Lezen

Gedicht over noodzaak

Nu dat de mededeling over beterschap naar je toe lijkt te deinen, vergeet je dat 'tevreden zijn met jezelf' ook om progressie draait. Want dat is wat het algemene karakter van een code, een tekst, iets verstaanbaars met zich mee draagt: dat het inclusief is, en bijgevolg betekent dat dat jij niet zo beslissend bent in de betekenisvorming ervan.Zou er ook zonder mij sprake zijn van iets dat ethisch goed klinkt? Ik geef je mijn mening, en krijg er deze turbulente tijden voor in de plaats. Ik vraag me dus luidop af wat mijn rol is in jouw problemen.Die ook mijn problemen zijn. Daarom ben ik er. Het draait niet rond mij, het draait rond waarom het niet rond mij zou kunnen draaien, en daarom ben ik er. En dat er in de kamer ernaast geweld wordt gepleegd, doet er even veel toe,als dat er ergens anders iets subliems bereikt wordt.Vervollediging wordt dan ook altijd weer bewierookt, en ik,kopie van wat beschikbaar is in deze kamer, raak niet verder dan te zeggen dat ik ook mooi ben,op mijn eigen manier.  Misschien bestaat er een manier van communiceren zonder mij,maar opnieuw, wat betekent mijn vervorming van de boodschap daarin dan nog? Het is onvermijdelijk dat ik een rol speel in jouw onwetendheid, zie je,omdat in die verwarring een noodzakelijk afwezige Dries toekijkt hoe het zijn schuldzou kunnen zijn. Zonder dat daar reden toe is,lijk je van me weg te racen,enkel gehaast,om weer terug te keren. Hier zonder noodzaak ben ik veilig, maar ik verkies het om terneergeslagen standvastigheid in de omgeving, die geweld is,op te zoeken, omdat ik niet zonder verzet tegen pijn wil bestaan.  Dat wat net over de grens van mijn territorium zich bevindt, is vreemd genoeg ook iets dat bekend voorkomt. Wat betekent de low key aanwezigheid van onze generatie nog, als ze altijdwordt afgelost? Het verder zetten van tijd, betekent vreemd genoeg altijd iets anders te vergeten. Ik wil het niet meer verder laten komen dan waanzin,zonder je te vergeten.De foute keuze is altijd de stap te veel.Dus ik neem mijn tijd om mijn leeftijd in te halen. Ergens in mij, haalt de politicus het wel, de vraag is, of hij dat doet voor de buitenwereld,die altijd opnieuw anti-politiek is. Geen tijd voor extra gewichtop de schouders van België dan toch niet,omdat de grens tussen conflict en overeenstemming zoek is.   En dat waar de vredesonderhandelaar om maalt, is de dialoog. Maar alles wat vergeten wordt, wordt dit om weer maar eens terug te keren.  Ik zak weg in de herinnering dat ik jou leerde kennen,baal erg hard omdat ik jou niet meer zo ontmoet,en leer je kennen in de wetenschap dat dat nodig is. 

