Lezen

(N)iemandsland

Het is vreselijk koud in dit niemandsland tussen mensen hier en mensen daar en ik hier waar geen mensen. Ooit waren ze er, hier, mij gezelschap houdend met hun schimmen, lieten mij geloven dat ze meer dan schimmen waren. We dronken en we praatten binnenin het dronken en alles leek zo levensecht, voelde werkelijk levensecht. Maar dat heb je dan met het toevoegen van stoffen; hun krachten doven de verdoving uit en nu staar ik hen recht in de ogen, al die niemand in al dat niets, in dit niets- en niemandland. Ik schreeuw in stilte: ‘Waar is iedereen gebleven’. ‘We staan recht voor je, pal voor je neus.’ Ik licht mijn hand op, betast mijn gezicht en voel dat mijn neus geen neus is, ik heb geen neus. Heb ik er een? had ik er ooit een? Ik probeer te ruiken, ruik lijkengeur zonder ooit te hebben geroken hoe lijken ruiken, maar ik ruik ze. Ik ruik lijken. Ben ik dat of zijn zij dat? Kunnen schimmen geuren? Kunnen herinneringen geuren en is dit de geur daarvan? Ik val dieper dan de grond ligt, zak het zand door, zweef door een eindig voelende oneindigheid, meer dan dit is er niet, dit is alles dat er is, zo lijkt het. Zie, zo lijkt het. Het zijn dan toch de lijken. Ik hoor het kraken onder mijn voeten, verbrijzelen beenderen zo gemakkelijk onder het stappen van een mens? Ik kijk naar beneden, probeer mijn voeten waar te nemen in het donker, maar zie ze niet. Ik zie mijn voeten niet stappen, toch voel ik mijn voeten stappen. Ik grijp naar mijn schenen, maar grijp er dwars door heen. In de verte klinkt muziek, ik herken de melodie, de stem, de woorden. Toen we dronken, lang geleden, klonk dit lied eindeloos door, doorheen de schemering, de avond, tot de morgen, heel de nacht. In gedachten zing ik mee, zingen al de schimmen mee alsof het mensen waren. Ik zeg: ‘sluit de gordijnen, doe de deur dicht, drink nog één’. En dat doen ze en dat doen we en het zingen kent geen eind. ‘Is het goed als ik hier blijf?’ zeg ik. ‘Dat is goed, blijf jij maar hier’. En ik kruip dieper de grond in, kruip een holte ondergronds in en daar blijf ik, in dat iemandsland, waar die iemand enkel ik. 

Lorin Clercq
13 2

Moederzee

De zee omsluit mijn lichaam. Nergens om mij heen is land te bekennen. Ik ben van alle zwaarte ontdaan. Ik laat het water door mijn vingers glijden en lik ze daarna af. Ik proef. Het water is verrassend zoet. Ik laat me kopje onder gaan, laat me door haar naar beneden trekken. De bodem zal ik nooit bereiken, ze is eindeloos. Onder haar oppervlak, dichter bij haar onvindbare schoot, blijf ik ademen. Ze geeft me leven, ze brengt me in een beruste staat van een eindeloos zijn. Ik verschuil me in haar. Stilaan vergeet ik dat er ooit zoiets bestond als land. Ik wil in deze staat blijven leven, verborgen in het water dat me draagt en voedt.  Ik keer in de zee terug naar de toestand voordat mijn bestaan op land begon. Toen ik als een nieuwe drenkeling op de aarde geworpen werd. Dat kleine hoopje weerloosheid dat proestend en ontzet de kust bereikte, en op het droge onbuigbare land moest leren leven. We worden allen weggerukt uit de vloeibare toestand waarin we gewichtloos drijven in de warme nabijheid van moeder. Het is de moederzee die ons gemaakt heeft.  De reis van het lichaam trekt over het onherbergzame land, maar de reis van de ziel brengt ons naar het hart van de zee. Waarom worden wij aangetrokken door de zee? Omdat het ons terugbrengt naar het begin, naar de essentie, naar het vruchtwater waarin we groeiden, waarvan we dronken, waar we altijd troost vonden, waarin we ons in slaap woelden? Omdat onze oorsprong terug leidt naar zilt zaad en zoet vruchtwater? Nu ben ik zelf moeder, en mocht ik die oceaan in me meedragen. Tot driemaal toe. In mij zwol de zee. Ik werd water waarin ik drenkelingen droeg, ik puurde essentie uit mijn lichaam en daaruit vormde zich een leven. En dan nog één. En dan nog één. Ik klotste, ik barstte, en liep één keer een schipbreuk op. Ik moest een kind teruggeven aan de golven, aan de nietsontziende kracht van het zoete nat. Ik werd één met de baren. Ik werd een baarmoeder, een moeder van golven, van het leven dat heen en weer beweegt in en rondom mij.  Ik herinner me nog de weeën en het vruchtwater dat uit mij stroomde. Een rivierdelta werd ik waar de zee het land ontmoette. Bij elke beweging stroomde ik meer. De drenkeling zou zich weldra op het land werpen en een eerste kreet uitstoten. Hij of zij zou voor de eerste keer de longen moeten vullen met zuurstof. Leren dat de longen niet meer gevuld zijn met haar. Met moeder.  Moeder. Zee. Water. Vloeibaarheid. Eenheid.  Mijn moeder. Zij lag aan de horizon maar kwam nooit dichterbij. Ik stond aan haar branding, luisterde naar het eindeloze komen en gaan van haar golven, alsof ze me dichterbij wilde, maar telkens terugdeinsde op het laatste moment. Soms hoorde ik een fluistering in het schuim op haar woelige golven, soms bleef haar zee zo glad als een spiegel. In die kalmte schuilde geen rust maar afstand. Haar getijden vormden het ritme van mijn kinderlijk gemis. Een moeder hoort een haven te zijn, maar ik zie in haar enkel een horizon. Ik richt mijn blik op haar einder, maar vanbinnen weet ik dat ze ongrijpbaar zal blijven. Ik werd een haveloze vrouw.  Ik maak dus maar mijn eigen oerzee, en nu ik laat me gewillig onder het wateroppervlak glijden. Het water sust mijn gedachten. Ik ben weer gewichtloos, ik dein mee op de stroming met boven mij de golven die af en aan rollen. Ik baar mezelf opnieuw op deze wereld.     

