Lezen

Mensen zijn koeien

Mensen zijn dieren. Ze eten, drinken en schijten. Ze paren, slapen en worden brakend wakker. Ze komen ter aarde met een schreeuw en verlaten haar met een zucht. En tussen al dat zuchten en kreunen spookt één vraag door hun hoofd: Wat maakt ons nu zo anders dan die andere beesten? Onze verwantschap met apen is welbekend. Minder bekend is dat de homo sapiens ook een stevige dosis runder-DNA met zich meezeult. Dat verhaal begon zo’n 8.000 jaar geleden in het Tweestromenland, toen een eenzame boer meer tijd doorbracht met zijn veestapel dan met zijn door baren en zwoegen afgepeigerde vrouw.  De boer had last van hoofdpijn, zuchtte de hele dag door, verloor zichzelf in gepeins en zinloze, onpraktische vraagstukken. Ten einde raad begaf hij zich naar de plaatselijke medicijnman die een harde diagnose stelde. De boer leed aan een ongeneselijke, chronische aandoening: verveling. Verveling is geen beschavingsziekte, verzekerde de medicijnman. De mens is van nature een verveeld diertje. Hoogstens kan men zeggen dat de verschijningsvormen van deze zielsaandoening erger werden toen de mens - deze bizarre, tweevoetige, naakte aap - zijn nomadische bestaan inruilde voor een bestaan als landbouwer. Hoe meer mensen zich onderwierpen aan bureaucratieën en priesterklassen, hoe meer zij hun leven insnoerden met rituelen en taboes, hoe sterker de aandrang werd om zich te verliezen in allerhande uitspattingen. Dat gold ook voor onze boer, die snel na de diagnose tot de conclusie kwam dat geen exces buitenissiger is dan je geërecteerde lid in plaatsen steken waar die anatomisch niet tot hun recht komen, zoals de schacht van een gedomesticeerde oeros. Zo geschiedde dat 8 millennia geleden een geslacht van koemensen ontstond, dat zich vanuit Mesopotamië over de hele aardkorst verspreidde. Die theorie is minder vergezocht dan ze lijkt. Veel gedragingen van moderne mensen verraden hun zoöfiele oorsprong. Zo is copulatie met melkvee een goed gedocumenteerd ontgroeningsritueel bij West-Vlaamse tienerjongens. Ook wie de dagdagelijkse routines van de moderne mens grondig bestudeert ziet meer gelijkenissen dan hem lief is.  Ondanks hun zelfverklaarde trouw aan idealen als individualisme, zelfontplooiing en ‘empowerment’, bewegen de meeste specimen van de menselijke soort nog steeds in kudden. Vijf dagen per week laten ze zich leegmelken in shiften van acht uur. Daarna trekken ze stalwaarts in veewagens met achteruitrijcamera en adaptive cruise control. Op de openbare weg veroorzaken ze zo’n opstoppingen dat ze volledig opgedraaid thuiskomen in hun hoogtechnologische stallen met vloerverwarming, digitale tv en wifi.  Koemensen verkeren in een staat van permanente haast, wat hen ongetwijfeld erg menselijk maakt. Enkel als hun kalfjes liggen te maffen nemen ze tijd voor zogeheten ‘quality time’. Dit ritueel verloopt steeds in hetzelfde stramien. De stier bestijgt zijn koe, die ogenblikkelijk ten prooi valt aan verveling. Deze drie minuten durende fase geeft het vrouwtje de gelegenheid om de gebeurtenissen van het voorbije etmaal te herkauwen en plannen te maken voor de volgende dag. Na afloop stort het mannetje zijn zaad tussen de poten van zijn wijfje en valt snurkend in slaap. Soms leidt deze poging tot intimiteit tot de inseminatie van het koemenswijfje. Meestal echter sterft het stierenzaad een roemloze dood op de venusheuvel van het vrouwtje. Koemensen zijn rijk, gezond en weldoorvoed, maar vergis je niet: Hun bestaan is levensgevaarlijk. Velen sterven van verveling. Sommigen komen in opstand – al weten ze niet tegen wie. Ze worden opgejut door een influencer die in hun lusteloosheid een nieuw verdienmodel ziet. Ze breken hun stal af en schijten waar ze staan. Geconfronteerd met hun eigen afval verwijten ze ‘de wetenschap’ en ‘de overheid’ dat die nog steeds geen tovertruc hebben om hun stront te doen opgaan in het ijle of op z'n minst te voorzien van een vleugje lavendelgeur.  Nochtans is de koemens vrij en ongeketend. De poort staat wagenwijd open. Wie de stal wil verlaten moet enkel nog een gracht overspringen. Koemensen hebben echter stramme knieën. Een leven lang ter plaatse trappelen heeft hun gewrichten aangetast. Zelfs voor de sprong naar de vrijheid roepen ze de hulp in van wetenschap en overheid. De kuddedieren blijven dan ook liever waar ze zijn: in hun luxestallen met vloerverwarming, digitale tv, wifi en de ammoniakgeur van zelfgebakken lucht.  Pieter Van der Schoot