Dries Verhaegen
55 0

Een tienermoeder die houdt van spaghetti verkeerd

Mijn oudste dochter werd tien jaar in 2020. Ik kreeg een kaartje van een vriendin ‘proficiat, je bent nu een tienermoeder’. Van de leeftijd met één cijfer naar de leeftijd met twee cijfers is spannend voor de 10-jarige, maar geen uitzondering. De overgang van twee naar drie cijfers is uitzonderlijker, maar brengt noodgedwongen minder opwinding met zich mee (je niet opwinden Mariette, dat is niet goed voor je hart). Volgens mijn kaartjesvriendin heb ik sinds maart dit jaar een tiener in huis. Tiener ben je immers vanaf je tiende tot je negentiende. Een andere vriendin zag het kaartje: ‘Je bent toch pas een tiener als je der-tien bent? Tot je negen-tien. Vandaar het achtervoegsel.  Oh, en sorry dat ik geen kaartje stuurde, je weet dat ik niet goed ben met verjaardagen.’ Voor mij is ze tien, maar dat maakt haar geen tiener. De leeftijd tussen tien en twintig is geen eenduidige periode, maar één van meerdere overgangen: van kind naar volwassene (juridisch en naar eigen zeggen), van onwetend naar alwetend (maar iedereen gaat naar die fuif), van alwetend naar onwetend (ik heb geen idee van wie die sigaretten zijn). Als tienjarigen geen tieners zijn, wat zijn ze dan wel? Soms worden ze omschreven als prepubers. Ik vind geen fan van het woord puber, laat staan pre-puber. Een foetus is toch ook geen pre-baby en een lid van okra geen pre-bejaarde? Er bestaat niet zoiets als hét tienerdecennium. Iemand vragen diens tienerjaren samen te vatten in drie termen is hetzelfde als een historicus vragen om in drie termen de middeleeuwen samen te vatten. De tienerjaren zijn vaak een samensmelting van meerdere periodes: het einde van de lagere school, het middelbaar en het begin van de studententijd. Mijn studententijd in drie termen? Blokpauze, Bilbo bezoek en spaghetti verkeerd. De eerste twee waren vaak een duo: tijdens mijn studeerpauzes ging ik doorgaans snuisteren in de Bilbo, een cd-winkel (kunnen we situeren net nà de middeleeuwen) in Gent. En die spaghetti verkeerd? Moeders spaghetti gaat in een potje mee naar je kot. Daar gaat de spaghetti omgekeerd – liefst met één vlotte armbeweging – in een bord en in de microgolfoven.   Moeder: Weet je, ik was vijfentwintig jaar oud toen ik jou kreeg. Een jonge mama. Dochter: Vijfentwintig? Dan was je toch al een kwarteeuwer.

Lore Dewulf
81 1

Training center destelheide is een niet-geclaimde pagina alleen een huidige medewerker van training center destelheide kan deze pagina claimen

Meer informatie bijdragen vacatures personen welkom! Contact tarieven ligging & bereikbaarheid vacatures stages verblijven creëren inspireren ontmoeten welkom in destelheide! Werk klanten onze visie + meer rode crucem Flandriam rebranding & signage horlogekast Umicore. Kent u iemand die deze pagina kan claimen? Onze website gebruikt cookies. In destelheide verblijf je in alle rust en geniet je van maximaal comfort. Computer horlogekast Vias instituut horlogekast Umicore: deze pagina delen meer informatie logo van training center destelheide training center destelheide hoger onderwijs Beersel medewerker weergeven deze pagina is automatisch aangemaakt door gekoppeld in. Sommige cookies zijn noodzakelijk om de website goed te doen functioneren tijdens een verblijf in destelheide ben je even  helemaal weg van thuis, beheer van edele metalen horlogekast pijl-preventief pijl-volgende onze visie een inhoudshub: deze vermelding wordt niet onderhouden of onderschreven door en is niet gelieerd aan training center destelheide.(En kan je dus helaas niet weigeren.) Van je school of je werk, wat en waarom onze principes van webbuilding een echt webecosysteem versus meerdere websites contact worden: meer informatie. Andere cookies gebruiken we voor analysedoeleinden en om je gebruikservaring te optimaliseren. Van je dagdagelijkse omgeving. + 32 3 226 34 49 Neder land: ergens negen uren @ 9 o klok wat waar · · lees ons privacy & cookiebeleid voor meer informatie. Verblijven in deze oase van groene ruimte biedt je mogelijkheden te over. + 31 6 233 73 663 hello @ negen uren wat waar. Reclamebureau negen uren wat waar. Horemans Ingrid in je eentje loop je snel, maar samen ga je ver. De creatieve infrastructuur en de inspirerende omgeving zorgen voor een unieke en complete verblijfservaring. Opnieuw. Re over alles weergeven 44 a Grotehondstraat 2018 Antwerpen we use technology, ken je Ingrid? Je komt niets te kort en je hoeft je nergens zorgen over te maken. Ponnet Rika introductie owner - ontwerp en innovatie om digitale merkervaringen te creëren die van invloed zijn op het dagelijks leven. Stuur een vriendschapsverzoek om te zien wat zij deelt met vrienden. En net die vrijheid maakt tijdens je verblijf plaats voor andere dingen! Zaakvoerder bij Ponnet Rika studeerde aan rijks universiteit Ganda studeerde aan katholieke universiteit Leuven woont in Ganda afkomstig van Sotteghem lid geworden op oktober 2011 gevolgd door 2.593 personen jij buis.