Jolien Van de Velde
123 0

De Hand van God

Stijl: mijmeringen over voetbal, talent, en waarom sierlijkheid belangrijker is dan resultaat   De beste is niet altijd de mooiste. De winnaar is niet altijd elegant of verfijnd   De eenzame hoogte is veelal tijdelijk als vergankelijke sakura, de Japanse kersenbloesem verval is pejoratief voor vluchtig   wie daar niet mee kan leven is te dicht bij de zon de was smelt Ikaros stort te pletter   Japan blinkt uit in esthetiek het is wat anders dan de platonische 'waarheid is goedheid' de gruwel van schoonheid namelijk   de beste Braziliaanse voetballer aller tijden O Rei Pelé staat in eigen land in de schaduw van de berooid gestorven goddelijke kanarie Garrincha, Mané, een dribbelkont die allegria bracht een manke Hephaistos met één X-been en één O-been en iedereen op het verkeerde ...   voetbal is de kunst van de misleiding van gebronsde namen Sindelar, Masopust, Andrade, Socrates, Leonidas, Teofilo Cubillas Bolivariaanse paradijsvogels uit revolutionaire moerassen en mangroves de koperen ploert hoog aan het firmament daar   Equatoriale visioenen van vergoddelijking volksjongens uit de barrio littekens van meervoudig messcherpe duels op de snee het wk van 1966 werd niet gewonnen door gentleman Hurst tegen de BRD maar door De Zwarte Panter uit Mozambique de Portugese Perola Negra Eusebio   en de wk's van 74 en 78 zijn natuurlijk gewonnen door het Oranje totaalvoetbal niet Beckenbauer niet Kempes maar Johan Cruyff 'Een pass heeft pas zin als je een tegenstander uitspeelt' dribbelkunstenaar en woordgoochelaar 'Als ik zou willen dat je het begreep, zou ik het beter hebben uitgelegd' want wat zijn genieën eenzaam als het stadionlicht dooft   en dan kwam El Pibe De Oro in 1986 Mexico de toorn van Montezuma Argentina nam wraak voor Las Islas Malvinas Pelusa, El Diez, D10S when Inglaterra ruled the waves een zwalpend schip nu Thatcher tegen de tango uit Fiorito de Barrilete Cosmico, Genio, Genio !?   en de val, de waanzin van genieën, de poëzie van het afglijden Dionysos, furieën en bacchanten, Ho visto Maradona ...   de stijl, charisma, sommigen hebben het nog minder dan Mateus rosé maar Hij, Pluisje, Diego Armando, was eigenlijk guerrillero, vrijheidsstrijder in de arena, gladiator volksheld met sangre Guaraní tot zijn hart het begaf, wereldwijd, van Buenos Aires tot Napoli, lag la pelota stil, geen streling van het leer die dag de belangrijkste bijzaak ter wereld I love football   stijl is klasse wk 2016, niemand herinnert zich Frankrijk, iedereen de drie twee van België tegen Japan Robots winnen, mensen begeesteren Stijl is feilbaar   De universaliteit van de spanning tussen kunde en kunst is overal Tony Hawk is de beste skater ooit Hosoi de elegantste de eerste maakte salonfähig wat altijd misdadig had moeten blijven skate and destroy verdiende dollars aan PlayStation de tweede zat in de bak en aan crystal meth en is nu een reborn Christian Hosoi's airs zijn iconisch: Christ Air, Rocket Air, de meest gracieuze Method Air in de geschiedenis, het is weer eens wat anders dan een 900°   stijl is tijdloos Muhammad Ali Sugar Ray Leonard Mike Tyson Michael Jordan John McEnroe Carl Lewis Marco Pantani Eddy Merckx de kunst van de misleiding stijl is alles Il Pirata De Kannibaal Cristiano Ronaldo over lijken 'I took it personally' Air Iron 'Cassius Clay was a slave name, I am no longer a slave. Muhammad means worthy of all praises and Ali most high'   Parkinson's syndrome ... de lichten doven  'Djedjuge, djedjuge, I am still Ali!'   In the spotlight het amphitheater de arena, het colloseum, gij zult zijn als goden amoreel aan drank drugs of vrouwen zult gij ten onder gaan Olympus kibbelende Goden op de ijle bergtop Ethos is zwoegen   de muze daarentegen is schijnbaar moeiteloos flow alles vloeit panta rhei   zij waren bezeten nimmer zichzelf immer zichzelf god’s Geschenk   hun geheim controle maar wie over wie over de bal? over de tegenstrever? over zichzelf?   stijl,  dat is orfisch occult mystiek zij waren mystici ingewijden Godenkinderen   Maradona's Napoli teammates are singing that they’re honoured just because they've seen 'Maradona'

Kameraad 60
28 1