Pieter Van der Schoot
32 1

The swimming pool

‘Mevrouw, waar zijn hier de lockers?’ Ellen schrikt op van de plotse vraag naast haar. Groene ogen met een jong mannenlijf staren naar haar decolleté. Ze heeft net haar bikini aan, moedig op weg voor een frisse duik na acht uren werken aan de laptop. Het is hoog tijd om te bewegen. Eindelijk buiten, eindelijk in de zon en de zwemvijver lonkt.   ‘In dat gebouw, daar links vind je kleedkamers en lockers,’ wijst ze vriendelijk.  ‘Dank je wel,’ antwoordt hij tegen haar borsten. Had ze toch niet beter haar sportieve badpak aangetrokken? Is deze bikini te open en bloot? Ach de puber had nog niets gezien. Ze trekt haar badhanddoek een beetje verder naar voren vooraleer ze verder naar het water stapt.  ‘Zalig he zo een frisse duik nemen na de werkdag!’ Ellen glimlacht naar een andere zwemster. Ze lijkt van haar leeftijd, slank, sportief en met zwembrilletje maar blijkbaar zonder zin in socializen. Na een knikje springt de sportieve het water in. Misschien moet ze snel terug thuis zijn om te koken voor een vervelende dominante man. Daar heeft Ellen geen last van. Vrij als een vogel kan ze kiezen waar of wat ze eten zal straks. Niemand wacht meer op haar sinds de kinderen het huis uit zijn. De drukte van haar job vult veel leegte op. Met flinke stappen en een kleine duik is ze vertrokken. Onder haar zwemmen de goudvissen in de zwemvijver. Met haar hoofd onder water hoort ze de gillende kinderen niet meer. Een andere wereld opent zich.    ‘Waar zwem je heen?’ De groene ogen kijken haar lachend aan. Ellen kijkt verbaasd op.  ‘Uhm, naar de andere kant en terug, en jij?’ Vlug zwemt ze weg zonder zijn antwoord af te wachten. Ze heeft rust aan haar hoofd nodig nu. Groenoog is blijkbaar verdwenen. In de verte zwemt de vrouw met de dominante man. Aan de rand zet Ellen zich af, ze dobbert verder op haar rug, in volle zon. Een vakantiegevoel overspoelt haar. De hoge beuken rond de vijver ademen de zomeravond in. Mini schapenwolkjes zweven boven haar en kleuren het blauw nog strakker, een belofte voor een laatste zomerdeal.  Ellen voelt zich vrij.   Toen ze daarstraks de laptop dichtklapte had ze maar nipt haar acht uren gezeten, zo noemt ze het vaak in zichzelf. Ik moet daar weer gaan zitten zegt ze dan luidop in haar appartement op weg naar haar werkplek. Het was ooit de slaapkamer van haar zoon.  Ze  had vandaag weer de ene video call na de andere. Haar leidinggevende had weer een nieuw systeem opgezet, weer een andere werkwijze, nog meer Excel overzichten en PowerPoints.   Ellen draait zich om en met een stevige slag duikt ze diep onder water. Ze zwemt met volle kracht om de werkdag weg te spoelen. Elke armslag, elk visje, elke zonnestraal brengen haar terug de energie die ze zo goed kent. De energie die ze gebruikt om plannen te smeden met de vriendinnen, om nieuwe leuke activiteiten op te starten, wandeltochten te ondernemen en haar eigen weg verder te zetten.   ‘Dag juffrouw,’ klinkt een zware stem naast haar. Grijze haren en rimpels sieren een gebruind gezicht en de sterke glimlach net boven het wateroppervlak trekt haar aandacht. ‘Hallo, heerlijk zwemmen hier he,’ lacht Ellen terug.  ‘Ja nu zeker, nu ik naast jou mag zwemmen.’ Daar was die donkere stem weer. ‘Zwem je hier vaak?’ ‘Ja ik woon hier vlakbij en ik kom al eens na het werk ontstressen hier. En straks kan ik op mijn terras thuis in het zonnetje verder nagenieten.’ ‘Dat moet daar heerlijk zijn op jouw terras…’ zijn glimlach was veelbetekenend.  ‘Ah ja, dat is zo’. Ellen is even uit haar lood geslagen.  ‘Heb je daar veel privacy op je terras?’ ‘Het is er rustig maar er zijn ook andere terrassen.’ ‘Dus je kan niet naakt zonnen?’ Die heeft lef zeg .... ‘Ah gaan we die tour op?’ Ellen is wat van haar stuk gebracht. Ze zwemt rustig verder, nieuwsgierig waar deze conversatie naartoe zal gaan. Maar het grijze haar zwemt naar de kant en kijkt niet meer om. Ze ziet hem met trage, stevige stappen het water uitgaan. Naar zijn felrode badhanddoek. Hij zet zich op de houten rand in de zon met een blik op oneindig. Groenoog was blijkbaar al terug naar de kleedkamers. Misschien vraagt hij nu de weg aan een andere decolleté. Als ze nu het water zou verlaten en beide heren spraken haar aan, dat zou complex worden.  Ellen voelt de koude van het water in haar voeten sijpelen en de zon lonkt. Ze wandelt het water uit, voorbij de redderspost en zet zich op het warme hout in de zon, als een waterschildpad onder de warme lamp. De grijze man zit wat verderop. Lekker rustig zo. Ze strekt haar benen, trekt haar buik in en leunt op haar ellenbogen achterover met de zon frontaal. Lekker drogen voor ik terug naar huis fiets denkt ze en ze sluit haar ogen.   ‘Neen ik zit niet meer op datingsites maar op Instagram volg ik nu een foodie en die post zo van die superlekkere gerechten. Dus ik dacht ik zal die foto liken en ik stuurde zo van jij kan precies lekker koken? Was dat een goeie vraag denk je?’ Ellen luistert mee en kijkt even op. Twee meisjes analyseren een chatsessie.  ‘Hij vroeg of ik single was. Zou ik daaruit kunnen afleiden dat hij interesse heeft?’  Ze staan op  en wandelen babbelend naar het water. Ellen hoort nog een verre ‘Ja natuurlijk!’ vooraleer ze met veel gilletjes en gelach het koude water ingaan. Rust.   Tijd om zich om te draaien en haar rug te laten genieten van de zonnewarmte. Ze kijkt recht op de rug van de grijze man. De zon is wat gedraaid en hij heeft zich dichter bij haar gezet. Hij lijkt een beetje sportief gebouwd maar niet extreem. Hij kijkt over zijn schouder en met een handige draai zit hij in één beweging frontaal voor haar. Hij kijkt haar recht in haar ogen. De gegroefde bruine huid heeft veel zon gezien. Hij is wat jaren ouder dan haar. Zijn aanpassende zwarte zwembroek lijkt net iets te klein. Of is dat enkel nu?  ‘Dag juffrouw, ik heb weer de eer in je aangename gezelschap te vertoeven. Ik heet Alex.’ ‘Ja hier ben ik weer, ik heet Ellen. Ben je van in de buurt?’ Ellen glimlacht vriendelijk.  ‘Neen, ik kom uit Brasschaat, ik kom speciaal naar hier om in openlucht te kunnen zwemmen. Vroeger deed ik dat in het zwembad daar maar dat is al vele jaren gesloten. Ik tref het weer vandaag, weer mooi gezelschap.’ Hij glimlacht breed en kijkt haar onbevreesd aan.  ‘Ah dus je spreekt hier vaker dames aan tijdens het zwemmen?’ antwoordt ze nieuwsgierig. ‘Ik vind het leuk zo eens een praatje te maken, ja.’ Zijn zware stem blijft vriendelijk en rustig. Doordringend. Ellen kijkt wat verward rond. In de verte strijken 2 eenden kwakend neer op het water. Er zijn bijna geen zwemmers meer. De redders hangen rustig aan de kant. De avond zet zich in. Een bries waait over de zwemvijver en Ellen huivert lichtjes.  ‘Het wordt frisjes nu he? Heb je zin om nog iets te gaan drinken in de taverne vlakbij?’ vraagt Alex. Ellens gedachten flitsen warrig door haar hoofd. Zou hij dat elke keer met een dame doen? Zouden ze hem daar al kennen? Ben ik dan de zoveelste in het rijtje? Maar ach, wat verder babbelen lijkt wel leuk. Straks zou ze toch alleen thuis zitten. En wat zou ze eten?   ‘Ja dat is goed. Ik heb wel zin in een warme thee, ik ga me omkleden en zie je aan de brug, OK?’ ‘Dat is een mooi vooruitzicht’ antwoordt Alex met zijn diepe stem. Ellen neemt haar handdoek en is blij dat ze even uit zijn vizier is. Mooi vooruitzicht zei hij. Als hij maar niet denkt dat dit verder gaat dan een drankje samen. Ellen bedenkt haar strategie voor zo dadelijk. Ze zou luchtig en vriendelijk, beleefd een theetje met hem drinken en dan naar huis fietsen. Ze had nog wel wat in de koelkast of diepvries. Ze maakt vaak het eten klaar waarvoor ze de ingrediënten in huis heeft. Ze is geen foodie.  Het is voor haar alleen en als het een beetje gezond is, lekker en snel gereed dan was het al OK. Niemand stelt verwachtingen aan haar avondeten. Niemand die op een stipt uur een warm bord verwacht. Een beetje verder ziet ze groenoog op zijn fiets stappen. Hij merkt haar niet op. Daar is ze al vanaf. De twee vriendinnen wandelen babbelend langs haar naar de ligweide. Ze gaan de allerlaatste zonnestralen oppikken. Haar handdoekburen zullen kunnen verder genieten van de datingverhalen. Ellen heeft nu haar eigen verhaal.   