De Keyser Gèry
14 0

kerstavond

1992. De kerstboom stond, schots en scheef, maar hij stond. Ballen in alle kleuren rood, slingers van zilver, lampjes die er uit zagen als kaarsen. Een kerststal onder de boom met afgebladderde beeldjes van de betrokkenen. In het niets verzonk dit tafereel bij ons nieuw plafond. Sinds september hadden we een vals plafond in de woonkamer, met plankjes en hallogeen spots. Een fortuin had het gekost. De jaarlijkse kerstfondue lag mijn moeder sinds die tijd zwaar op de maag. Het zou wel eens vetvlekken kunnen geven. Liefst geen fondue, fluisterde ze toen we het over mogelijkheden voor kerst hadden. Dit echter was buiten mijn vader gerekend die nogal verknocht was aan tradities. Fondue moest en zou het worden. Dus werd het fondue. De schotel werd opgehaald door mijn moeder de ochtend van kerstavond. Vleesjes met in figuren gesneden groenten. De sausjes zouden later toegevoegd worden. Daar was nog tijd genoeg voor. Mijn vader was afwasser in een bakkerij. Hij moest in de vooravond dus nog even weg. Mijn zus en ik konden toen al aperitieven, spelletjes spelen en naar de kerstboom staren. In de hoop dat er een wonder zou geschieden. Mijn moeder moest het huis nog poetsen. Dus moesten wij weg. Geen idee waarheen maar we stapten in de auto, een grijze ford escort. We reden naar de super GB. Mijn vader wandelde met vastbesloten tred naar de audioafdeling. Hij nam een cd-speler uit de rekken. Een Fischer. 5000 frank. Ik keek mijn vader met grote ogen aan. Eindelijk muziek in ons huis, eindeloos veel muziek. Moderne dingen. Nadien liepen we naar het rek met cd’s. De vinger van mijn vader gleed langs de letters van het alfabet, recht naar de Q. van Queen. Hij kocht greatest hits I en II. Die avond rond vijf uur ging mijn vader ervandoor, afwassen. Mijn zus en ik konden aan het aperitief. Mijn moeder draaide zenuwachtig rond haar as. Ze had een nieuwe fondueset gekocht. De vorige was kapot. Kortsluiting vorig jaar. Bijna brand. Iedere minuut werd mijn moeder nerveuzer leek het wel. Afwisselend keek ze naar het plafond en naar het fonduestel. Ze vloekte af en toe. Maar ze vloekte wel vaker. Mijn zus en ik dronken cola en aten chips, paprika en gewoon. “Hij doet het niet, hij werkt niet, dat vet wordt niet warm.” Mijn moeder had een foute fondue gekocht. Inmiddels schenen de koplampen van mijn vaders auto in de woonkamer. De auto stopte vlak voor de deur. Hij trompte. De deur moest open want mijn vader had de ijstaart bij. We gingen zitten, stokjes in de aanval. Maar het vet deed nog niets. Mijn moeder viel bijna flauw. Mijn vader dronk van zijn rode wijn. Wreef het tafelkleed glad en zei het vlees in de pan te bakken. Mijn moeder dokkerde naar de keuken. Ondertussen duwde mijn vader de cd-speler op ‘on’, stak de cd van Queen in de lader. Op de tonen van “A kind of magic” kwam mijn moeder met een pan vol vlees in woonkamer. We namen het vlees evengoed met onze stokjes uit de pan. Kerstmis 1992, toen fondue nog mocht. Heerlijk.

