Lezen

Kabouter Wouter

Aan de rand van de derde boosterprik voor iedereen, verschijnt de gehoornde kabouter Wouter Beke opnieuw ten tonele. Stoer en los uit de pols schudt hij de waarheid uit zijn mouw. Dat wat hij altijd al wist, maar waar de geesten nog niet rijp voor waren. Hij wil de veren op zijn hoed, de pluimen in zijn reet. Wanneer hij een moeilijkere vraag voorgeschoteld krijgt schuift hij de schuld graag af op anderen. Zelfs zijn eigen kabinet ontsnapt niet als het moet. Als het ruikt naar kannibalisme, klinkt als kannibalisme en eruitziet als kannibalisme dan is het verdorie kannibalisme. Binnenkort vreet de man zijn eigen huig op, gedrenkt in een sausje van onzin. Als het hem dan toch te heet onder de amechtige voeten wordt dan kan hij nog altijd het antwoord schuldig blijven. ‘Daar moet ik het antwoord op schuldig blijven’ en een beetje onhandig schuiven op je stoel, lukt altijd. Wouter Beke neemt geen verantwoordelijkheid, gewoon omdat hij geen idee heeft wat verantwoordelijkheid is. De dronken chauffeur die zijn wagen te pletter rijdt is Wouter Beke.De hond die zijn eigen mand vol schijt, Beke.Het kind dat -tegen de afspraken in- uit het vliegtuigje hangt op de molen, Beke.De korst kankerverwekkend aangebakken restje vlees in de pan, Beke. Welk beleid? Van Wouter en zijn gehoefde kornuiten moeten jongeren in de klas een mondmasker dragen, want ja het virus is niet weg. Dat dit mentale problemen met zich mee kan brengen is niet aan de orde, dat er te weinig bedden zijn in de noodopvang –waarlijk een andere pandemie trouwens- deert hem niet. Noodopvang bekt minder sexy dan covid. Het is ook minder zichtbaar en kost eigenlijk alleen maar geld. Want dat doet welzijn in de ogen van deze non-figuur: een geldverslindende post. Hij zit tegen wil en dank in een sociaal keurslijf en het past voor geen meter. Voor iemand van een zelfverklaarde volkspartij, voor de gewone man dus, nogal onhandig. Al is hij niet de eerste en al helemaal niet de enige. Voor deze sujetten is democratie een wel erg rekbaar begrip. Een beetje een voetmat waar je het slijk van het slagveld aan afveegt. Een klein handigheidje in het beste geval, een joekel van een obstakel in alle andere gevallen. Het moge duidelijk zijn dat we met vaccineren alleen er niet zullen geraken, we hebben meer middelen nodig. Een contacttracing die perfect op punt staat bijvoorbeeld, voldoende ventilatie in openbare gebouwen en klaslokalen. Dat had al lang in orde moeten zijn. Een beetje leiderschap had gezorgd dat het nu als een gesmeerde trein liep, maar Wouter sliep door, af en toe geruggesteund door zijn vrouw, die de menigte suste en stelde dat hij wel een goede echtgenoot was. Welk beleid dus, Wouter in ieder geval zal het antwoord schuldig moeten blijven. Maar mocht je hem vragen wat zijn bestaansrecht is, ook dan zou hij prevelen als een gekapte pater.

