.Jij bent zo fier om deze te laten weerklinken.En wij zijn jouw grootste fans .Oh ja! Jij geeft de moed niet op.Dus wij ook niet.Als we nu de hoop opgeven dan zijn we niet goed bezig.   Als als als. If if if. Wat als. Ik weet het niet meer. Jij en ik, wij zijn het noorden kwijt. Maar niet elkaar. We gaan er voor. Samen.  Als ik nu even wat geduld kon opbrengen om geduld te hebben.Want dit is al zoveel gezegd.Geduld geduld geduld.Ik doe mijn best om die hoop vast te houden.Als die enkele klanken terug woorden konden worden.Als,als, als..Je overlevingskracht zal er steeds zijn.Jouw wilskracht en koppigheid is er ene om U tegen te zeggen.Maar als het niet meer gaat beloof mij een teken te geven.Dan ben ik er om je te steunen en te begrijpen. Als als als.En if ,if if.Nu!Nu nu!Geduld, geduld en nog maar eens geduld.Ik weet het.Deze dame moet minder ongeduldig zijn.Jouw ongeduldigheid, wilskracht en koppigheid heb ik van jou cadeau gekregen.Alé pa, dan hebben we toch nog iets gemeen.De schoonheid kreeg ik van ma en haar geduldigheid heeft mijn broer gekregen.Zo is het mooi verdeeld. Weet één ding zeker!We blijven jouw trouwe supporters..               

NoNaSh
0 0