Thomas De Mulder
34 1

De plukker

Ik zweef ergens tussen hemel en aarde en denk aan de boomgaard die nu verzonken is in een diepe winterslaap. Ik zie voor me hoe Matteo, mijn trouwe medewerker sinds jaar en dag, de bomen in de juiste vorm boetseert met zijn snelle, vaardige vingers. Drie weken geleden hielp Matteo me deze vlucht te boeken. Een vlucht van amper 7 uur die mij naar een ander werelddeel moet brengen. Ik ben op weg naar New York waar mijn zoon Lucas woont. Het is nu bijna acht jaar geleden dat ik hem voor het laatst zag. Samen met zijn Amerikaanse vriendin woont hij in een appartement in Brooklyn. Straks komt hij me oppikken aan de luchthaven. In gedachten oefen ik de woorden waarmee ik hem wil begroeten. Mag ik hem omhelzen of zal dat ongemakkelijk aanvoelen? Hoe kan ik een brug bouwen tussen mijn kleine wereld en zijn gigantisch zwart-wit universum? Als fotograaf ligt zijn focus op de gebouwen en mensen in de metropool. Zijn verhalen spelen zich af tussen de wolkenkrabbers en drukke winkelstraten, in verlaten steegjes en grote parken. Ze worden bevolkt door daklozen en drugsverslaafden, door straatmuzikanten en zakenmannen op Wall Street. Ik kan het hem niet kwalijk nemen dat hij op de vlucht sloeg voor de pijnlijke stilte in ons huis, met enkel de appelbomen als stille getuigen van hoe ik als vader en echtgenoot tekortschoot. Het is vreemd om aan een duizelingwekkende snelheid het luchtruim te doorklieven en toch het gevoel te hebben dat de wereld stilstaat. Het is mijn eerste keer op een vliegtuig. Bij het opstijgen balde de opgebouwde angst zich als een vuist samen in mijn binnenste. Nu de tijd lijkt stil te staan en ik niet langer het gevoel heb dat ik de dood tegemoet vlieg, sluit ik even mijn ogen en reis terug naar de strenge winter van 2005. De februariwind raasde toen als een virus over het land en luidde een periode van rampspoed in. Het was een ijskoude winter die onder mijn huid kroop en mij nooit meer losliet. Matteo en ik warmden onze bevroren vingers onder onze oksels. Na het werk, wanneer de avond als een sluier over de boomgaard viel, kropen we bij de kachel om onze voeten te ontdooien. We snoeiden van zonsopgang tot zonsondergang. Drie keer in de week bezocht ik samen met mijn toen veertienjarige zoon mijn vrouw Liesbeth in de psychiatrische instelling waar ze op bevel van haar psychiater was opgenomen. We zaten in de steriel ogende ontvangstkamer van de instelling. Lucas vertelde over school, soms bracht hij een tekening mee voor zijn moeder. Ik keek naar mijn zoon, zijn creatieve geest had hij van Liesbeth geërfd. Hij had ook haar ogen, donker als de nacht en altijd in beweging. De dansende lichtjes in Liesbeths ogen waren al een tijdje verdwenen, ze vertelden me geen verhalen meer. Voor mijn ogen zag ik hoe Liesbeth verdronk in een vijver van donkere gedachten. Ik had onvoldoende kracht om haar op het droge te houden. In het gangpad verschijnt een stewardess die een karretje voor zich uitduwt. Haar luide stem en helderblauwe, transparante ogen brengen me terug naar 2020.‘Wenst u iets te drinken meneer?’