brandnetel
20 0

De kleine van ‘t café

Pa is vaak van huis, maar niet vaak genoeg. Elke keer als hij thuiskomt, zit ons ma direct vol. En als hij daarmee klaar is, begint hij te zuipen en slaat hij op alles en iedereen die hij tegenkomt. Behalve op de klanten, dat mag niet van ons ma.     Ons ma zegt dat een echte cafémadam al haar klanten onder tafel moet kunnen drinken. Als ze zwanger is, drinkt ze geen druppel minder. De kleine kan er beter al aan wennen, zegt ze dan. Ze is echt een heel goede cafémadam. Door al dat zuipen zijn er vier kinderen doodgeboren en dat was met ons Leslie beter ook gebeurd. Debiel, achterlijk, te stom om te helpen donderen of ooit haar eigen geld te verdienen. Ze zal altijd een blok aan ons been zijn en ze is te lelijk om een hoer te zijn. Geen mens die daar geld voor geeft. Zelfs in het café is er niemand die eens wilt.     Bij mij heeft mijn moeder juist genoeg gezopen: ik ben te slim voor een gesticht en te dom voor een goeie job. De vuilkar zou ik willen doen, maar daar nemen ze geen Vandoorens aan, nadat onze Davy de opzichter een paar tanden uit zijn muil heeft geklopt. In het containerpark heeft onze Michaël een van de andere werkgasten zijn neus gebroken. Bij de groendienst kwam onze Dennis toe met zijn thermos vol whisky. Dat ging, totdat hij met de camionette in de gracht is gesukkeld. De garagist heeft ruzie met onze pa en alle cafés zijn concurrentie. In de schone magazijnen willen ze enkel ‘deftig’ volk en voor proper werk op een bureau moet ik een diploma kunnen voorleggen. Veel werk is er niet voor iemand met mijn naam en mijn karakter. Het is ofwel kadavers ophalen voor de Rendac ofwel nachtwerk.     Ik had gezien in de streekkrant dat ze iemand zochten in het klein Delhaizeke om voor nachtwaker te spelen. Ze hebben daar blijkbaar schrik dat er ’s nachts iemand de champieter en de kaviaar gaat komen pikken. Slechte uren, een contract van mijn voeten en stevig onderbetaald. Maar veel keus heb ik niet, om niet te zeggen geen. Maar kom, onderbetaald is ook betaald. Een uniform voor de nachtwaker hebben ze niet, dus moet ik daar mijn eigen triestige schoenen lopen verslijten.     Vanavond om elf uur moet ik klaarstaan om een godganse nacht mijn tijd te verdoen in die klotewinkel. Om zeven uur ’s morgens komt de chef. Hij kan zien dat hij mijn pré bij heeft of ik sla op zijn bakkes.

Harlinde Bormans
42 2
Tip

De nachttrein

Het was onze eerste reis, ver van huis en zonder ouders. Maanden hadden we ernaar uitgekeken om met de hele klas te gaan skiën in Zwitserland. Niemand was er al geweest, niemand had ooit een skilat van dichtbij gezien en het idee dat we met de nachttrein zouden gaan maakte het allemaal nog avontuurlijker.     Op de dag van vertrek wuifden we opgewonden onze ouders uit, klaar voor een week onafscheidelijk samen zijn. De hele klas hing goed aan elkaar, maar wij twee waren de hartsvriendinnen die maar niet uitgepraat raakten tegen elkaar.     Wij deelden een slaapcoupé en na wat in mijn herinnering wel uren vol onschuldig meisjesgeklets lijken, vielen we in slaap. Ik op de bovenste bedplank, jij onderaan. We waren jong, hadden nog nooit gevaar van dichtbij gezien en we voelden ons beschermd door onze hechte vriendschap. Daarom vergaten we de deur op slot te doen en veranderde die nacht jou voorgoed.     Een man komt binnen in onze coupé en legt zich zomaar op de onderste vrije bedbank, enkele meters bij jou vandaan. Hij ruikt naar iets dat ik niet ken. Ik ben verstijfd van angst. Plots ziet de man dat hij niet alleen is. Hij kruipt bij jou. Ik zie niet wat hij doet, ik durf niet te bewegen en niet te denken aan wat er vlak onder mij gebeurt. Na enkele minuten zucht de man. Ik hoor geritsel van een riem en dan valt het licht van de gang een paar seconden binnen. De man sluit de deur en laat ons weer alleen. Niemand beweegt. Ik hoor je huilen en ik doe alsof ik slaap.     ’s Ochtends vroeg ik of je goed geslapen had. Ik was opgelucht toen je ja zei. Ik wilde niet weten wat er was gebeurd. Ik dacht dat je het zou kunnen vergeten, als niemand erover sprak. Dat was niet zo.