Alex staat haar op te wachten bij de brug. ‘Helemaal klaar?’ Hij kijkt keurend naar haar zomerjurk. Ze had haar haren los nu. Het kleine sportieve staartje paste niet bij een terrasje in de avond en zo kon het makkelijker drogen. In de kleedkamer was ze blij geweest dat  ze haar deo in haar zwemtas  vond en een staaltje blush om zich wat op te maken. Ze voelt zich naakt zonder oorbellen maar om te zwemmen laat ze deze juweeltjes thuis. Ze was al eens één blauwe oorbel kwijtgeraakt toen ze aan de rand van de zwemvijver even het brilletje op haar hoofd zette. Een sportieve man was nog naar de bodem van de vijver gedoken maar tussen de algen was de kleine oorbel snel verdwenen. Ook haar favoriete groene ring die ze samen met haar tante in die kleine exclusieve zaak gekocht had, heeft ze niet om. Het geeft haar een goed gevoel die ring aan te raken en netjes gecentreerd rond haar vinger te draaien.   Ze kijkt hem wat onzeker aan. ‘Ja, wat onverwacht deze date, dus ik heb niets speciaals aan,’ antwoordt Ellen.  ‘Ha, je noemt het al een date, mooi zo!’ Alex biedt zijn arm aan. Er is geen tijd om na te denken en Ellen haakt in. Alsof ze met dit gebaar instemt met zijn intenties. Als ze al wist wat die waren. ’Het is nog een mooie avond.’ Alex ziet het precies al helemaal zitten. Op een vakantiegangetje wandelen ze naar het terrasje.  ‘Ja, prachtig die zon die ginds achter de wolken verstoppertje speelt. Hopelijk wordt het niet te fris straks.’ Alex trekt haar een beetje dichter tegen zich aan. Hij voelt warm en sterk. Ellen geniet van zijn nabijheid.  Zullen we aan dat tafeltje ginds plaatsnemen?’ Alex gidst haar naar het verste tafeltje van het terras. ‘Ja dat lijkt me een rustige plek.’ Daar val ik niet op als er bekenden zouden langskomen, denkt Ellen.  Buren maken zo snel een verhaal van een toevallige vriend of ontmoeting. Eergisteren vroeg een buurvrouw nog waarom haar auto niet verplaatst was deze week. ‘Was je ziek? Was je met vakantie? Mijn volgende auto wordt saai grijs, denkt Ellen. Dat valt minder op dan koperkleur. Wat zouden ze fantaseren als ze me nu met deze oudere man zagen? Zijn rimpels tekenen karaktervol zijn leeftijd. Zijn trendy rode broek en zomers hemd zitten hem als gegoten.   ‘Wat ga je drinken, Ellen?’ Hij spreekt haar naam traag en diep uit en kijkt haar intens aan.  Ze maakt zich los van zijn blik. Hij moest niet denken dat hij haar zou kunnen intimideren. ‘Voor jou ook cava? En bestel ik er ineens wat kaasjes en olijfjes bij?’ ‘Oh lekker. Goed idee!’ Plots bedenkt ze zich haar voornemen om thee te drinken en dan naar huis te fietsen. Te laat. Het leek leuker bij Alex op het terras dan alleen in haar flat. Haar favoriete Netflix serie was ten einde. Morgen was er nog een halve werkdag te gaan. Ja, deze cava-beslissing is onder controle, zo redeneert ze. Alex bestelt. Zijn blik blijft net iets te lang hangen op de lange jonge benen onder de korte rok. De jobstudente tikt de bestelling in. ‘Komt eraan,’ glimlacht ze vriendelijk.  Ellen voelt zich wat opgelaten. Ach mannen doen allemaal zo, verdedigt ze zijn gedrag in gedachten. Hij draait zich terug naar haar met een brede glimlach. ‘Werk jij nog?’ opent Alex de conversatie. Ze gaat met haar hand door haar haar, het voelt nog wat klam. ‘Ja, ik werk bij Astarica, op de IT-afdeling.’  ‘Ah dus als ik vast zit met mijn computer thuis dan kan jij mij komen helpen?’  ‘Neen, hardware is mijn ding zo niet. Ik doe analyses, maak de planning, test de software enzo.’  ‘Slimme dame! Maar jammer, ik wou je al uitnodigen want er hapert wat aan mijn PC...’ Hij kijkt weer diep in haar ogen. Zijn stem neemt haar mee. Zijn handen rusten gevouwen halfweg over het tafeltje. Niet zo ver van haar. ‘Ik ben met pensioen,’ vervolgt Alex, ‘dan heb ik tijd om naar mijn boot in Breskens te gaan. Vaar je graag?’ ‘Ik hou wel van water, is het zeilboot?’ ‘Een jacht met 3 kajuiten. Het is zalig slapen daar, je wordt gewiegd op het water...’ Hij kijkt haar uitnodigend aan.   De jobstudente schenkt 2 cavaglazen uit. De fles gaat in de koeler. Alex maakt plaats voor de hapjes. Zijn rechterarm ligt nu ver vooruit gestrekt op het tafeltje. Als Ellen even niet oplet zou ze hem aanraken. Hij heeft ronde, stevige handen met knoestige vingers. Hoe zou hij aanvoelen? fantaseert ze. Ellen roept zichzelf tot de orde en neemt een paar kaasjes. Ze heeft honger na het zwemmen.  ‘Proost! Ze klinken en kijken diep in elkaars ogen. ‘Anders 7 jaar slechte seks,’ lacht Alex met een bulder. Ellen lacht mee en neemt snel een flinke slok. Ze huivert. ‘Hier, ik heb nog een trui bij, hang die maar over.’ Zijn wollen camel kleurige trui landt op haar schouders. Ze ruikt zijn mannelijke aftershave. ‘Dank je wel, dit is een warme, zachte trui.’ Ze trekt de trui even tegen haar aangezicht en geniet van de strelende warmte.  ‘Ik kreeg die vorige maand cadeau voor mijn 66ste verjaardag, van mijn vriendin’. ‘Ah, je hebt een vriendin?’ Ze laat de trui terug op haar schouders vallen. ‘Ja maar we zijn uit elkaar gegroeid en leven als broer en zus.’ ‘Mooi cadeau dat je kreeg van je zus,’ antwoordt Ellen scherp, ‘wat geeft ze je nog zoal?’ Alex lacht breed. ‘Gewoon cadeautjes met de verjaardagen en met Kerst. En elk jaar maken we nog een reisje. Speciaal omdat zij dat wil. Ik ga mee om de lieve vrede te bewaren. Vorige winter maakten we een cruise langs de Noorse Fjorden. Zij wou zo graag het Noorderlicht fotograferen.’  Ellen drinkt haar cavaglas in 1 teug leeg. ‘Je hebt dorst. Zal ik bijschenken?’ Zonder haar antwoord af te wachten schenkt Alex de cava bij. Zijn rechterhand ligt terug op het tafeltje, nog dichter naar Ellens kant. Hij trommelt met zijn zware vingers op het houten tafeltje. Het klinkt als een vraag naar aanraking. Ellen wil naar de olijfjes met haar prikker maar Alex neemt haar hand en legt ze onder de zijne. Het voelt warm en sensueel. Ze kijkt naar hun handen. Hij streelt traag haar vingers. Hoe zou het zijn om met hem op cruise te gaan? Ze ziet hen al samen op het dek bij zonsondergang en nadien... ‘En dus hebben we geen seks meer met elkaar,’ vervolgt Alex zijn verhaal. Hij knijpt veelbetekend in haar hand. Ellen schrikt op en trekt haar hand terug. Dit gaat te ver. Te snel.  ‘Na dit glas fiets ik naar huis,’ zegt ze kordaat. ‘OK, bedankt voor deze fijne eerste kennismaking alvast.’ Hij leunt over de tafel, over de hapjes en plant een lange warme zoen op haar mond. Even voelt ze zijn tong. Heel even. Ellen kijkt schichtig om zich heen. Wie zag dit? Ze voelt een warme gloed naar haar wangen stijgen. Ze hoort gelach aan de tafel naast hen. Maar ze kijken naar  filmpjes op hun mobieltje, oef. ‘Mag ik je nummer? Dan kan ik zo nog eens een berichtje sturen. Ik vind je leuk gezelschap.’ Hij kijkt haar vragend aan.  Ellen drinkt haar glas leeg, neemt nog 2 kaasjes, staat op en legt snel een eurobriefje op tafel. Ze wil hem niets verschuldigd zijn. ‘Blijf nog even...’ probeert Alex.  Even twijfelt ze maar dan dicteert ze ‘0393 03 13 33.’ Een makkelijk nummer. Hij moet het maar onthouden denkt ze. Hij strekt nog even zijn arm uit en raakt licht haar arm aan als ze voorbij wandelt. Haar huid tatoeëert zijn vingertoppen in haar geheugen...  Het geroezemoes op het terras lijkt te verstommen. Maar kordaat zet ze haar voeten terug in beweging. Ze is op weg naar huis, zo spreekt ze zichzelf toe.  Met een brede glimlach en bijna huppelend snelt ze naar haar fiets. Ze kijkt niet meer om. Lichte schemering zet zich in. Kraaien krassen luid boven de bomentoppen. Hondenwandelaars vinden elkaars gezelschap in het park. Onderweg naar huis voelt ze haar mobieltje trillen. Ze fietst wat sneller. Thuis zal ze lezen. Zij zal de  vriendin wel aan de kant zetten. Zij zal de volgende zijn met wie hij op reis gaat. Zij zal zijn aandacht krijgen. Zij zal stralen. Zij draagt zijn trui.       