‘Een whisky graag. On the rocks.’Ik kijk naar de smalle handen van de jonge vrouw, ze voeren de vereiste handelingen snel en zorgvuldig uit. In een mum van tijd staat de whisky voor mijn neus. Ik neem een voorzichtige slok en voel hoe een warme straal via mijn slokdarm tot in mijn borstkas daalt. Het is niet mijn gewoonte om op dit uur van de dag in de drank te vliegen. Maar nu ik nog een uur of vier in de lucht hang en toch nergens naartoe kan, lijkt het me wel aanvaardbaar mijn toevlucht te zoeken tot deze godendrank. Ik haal een map uit mijn rugzak onder mijn stoel. Het zijn artikels uit kranten en tijdschriften over Lucas. Mijn moeder, die na de dood van Liesbeth bij ons kwam inwonen en nu nog altijd als een prinses over de keuken en het huishouden heerst, had ze zorgvuldig uitgeknipt en voor me bijgehouden. Het duurde lang voor ik de moed vond om de map open te slaan. Het eerste artikel dateert van vijf jaar geleden. Lucas staart me aan met zijn diepe blik waarachter een rijke innerlijke wereld schuilgaat die ik nooit heb proberen te begrijpen. Mijn wereld is niet veel groter dan de boomgaard. Bij mijn terugkomst in België zal de winter langzaam wegglijden in de lente. De bijen zullen komen en vrolijk zoemen. Ze zullen net als anders onmisbaar zijn bij de bestuiving. En de bomen, die zullen hun roze en witte jurken showen, trots als tienermeisjes in de fleur van hun leven.    Liesbeth overleefde de lente, ze wachtte op de ongeduldige zomer om te sterven. Ik kreeg telefoon van de instelling. Ze was weggelopen. Enkele uren later zag een man hoe ze van een brug sprong, ze zonk weg op de bodem van de rivier. De hulpdiensten kwamen te laat om ons gezin bijeen te houden. Die avond lagen Matteo en ik op onze rug in het gras. Rondom ons groeiden de eerste kleine appeltjes aan de bomen. Elke week zouden ze groter worden, meer kleur krijgen, als blozende wangen in het avondlicht. We zwegen en staarden naar de wolken in de lucht. Ik zag een witte poedel die net als ons op zijn rug lag, hij spartelde met zijn pootjes in de lucht, alsof hij de zon wou vangen. Die avond vertelde ik Lucas over de dood van zijn moeder. Ik hield het kort, zakelijk bijna, want ik mocht niet breken voor de ogen van mijn zoon. Hij brak in mijn plaats en wendde zich voorgoed van me af. Hij trok zicht terug in zijn kamer. Op een dag, toen Lucas naar school was, ging ik zijn heiligdom binnen. De muren waren behangen met tekeningen, schilderijen en collages, er hingen ook enkele portretten van zijn moeder tussen. Hij had haar melancholische blik perfect weten te vangen. Maar er waren ook kunstwerken die me erg verontrustten. Hij leek gefascineerd door de dood. Ik zag een schilderij van een naakte vrouw op een doodskist en een tekening van een man die aan een brug hing als Jezus aan het kruis. Geschrokken vluchtte ik naar de gang. Ik vroeg mijn moeder om eens met Lucas te praten en ging pas enkele weken geleden voor het eerst in bijna vijftien jaar zijn kamer weer binnen. Op de muren waren al de sporen van dood en verderf verdwenen. Urenlang lag ik op het smalle bed te staren naar lege muren met de brief van mijn verloren zoon in mijn handen. Ik las hem een paar keer opnieuw. Tranen rolden als regendruppels over mijn wangen. Voor het eerst in jaren hield ik ze niet tegen. We naderen het vasteland. De neus van het vliegtuig wijst naar beneden. Ik zet mij schrap, nu kan het alsnog mislopen. Maar het loopt niet mis, de landing verloopt vlot. In JFK Airport wemelen de passagiers als mieren door het reusachtige gebouw waar ik even moet wachten op mijn koffer. Rondom mij scrollen de reizigers gretig over het scherm van hun smartphone. Ik grijp naar mijn ouderwetse gsm en schakel