Lezen

Nee.

Nee. Zo’n simpel woord dat ik soms zo moeilijk vind om te zeggen. Niet letterlijk natuurlijk, ik krijg het woord ‘nee’ heus mijn gebit wel over. “Wilt u aangeven hoe tevreden u bent met uw aankoop bij toiletartikelen.nl?” Nee. “Mamaaaaa, mag ik een snoepje/ tv kijken/ heel hard mijn broer op zijn hoofd slaan met een barbiepop?” Nee. “Mogen wij u benaderen voor telemarketing?” NEE. Het wordt ingewikkelder wanneer de vraag listig wordt verpakt en ook nog dient voor het algemeen nut. “Ach, wil jij héél even voor mij die notulen uittypen?” Als je nu nee zegt heb je ook niet ‘héél even’ iets voor de ander over. Het is ook vervelend weigeren als er alvast enorme dankbaarheid wordt uitgesproken voor je medewerking. “Ik zou je echt eeuwig dankbaar zijn als jij even die deur in de grondverf zet”. Nou lekker dan, ben je ook voor eeuwig verontwaardigd als ik weiger?  Je assertiviteit wordt pas echt op de proef gesteld wanneer gesuggereerd wordt dat je eigenlijk lastig bent als je nee zegt. “Het is voor jou echt een kleine moeite hoor en je doet er tante Marja een heel groot plezier mee.” Manipulatie is het. En ik ben er nog gevoelig voor ook. En als het je ondanks die opgeworpen belemmeringen dan toch gelukt is om bij je NEE te blijven, dan komt het aller ergste: de onvermijdelijke teleurstelling bij de ander. Teleurstelling in je antwoord of nog erger: in jou als mens. En daar word ik ongemakkelijk van. Ik kan dat ongemak niet verdragen en zeg dan maar “ik doe het wel” om er vanaf te zijn. Ja, hallo allemaal mijn naam is Marleen en ik ben een pleaser. Of dat was ik tenminste. Ik ben mijzelf nu dus hartstochtelijk aan het omscholen. Ik vind oprecht dat ik op mijn 41e de positie verworven heb (binnen mijn eigen hiërarchie klaarblijkelijk) dat ik dingen mag weigeren. Dingen die ik niet wil, waar ik niet in geloof of waar ik niet blij van word. Klinkt goed hè? Dat vond ik zelf ook. Maar goed, en dan? Hoe dan? Ik sloeg driftig aan het lezen en luisterde een paar super inspirerende podcasts. Ook minder inspirerende overigens, er zijn verbazend veel energieke twintigers met power podcasts over ‘het leven’ viel mij op. Ik vind het bewonderenswaardig dat je op die leeftijd al zo intens aan het leven bent geslagen dat je met je opgedane levenslessen de wereld denkt te kunnen verrijken. Maar dat terzijde. Ik had met al mijn research genoeg voer om serieus vooruitgang te boeken in mijn eigen emancipatie. Vol goede moed sloeg ik aan het nee zeggen. Helaas bleek mijn omgeving nogal gehecht te zijn aan mijn medewerking en niet zo gecharmeerd van mijn nee. Ongemakkelijk dus. Voor mij. Volgens een van mijn bronnen moest ik mijn schuld nemen en mijn ongemak daarover uithouden. Dus dat zit ik dan nu maar te doen, uit te houden dat een ander minder blij is met mijn progressie op het assertieve front. Daar pieker ik dan vervolgens wel over maar hee, ik heb in ieder geval “nee” gezegd. En daar zit ik dan voet bij stuk houdend trots op te zijn. De beste inspirator bleek onverwacht mijn zoon van 9 jaar. Hij is regelmatig verdrietig thuisgekomen, omdat een jongetje hem schoppend in een hoek van de speelplaats had gedreven. En nu nodigde datzelfde jongetje hem uit voor zijn feestje, met een alsjeblieft erbij. Ai. Dat werd een dingetje vermoedde ik en ik begon me direct zorgen te maken om dat jongetje dat zich straks afgewezen voelt en die moeder die mij dan stom vindt en ondertussen had ik al 16 verschillende verontschuldigingen bedacht voor de situatie. Mijn zoon niet, hij had dat eens even kort en krachtig gecheft. “Ik wil niet op jouw feestje komen” had hij gezegd “want jij bent niet mijn vriend”. En dat was dat. Voor het jongetje ook helemaal oké appte zijn moeder. En zo zie je maar weer. Je moet er maar niet te veel woorden aan vuil maken. Nee is nee. Punt.   Deze tekst is ook te lezen op https://www.werkgeluk.nl/nee/  