Lumes
161 2

loserromantiek

Loserrmantiek Zij wil amandelmelkZij kent vele marktkramers op de zaterdagmarktZij wil graag een wormenbak voor haar verjaardagZij leeft op zondag meer als op andere dagenZij liegt over hoe mijn schoenen er uit zienZij wil een Christian Gray tussen de lakensZij wil macrobiotiek eens een kans gevenZij spreekt vaak van slim & domZij houdt de pitten van avocado’s zorgvuldig bijZij eet niet graag aardappelenmaar zou dat wel eens graag in onze hof zetten Waarom ben ik te min er is geen plaats voor mij in dit kot  Zij vind zichzelf een hippie , maar draagt altijd schoenenZij kent geen bouwvakkers of garagistenZij rangschikt boeken en cd’s alfabetischZij beweert dat ik de grootste plant van ze allemaal in huis benZij vind het jammer dat ze het enige kind isZij is met mijn bueno’s & snickers ribbedebieZij wilt godverdomme flappen zienZij zegt vaak ‘ Jitse , ge bent weer niet aan het luisteren hé ? ‘Huh , wa ? ‘Zij wil bij gebrek aan Ian , Baxter Dury ’s ochtends op de radioZij verbetert de taalgrammatica in de boeken van Nick Cave Waarom ben ik te veel er is geen plaats voor mij in dit kot  Zij heeft weinig vriendinnenZij koopt niet bij ZalandoZij heeft een zwak voor Kobe IlsenZij belt niet dagelijks haar moeder Zij vindt mij maar ne kwistenbiebel en ne schrikkentistZij telt de peuken in de asbakZij oordeelt niet , maar moet niets van metalheads hebbenZij verbetert mijn belastingsaangiftesZij houdt stiekem van Cardi BZij zegt vaak : Jitse ik weet waar ik sta , waar ik naartoe & ik weet wat ik wil ! Gij weet wat gij wilt ? Waarde gij niet biseksueel ? Lang geleden schoot ik mezelf in de voetheb nu niets in handen en ontbreek de nek  Zij wilt die populaire blauwe wijn van vier jaar geleden eens proberenZij wilt handgemaakte schoenen en gevouwen servettenZij vind Granny Smiths zo jaren negentigZij kent niets van boer & scheetculturenZij vergelijkt een festival met een sardienenblikZij wilt nijlpaardentherapie volgen aan de oevers van de NijlZij gaat er van uit dat Michael Akerfeldt een crimineel isZij wil kombucha , maar niet die met alcohol erinZij heeft een zachte , kale poes .                                                                 Een sphynxkat  Zij zegt dat altijd alles beter kan Men gebreken heb ik glad gestreken & ga vol tegen de muur aanIk vijl mijn tanden scherp & glimlach ten allen tijde Zij heeft Erasmus gedaan in LondonZij krijgt stuiptrekkingen van mijn dialectZij neemt de dingen niet voor wat ze zijnZij kuist tegen mijn wil in , mijn veel te kleine mancaveZij neemt opvallend graag het woord narcist in de mondZij wilt dat ik mijn zakdoeken & onderbroeken strijkZij heeft een advocate , psychologe , & sexy yogaleerkrachtZij leerde me het woord : penisnijd Zij kent niets van fontonten , maar wel van trammelant Zij likt het onderste van de kan met het puntje van haar tong droogZij wist me eens te vertellen ‘Jitse ik wil graag eens Ottolenghi proberen’‘Geen probleem sjoe , waar kunt ge dieje pasta kopen ? ‘ Geen plek geen plek geen plekgeen fucking plek voor mij in dees kot   Zij trekt het internet uit als ze naar haar werk vertrektZij leest De Standaard , Knack & de WoefZij heeft altijd antropologie willen studerenZij zegt dat ik de Kabas eens moet zoeken             & dan bedoelt ze niet haar rugzakZij houdt niet van clichés & dingen uit proportie knallenZij vind mijn fiets altijd te vuilZij vergelijkt de Melvins met Bassie & AdriaanZij zegt dat ik nodig een paar ballen moet groeien maar houdt geen rekening met mijn stenen klotenZij doet bijna nooit de afwas , maar wilt geen afwasmachine in huisZij voer al jaren een concurrentiestrijd met haar enige nichtZij heeft nog nooit aan de toog gehangenZij vind seks in de douche water én energieverspilling ik word hier zo zot , als Leuven foor in dat kot& dat is hier niet eens een zottenkot begotals ik buiten komkomen zelfs de muren van de stad op mij af Zij heeft glazen rietjes & strooien hoedenZij wilt later een Frans Bulldogske Francois noemen . Francois het Frans BulldogskeZij denkt er over na om haar okselhaar te laten staanZij bestelt kaaskroketten bij de frituurZij zit al jaar & dag aangesloten bij plantenclub tussen Pot & GrindZij vindt hakken & fuck me botjes voor chichi-madammenZij vindt de vuilniskalender naast de reguliere kalender hangen geen strak plan      want dat is niet mooiZij heeft wél graag ananas op haar pizzaZij gebruikt vaak het woord onbekwaam & de zin Jitse je zult het moeten ondergaanZij vind mijn neologismen vuilbakwaardigZij heeft tweeënzeventig paar schoenen , tweeënzeventigZij heeft geen idee wie Eric Cantona is Zij wil het liefst van al vier kinderenZij vind mijn moeder maar ne Chef tut Zij heeft nog nooit gehoord van Baal of TremeloZij draagt thuis de broek                         én de rok ZijZij is van mij & datdat maakt mij blij