Harlinde Bormans
224 4

Ticket to the moon

Toen ik vanochtend een ommetje maakte met de honden door de lommerrijke straten van Barcelona, liep ik voorbij twee lange rijen mensen. De eerste stond aan te schuiven voor de derde booster van het Covid vaccin. De tweede voor een lotto-briefje. Het enthousiasme bij de twee rijen was vergelijkbaar. Gelatenheid hing als een mist over hen heen. In beide gevallen wachtte men op wat het ‘lot’ beslissen zou. De grote G&G van het leven: Gezondheid en Geld, dé tickets bij uitstek naar vrijheid.  Dat eerste ticket, het fameus covidpasje, de nieuwe leiband van de staat, beslist waar we wel en niet mogen zitten en waar we mogen pissen of kakken. Mét of zonder masker weliswaar. De mens wikt en big brother beschikt. Onze vermeende vrijheid zoals we die kenden onder de illusie van democratie, ligt nu definitief aan diggelen. Het is spuiten en slikken of je ligt eruit. Geen bioscoop, geen romantisch dineetje en al helemaal geen Spa-weekendjes voor degenen die opteren om te mogen beschikken over hun eigen lijf. Onder het mom dat je niet meer kan overlijden aan de gevolgen van covid en de garantie dat je je vrijheid behoudt, groeien de wachtrijen bij de vaccinatiecentra. Dat steeds meer mensen zich onverklaarbaar vermoeid voelen of extreem haarverlies hebben, wordt genegeerd. De ongeziene stijging van hartfalen, TIA’s en andere kwalen waar men voorheen geen last van had, inbegrepen. Nee hoor, dit staat los van de bijwerkingen. De overvolle ziekenhuizen met gevaccineerden aan de beademing, stemmen toch tot nadenken. Nieuwe lockdowns liggen op de loer. Niemand wil dit horen. Niemand wil het er over hebben, want straks is er dat bedrijfsfeestje waar we persé naartoe moeten. En volgende week komt de nieuwe James Bond uit…Krampachtig grijpen we naar onze vermaarde vrijheid die als ijle lucht door onze vingers glijdt. Terwijl ik mijmerend mijn weg verder zet, vraag ik me af of ik toch maar opteer voor een lotto-briefje in plaats van een derde booster…  

Heidi Schoefs
19 0

van binnen naar buiten

Jij kan niets veranderen aan jou. Tenminste, dat zou zo moeten zijn. Voor dit stukje tekst - dat in een soort van oprechtheid zich ingewikkeld heeft - had ik muziek nodig. Voor jou draait het erom jezelf voorop te plaatsen, en ik die jou meemaak: eindelijk maak ik iets mee dat volstrekt normaal is. 'The soundtrack to my life' horen.  Je bent pas zinvol omwille van een ellendige ervaring zoals verlies, maar wat verlies je?; zoals pijn, maar wie is degene die nog pijn heeft? De wereld is op een vreemde manier gestopt met op iets te lijken en laat een verveelde indruk na. Ik kan nog zo mijn best doen, maar niets schijnt maakbaar te zijn dus verdwijnt het momentum altijd wel ergens.  Ik zweer af dat liefde draait om delen, en laat het me vervolgens op gebruiken. Ik doe alles altijd bewust, ook al weet ik dat dat nefast is. Autisme doet je nadenken, zonder dat je iets weet.Je ogen staren me aan maar later zou nog duidelijk worden dat dat mijn eigen blik was die terugstaart naar wat er nu nog van mij overblijft. Ik doe wat moet of eindelijk kan, niet na (gelukkig zijn); ik doe het omgekeerde maar dan op een overtuigende manier (oncontroleerbaar zijn). Ik doe het niet graag, maar maak het wel telkens mee. Ik heb een totaal volmaakt verlangen naar het exterieur van Dries. En dit verdomd stukje tekst dat op een gedicht wil lijken. Een geparafraseerd gedicht is geen gedicht maar een analyse.  Laten we ophouden bij genoeg.  Zorgeloosheid tot iets logisch maken, het zal nooit lukken zonder waanzin.  Vind me terug, zodat ik het niet zelf hoef te doen.

