Lezen

Epiloog

Ruggengraatheb je altijd al gehadminstens dubbel zoveel& minstens dubbel zolangals ikzelfmaar zo stilaanis hij helemaal op elkaar gevallenniet je spreekwoordelijke ruggengraat je voelde het effe in beide benengevoelloosheidmaar zo stilaan kom je er bovenopdesnoods met behulp vanik weet niet meerhoe zo'n rekje met tennisballen juist noemtje koppigheidhelpt ook wel op zijn eigen manierZij had minstensevenveel te zeggen als jijwaarschijnlijk veel meer zelfsin haar gloriejarenof volgens ons mama haar verhalen tochtegenwoordigwordt je 's ochtends alleen wakkergewekt door je biologische wekkermaar zo moet zijzich ook niet meer storen aan je gesnurk 's nachtsje fietsheb je lang links laten liggen              net zoals je zelfzorgzijzelf ging standaard voor& zij was niet altijd even simpel  het was niet altijd even simpelnu rijdt je op haar fiets& je rijdt niet voor nietsik zag haarhet laatste jaar & half slechts twee keervroeger zag jij haar dagelijksnu zie jij ze tweemaal per dag& daar geraak je met haar fietsnogmaals je rijdt niet voor nietstoen ik laatst stiekem achter je reedjij die grote gebrekkige manop dat kleine gebrekkige fietsjefietsend tegen de wind innaast de drassige aardappelvelden van Kesselmet de zon& die gekke pet op je kopwas dat voor een klein momenthet mooiste dat ik ooit had gezienwant ik weetdat je haar nog steeds ziettweemaal per dagaan het uiteinde van haar graf& het is hopendat ik ooit zo'n ruggengraat als jijhebben mag