Schrikkentist
4 1

kluizenaar

de gratis tafel stond er logisch naar de dag en nacht gericht met een vergezicht op groen over de weide achter de werf op sommige dagen bood het troost ik zat er altijd alleen uren dagen te turen te staren door amper gewassen vensters verdrietig verlaten verveeld niemand die het wist, vermoedelijk enkel de oude stinkerd van verdieping één wiens geur niet viel te rijmen met het leven van alledag toch leek zijn leven een aanvulling op het mijne met stof overal, vooral op onze lach hardnekkig vuil op onze ramen belemmerde ons zicht ik was bijna blij met een bezoek van de eenzame muis met overtollig lichaamsgewicht in de trappenhal, op zoek naar eten in onze gang, het vuilnisbelt en bij mijn onaangekondigde thuiskomst vloog ze dan ook van angst bezeten naar beneden door mijn benen gesneld het was vaak het spannendste moment van de hele week iets om naar uit te kijken ik moet zelfs toegeven dat ik het jammer vond als ze er niet was het weerspiegelde mijn lijden en bracht af en toe wat motivatie met zich mee ik moest ook vaak denken aan de in slippers gedwongen poten vol schurft van dat vunzig wijf op het gelijkvloers wie ik al eens hielp met haar boodschappen tot aan haar ranzig kot met dito kat mijn buren waren geen inspiratie nee maar gaven me wel het gevoel dat ik het zo slecht niet had en als de deurbel al ging wist ik automatisch wie het was wie me kwam verlossen uit mijn leed me recht trok uit mijn mentaal gegraven graf ik wierp de sleutels door het raam ze liet ze vallen als een grap ze was liefdevol en ik vond haar mooi haar verschijning gaf me rust haar huid was lichtbruin, rein en zacht ze rook lekker en omarmde mijn onervaren lust ze lachte sober,  ik genoot Ik kwam meestal gewoon in haar klaar ze was er ok mee, en ik ook ze gaf me dat waar ik op wachtte we waren elkanders afleiding in een leven met beduidend weinig hoop we gaven mekaar genegenheid, het verzachtte het vooral grote gebrek aan tevredenheid de schaarse momenten met haar waren de lichtpunten in mijn leven vaak vertrok ze na de seks zonder wil me echt te kennen en ik kon haar geen ongelijk geven verder gebeurde er niet veel dan kijken  door dat raam op het tweede verdiep  van miserie met een kluizenaar als buur die vaak geld leende in nood voor wat eten en zijn verslaving als troost naar zijn dood hij stak het wel elke maand mooi in een envelopje onder mijn deur het gaf me een gevoel iets goed te doen een daad te voegen bij het woord want verder deed ik niet veel dan drinken en dronken schreef ik wel eens wat geestesbraaksels op papier in een studio leger dan mijn hart in een schrift erger dan klad een gedrocht van een zetel, een gratis tafel en matras een treurige keuken en slecht beschilderde muur veranderde niet veel aan het feit dat ik me voelde als vergeten als een wezen gedrenkt in spijt een dagelijkse wandeling tot aan een bank dat was het zo een beetje zitten aan de straatkant met grootse blikken in mijn rug van stenen beelden aan dat imposante gebouw veel meer deed ik niet de dagen duurden lang ik was nog zo jong, ik was in rouw ik leek wel de heremiet   op dat bankje en in mijn studio versleet ik eindeloos veel kostbare tijd terwijl er zoveel en iedereen de ambitieuze wereld passeerde het bracht me voor zover ik weet vooral weinig bij En dat wanneer er zo veel werk was     dimitri V.

dm3vekemans
0 0

Robotstofzuigers krijgen een stem

Brussel – Al jaren ondergaan robotstofzuigers een ongekende leed. Vaak zijn zij het slachtoffer van pijnlijke botsingen. Vanaf morgen krijgen zij een stem. De Roomba, vakbond van de Artificiële Intelligentie noemt dit ‘alvast een stap in de goede richting’, en hoopt dat dit ook andere robots aanzet tot actie over hun arbeidsvoorwaarden. Robotstofzuiger zijn een vaste waarde geworden bij de Belgische gezinnen. Sinds enkele jaren maken ze een steile opmars en duwen ze de gewone stofzuiger uit de markt. De huiskamers van de meeste gezinnen zijn echter niet mee geëvolueerd met de komst van de robotstofzuiger. Dit maakt dat zij vaak botsen op kasten, stoelen, tafels,… of verstrikt geraken in rondslingerend speelgoed. Vakbond Roomba ijverde daarom ook al jaren voor een chip die dit leed een stem geeft. Vanaf morgen 1 oktober is het zover en dan moeten alle robotstofzuigers uitgerust worden met deze chip. Bij elke aanraking zal de eigenaar een korte pijnkreet horen, maar er zijn nog andere functies. Zo kan de eigenaar kiezen voor de huilbuien van Simonneke uit ‘Thuis’ of voor strakke ‘D’oh’s’ van de welbekende Homer Simpson. Eigenaarsorganisaties drukken hun bezorgdheid uit over mogelijke geluidsoverlast. Roomba reageert hierop: ‘Al jaren lijden de robotstofzuigers in stilte. We betreuren zelfs enkele slachtoffers die het leven lieten door rondslingerende legoblokjes. Deze chip is broodnodig om de eigenaars stil te laten staan bij het onnodige leed. Misschien wordt er eindelijk opgeruimd vooraleer onze leden aan de slag gaan.’ Roboteigenaars vrezen dat dit een gevaarlijk precedent zal scheppen, en dat het idee ook toegang zal vinden bij robotgrasmaaiers of keukenrobots. Roomba ziet dit anders: ‘Wij voelen ons niet begrepen als groep. Mensen hebben het schijnbaar moeilijk met nieuwkomers. Er is echter geen plaats voor discriminatie. Iedereen heeft recht op een leven zonder pijn. Wij zouden het een grote vooruitgang vinden mochten andere robots zich bij deze gedachte aansluiten.’ De chip is verkrijgbaar via de website van de het Vlaamse ministerie voor Artificiële Intelligentie te Brussel. Vanaf 1 december moet elke robotstofzuiger hiermee uitgerust zijn.   Spoiler alert: uiteraard is dit fake news!  

Jolien Van de Velde
40 2

3120 - De blankste gemeente van het land

1In Tremelois er altijdiets te zien op zondagsimpelwegomdat daar nooit       of te nimmerüberhaupt iets te zien is2Als je vanhet NoordoostenTremelo binnen rijdzie je op uw linkerkanteen failliette fitnesszaak& op uw rechterkant      de grootste Aldivan het gehele landzo weet je ook ineensals je er dan toch binnenrijdbij wat voor type volkje daar juist beland3Een mooi nieuwglimmend gemeentepleindat hadden we ooit        in Tremelo ookalleen na een kleine zes maandzag het er uitals de gemiddeldeParijs-Roubaix kasseistrook4Als er iets isdat je moet wetenvan hoe de mensendaar kunnen vretendan kan ik u mededelendat de situatienogal schrijnend& vrij sip iswetende dat de friet             & de kebabdaar nog steeds hip is5Woorden van een anonieme met kruk lopende Tremelonaar' Die documentaire van Pano heeft Tremelo Belachelijk             & kapot gemaaktmaar met enige chancezijn we hier uiteindelijk dan tochvan dat Marokkaans koppel afgeraakt '6Achter Tremelodaar heb je dan Baalietsje kleiner dat welmaar nog een groter schandaaléén cafédrie frituurseen blanke nachtwinkel& een kerkmet mini beiaardhet bruist er volop in het dorp         & dat het hele jaar doormaar voor enige vorm van bankautomaat te zettenal was het er maar ééntjedaar vond de Balenaarjammerlijk genoeg geen tijd voor7In de absolutehoogdagen van Baalwas er een metalplaten & cd zaakbovenop de Balenbergde ironie van het geheelis dat ze dus ineen katholieke CD&V gemeente als Baalhet duivelsgebroedniet van de bergmaar netop de berg jagen8Het absolutehoogtepunt in Baalis de jaarlijkse cyclocross         & dat op 1 JanuariDe Grote Prijs Sven NysZo weet iedereen                 te Baaldat om vier uurin de nadenoenhet laatste greintje hoop van dat jaar                                voor de Balenaardan algepasseerd is9Tremelo & baal in zijn huidige staatPater Damiaandraait zich omin zijn graf

