Lezen

Na de duik

Net na het verlaten van de départementale 784 rijden we via een smalle weg naar onze vakantiebestemming. De meeste namen van de dorpjes die wij doorkruisen beginnen met ‘Ker’.  In het Bretons betekent het  ‘bewoonde plaats’. Het gehuurde vakantiehuisje ligt in een nieuwgebouwde wijk met een tiental woningen, iets buiten een ‘Ker’-plaatsje. Achter de huizengroep leidt een lange zandweg door een heuvelachtig ruig landschap naar een breed strand.Het huisje is kraaknet en ruikt nog naar nieuw. Volgens het verhuurkantoor zijn we pas de vierde familie die er intrekt. Er zijn drie slaapkamers. Beide dochters hebben ieder hun kamer, een extra garantie voor de nachtrust. Terwijl vrouwlief haar garderobe uitpakt en in de kast hangt,  vind ik in het nachtkastje naast ons bed een stationsromannetje in de Franse taal ‘Une valise mystérieuse à la gare Montparnasse’. Wanneer ik het boekje terugleg, valt er een handgeschreven blad uit met de boodschap: ‘Méfiez-vous de l’homme des caves’ (Hoed u voor de man uit de holen). Op de achterkant staat een plattegrond getekend. Ik stop het blad in mijn broekzak en haal mijn spullen uit de reiskoffer.Nog voor mijn huisgenoten zijn opgestaan, trek ik de volgende morgen mijn joggingpak en loopschoenen aan. Ik gris nog snel een handdoek mee en ren richting zee.In de vakantiefolder had men het over het smaragdkleurige water. Het klopt volledig. Dit is onweerstaanbaar. In een wip sta ik in adamskostuum en neem een duik. Heerlijk!  Op een lange strook kiezelstenen laat ik mij drogen in de ochtendzon en merk op enkele honderden meters een dobberend vissersbootje.  Ik voel mij bekeken maar niet vanaf het bootje. Wanneer ik mij omdraai, zie ik tussen de wilde begroeiing naast de toegangsweg een figuur wegduiken.Ik kleed mij aan, loop nieuwsgierig maar behoedzaam  naar de plek tussen de struiken en vind een hol waarin etensresten en een deken liggen.Het weer slaat plots om, de zee wordt woeliger, het vissersbootje is verdwenen. Ik loop terug naar het vakantiehuisje. De deur staat wijdopen. Ik kom op adem want het ruikt er naar verse koffie. In huis is niemand meer aanwezig …  

Vic de Bourg
7 3

Love and hope - Are felt, not seen

“Some say we find it in the darkest of nights With no candle or light  To brighten up our life Some say it’s in the normal of the day, the wonder Other say it’s in the fear for the thunder We’ll still survive All I know is that I just don’t know What made especially the ‘ow’ in ‘wow’ Some days it’s there Other day it’s gone, and it feels like forever Like it’s forever lost Like I’m a ghost Gone with the smallest wave of wind Like one of a kind  Up in the sky Feet steady on the ground And my head, as always, dreamy in the clouds I suggest my other half, my twin flame, burned out And that’s really a big doubt Surprise me with what you know And with the smallest kind of effort I will laugh But it’s not a real laugh, or honest ‘Dude, like most flowers bloom in august?’ I do not care for you, or you, or you I’ll only be my honest, stupidest, evilest and truest self with him But how many times I’ll burn myself I even speak in rhymes to the books on my shelf I do not learn To the ends of the earth I’ll take him And sing the deadliest most beautifulest hymn  I destroy myself and sadly him too And the sky colours pink blue As both a blessing and message, sharp as knives to those we will become in our next lives All I have learnt is that I’m the sensitive one I laugh, I cry, I live, I overthink, I overrun I had always a connection with the spiritual kind of shit And therefore I’m full of pit I’m the conscious one And that’s so hard, and wrong While he’s drowning in a lake of darkness, unconscious Knockouted on that head, gracious  Some say it’s in the silliness of uncontrolled laughter Other says it’s in the power of only a few hours Or wonder for one another All I know is that hope and love are in our own damned hearts In every hated and loved soul parts And therefor I love him, ‘because he makes me feel How to crash and how to heal Every damn thing, hate, hope, everything in between Because love and hope are the things that are felt not seen And that makes our brains a mess,  And if our hearts win this battle, god bless For those which are forever lost in this perpetual struggle of power In a good environment of love and hope blooms even the darkest flower All I know is that I still feel the difference between love and hate And till the end I will spread and create The light, not the dark, that I am and that I feel And that’s the only way to fully heal.”   Geschreven op 18 juni 2020 "A raw mess"  