Schrikkentist
9 0

De tol van de roem blijft draaien

Vincent sneed zijn oor af& maakte van dichtbij kennismet de loden ballen van weleerhij hoorde het schot naar verluidmaar van één kantdestijds had niemand echt oor naar hemdus gaf hij ze maar wegaan een Franse mejuffrouw zonnebloempitten waren allesbehalve populair voerin Frankrijk destijdshij stierf een geslagen manmen kent hem van zijn befaamdesteenkoolbaden & ad fundum absint zwelgen& dat hij blijkbaar overgevoelig wasvoor een brandende Zuid-Franse zonros bloed verbrandt goedmaar ros bloed verft goedvelen vinden hem knettergek nu uiteindelijkmaar leefde hij niet effe in een ziekenhuisdaar zijn de mensen toch ziek dacht ikOp het einde schreef Friedrich brievenonder de naam van de dronken Griekse godvan vetzakkerij theater seks & feesthij hield van stenen aan meren& knuffelde geslagen paarden lam in Turijniedereen kent hem als filosoofmaar wie kende hem echt als persoon hij ging Freddie Mercury voorals snor van het jaarzijnde de hopeloze romanticus die hij washij vond die ouwe Arthur geweldig& nam zijn misogynie overdie hij reflecteerde op zichzelfwie zijn geschriften leestwordt in uitgaanskringen gevreesdwie hadden we ook zonderNietzsche's toorn geweestgod is dood & wij hebben hem vermoordals je in de leegte kijkt kijkt de leegte in umen weze gewaarschuwdMark sneed zijn polsen door& was een gevoelige jongenbebrild ging hij door het levenvoor de dingen fijnzinniger te bekijkenin een vorig leven was hij joodmaar die naamsverandering van hem destijdsbleek in die tijden wel een vrij koosjer ideehij had een abstracte vriendenkringkleurde vele vakken vol emotie& verfde restaurantmurenmaar dat smaakte hem niet bepaaldcanvassen maken was hij niet erg goed inin koppigheid welde oude Rothko liet voor hem schilderentoen zijn longen & lever het stilaan begavenjarenlang liep hij over eierschalen en onbegripvoor met een big bang& een plas bloed te vertrekkennu heeft hij zijn eigen schrijn ergens in Houstonwaar er niet gebeden wordtmaar waar wel mensen aanbedenKurt knalde zijn gezicht erafblijkbaar met zijn dikke teende tweeloop kreeg hij in bruikleenvan een heroïnejunk die nudrone muziek maaktkwestie van de dingen wat trager& bedachtzamer aan te pakken als vroegerkleine kurt had denkbeeldige vriendjesverkleedde zich graag als een meisje& verjaart de twintigste van de kortste maandnet zoals één of anderevierderangspoëet uit Mechelen trouwenser was een bankje waar hij graag hingdat nu dusdanig vol geklieder hangtdat er simpelweg niet meer op te zitten valtlithium was zijn wondermiddelGrohl zijn drummachinezijn buurjongen zijn jeugdhelddie hij door de roem nooit kon wordendat moedercomplex raakte nooit verwerkthij wierp een boon het leven & de kop ineen leven lang wrong het schoentjede tol van de roem paste in die schoenCourtney had er naar verluidniets mee te makenJan sprong uit het raamin centrum Amsterdam& niet bepaald om zijn vliegkunsten te testenzijn achternaam Arends doet echter wel fronsen bij het ideehij koos het gebouw heel specifiek uitomdat het lichtjes overheldezo zou hij zeker niette pletter storten op iemandhij had al zijn hele levenzo hard zijn beste gedaanom mensen zo goed mogelijk te mijdendus bij zijn spetterend eindekon hij die traditie moeilijk niet verder zettende psychiatrie was niets voor hemmensen tevreden stellen welhij schreef teksten over tezamen koffie drinken& dat mensen achterwege spontaande koord zouden hangenzijn smalle boomgedichten blijken wel populair numaar die vingen destijds niet al te veel windsoms wordt er nog aan je gedacht Janbovenop dakterrassen van museumsJim stierf in badbruisballen & Frans brood in overvloedhij at zich goed rond alvorens zijn laatste zucht& verslikte zich terwijlin de dingen rondom zich heen& voornamelijk de booze rondom zich heenhij kende een militaire opvoeding waar vernedering de maatstaf wasterecht liep hij weg & liet geen briefje achterhij likte zijn pennendanste naakt in de sixtiesleefde bovenop appartementencomplexenen kende wel iets van paddenstoelen& Lucy in de lucht met diamantenooit dreigde hij om op het podiumzijn kleine Mr Mojo risin' te laten zienhij zong & dichte over schoenenindianengekke grinnikende kinderen& moordenaars in busjesgeen god daarbovenop de wolken die hem zaghij spuwde zijn woorden tot vijftig jaar verde heer is nu zijn herderde maatschappijbekijkt het maar verderJackson knuffelde een boomtegen een kleine negentig per uur& dripte de voorruit vol bloedoverigens niet alleen dat van hemeen glas teveelwerd een autorit teveelmaar zijn minnares bleef wel voor een groot deel heelzijn Lee bleef alleen achterhet grootste werk dat hij maaktewas voor een zeker Peggyhij staarde uren op zijn appartementsmuren& uiteindelijk moesten die er aan gelovenhij bonkte ze er in het kot van de nacht uitdaar stond zijn meesterwerk danna dagen blank te staren op een doekmaar de faam achterwege bleek zijn vloekhij verhuisde richting kluizenaarschapsmeet verfdoppen & sigaretten naar zijn werkenzoop heel de buurt bijeen & had buiten creatieve ook nogal geweldadige uitspattingenhet zou allemaal erfelijk bepaald zijn geweestPollock , je dient niet meer achter het net te vissenmensen wenen om je schilderijen& op de goeie manierhet is niet altijd een makkelijk gegevenom na je dood herinnerd te worden& verdiende faam komtal wel eens te laat of wordt niet geapprecieerd& zij die dan wel vaak worden herdachtdiens filosofie is al lang ontkrachtkijk maar naar Jezus& wat voor leuks & lolligsdat allemaal teweeg heeft gebracht