Marleenvandecamp
24 0

Schilderen

Mijn maatje en ik riepen het al een tijdje, “we moeten echt laten schilderen hoor, in de woonkamer”. We waren (en ik ben) niet echt een klusser dus het werd eigenlijk keer op keer uitgesteld. Tot ik vorig najaar riep “en nu gaan we het echt plannen”. Door alle gebeurtenissen werd het (begrijpelijkerwijs) weer uitgesteld maar nu was het dan echt zo ver. De huiskamer zo ver als mogelijk leeg, alle planten, foto’s en andere kleine spullen naar boven of naar de garage, gordijnen er af. Pfff, het huis was ineens helemaal geen thuis meer. Stef vond het ook vreselijk, hij liep maar heen en weer en zou het liefste boven op mijn bed gekropen zijn. Jammer, maar dat ging toch even niet door. Dit was wel het moment voor mij om ook eens kritisch rond te kijken. Wat wil ik nog wel terug en waar ga ik afscheid van nemen. Ik hecht niet zo aan spullen maar mijn maatje was daar anders in. De lamp in de hoek bijvoorbeeld, ik ben er op uitgekeken maar mijn maatje vond hem nog altijd mooi. Wat doe ik er mee. Wegdoen voelt, hoe misplaatst ook, bijna als verraad. Hij moest weg voor de schilder dus ik maakte maar vast een foto, misschien kon hij toch op Marktplaats. Even later werd de beslissing voor me genomen toen ik de glazen kap liet vallen. In duizend stukjes. Tja. Toen alles van de muur was, werd toch wel duidelijk dat het echt nodig was. Een paar dagen tandjes bijten en dan is het leed weer geleden. Gelukkig ben ik ’s avonds overal welkom. Zo in een afgetakeld huis zitten is ook niet alles. Het lijkt wel of het dan niet warm te stoken is. En gek, ik voelde me er toch meer verloren dan normaal. Mijn veilige plek voelde even niet zo. Inmiddels is een hele vriendelijke en gemoedelijke schilder bezig. Uit zijn meegebrachte radio schalt de Nederlandstalige muziek. Of ik daar bezwaar tegen had? Welnee, helemaal niet. Bovendien ben ik veel te blij dat hij me komt helpen. Ik moet er niet aan denken dat ik dat allemaal zelf had moeten doen.    

Machteld
0 0

De eieren

Als de kippen 's morgens vroeg nog op hun stok zitten, zie ik het goud zelden passeren. Ik bedoel het goud dat de ochtendstond in de mond zou hebben. Zeker die zaterdag niet. 's Nachts had ik de slaap niet kunnen vatten en wat doet een mens dan? Hij vat iets anders. Een boek, zijn telefoon, de afstandsbediening of iets uit de koelkast. Hij zet zich op de zetel, gaat iets later terug naar bed, valt weer niet in slaap en vertrekt vervolgens terug naar beneden voor hetzelfde traject. Om 7 uur 's morgens had ik van al dat op en af geloop mijn 10.000 stappen voor die dag bijna bereikt. Om de dag toch smakelijk te starten vroeg ik mijn huisgenoten of ze zin hadden in spek met eieren. Dat had ik niet moeten doen, want in de koelkast had iemand de nieuwe doos met eieren bovenop de oudere gezet. En op die oude eieren stond geen datum. Daarom moest ik met de eitjes de versheidstest doen. Blijven ze op de bodem liggen in een beker met water? Of gaan ze lichtjes omhoog? Een mens zit daar 's ochtends niet op te wachten. De eieren ook niet. Ik kreeg het aardig op mijn heupen en kon een paar vloekwoorden niet tegenhouden. "Nu heeft hij niet alleen ambras met zijn eigen, maar betrekt hij er die arme eieren nog eens bij", zei onze oudste al gapend vanop de zetel. Ik bromde iets van eieren en onderaan, maar niemand verstond me. Beseffend dat zoiets geen frisse start van de dag was, besloot ik eerst een douche te nemen. Misschien kwam de gouden ochtendstond zoals water uit de kraan. Terug beneden zei ik goedemorgen en wenste ik iedereen een fijne dag. Ook de eieren. Al is dat braadpangewijs beschouwd een ietwat minder geslaagde uitdrukking.

Rudi Lavreysen
24 0