Zonsondergangdromen
27 0

De muur van angst

“Ofwel lees je nog een verhaaltje voor, ofwel ga je nu tegen de muur staan.” Daar lig ik dan in bed, naast mijn vierjarige zoon die moet slapen. Mijn schouders schokken lichtjes en ik probeer niet luidop te snikken. Hoe grappig is dit? Mijn zoon spelt mij de les in zijn strengste bozejuffenstem.  Hij katapulteert mij onbewust terug naar de speelplaats van mijn jeugd. Waar priemende blikken als steentjes tegen mijn hoofd ketsen. Hoe vreselijk om zo op straf te staan, out in the open. Hoe vreselijk om alles eenzaam binnen te slikken, tegen een koude buitenmuur. Met gloeiende wangen. En een hoofd dat barst van het kolkende onrecht en verdriet in je buik. “Dan kies ik voor de muur”, antwoord ik in mijn stouteleerlingenstem – want dat is ‘stout’ op school, toch? “Dat kan niet”, roept hij boos. Hij had natuurlijk verwacht dat ik ‘flink’ ging luisteren, omdat er straf boven mijn hoofd(kussen) hing. Want dat werkt zo op school, toch? Niet binnen deze vier huismuren. Dus barst mijn zoon nog meer uit zijn voegen.  Hij schreeuwt voorbij de krop in zijn keel. Hij probeert mij te raken met zijn boze woorden en handen. Hij klemt zijn vuisten en kaken op elkaar, tot hij opnieuw voelt dat hij kan loslaten. Ik help hem zakken. En ontvang de tranen die bang in zijn buik zaten te schuilen, tot ze veilig naar buiten konden komen. Ze willen eruit. Ze mogen eruit. Zonder oordeel, zonder straf. Met liefde en geduld, al heb ik dat laatste GODVERDOMME ook niet elke dag. Die liefde gelukkig wel, dat maakt veel goed. De muur, de hoek of de nadenkstoel – die eigenlijk gewoon een veredelde strafstoel is. Zou dat echt werken, denk je? De muur, de hoek of de nadenkstoel – die eigenlijk gewoon een veredelde strafstoel is. Zou dat echt werken, denk je? Zou een ‘stoute’ peuter of kleuter, die te hoog in zijn oncontroleerbare emoties zit, zelf tot rust en inzicht kunnen komen? En zelf kunnen nadenken over zijn gedrag? Om die zelfgeleerde les te onthouden voor de rest van zijn leven of, in het beste geval, voor de rest van zijn dag. Dan zit ons werk als ouder er op: dikke duim! Toch? Zo werkt het niet – al straf ik ook wel eens, uit (on)macht der gewoonte. Stel je even voor: je had een kutdag op het werk. Je kreeg onder je voeten van je baas omdat je een opdracht niet had begrepen. Volgens jou had hij jouw harde werk niet begrepen. Maar je beet ‘flink’ op je tanden, ook al sloeg je momenteel GODVERDOMME liever op de zijne. Je slikte ‘flink’ je woede binnen, en bedekte die met een dikke laag troostkoekjes. De hele werkdag lang liep je de muren op. Dan kom je eindelijk thuis, klaar om te luchten. Maar het eerste wat je vriend zegt is “Heb jij geen brood mee?” Je gaat compleet door het lint. Roept luider dan je zou willen. Gooit alles eruit – die koekjes zijn verteerd, maar wat eronder zit duidelijk niet. Je hoopt en wacht op een lieve schouder om op te huilen. Maar in de plaats krijg je een strenge blik en vinger die richting de muur wijzen. “Ga maar even tegen de muur staan”, echoot het nog na in je hoofd, “en denk eens goed na over je gedrag.” Alles wat je wilde, was dat iemand je zag. Met jouw verdriet. Dat iemand er was. Zonder oordeel of straf. Guess what: dat geldt ook voor kinderen, het zijn ook maar gewoon kleine mensen. Als je hen met hun rug en gevoelens tegen de muur zet, leren zij daar niets van, behalve angst voor macht. Krijg je zin om nu GODVERDOMME op mijn tanden te slaan? Ga dan maar even tegen de muur staan, en denk daar maar eens goed na.