Schrikkentist
0 0

Droog

Ik had me voorgenomen om na een dagje Antwerpen de trein van 18u09 huiswaarts te nemen. Diezelfde ochtend had ik voor mijn vertrek enkele weekendkranten gekocht. Het aantal laat ik in het midden, maar mijn gezin vertelt me dat ik gek ben. Ik vertel ze het dan voortaan ook niet meer. Ze zaten veilig in mijn rugzak. Om half zes reed ik met de stadsfiets op het Zuid. Perfect op schema. Maar halfweg de Kloosterstraat voelde ik een druppel op mijn neus landen. Dat betekent ofwel dat het goed gemikt is van de weergoden, maar meestal wil dat zeggen dat er meerdere druppels in omloop zijn. Je kent dat. Al snel is het een plensbui en voor je het weet vallen de katten, de honden en de pijpestelen allemaal tegelijk uit de lucht. Dan kan je ofwel stoppen en schuilen. Ofwel denken: “Ik ben nu toch al nat. Het heeft geen zin meer om te stoppen.” Maar dat is belachelijk, al besef je dat pas achteraf. Bij het Centraal Station gearriveerd, bleek dat ik niet alleen van kop tot teen uitlikte van het Antwerpse regenwater, maar ook dat de inhoud van mijn rugzak (inclusief kranten) zo nat was als Fred De Burggraeve na een valse start. En een krant uitwringen, dat werkt niet. Er restte me geen andere optie dan de kranten te laten drogen. Ik had gedacht om in de trein op elke bank een pagina te leggen, maar met een volle trein is dat iets moeilijker. Thuisgekomen was er aan mijn uitwringbare toestand nog niet veel verbeterd. Ik had al een paar kranten op de verwarming gelegd, maar aangezien die niet opstond, leek het een proces zoals de laatste regeringsvorming te worden. Van lange duur. Bovendien, een gedroogde krant levert frommels op, zodat die eruit begint te zien zoals een mopshond. Het leek me beter is om het droogproces te versnellen. Er viel me iets te binnen. We hebben toch een föhn? Een haardroger. Aan onze jongste, die zich in de badkamer bevond, vroeg ik om het toestel uit te leggen. Moeilijk bleek het niet te zijn. “Er zijn maar twee knoppen”, zei hij. “Dat moet toch lukken hè pa.” Nadat hij de badkamer verlaten had, begon ik met het föhnen van mijn kranten. Hij dacht wellicht dat ik mijn natte haren wou droogföhnen. Al snel had ik een aardige föhntechniek in de vingers. De kunst is om in de hoeken van de krant te föhnen, zodat de pagina’s omhoog waaien. Dan gaat het sneller. De spreekwoordelijke frank viel bij onze jongste al na een paar minuten. Hij weet als geen ander dat vader zijn haar niet föhnt. Toch niet zelf. Bij het opnieuw binnenkomen zag hij me aan de wastafel in de weer met het föhnen van de kranten. Hij had geen oog voor mijn voortreffelijke techniek, maar riep meteen zijn moeder. “Ma, hier moet ge komen kijken, onze pa is de gazet aan het föhnen.” Al snel stond de hele bende in de badkamer. In een gezin zijn er weinig geheimen. Als je niet oplet halen ze de buren en een hele rist nonkels en tantes erbij. Ik meende te zeggen dat ze zo niet moesten kijken, want nog niet zo lang geleden had de butler de opdracht om eerst de krant te strijken, vooraleer hij het dagblad aan zijn baron of hertog serveerde. Ik besloot om ze allemaal de badkamer uit te jagen met de pas geföhnde Standaard.De voorpagina van De Morgen was aan de beurt. Zonder aarzelen begon ik het kapsel van de eerste minister te föhnen. Hij had er duidelijk deugd van.

Rudi Lavreysen
57 3