Dries Verhaegen
90 0

Het pistool

Ik moet zes of zeven jaar geweest zijn. Meer dan vier decennia later steekt het niet op een jaar. Het was zomer. Ik sta voor het huis in mijn korte broek en een bruin cowboyvest. Op mijn hoofd draag ik een cowboyhoed van dezelfde kleur, met vooraan een zilveren ster. Een echte Texas Ranger, dat zag je zo. Het kledingsetje kreeg ik van Sinterklaas. De revolver had ik al. In die tijd lag er naast ons huis een schrijnwerkerij. Het was er een komen en gaan van vrachtwagens, kopers en vertegenwoordigers. Al wist ik toen nog niet wat een vertegenwoordiger was. Ik herinner me dat er op vrijdagmiddag altijd dezelfde auto voor het huis stond, met daarin twee mannen. Ze droegen een pak en das en bleven minstens een uur in de auto zitten. Wat raar was, want ze stonden niet eens verdekt opgesteld. Het waren spannende tijden voor een cowboy. “Handen omhoog”, riep ik naar onze buurman-schrijnwerker. “Niet schieten”, antwoordde hij met zijn handen in de lucht. In de revolver moest je een rolletje steken. Echte kogels kreeg ik niet. Dat rode lint kwam uit de revolver als je geschoten had. Je hoorde bijna niets van de knal. De buurman merkte niet dat ik een schot had gelost, ook al had hij gevraagd om het niet te doen. Ons ma vertelde me dat ik buiten moest spelen, toen ik ‘handen omhoog’ zei terwijl ze net de aardappelen wou afgieten.   Ik had gezien dat aan de broek van onze buurman een holster hing, met daarin een pistool. De buurjongen die aan de andere kant van de schrijnwerkerij woonde, zei dat het een spijkerpistool was. “Toch ook een pistool”, zei ik. Ik wilde niet toegeven dat hij gelijk had. Maar het klopte wel. Het was de nagel op de kop.

Rudi Lavreysen
14 0

Een lyrische omschrijving van het ongemak dat ik tracht te ontleden en af te schudden

In het witte maanlicht gaan de dennen door hun knieën. Rolluiken rammelen, vette druppels kletteren. De woeligheid achter het dunne glas is van dezelfde aard als die onder mijn huid. Welke houding ik ook aanneem, ik blijf twintig centimeter boven het bed zweven. Het landen en zinken lukt niet. Ik reken op een kuip warm zout water als anker. De obstructie in mijn keel roert zich even en haakt dan weer in. De rechthoek in mijn maag zit gebeiteld. Geknield herzie ik de koers. Een afgebakend verlangen naar rust richt ik tot symbolen van grootsheid waarin ik mezelf even niet zie. Reeds als kind wist ik dat ik mijn woorden kon planten. De scheppingen van vandaag zijn mijn smeekbedes van gisteren. Ik huis in de inzichten die ik wilskrachtig bijeen heb geschraapt. Een fort bewaakt door een schare engelen. Ware verandering, de soort die verzacht, ontvouwt zich na begrip. En zo loop ik continu, om niets te missen, wagenwijd open. Met als gevolg dat er veel onrust binnen dwarrelt. Ik struikel ook steeds vaker over de langgerekte kreun die tussen de façades hangt. Sommigen proberen deze te overstemmen door luid te zingen. Maar dat gaat ongewild snel over in geschreeuw. Ik graai naar de voorbij glijdende stilstand en tracht de schemering te bottelen. Het einde van alle dingen zit in mijn ooghoeken. Alles wordt verpakt met limieten, cadeautjes aan mezelf. De sorry’s veeg ik van mijn lippen terwijl ik mezelf toesta om verkrampt mens te zijn.   https://www.karoliendeman.com/blog/2021/11/7/onrust‘Wired Up’ - zelfportret met acrylverf - 122 x 92 cm

KarolienDeman
11 0