Rien Mertens
28 0

De lenteplooi

De lente brengt de wereld naar buiten. We groeten de bloesems, in sommige tuinen neem je al barbecuegeuren waar, de terrastafels en –stoelen worden uit de kelder van het café gehaald en de wielertoeristen fietsen hun winterbenen los. Na hun lentetocht zetten ze zich aan een fris gepoetst terrastafeltje. Daar zaten wij ook. Van de rust genietend, mijn krant lezend en me afvragend of het warm genoeg was om mijn vest uit te doen. Het wielerpeleton naast ons evalueerde de gepresteerde kilometers. Het waren noorderburen zo bleek. Een van de renners was in een vrolijke bui en klikte en tapte met zijn fietsschoenen op de terrastegels alsof het tapdans schoenen waren. Hij had er plezier in. Ik had al een paar keer boven mijn krant zijn richting uitgekeken, maar toen in het café de klassieker 'Heb je even voor mij?' weerklonk, en de waard de radio nog wat luider zette, ging hij helemaal los. Hij kon amper op zijn stoel blijven zitten. Tap klik tap klik tap tap klikkerdeklik tap. Zijn wielerkompaan naast hem zette het op een fluiten en een derde wielrenner maakte aanstalten om het refrein volmondig mee te zingen. Maar vooraleer hij luidkeels 'Heb je … ' zou uitstoten, bedacht hij zich en zette zijn bierglas aan de toch al openstaande mond. Mijn verontruste blik had misschien geholpen. "Denk aan iets anders", zei mijn vrouw. Dat ging niet meer. In mijn hoofd zag ik de wielrenner zoals Gene Kelly in de gietende regen 'Singing in the rain' zingen en ondertussen tapdansen. Met een fietspomp in de hand in plaats van een paraplu. Het volgende liedje was een traag nummer. Het tapdansen stopte. De wielertoerist riep de waard. "Wat hebben jullie van de tap?", vroeg hij met een Nederlandse tongval. Ik glimlachte en dat bracht mijn gezicht alsnog in een lenteplooi.

Rudi Lavreysen
9 0

Mooie herinneringen

Mooie herinneringen zijn eigenlijk de herinneringen die je terug doen denken aan de kleine dingen. Die brengen een glimlach op je gezicht. Als de lente begon en de zonnestralen aan kracht wonnen, begon mijn maatje weer een beetje zichzelf te worden. Voor iemand die heel veel buiten werkte, was hij een zeldzame koukleum. Op zo’n dag kreeg ik dan een appje, “heerlijk op een muurtje met mijn rug in de zon, lekker een sigaretje roken”. Daar kon hij enorm van genieten. En ik van zijn berichtje. Of de dagen dat we aan het eind van de dag een mand met eten in de boot zetten en nog even een uurtje gingen vissen. Zomaar, een klein stukje varen vanuit ons haventje. Gewoon zitten, luisteren naar de natuur en kijken naar de zon die onderging. We hebben zelfs een keer gebarbecued op de boot op de avond dat Nederland een hele belangrijke voetbalwedstrijd moest spelen. We leken wel alleen op de wereld. Het water was helemaal van ons. Geen idee trouwens wat de uitslag van de wedstrijd was, dat was helemaal niet belangrijk. Ik merk dat deze kleine herinneringen zitten in de dingen die ik dagelijks tegenkom. Het maakt dat ik dan ook dagelijks terugdenk en glimlach. Een romanticus zou het een zoete pijn noemen. Die wordt afgewisseld met het scherpe weten van het gemis. Misschien komt het ooit tot een balans. Nu nog niet, dat is nog te vroeg. Mensen hebben het vaak over ‘de mooiste dag van hun leven’. Ik zou het niet weten. Mijn maatje ook niet, dat weet ik zeker. We hadden het er wel eens over. Maar er waren zo veel mooie dagen. Zo veel mooie herinneringen. En die waren helemaal niet groots en meeslepend. Het zijn de herinneringen van twee mensen die gewoon heel veel van elkaar hielden en graag bij elkaar waren. Oh, en natuurlijk, we waren het niet altijd eens. Er waren zeker dingen en onenigheden. Tenslotte waren we twee heel verschillende mensen. Maar dat lijkt nu allemaal zo onbelangrijk. Want Alfred Tennyson had gelijk toen hij zei; “it is better to have loved and lost than never to have loved at all.” Hoe schrijnend het ook is “to have lost”.      

Machteld
12 0