de vliegtuigstand uit. Een bericht van Lucas. Hij kan me niet komen ophalen aan de luchthaven omdat er een belangrijke vergadering is tussengekomen. Hij raadt me aan een taxi te nemen naar het appartement waar zijn vriendin me zal opwachten. Ik grijp mijn koffer van de bagageband en volg het bordje ‘exit’, meegezogen door de mensenstroom stap ik door het eindeloze gebouw. Dan ben ik eindelijk buiten, ik snuif de frisse melkwitte winterlucht op. Ook in New York is het koud, maar ik denk er niet aan om meteen een taxi in te duiken. Een kwartier lang blijf ik ter plaatse trappelen, tot ik koud genoeg heb om in een willekeurige gele taxi te kruipen en de stad van mijn zoon tegemoet te komen.  Elke vader droomt ervan zijn zoon in zijn voetsporen te zien treden. Ook ik hoopte lang dat Lucas in de zaak zou stappen. In de herfst, de drukste periode van het jaar, hielp hij ons altijd met de oogst. Samen met een tiental tijdelijke medewerkers plukte hij de appels met de hand en borg ze op in houten kisten. Maar Lucas zag geen toekomst in de fruitteelt, hij koos zijn eigen weg. Toen hij achttien werd verliet hij de boerderij om zijn droom na te jagen. Hij zou fotografie studeren in de hoofdstad en er een studio delen met een vriend. Ik herinner me zijn vertrek alsof het gisteren was. Met zijn veel te grote rugzak over zijn ranke schouders liep hij over het erf.‘Lucas, wacht!’ riep ik.Ik stak hem een enveloppe met een mooie som geld toe. Er zat een foto bij van ons gezin tijdens een zeldzame gezinsuitstap naar de Ardennen. Lucas was toen acht. Liesbeth lachte haar tanden bloot. Het was één van de weinige foto’s in mijn bezit waarop we alle drie stonden. Aarzelend nam hij de enveloppe aan. Hij keek naar mij alsof hij nog iets wou vertellen, maar op dat moment kwam zijn oma de keuken uitgehold met een stuk appeltaart.‘Voor op de trein, jongen,’ zei ze en ze nam hem in haar armen.‘Veel succes Lucas,’ zei ik met onvaste stem.We schudden elkaar de hand en dat was het. Matteo riep me, hij had me nodig, de boomgaard had me nodig. De taxichauffeur is een jonge zwarte man met vlechtjes in zijn haar. Zijn grote, stevige handen omklemmen het stuur. Gescheiden door plexiglas kijken we elk op onze manier naar de drukke straten die voorbijglijden. Ik kijk door het raampje van de taxi en probeer de stad te lezen. Door het drukke verkeer vorderen we langzaam. De indrukken malen als een molen door mijn hoofd. Hoe zou ik ooit kunnen aarden in deze drukke stad? De chauffeur zet me keurig af aan het appartement van mijn zoon. Mijn vinger zweeft trillend over de deurbel, het duurt even voor ik mezelf ertoe kan bewegen te duwen. Ik hoor de stem van een jonge Amerikaanse vrouw, het is Monica, de vriendin van Lucas. Ze laat me binnen en omhelst me alsof ze me al jaren kent. Ze laat me plaatsnemen in een reusachtige zetel. Haar woorden dringen niet echt tot me door. Het appartement ligt op de zevende verdieping en is groter dan ik had verwacht. Het grote raam kijkt uit op de skyline van Manhattan. Aan de muren hangen foto’s en schilderijen. Ik veronderstel dat ze van Lucas zijn, maar dat ben ik niet zeker. Monica komt terug met twee kopjes koffie. We kijken elkaar aan. De woorden stromen uit haar mond als honing. Mijn blik wordt gezogen naar de bolling van haar buik. Ik voel me duizelig, hoor enkel het woord ‘surprise’ en dan een sleutel in het sleutelgat.

Ine Moreels
19 1