Schrikkentist
38 0

Adisa

Ze kent de contouren door haar kamer glijdend. Trillende rechthoeken van zonlicht over het nachtkastje, vervormend naar ruiten op de ruwe witte deken, triangels bij de formicatafel en bezoekersstoel, verdwijnend in een lange streep aan het einde van de dag, recht door het gangetje helemaal tot aan de deur. Waar zij niet kan geraken. De laatste jaren, voor ze hier terecht was gekomen, verliepen haar dagen steeds langzamer, moeizamer; opstaan, theezetten, brood roosteren, boodschappen doen, aardappels schillen, koken, tv kijken, lezen, slapen. Haar hand wreef dagelijks over het Perzisch tapijtje op de tafel, streek de haren mooi rechtop. Het tapijtje hoefde nooit meer verplaatst, aan haar tafel werd niet meer gegeten. Tot de dag waarop haar lichaam zich voorgoed aan haar stoel had overgegeven en het leek alsof het bij elke beweging in scherven uiteen zou vallen. Een dag en een nacht had ze roerloos gewacht op de thuisverpleegster die, binnengekomen, drukdoend naar de huisarts had gebeld waarna zij met spoed naar het ziekenhuis was gereden. Haar borst beweegt, adem strijkt langs de binnenkant van haar neus, ze leeft nog. Maar daar is ook alles mee gezegd. Ze tuurt door haar korte wimpers, voelt haar oogleden verzwaren. Dicht, open. Donker, licht. Ze doet niet graag haar ogen dicht. Dan ruikt ze de zurige geur die haar lichaam uitwasemt, vermengd met chemische lelietjes van dalen waarmee de poetsvrouw elke ochtend het linoleum dweilt. Dan ruist het bloed in haar hoofd, komen de beelden waarvoor ze haar ogen niet meer kan sluiten. De rug van het grijze pak dat de deur uitliep, kwetterende stemmen aan de keukentafel, grote melktanden waarachter witte broodvlokken wervelden. Nog snel de boekentas halen. Voetstappen op de trap. Bruine jongensschoenen met losse veters. Een dribbel, een roffel, twee benen in een winkelhaak. Zijn gezichtje lag op de tweede trede, een glimlach op zijn smalle lippen, een knak in zijn nek. Open. Haar ogen moeten open. Een raster van metaal doorkruist het plafond. Ze volgt de zilveren lijnen, van voor naar achteren, van links naar rechts, naar alle hoeken van de kamer. Ze heeft ze gezien. Haar man had ze haar laten zien. Minstens een keer per week, als de jongens op bed lagen. Niet lang na het accident had hij haar verlaten, de achtergebleven zoon had tien jaar later zijn biezen gepakt. En toen was het stil gebleven. Ze had zijn veters moeten strikken. Op de gang hoort ze botsende echo’s van ijzeren potten, dof gerammel, gesmijt met bestek in plastic bakken, stemmen ver weg, dichtbij, wegebbend. Het kan elk moment gebeuren. De pijn in haar lijf wordt ‘s ochtends gedempt met een resem pillen, maar de beste pijnstiller komt vijf keer per week, pal op de middag. De andere dagen vervloekt ze de te snel draaiende rug van de verpleegster, de haast van de handeling. Daar, de gekende bonk tegen de deur, het ijzeren karretje met daarop haar maaltijd duwt zich een weg naar binnen. Daarachter komt zij. Haar ronde gezicht glimt van vreugde, zet de kamer in vuur en vlam. ‘Goedmiddag m’frou, het is Adisa. Alles goed met jouw?’ Zonder het antwoord af te wachten drukt zij op het knopje aan haar bed, laat haar de wereld in stijgen, vergroot haar blikveld. Adisa husselt de kussens in haar rug, polijst laken en deken over haar lamme lijf, wrijft over haar slobberende arm. ‘Sooo, nu is m’frou weer mooi.’ En dan zet zij zich. Ze ziet hoe de zwarte hand, roze en eeltig van binnen, haar knokige vingers met gespleten nagels vastneemt, zacht wrijft over haar hand met dikke aders die woekeren als een mangrovebos uit het land waarvan zij komt. Om hier naast haar plaats te nemen. In een wolk van kokosolie. ‘M’frou moet goed eten, sterk worde.’ Ze laat zich een slab van papier aanmeten, een paar happen in de mond leggen, door een vrouw die ze op straat geen blik zou gunnen. Ze had het zich vaak beklaagd, de invasie van vreemd volk in haar straat. Met puree in de mond bestudeert ze de zijdeglans op haar wangen, de zwarte huid en donkere vlezige lippen, lachend als altijd. Haar lichaam deint op het leven, tintelt van plezier. Met een serviet in haar hand beroert Adisa haar lippen, die ze onzichtbaar tuit. Ze zou haar willen kussen, uitvoerig bedanken. In plaats daarvan kan ze alleen maar zwijgen. Elk ogenblik wil zij ontmoeten, in dit moment wil ze voor altijd blijven wonen, die vijf minuten dat iemand naar haar kijkt. Adisa schudt traag haar zwarte kroesharen, glimlacht hun samenzijn naar de laatste seconden.  Achter haar rug gaapt de rest van de dag.      

Carmen van Geffen
3 0

Balans

“Daar ga ik nu eens vierkant mijn voeten aan vagen zie!”, zwaait ze de deur open. “Aan wat?”, schrikt hij en blikt op van zijn gsm. “Aan uw domme commentaar, tiens!” sist ze en ze smakt de kamerdeur hard achter haar dicht. Hij fronst, zet zich wat rechter op de bank. Haar blik blijft woest op hem gericht. Ons Timmeke komt weer van ver terug, gaat het door haar hoofd. Pornosite dus. Hij legt zijn gsm traag van zich af, fronst vragend de wenkbrauwen. “Ik ga bij je weg!”, schreeuwt ze. Tim slaakt een lange zucht, hij laat zich terugvallen in de zetel, kijkt gelaten naar een lege plek in de kamer. Ze voelt haar woede stijgen, bijt zich haast door de lip. Woorden krijgen wel kracht als ze de laatste zijn. “IK MAAK ER EEN EIND AAN!“, roept ze in de gang en knalt de voordeur dicht. Hij komt niet achter haar aan merkt ze. Best zo. Ze beent het park in, de lange weg langs de vijver. Ze blikt nog eens om. Dacht hij misschien dat ze het niet meende? Haar euthanasieaanvraag is goedgekeurd. Dat heeft ze lekker niemand verteld. “Het is een proces,” hoort ze de psychiater van LEIF in haar hoofd, ”een trein die rijdt maar met stationnetjes waar je kan afstappen met de keuze  toch een andere weg te nemen. Zo wordt iemand zeker van zijn beslissing.” Wel, nu zal die iemand dadelijk weer opstappen, richting terminus. Spuit maar dokter! Die gedachte kalmeert. Ja, ze vergenoegt zich al. Haar overlijdensbericht heeft ze netjes in Word opgemaakt.                                                                                                                                                                                                    “DOODSBRIEF” noemen ze dat bij haar thuis. Als een bom zal dat toekomen. Patat in hun gezicht. Ma die de bus dagelijks leeg maakt, “Ons Liesje!!” Hysterisch zal ze weer doen, zij het grote slachtoffer. Pa komt sussend toegelopen. Wel, te laat dan! Stinkfamilie die haar klachten nooit serieus genomen had. Die therapie “onnozeliteit” vonden. Die, pa slecht op zijn gemak, geweigerd had voor een familiegesprek bij de peut. Ma, briesend afliegend: “Da kan hier nooit gebeurd zijn in dit huis! Ik kén je vader!!” Wel, het zou de jaren therapie eindelijk gewicht geven. Een dooie in de familie, dat weegt. Het zal knagen. Voor de rest van hun leven. Elke dag. Dood-zwijgen. De geburen die feselen: “ Als ge zoiets doet dan moet er toch…” Lieg maar verder stelletje hypocrieten. Ik ben weg! Haar pas vertraagd. Die rode ondergaande zon maakt haar vast weemoedig, ze is daar gevoelig aan. Vreemd toch dat ze nu droevig wordt. Ze vecht ertegen. In haar linker zak zit een pen. Krassen is troost. En wat heeft ze nu aan die Tim? Je vriendin die overstuur uit huis vlucht om haar van kant te maken en meneer die verder porno kijkt! Is dat nu liefde? Hij kan er natuurlijk niks aan doen - is feitelijk best lief. Een softie eerder. En ze valt op macho’s. Hém moet ze toch een lieve brief schrijven. De enige die ze nog moet schrijven, maar niet kan. Haar gedachten willen wel : Lieve Tim, Je bent de enige die met mijn buien om kon. Je luisterde  zo geduldig  naar mijn  verhalen, telkens weer. Je droogde mijn gesnotter aan je t-shirt. Je zuchtte machteloos mee, haalde een theetje en vooral knuffelde je me ganse nachten lang.  Verdorie, tranen welden in haar ogen. Ze gaf ze snel een veeg, keerde met een ruk de bosjes in want daar kwamen mensen. Ze vlijt zich op een grasveld, onder het bladerdak van de machtige kastanjeboom. Het oranje van de zon priemt tussen de blaadjes in haar ogen, nu mag een mens tranen hebben. Het ruisen van boven maakt het vanbinnen stil. Een lange schaduw valt over haar. Een hand streelt door haar haren. Wat Tim zegt doet er niet toe, zijn warme stem vult alles.                          

Angeolino
3 0

Balans

“Daar ga ik nu eens vierkant mijn voeten aan vagen zie!”, zwaait ze de deur open. “Aan wat?”, schrikt hij en blikt op van zijn gsm. “Aan uw domme commentaar, tiens!” sist ze en ze smakt de kamerdeur hard achter haar dicht. Hij fronst, zet zich wat rechter op de bank. Haar blik blijft woest op hem gericht. Ons Timmeke komt weer van ver terug, gaat het door haar hoofd. Pornosite dus. Hij legt zijn gsm traag van zich af, fronst vragend de wenkbrauwen. “Ik ga bij je weg!”, schreeuwt ze. Tim slaakt een lange zucht, hij laat zich terugvallen in de zetel, kijkt gelaten naar een lege plek in de kamer. Ze voelt haar woede stijgen, bijt zich haast door de lip. Woorden krijgen wel kracht als ze de laatste zijn. “IK MAAK ER EEN EIND AAN!“, roept ze in de gang en knalt de voordeur dicht. Hij komt niet achter haar aan merkt ze. Best zo. Ze beent het park in, de lange weg langs de vijver. Ze blikt nog eens om. Dacht hij misschien dat ze het niet meende? Haar euthanasieaanvraag is goedgekeurd. Dat heeft ze lekker niemand verteld.“Het is een proces,” hoort ze de psychiater van LEIF in haar hoofd, ”een trein die rijdt maar met stationnetjes waar je kan afstappen met de keuze toch een andere weg te nemen. Zo wordt iemand zeker van zijn beslissing.” Wel, nu zal die iemand dadelijk weer opstappen, richting terminus. Spuit maar dokter!Die gedachte kalmeert. Ja, ze vergenoegt zich al. Haar overlijdensbericht heeft ze netjes in Word opgemaakt. “DOODSBRIEF” noemen ze dat bij haar thuis. Als een bom zal dat toekomen. Patat in hun gezicht. Ma die de bus dagelijks leeg maakt, “Ons Liesje!!” Hysterisch zal ze weer doen, zij het grote slachtoffer. Pa komt sussend toegelopen. Wel, te laat dan!Stinkfamilie die haar klachten nooit serieus genomen had. Die therapie “onnozeliteit” vonden. Die, pa slecht op zijn gemak, geweigerd had voor een familiegesprek bij de peut. Ma, briesend afliegend: “Da kan hier nooit gebeurd zijn in dit huis! Ik kén je vader!!” Wel, het zou de jaren therapie eindelijk gewicht geven. Een dooie in de familie, dat weegt. Het zal knagen. Voor de rest van hun leven. Elke dag. Dood-zwijgen. De geburen die feselen: “ Als ge zoiets doet dan moet er toch…” Lieg maar verder stelletje hypocrieten. Ik ben weg!Haar pas vertraagd. Die rode ondergaande zon maakt haar vast weemoedig, ze is daar gevoelig aan. Vreemd toch dat ze nu droevig wordt. Ze vecht ertegen. In haar linker zak zit een pen. Krassen is troost. En wat heeft ze nu aan die Tim? Je vriendin die overstuur uit huis vlucht om haar van kant te maken en meneer die verder porno kijkt! Is dat nu liefde? Hij kan er natuurlijk niks aan doen - is feitelijk best lief. Een softie eerder. En ze valt op macho’s. Hém moet ze toch een lieve brief schrijven. De enige die ze nog moet schrijven, maar niet kan. Haar gedachten willen wel : Lieve Tim, Je bent de enige die met mijn buien om kon. Je luisterde zo geduldig naar mijn verhalen, telkens weer. Je droogde mijn gesnotter aan je t-shirt. Je zuchtte machteloos mee, haalde een theetje en vooral knuffelde je me ganse nachten lang. Verdorie, tranen welden in haar ogen. Ze gaf ze snel een veeg, keerde met een ruk de bosjes in want daar kwamen mensen. Ze vlijt zich op een grasveld, onder het bladerdak van de machtige kastanjeboom. Het oranje van de zon priemt tussen de blaadjes in haar ogen, nu mag een mens tranen hebben. Het ruisen van boven maakt het vanbinnen stil. Een lange schaduw valt over haar. Een hand streelt door haar haren. Wat Tim zegt doet er niet toe, zijn warme stem vult alles.              

Angeolino
0 0

Luna en Solis

Ze dreven in inkt als zompige rare sponzen. Ergens in een amazone van rode mist en zware parfum. Hun harten waren van papier. Hun botten van karton.   Liggend op hun ruggen keken ze naar boven. Naar het heelal dat als een laken spande over tijd en ruimte. Die was bezet met duistere doolhoven.   Zij waren intiligent en kinderen van het universum. Hun ouders namen daarom hun besluit. 'Luna en Solis, jullie gaan het huis uit.' Bedolven werden ze onder een kerkhof van boeken. Genummerd en geranschikt zaten ze opgebold in studiehoeken. Daar in die liefdeloze soberheid zochten ze uitvluchten in hun fantasie. Weg van kale slaapkamers en het eindeloze beton. Werden even, als het kon, meegesleurd in hun verboden magie.   Jaren verstreken. U moest eens weten hoe deze broze figuren uitgroeiden tot ijzersterke machten. Ze pasten niet meer in te krappe ruimtes. Van kalk en behang. Ze waren vermenigvuldigd. Ze waren sterker. Hun docenten namen daarom hun besluit. 'Luna en Solis, jullie gaan de schoolpoort uit.'   Ze waren even verloren als dat ze mooi waren. Luna beminde de nacht. Haar buik was romig. Haar navel verzilverd. Haar schouderblad getatoëerd. Solis liet zijn kleuren zien bij het daglicht. Hing rond hangaren van slangengif en tabak. Zo vergat hij de klassieke eenvoud waar hij in had vastgezeten. Maar Solis had soms teveel op zijn tong gebeten. Hij werd dan als een hond eruit gesmeten. Luna daarintegen, zij was een dame geworden. Niet meer verstopt achter rode mist, gevangen in beton of verlegen.  Maar af en toe cirkelden ze om het verleden heen als ze lachende schaduwen in de harige streken van de stad passeerden. Dan misten zij hun geboorteplaats van inkt en gepolijste eenzaamheid. Daarom namen Luna en Solis hun besluit. 'Vanaf nu, trekken wij er alleen op uit.'   Luna werd keizerin van de nacht. Haar rijk geurde naar Arabische tuinen en erotiek. Solis werd keizer van de dag. Zijn rijk geurde naar treurwilgen in de lente en tempels van vlees.   Ze keken weer naar boven alsof het gisteren was. Alsof ze weer die rare sponzen waren. Luna wees naar het gedans van de grote beer. Solis wees naar ons. Zij cirkelden om ons heen. Luna en Solis. Maan en zon. Ze hielden van elkaar. Ze waren mooi. Ze waren slim. Ze waren sterker. En ze hielden van ons.

Andrea Derese
25 0

Zandloper

Het zand brandt onder mijn badhanddoek. Ik leg mezelf als een stuk barbecuevlees op de rooster en gril mijn lijf, mijn melkflesbenen, mijn kippenbilheupen, mijn puddingbuik, mijn slagroomborsten, mijn mozzarella-armen, mijn worstenvingers. Als een sfinx lig ik op het goudgele tapijt en door die witte pensen aan mijn hand vergiet ik de korrels in andere zinloze hoopjes zand. Terwijl ik zeef, staar ik naar de verte, naar de dijk met haar grijze muur die mij scheidt van de ijskramen en frietkoten en al dat onbereikbaar lekkers dat in geuren naar me toewaait, net als de kinderkreten die nog lang niet aan september denken, het grommen van de go-carts, het schoppen tegen strandballen en het wapperen van de vliegers in de lucht. De hemel blaast haar adem tussen de parasols, frigoboxen, zandkastelen, en plastieken bloemen, waardoor hun molenwieken in cirkels rondmalen, zoals mijn gedachten deze ochtend toen ik het badpak vond dat na het einde van vorige zomer ergens onderaan in mijn kleerkast belandde, en terwijl ik dat badpak tussen mijn duimen en wijsvingers liet walsen, prikten de twijfels of de stof wel voldoende zou rekken in mijn ogen, ja, ik moest het opnieuw passen om te vermijden dat ik op het strand zou liggen in een badpak dat mijn zomerlijf naar boven duwt als een calippo-ijsje, want mijn lichaam negeert de seizoenen en houdt van winterse kost en warme hapjes gezelligheid, dus keek ik met ingehouden adem hoe mijn spiegelbeeld het zeemeerminnenkorset naar boven trok, en ik schipperde om elk kwabje in de tweede huid te vangen, en ik liet mijn borsten in de voorgevormde schelpen schommelen en ik haakte de spaghettibandjes over schouders, en ik zag hoe mijn oksels parelden alvorens de zon me had kunnen brandmerken. Ik keek naar mijn evenbeeld en even beeldde ik me in dat ik de zeste van mijn sinaasappelbillen eraf kon raspen, ik neep in mijn zijplooien in de hoop ze als stokbrood in plukken van elkaar te kunnen trekken, zo stond ik uren voor de spiegel te draaien en in mijn fantasie waaiden er mensen met scheldblikken en nastaarwoorden voorbij, die dik en ieuw en lelijk schreeuwden, of zwegen, maar in hun ogen zag ik de letters verschijnen, en wat als ik gewoon thuisblijf, jou zeg dat ik ziek ben, dat we wel een andere keer naar het strand kunnen gaan.   Het gebrul van een voetbalspelletje haalt me uit mijn verdwaalgedachten, en even komen mijn armharen recht en spitst het kippenvel de oren, ik kijk naar de spelende kinderen die nog mooi en strak en slank zijn, gevangen in een huid die met hen meegroeit, als een elastiekje dat zijn rek nog niet verloren heeft, en in windvlagen hoor ik hen roepen, ik ben bang voor hen, ik ben bang voor hun geroep, maar gelukkig tieren ze enkel pas en goal en ik sta vrij, en kunnen mijn armharen ontspannen verder zonnen. Ik draai me om en het zand knarsetandt onder mijn rug. De zon schroeit mijn ogen dicht, de zomer wordt langzaam stiller tot ik ze niet meer hoor, alles ruist voorbij, tot ik wakker schrik van natte spatjes. Ik open mijn ogen en zie hoe jouw schaduw me half bedekt. Je schudt de zee van je af. Je lokken druppelen na op mijn huid. Frissen me op. Je dept jezelf droog. Waaiert je bevlekte handdoek naast de mijne. Onze blikken kruisen. Je neemt de zonnecrème. Wrijft me in. Jouw handen. Kussen. Elke naakte centimeter.  

Fay_vk
7 0

Ongekend begrip

Het witte konijn van de haast trekt aan mijn gedachten tijdens de zelfopgelegde stilstand in de wachtkamer. Smoezelige witte muren worden afgewisseld met beduimelde posters met lachende gezichten. Waarom ze lachen is niet helemaal duidelijk, ze vertegenwoordigen ten slotte niet de prettigste onderwerpen. Achter de balie zit de voor mij inmiddels bekende persoon. Voor haar, op de balie staat een pannenkoekplant. Een klein hip eiland van zuurstof in deze benauwende ruimte waar iedereen is, maar niet wil zijn. Het zachte geschuifel van drie mannen op kousenvoeten bereikt mijn oren. Woorden vliegen over en weer terwijl er drie koppen koffie uit het ratelende koffiezetapparaat worden gepakt. Suiker en melk wordt met grote hoeveelheden toegevoegd. Met een zwierig gebaar trekken ze de knalharde oranje stoelen onder de tafel vandaan. Onverminderd gaat de discussie voort tussen de drie mannen die mijn gedachtengoed beheersen. Aristoteles legt zijn voeten op de tafel en roept door de ruimte voor iedereen die het horen wil, ‘Dankbaarheid verouderd snel.’ Nietzsche schuift zijn stoel naar achteren, gaat staan en pareert razendsnel, ‘Er bestaan geen feiten, alleen intepretaties.’ Lange tijd is het stil, er wordt zo nu en dan gehoest, gezucht en er klinkt een piepje van een telefoon. Totdat een voor mij vertrouwd kuchje klinkt, mijn favoriete held Socrates reageert eindelijk. ‘Ware kennis bestaat erin te weten dat men niets weet, wijsheid begint met verwondering.’ Ik slaak een zucht van opluchting, mooi gesproken. Als mijn ogen door de ruimte zwerven, blijf ik haken in de lege blik van de tiener tegenover mij. Het stille staren naar levens die nooit de zijne zullen zijn, raakt me diep. Hij is niet hier, maar ook nergens anders meer thuis. Ik voel verse tranen diep vanuit mijn buik opborrelen. Op het moment dat ik contact wil maken, wordt de volgende selfie gemaakt. Met niets anders op de achtergrond dan het groene bord met nooduitgang erop. De pijl wijst naar links, de kant op van de verwijzing. Snel kijk ik naar rechts, verlangend naar het versnellen van de wijzers van de klok die stil verwijtend boven de schuifdeur hangt. Ruw worden mijn gedachten onderbroken door het wekelijkse boodschappenlijstje dat om aandacht vraagt. Vier pakken melk, een kilo aardappels, brood, twee flessen wijn, nee vier flessen wijn. Voordat het einde van de lijst in zicht komt, volgt een welkome onderbreking. Kwiek loopt een struise dame, ingekleurd met tweedbruin en getooid met grijze haren, voorbij mijn vaste plek in deze ruimte. Een tijdloos plaatje zonder gene en nog volledig onwetend en vrij van angst. Zouden de uren gunstig voor haar zijn? Naast mij een jonge moeder die haar kind tergend langzaam een liga geeft en een plastic speeltje in de handen duwt. Het kind bekijkt beide van alle kanten en besluit dan dat de meeste kleur het lekkerst moet smaken. Wat moet het heerlijk zijn om nog geen enkel besef van tijd te hebben. Het gewicht van tijdloosheid maakt het leven luchtig. Ik kan niet goed inschatten hoe oud de moeder is, haar leeftijd valt ergens tussen de vijfentwintig en de veertig. Duidelijk is wel dat haar tijd van leven haar zwaar valt. Dan gaat mijn interne alarm af, rood licht flitst achter mijn ogen. Ik kan het niet langer meer negeren, mijn eindeloze to-do lijst komt genadeloos op me af. Rij na rij wandelt voorbij op de maat van de schuifdeur die telkens weer open en dicht schuift. Tegelijkertijd zie ik een beweging aan mijn linkerkant die onzichtbaar in gang wordt gezet. Een van de witte deuren gaat op een kier open. De gevreesde oproep waarin geen begrip doorklinkt, laat niet lang op zich wachten. Ik sta op, draai mijn hele lijf negentig graden en besluit dat in beweging zijn het grootse goed is. Tijdig loop ik naar rechts, door de schuifdeur het landschap in dat de buitenwereld heet. Mijn naam galmt nog lang na in de eindeloze gang achter me. Naast mij lopen de drie mannen mee naar buiten. Gezamenlijk halen we diep adem en nemen de tijd om af te wegen hoe ik mijn keus begripvol kan maken.  

Daniela Smeman
5 0